pagina's

maandag 26 maart 2012

donderdag 23 februari 2012

Veel publiciteit over de schrijnende gevolgen van de huishoudinkomenstoets

De schrijnende gevolgen van de huishoudinkomenstoets heeft tot veel publiciteit geleid. Journalisten gingen naarstig op zoek naar mensen die onder de toets vielen en die hun inkomen geheel of gedeeltelijk zouden verliezen. De oppositiepartijen in de Tweede Kamer hadden geen goed woord over voor de toets.Donderdag 23 februari was de lokale televisiezender At5 bij de Bijstandsbond op bezoek. Ze interviewden verschillende mensen, waaronder iemand die te maken heeft met die huishoudtoets. De man kwam op het spreekuur omdat hij tot tweemaal toe een aanvraag heeft gedaan voor een aanvullende bijstandsuitkering en in beide gevallen werd aanvraag afgewezen of buiten behandeling gesteld. De man heeft enige maanden WW gehad en werkte daarvoor in een technisch beroep bij een gemeentelijke instelling. Vanwege de bezuinigingen bij de gemeente Amsterdam is hij ontslagen. Zijn zoon en schoondochter en twee kinderen van zijn zoon wonen bij hem in. De zoon had een inkomen als ZZP-er in de bouw, maar is door de malaise in die bedrijfstak ontslagen en heeft geen inkomen. (ook geen recht op ww). De dochter verdient 700 euro bruto per maand. De vader die uit de WW kwam wilde bijstand aanvragen. Hij gaat vallen onder de huishoudtoets. Ze hebben met de hele familie bestaande uit 3 volwassenen en twee kinderen recht op maximaal 1350 euro. De schoondochter verdient 700 euro. Dus de aanvullende bijstand is maximaal 650 euro volgens de nieuwe toets op het huishoudinkomen. Daar moeten ze alles van betalen, huur, gas en licht, ziektekostenpremies voor 3 volwassenen, etc. En de opvoeding van de kinderen. In de oude situatie, voor de invoering van de toets op het huishoudinkomen hadden ze recht op 650 euro in de maand meer. De man en zijn zoon solliciteren zich suf maar zijn tot nu toe niet aan de bak gekomen. ‘Ik ben 55 zegt de man, mij nemen ze niet meer’. De zoon moest de boekhouding overleggen van zijn werk als zzp-er. Daarvoor moet je de boekhouder vragen een overzicht te maken, met de meest recente gegevens. Deze boekhouding kon niet binnen 1 week worden aangeleverd, waarop de aanvraag prompt buiten behandeling werd gesteld. Ze zitten al 2 maanden op het inkomen van de schoondochter en de schulden lopen op. ‘Ik word dakloos’ zegt de man. En mijn zoon, schoondochter en twee kinderen ook’.]]>

zondag 1 januari 2012

Wijzigingen van de Wet Werk en Bijstand per 1 januari 2012

Per 1 januari 2012 zijn verschillende maatregelen in het kader van de bijstand aanzienlijk aangescherpt. Het betreft maatregelen voor jongeren (afschaffing van de Wet Investeren in Jongeren) de invoering van de huishoudinkomenstoets, de invoering van ene generieke tegenprestatie naar vermogen, maatregelen voor alleenstaande ouders, regels op het gebied van bijzondere bijstand en vakantieregels en de norm voor verkrijging van categoriale bijzondere bijstand wordt 110% van de bijstandsnorm. Enige uitleg over de huishoudinkomenstoets. Per 1 januari is de toets op het huishoudinkomen bij mensen in de bijstand ingevoerd. Voor bestaande gevallen gaat de toets per 1 juli in, voor mensen die nu een uitkering aanvragen geldt de toets nu al. Kort gezegd komt de nieuwe maatregel erop neer, dat alle bloedverwanten in de eerste graad die tot een huishouden behoren bij het gezin worden gerekend. Tot nu toe kon zich bijvoorbeeld de situatie voordoen, dat ouders een bijstandsuitkering voor samenwonenden hadden en een inwonende meerderjarige zoon of dochter met inkomen uit arbeid. In de nieuwe situatie kan dat niet meer. Zoon en/of dochter die een inkomen uit arbeid hebben moeten voor hun ouders gaan zorgen. De ouders verliezen de bijstandsuitkering. In de nieuwe situatie worden de inkomens van grootouders, ouders, kinderen die eventueel onder een dak wonen bij elkaar opgeteld en als bijvoorbeeld het inkomen van de zoon 1350 euro meer bedraagt, moet hij voor de hele familie zorgen en hebben de anderen nergens recht op. Dezelfde situatie kan zich voordoen bij een ouder gezinnen. Er zijn veel situaties waarbij kinderen samenwonen met hun ouders. Dat komt door de grote woningnood onder mensen met een minimuminkomen.Hieronder volgen de wijzigingen van de Wet die per 1 januari 2012 zijn ingevoerd.
De Wet investeren in jongeren wordt afgeschaft, er wordt een apart regime voor jongeren tot 27
jaar opgenomen in de WWB;
Jongere wordt verplicht eerst zelf 4 weken naar werk te zoeken, alvorens aanspraak op
ondersteuning ontstaat;
Na 4 weken kan de jongere een aanvraag voor ondersteuning en uitkering indienen bij het U W V;
Recht op werkleeraanbod wordt vervangen door een aanspraak op ondersteuning;
College toetst of betrokkene zich aantoonbaar heeft ingespannen om werk te vinden;
College beoordeelt of de jongere deel kan nemen aan het reguliereonderwijs, zo ja, dan dient de
aanvraag te worden afgewezen;
Na onvoldoende inspanningen om aan het werk te komen volgt een nieuwe periode van 4 weken
zonder ondersteuning of uitkering;
Bij onvoldoende inspanningen van de jongere om in deze vier weken aan het werk te komen
besluit het college tot het verlagen van de uitkering;
Jongeren dienen de mogelijkheden van scholing te onderzoeken en dit prevaleert boven het recht
op bijstand.
Overgangsmaatregelen
Binnen 6 maanden na 1 januari 2012 dient het college de besluiten in overeenstemming met
degewijzigde WWB te brengen.
Aanscherping gezinsbiistand en huishoudinkomentoets
Wat verandert er per 1 januari 2012:
a Nu: alleen gehuwden of samenwonenden kunnen alle algemeen noodzakelijke kosten van
bestaan delen. Wordt: hiervan is ook sprake bij degenen die bloed- en aanverwanten zijn in de eerste graad en die bij elkaar wonen in dezelfde woning;
a Bloed- en aanverwanten in de eerste graad die in dezelfde woning het hoofdverblijf hebben
worden aangemerkt als eenheid en krijgen recht op de bijstandsnorm van 100% van het wettelijk
minimumloon;
a Stiefkinderen en aangetrouwde kinderen zijn ook meerderjarige kinderen;
a Gezinsleden kunnen niet ieder voor zich een individuele bijstandsuitkering aanvragen; het gezin
als zelfstandig subject moet dit gezamenlijk doen;
a Uitzondering: een meerderjarig bloed- of aanverwant in de eerste graad die studeert en wiens in
aanmerking te nemen inkomen (incl. ontvangen studiefinanciering) niet meer bedraagt dan 80%
van het netto minimumloon;
w College krijgt mogelijkheid uitzondering te maken wanneer er sprake is van een zorgbehoevend
gezinslid. Iemand is zorg behoevend wanneer hij beschikt over een geldig indicatiebesluit o.g.v. de AWBZ voor 10 of meer uren zorg per week; en deze zorg voor minstens dat aantal uren door een ander gezinslid wordt verleend en c jonger dan 65 jaar is;
w Bij de bijstandsverlening wordt in principe volledig rekening gehouden met alle inkomens- en
vermogensbestanddelen van de bloed en aanverwanten in de eerste graad;
* Zakelijk relaties zoals onderhuurschap, kostgangerschap of andere woonvormen en bloed – en
aanverwanten in de tweede graad vallen niet onder reikwijdte van dit wetsvoorstel.
Overgangsmaatregelen
w Voor bloed- en aanverwanten in de eerste graad, waarvan één of meerdere een uitkering
ontvangen o.g.v. WWB en WIJ blijft het recht enlof de hoogte van die uitkering gedurende
hoogstens 6 maanden ongewijzigd;
0 Om hieronder te vallen dient men op 1 januari 2012 een uitkering te ontvangen o.g.v. WWB en
WIJ en hoofdverblijf te hebben in dezelfde woning.
Tegenprestatie naar vermogen
Wat verandert er per 1 januari 2012:
e College kan een plicht om naar vermogen een tegenprestatie te verrichten invoeren, ook als die
niet direct samenhangt met arbeidsinschakeling. Geen verplichte samenloop met een reinteg
ratietra ject; De nuttige maatschappelijke werkzaamheden mogen acceptatie van arbeid of re-integratie niet in de weg staan. Omvang en duur van de werkzaamheden dienen dus beperkt zijn
w Additionele werkzaamheden mogen niet leiden tot verdringing van regulier werk;
w Werkzaamheden moeten passen binnen vermogen bijstandsgerechtigde.
Verschillen met participatieplaats:
e doel: participatieplaats primair nuttig bij ontwikkeling richting arbeidsmarkt; tegenprestatie niet; duur: tegenprestatie kort; participatieplaats max. 2 jaar;
e premie: bij participatieplaats premie toekennen aan uitkeringsgerechtigde; bij tegenprestatie niet.
Wat verandert er per 1 januari 2012:
e Tot 65 jaar: 4 weken per kalenderjaar vakantieperiode in het buitenland;
w 65 jaar en ouder: l3 weken verblijf buitenland en niet beschikbaar voor arbeidsmarkt. Langer verblijf mag, maar dan geen uitkering en mogelijkheid van een verlaging van de uitkering bij terugkeer wegens het missen van kansen op de arbeidsmarkt (voor jonger dan 65 jaar).
Alleenstaande ouders in de WB
Wat verandert er per l januari per 201 2:
e Alleenstaande ouder met een kind tot 12 jaar kan in aanmerking komen voor vrijlating van 12,5%
van de netto-arbeidsinkomsten, tot max. €120 per maand, voor gedurende maximaal 3 jaar;
e Nu ook vrijlating van 6 maanden voor 25% (met max. €1 87 per maand) van inkomsten uit arbeid;
deze vrijlating gaat voor de nieuwe vrijlating.
Toelichting sollicitatieplicht alleenstaande ouders van kinderen tot vijf jaar:
Besloten is om alsnog de ontheffing van de sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders van kinderen
tot 5 jaar in de bijstand niet af te schaffen.
Wat verandert er per 1 januari 2012:
e Bijzondere bijstand kent drie vormen:
1. individuele bijzondere bijstand;
2. categoriale bijzondere bijstand;
3. bijzondere vorm langdurigheidstoeslag.
Nu: volledige vrijheid college in welke mate rekening wordt gehouden met de hoogte van het
aanwezige inkomen. Wordt: Inkomensnorm voor categoriale bijzondere bijstand wordt 110% van de van toepassing zijndebijstandsnorm;
e Maatregel is gericht op categoriale inkomensondersteuning. Van generiek gemeentelijk
inkomensbeleid is sprake indien categoriaal aan mensen inkomensondersteuning wordt verstrekt
zonder dat er sprake is van vergoeding van daadwerkelijk gemaakte kosten; Categoriale voorzieningen zijn bijvoorbeeld: langdurigheidstoeslag, eenmalige uitkering voor chronisch zieken, gehandicapten, ouderen en de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering;
e Gemeentelijke bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor inkomensondersteuning voor
individueel maatwerk blijft ongewijzigd;
e Kwijtschelding van lokale belastingen en heffingen vallen niet onder het regiem van
de inkomensnormering.
]]>

vrijdag 9 december 2011

Enkele opmerkingen bij het initiatief van de nieuwe vakbeweging en de komende confrontatie met het kabinet

De legitimiteitscrisis van de politiekVoor de economische crisis verschenen er weliswaar ook reeksen boeken van politicologen en anderen over de geloofwaardigheid van de politiek en het feit dat de politieke besluitvorming ‘potdicht’ zit, met andere woorden: als belangengroep of vanuit de samenleving kun je er nauwelijks invloed op uitoefenen. En men besteedde aandacht aan het feit, dat steeds meer kiezers bij verkiezingen thuis blijven en zich afwenden van die politiek. Maar de urgentie van dit probleem is nog niet zo groot geweest, dat het in organisatorisch opzicht leidde tot grote veranderingen  bij de hoofdrolspelers in de polder: de politieke partijen, de vakbonden,  werkgeversorganisaties en de instituties van de staat en hun onderlinge verhoudingen. Basis van de samenwerking was  respect voor ieders competentie op basis van een scheiding tussen de economie en de politiek. De vakbeweging houdt zich bezig met de organisatie van mensen op hun werkplek en de voorwaarden die daar gelden, de politieke partijen zijn verenigingen die kandidaten stellen voor de vertegenwoordigende organen van de staat en meedoen aan de verkiezingen. In dat poldermodel hadden ieder van de hoofdrolspelers hun functie in de legitimering van het overheidsbeleid. De rechtse of sociaal-democratische partijen onderhandelden met de vakbonden en de werkgevers over maatregelen, waar hooguit een grote minderheid van de bevolking achter kon staan. In ruil voor beperkte concessies (overgangsregelingen voor beperkte groepen) werden de maatregelen toch doorgevoerd.  Voor de economische crisis was dit ook eigenlijk geen probleem. Men wilde slechts in beperkte mate ingrijpen in de inkomenspositie en de leefsituatie van de bevolking, en men plaatste tegenover de reorganisatiemaatregelen afkoopsommen om de vakbeweging tevreden te stellen die met een akkoord over de regelingen voor de broodnodige legitimiteit of schijn-legitimiteit zorgden.Reorganisatie in de polderMaar de voorstellen voor de Nieuwe Vakbeweging zijn niet de enige voorstellen voor organisatorische veranderingen die op stapel staan. In het regeerakkoord van het Kabinet Rutte staan in de inleiding een reeks van voorstellen om de onderlinge verhoudingen tussen de instituties van de staat te veranderen. Wat we ook weer zien bij het kabinet Rutte is dat specifieke minderheidsgroepen hard worden gepakt, terwijl een groot deel van de werkende bevolking en een deel van de uitkeringsgerechtigden met een hoge organisatiegraad in de vakbonden (WAO-ers) buiten schot blijft. Tot zover business as usual. Grote opstanden van de bevolking tegen de ontwikkeling van de neoliberale politiek bleven uit. De miljoenen werkenden en gepensioneerden konden rustig van hun inkomen genieten en dit aanvullen met de meerwaarde van hun huis. Het neoliberale model kon qua ideologische uitgangspunten zoals streven naar privatisering van overheidsdiensten worden ingevoerd zonder dat het legitimiteitsprobleem echt accuut werd. Er viel altijd wel iets uit te ruilen of af te kopen, daarvoor was er wel de financiele ruimte.Eind jaren zeventigNu is alles anders. De economische crisis functioneert in veel opzichten als katalysator van ontwikkelingen, die al eind jaren zeventig zijn begonnen en die hebben geleid tot een gestage uitholling van de posities van de vakbeweging en de sociaal democratie in het poldermodel. Eind jaren zeventig was er wat de vakbeweging betreft al een soort legitimiteitscrisis. In die periode werden buiten de vakbeweging om vele categorale organisaties opgericht die zich bezig hielden met de belangenbehartiging voor een specifieke groep. Komitees vrouwen en de bijstand, werklozenorgansaties, WAO groepen en migrantengroepen schoten als paddenstoelen uit de grond. Ook in de gezondheidszorg werden allerlei  belangenorganisaties opgericht, zoals patientenverenigingen, die zich bezig hielden met de belangenbehartiging voor mensen met een bepaalde aandoening. Van vele van die organisaties die in nu nog bestaan gaat de geschiedenis terug tot eind jaren zeventig van de vorige eeuw. Groepen die zich in dergelijke organisaties verenigden herkenden zich niet meer in het beleid van de algemene organisaties, zoals vakbonden en politieke partijen. Zij vonden dat de belangen van hun specifieke groep slecht in het beleid van die algemene organisaties tot uiting kwamen. En zij gingen zich bezig houden met actie en lobbywerk richting overheid. De overheid reageerde hierop door veel van die organisaties te steunen. Velen kregen subsidies van het Rijk, de provincies en gemeenten. Met dit geld werden vele activiteiten en spreekuren door de betrokken organisaties opgezet. De staat zag in dit nieuwe maatschappelijk middenveld een nieuwe mogelijkheid, het beleid dat zij uitvoerde te legitimeren. Daarom ontwikkelde men ook een ingewikkeld netwerk van inspraakstructuren, waarbij de nieuwe categorale organisaties naast de vakbonden zitting namen in allerlei cliëntenraden en overleggroepen. Dat is een situatie die tot op de dag van vandaag bestaat, hoewel het kabinet Rutte en de gemeenten zijn begonnen die subsidies voor veel van die organisaties op te heffen.  Duizenden vrijwilligers zijn actief in dergelijke clientenraden bij sociale diensten en bij instellingen in de (geestelijke) gezondheidszorg. Wat betreft de positie van de vakbonden kan worden gezegd, dat zij wel het alleenrecht behielden op de  onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden van de werkenden. Maar  bij de belangenbehartiging naar de overheid toe werden zij slechts een van de vele spelers. En de positie van de vakbonden bij de werkenden werd uitgehold omdat in de nieuwe dienstensector de organisatiegraad laag was.CrisisNu, in crisistijd, komen de legitimiteitscrisis van de politiek en van de vakbeweging bij elkaar. En komen scherp naar voren. De sociaal-democratie kan haar klassieke functie in het poldermodel- in ruil voor legitimering van het bezuinigingsbeleid concessies afdwingen bij rechts- niet meer vervullen. Enerzijds zijn de organisaties van die politieke stroming hun alleenrecht in de belangenbehartiging kwijt geraakt, anderzijds is het gedaan met de bereidheid van werkgevers en rechtse politieke partijen concessies te doen aan de sociaal-democraten in ruil voor de legitimering van hun beleid.
De bezuinigingsmaatregelen die nu genomen zijn lijken een tussenfase in de agenda van het kabinet. Tot nu toe is een -op het geheel van de Nederlandse bevolking gezien- betrekkelijk kleine groep getroffen. De mensen ‘aan de onderkant’ van de samenleving, de mensen met een minimuminkomen die niet in grote belangengroepen georganiseerd zijn. Maar dat is een groep, waar niet zoveel valt te halen. Er worden wel de nodige miljarden binnengehaald, maar als de economische crisis doorvreet wil het kabinet meer bezuinigingen. En daarvoor wend men de blik naar de honderdduizenden WAO-ers  en de miljoenen werkenden die tot nu toe buiten schot bleven. Een adviseur van het ministerie vertelde mij,  dat in 2013 ook de WW zal worden aangepakt. En minister Kamp kondigde aan dat hij broedt op maatregelen om het werkgevers mogelijk te maken af te wijken van de Collectieve Arbeids Overeenkomsten. Met andere woorden: loonsverlagingen moeten mogelijk zijn. Op een recent congres van het UWV werd duidelijk welke kant het met de WAO-ers opgaat: een reeks van professorale adviseurs van het ministerie pleitte ervoor, dat arbeidsongeschikten ook aan het werk moeten worden gezet als ze nog ziek zijn onder het motto: werken geneest. Kijk, dat soort maatregelen gaat echt bezuinigingen opleveren. En… veel grotere groepen dan tot nu toe worden getroffen. Vrijdag 9 december, tijdens het schrijven van dit stukje kwamen er berichten in de media die de komende maatregelen al heel wat concreter maakten: forse ingrepen in de sociale zekerheid, de woningmarkt, de arbeidsmarkt en de gezondheidszorg om nog minstens 10 miljard aan extra bezuinigingen binnen te halen.Vakbondsbestuurder Roel Berghuis analyseerde in een blog de positie van de vakbonden en de nieuwe halsstarrigheid van de werkgevers en de regering waarbij bovenstaande analyse wordt bevestigd. ‘ In de laatste decennia is de vakbeweging onvoldoende in staat geweest om met de werkgevers aan de centrale onderhandelingstafel tot gedegen en ‘het verschil makende’ akkoorden te komen. De laatste jaren is het vooral gegaan over loonmatiging, verslechteringen van sociale zekerheidsregelingen en boterzachte intenties over arbeidsparticipatie. Met dergelijke afspraken konden diverse FNV bonden nauwelijks uit de voeten. Deze bonden hadden vaak zware kritiek omdat zij deze akkoorden gewoon niet konden uitleggen aan hun achterban. Om de lieve ‘FNV vrede’ te bewaren gingen deze FNV bonden jaar in jaar ontevreden mee met deze matige centrale akkoorden’.  Het akkoord van Dalfsen is een wanhopige poging, de legitimeringsfunctie van de vakbeweging in het poldermodel te herstellen door te streven naar een hernieuwde aanhang waarbij wordt aangesloten bij de belangen van de flexibel werkenden, de zzp-ers en anderen met een onzekere positie in hun werk. Daarbij streeft men naar een erg open structuur, waarbij ook de categorale organisaties die eind jaren zeventig zijn ontstaan zich kunnen aansluiten en waarbij een breed palet van wat radicalere en minder radicale organisaties ontstaat die bij hun beleid uit kunnen blijven gaan van een grote autonomie.  Om op die basis in een nieuw soort polderoverleg bij werkgevers en rechtse politieke partijen concessies te verkrijgen voor een socialere politiek.

Het lijkt me dat dit streven in deze vorm tot mislukken is gedoemd. Ik wil wat dit betreft wel een voorspelling doen. Er is een grote confrontatie van het kabinet Rutte en de werkgevers met de Nederlandse bevolking op komst- waarbij het migratieprobleem en het veiligheidsdenken in versterkte mate in het kader van de Ostrogorski paradox als argument zullen worden uitgespeeld om de kiezers ertoe te brengen op rechtse partijen te blijven stemmen hoewel ze het niet eens zijn met de maatregelen op sociaal-economisch terrein. Daarbij zal dankbaar gebruik gemaakt worden van de zich verscherpende sociale tegenstellingen in de bevolking. De juichende JOVD-ers hebben qua mentaliteit, leefcultuur, opvattingen en waarden die zij aanhangen niets meer te maken met bijvoorbeeld de mentaliteit, leefcultuur en opvattingen van de uitkeringsgerechtigden in de bijstand of de WAO. De aanhangers van rechts zullen een scherpe confrontatiepolitiek voeren samen met de media die hen vertegenwoordigen. Er zullen nieuwe sociale bewegingen en protestbewegingen buiten de kaders van de vakbonden en de politieke partijen ontstaan, die een radicaler antwoord zullen pogen te geven op de aanvallen van de rechtse politiek. De nieuwe stap van de vakbonden kan er wel toe leiden, dat er dwarsverbanden gaan ontstaan tussen delen van die nieuwe vakbeweging en de nieuwe sociale bewegingen.
]]>

zaterdag 12 november 2011

Een bezoek aan de Blauwe Kamer

Op eerste Pinksterdag heb ik een bezoek gebracht aan natuurgebied de Blauwe Kamer. De Blauwe Kamer is vlakbij de Grebbeberg onderdeel van een smalle, langgerekte strook natuurgebied tussen de Rijndijk van Wageningen naar de Grebbeberg en de Rijn. Via een toegangsweg, die ook toegankelijk is voor auto’s en een parkeerplaats daarvoor bij cafe restaurant Panorama kom je aan de oever van de Rijn bij het veerpont naar Opheusden. De Veerweg is de grens tussen de twee natuurgebieden de Blauwe Kamer en de Plasserwaard. Door de Blauwe Kamer zelf loopt de grens tussen Utrecht en Gelderland. Ik maakte een wandeling door het natuurgebied en volgde daarbij de blauwe route naar de vogelkijkhut. Bij een grote plas hoorde ik tijdens de wandeling de kikkers luidkeels kwaken. Ik ga via een brug de plas over. Aan de overkant loopt een kudde wilde koeien.Het is er trouwens vrij druk op deze eerste Pinksterdag. Hele gezinnen zwerven over de wandelpaden. Het pad gaat verder over een diep ingesleten zandpad. Ik moet manouvreren tussen de stront van de wilde koeien, die zich bij de plas aan het gras tegoed doen. Aan het eind van het pad is de vogelkijkhut. Ik ga naar boven en heb uitzicht op een kolonie lepelaars en aalscholvers..Heel in de verte zie je aan de andere kant van de vogelkijkhut een kudde wilde paarden Aan die kant kijk je uit op weer aan de natuur teruggegeven weilanden met zo een andere bezoekster vertelde, de resten van de Grift naar de Rijn waarlangs de turf werd afgevoerd die in de buurt van het gebied rond Veenendaal werd gewonnen. De Grift buigt bij Veenendaal naar het westen af om via de Rode Haan, resten van verdedigingswerken van de kleine waterlinie, bij Amersfoort uit te komen. De Rode Haan is een grote heuvel in het landschap die met de trein komende vanaf Wageningen aan de linkerkant voorbij station Veenendaal -de Klomp te zien is.
Op gezette tijden zijn er gratis excursies in de Blauwe Kamer. Voor meer informatie zie de site van het Utrechts landschap dat het beheer heeft over de Blauwe Kamer]]>

donderdag 3 november 2011

Het Openlucht Museum

Winters tafreel in het Openluchtmuseum. 03-01-2011.
Het Openluchtmuseum heb ik vaak bezocht. Ik kom er graag. Je kunt er heerlijk wandelen in het bos, met af en toe een historische boerderij of een ander gebouw, ingericht met spullen uit grootmoeders tijd en van daarvoor. Terwijl je je vergaapt aan deze historische gebouwen uit een voorbije tijd kun je mijmeren over hoe het was, het boerenleven van vroeger. In mijn jeugd heb ik de laatste resten van dat oude boerenleven nog meegemaakt.Toch is het Openluchtmuseum niet zozeer een weerspiegeling van een verdwenen verleden, waarin alle aspecten van dat verleden, de positieve en negatieve dingen, aan de orde komen. Tot ongeveer de tweede helft van de 19e eeuw was Nederland in veel opzichten nauwelijks een eenheidsnatie. Er bestond tot die tijd een lappendeken van regio’s ieder met een eigen cultuur en identiteit, dat wil zeggen historische boerderijvormen en bouwstijlen, tradities en gewoonten, taal, manieren van landbouwbedrijven. Kortom de concrete vormen die de oude plattelandscultuur aannam.
Boerderij in het Openluchtmuseum
Voor de komst van de spoorwegen waren er weliswaar intensieve (handels)contacten tussen de regio’s en hadden de elites uit die regio’s wel veel contact met elkaar, maar voor de doorsnee burger duurde het reizen van de ene regio naar de andere in onze ogen erg lang. Zij hadden weinig contact en voelden zich betrokken bij de eigen regio, ontleenden daaraan hun identiteit, niet aan zoiets als een Nederlandse eenheidsstaat, die toch al begin 19e eeuw formeel-juridisch was ontstaan. In de tweede helft van de 19e eeuw kwamen er met de industriele revolutie en de spoorwegen intensievere contacten. En in de 20e eeuw is de oude plattelandscultuur verdwenen.Een reflexie op die verdeling in regio’s, ieder met hun eigen kenmerken en cultuur en op hoe de overgang naar de eenheidsstaat is verlopen zul je in het Openluchtmuseum vergeefs vinden. Boerderijtjes, huizen, werkplaatsen en andere gebouwen die er pittoresk uitzien staan kris kras door elkaar in de ruimte opgesteld. Je wandelt in 5 minuten van een boerderij uit Giethoorn naar een ‘Los Hoes’ uit Twente. En er is ook geen indeling in tijdperken. Niet alleen staan gebouwen uit verschillende regio’s kris kras door elkaar, ook staan gebouwen uit verschillende historische tijdperken door elkaar heen, zonder commentaar.Het oude boerenleven wordt zo een soort abstractie, de oude plattelandscultuur in zijn algemeenheid, los van de verschillen tussen mensen, culturen en regio’s die er in vroeger tijden ook waren. Er wordt een nostalgisch verlangen uitgedrukt naar ‘het leven van vroeger’ in het algemeen , toen het nog gezellig was, geen criminaliteit, geen lawaai, alles rustig en vredig in een warm aanvoelende gemeenschap waarin de mensen nog solidair met elkaar waren. En kijk eens in welke tijd we nu leven.Het Openluchtmuseum zegt zo meer over ons, over hoe wij tegen het verleden aankijken alsof het een soort amorf voor-modern tijdperk is zonder historische ontwikkeling en differentiatie. Dit sluit goed aan op de oorspronkelijke bedoeling van het Openlucht Museum, denk ik. Het behoud van de oude plattelandscultuur, de herinnering daaraan, als algemene uitdrukking van de Nederlandse identiteit in het algemeen, niet de identiteit van al die regio’s en culturen. Aansluitend bij het concept van de natie, de nationale eenheidsstaat, waarin iedereen zich in de eerste plaats Nederlander voelt.
Maar het is fascinerend om te zien hoe dit algemene, abstracte concept wonderwel aansluit bij de mondialisering, die langzaam aan bezit neemt van het Openlucht Museum. Op drukke dagen zie je Amerikanen, soms van Nederlandse afkomst, Japanners en Duitsers over de zandpaden slenteren, foto’s makend en keuvelend over de goede oude tijd. En over hoe Nederland in zijn algemeenheid vroeger was. De buitenlanders kijken bewonderend naar de vrijwilligers, die zich in hun vrije tijd bepaalde vaardigheden van de oude ambachtslieden eigen gemaakt hebben en die op gezette tijden in het Openlucht Museum demonstraties geven. Zij zullen niets vinden over de armoede, de ziekten in een tijd dat er geen gezondheidszorg was, de strijd om het bestaan, de onderlinge strijd die onze voorouders in verschillende tijdperken voerden, geen kritische terugblik ook over het verstikkende karakter van die op tradities gebaseerde (het is nu eenmaal zoals het is) plattelandscultuur.En na het bezoek aan het museum kun je bij terugkomst in de souvenirshop beschilderde klompjes, rode zakdoeken en plaatjesboeken met kleurenfoto’s van de gebouwen kopen. Zo is het Openlucht Museum uitdrukking van de moderne tijd en een ontkenning van het verleden. Men probeert dit beeld wel bij te stellen door bijvoorbeeld een tentoonstelling over migratie. Wat zijn de effecten van migratie. Nederland krijgt er ook gewoonten en tradities bij. Dat inspireerde het Nederlands Openluchtmuseum tot de thematentoonstelling Hollandse Nieuwe. U ziet o.a. hoe ‘Indorock’ ons dansritme opvoerde, maar ook hoe een rasechte Rotterdammer zijn vertrouwde buurt zag veranderen.]]>

maandag 19 september 2011

Breed protest tegen de bezuinigingen van het kabinet Rutte

Ongeveer 10.000 mensen hebben maandag op het Malieveld in Den Haag gedemonstreerd tegen de bezuinigingsplannen van het kabinet. Een eerste opmaat naar meer. Maar de sociaal-democratische en christendemocratische stromingen, massaorganisaties van weleer, raken verdeeld onder druk van de verontwaardiging waarbij de bestuurders en gesubsidieerde belangenorganisaties hun posities in het poldermodel verdedigen tegen het opkomend verzet door tussen de actievoerders en de regering te gaan staan of het verzet te kanaliseren.
De actie was oa georganiseerd door het Nationaal Beraad, waarin grote maatschappelijke organisaties als de Raad van kerken en de vakbonden zitting hebben. Maar bij het Beraad is een reeks van landelijke en provinciale organisaties en belangengroepen aangesloten. Daarnaast was er protest van oa de CG Raad (Chronisch Zieken en Gehandicaptenraad) en andere organisaties voor chronisch zieken en gehandicapten. Zo’n dertig verschillende organisaties protesteerden van 14.00 tot 16.00 uur tegen de aangekondigde bezuinigingen. Volgens de organisatoren waren er meer dan 10.000 mensen aanwezig, de politie beweerde dat het er ongeveer 5000 waren. Er waren ook veel werknemers uit sociale werkplaatsen aanwezig.
De acties werden op maandag gehouden omdat het de dag voor Prinsjesdag is. Gehandicapten en chronisch zieken maar ook andere groepen lieten zien dat ze hard worden getroffen door een opeenstapeling van maatregelen. Stop de opstapeling! was dan ook een van de leuzen. De actiegroep ‘terug naar de bossen’ bracht een doodskist binnen, waarin Henk en Ingrid lagen, de ‘gewone Nederlanders’ die de PVV zegt te vertegenwoordigen. Henk en Ingrid zijn overleden door de bezuinigingen op de gezondheidszorg.
Er klonk veel boegeroep. De demonstranten lieten samen met het Metropole Orkest, dat ook bedreigd wordt door de bezuinigingen, een protestkreet horen.
De demonstratie van de meest uiteenlopende groepen en mensen smaakte naar meer. Maar of dat er komt? In ieder geval is duidelijk, dat veel mensen boos zijn over de manier waarop de regering bezuinigt op de inkomens van de meest kwetsbaren, terwijl de rijken buiten schot blijven. Alles was gericht op het parlement. ‘Het is nu aan het parlement om ons geluid op te pakken en het kabinet op andere gedachten te brengen’, aldus zei FNV-bestuurder Leo Hartveld. Als dat niet gebeurt, krijgt de demonstratie op het Malieveld een vervolg, aldus de vakbondsvertegenwoordiger.
De vertegenwoordiger van de Raad van kerken ontweek de vraag, of de kerken gaan mobiliseren. ‘Wij gaan de mensen helpen’ zei hij en gaf geen antwoord op de vraag of de kerken toekomstige acties steunen. Het is niet onwaarschijnlijk dat een deel van de aanwezige organisaties, die tot over hun oren in de overlegeconomie van het poldermodel zitten, afhaakt wanneer het parlement de begroting eenmaal heeft aangenomen.
Op de achtergrond speelde het vakbondsconflict over het pensioenakkoord. Agnes Jongerius sprak niet op de manifestatie, maar Leo Hartveld. Wilde Jongerius niet met boegeroep van haar achterban geconfronteerd worden? Nu er een rechtse regering is, die haar asociale beleid wil doorzetten in deze tijden van (economische) crises, waarbij zij volkomen ongevoelig lijkt voor argumenten in overleg en voor protestacties, staat de sociaal-democratie op een kruispunt van wegen: of de kant van het duurzaam protest opgaan en weer de vertegenwoordiger worden van emanicipatiebewegingen of medeverantwoordelijk worden voor het afbraakbeleid van het kabinet Rutte. Vele sociaal-democratische bestuurders zijn het eigenlijk in grote lijnen wel met Rutte eens en zij voeren op gemeentelijk niveau het beleid van Rutte trouw uit. Het zwalkend beleid van leider Cohen laat zien, dat men vooralsnog van twee walletjes probeert te eten. Het is echter sterk de vraag of dat in de huidige polariserende verhoudingen blijft lukken. De Partij van de Arbeid staat op zwaar verlies in de opiniepeilingen. Er zijn in de krachtsverhoudingen van de linkse of wat minder linkse organisaties grote verschuivingen op komst die kansen bieden voor een breed verzet in de nabije toekomst op basis van de verontwaardiging die op maandag voor het eerst werd gemobiliseerd.
Arrestaties en machtsvertoon van de politie
En ondertussen maakte ook de politie duidelijk, wat het ware gezicht is van de huidige steeds repressievere controlestaat: bij de demonstratie zijn vier mensen aangehouden, drie omdat ze zich niet konden identificeren en een omdat hij weigerde weg te gaan toen een agent hem dat opdroeg. Pesterijtjes, toen een kleine ongevaarlijke groep van ongeveer 15 personen met veel machtsvertoon werd omsingeld door een grote groep agenten en politiemensen te paard.
]]>

woensdag 3 augustus 2011

Megazitting Rechtbank Amsterdam op dinsdag 7 juni over regeling voor chronisch zieken en gehandicapten in Amsterdam

Persbericht Bijstandsbond

03-06-2011

Megazitting Rechtbank Amsterdam op dinsdag 7 juni over regeling voor chronisch zieken en gehandicapten in Amsterdam

Aanstaande dinsdag dienen 27 zaken voor de rechtbank Amsterdam over de chronisch zieken regeling van de gemeente Amsterdam. Vorig jaar heeft de gemeente Amsterdam een nieuwe regeling ingevoerd voor bijzondere bijstand aan chronisch zieken en gehandicapten in Amsterdam. Daarbij werd bij veel mensen de bijzondere bijstand soms met honderden euro’s per maand teruggebracht. De rechtbank heeft op 28 juni 2010 uitgesproken, dat deze nieuwe regeling niet deugt en in strijd is met de wet. Het beleid van de wethouder werd dus afgeschoten. Ook de landelijke voorzieningen voor chronisch zieken en gehandicapten worden in het kader van de bezuinigingen steeds meer uitgekleed. Zo zijn er plannen voor een grote groep het Persoonsgebonden Budget (PGB) af te schaffen.

Maar het beleid van de gemeente Amsterdam is nu wederom onderwerp van discussie voor de rechter. De gemeente heeft in feite de uitspraak van de rechter van 2010 naast zich neergelegd. De mensen die de rechtszaak hadden aangespannen en hadden gewonnen kregen in oktober 2010 een brief, waaruit bleek dat ze alsnog onder de nieuwe regeling zouden worden gebracht, alsof er geen uitspraak van de rechter was geweest. Daartegen hebben verschillende mensen bezwaar aangetekend en enkelen van hen, waarbij gezegd werd: we gaan naar de daadwerkelijke kosten kijken, zijn in beroep gegaan. In werkelijkheid kijkt de gemeente nl niet naar de daadwerkelijke kosten maar volgt ze voor een vergoeding de standaardnormen van de belastingen voor belastingaftrek, zoals bij dieetkosten en maaltijdvergoeding.

In de nieuwe regeling zijn er modules voor bepaalde onkosten vanwege chronische ziekte of handicap. Je kunt maximaal 20 euro per module krijgen en het aantal modules is 8.

De rechtbank Amsterdam heeft afgelopen woensdag een kritische fax gestuurd aan de gemeente, met allemaal vragen, onder andere waar dat bedrag van maximaal 20 euro per module op gebaseerd is en hoe de gemeente aan dat bedrag komt. Aan het eind van de fax deelt de rechtbank mee, dat er nog veel meer vragen zijn, die op de zitting aan de orde zullen komen.

Voor meer informatie:

Piet van der Lende

]]>

dinsdag 2 augustus 2011

De Metropool Regio Amsterdam (MRA) Op weg naar een diensteneconomie voor de rijken in het tijdperk van de globalisering

De Metropool Regio Amsterdam (MRA)

Op weg naar een diensteneconomie voor de rijken in het tijdperk van de globalisering

Dit artikel heeft twee aanleidingen. De eerste is, dat enige weken geleden een brief van het Amsterdams Bureau voor Onderzoek en Statistiek in de bus rolde. Of ik mee wilde doen aan de jaarlijkse bedrijfsenquête. Aan het eind van de brief werd een staafdiagram opgenomen dat mij intrigeerde. In onderstaande grafiek wordt de ontwikkeling van het aantal personen werkzaam in Amsterdam in beeld gebracht. Deze grafiek riep bij mij vragen op.

Hoe kan het, dat in de Metropool Regio Amsterdam (MRA) na 2007, dus vanaf het begin van de economische crisis, het aantal werkzame personen tamelijk sterk steeg? Zelfs sterker dan in voorgaande jaren?

De tweede aanleiding voor dit artikel is, dat Ewald Engelen in NRC Handelsblad een artikel publiceerde getiteld ‘de lulkoek van de beleidselite’. (1) In dit lezenswaardige artikel wordt naar voren gebracht, dat in de MRA het aantal werkzame personen, werkzaam in de financiële sector, sinds 2001 met 15% is gedaald. In het vermogensbeheer zijn 4000 banen verdweenn. Bij de banken 3000 banen. En in de effectenhandel werken nog maar 2500 mensen. Dat maakte bovenstaande grafiek voor mij nog merkwaardiger. Blijkbaar zijn er in de MRA de laatste tien jaar belangrijke verschuivingen aan de gang in de economische structuur en wellicht in de arbeidsrelaties. Hieronder wat overwegingen wat dat betreft zonder de pretentie te hebben, daar een volledige analyse van te kunnen geven in het kader van dit artikel.

tegenstelling arm en Rijk

Nergens in Nederland zijn de tegenstellingen tussen arm en rijk zo groot als in de MRA. Niet alleen in de stad Amsterdam zelf zijn de tegenstellingen groot, ook tussen de stad en de omliggende gebieden, waar in sommige villawijken de miljonairs bij elkaar wonen, zoals in Bloemendaal. In de MRA zijn de inkomens minder gelijk verdeeld dan in Nederland. Zowel het aandeel mensen met een hoger inkomen als het aandeel met een lager

inkomen is groter dan in heel Nederland het geval is. Bovendien is de inkomensongelijkheid

toegenomen tussen 2000 en 2005, zowel in Nederland als in de MRA. De toename was iets sterker in de MRA dan gemiddeld in Nederland.

Het rapport Metropool Regio Amsterdam 2008 Arm en Rijk in beeld geeft een verklaring voor deze ontwikkeling. (2)

Er is een clustering van kennisintensieve werkgelegenheid, gecombineerd met stedelijke armoede Er wonen hele rijke mensen maar er is ook veel sociale woningbouw.

In de stad Amsterdam zijn de tegenstellingen nog groter dan in de MRA.

Vooral de hele lage, maar ook de hele hoge inkomens zijn daar oververtegenwoordigd

Dit zou komen doordat in grote steden als Amsterdam de aanwezigheid van zowel veel stedelijke armoede en werkloosheid (lage inkomens) als kennisintensieve arbeid (hoge

inkomens) sterker is.

Werken voor de rijken

Deze ontwikkeling betekent, dat zich in de ambachtelijke productie van dure goederen en de persoonlijke dienstverlening in de stad een nieuwe economische bedrijvigheid ontwikkelt, waarbij zelfstandigen (ZZP-ers en kleine bedrijven zoals kappers of schoonheidsspecialisten) voor vaak lage inkomsten werken voor de rijken, die hun vele geld uitgeven in de stad. Slechts gedeeltelijk komt deze ontwikkeling in de statistieken tot uitdrukking: vele ‘eenmansbedrijven’ opereren illegaal, bijvoorbeeld werken met behoud van WAO of AOW uitkering, die als basis dient voor de activiteiten. Sommige ZZP-ers wisselen hun activiteiten voor de rijken waarmee geld wordt verdiend af met een tijdelijke bijstandsuitkering. Hoe groot die groep is, die afwisselend in Amsterdam inkomsten uit werk en inkomsten uit WW of bijstand heeft is bij mijn weten nooit onderzocht. Of men heeft een partner met regelmatige inkomsten die voor de regelmaat zorgt. In Amsterdam zijn vele kunstenaars gevestigd, die een opleiding hebben gevolgd waarbij allerlei kennis en vaardigheden zijn aangeleerd die op de bouwmarkt of bij het opknappen van grachtenpanden (restauratiewerkzaamheden) goed van pas komen. Menige kunstenaar verhuurt zich als stukadoor, of specialiseert zich in het restaureren van plafonds met beeldhouwwerk in historische panden. Kortom, velen houden zich bezig met zeer specialistisch werk, voor de ‘bovenkant’ van de markt. Naast deze ambachtelijk specialistische arbeid is er veel ongeschoold werk in de dienstensector. Werkzaamheden in tuinen, huishoudelijke dienst, thuiszorg. Men werkt echter niet alleen voor de rijken of de mensen met een wat hoger inkomen die in de MRA wonen. Door de nabijheid van Schiphol, waar veel toeristen aankomen die een bezoek brengen aan Amsterdam en het fenomeen van ‘een dagje Amsterdam’ van toeristen uit de provincie met een dik pensioen ontwikkelt zich in de MRA een specialistische bedrijvigheid van modewinkels, antiquariaten kunsthandel en galerieën, etc. Veel bezoekers komen af op het gespecialiseerde winkelbestand en de gespecialiseerde dienstverlening.

Booming business en krimp.

Bovenstaande ontwikkeling komt tot uiting in de statistieken. In januari 2010 waren er in de MRA 241.000 bedrijfsvestigingen met 1.087.000 werkzame personen. De MRA valt niet geheel samen met het werkgebied van de Kamer van Koophandel Amsterdam. Vandaar dat in het werkgebied van de Kamer in 2010 157.953 bedrijfsvestigingen waren. De toename ten opzichte van 2000 is 46%. In de sector Financiën zien we inderdaad een daling van 8,5%. Dit sluit aan op de daling van het aantal werkzame personen die Engelen noemt. De trend die Engelen suggereert zou echter ook minder sterk kunnen zijn omdat er bedrijfsverplaatsingen zijn van het centrum van de MRA naar de randgebieden, vooral in de sector Financiën. In de randgebieden groeit de sector Financiën soms nog. Maar de algemeen trend is duidelijk: krimp van de Financiële sector. Er is verder een krimp in de sector Groothandel terwijl in de Industrie het aantal vestigingen gelijk blijft. Een spectaculaire toename zien we in de sector Algemeen Diensten (toename 163%). En in iets mindere mate in de sectoren Adviesdiensten, Facilitaire Diensten en Persoonlijke Dienstverlening, met groeipercentages tussen de 96 en 88%.

Al met al lijken deze cijfers de trend te bevestigen die hierboven werd genoemd. De sectoren in de Algemeen en Persoonlijke Dienstverlening, met zowel zeer specialistische als ongeschoolde arbeid waarvan hiervoor de voorbeelden werden genoemd, nemen sterk toe.

Het aantal werkzame personen in het werkgebied van de Kamer van Koophandel Amsterdam is tussen 2000 en 2010 met 33% toegenomen, vooral in de hierboven genoemde sectoren. Grote groeiers zijn de Algemeen Diensten (toename 138%) en de Adviesdiensten (toename 71%) en Facilitaire Diensten (toename 77%) terwijl in de Persoonlijke Dienstverlening 68% meer mensen werkzaam zijn. De werkgelegenheidsgroei in de Industrie, Bouw, Vervoer en Financiën verloopt negatief.

Wat zijn nu de arbeidsverhoudingen die op deze nieuwe werkgelegenheid van toepassing is? 63% van alle bedrijven in het werkgebied van de Kamer van Koophandel Amsterdam zijn in 2010 eenmansbedrijven. Daarmee is het aandeel in het totale aantal vestigingen toegenomen ten opzichte van 2000, toen nog 50% van alle bedrijven eenmansbedrijven waren. Dat waren er toen 50.000. Het aantal neemt dus toe met gemiddeld 5000 per jaar in het werkgebied van de Kamer van Koophandel. Overigens worden de cijfers nog duidelijker als je beseft, dat 20% van alle vestigen tweemansbedrijven zijn.

Landelijk gezien is iets meer dan de helft van de kleine ondernemers ZZP-er. (Zelfstandige Zonder Personeel). Vaak gedwongen. Minstens 40% van de ZZP-ers zou landelijk gezien liever in loondienst werken. Het zou te ver voeren, dit hier allemaal uit te werken, maar de toekomst van de ZZP-er is onzeker. Er zijn veel startende eenmansbedrijven en er worden jaarlijks ook weer veel opgeheven. En ook de inkomsten zijn wisselend, terwijl de ZZP-er eventuele sociale zekerheidsarrangementen zelf moet financieren.

Gesteld kan worden dat het aandeel van ZZP-ers in de totale werkgelegenheid nog beperkt is. Tussen de 10 en 15% van het aantal werkzame personen in de MRA gaat door het leven als ZZP-er. Maar hun aantal stijgt snel.

Verschuivingen in de economische structuur

Terug naar het begin van het verhaal. De MRA is nog steeds een belangrijk mondiaal knooppunt in de organisatie van de productie van goederen en diensten. Hierbij valt te denken aan de banken, en andere bedrijven in de financiële sector maar ook aan advocatenkantoren en organisatieadviesbureau, of bureaus op het gebied van vermogensbeheer. Engelen wijst er echter op, dat Amsterdam deze prominente functie in de mondiale productie aan het verliezen is. Deze ontwikkeling wordt in de statistieken gemaskeerd door de opkomst van de diensteenconomie voor de rijken. Mensen die hun geld elders verdieenn, bijvoorbeeld in bedrijven in het buitenland, vestigen zich in het centrum of aan de randen van Amsterdam. Voor hen en voor de rijken uit de provincie en voor een deel van de buitenlandse toeristen is Amsterdam het centrum waar je je geld uitgeeft. De mensen die in deze dienstenindustrie werken doen dat werk vaak onder zeer slechte omstandigheden en voorwaarden met een onzekere toekomst.

Daarmee kom ik tot de volgende analyse waarvan- ik geef het toe- nog veel onderzocht moet worden om het te bevestigen. Blijkbaar versterkt de economische crisis de ontwikkeling in de MRA waarbij zij eenrzijds een kristallisatieregio is waar de rijken hun geld uitgeven en waar anderzijds de functie als knooppunt in de mondiale productie verdwijnt. De stad trekt ondanks de economische crisis in toeenmende mate beiden aan: de rijken, die in de MRA hun geld uitgeven, maar ook arbeidskrachten, die gedwongen zijn door het leven te gaan met de onzekere toekomst als ZZP-er in dienst van de rijken omdat zij elders geen werk meer kunnen vinden. Zo maakt de ontwikkeling van de MRA deel uit van groeiende sociale en economische tegenstellingen tussen groepen mensen op het gebied van inkomen, maar ook tussen regio’s. En groeien nieuwe vormen van de sociale verhoudingen tussen de knecht en de meester. Tegenover de ‘boom’ van de diensteenconomie voor de rijken staat de leegloop, de hoge werkloosheid en het gebrek aan economische activiteiten in andere regio’s.

  1. Ewald Engelen. De lulkoek van de beleidselite. NRC Handelsblad vrijdag 22 juli 2011 pagina 15.

  2. (2). Gemeente Amsterdam. Dienst Onderzoek en Statistiek. Metropoolregio Amsterdam 2008. Arm en Rijk in beeld. Maart 2009.

]]>

zaterdag 2 juli 2011

Een bezoek aan Bennekom

Op zaterdag 2 juli 2011 bracht ik een bezoek aan Bennekom. Bennekom is een groot dorp dat er zeer welvarend uitziet. Op deze zaterdagochtend was er een markt in de hoofdstraat, de enige winkelstraat in het dorp. De gegoede burgerij uit de villa’s in de omgeving deden er hun boodschappen. Bennekom kent verder niet veel historisch interessante gebouwen, maar er is een eeuwenoude kerk in het centrum, de Oude of Sint Alexanderkerk. Verder zijn er fraaie villa’s te vinden uit de begintijd van de twintigste eeuw. Blijkens het bord van de ANWB naast de ingang van de kerk werd voor omstreeks 1100 in het dorp voor het eerst een kerk gebouwd. De Sint Alexander kerk staat op de plaats van dit bouwwerk. In 1288 kwam de kerk in handen van het kapittel van St Jan uit Utrecht. In 1290 werd een vroeg-gotische toren voor de kerk gebouwd. Omstreeks 1463 werd aan de zuidzijde van de kerk een aan Sint Anna gewijde kapel gesticht en de toren verhoogd. In de jaren 1542 en 1543 zijn de noord- en de zijbeuk van de kerk gebouwd.In 2000 heeft een uitgebreide restauratie van het interieur plaatsgevonden. Daarbij zijn grafzerken van telgen uit de familie Toe Boecop toe Harselo in de zuidelijke zijbeuk geplaatst. De luidklok in de toren is in 1650 gegoten door de gebroeders Van Trier.
Schema van de bouwfasen van de kerk

Een overzicht van het dorpsplein voor de kerk met standbeeld dorsende boer.
]]>

vrijdag 17 juni 2011

Een bezoek aan Keulen

Het plein voor de Keulse DomVrijdagmiddag 17 juni ben ik met de trein naar Keulen vertrokken. Ik ging naar een vergadering van belangenorganisaties die strijden tegen armoede en werkloosheid in de verschillende Europese landen. Samen met collega Henk. De ICE International naar Frankfurt vertrekt ieder uur om 4 minuten over half van het Centraal Station in Amsterdam. In Keulen aangkomen steek je de Rijn over via een grote spoorbrug, waarbij je een prachtig uitzicht hebt over de stad. Theo haalde ons van het station. We gingen met de U bahn naar de Wienerplatz in Muhlheim. Daar was ons pension. Muhlheim ligt vastgebouwd aan Keulen, dat ongeveer een miljoen inwoners heeft. Bij de reis staken we de Rijn weer over en genoten weer van het uitzicht. Theo legde ons uit, dat we de volgende dag met lijn 4 van de U Bahn naar de Hans Bocklerplatz moeten voor de vergadering. Hier en daar zie je in het openbaar vervoer dronken Duitsers met een fles in de hand. We kwamen aan op de Wienerplatz in Muhlheim en liepen naar het pension. 20 euro per nacht p.p. Het blijkt dat we in principe ‘bettensteuer’ dwz bedbelasting moeten betalen. Het is een soort toeristenbelasting. 5% van de overnachtingsprijs.
Ik betaal vooruit en we gaan met Theo naar zijn huis in Kalk. Daar eten we. We hebben inmiddels al twee lange wandelingen door Keulen achter de rug. We komen in de Esselstraat waar zowaar nog huizen staan van voor de oorlog. Want in Keulen zijn alle huizen in de oorlog platgebombardeerd. De huren zijn hier op de particuliere markt hoog, zeggen de Duitsers, minstens 500 euro in de maand. Voor Nederlandse begrippen is dat echter helemaal niet zo duur. Na het eten gaan we na enige tijd met bus 159 weer naar het pension. We rijden via buitenwijken van de stad. Het valt me op dat in Keulen de straatverlichting veel schaarser is dan in Nederlandse steden. Op de Wienerplatz aangekomen zien we overal op het plein en in de omgeving plukjes mannen en vrouwen met een drankfles in de hand. Voor de supermarkt die nog open is staat een grote groep daklozen.
Zaterdag gaan we met de U Bahn naar de plaats waar de vergadering plaatsvindt. Met de 4 naar Neumarkt, uitstappen Hans Bockler Platz. Maar eerst drinken we koffie en nemen een broodje op het station. Het is er gezellig druk. Er is markt op de Wienerplatz.
Met de U Bahn steken we de Rijn weer over. We komen aan de rand van een groot park bij de Venloer Wall. De kleuren van de huizen en de bouwstijl zijn heel anders dan in Nederland. Meer grijze en geelachtige muren en minder rode bakstenen, die je in Nederland veel ziet. Maar bezienswaardige historische gebouwen zul je weinig vinden, natuurlijk omdat alles weggebombardeerd is. De stad wordt van alle kanten doorsneden door brede autowegen zoals de Frankfurter Strasse.

De St Apostelkerk
De vergadering begint pas ‘ s middags, we laten onze tas achter en gaan met de U Bahn naar de Neumarkt, een groot winkelcentrum met oa de Neumarkt Passage. Het is een groot en naar onze indruk duur winkelcentrum, een groot contrast het de Wienerplatz in Muhlheim waar je goed kunt zien dat de verarming en verpapering onder sommige delen van de Duitse bevolking hard heeft toegeslagen. We zien aan de rand van de Neumarkt een groot oud gebouw, een kerk. Het blijkt de St Apostel kerk te zijn, die weliswaar in de oorlog zwaar beschadigd is maar na de oorlog op de oude fundamenten weer opgebouwd. We gaan naar binnen en bekijken de vele beelden en andere middeleeuwse kostbaarheden die in deze kerk te zien zijn.
De volgende dag brengen we een bezoek aan de Keulse Dom, een ware toeristische attractie.
Horden toeristen op het plein voor de kerk. In de omgeving weer een winkelcentrum met duur uitziende winkels en straten, een groot contract met de buitenwijken van Keulen.In de Dom van Keulen liepen drommen toeristen door de kerk, die verder vooral erg leeg was. Ook op het plein voor de kerk vele toeristen. Gele bussen stonden te wachten om de drommen bezoekers door de stad te rijden. In de omgeving van de Dom is een duur winkelcentrum, waar eigenlijk alleen maar nieuwe gebouwen staan. Voor de Dom is aan verschillende kanten van de kerk een groot plein waar allerlei festiviteiten plaatsvinden. Aan de achterzijde van de kerk is een museum over de geschiedenis van Keulen, voornamelijk gewijd aan de Romeinse tijd, want Keulen was in die tijd een Romeinse vesting aan de grens van dat Romeinse Rijk.
Toeristen op het plein voor de Keulse Dom
]]>

dinsdag 7 juni 2011

De Bijstandsbond heeft een nieuwe brochure uitgebracht over het tewerk stellen van gedeeltelijk arbeidsgehandicapten, getiteld 'voor een appel en een ei'

Sinds 1 januari werd de ‘Tijdelijke wet pilot loondispensatie’ van kracht. Deze wet loopt vooruit op de in te voeren Wet Werken naar Vermogen. In de pilot die nu loopt hebben 32 gemeenten de mogelijkheid, een bijstandsgerechtigde, iemand met een WSW indicatie of jongeren op grond van de Wet Investeren in Jongeren (Wet WIJ) bij een reguliere werkgever in het commerciële bedrijfsleven of bij een overheidsinstelling aan het werk te zetten waarbij die werknemer minder dan het Wettelijk Minimumloon krijgt betaald. Mensen waarvan men denkt dat ze voor de pilot in aanmerking komen worden eerst gedurende drie maanden bij een werkgever te werk gesteld met behoud van uitkering. In deze drie maanden stelt een functionaris van de instantie die namens de gemeente de proef uitvoert samen met de werkgever iemands loonwaarde vast.Bijvoorbeeld: deze persoon kan voor de werkgever gezien de handicaps van de werknemer 40% van het minimumloon voor de werkgever terugverdienen. De werknemer sluit dan een arbeidscontract met de werkgever, waarbij deze bij een volledige werkweek maar 40% van het minimumloon hoeft te betalen. De gemeente vult dit loon van de werknemer aan tot iets boven het bijstandsminimum. (het bijstandsminimum voor een alleenstaande is 70% van het minimumloon). Dus bij een volledige werkweek komt iemand uit op iets van 80% van het minimumloon. Deze systematiek zal bij de invoering van de nieuwe wet Werken naar Vermogen. (WWNV) worden uitgebreid en van toepassing zijn in alle gemeenten, terwijl de doelgroepen worden uitgebreid.De brochure is enerzijds een kritiek op de regeling, maar beschrijft anderzijds sec hoe de regeling in elkaar zit. Achtereenvolgens worden behandeld de doelgroepenbepaling, met een uitleg van de criteria die bepalen wanneer men wel en niet tot de doelgroep behoort. En vervolgens wordt ingegaan op de loonwaardebepaling, die plaats vindt aan de hand van verschillende meetsystemen. Tenslotte wordt ingegaan op de berekeningsnethoden voor het vaststellen van de aanvullende uitkering en hoe hoog die moet zijn. De brochure bevat vele tips voor mensen die wellicht tot de doelgroep behoren hoe te handelen wanneer de uitkerende instantie zegt dat bepaald moet worden of men voor de regeling in aanmerking komt. Of als men onder de regeling tewerk is gesteld. Als bijlage vindt men in de brochure het uitvoeringsbesluit van de regeling. De brochure kost 4 euro voor particulieren en kan worden besteld bij de Bijstandsbond.Overigens zijn we alweer juni 2011, en het loopt nog niet erg hard met het aantal mensen dat op de regeling tewerk is gesteld. De gemeente Oldenzaal heeft zeventien mensen op deze manier aan een baan geholpen. Het doel van de gemeente is om voor het einde van 2012 zeker 30 mensen zo aan een baan te helpen. Het blijkt dat Oldenzaal de gemeente is met het meeste aantal plaatsingen. In de 31 andere gemeenten zijn er dus minder geplaatst, zodat na 6 maanden in het hele land enige honderden mensen op deze manier te werk zijn gesteld. In Amsterdam zijn het er een stuk of tien.

De brochure kun je hier lezen.Piet van der Lende
]]>