pagina's

dinsdag 19 januari 2016

Lege winkelstraten en omvallende winkelketens, hoe komt dat?


Geplaatst op 19 januari 2016

Iedereen heeft waarschijnlijk wel in het nieuws vernomen dat Vroom & Dreesmann, een gerenommeerde winkelketen met beeldbepalende grote panden in de koopgoten van vele steden, op instorten staat. Het blijkt dat de vermogensbeheerder (1) die in 2005 eigenaar was van V&D, dat bedrijf heeft leeggezogen door al de grote winkelpanden waar V&D in zat, te verkopen en daarna terug te verhuren aan het bedrijf. De vermogensbeheerder maakte daarmee miljarden winsten en zadelde V&D op met torenhoge huurlasten, die het bedrijf nu niet meer kan betalen. Dergelijke ontwikkelingen deden zich ook voor bij andere winkelketens.

Voortdurend lezen we momenteel in de krant dat ketens met winkels in vele steden het loodje leggen, bijvoorbeeld in de schoenenbranche. Ook zij kunnen de torenhoge huurlasten van de winkels niet meer opbrengen. Marktwerking op het gebied van onroerend goed lijkt er niet te zijn. Er staan honderdduizenden vierkante meters leeg zonder dat het een effect heeft op de huurprijzen. Hoewel de huurprijzen de laatste jaren wel een paar procentjes daalden en in sommige buitenwijken iets meer, bleven de huren van onroerend bedrijfsgoed zeer hoog. De winkelketens kunnen de concurrentie nu niet meer volhouden ten opzichte van de internetwinkels, waar je de betreffende producten, zoals schoenen, goedkoper kunt krijgen. Vaak worden de bestelde producten dezelfde dag of de volgende dag bezorgd. Dergelijke internetbedrijven hebben alleen een hal nodig op een afgelegen industrieterrein en zij hebben niet de hoge huurlasten van de winkelketens.

Fernand Braudel

De analyses van Fernand Braudel (2) lijken een goede verklaring voor het bovenstaande. Braudel verwerpt de gedachte dat kapitalisme en marktwerking op hetzelfde neerkomen. Voor hem is kapitalisme juist een systeem van de “contre-marche”, de anti-markt. In zijn visie bestaan er drie niveaus van economische bedrijvigheid. Het laagste niveau is dat van de “vie materielle”, dat de meest elementaire vormen omvat van economische activiteiten waarmee mensen in hun behoeften voorzien en waarbij ze bijvoorbeeld door wederzijdse hulp, zoals mantelzorg, diensten verlenen en goederen produceren. Dat wordt ook wel de informele of schaduweconomie genoemd. Daarboven ligt de economie, het niveau van de markt, een wereld die voor de deelnemers min of meer transparant en een dagelijkse realiteit is, een wereld waarin de winsten dientengevolge klein zijn. Braudel noemt dat de wereld van transparantie en regelmaat, waarbij iedereen kan weten hoe het ruilproces in zijn werk gaat. Aan- en verkoop van dagelijkse levensbehoeften op de stedelijke markt of in de supermarkt, waar waren tegen geld worden verkocht. Ook internationale handelstrajecten kunnen daar overigens deel van uitmaken: de regelmatige lange afstandshandel, waarbij herkomst, voorwaarden, routes en afsluiting van het handelsproces algemeen bekend zijn.

Braudel beschrijft hoe in de zeventiende eeuw Amsterdamse kooplieden werkten op een derde niveau, daarboven. Pas op dat niveau is sprake van kapitalisme, als de zone van economische concentratie, van excessieve winsten, als gevolg van een relatief sterke mate van monopolievorming die zelf weer de uitkomst is van enerzijds politieke machtsvorming (bij ons nu: de VVD zit al veertig jaar bijna onafgebroken in de regering) en anderzijds van het vermogen van de deelnemers aan dit spel om de schakels in het productieproces te beheersen en het spel ondoorgrondelijk te maken. Men moet deze analyse wel onderscheiden van allerlei samenzweringstheorieën. Mensen handelen in gelijke omstandigheden vergelijkbaar en hebben ook gedeeltelijk onafhankelijk van elkaar inzicht in het spel waarmee als het ware door machtsvorming boven het niveau van de markt grote winsten kunnen worden gemaakt, bijvoorbeeld bij de handel in onroerend goed. Braudel laat zien hoe in de zeventiende eeuw Amsterdamse kooplieden door speculatie bijvoorbeeld grote hoeveelheden graan opkochten en oppotten in grote pakhuizen, waarna het graan de inzet werd van een exclusief spel waar alleen de machtigste kooplieden iets over te zeggen hadden. Ze stuurden het graan naar de meest uiteenlopende gebieden, buiten de reguliere markteconomie om, naar gebieden waar de prijzen van het graan door dreigende hongersnoden tot gigantische hoogten waren gestegen die in geen verhouding stonden tot de inkoopprijs.

Gevolgen

Er zijn allerlei analyses van de onroerend goed-markt. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) spreekt in een rapport over deze zogenaamde markt als “inherent zeer ondoorzichtig waarbij de kennis tussen aanbieders van onroerend goed en beleggers zeer scheef is”. Met name door professionele beleggers worden grote vraagtekens geplaatst bij de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatie die door aanbieders wordt verstrekt. In dit verband wordt vooral gesproken over belangenverstrengelingen bij beheerders en het ‘creatief’ omgaan met waardebepalingen.

De hoge kosten van de huur van bedrijfsruimte hebben grote gevolgen voor de ruimtelijke structuur en de aanwezigheid van voorzieningen in steden, dorpen en buurten. In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw waren er in alle dorpen en kleinere plaatsen bakkers, slagers en andere middenstand. Daarna kwam er een ontwikkeling op gang waarbij veel van deze middenstanders het financiële hoofd niet boven water konden houden vanwege oplopende kosten. De verkoop, zoals via winkels, werd met medewerking van de overheid op het gebied van ruimtelijke ordening geconcentreerd in specifieke winkelcentra, waar in een beperkt aantal straten veel winkels waren en waarbij op basis van die ruimtelijke structuur veel mensen in korte tijd op een centrale plaats samenkwamen om hun inkopen te doen, zodat de winkels in korte tijd een hoge omzet hadden en de oplopende kosten door efficiency en effectiviteitsslagen konden opbrengen. Daarmee was de afdracht van grote rendementen aan het eerste niveau, aan banken, projectgoedontwikkelaars en vastgoedbezitters, gewaarborgd.

Nu is er een nieuwe fase aangebroken, waarbij het financierskapitaal onveranderd zijn hoge rendementseisen blijft stellen en de prijzen van bedrijfspanden kunstmatig hoog blijft houden, maar de winkels in de koopgoten, waar massa’s mensen doorheen lopen, niet meer zoveel verkopen, omdat er door internet grote concurrentie is ontstaan met online shops die de hoge lasten van de winkels in de koopgoten kunnen vermijden. Op zich zouden die winkels en winkelketens wel rendabel kunnen zijn, als ze de aasgieren van de hedgefunds en dergelijke niet op hun nek hadden zitten en als de onroerend goed-prijzen zouden dalen. Maar dat gebeurt tot nu toe niet. Het gevolg is een verloedering van hele winkelstraten, met grote gaten erin waar niets meer gebeurt en met een totale afbraak van een voorzieningenniveau op een menselijke maat. Dat wordt versterkt door de fusiegolf in bijvoorbeeld de gezondheidszorg, een beleid dat wordt bevorderd door een op collectieve voorzieningen bezuinigende overheid onder leiding van de VVD. Steeds strakker wordt de dienstverlening afgesteld op het in een zo kort mogelijke tijd helpen van een zo groot mogelijke groep mensen op schaarse centrale plaatsen. Of dat beleid op den duur het financierskapitaal de krankzinnige rendementen van dertig procent en meer op het kapitaal per jaar zal blijven opleveren, is sterk de vraag. En wat gebeurt er dan? Op naar de volgende crash.

Piet van der Lende
(Dit is een iets geredigeerde versie van het artikel dat eerder op Konfrontatie verscheen)

Noten

  1. In 2004 werd bekend dat Vendex KBB NV zou worden overgenomen door een groep investeerders, namelijk Kohlberg Kravis Roberts & Co (KKR), Change Capital Partners en AlpInvest Partners (verenigd in het consortium VDXK Acquisition BV onder leiding van KKR). Later stapte Change Capital uit VDXK. In juli 2004 werd Vendex KBB definitief overgenomen door VDXK nadat alle aandelen in handen van de groep kwamen. Rond 2010 werd V&D verkocht aan Sun European Partners (onderdeel van Sun Capital Partners). Tientallen winkelketens zijn op deze manier in handen gekomen van private-equity-fondsen, hedge-funds, en dergelijke.
  2. Van de werken van Braudel zijn ook vertalingen in het Nederlands verschenen. Zoals zijn trilogie met de hoofdtitel “Beschaving, economie en kapitalisme (15e-18e eeuw)”. Deel 1 heeft als titel: “De structuur van het dagelijks leven”. Deel 2 heeft als titel: “Het spel van de handel”. Deel 3 heeft als titel “De tijd van de wereld”. Op de driedeling van de economie wordt ingegaan in het voorwoord van deel 1 en op blz 429 van deel 2: “Nogmaals de driedeling”.
]]>

zondag 10 januari 2016

Armoede in Nederland

Piet van der LendeOver de armoede in Nederland is al decennia lang veel geschreven en gediscussieerd. Zonder overigens tot veel verandering geleid te hebben. Op 16 december 2015 verscheen er een nieuw rapport, met veel cijfers over de actuele stand van zaken: “Armoede en sociale uitsluiting 2015”. Afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voornaamste conclusie: het CBS kiest voor een eigensoortige armoedegrens, de ‘lage inkomensgrens’. Globaal heeft één op de tien huishoudens in Nederland een laag inkomen, dat zijn 734.000 huishoudens. Het aantal mensen dat daarvan deel uitmaakt steeg in 2014 met 27.000 tot bijna 1,5 miljoen (9,2 procent van de bevolking). Groepen die eruit springen zijn migranten en éénoudergezinnen in de bijstand. Verder neemt het aantal mensen dat langdurig van een laag inkomen moet leven, gestaag toe. In 2014: 217.000 huishoudens, vier jaar achtereen. Dat zijn er 24.000 meer dan in 2013.

Ontkenners

Kunnen we uit deze cijfers concluderen dat er armoede is in Nederland? In de discussie hierover zijn globaal twee kampen te onderscheiden. 1) Zij die de armoede en ellende aan de kaak stellen en bijvoorbeeld via de sociale media met duizenden concrete voorbeelden komen; vergezeld door tv-programma’s als “De Monitor” en kranteninterviews die de soms barre leefomstandigheden van veel mensen schetsen. 2) De armoede ontkenners die zich nauwelijks laten beïnvloeden door het eerste kamp. Hun standpunt wordt treffend samengevat door de directeur-generaal van het CBS in het genoemde rapport:“Omdat de inzichten van wat armoede precies is subjectief zijn, spreekt CBS niet van arme huishoudens. Door armoede in een breed maatschappelijk perspectief te plaatsen, maakt CBS de complexiteit van het verschijnsel zichtbaar. In Nederland is armoede geen kwestie van fysiek overleven. Iedere burger heeft in beginsel een dak boven zijn hoofd, hoeft geen honger te lijden, kan zich deugdelijk kleden en heeft toegang tot medische zorg. Armoede, of beter gezegd inkomensarmoede is gedefinieerd als het hebben van onvoldoende geld (inkomen) om een bepaald consumptieniveau te realiseren dat in Nederland als minimaal noodzakelijk wordt geacht.”Armoede is volgens het CBS dus een relatief begrip en in Nederland is de lage inkomensgrens hoog genoeg. Ach, die minima, ze klagen wel, maar iedereen heeft alle basisvoorzieningen en vanwege een heel hoog welvaartsniveau kijken ze naar de rijken en zeggen: dat wil ik ook. En dan voelen ze zich arm, maar zijn het niet. Het is maar een subjectieve interpretatie, omdat ze het hoge consumptieniveau van veel Nederlanders niet kunnen halen.

Werkelijkheid

Het CBS rapport gaat onder andere over inkomensstatistieken, welke groepen vallen in welke categorie en hoe lang. De mensen en omstandigheden achter die cijfers worden aan de kant geveegd. Hier een blik op de werkelijkheid.Of iedere burger “in beginsel” een dak boven het hoofd heeft, is aan de 25.000 daklozen niet gevraagd. Inderdaad, velen van hen weten voor de nacht een bed te bemachtigen, in de opvang of tijdelijk bij familie en vrienden. Maar daar houdt het dan wel mee op.Het aantal klanten van de voedselbank steeg in 2014 ten opzichte van 2013 met 11 procent, bijna 100.000 mensen.Het CBS zegt dat iedereen toegang heeft tot medische zorg, maar zonder dat te vragen aan de 330.000 mensen die in 2015 hun zorgverzekering niet konden betalen. Ook dit aantal is de laatste jaren sterk gestegen. In 2010 betrof het nog 267.000 mensen. Met een achterstand van zes maanden of meer vallen ze onder de Regeling Wanbetalers en resteert het recht op vergoedingen uit de basisverzekering. En dan zijn er nog zo’n 30.000 onverzekerden.Ruim één op de zes mensen heeft schulden. Schattingen spreken van problematische schulden bij ongeveer een half miljoen mensen. Ze kunnen er zelf niet meer uitkomen, maar slechts de helft is betrokken bij de schuldhulpverlening.En wat te denken van de geschatte anderhalf miljoen inwoners van ons land die analfabeet of laaggeletterd is en van de chronische werkloosheid sinds het begin van de jaren tachtig?

Leven op de grens

Deze verontrustende cijfers zijn in het CBS rapport niet te vinden en vallen dus buiten de analyse. Toch levert het CBS heel wat cijfers. In de eigen persberichten leiden ze tot koppen als: “Aantal daklozen licht gedaald”, “Werkloosheid behoorlijk minder”. Boven een hoofdstukje in het rapport “Risico op armoede bij huishoudens in 2014 nauwelijks gestegen, lichte daling verwacht in 2015 en 2016”. Kranten als de Telegraaf en de Volkskrant sluiten daar op aan in vette koppen “Armoede in Nederland in 2014 niet gestegen. Daling verwacht”.Ja, dan hebben we het over huishoudens, maar zoals hiervoor al gemeld: het aantal mensen (individuen) dat op of beneden de lage inkomensgrens moet leven is in 2014 wel degelijk fors toegenomen. Daarnaast is veel over de leefomstandigheden van onze inwoners gewoon onbekend. Naar schatting zijn 134.000 jongeren buiten beeld. Ze werken niet, gaan niet naar school, wonen bij ouders of vrienden of zijn dakloos, leven op de pof zonder uitkering en staan niet ingeschreven als werkzoekend. Alleen al in Amsterdam gaat het om 12.000 jongeren.De armoede ontkenners zullen zeggen dat er een zekere doorstroom is en het allemaal niet zo somber is. Zo is driekwart van de voedselbankklanten binnen een jaar weer weg. Maar dit betekent ook dat veel meer huishoudens dan de 100.000 gebruikers van de voedselbank op een grens leven. Juist door de doorstroom gaat het in de loop der jaren om een veelvoud van dat aantal. Dat veel mensen in Nederland op de rand staan wordt ook duidelijk, als we bedenken dat volgens enquêtes een kwart van de huishoudens in Nederland niet opgewassen is tegen een onverwachte uitgave van 850 euro.Na bijna veertig jaar de liberale VVD vrijwel onafgebroken in de regering en een PvdA die zich daaraan uitlevert, heeft een neoliberaal beleid van privatisering, bezuiniging en afbraak van de sociale zekerheid diepe sporen nagelaten in de Nederlandse samenleving. Meer dan ooit blijkt het dogma van de zogenaamd vrije markt geen ontplooiingsmogelijkheden te bieden voor allen en voor velen te leiden tot een perspectiefloos bestaan.]]>