pagina's

zaterdag 2 mei 2009

De mobiele picknicktafel tijdens de kermis op de Nieuwmarkt


Zaterdag 28 april weer op de Nieuwmarkt geweest. Een zonnige dag met koel weer. Het was vandaag kermis op de Nieuwmarkt, dus we konden niet op onze vaste plek staan. Dan maar naar de andere kant. Hier kwamen weer vogels van allerlei pluimage op af. Er waren optredens van de saxofonist Antonio en van Harrie Wetterhahn, die gedichten voorlas. Een Roemeense accordionist is inmiddels een vaste bezoeker van de mobiele picknicktafel. Henk Kroon las ook gedichten voor en er werden mensen op straat geinterviewd, over of ze wel eens droomden van de economische crisis. Een nachtmerrie misschien? Een danseres kwam ook op de mobiele picknicktafel af en vertelde een nachtmerrie. Dat deden andere mensen ook. Twee gepensioneerden vertelden over hun ervaringen in andere crisissen zoals tijdens de Tweede wereldoorlog. Verschillende mensen maakten gebruik van de mogelijkheid om te golfen en ik had contact met een student van de Universiteit van Amsterdam die bezig is met een onderzoek naar arbeidsomstandigheden van vrouwen, die door rijke gezinnen in Nederland uit het buitenland gehaald worden om het huishouden te doen. (De zogenaamde domestic workers) Verschillende mensen vulden hun naam en email adres in voor de mailinglijst van de mobiele picknicktafel. Een deel van de conversaties ging weer in het Engels, vanwege de vele toeristen die op de picknicktafel afkwamen.]]>

vrijdag 24 april 2009

Stemwijzer voor de Europese verkiezingen geintroduceerd

de stemwijzer voor de Europese verkiezingen geintroduceerd. Door het Instituut voor Publiek en Politiek. Bent u een beetje een warm voorstander van internationale samenwerking? Ja? Hebt u ooit overwogen D’66 te stemmen? Misschien niet. Vul dan de stemwijzer in en grote kans dat u uitkomt bij D’66. Ik tenminste wel. De Eurofielen van Groen Links kwamen bij mij pas op de vierde plaats. En de SP en de PvdA nog veel lager. Vul ook de stemwijzer in en ontdek dat u eigenlijk een D’66-er bent, dus een liberaal. Wist u dat niet? Ik ook niet.]]>

donderdag 23 april 2009

De mobiele picknicktafel in de Corvershof


Afgelopen dinsdag 21 april waren wij met de mobiele picknicktafel in de Corvershof. Een prachtig landhuis met grote tuin midden in de stad, op een steenworp afstand van de Stopera op het Waterlooplein. Uniek dat dit complex niet ten prooi is gevallen aan de macht van de projectontwikkelaars. De diaconie van de PKN, de eigenaren van het complex hebben er goed op gepast. In een stralende zon werd de picknicktafel opgezet en dit keer waren de ambassadeurs van de daklozen in Amsterdam te gast. We luisterden naar engelstalige liederen van een zangeres, die duidelijk een professionele opleiding heeft genoten, maar die nu vaak te vinden is bij de ingang van de Albert Hein in de Kinkerstraat om wat muntjes bij elkaar te sprokkelen. Iets minder professioneel, maar met groot enthousiasme brachten enkele vertegenwoordigers van het daklozenkoor, ‘de straatklinkers’ nederlandstalige liederen ten gehore. Zoals ‘waar de klok van Arnemuiden’en andere bekende nummers. Simon had echt zijn dag in het opvoeren van enkele theatrale acts en Noud en Roelie, helemaal uit Leeuwarden gekomen, bakten weer overheerlijke pannekoeken. Eddy bracht als Amerikaanse woudloper enkele Amerikaanse songs ten gehore. Hij begeleidde zichzelf daarbij op de banjo. Er werden vele contacten gelegd en discussies gevoerd. Enkele onderzoeksters van de Universiteit van Amsterdam interviewden de bezoekers en er werd gediscussieerd over de economische crisis, waarbij verschillende aanwezigen met persoonlijke verhalen kwamen over wat voor gevolgen de crisis voor hen heeft. Een geslaagde dag!]]>

Sociale rechercheurs en handhavers van gemeenten overtreden op grote schaal de regels die door het Rijk zijn vastgesteld.

Persbericht Bijstandsbond 23-04-2009Buurtonderzoek en observatie van sociale rechercheurs mogen alleen na toestemming van Officier van Justitie. Handhavers die een huisbezoek afleggen hebben helemaal geen bevoegdheden voor een buurtonderzoek. De regels worden standaard overtreden. Rechten van clienten geschonden.Afgelopen dinsdag heeft staatssecretaris Klijnsma wetszijzigingen in de Wet Werk en Bijstand, de Kinderbijslagwet, de AOW en enkele andere wetten naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit moet het mogelijk maken dat uitkeringsgerechtigden verplicht zijn aan een huisbezoek ter controle van vermogen en leefsituatie vast te stellen. Bij de stukken zit een nader rapport naar aanleiding van een reactie op het wetsvoorstel van de Raad van State. De titel van het rapport is ‘Nader rapport inzake het voorstel van wet houdende een regeling in de sociale zekerheid van de rechtsgevolgen van het niet aantonen van de leefsituatie na het aanbod van een huisbezoek’.Uit dit rapport blijkt, dat controleurs en handhavers die een huisbezoek afleggen geen bevoegdheden hebben voor observatie en buurtonderzoek. Alleen sociale rechercheurs hebben die bevoegdheid,maar pas na toestemming van de Officier van Justitie. In de praktijk is onze ervaring, dat handhavers bij een huisbezoek ter voorbereiding of na afloop af en toe nader vragen gaan stellen bij de buren. Dat zij die bevoegdheid hebben is in Amsterdam zelfs officieel beleid. De staatssecretaris zegt nu dat ze die bevoegdheid niet hebben. Ook komt het veel voor, dat sociale rechercheurs observeren of een buurtonderzoek doen zonder eerst toestemming te vragen aan de Officier van Justitie. Gemeenten en uitvoerende instanties overtreden daarmee op grote schaal de regels die door de overheid zijn vastgesteld.De letterlijke tekst uit het rapport:‘De Raad noemt alternatieve middelen die het uitvoeringsorgaan ter beschikking staan om informatie te verkrijgen, zoals observatie en buurtonderzoek. Het kabinet wijst er echter op dat dit ingrijpende zaken zijn die voorbehouden zijn aan personen met opsporingsbevoegdheid. Controleurs van het UWV, de SVB en gemeenten hebben geen bevoegdheden zoals stelselmatige observatie en buurtonderzoek. Opsporingsmedewerkers van het UWV en de SVB hebben slechts beperkte bevoegdheden die zij alleen mogen gebruiken wanneer er een vermoeden is van fraude door een cliënt. Zij mogen de identiteit van een persoon vaststellen, de administratie van die persoon inzien en een PV opmaken. Verdergaande bevoegdheden mogen alleen worden ingezet met toestemming van de Officier van Justitie. Dit geldt eveneens voor de sociale rechercheurs die door de gemeenten worden ingezet. Bij controles mag geen gebruik gemaakt worden van opsporingsbevoegdheden zoals stelselmatige observatie en buurtonderzoek. Verder wordt er op gewezen dat voor de inzet van de desbetreffende opsporingsbevoegdheden uiteraardniet de instemming van de verdachte nodig is. Dit in tegenstelling tot het voorgestelde huisbezoek. Hierbij gaat het niet om de inzet van een opsporingsbevoegdheid maar om een controlemiddel, een methode om de rechtmatigheid van de geclaimde (hogere)uitkering vast te kunnen stellen, waarbij een kernelement is dat hierbij toestemming van belanghebbende is vereist alvorens binnen te kunnen treden. ‘
]]>

vrijdag 17 april 2009

17 april 2009 debat georganiseerd door de Alliantie voor een Rechtvaardig Amsterdam (ARA) over de verarming in de hoofdstad en wat ertegen te doen

17 april 2009 debat georganiseerd door de Alliantie voor een Rechtvaardig Amsterdam (ARA) over de verarming in de hoofdstad en wat ertegen te doen

Aanvang 19.30 uur. Mansveltschool, Bos en Lommer bij Admiraal de Ruyterweg,  Karel Doormanstraat 125. Tramlijnen 12 en 14. Halte Karel Doormanstraat.

Forumdebat met

  • Rutger Koopmans (een van de schrijvers van het rapport ‘Weg uit de armoede’.)
  • Piet van der Lende (Alliantie voor een Rechtvaardig Amsterdam (ARA)
  • Rutger Groot Wassink (FNV)
  • Hans Krikke (Discussieleider van de avond, Diakonie van de PKN in Amsterdam)

Het rapport ‘Weg uit de Armoede’ is geschreven door een commissie in opdracht van de gemeente Amsterdam. Het rapport zal het uitgangspunt vormen voor het beleid van de gemeente in de toekomst.

De commissie komt met vijf voorstellen:1. Stel armoede duurzaam bestrijden als doel en benoem het gewenste resultaat. Reductie van armoede met 50% in een beperkt aantal jaren.2. Ontwikkel trajecten gebaseerd op een tweezijdig sociaal contract.3. Ontwikkel een Amsterdams offensief tegen armoede. Door een maatschappelijke coalitie aan te gaan met betrokken maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven kan gezamenlijk de strijd tegen armoede worden aangebonden.4. Reorganiseer de schuldhulpverlening.5. Het is nodig de huidige regelingen in het kader van het armoedebeleid te ontschotten. Door het geheel van voorzieningen en regelingen in het kader van het huidige armoedebeleid waar mogelijk open te breken wordt de mogelijkheid gecreëerd om maatwerk te realiseren. Dat vraagt ook om een investering vanuit andere middelen, bijv. uit het WWB-Werkbudget, waar het activiteiten op het terrein van re-integratie en sociale activering betreft.

Tijdens de discussie zullen we bespreken wat we van de voorstellen vinden. Behalve Rutger Koopmans zullen ook enkele andere schrijvers van het rapport aanwezig zijn.

]]>

donderdag 16 april 2009

Verslag van het bezoek aan het Europarlement op dinsdag 14 april 2009

Op dinsdag 14 april hebben ongeveer 25 leden van het Europese netwerk van de Euromarsen tegen werkloosheid, armoede en sociale uitsluiting een bezoek gebracht aan het Europees parlement op uitnodiging van Euro parlementariër Helene Flautre van de fractie van de Groenen. Er waren delegaties uit Frankrijk, Nederland, België en Duitsland. Nadat wij de nodige veiligheidsmaatregelen hadden doorstaan begon enigszins verlaat het programma. Eerst vergaderden wij in een grote zaal met professionele tolken, comfortabele fauteuils en alle faciliteiten (wat een luxe) onder elkaar ter voorbereiding van het gesprek met Europarlementariërs.Hiernaast het forum tijdens de discussie met de Europese parlementariers. Tweede van rechts Helene Flautre, helemaal rechts Gaby Zimmer.Michel memoreerde bij zijn inleiding enkele resultaten van ons nu alweer ruim tien jaar bestaand netwerk. Het is begonnen met de zogenaamde verklaring van Florence en enige tijd later de grote demonstratie in Amsterdam en de wandeltochten van werklozen, daklozen en andere mensen met een minimuminkomen vanuit verschillende windstreken naar Amsterdam in 1997. Als resultaat van onze acties en ook druk van de Franse regering (die weer onder druk stond van acties in eigen land) stond het werkgelegenheidsbeleid voor het eerst op de agenda van de top van regeringsleiders. Sindsdien zijn er verschillende ontwikkelingen geweest (oa werkgelegenheidstoppen in Luxemburg met grote demonstraties daarbij). Een volgend belangrijk feit was echter het proces van Lissabon, dat tot de Lissabon akkoorden geleid heeft. Wij zagen als gevolg van deze akkoorden een toename van precaire arbeidsverhoudingen in Europa. De werklozenorganisaties en vakbondsgroepen hebben fel geprotesteerd tegen deze akkoorden en de gevolgen daarvan, oa in Frankrijk en in Duitsland de maandag-acties, maar dit heeft niet tot resultaat geleid. We zijn nu weer in een nieuwe fase beland. De economische en financiële crisis zal leiden tot nieuwe verslechteringen van de leefsituatie van miljoenen mensen. De werkloosheid stijgt exponentieel en velen worden ontslagen. We moeten ons afvragen hoe we ons in deze nieuwe situatie gaan opstellen. Niemand heeft het ultieme heelmiddel. Daarbij hoort de vraag hoe onze betrekkingen met de politiek en de vakbonden er op dit moment uitzien.In het kader van bovenstaand resumé hebben we het voorstel, in het tweede half jaar van 2010, zo rond de 17e oktober, dag van de strijd tegen de armoede, weer ‘Sternmarsche’ te gaan organiseren, dit maal gericht op Brussel. Er zijn verschillende netwerken, die hiervoor voelen cq al mee bezig zijn. Wij zouden als Euromarsen in het najaar van 2009, een grote conferentie kunnen beleggen, ook rond 17 oktober, waar het initiatief voor 2010 wordt gelanceerd. Wel zullen we coalities moeten aangaan met vakbonden en politieke groeperingen, waarbij we ook op lokaal niveau de organisatie ter hand nemen, contacten leggen en animo proberen te vinden. Daarbij zullen we moeten aansluiten bij allerlei initiatieven, die vanaf dit moment worden genomen. In mei is in Frankrijk een grote bijeenkomst over de bestrijding van de werkloosheid. We kunnen daar ons voorstel voor een initiatief voor 2010 inbrengen. Er wordt nog kort iets gezegd over het ook in Europese landen weer opkomend protectionisme, het verder opkomend racisme en manieren waarop werknemers tegen elkaar worden uitgespeeld.Discussiebijdragen

  1. Iemand zegt dat we eerst beter de feiten van de crisis op een rijtje moeten zetten, als netwerk, en dat we dan met concrete alternatieven moeten komen om de werkloosheid te bestrijden. Maar hij is voorstander van het organiseren van een conferentie in het najaar, zoals Michel genoemd heeft. Daar zal de ontwikkeling van de crisis en de alternatieven ervoor aan de orde moeten komen.
  2. Christiane uit Charleroi verteld over activiteiten van werklozengroepen in haar regio. Positief is dat ze een bijeenkomst hebben gehad, waar ook de eerste Vlaamse werklozencomités aanwezig waren. Op die manier ontstaan er nieuwe contacten tussen Waalse en Vlaamse werklozen, die nu ook massaal worden ontslagen. De aanleiding voor deze ontwikkeling mag dan negatief zijn, de nieuwe contacten zijn positief.
  3. Ingrid uit Thuringen geeft aan dat we bij het analyseren van de feiten over de crisis en wat er nu tegen gedaan wordt moeten constateren, dat via een andere verdeling van de financieringsbronnen nu geprobeerd wordt de mensen te verdelen. Er worden verschillende maatregelen in verschillende intensiteit genomen voor mensen die pas ontslagen zijn en de langdurig werklozen blijven met lege handen achter, voor hen wordt veel minder gedaan, zij hebben minder prioriteit. Dat is een schande.
  4. Piet uit Nederland brengt naar voren, dat ook in de huidige crisis men in feite de lijn van de Lissabon akkoorden doortrekt als oplossing voor de werkloosheid. En dat we moeten blijven uitgaan van onze kritiek daarop. Men probeert niet echt werkgelegenheid te creëren, of  nieuwe vormen van activiteiten op te zetten geredeneerd vanuit de werklozen zelf in een economie met andere doelstellingen,  maar er wordt eenzijdig gefocust op het klaarstomen van werklozen voor de bestaande arbeidsmarkt, waarbij mensen niet meer werkloos zouden zijn maar tijdelijk tussen twee banen in zitten. In dit kader worden repressieve programma’s opgevoerd en zoals al gezegd een verdeling qua maatregelen tussen verschillende groepen werklozen tot stand gebracht.
  5. Frank uit Brussel constateert dat er momenteel ook een stijging is van de nog verborgen werkloosheid. Mensen worden in trajecten gezet, middels gedeeltelijke arbeidstijdverkorting oa, waardoor ze nog gedeeltelijk (tijdelijk) werk hebben. Frank heeft op de blog van de Euromarsen een bericht gepost over een kritische reactie van een centrale van het ABVV, die een heel goede analyse hadden van het huidige probleem. Wat in de inleiding van Michel al naar voren kwam noemt hij ook: we zullen moeten kijken, is er verzet, hoe ontwikkelt zich dat en wat zijn de resultaten, ontwikkelt zich een brede solidariteit en hoe kunnen we daarbij aansluiten. Als voorbeeld noemt hij de bezettingen van Visteon in Engeland. Daar heeft hij ook een filmpje van op de blog gezet. Hij memoreert ook dat er een Europese oplossing moet komen. Het gevaar bestaat van sociale dumping, dat landen met elkaar gaan concurreren op slechte arbeidsvoorwaarden en omstandigheden en bezuinigingen op sociale zekerheid. In dit verband kan gezegd worden, dat wij de afgelopen tien jaar een analyse en een aantal eisen hebben ontwikkeld die op Europees niveau zouden moeten worden gerealiseerd. Eisen op het gebied van werkloosheidsbestrijding, garanties voor een sociaal minimum, etc. Dat maakt deel uit van onze identiteit. Daarom stelt hij voor de Europarlementariërs te vragen hoe zij daarover denken. Dan kunnen wij vanuit de sociale bewegingen en de politici over en weer daarover discussiëren. Is dit een punt waarover in de komende tijd wellicht een politieke strijd gaat ontbranden, of jagen wij een illusie na, een utopie, waar weinigen belangstelling voor hebben?
  6. Hans uit Thuringen zegt dat het een feit is dat de werkloosheid niet in die mate stijgt als de crisis om zich heen grijpt. Er zijn in Duitsland korter werken regelingen in combinatie met werkloosheidsuitkeringen of vergoeding van loon daaruit ingevoerd. Maar dat zal men niet lang kunnen volhouden. In Thuringen is een grote automobielindustrie. Die staat op instorten. We moeten erover gaan nadenken, hoe we in de huidige situatie de armoede aanpakken. En hoe we onze eisen naar voren brengen. In Duitsland is op 28 maart een beweging op gang gekomen met demonstraties in Frankfurt en Berlijn. Vanuit die beweging zijn conferenties in voorbereiding waarin de vraag centraal staat hoe we het kapitalisme kunnen veranderen om dergelijke crises te voorkomen. We keren in dit systeem steeds terug naar periodieke crises van overproductie, we rollen van de ene crisis in de andere. In Duitsland is in mei een grote conferentie van de vakbonden waar ook centraal staat hoe moeten we dit kapitalisme nu zien. De overproductie en de winsten moeten aan banden gelegd worden. We zullen het erover moeten hebben, opnieuw, hoe we de verdeling van de rijkdom vorm geven. Als je het systeem stabiel wilt maken, moet je een andere verdeling van de rijkdom hebben.
  7. Iemand uit Frankrijk brengt naar voren, dat de werklozen cq de Europese burgers de enigen zijn, die de maatregelen die de regeringen en hun bureaucratieën nemen in zijn totaliteit ervaren. Wij moeten tegen de politici zeggen: wij zijn de enigen die werkelijk in zijn totaliteit ervaren wat al die maatregelen betekenen, dat komt allemaal samen in ons persoonlijk leven. Van die kennis moeten jullie gebruik maken. Daarom moeten er overlegstructuren gecreëerd worden waaraan de werklozen deelnemen.
  8. Laurent uit Frankrijk  bevestigd de opmerkingen van Piet over de verdragen van Lissabon en de repressie op de werklozen die van daaruit wordt gemotiveerd. We moeten ook zelf een route ontwikkelen om vanuit de verschillende landen ervaringen daarover uit te wisselen en op basis daarvan een actieplan samenstellen. We moeten vanuit onze kritiek op de maatregelen om te proberen de arbeidsmarkt te flexibiliseren zeggen: kijk waar het proces van Lissabon ons nu heeft gebracht.
  9. Ook iemand anders bevestigt, dat de werklozen worden aangevallen, niet de werkloosheid. We moeten daarbij voorstellen doen voor een andere regelgeving en alternatieven aandragen. Hoe moet er werkgelegenheid komen dicht bij de mensen. Als we geen voorstellen doen, blijven we in de verdediging
  10. Weer iemand anders vindt dat we uit moeten gaan van onszelf. We moeten niet alleen vragen stellen aan de Europarlementariërs we moeten vertellen wat wij te zeggen hebben en hen daarmee confronteren
  11. Rogier uit Mulhouse van het ‘huis van de wereldburgers’ in die stad vertelt over concrete projecten die hij samen met anderen opzet en waarbij ook over de grens, oa met werklozen uit Basel en Duitsland dingen worden opgezet. In de beginperiode van de Euromarsen zijn uit verschillende grensstreken mensen bij elkaar gaan zitten die sindsdien nog steeds maandelijkse ontmoetingen hebben. Samen met het Werklozen Forum uit Basel is zelfs een activiteit  in Marokko georganiseerd, samen met een werklozen Forum in dat land. Zij streven naar een grensoverschrijdende burgerrechtenbeweging. In Basel en Mulhouse zijn verschillende initiatieven van werklozen, oa coöperatieve restaurants, waarbij een soort uitwisselingssysteem met bonnen is opgezet waarbij geld een ondergeschikte rol speelt en waarbij men bij elkaar op bezoek kan gaan in de restaurants. 13 juni is in Basel een solidariteitsmarkt, waar bewegingen uit de verschillende grensstreken hun activiteiten tonen. Iedereen is welkom.
Tot slot stellen we de lijst samen van de aanwezigen die een vraag stellen cq opmerking maken tijdens het overleg met de Europarlementariërs.Dit onderdeel van het programma start kort daarna. Helene Flautre en Gaby Zimmer nemen naast Michel plaats achter de tafel. Er komen ook andere euro parlementariërs binnen. Helene Flautre houdt eerst een inleiding. Zij zegt dat er gestreefd moet worden naar een ecologische omzetting van de economie. Die tot meer welzijn voor de mensen  leidt. We moeten in plaats van concurreren samenwerken, streven naar soberheid, samen delen en niet uitgaan van de grote winsten en het profiteren op korte termijn. Er zijn veel mogelijkheden voor banen in bijvoorbeeld de biologische landbouw, in plaats van de eenzijdig op maximale productiegerichte landbouw nu. Wanneer we dat bevorderen is dat goed voor meer banen, een behoud van het cultuur- en natuur landschap en dat gaat ook meer uit van internationale solidariteit en het milieu.Een tweede voorbeeld is de energievoorziening. Ook daar ligt een groot potentieel aan banen. Men focust nu op meer kernenergie, de tweede generatie kerncentrales. Onderzoeken hebben uitgewezen dat het focussen op alternatieve vormen van energie twintig maal zoveel banen oplevert als kernenergie. We kunnen bezig zijn met bijvoorbeeld het isoleren van huizen. Dat soort maatregelen is een veelbelovend scenario. We moeten streven naar een nieuw Europa, niet dat van de concurrentie, maar een nieuwe dynamiek, met nieuwe ambities. We willen het huidige stabiliteitspact veranderen, maar wat we ook willen is een soort sociaal en milieu pact dat op Europees niveau net zo dwingend wordt als het stabiliteitspact. Wat de sociale paragrafen betreft moeten we er daarbij ten eerste van uitgaan dat arbeidstijdverkorting een absolute prioriteit moet hebben. Vrouwen met flexibele (deeltijd) banen worden als eersten door de crisis getroffen. Ze vertelt over haar standpunten mbt de arbeidstijdenrichtlijn. Ze rekent daarbij op de steun van de werklozenorganisaties die eigenlijk degenen kunnen zijn die dit goed op de politieke agenda zetten. Verder is belangrijk dat de toegankelijkheid van de dienstverlening goed geregeld is, waarbij die dienstverlening een goede kwaliteit moet hebben. Er moet op tafel komen dat die diensten toegankelijk zijn voor iedereen.2010 zal het jaar zijn van de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting. Dan zal er discussie komen over Europese richtlijnen voor een sociaal minimum. Wat haar betreft moet een dergelijke richtlijn deel uitmaken van het sociale en milieupact. Het is daarmee verbonden, maakt er integraal onderdeel van uit. We moeten een ander perspectief kiezen, iets zetten tegenover het liberale productie fanatisme.Gaby Zimmer vindt het belangrijk dat mensen die in armoede leven zelf zeggen: we komen in verzet, we willen dit niet meer, dan kunnen wij als Europarlementariers ook wat doen. De politiek van de EU is er niet op gericht, de armoede werkelijk te bestrijden. Volgens de officiële EU armoedegrens heeft 16% van de mensen die in armoede leven minder dan die norm. Dat is 60% van wat gemiddeld in een land verdiend wordt, dat zijn 80 miljoen mensen. Zij memoreert haar ervaringen met de Euromarsen en het verzet in Duitsland tegen d e Harz akkoorden. Wij zullen het erover moeten hebben hoe we de druk van de mensen die in armoede leven kunnen vergroten. Wij kunnen daarbij een brug zijn naar het Europees parlement toe. De verergering van de crisis betekent dat de lasten massief op de schouders van de burgers worden gelegd. Zij noemt twee oorzaken als aanknopingspunt om dat te veranderen.
  1. Hoofdoorzaak van de financiële en economische crisis is dat de sociale kloof is toegenomen. Enerzijds groet de groep die weinig tot zeer weinig heeft, anderzijds is er een concentratie van macht en geld in handen van weinigen. Dit moet veranderen. Wanneer je dit uitgangspunt niet erkent, verval je als oplossing voor de crisis in cosmetische maatregelen.
  2. De commercialisering en uitbesteding, privatisering van openbare diensten. Dit moet worden teruggedraaid cq tegengehouden. Maar de signalen dat dit gaat gebeuren, zijn niet gunstig. Nog onlangs, dus terwijl de crisis al ene tijdje aan de gang is, heeft men gesteld dat een verdere privatisering van de pensioensystemen noodzakelijk is. (Naar ik begreep, maar het verhaal ging erg snel op dat moment, hebben de regeringsleiders dat onlangs op de laatste top besloten. Ik heb er niets over gelezen in de kranten) Ombouw en privatisering van de pensioensystemen zal de allerarmsten treffen, omdat zij geen geld hebben om te sparen en zelf te investeren in private systemen. In de Verenigde Staten is speculatie met de pensioengelden een van de oorzaken van de crisis. Uit de bovengenoemde ontwikkeling- streven naar privatisering van de pensioensystemen- blijkt dat de leidende politici de crisis nog niet begrepen hebben. We moeten streven naar een openbaar bewustzijn dat dit verandert. Ze zegt ook dat wat haar betreft ieder compromis over de arbeidstijden richtlijn tussen het parlement en de raad van ministers uitgesloten moet zijn. Er is ook nog geen overeenkomst. In mei schijnt een dergelijke richtlijn tot stand te moeten komen. De huidige situatie is beter dan een compromis.
Nu komen de vragen. Iemand wil meer informatie over hoe de parlementsleden de crisis willen aanpakken. Frank stelt vragen over een Europees minimuminkomen. Een norm, waarbij gestreefd wordt naar harmonisatie naar boven. Gaat dat inhoud krijgen?. Iemand wil meer overleg. De totaalervaringen van de werklozen bij het vaststellen van het beleid betrekken. Iemand stelt de vraag, of er bij oplossingen voor de crisis ook wordt nagedacht over toe-eigening van de productiemiddelen. Iemand wil weten hoe de Euromarsen en de parlementariërs achter de tafel elkaar wederzijds kunnen ondersteunen.Hele Flautre geeft als eerste antwoord. Zij is het ermee eens, dat ernaar gestreefd moet worden dat de werklozenorganisaties voluit deelnemen aan het debat. En dat de totaalervaringen van hen daarbij belangrijk zijn. Zo krijg je bij belangrijke beslissingen een heel ander beleid. Zij merkt op dat er niet een crisis is, maar vele crisissen. Milieu, energie, economisch, voedsel. We zullen een overkoepelend perspectief moeten bieden voor die veelheid van problemen. Ze is daarbij voor een totaalaantal. Ze zegt dat om dat te ontwikkelen de EU eigenlijk klem zit tussen de verschillende verdragen. Ze noemt het verdrag van Lissabon en de belastingparadijzen. Wat betreft het naasten van productiemiddelen zegt ze: ‘ik droom niet van een centraal geleide planeconomie, waarin alles centraal wordt geregeld, ik droom ervan op Europees niveau sociale en economische maatregelen (richtlijnen) te nemen, die participatie van burgers en burgerschap bevorderen. Er zijn reeds vele initiatieven, coöperatieve verenigingen ook op het terrein van de productie, welzijnsinstellingen en sociale instellingen. De aanpak van onderop van een solidaire en solidaire economie bestaat al. Daar moeten richtlijnen voor komen. Nu komt er voor die ontwikkeling onvoldoende steun vanuit de Europese instituties. Ze houdt een verhaal over de automobielindustrie en hoe daar de crisis op te lossen en dat de partijen er gezamenlijk uit moeten komen.Gaby Zimmer gaat verder in op de privatiseringen en hoe dat moet worden tegengehouden. Ook zij wil investeringen in sociale en ecologische ontwikkelingen. Zij noemt als voorbeeld Noorwegen, die heel andere maatregelen nemen dan in andere landen om de crisis op te lossen. Dat heeft tot gevolg dat de werkloosheid daar nog steeds laag is. Ze zegt dat ze gezamenlijke doelstellingen van het Europees parlement wil om een minimumloon in alle lidstaten in te voeren, op 60 % van het gemiddelde loon. Het Europees parlement blijkt 14 dagen geleden een dergelijke verklaring met twee derde meerderheid aangenomen te hebben. Wat meer is, in de verklaring staat ook dat er ene Europees sociaal minimum moet komen. En ook daarvoor wordt ene norm genoemd. Dit is het eerste document van het Europees parlement op dat gebied. Het is aan ons, om te zorgen dat het niet alleen een papieren verklaring blijft. Er wordt tenslotte nog gediscussieerd over de positie van NGO’s de voorwaarden daarvoor en het feit, dat op de gelden voor die groepen wordt bezuinigd.S’ middags hebben wij geluisterd naar een propagandapraatje van een Europarlement functionaris, die om de drie zinnen zei dat de verdeling van de machten in de EU allemaal heel eenvoudig was. ‘Cést tres simple’ zei hij steeds. Maar het propagandapraatje liep uit op een discussie in rad Frans over de onzin die hij verkocht. Daarna hebben we als Euromarsen weer vergaderd met tolken van het parlement over de verdere opzet van onze website.PvdLende 16/4/2009 
]]>

maandag 13 april 2009

Overleg Euromarsen

Vandaag ben ik naar Brussel voor overleg van de Euromarsen en een gesprek met Europarlementariers. Op de agenda staan de nieuwe website van de Euromarsen, de organisatie van een nieuwe assemblee van werklozen in Europa en de gevolgen van de economische crisis.]]>

zondag 12 april 2009

Modern bijgeloof, het complot en de controlemaatschappij

Dankzij de toepassing van natuurwetenschappelijke methoden is aangetoond dat demonen en heksen die rondwaren en de mensheid in hun greep houden, niet bestaan. Evenzeer geldt dat voor tovenaars, trollen en kabouters, Toch zijn er mensen die daar wel in geloven. Bij zo’n magische denkwijze kan alles waar of onwaar zijn, niets is wat het lijkt.
Aanhangers van vage theorieën over geesten, de invloed van zon en maan op het dagelijks leven, astrologie en andere modern spirituele opvattingen zijn vaak, door de vage betekenis die het begrip bewijs heeft, ook aanhanger van samenzweringstheorieën. Lees meer……http://tinyurl.com/cy5cta


]]>

De verdedigers van de vrije markt

Dixon in de vertaling van Menno Grootveld met als titel 'Vrije markt is niet oorzaakcrisis'. In het stuk wordt de vaak zich herhalende denkfout gemaakt die veel verdedigers van de vrije markt economie met haar concurrentieprincipe maken: het theoretisch model klopt wel, dat is de beste oplossing, leidt tot de meeste welvaart voor iedereen. Maar de regeringen, de bankdirecteuren, kortom de mensen zijn kortzichtig en deugen niet. Zij verstoren steeds het op zich juiste model. Wordt het dan niet tijd uit te zien naar een ander model? De redeneringen van het stukje kunnen tot aanvechtbare conclusies leiden. Omdat het model klopt, moeten de mensen aangepast, onderdrukt, gedisciplineerd worden in het model. De zogenaamde 'onderklasse', dus de mensen die in de concurrentie-economie buiten de boot vallen, ervaart dagelijks de gevolgen van dit soort denkfouten. Hugo Dixon is medewerker van www.breakingviews.com]]>

vrijdag 10 april 2009

Foto van de mobiele picknicktafel voor het oppimpen

Experimentele fase (3) Nu een foto opgestuurd met bijbehorende tekst in de onderwerpregel, die boven de foto komt. De tekst in de body van de email komt onder de foto.
]]>

zondag 22 maart 2009

Enkele opmerkingen over de economische crisis, de controlemaatschappij en het verzet ertegen

Je zou kunnen stellen dat we in een doorgeschoten controlemaatschappij leven. Koppelingen van databanken, uitbreiding van het politieapparaat, uitdijende gevangenissen en een zwerm van controleurs moet de burgers in het gareel houden. De bevoegdheden van al die instanties worden steeds meer uitgebreid. Onaangekondigde Huisbezoeken waarbij het recht op huisvrede wordt omzeild bij bejaarden en bijstandsgerechtigden, opname van hele huisgezinnen in een strak begeleidingsprogramma en geavanceerde signaleringstechnieken moeten gedetailleerde informatie verschaffen over wat de mensen doen en hoe ze leven. Het controlesysteem moet de mensen in het gareel houden, waarbij stigmatisering van bepaalde bevolkingsgroepen onvermijdelijk lijkt te zijn. Criminologen tonen keer op keer aan, dat in feite de criminaliteit en fraude niet is toegenomen en dat het gevoerde beleid ineffectief is. Maar men gaat door op de oude voet.

Sociologen gebruiken voor de beschrijving van de ontwikkelingen in de moderne controlemaatschappij wel de metafoor van het sociale panopticum. Dit is een voortdurende controle op het doen en laten van specifieke groepen in de maatschappij middels zoals hierboven reeds gezegd moderne technieken (bewakingscamera’s, koppeling van databanken, registratie van individuele kenmerken middels vingerafdrukken, etc). Dit wordt aangevuld met controle door allerlei overheids- en particuliere organisaties met een stoet van bewakers in dienst, zoals conducteurs, stadswachten en buurtvaders. De mensen moeten daarbij het gevoel krijgen, dat ze voortdurend worden waargenomen en dat door de autoriteiten als afwijkend gedefinieerd gedrag zal worden bestraft. Dit wordt gecombineerd met een ideologisch offensief dat de ontwikkeling en invoering van het panopticum moet rechtvaardigen. Men streeft naar illegalisering en criminalisering van gedrag dat de bedoeling heeft aan het panopticum te ontsnappen of om vorm te geven aan het samenleven van mensen buiten de principes van de kapitalistische markteconomie om. Dit geillegaliseerde en gecriminaliseerde gedrag wordt vervolgens streng bestraft.
Neoliberalisme
De doorgeschoten controlemaatschappij is opgekomen met de invoering van de neo-liberale politiek, gekenmerkt door rigoureuze invoering van het marktdenken in alle sectoren van de maatschappij. Dit marktdenken ging gepaard met een afbraak van de oude welvaartsstaat en bezuinigingen. Men kan deze neo-liberale politiek zien als een antwoord op de neergaande conjunctuur sinds midden jaren zeventig van de 20e eeuw. Een van de uitgangspunten die in de neo-liberale politiek opgeld doet is dat ieder individu op de markt zijn of haar eigenbelang moet nastreven. Het marktmechanisme zal de welvaart en het welzijn van iedereen het grootst maken. Dit geldt voor de mondige consument, die de stroom informatie met keuzemogelijkheden die op hem afkomt efficiënt kan managen en de meest rationele keuzes maken. Dit geldt voor de arbeidskracht, die zich op de flexibele arbeidsmarkt als de verkoper van het product arbeidskracht opstelt. Het individu dient zich te gedragen als ‘homo economicus’ die efficiënt reageert op prikkels (sancties en beloningen) van buiten. Het marktmechanisme regelt de organisatie van de productie, de verdeling van goederen en de inrichting van de maatschappij.
Qua uitgangspunt wil het principe van de homo-economicus echter twee tegenstrijdige dingen verenigen. Enerzijds moeten mensen zich gedragen als een individuele ondernemer of mondige consument die op de markt in een verder organisatorisch voor hem of haar ongestructureerde omgeving zelfstandig als ‘vrij’ individu zijn bestaan organiseert. Maar sommige mensen gaan in een ongestructureerde omgeving ‘doelloos rondzwemmen’ of  hun handelen blokkerende redeneringen opzetten, of de verkeerde organisatorische argumenten gebruiken. Voorzover ze deelnemen aan organisatorische en sociale verbanden zien ze zichzelf vaak als te belangrijk en zijn ze bang dat ze zelf uit beeld verdwijnen. Sommigen streven ernaar een eigen winkeltje op te zetten en niet samen te werken met anderen die hetzelfde doen. En ze anticiperen niet op mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Dit waren eigenschappen die sommige mensen altijd al hadden, maar de neo-liberale politiek heeft dit verergerd. Door de privatiseringen van allerlei hulpverleningsinstanties, particuliere verzekeringen en het verdwijnen van sociale verbanden gebaseerd op solidariteit komt een stroom informatie op het individu af van allerlei elkaar beconcurrerende instellingen. Daarbij moet men steeds opnieuw keuzes maken en een steeds uitgebreidere administratie bijhouden. Sommige mensen lukt dat niet. En soms is het ook niet te doen. Burgers hebben in strijd daarmee vaak van jongsaf op school geleerd te werken aan een omschreven deeltaak in een organisatie op basis van discipline van buitenaf. In dit verband wordt de maatschappij steeds tegenstrijdiger, want aan de ene kant wordt die discipline nog steeds gevraagd, doen wat je baas zegt, en zijn woorden voor zoete koek slikken, in een gestructureerde omgeving. Anderzijds betekent een flexibele arbeidsmarkt en de projectmatige en tijdelijke opzet van allerlei projecten waarin je tijdelijk kunt meedraaien dat je vanuit jezelf geredeneerd, in een ongestructureerde omgeving, ‘de maatschappij’, je eigen bestaan moet organiseren. Daarbij moet je de informatie die verkopers of anderen ter beschikking stellen in twijfel trekken en dus niet voor zoete koek slikken. Daarom zijn de work first projecten en andere disciplineringtrajecten ook zo verkeerd. Mensen leren daar de verkeerde dingen. Ze leren discipline, van buitenaf opgelegd, en gehoorzamen daaraan, verrichten op vaste tijden eenvoudige routinearbeid. Maar die discipline komt niet uit henzelf, ze leren niet hoe op een flexibele arbeidsmarkt die veel onzekerheid met zich meebrengt hun eigen bestaan in vrijheid te organiseren, met alle kennis en vaardigheden -ook van je eigen functioneren- die daarbij behoren. Daarom werken die projecten ook niet.
Nieuw revolutionair subject?
De vraag is, of vanuit de bovenomschreven tegenstrijdigheid de mensen die als vrije ZZP-ers of flexibele ondernemers en free-lancers in de soms kunstzinnige (media) sector opereren kunnen worden gezien als een betrekkelijk nieuw revolutionair subject dat rebelleert tegen de disciplinerende controlemaatschappij. Daarbij bronnen aanborend en benuttend die- bij solidarisering met uitgeslotenen- de mogelijkheid bieden voor massaal verzet. Ik denk van niet. Het grote probleem waar we voor staan is daarmee niet opgelost. Dit probleem is de blokkade van het handelen in sociale verbanden en collectieven vanuit bepaalde kritische opvattingen over de maatschappij. Ik kom daar nog op terug. Verschillende onderzoekers hebben in de huidige ontwikkelingen- de herstructurering van sociale relaties- de opkomst van nieuwe revolutionaire subjecten gezien. Hardt en Negri hebben betoogd, dat ‘immateriële arbeid’ steeds belangrijker wordt en zij ontwikkelden het concept van de ‘multitude’ waarbij de strijd niet meer zou gaan tussen kapitaal en arbeid maar tussen ingeslotenen en uitgeslotenen. Het zou te ver voeren, hier in te gaan op de discussies die het afgelopen decennium gevoerd zijn rond de begrippen ‘multitude’ of  ‘arbeidersklasse’ in vaak theoretisch ingewikkelde boeken voor een kleine minderheid.
Het gaat mij in dit discussiestuk om pragmatische argumenten geredeneerd vanuit de praktijk die de huidige blokkade tussen opvattingen (waarden) en actief handelen in sociale verbanden kunnen doorbreken. Daarbij zijn processen van insluiting en uitsluiting in mijn ogen nauw verbonden met de ontwikkeling van het kapitalisme.
Gemeenschapsdenken in sociale verbanden op basis van solidariteit
De innerlijke tegenstrijdigheid tussen gedisciplineerde ondergeschikte enerzijds en vrije mondige burger anderzijds is slechts oplosbaar door vormen van gemeenschapsdenken in de organisatie van de maatschappij waarin solidariteit tussen mensen de basis is voor overleg en samenwerking. Daarbij kunnen mensen door uitwisseling van niet-commerciële informatie en onderlinge taakverdeling bewust afwegen wat de gevolgen zijn van individuele keuzen voor de gemeenschap als geheel. Het welbegrepen eigenbelang moet soms opzij geschoven worden voor het groepsbelang en bewuste democratische keuzen van de groep bepalen dan wat geproduceerd of gedaan wordt. Het marktmechanisme speelt daarbij een ondergeschikte of geen rol. In feite proberen mensen dit voortdurend te realiseren ondanks de bovengenoemde moeilijkheden die ze daarbij ten aanzien van hun eigen functioneren en dat van anderen tegenkomen. Voortdurend proberen mensen gemeenschappen en groepen te vormen op basis van normen en waarden die afwijken van het marktdenken om een antwoord te geven op de innerlijke tegenstrijdigheden van dat markt denken in het kapitalisme. En voortdurend pogen overheden en ondernemers vanuit dat kapitalisme aanpassingen tot stand te brengen aan dit marktdenken. Voor wie er oog voor heeft zie je in dit opzicht voortdurend botsingen en spanningen op vele sociale niveaus. In feite is de doorgeschoten controlemaatschappij een methode om deze spanningen te managen en te beheersen en mensen ertoe te brengen zich als ‘homo economicus’ te gedragen. Verschillende sociale verbanden, organisaties en gemeenschappen worden daarbij niet gesteund of tegengewerkt of onschadelijk gemaakt. Met name gaat het daarbij om groepen waarbij een fundamentele kritiek op het kapitalisme of uitwassen daarvan wordt geformuleerd en waarbij die gemeenschappen dienen om verzet te organiseren en de innerlijke tegenstrijdigheden te politiseren. Andere sociale en organisatorische verbanden worden geïncorporeerd in het kapitalisme door middel van ‘governance’. Op dit begrip kom ik nog terug. De controlemaatschappij in het kapitalisme met de van buitenaf opgelegde discipline waaraan men moet gehoorzamen, reproduceert echter de tegenstrijdigheid in de benadering van het menselijk gedrag.
Structurering van sociale relaties in het neoliberalisme
De bovengenoemde ontwikkeling heeft de sociale relaties tussen mensen op een ingrijpende manier geherstructureerd. Het zou te vervoeren al de kenmerken daarvan te noemen.
Enkele punten wil ik naar voren brengen.
  1. Vaak zijn traditionele gemeenschappen met niet op marktdenken gebaseerde waarden en normen uit elkaar gevallen, zoals familie en buurtverbanden. Dat is een proces dat al bij de ontzuiling van Nederland is ingezet en een gevolg van moderniseringen, die niet alleen aan de ontwikkeling van het neoliberalisme zijn toe te schrijven. Tegelijkertijd moet worden gezegd dat veel van deze traditionele verbanden nog steeds springlevend zijn, denk maar aan de ‘bible-belt’. We zien echter in de jaren zestig, zeventig en tachtig nieuwe sociale bewegingen opgekomen, naast een hernieuwde bloei van de arbeidersbeweging, waarbij op basis van solidariteit tussen mensen burgers zichzelf politiek organiseerden en vanuit eigen organisaties hun emancipatie nastreefden. Met het naar voren komen van het geatomiseerde, mondige individu in het neoliberalisme zijn ook deze sociale bewegingen nagenoeg verdwenen. Daarvoor in de plaats kwam de politiek van ‘governance’. Staten en grote bedrijven zochten overleg met NGO’s die vaak wel ontstaan zijn in sociale bewegingen van onderop, maar die zich ontwikkeld hebben tot door machtige instituties en staten gesubsidieerde instellingen, waarbij de legitimatie voor hun optreden niet meer voortkomt uit het actieve optreden van de leden. De leden zijn in plaats van actieve burgers die hun emancipatiedrang politiseren passieve consumenten geworden, die deelnemen aan van bovenaf opgezette zwaar gesubsidieerde projecten. Ook de vakbeweging gaat in feite de kant op van een consumentenorganisatie op basis van ‘governance’.
  2. In het neoliberalisme waarbij de onderlinge concurrentie tussen individuen wordt bevorderd zijn er winnaars en verliezers; wie de ratrace om de schaarse hulpbronnen en bij grote massawerkloosheid de race om de schaarse banen niet kan volhouden komt terecht in de uitzichtloze positie van een onderklasse. Daarbij speelt etnisering van de achtergestelden een rol. Hierdoor zijn nieuwe tegenstellingen ontstaan tussen middengroepen die tijdelijk geprofiteerd hebben van het casinokapitalisme en degenen, die daar niet van geprofiteerd hebben. Deze tegenstellingen zijn geglobaliseerd. Niet alleen komen ze voor in 1 land, maar ze zijn wereldwijd. In feite stonden de architecten van de neo-liberale politiek voor de vraag: hoe de lonen te bevriezen, loonkosten te drukken, bezuinigen op uitkeringen te realiseren en toch in de westerse landen de voorwaarden voor de reproductie van de arbeidskrachten in stand te houden en het verzet te kanaliseren. Dit is gebeurt door de nieuwe internationale arbeidsverdeling: productie van massagoederen werd verplaatst naar lage lonen landen door het openbreken van markten in de derde wereld en structurele aanpassingsprogramma’s waardoor massagoederen werden geproduceerd die de arbeiders in het westen goedkoop konden aanschaffen. Bij de verlaging of het achterblijven van hun koopkracht kon de financiering van hun consumptie worden gerealiseerd door de ontwikkeling van een schuldeneconomie. Mensen konden in het casinokapitalisme lange tijd geld lenen (met bijvoorbeeld de waarde of overwaarde van hun huis als onderpand en voor de gepensioneerden de waarde van de aandelen waarin de pensioenfondsen belegden). Met dat geleende geld kon de consumptie op peil blijven. Het is overigens voor mij de vraag of dit wel een van te voren opgezet plan is. Het is meer een gevolg van trial and error in de ontwikkeling waarbij men al experimenterend in een bepaalde richting probeerde te werken.
  3. Met de opkomst van de controlemaatschappij zijn op vele terreinen de mogelijkheden voor de burger om invloed uit te oefenen ingeperkt. De bewegingsvrijheid om het eigen leven, de eigen baan of het eigen gedrag naar eigen keuzen vorm te geven is afgenomen. Dit geldt ook voor de mensen die betaald werk hebben. De sociale relaties in bedrijven zijn sterk veranderd. Er is niet alleen een flexibilisering van de arbeidsmarkt, waarbij verschillen ontstaan tussen kernarbeiders in vaste dienst en flexibele uitzendkrachten zonder binding aan het bedrijf. Bedrijven hebben de commandostructuren anders gereorganiseerd. Door de groei van de communicatietechnologie kunnen opdrachten en andere informatie op een veel directere en nauwkeuriger manier worden doorgegeven van de top naar de basis van de bureaucratische hiërarchieën zoals de administratieve of productieorganisatie van grote bedrijven. Prestaties van het personeel kunnen daarbij op een veel directere manier worden gecontroleerd. Er is dus een nieuw soort centralisatie van de macht in handen van weinigen. Personeel krijgt steeds minder speelruimte om een eigen invulling te geven aan het werk dat ze doen. De ruimte om in organisaties een eigen invulling te geven aan je baan en de taken daarbij wordt geminimaliseerd. Automatisering leidde ertoe, dat de bureaucratische piramides in organisaties ingrijpend veranderden. De basis van de piramide hoeft niet meer groot te zijn. Zowel bij handarbeid als op kantoor kon routinewerk worden opgeheven door innovaties als barcodelezers, stemherkenningtechnologie en micromachines die het werk van de vingers overnemen. De omvang van het personeel kon worden beperkt door de onderste functielagen op te heffen. Dit heeft tot gevolg, dat veel personeelsleden overbodig werden en er in de westerse landen een permanente, structurele werkloosheid heerst. De flexibilisering van de arbeid en allerlei organisatorische veranderingen leiden tot wat Wacquant noemt de ‘sluipende desocialisatie’ van de arbeid. In de bureaucratische productiestructuren die tot de zeventiger jaren overheersend waren hadden mensen voor langere tijd een vaste functie, waarbij ze de tijd kregen sociale relaties op hun werk op te bouwen en een sociaal netwerk te ontwikkelen. Daarbij ontwikkelden ze een bepaalde binding aan het bedrijf en hadden ze een zij het vaak beperkte zeggenschap over de inrichting van hun werk. Ze waren trots op de organisatie waar ze werkten en het werk dat ze deden. Bij de flexibele arbeid is deze binding en deze trots geheel verdwenen terwijl het veel moeilijker is geworden via je werk een netwerk van sociale relaties op te bouwen. Richard Sennett wijst ook op de desocialisatie van de arbeid. Het ‘sociaal kapitaal’ verdwijnt uit de productieorganisaties. De voortdurende organisatorische veranderingen, waarbij hele afdelingen gesloten kunnen worden en niemand zeker is van zijn werk, de flexibele arbeid waarbij mensen ergens niet lang werken leiden tot een groot verloop onder het personeel, geringe institutionele loyaliteit, afname van het informele vertrouwen onder werknemers en verzwakking van de institutionele kennis. 
  4. De ontwikkelingen onder punt 3 hebben grote gevolgen voor de relaties tussen de gemiddelde burger cq consument en die organisaties. Als je een (administratief) probleem hebt, krijg je iemand van een call-center aan de telefoon, of directe medewerkers van de organisatie, die alleen antwoord kunnen geven op een beperkte set van te voren opgestelde standaardvragen. In het verleden konden professionele hulpverleners van mensen met problemen in de bureaucratieën een sociaal netwerk opbouwen van contacten met functionarissen, die er al jaren werkten, die een grote kennis hadden van de besluitvormingsprocedures in de organisatie en die ook antwoord konden geven op meer specifieke vragen. Dit bevorderde, dat mensen toch uiteindelijk hun rechten konden effectueren via overleg. Deze situaties zijn in de flexibele productieorganisaties steeds minder te vinden waardoor het voor mensen met problemen en hun hulpverleners steeds moeilijker wordt tot een oplossing te komen. In het verlengde hiervan ligt weer, dat burgers noodgedwongen in plaats van via overleg met een instantie tot een oplossing te komen steeds meer een beroep moeten doen op de rechter om hun gelijk en hun rechten te halen. Het aantal advocatenkantoren is het laatste decennium explosief gestegen.
  5. De sociale relaties tussen mensen worden ook beïnvloed door het streven, met behulp van de mogelijkheden die de automatisering biedt als het ware consumenten delen van het productieproces te laten uitvoeren. Je haalt je kontante geld al sinds jaar en dag uit de automaat, terwijl je vroeger naar de balie moest om het geld op te halen bij een medewerker van het postkantoor die de mensen en de problemen van de buurt kende. De kleine ondernemer die dezelfde functie had is voor een groot gedeelte al uit het straatbeeld verdwenen.  In supermarkten is men bezig systemen te ontwikkelen, waarbij het afrekenen aan de kassa tot het verleden behoort. (Oa bij de Vomar) De consument scant zelf zijn of haar artikelen die in de supermarkt zijn opgehaald met behulp van een scanapparaat dat de barcodes leest die op de producten staan. Er zijn dan veel minder caissières nodig. Contact met medewerkers van het bedrijf heb je als consument niet meer. Er zijn alleen enkelen die meer een bewakingsfunctie hebben om te kijken of alles vlot verloopt. Dit principe- de consument het productiewerk laten doen wordt op vele manieren ingevoerd. Schiphol is bezig met een geautomatiseerd systeem om de passagiers zelf te laten inchequen. Vaak betekent dat ook een extra administratieve belasting voor de burger cq consument, die steeds nieuwe kennis en vaardigheden moet ontwikkelen om een zelfstandig bestaan te organiseren zonder daarbij een beroep te kunnen doen op medewerkers van een bedrijf voor ondersteuning. Dit sluit aan bij wat hiervoor werd gezegd over mensen die het niet meer lukt hun bestaan te managen.
  6. Vooral voor de zogenaamde ‘onderklasse’ is de bewegingsvrijheid en van daaruit een handelingsperspectief afgenomen door de invoering van de controlemaatschappij en het sociaal panopticum: je hebt voortdurend het gevoel te worden waargenomen en gecontroleerd, ook al is dit feitelijk niet het geval. Foucault bracht naar voren, dat een automatisch functioneren van de macht bij het sociale panopticum is verzekerd. Als gevolg van constante bewaking en de surveillance van de bewakers  raken individuen verstrikt in een onpersoonlijke machtsrelatie met de abstracte institutie die tegelijkertijd de machtsrelatie zelf niet-individueel maakt en die degenen, die aan het sociale panopticum zijn onderworpen individualiseert en losmaakt van collectieve verbanden.  Foucault zag deze techniek als een essentiële ontwikkeling bij de toenemende controle, hiërarchiesering, disciplinering en classificatie van mensen in de moderne maatschappij, door middel waarvan het gedrag van individuen voortdurend gereguleerd en gecontroleerd wordt door onpersoonlijke instituties.
Belangrijk bij het functioneren van het sociale panopticum is, dat de mensen die bewaakt worden niet voortdurend in de gaten hoeven te worden gehouden. Zij hoeven alleen maar het gevoel te hebben, dat dit wel zo is, dat ze op ieder moment ineens kunnen worden waargenomen. De gevolgen van deze ontwikkeling zie je bij bijvoorbeeld bijstandsgerechtigden en bejaarden. Wie een uitkering aanvraagt, krijgt een huisbezoek. Daarbij moeten zowel vrijwel de gehele administratie als de leefomstandigheden zichtbaar gemaakt worden. Ook mensen die al een uitkering hebben kunnen eventueel een huisbezoek verwachten. Daarnaast moet maandelijks een werkbriefje ingevuld worden, waarmee wijzigingen in de leefomstandigheden moeten worden aangegeven, je moet zo’n briefje ook invullen als er niets gewijzigd is. Verder zijn er routinematig de periodieke heronderzoeken, waarbij alle privé-gegevens over leefomstandigheden, bankrekeningen, uitgavenpatroon, sociale relaties, eventueel vrijwilligerswerk, etc, steeds opnieuw op tafel gelegd, ‘zichtbaar’ gemaakt moeten worden. Verder wordt iedereen die zegt niet te kunnen werken wegens arbeidsongeschiktheid onderworpen aan een keuring. Daarnaast worden mensen, die nu niet geschikt zijn voor de arbeidsmarkt maar dat in de toekomst wel zouden kunnen zijn, onderworpen aan allerlei vormen van trajectbegeleiding middels vaak particuliere reintegratieinstituten.
Mensen zijn zich er over het algemeen zeer van bewust dat ze voortdurend worden waargenomen, dat ze voortdurend ‘zichtbaar’ zijn. Wat dit betreft klopt de waarneming van Foucoult, dat zij het symbool van de anonieme macht, de sociale dienst, in Amsterdam de DWI altijd in hun gedachten hebben, dat zij vanuit zichzelf vanwege die constante zichtbaarheid, of beter gezegd je kunt ieder ogenblik volledig zichtbaar gemaakt worden met je privé-leven, iedere dag wel aan de sociale dienst denken. Dat men in werkelijkheid weinig werkelijk contact heeft met die dienst is daarbij niet van belang. Ook veel uitkeringsgerechtigden die maar eens in het half jaar een her controle hebben en voor de rest met rust worden gelaten, denken vaak iedere dag aan de sociale dienst. Men ‘verinnerlijkt’ de anonieme macht van de sociale dienst. Bij de gedachtegangen die uitkeringsgerechtigden dan hebben gaat het dan voortdurend over de grenzen van de sociale techniek van het panopticum die op hen wordt toegepast. Mag je een huisbezoek weigeren? Moet ik echt alle giroafschriften van de laatste drie maanden laten zien, moet ik de originelen laten zien, mag ik uitgaven voor de boodschappen en zo ook afplakken en dan een kopie maken, want met mijn dagelijks leven hebben ze niets te maken? Is een medische keuring verplicht? De arbeidsbemiddelaar heeft mij een aanbod gedaan voor bemiddeling. Mag ik dan weigeren? Wat kan ik verwachten als ik op gesprek ga bij de Dienst Werk en Inkomen en wat niet? Etc.
Angst voor de anonieme macht van de sociale dienst speelt een belangrijke rol. Klanten malen door hierover en vermengen dit met fantasieën over hoe aan het sociale panopticum te ontsnappen. De mensen definiëren hun situatie in dit verband, en schatten wat dit betreft hun eigen mogelijkheden en onmogelijkheden in. Sommige mensen definiëren zich als ziek Ik kan er niet meer tegen, ik kan die druk niet hebben ik denk er voortdurend aan, wat kan ik doen om met rust gelaten te worden? Weer anderen willen dit helemaal juist niet. Zij denken aan andere ontsnappingsmogelijkheden zoals illegale activiteiten. Of betaald werk zoeken als dat mogelijk is. Wat ook benadrukt wordt in de gesprekken met mensen op de Bijstandsbond is de absurditeit van de techniek van het sociale panopticum. Mensen zijn zich op het uitvoeringsniveau vaak scherp bewust van de tegenstrijdigheden in het systeem. In een dergelijke situatie is het zeer moeilijk mensen tot collectief, openlijk verzet te brengen in organisatorisch verband.
Onoverbrugbare tegenstellingen en individualisering?
Uit het bovenstaande moet in mijn ogen niet worden afgeleid, dat de wereld in het algemeen en de westerse maatschappijen in het bijzonder alleen maar vaten vol onoverbrugbare tegenstellingen zijn geworden. In Nederland is er weliswaar bijvoorbeeld een niet te verwaarlozen groep Wilders aanhangers, die zich behoorlijk roeren in de media en internet.  Maar wat betreft haar opvattingen lijkt de meerderheid van de Nederlandse bevolking zelfs toleranter en kritischer te worden. Dit blijkt oa uit een onderzoek van Motivacion. (Geloof jij dat je betrokken bent? Sociale kwesties in de samenleving. Onderzoek door Motivaction in opdracht van het Leger des Heils. Amsterdam, oktober 2008)
Conclusies van het rapport:
Voor wat betreft de wijze waarop mensen met elkaar omgaan, worden geen/weinig respect
en individualisme, egoïsme en desinteresse als de belangrijkste problemen ervaren. Deze problemen worden herkend en erkend (waargenomen of zelfs persoonlijk ervaren), de confrontatie gaan de Nederlanders echter vaak uit de weg.
Ook weten de Nederlanders beter dan voorheen van de problematiek rondom kwetsbare groepen in de samenleving die risico lopen om buitengesloten te worden. We zien het, we weten het, maar we kijken steeds liever de andere kant op wanneer deze problematiek te dichtbij komt. Dit duidt op normatieve betrokkenheid (volgens de meetlat) en afnemende actieve betrokkenheid (met het hart).
Nederlanders weten dat eenzaamheid een groot probleem is in de huidige maatschappij. Deze eenzaamheid heeft impact op hoe wij in het leven staan. In vergelijking met voorgaande jaren geven meer mensen aan zich eenzaam te voelen en geven minder mensen aan tevreden te zijn met hun huidige leven.
Tegelijkertijd maakt de gemiddelde Nederlander zich over het algemeen minder zorgen
om diverse kwetsbare groepen zoals eenzamen en mensen die door ouderdom niet meer
meedoen in de samenleving. De betrokkenheid is afgenomen. In vergelijking met eerder onderzoek blijkt ook dat Nederlanders de schuldvraag minder bij de kwetsbare groepen zelf leggen. Dit kan duiden op het erkennen van een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Nederlanders relateren dit echter niet aan het eigen leven en de eigen verantwoordelijkheid. Als het erop aankomt zelf een actieve rol hierin te spelen en de (gedeelde) verantwoordelijkheid hiervoor te dragen, kijken Nederlanders liever weg. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een afname van het aantal Nederlanders dat aangeeft dat we met ons allen de verantwoordelijkheid dragen dat iedereen voldoende geld heeft om rond te komen. Het zijn vooral de Nederlanders van 50 jaar en ouder, die aangeven dat wij met zijn allen die verantwoordelijk dragen.
We wéten dus als Nederlander meer over deze maatschappelijke problematiek, maar we
dóen er minder mee.
Uit het bovenstaande blijkt waar volgens mij de crux ligt: we zijn nog steeds tolerant en kritisch over de maatschappij, al willen de media en bepaalde groepen in de maatschappij ons anders doen geloven, maar het handelingsperspectief om in sociale verbanden collectief op te treden voor een rechtvaardiger maatschappij en het organisatorisch vermogen om dat tot op lokaal niveau te organiseren is gedeeltelijk verdwenen. Mensen hebben het gevoel dat ze er toch niks aan kunnen doen en dat het geen zin heeft je als burger, arbeider, te organiseren om collectief in verzet te komen. Af en toe komt de kritische mening boven water, wanneer daar de ruimte voor bestaat, zoals bij het referendum over de grondwet. Maar mensen kiezen vaak voor het individuele perspectief in hun overlevingsstrategie. Ik moet zelf zien te overleven, en schakel individueel allerlei hulpbronnen in (individuele hulpverlening, particuliere verzekeringen) om dat doel te bereiken. Het kader dat eens de kern van sociale bewegingen vormde en ervaring had in het organiseren van acties is deels verdwenen of opgenomen in de politiek van ‘governance’.
Wat moet er gebeuren?
Natuurlijk kan ik geen ultiem antwoord geven op wat er moet gebeuren. Niemand kan de toekomst voorspellen, en we praten allang over een gehoopte opleving van sociale bewegingen en hoe dat te realiseren, zonder dat de antwoorden gegeven zijn.
De economische crisis biedt wat betreft verzet tegen het neoliberalisme en varianten daarvan ook kansen. Het marktdenken en de graaicultuur zijn van hun voetstuk gevallen. Veel mensen die dachten, ik heb niets te vrezen en die dachten dat ze een vakbond niet nodig hadden zijn in de problemen gekomen en velen zullen nog volgen. Wil echter de ontmaskering van het neo-liberale denken met als alternatief een hernieuwde waardering voor de organisatie van de maatschappij op basis van gemeenschapsdenken  een nieuwe kans krijgen, dan moeten we met verschillende dingen rekening houden. We kunnen niet eenvoudigweg de antwoorden kopiëren die in andere crisissen gegeven zijn. We hebben 30 jaar neo-liberale politiek van herstructurering van sociale relaties tussen mensen achter de rug. Dit heeft mensen gevormd en een diepgaande invloed gehad op de sociale relaties tot op de dag van vandaag. De scheiding tussen opvattingen en gedrag, tussen handelen en opvattingen is daarbij zeer sterk.
Om dit te doorbreken moeten we ons richten op een verbinding van verschillende bevolkingsgroepen, die langs verschillende scheidslijnen zijn verdeeld en die op verschillende momenten op verschillende manieren door de neo-liberale politiek zijn getroffen. Daarbij moeten we voor wat betreft de speerpunten ons niet alleen richten op de traditionele punten, zoals de loonstrijd, de inkomenspolitiek en het werkgelegenheidsbeleid. Het gevaar bestaat dan meer dan vroeger dat mensen zich daarbij zullen opstellen als passieve consumenten die in massademonstraties opkomen voor hun materiele rechten zonder dat de organisatie van het verzet de hele maatschappij doordringt tot op lokaal niveau waarbij mensen zich actief opstellenen nieuwe vaardigheden ontwikkelen om het verzet een duurzaam karakter te geven. We moeten ons ook richten op de organisatorische blokkades die de scheiding tussen opvattingen en handelen als mondige burger in stand houden en die de mensen ruimte om te handelen ontnemen. Dus een verzet tegen en een ontmaskering van de doorgeschoten controlemaatschappij. Daarbij moeten we aansluiten bij initiatieven van (kleine) gemeenschappen die de blokkades proberen te doorbreken en die tegelijkertijd ondanks alle moeilijkheden telkens weer worden georganiseerd. Daarbij is de wederopbouw van hulpdiensten met vrijwilligers, lokale actiecomités en andere organisatorische vormen nodig die praktische solidariteit organiseert in het verzet tegen de controlemaatschappij en de verdere afbraak van materiele en immateriële rechten. Dit betekent in mijn ogen naast de traditionele vakbondsstrijd tevens een nieuwe min of meer overkoepelende beweging voor burgerrechten, vrijheid en democratie die de afbraak ervan ter discussie stelt en verbindt met een kritiek op het kapitalisme en het neoliberalisme als samenlevingsvorm.
PvdL  22/03/2009

]]>

zondag 1 februari 2009

Het aloude Rijnlandse model, een oplossing voor de crisis?

In de discussies naar aanleiding van de kredietcrisis hebben vertegenwoordigers van politieke partijen in Nederland het steeds meer over varianten van het Rijnlandse model, die een antwoord zouden moeten geven op de economische problemen. De SP heeft een rapport gepubliceerd over dit model, Paul Kalma van de Partij van de Arbeid pleit er ook voor en premier Balkenende heeft een artikel geschreven in het Financieel Dagblad waarin hij nader op dit model ingaat. Ook een vertegenwoordiger van het wetenschappelijk bureau van het CDA schreef over dit onderwerp een artikel in NRC-Handelsblad. Daarnaast waren er ingezonden brieven en opiniestukken van CDA-ers in enkele regionale kranten waarbij op de ins en outs van dit model wordt ingegaan. Is dit Rijnlandse model een oplossing voor de problemen en welke variant van het model is men voorstander van?

Eerst iets over wat het Rijnlandse model inhoudt. Er is een website geheel aan het model gewijd. Eigenlijk zou je het Rijnlandse model een meer omvattende benaming kunnen noemen van de verzorgingsstaten, die in de zestiger en zeventiger jaren in Noord en West europa werden opgebouwd. Men hanteert de term in tegenstelling tot het zogenaamde Angelsaksische model dat vooral in Engeland en Amerika zou zijn opgebouwd. Dat laatste model legt de nadruk op een beleid, waarbij de korte termijn winsten, het geeft niet op welke manier, en de rendementsbelangen van de aandeelhouders voorop staan. Bij dit model hoort een zich terugtrekkende staat, die zoveel mogelijk overlaat aan de vrije markt en de staat grijpt zo weinig mogelijk in in de economie. Geredeneerd vanuit dit model was er een scherpe kritiek op de verzorgingsstaten van het Rijnlandse model, waarbij op betrekkelijk grote schaal uitkeringen werden verstrekt aan mensen, die door arbeidsongeschiktheid of werkloosheid niet via betaalde arbeid in hun onderhoud konden voorzien. Het stelsel van uitkeringen zou mensen inactief maken en leiden tot een rigide arbeidsmarkt, waarbij naast structurele werkloosheid tekorten op de arbeidsmarkt ontstonden. Het grote aantal uitkeringen en het ingrijpen van de staat in de economie zou geleid hebben tot grote overheidstekorten, hetgeen leidde tot grote lasten voor het bedrijfsleven die tezamen met de rigide arbeidsmarkt de concurrentiekracht van de ondernemingen aantastte waardoor een spiraal naar beneden dreigde te ontstaan.  Dit zou de belangrijkste oorzaak zijn van het feit, dat halverwege de zeventiger jaren dalende bedrijfswinsten, een lagere economische groei en een toenemende massa-werkloosheid opgeld deden. Het Angelsaksiche model is als antwoord op deze analyse overal in de Westerse staten ingevoerd. Men spreekt daarbij ook wel van een neoliberaal model. Dit is behalve een bepaald economisch beleid ook een politiek project, een manier om vanuit de politiek de groeiende verarming, het ontstaan van een onderklasse en toenemende maatschappelijke tegenstellingen te managen.  Om de werkloosheid te bestrijden en een flexibele arbeidsmarkt na te streven werden de oorzaken van werkloosheid en de daarbij te nemen maatregelen eenzijdig bij het individu gelegd. Grootschalige werkgelegenheidsprogramma’s zijn uit den boze, je moet alleen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt op elkaar afstemmen door arbeidsbemiddelingsprogramma’s en de ‘inactiviteit’ van uitkeringsgerechtigden bestrijden door hen met sancties op hun uitkering of andere strenge maatregelen te confronteren wanneer ze geen baantje op de flexibeler arbeidsmarkt accepteren. Dit stelsel van maatregelen werd uitgebreid naar iedereen die op de onderste treden van de maatschappelijke ladder verkeert. Huisbezoeken, intensief volgen van gezinnen en hen controleren werd op vele terreinen ingevoerd, in het onderwijs, de gezondheidszorg, het welzijnswerk, etc.
Antwoord
In feite zijn zowel het Rijnlandse model als het Angelsaksische model antwoorden op economische crises: het Rijnlandse model werd na de Tweede Wereldoorlog ingevoerd als antwoord op oorlog, massawerkloosheid en een neergaande economie in de dertiger en veertiger jaren, het Angelsaksische model werd vanaf halverwege de zeventiger jaren van de vorige eeuw ingevoerd als antwoord op de economische neergang die zich toen ontwikkelde. Nu -na enkele decennia van lagere economische groei dan in de periode daarvoor en de komst van de economische recessie en het ineenstorten van de financiele sector het neoliberale model ook niet het definitieve antwoord op de problemen blijkt te zijn zoekt men naar nieuwe wegen. En daarbij komt het aloude Rijnlandse model weer in beeld.
Want dit model heeft niet alleen als kenmerk een uitgebreid sociaal zekerheidsstelsel, maar wordt ook gekenmerkt door intensief overleg tussen belangengroepen in de maatschappij, met name de ‘sociale partners’, vakbonden, werkgeversorganisaties en overheid. En de staat ontwikkelt een beleid waarbij intensiever dan in het neo-liberale model wordt ingegrepen in het functioneren van de economie. Meer in zijn algemeenheid wordt grote waarde toegekend aan het ‘maatschappelijk middenveld’, het geheel van kerken, belangenorganisaties en andere particuliere organisaties op wetenschappelijk, milieu en andere gebieden waarbij voor het functioneren van bedrijven althans in woorden meer naar een evenwicht wordt gestreefd tussen de bedrijfsbelangen en die van andere groeperingen. In dit kader passen begrippen als ‘duurzaam ondernemen’ en in het stuk van Balkenende wordt genoemd, dat er een ‘moraal’ moet worden ingebracht in het ondernemen. De ‘graaicultuur’ van de managers en het korte termijn rendementsbelang van ondernemingen moeten ondergeschikt worden gemaakt aan een ‘evenwicht’ tussen staat en markt.
Wat Balkenende in zijn essay naar voren brengt noemt hij het ‘activerende Rijnlandse model’. Daarbij moeten normen en waarden (de moraal) ingebracht worden in de economie. Deze benadering voldoet aan de ‘omkering van Polyani’. De economie maakt geen deel uit van de samenleving, waarbij de eerste zich moet aanpassen aan de tweede, nee, de werkelijke situatie wordt op zijn kop gezet: de samenleving moet worden ingebracht in en aangepast aan de economie, waarbij de kapitalistische economische verhoudingen stilzwijgend als ‘normaal’ en niet ter discussie staand worden gepostuleerd. Hernieuwde aanpassing dus van de samenleving aan de economie, oftewel de creatie van nieuwe voorwaarden voor de accumulatie van het kapitaal. Aangezien ik wantrouwend ben over de goede bedoelingen van de leiders, kun je het ook anders zeggen|: het activerende Rijnlandse model houdt in, dat er een sterke middenklasse wordt geschapen. De vaklieden, deskundigen, mensen die voor de markt essentiele kennis en vaardigheden hebben die noodzakelijk zijn bij de productie van goederen en diensten krijgen nieuwe carriere mogelijkheden en om op te klimmen in de kernbedrijven. Terugkeer van middenkader in bedrijven ook, dat middels allerlei overlegstructuren een (beperkte) zeggenschap als zogenaamd gelijkwaardige partner krijgt in de beslissingen over wat waar onder welke voorwaarden wordt geproduceerd. Koppeling van deze mensen aan de tucht van de markt op een nieuwe manier. 
Maar Balkenende spreekt niet over het Rijnlandse model maar over een ‘activerend’ Rijnlands model. Werknemers moeten gestimuleerd worden lees: gedisciplineerd, om mee te draaien in het nieuwe model. En wat dit activerend arbeidsmarktbeleid betekent voor grote groepen aan de onderkant van de samenleving en de projectiemechanismen die daarbij een rol spelen hebben we gezien in het artikel over de creatie van een onderklasse. 
]]>