pagina's

maandag 31 december 2012

In de media in 2012

Interview met mensen in de bijstand op het spreekuur van de Bijstandsbond over de inkomensafhankelijke zorgpremie. – Radio 1 journaal NOS. 02-11-2012. Live.

Overheid mag binnenvallen – Leeuwarder Courant, 05-10-2012. Anoniem

koos werkloos?. De geweldige dag van Willem Holleeder, het RAAK-principe en – Volkskrant, 18-10-2012. Anoniem.

 Lokale lasten als inkomenspolitiek. – Binnenlands bestuur, 08-06-2012. Marieke Prins. 

Privacy? Die is toch allang geschonden – Trouw, 14-03-2012. Joris Belgers

Naar schatting 3000 Amsterdamse gezinnen dreigen op zeer korte termijn een aanzienlijk deel van hun uitkering kwijt te raken. AT5 TV, item in het nieuws. 26-02-2012Januari: run op uitkeringen – Metro, 23-01-2012. Ellen Waaijer ]]>

vrijdag 21 september 2012

Wat zullen de gevolgen zijn van de verkiezingen en een nieuwe regering van PvdA en VVD

De verkiezingen zijn achter de rug. Velen hebben wat ze noemen “strategisch” gestemd, op de PvdA of omgekeerd op de VVD, hoewel ze het eigenlijk eens zijn met bijvoorbeeld de SP of de PVV. Het gevolg kennen we. Twee hele grote partijen, een liberale en een sociaal-democratische, die op elkaar aangewezen zijn. Terwijl ik dit schrijf, is de neo-liberale VVD-havik Henk Kamp benoemd tot verkenner. Dat geeft al aan waar de kabinetsformatie toe zal leiden: het in misschien iets andere bewoordingen en accenten voortzetten van het neo-liberale beleid van het kabinet Rutte I.

In feite zijn de sociaal-democratische bestuurders van de PvdA al enige tijd bezig om het neo-liberale beleid met een nieuw ideologisch sausje te overgieten, op een manier die kan aansluiten bij het gehak van Kamp en de zijnen op de mensen die het het minst breed zitten, zoals bijstandsgerechtigden. Door het nieuwe kabinet zullen onder impuls van de sociaal-democraten wat fooien van enkele honderden miljoenen euro’s worden uitgedeeld voor de groepen aan de onderkant van de samenleving, bij alle bezuinigingen van vele miljarden. Die fooien zijn zogenaamd gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid van mensen, maar dienen vooral om hen weerbaarder te maken in de concurrentiestrijd met anderen. En er zal een hernieuwd beroep gedaan worden op “het maatschappelijk middenveld”, de buren en de familie om al dan niet verplicht de mantelzorg of de verdere verzorging van naasten via onbetaald werk op zich te nemen, onder het motto: eigen verantwoordelijkheid is belangrijk. Dat gaat gepaard met bezuinigingen op buurtvoorzieningen, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en de professionele hulpverlening. Lokale sociaal-democratische bestuurders brengen het nieuwe beleid al in praktijk en zullen beperkte bedragen uit Den Haag krijgen om hun beleid voort te zetten. Via het zogenaamde welzijnswerk nieuwe stijl, dat samengaat met forse bezuinigingen op allerlei voorzieningen en met het ontslag van veel buurthuis- en welzijnswerkers, wordt een beperkte hoeveelheid geld voor de arme buurten uitgetrokken, waarbij de bal bij de bewoners wordt gelegd. Zij moeten initiatieven nemen en geactiveerd worden om iets te organiseren en daar al hun vrije tijd in steken. Buurthuismedewerkers die voor het buurthuis een programma kunnen opzetten, zijn er steeds minder, sterker nog, als ze er nog wel zijn, mogen ze niets doen, behalve “procesbegeleiding”. De beperkte bedragen die zullen worden uitgetrokken voor “de begeleiding” van burgers en de bevordering van zelfredzaamheid en kansen, zullen vooral fungeren als disciplineringsinstrument om de mensen aan de onderkant van de samenleving, die geen perspectief hebben op een beter bestaan, in het gareel te houden, zoals tot nu toe is gebeurd onder lokaal bestuur van sociaal-democratische huize. Die mensen worden gedwongen om de onderbetaalde flexibele baantjes te nemen die de in concurrentiestrijd verwikkelde bazen hen toewerpen.

Deze kritiek is niet nieuw. Ik heb hem vele malen geventileerd en samen met mij gelukkig vele andere criticasters. Heeft dat eigenlijk wel echt effect gehad? Het blijkt ook dat velen vinden dat ik het te somber zie. Ze zeggen dat de PvdA in het nieuwe kabinet toch wel de bezuinigingen op de zorg zal verminderen, dat er geen hogere eigen bijdragen komen, dat de uitkeringen en het minimumloon niet omlaag zullen gaan, dat de sociaal-democraten versoepeling van het ontslagrecht zullen tegenhouden en nog meer mooie dingen. Ik ben wat dat betreft somberder, zeker als de crisis doorvreet. Waar het mij om gaat, is dat op sommige punten het beleid misschien wat minder rechts zal zijn, maar dat het uitgangspunt van Rutte I – het vooral treffen van mensen aan de onderkant van de samenleving, in de bijstand, de Wajong, de WSW en de WW – zal worden voortgezet. Misschien dat in de publieke opinie figuren als Kamp en andere VVD-ers hun toon in ideologische zin wat zullen matigen en dat het beleid zal worden overgoten met sociaal-democratische prietpraat over het stimuleren van zelfontplooiing, eigen verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en burgerschap. Maar ik vraag me nu voor mezelf af hoe ik hier op zal moeten reageren. Het bovenstaande negatieve verhaal zal niet erg aanslaan, denk ik, hoe waar het in mijn ogen ook is.

Reformisme

Laten we het verder eens hebben over hoe sommige pleitbezorgers van een linkse politiek, die teleurgesteld zijn in het beperkte verkiezingsresultaat van de SP, de zaak analyseren. Wat in die kritiek op de verkiezingscampagne van de SP naar voren wordt gebracht, is onder meer het argument dat de SP haar onversneden linkse standpunten beperkt heeft geventileerd, en dat Roemer zich richtte op de mogelijkheid van regeringsdeelname of zelfs leiding van de regering, een strategie op basis van de peilingen tot drie weken voor de verkiezingen, toen de SP boven de 30 zetels stond. Daarbij begon hij al bij voorbaat SP-standpunten in te leveren, zoals de leeftijd waarop je met pensioen gaat. Die strategie zou zijn mislukt, aldus de critici, die ervoor pleiten om terug te keren naar de vroeger gebruikelijke linkse politiek: samen met sociale bewegingen van onderop nieuwe organisatiestructuren en op termijn massale buitenparlementaire oppositie opbouwen. Daarin kan het parlementaire werk een rol spelen, maar de strijd op het Binnenhof is niet het enige of het belangrijkste. De SP zou haar aanhang hebben verloren omdat de partij de van oudsher gangbare weg (binnen- en buitenparlementaire strijd hand in hand) althans gedeeltelijk verlaten zou hebben. Ook deze kritiek is in mijn ogen een herhaling van zetten, net als mijn eigen visie. Dat soort verhalen heeft geen effect, althans te weinig. Hoe komt dat?

Mijns inziens omdat we er onvoldoende in slagen om een perspectief naar voren te brengen voor een andere politiek. Het gebrek aan succes van de SP komt volgens mij niet zozeer voort uit een tegenstelling tussen reformisme en meer radicaal-linkse politiek, want ook Samsom is een reformist en hij had juist heel veel succes. Ik denk dat de PvdA-voorman er in de media gewiekster dan Roemer in is geslaagd om althans de schijn van een – gematigd – links perspectief voor het voetlicht te brengen. Nederland sterker en socialer, en dat met de PvdA in de regering. Roemer is daar niet in geslaagd. Enerzijds bleef de SP vasthouden aan linkse standpunten en de verschillen benadrukken met rechtsere partijen, en zei de SP-voorman voorstander te zijn van een linkse regering, met een links blok, terwijl het zonneklaar was dat links samen nooit meer dan 60 zetels zou halen en gedwongen zou zijn om op zijn minst met het midden en zelfs met de VVD te regeren, die Roemer vrijwel uitsloot. Anderzijds schoof hij qua standpunten op naar het midden en durfde hij in de discussies een zeer kritische analyse van de banken- en economische crisis niet te maken, terwijl Samsom dat wel deed, om zo een regering van links-centrum dichterbij te brengen, waarop andere partijen reageerden met: we gaan nooit met de SP regeren. Zo opereerde Roemer tegenstrijdig en zonder perspectief, waar de andere partijen in het midden en op rechts graag gebruik van maakten om de SP buiten spel te zetten. Zowel het streven naar een meer radicale politiek als het reformisme falen wanneer er geen perspectief op realisering is. Dat hoeft geen perspectief op korte termijn te zijn, en je hoeft er ook niet de meerderheid voor te hebben. Maar het gaat om een perspectief op de langere termijn, op basis van een analyse van de maatschappelijke ontwikkelingen en krachtsverhoudingen. En ook radicaal-links biedt dat perspectief momenteel in mijn ogen niet, sterker nog, het versterkt in bepaalde opzichten haar eigen machteloosheid.

Intimidatie

De utopie die door radicaal-links voor het voetlicht wordt gebracht heeft twee kenmerken. Ten eerste worden de misstanden in de samenleving fel bekritiseerd. Ten tweede wordt een schets gegeven van een mooie samenleving, met de opbouw van een organisatie van onderop. Hoe juist dit allemaal ook is, daarmee heb je nog geen breder perspectief dat grotere groepen kan inspireren om in verzet te komen. Sterker nog, als dat perspectief ontbreekt, kunnen de twee punten tegen je werken. Mensen raken gefrustreerd als ze de beschrijvingen lezen van wat er allemaal slecht is. Ze gaan zich machteloos voelen, omdat ze het idee hebben dat ze er niets tegen kunnen doen. Dreigen met hel en verdoemenis, met de ecologische en klimaatcrisis, de energiecrisis, de armoede, dat werkt niet. En als ze alle mooie doelstellingen lezen, raken ze ook gefrustreerd, omdat ze het gevoel hebben dat het nooit bereikt zal worden. “Wees toch realistisch”, zeggen ze dan.

Om perspectief te ontwikkelen zullen we meer moeten uitgaan van een analyse van de maatschappij, waarbij we laten zien dat er grote kansen zijn op positieve verandering. Maar hoe doe je dat? Ik weet het ultieme antwoord ook niet. Laat ik om wat dichterbij het antwoord te komen, als voorbeeld nemen de perspectieven van bijstandsgerechtigden, die het met het nieuwe kabinet in mijn ogen zwaar zullen krijgen. Al jaren circuleren op internet verhalen over misstanden op dit terrein, onder meer op het gebied van de reïntegratie-industrie, waar bijvoorbeeld Jacqueline Grosman jaren geleden al aandacht aan heeft besteed. Maar dat veroorzaakt geen langer durende opschudding. Wel is het beleid wat veranderd, waardoor bijvoorbeeld minder particuliere reïntegratiebureaus worden ingeschakeld. Ook zijn er diverse pogingen geweest om werklozen in de reïntegratie-industrie te organiseren. Dat is niet gelukt. De verdeel- en heerspolitiek en de intimidatiestrategie die overal wordt toegepast, is erop gebaseerd dat de bijstand het laatste vangnet is. Daarna is er niets meer, dus het dreigen met en het opleggen van strafkortingen op de uitkering vormt een zeer effectief wapen. Vooral omdat veel uitkeringsgerechtigden in een dwangpositie verkeren, om het zo maar te zeggen. Ze zijn vader of moeder van een klein kind, ze zitten in de schuldsanering waar ze uitvliegen als ze een maand geen uitkering hebben, ze zijn verplicht om met behoud van uitkering te werken, op straffe van korting op de uitkering, enzovoorts.

Als die dreiging minder zou zijn, dan zou ook de effectiviteit van de intimidatie minder zijn, denk ik. In dit verband is het mijn ervaring als medewerker van de Bijstandsbond dat het bijstandsgerechtigden, wanneer ze het echt niet meer trekken en wel moeten gaan procederen tegen de gemeente, in zeer veel gevallen lukt om de kortingen en stopzettingen van tafel te krijgen. Wat daarbij in Amsterdam opvalt, is dat er bij de Dienst Werk en Inkomen een soort concurrentiestrijd gaande lijkt te zijn tussen de afdeling Juridische Zaken, die strikt volgens de wet wil werken, en de afdeling strategisch beleid, waar ze als het ware het onderdrukkingsregime in de vorm van projecten ontwerpen. Juridische Zaken wil soms bepaalde beleidsmaatregelen verwerpen omdat die voor de rechter geen stand zullen houden, terwijl Strategisch Beleid voorbij de bestaande regelgeving wil komen en daar gaten in wil schieten Er zijn echt fricties tussen die afdelingen. Het gaat dus niet om een eenduidige en feilloos verlopende onderdrukkingsmachinerie. Ook is het niet zo dat de klantmanager van een protesterende bijstandsgerechtigde altijd denkt: “Die lastpost ga ik eens flink pakken, want die zit me dwars”.

Panopticum

In dit verband moet ik denken aan het boek “Paria’s van de stad” van Loïc Wacquant, dat ik aan het lezen ben. Daarin staat dat het negativisme van de mensen in het getto en in de banlieus van bijvoorbeeld Frankrijk de relatie met de macht structureert. Ik moest daar lang over nadenken. Ik denk dat hij bedoelt dat de bewoners van het getto de mensen om hen heen buiten het getto en de maatschappij die daar bestaat, zeer negatief beoordelen, en steeds negatieve beschrijvingen erover ventileren. Daarmee benoemen ze de onderdrukking door de politie en alles dat daarmee samenhangt, onbewust als een perfect systeem waaruit geen ontsnappen mogelijk is. Dit bevordert en bevestigt de machtigen en hun macht, die zo alleen bestreden kan worden met individuele amok of criminaliteit. Hetzelfde mechanisme komt bij bijstandsgerechtigden voor. Wanneer ze vertrouwelijk met elkaar praten, dan komen alle onderdrukkingsaspecten voorbij, de fouten, het schandelijke gedrag van klantmanagers, het falen van de politieke bestuurders, de bankdirecteuren en hun bonussen, die niet aan banden worden gelegd maar zij zelf wel, de racistische werkmeesters, enzovoorts. Aangewakkerd door de publiciteit die de VVD en de PVV altijd krijgen over het streng aan het werk zetten en criminaliseren van uitkeringsgerechtigden, waar veel mensen heel emotioneel op reageren. Daarmee wordt het bestaan van een onderdrukkingssysteem waaruit geen ontsnappen mogelijk is, bevestigd en daarmee ook de almacht van de machtigen. Je kunt in elk geval in het openbaar maar beter doen wat ze zeggen, al is het maar voor de schijn. Er is immers geen andere uitweg, zo lijkt het.

Eerder heb ik in navolging van Wacquant en anderen het regime in de bijstand beschreven als een sociaal panopticum, als het gevoel constant in de gaten te worden gehouden, het gevoel dat de Sociale Dienst alomtegenwoordig is, aangewakkerd door berichten over bewakingscamera’s, het bespieden van uitkeringsgerechtigden en het opsporen van frauderende werklozen. Er schiet me nu te binnen dat al die berichten over opgepakte fraudeurs bewust onderdeel uitmaken van wat men “preventief beleid” noemt om fraude te voorkomen. Het publiciteitsbeleid van gemeenten is erop gericht om werklozen die geld nodig hebben, ervan te doordringen dat ze maar beter geen zwart werk kunnen doen, omdat de pakkans groot zou zijn. Het zou een idee kunnen zijn om te onderzoeken hoe dat preventieve beleid in elkaar zit, ook ten aanzien van dwangarbeid en allerlei andere werkprojecten, en om na te gaan in hoeverre gemeenten dat beleid ook doelbewust uitstippelen. Dat beleid draagt ook bij aan het sociaal panopticum. Ook al hebben bijstandsgerechtigden weinig contact met de Sociale Dienst, bijvoorbeeld maar eens in het half jaar, toch is die dienst constant in hun gedachten. Misschien wel iedere dag, wanneer ze nadenken over strategieën voor het geval dat: “Wat moet ik doen als….?” In het verlengde daarvan staan ontwikkelingen als medicalisering en juridisering van pogingen van werklozen om ontsnappingsroutes te vinden uit het sociaal panopticum. Op elk spreekuur van de Bijstandsbond komen uitkeringsgerechtigden binnenlopen en beginnen ze te praten over het nieuws. Dat zit velen hoog. “Heb je gisteravond in Pauw en Witteman gezien dat…? Het is toch een schande dat er zo over ons wordt gepraat!” Veel werklozen die het spreekuur bezoeken, vragen zich af: “Ik heb een oproep voor een gesprek gekregen, wat kan ik verwachten, wat willen ze, wat houdt dat werkproject in, hoe moet ik mij opstellen?”

Actieperspectief

Ik ben mij er pas de laatste tijd van bewust dat ik ook veel artikelen heb geschreven waarin ik de maatschappelijke onderdrukking beschrijf als een systeem waaruit geen ontsnappen mogelijk is. En dat ik daarmee naar de mensen toe niet helemaal goed communiceer in de zin dat ik zelf een eventueel actieperspectief om zeep help. Omdat bij al die beschrijvingen van het sociale panopticum de mensen denken: “Ja, het is een vreselijke onderdrukkingsmachine, ontsnappen is niet mogelijk, we kunnen maar beter doen wat ze zeggen”. Ik denk nu dat je de mensen ook duidelijk moet maken dat het geen perfect systeem is, dat er breuklijnen, tegenstrijdigheden en disfunctioneren in zitten. Daarmee kun je voor jezelf en anderen een actieperspectief creëren. Je kunt op zoek gaan naar de achilleshielen van het staatsapparaat en de tegenstrijdigheden in het systeem tegen elkaar uitspelen. Het grote voordeel van lokale acties is dan dat je het heel gedetailleerd concreet kunt maken, gekoppeld aan concrete personen, afdelingen, enzovoorts. Dat doen ze bij het organizen ook, heb ik begrepen. Eerst uitzoeken hoe een bedrijf in elkaar zit, welke hiërarchie er is, wie de sleutelpersonen zijn, van wie bepaalde beslissingen het meeste afhangen, dus: op wie we ons op welke manier moeten richten. Dat is een van de succesfactoren van die formule, denk ik. Maar ze hebben er bij het organizen miljoenen euro’s tegenaan gegooid, waarbij professionele krachten in dienst worden genomen die een en ander uitzoeken. Ik zie dat vrijwilligersorganisaties zonder geld niet zo gauw doen. Veel van die vrijwilligers zien het belang er ook niet van in, denk ik. Het is vrij moeilijk om die informatie boven water te krijgen. Blijkbaar lopen er in het onderdrukkingssysteem mensen rond die het eigenlijk allemaal ook te ver vinden gaan, maar die kritiek intern houden en uiteindelijk toch meewerken. Als ik zie hoe de advocaat van de Bijstandsbond opereert, die zich gespecialiseerd heeft in de Bijstandswet en alles dat daarmee samenhangt, dan zijn er veel mogelijkheden en hebben werklozen wel degelijk in het huidige systeem “hogerop”, bij andere ambtenaren of bij de rechter rechten. Het valt me daarbij op dat hij aan zaken denkt en uitwegen ziet die ik als niet-academisch geschoolde medewerker op juridisch gebied niet zie. Dat levert een dilemma op. Aan de ene kant moet je bijvoorbeeld bijstandsgerechtigden die op een dwangarbeidcentrum werken en die ziek zijn, erop wijzen dat ze wel degelijk rechten hebben en dat ze, als ze bezwaar maken, een grote kans hebben om gelijk te krijgen, met een goede advocaat. Als er dan mensen zijn bij wie dat is gelukt, dan vergroot dat het actieperspectief. Aan de andere kant moet je mensen ook geen zaken voorspiegelen die niet kloppen. Je moet hen geen hoop bieden, als achteraf blijkt dat ze toch de pineut zijn, ook voor de rechter.

Ik ben er niet uit wat dit nu betekent voor de manier waarop ik communiceer over het sociale panopticum en de dwangarbeid. Ik wil het kritisch veroordelen, die dwangarbeid, en beschrijvingen geven die laten zien hoe slecht het is. Aan de andere kant wil ik het ook weer niet beschrijven als een gesloten systeem waaruit geen ontsnappen mogelijk is, want dan bevestig je zonder het te willen de macht van de machthebbers en help je je eigen actieperspectief om zeep. Misschien moeten we meer de breuklijnen, tegenstrijdigheden en onvolmaaktheden van het panopticum benoemen en daarmee de perspectieven op verandering benadrukken. Weer meer naar de domme autoriteiten die zich belachelijk gedragen en hen ook belachelijk maken. Waarbij een breed scala aan middelen een rol kan spelen, van analyses tot politieke cartoons, en waarbij we kunnen broeden op strategieën om daar ook lokaal daadwerkelijk op in te spelen.

Piet van der Lende]]>

vrijdag 22 juni 2012

Nieuwe brochure over sociaal beleid en Europa

Onlangs heb ik een brochure geschreven “Europa en sociaal beleid. Van verzorgingsstaat naar neoliberale strafstaat“. De brochure kun je hier lezen. In deze brochure wordt uitgelegd hoe het “Europees sociaal model” onder druk van de Europese Unie werd uitgehold. Al moet daar onmiddellijk bij worden gezegd, dat de landen aangesloten bij die EU dit beleid gewild hebben. De EU coördineert wel het een en ander, maar het beleid komt uit de aangesloten landen zelf. De slogan ‘het moet van Europa’ is een afleidings manouvre, die de aandacht moet afleiden van het feit, dat de regeringen van de verschillende landen de afbraak van de sociale zekerheid zelf geïnitieerd hebben. Pensioenen, werkloosheidsvergoedingen, gezondheidszorg, niets ontsnapt aan de gecoördineerde neoliberale hervormingen en de blinde soberheidspolitiek. Deze brochure is een samenwerking van Euromarsen en Ander Europa, en verscheen in juni 2012. Je kunt hem bestellen bij de Bijstandsbond of op de website van Ander Europa. Daar is de brochure ook te downloaden.In de brochure behandel ik de geschiedenis van het sociale beleid op Europees niveau vanaf het ontstaan van de Raad van Europa en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) Later werd dat de EEG. (De Europese Economische Gemeenschap). In de eerste fase was er de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog en het in de steigers zetten van een verzorgingsstaat met als kroon op het werk in Nederland de Algemene Arbeidsongeschiktheidsverzekering (AAW) een volksverzekering tegen arbeidsongeschiktheid. In de tweede fase, vanaf de economische crisis in de zeventiger jaren van de vorige eeuw, zien we de eerste contouren van een neoliberaal beleid en het begin van de inperking van de verzorgingsstaat. Op Europees niveau besloot men, het sociale beleid te laten voor wat het was en alle aandacht te richten op het tot stand brengen van een economische eenheidsmarkt met vrije concurrentie. Een derde fase trad na 1997 in met de werkgelegenheidsstrategie en flexibilisering van de arbeidsmarkt die op Europese toppen in Luxemburg werd vastgesteld en die strategie zou mede de basis vormen van de zogenaamde strategie van Lissabon die in 2000 werd vastgesteld. Flexibilisering en employability waren de toverwoorden van de nieuwe strategie. Maar de Lissabonstrategie mislukte volledig. Doelstellingen op het gebied van werkloosheidsbestrijding en toename van arbeidsparticipatie werden niet gehaald. Aan de vooravond van de economische crisis bedacht men dus de Europa 2020 strategie. Daarbij worden nieuwe stappen gezet richting harmonisatie van de verschillende sociale stelsels. Het opjagen van werklozen en van werkenden moet in alle landen het uitgangspunt worden voor de opvoering van de arbeidsproductiviteit. In de huidige fase is er een versnelling bij de invoering van dat beleid. Publieke diensten en sociale zekerheid worden verder afgebroken, armoedebestrijding is taboe op Europees niveau en de werkenden worden de zekerheden ontnomen door afschaffing van ontslagbescherming, inperking van pensioen en VUT regelingen, en andere maatregelen. De neoliberale strafstaat wordt in meerdere landen verder ontwikkeld, ondanks het failliet van de liberale politiek.Wat mij bij het schrijven van de brochure al opviel, was dat er wat betreft de invoering van het neoliberale beleid een soort stoomwals in de loop van de tijd beleidsmatig in dezelfde richting reed, ongeacht de politieke kleur van de regeringen in de verschillende landen en ongeacht de samenstellingen van de Europese Commissie en het Europese parlement. Zonder in samenzweringsteoriën te vervallen, van lokaal tot internationaal zijn ondemocratische lobbynetwerken van technocraten uit uitvoeringsinstellingen en onderzoeksinstellingen actief, die allemaal werken in de richting van de neoliberale strafstaat. Daar zijn qua politieke kleur liberalen en christen-democraten bij, maar ook socialisten. Het democratisch tekort van Europa versterkt deze tendens. In de wandelgangen van Brussel speelt zich een schimmig spel af, waarbij de technocraten en de werkgevers belangrijke spelers zijn met beslissingen waar de volkeren van Europa niets over te zeggen hebben.Een recent voorbeeld van het alsmaar ondemocratisch doorstomende neoliberale strafstaat beleid is de gang van zaken rond de Wet Werken naar Vermogen. Deze wet was bijna door de Tweede Kamer aangenomen, met steun van de PVV, maar twee dagen voor de definitieve stemming trok Wilders de stekker uit het kabinet. Toen werd de wet controversieel verklaard, hij zal per 1 januari 2013 niet worden ingevoerd. Maar Kunduz coalitie of niet, minister Kamp gaat door met zijn opjaagbeleid. Deze week kondigde hij in een verzamelbrief aan de gemeenten aan, dat elementen uit de Wet Werken naar Vermogen toch worden ingevoerd. Er worden nog meer databanken gekoppeld, nog meer sociale rechercheurs en andere politieagenten ingezet, zogenaamd om de fraude te bestrijden maar in werkelijkheid om de allesomvattende controle op de mensen die zich op de onderste treden van de maatschappelijke statusladder bevinden verder op te voeren en de stigmatisering van deze mensen verder vorm te geven, zodat ze als bliksemafleider kunnen fungeren voor de frustraties van de middenklassen, die nu ook sterk door de bezuinigingen zullen worden getroffen. Een andere maatregel die in de verzamelbrief wordt aangekondigd is het nog maar weer eens verscherpen van het sanctiebeleid wanneer je naar het oordeel van de instanties onvoldoende meewerkte aan reintegratie. De uitkering kan in de toekomst zonder aanzien des persoons gemakkelijker worden opgeschort of stopgezet. Tot nu toe moest bij het opleggen van een sanctie rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden. In de toekomst niet verschijnen bij een oproep om over reintegratie te praten? Hup uitkering stopzetten, wie je ook bent en wat ook de reden is, en daarna kijken we wel weer verder.Piet van der Lende]]>

maandag 26 maart 2012

donderdag 23 februari 2012

Veel publiciteit over de schrijnende gevolgen van de huishoudinkomenstoets

De schrijnende gevolgen van de huishoudinkomenstoets heeft tot veel publiciteit geleid. Journalisten gingen naarstig op zoek naar mensen die onder de toets vielen en die hun inkomen geheel of gedeeltelijk zouden verliezen. De oppositiepartijen in de Tweede Kamer hadden geen goed woord over voor de toets.Donderdag 23 februari was de lokale televisiezender At5 bij de Bijstandsbond op bezoek. Ze interviewden verschillende mensen, waaronder iemand die te maken heeft met die huishoudtoets. De man kwam op het spreekuur omdat hij tot tweemaal toe een aanvraag heeft gedaan voor een aanvullende bijstandsuitkering en in beide gevallen werd aanvraag afgewezen of buiten behandeling gesteld. De man heeft enige maanden WW gehad en werkte daarvoor in een technisch beroep bij een gemeentelijke instelling. Vanwege de bezuinigingen bij de gemeente Amsterdam is hij ontslagen. Zijn zoon en schoondochter en twee kinderen van zijn zoon wonen bij hem in. De zoon had een inkomen als ZZP-er in de bouw, maar is door de malaise in die bedrijfstak ontslagen en heeft geen inkomen. (ook geen recht op ww). De dochter verdient 700 euro bruto per maand. De vader die uit de WW kwam wilde bijstand aanvragen. Hij gaat vallen onder de huishoudtoets. Ze hebben met de hele familie bestaande uit 3 volwassenen en twee kinderen recht op maximaal 1350 euro. De schoondochter verdient 700 euro. Dus de aanvullende bijstand is maximaal 650 euro volgens de nieuwe toets op het huishoudinkomen. Daar moeten ze alles van betalen, huur, gas en licht, ziektekostenpremies voor 3 volwassenen, etc. En de opvoeding van de kinderen. In de oude situatie, voor de invoering van de toets op het huishoudinkomen hadden ze recht op 650 euro in de maand meer. De man en zijn zoon solliciteren zich suf maar zijn tot nu toe niet aan de bak gekomen. ‘Ik ben 55 zegt de man, mij nemen ze niet meer’. De zoon moest de boekhouding overleggen van zijn werk als zzp-er. Daarvoor moet je de boekhouder vragen een overzicht te maken, met de meest recente gegevens. Deze boekhouding kon niet binnen 1 week worden aangeleverd, waarop de aanvraag prompt buiten behandeling werd gesteld. Ze zitten al 2 maanden op het inkomen van de schoondochter en de schulden lopen op. ‘Ik word dakloos’ zegt de man. En mijn zoon, schoondochter en twee kinderen ook’.]]>

zondag 1 januari 2012

Wijzigingen van de Wet Werk en Bijstand per 1 januari 2012

Per 1 januari 2012 zijn verschillende maatregelen in het kader van de bijstand aanzienlijk aangescherpt. Het betreft maatregelen voor jongeren (afschaffing van de Wet Investeren in Jongeren) de invoering van de huishoudinkomenstoets, de invoering van ene generieke tegenprestatie naar vermogen, maatregelen voor alleenstaande ouders, regels op het gebied van bijzondere bijstand en vakantieregels en de norm voor verkrijging van categoriale bijzondere bijstand wordt 110% van de bijstandsnorm. Enige uitleg over de huishoudinkomenstoets. Per 1 januari is de toets op het huishoudinkomen bij mensen in de bijstand ingevoerd. Voor bestaande gevallen gaat de toets per 1 juli in, voor mensen die nu een uitkering aanvragen geldt de toets nu al. Kort gezegd komt de nieuwe maatregel erop neer, dat alle bloedverwanten in de eerste graad die tot een huishouden behoren bij het gezin worden gerekend. Tot nu toe kon zich bijvoorbeeld de situatie voordoen, dat ouders een bijstandsuitkering voor samenwonenden hadden en een inwonende meerderjarige zoon of dochter met inkomen uit arbeid. In de nieuwe situatie kan dat niet meer. Zoon en/of dochter die een inkomen uit arbeid hebben moeten voor hun ouders gaan zorgen. De ouders verliezen de bijstandsuitkering. In de nieuwe situatie worden de inkomens van grootouders, ouders, kinderen die eventueel onder een dak wonen bij elkaar opgeteld en als bijvoorbeeld het inkomen van de zoon 1350 euro meer bedraagt, moet hij voor de hele familie zorgen en hebben de anderen nergens recht op. Dezelfde situatie kan zich voordoen bij een ouder gezinnen. Er zijn veel situaties waarbij kinderen samenwonen met hun ouders. Dat komt door de grote woningnood onder mensen met een minimuminkomen.Hieronder volgen de wijzigingen van de Wet die per 1 januari 2012 zijn ingevoerd.
De Wet investeren in jongeren wordt afgeschaft, er wordt een apart regime voor jongeren tot 27
jaar opgenomen in de WWB;
Jongere wordt verplicht eerst zelf 4 weken naar werk te zoeken, alvorens aanspraak op
ondersteuning ontstaat;
Na 4 weken kan de jongere een aanvraag voor ondersteuning en uitkering indienen bij het U W V;
Recht op werkleeraanbod wordt vervangen door een aanspraak op ondersteuning;
College toetst of betrokkene zich aantoonbaar heeft ingespannen om werk te vinden;
College beoordeelt of de jongere deel kan nemen aan het reguliereonderwijs, zo ja, dan dient de
aanvraag te worden afgewezen;
Na onvoldoende inspanningen om aan het werk te komen volgt een nieuwe periode van 4 weken
zonder ondersteuning of uitkering;
Bij onvoldoende inspanningen van de jongere om in deze vier weken aan het werk te komen
besluit het college tot het verlagen van de uitkering;
Jongeren dienen de mogelijkheden van scholing te onderzoeken en dit prevaleert boven het recht
op bijstand.
Overgangsmaatregelen
Binnen 6 maanden na 1 januari 2012 dient het college de besluiten in overeenstemming met
degewijzigde WWB te brengen.
Aanscherping gezinsbiistand en huishoudinkomentoets
Wat verandert er per 1 januari 2012:
a Nu: alleen gehuwden of samenwonenden kunnen alle algemeen noodzakelijke kosten van
bestaan delen. Wordt: hiervan is ook sprake bij degenen die bloed- en aanverwanten zijn in de eerste graad en die bij elkaar wonen in dezelfde woning;
a Bloed- en aanverwanten in de eerste graad die in dezelfde woning het hoofdverblijf hebben
worden aangemerkt als eenheid en krijgen recht op de bijstandsnorm van 100% van het wettelijk
minimumloon;
a Stiefkinderen en aangetrouwde kinderen zijn ook meerderjarige kinderen;
a Gezinsleden kunnen niet ieder voor zich een individuele bijstandsuitkering aanvragen; het gezin
als zelfstandig subject moet dit gezamenlijk doen;
a Uitzondering: een meerderjarig bloed- of aanverwant in de eerste graad die studeert en wiens in
aanmerking te nemen inkomen (incl. ontvangen studiefinanciering) niet meer bedraagt dan 80%
van het netto minimumloon;
w College krijgt mogelijkheid uitzondering te maken wanneer er sprake is van een zorgbehoevend
gezinslid. Iemand is zorg behoevend wanneer hij beschikt over een geldig indicatiebesluit o.g.v. de AWBZ voor 10 of meer uren zorg per week; en deze zorg voor minstens dat aantal uren door een ander gezinslid wordt verleend en c jonger dan 65 jaar is;
w Bij de bijstandsverlening wordt in principe volledig rekening gehouden met alle inkomens- en
vermogensbestanddelen van de bloed en aanverwanten in de eerste graad;
* Zakelijk relaties zoals onderhuurschap, kostgangerschap of andere woonvormen en bloed – en
aanverwanten in de tweede graad vallen niet onder reikwijdte van dit wetsvoorstel.
Overgangsmaatregelen
w Voor bloed- en aanverwanten in de eerste graad, waarvan één of meerdere een uitkering
ontvangen o.g.v. WWB en WIJ blijft het recht enlof de hoogte van die uitkering gedurende
hoogstens 6 maanden ongewijzigd;
0 Om hieronder te vallen dient men op 1 januari 2012 een uitkering te ontvangen o.g.v. WWB en
WIJ en hoofdverblijf te hebben in dezelfde woning.
Tegenprestatie naar vermogen
Wat verandert er per 1 januari 2012:
e College kan een plicht om naar vermogen een tegenprestatie te verrichten invoeren, ook als die
niet direct samenhangt met arbeidsinschakeling. Geen verplichte samenloop met een reinteg
ratietra ject; De nuttige maatschappelijke werkzaamheden mogen acceptatie van arbeid of re-integratie niet in de weg staan. Omvang en duur van de werkzaamheden dienen dus beperkt zijn
w Additionele werkzaamheden mogen niet leiden tot verdringing van regulier werk;
w Werkzaamheden moeten passen binnen vermogen bijstandsgerechtigde.
Verschillen met participatieplaats:
e doel: participatieplaats primair nuttig bij ontwikkeling richting arbeidsmarkt; tegenprestatie niet; duur: tegenprestatie kort; participatieplaats max. 2 jaar;
e premie: bij participatieplaats premie toekennen aan uitkeringsgerechtigde; bij tegenprestatie niet.
Wat verandert er per 1 januari 2012:
e Tot 65 jaar: 4 weken per kalenderjaar vakantieperiode in het buitenland;
w 65 jaar en ouder: l3 weken verblijf buitenland en niet beschikbaar voor arbeidsmarkt. Langer verblijf mag, maar dan geen uitkering en mogelijkheid van een verlaging van de uitkering bij terugkeer wegens het missen van kansen op de arbeidsmarkt (voor jonger dan 65 jaar).
Alleenstaande ouders in de WB
Wat verandert er per l januari per 201 2:
e Alleenstaande ouder met een kind tot 12 jaar kan in aanmerking komen voor vrijlating van 12,5%
van de netto-arbeidsinkomsten, tot max. €120 per maand, voor gedurende maximaal 3 jaar;
e Nu ook vrijlating van 6 maanden voor 25% (met max. €1 87 per maand) van inkomsten uit arbeid;
deze vrijlating gaat voor de nieuwe vrijlating.
Toelichting sollicitatieplicht alleenstaande ouders van kinderen tot vijf jaar:
Besloten is om alsnog de ontheffing van de sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders van kinderen
tot 5 jaar in de bijstand niet af te schaffen.
Wat verandert er per 1 januari 2012:
e Bijzondere bijstand kent drie vormen:
1. individuele bijzondere bijstand;
2. categoriale bijzondere bijstand;
3. bijzondere vorm langdurigheidstoeslag.
Nu: volledige vrijheid college in welke mate rekening wordt gehouden met de hoogte van het
aanwezige inkomen. Wordt: Inkomensnorm voor categoriale bijzondere bijstand wordt 110% van de van toepassing zijndebijstandsnorm;
e Maatregel is gericht op categoriale inkomensondersteuning. Van generiek gemeentelijk
inkomensbeleid is sprake indien categoriaal aan mensen inkomensondersteuning wordt verstrekt
zonder dat er sprake is van vergoeding van daadwerkelijk gemaakte kosten; Categoriale voorzieningen zijn bijvoorbeeld: langdurigheidstoeslag, eenmalige uitkering voor chronisch zieken, gehandicapten, ouderen en de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering;
e Gemeentelijke bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor inkomensondersteuning voor
individueel maatwerk blijft ongewijzigd;
e Kwijtschelding van lokale belastingen en heffingen vallen niet onder het regiem van
de inkomensnormering.
]]>

vrijdag 9 december 2011

Enkele opmerkingen bij het initiatief van de nieuwe vakbeweging en de komende confrontatie met het kabinet

De legitimiteitscrisis van de politiekVoor de economische crisis verschenen er weliswaar ook reeksen boeken van politicologen en anderen over de geloofwaardigheid van de politiek en het feit dat de politieke besluitvorming ‘potdicht’ zit, met andere woorden: als belangengroep of vanuit de samenleving kun je er nauwelijks invloed op uitoefenen. En men besteedde aandacht aan het feit, dat steeds meer kiezers bij verkiezingen thuis blijven en zich afwenden van die politiek. Maar de urgentie van dit probleem is nog niet zo groot geweest, dat het in organisatorisch opzicht leidde tot grote veranderingen  bij de hoofdrolspelers in de polder: de politieke partijen, de vakbonden,  werkgeversorganisaties en de instituties van de staat en hun onderlinge verhoudingen. Basis van de samenwerking was  respect voor ieders competentie op basis van een scheiding tussen de economie en de politiek. De vakbeweging houdt zich bezig met de organisatie van mensen op hun werkplek en de voorwaarden die daar gelden, de politieke partijen zijn verenigingen die kandidaten stellen voor de vertegenwoordigende organen van de staat en meedoen aan de verkiezingen. In dat poldermodel hadden ieder van de hoofdrolspelers hun functie in de legitimering van het overheidsbeleid. De rechtse of sociaal-democratische partijen onderhandelden met de vakbonden en de werkgevers over maatregelen, waar hooguit een grote minderheid van de bevolking achter kon staan. In ruil voor beperkte concessies (overgangsregelingen voor beperkte groepen) werden de maatregelen toch doorgevoerd.  Voor de economische crisis was dit ook eigenlijk geen probleem. Men wilde slechts in beperkte mate ingrijpen in de inkomenspositie en de leefsituatie van de bevolking, en men plaatste tegenover de reorganisatiemaatregelen afkoopsommen om de vakbeweging tevreden te stellen die met een akkoord over de regelingen voor de broodnodige legitimiteit of schijn-legitimiteit zorgden.Reorganisatie in de polderMaar de voorstellen voor de Nieuwe Vakbeweging zijn niet de enige voorstellen voor organisatorische veranderingen die op stapel staan. In het regeerakkoord van het Kabinet Rutte staan in de inleiding een reeks van voorstellen om de onderlinge verhoudingen tussen de instituties van de staat te veranderen. Wat we ook weer zien bij het kabinet Rutte is dat specifieke minderheidsgroepen hard worden gepakt, terwijl een groot deel van de werkende bevolking en een deel van de uitkeringsgerechtigden met een hoge organisatiegraad in de vakbonden (WAO-ers) buiten schot blijft. Tot zover business as usual. Grote opstanden van de bevolking tegen de ontwikkeling van de neoliberale politiek bleven uit. De miljoenen werkenden en gepensioneerden konden rustig van hun inkomen genieten en dit aanvullen met de meerwaarde van hun huis. Het neoliberale model kon qua ideologische uitgangspunten zoals streven naar privatisering van overheidsdiensten worden ingevoerd zonder dat het legitimiteitsprobleem echt accuut werd. Er viel altijd wel iets uit te ruilen of af te kopen, daarvoor was er wel de financiele ruimte.Eind jaren zeventigNu is alles anders. De economische crisis functioneert in veel opzichten als katalysator van ontwikkelingen, die al eind jaren zeventig zijn begonnen en die hebben geleid tot een gestage uitholling van de posities van de vakbeweging en de sociaal democratie in het poldermodel. Eind jaren zeventig was er wat de vakbeweging betreft al een soort legitimiteitscrisis. In die periode werden buiten de vakbeweging om vele categorale organisaties opgericht die zich bezig hielden met de belangenbehartiging voor een specifieke groep. Komitees vrouwen en de bijstand, werklozenorgansaties, WAO groepen en migrantengroepen schoten als paddenstoelen uit de grond. Ook in de gezondheidszorg werden allerlei  belangenorganisaties opgericht, zoals patientenverenigingen, die zich bezig hielden met de belangenbehartiging voor mensen met een bepaalde aandoening. Van vele van die organisaties die in nu nog bestaan gaat de geschiedenis terug tot eind jaren zeventig van de vorige eeuw. Groepen die zich in dergelijke organisaties verenigden herkenden zich niet meer in het beleid van de algemene organisaties, zoals vakbonden en politieke partijen. Zij vonden dat de belangen van hun specifieke groep slecht in het beleid van die algemene organisaties tot uiting kwamen. En zij gingen zich bezig houden met actie en lobbywerk richting overheid. De overheid reageerde hierop door veel van die organisaties te steunen. Velen kregen subsidies van het Rijk, de provincies en gemeenten. Met dit geld werden vele activiteiten en spreekuren door de betrokken organisaties opgezet. De staat zag in dit nieuwe maatschappelijk middenveld een nieuwe mogelijkheid, het beleid dat zij uitvoerde te legitimeren. Daarom ontwikkelde men ook een ingewikkeld netwerk van inspraakstructuren, waarbij de nieuwe categorale organisaties naast de vakbonden zitting namen in allerlei cliëntenraden en overleggroepen. Dat is een situatie die tot op de dag van vandaag bestaat, hoewel het kabinet Rutte en de gemeenten zijn begonnen die subsidies voor veel van die organisaties op te heffen.  Duizenden vrijwilligers zijn actief in dergelijke clientenraden bij sociale diensten en bij instellingen in de (geestelijke) gezondheidszorg. Wat betreft de positie van de vakbonden kan worden gezegd, dat zij wel het alleenrecht behielden op de  onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden van de werkenden. Maar  bij de belangenbehartiging naar de overheid toe werden zij slechts een van de vele spelers. En de positie van de vakbonden bij de werkenden werd uitgehold omdat in de nieuwe dienstensector de organisatiegraad laag was.CrisisNu, in crisistijd, komen de legitimiteitscrisis van de politiek en van de vakbeweging bij elkaar. En komen scherp naar voren. De sociaal-democratie kan haar klassieke functie in het poldermodel- in ruil voor legitimering van het bezuinigingsbeleid concessies afdwingen bij rechts- niet meer vervullen. Enerzijds zijn de organisaties van die politieke stroming hun alleenrecht in de belangenbehartiging kwijt geraakt, anderzijds is het gedaan met de bereidheid van werkgevers en rechtse politieke partijen concessies te doen aan de sociaal-democraten in ruil voor de legitimering van hun beleid.
De bezuinigingsmaatregelen die nu genomen zijn lijken een tussenfase in de agenda van het kabinet. Tot nu toe is een -op het geheel van de Nederlandse bevolking gezien- betrekkelijk kleine groep getroffen. De mensen ‘aan de onderkant’ van de samenleving, de mensen met een minimuminkomen die niet in grote belangengroepen georganiseerd zijn. Maar dat is een groep, waar niet zoveel valt te halen. Er worden wel de nodige miljarden binnengehaald, maar als de economische crisis doorvreet wil het kabinet meer bezuinigingen. En daarvoor wend men de blik naar de honderdduizenden WAO-ers  en de miljoenen werkenden die tot nu toe buiten schot bleven. Een adviseur van het ministerie vertelde mij,  dat in 2013 ook de WW zal worden aangepakt. En minister Kamp kondigde aan dat hij broedt op maatregelen om het werkgevers mogelijk te maken af te wijken van de Collectieve Arbeids Overeenkomsten. Met andere woorden: loonsverlagingen moeten mogelijk zijn. Op een recent congres van het UWV werd duidelijk welke kant het met de WAO-ers opgaat: een reeks van professorale adviseurs van het ministerie pleitte ervoor, dat arbeidsongeschikten ook aan het werk moeten worden gezet als ze nog ziek zijn onder het motto: werken geneest. Kijk, dat soort maatregelen gaat echt bezuinigingen opleveren. En… veel grotere groepen dan tot nu toe worden getroffen. Vrijdag 9 december, tijdens het schrijven van dit stukje kwamen er berichten in de media die de komende maatregelen al heel wat concreter maakten: forse ingrepen in de sociale zekerheid, de woningmarkt, de arbeidsmarkt en de gezondheidszorg om nog minstens 10 miljard aan extra bezuinigingen binnen te halen.Vakbondsbestuurder Roel Berghuis analyseerde in een blog de positie van de vakbonden en de nieuwe halsstarrigheid van de werkgevers en de regering waarbij bovenstaande analyse wordt bevestigd. ‘ In de laatste decennia is de vakbeweging onvoldoende in staat geweest om met de werkgevers aan de centrale onderhandelingstafel tot gedegen en ‘het verschil makende’ akkoorden te komen. De laatste jaren is het vooral gegaan over loonmatiging, verslechteringen van sociale zekerheidsregelingen en boterzachte intenties over arbeidsparticipatie. Met dergelijke afspraken konden diverse FNV bonden nauwelijks uit de voeten. Deze bonden hadden vaak zware kritiek omdat zij deze akkoorden gewoon niet konden uitleggen aan hun achterban. Om de lieve ‘FNV vrede’ te bewaren gingen deze FNV bonden jaar in jaar ontevreden mee met deze matige centrale akkoorden’.  Het akkoord van Dalfsen is een wanhopige poging, de legitimeringsfunctie van de vakbeweging in het poldermodel te herstellen door te streven naar een hernieuwde aanhang waarbij wordt aangesloten bij de belangen van de flexibel werkenden, de zzp-ers en anderen met een onzekere positie in hun werk. Daarbij streeft men naar een erg open structuur, waarbij ook de categorale organisaties die eind jaren zeventig zijn ontstaan zich kunnen aansluiten en waarbij een breed palet van wat radicalere en minder radicale organisaties ontstaat die bij hun beleid uit kunnen blijven gaan van een grote autonomie.  Om op die basis in een nieuw soort polderoverleg bij werkgevers en rechtse politieke partijen concessies te verkrijgen voor een socialere politiek.

Het lijkt me dat dit streven in deze vorm tot mislukken is gedoemd. Ik wil wat dit betreft wel een voorspelling doen. Er is een grote confrontatie van het kabinet Rutte en de werkgevers met de Nederlandse bevolking op komst- waarbij het migratieprobleem en het veiligheidsdenken in versterkte mate in het kader van de Ostrogorski paradox als argument zullen worden uitgespeeld om de kiezers ertoe te brengen op rechtse partijen te blijven stemmen hoewel ze het niet eens zijn met de maatregelen op sociaal-economisch terrein. Daarbij zal dankbaar gebruik gemaakt worden van de zich verscherpende sociale tegenstellingen in de bevolking. De juichende JOVD-ers hebben qua mentaliteit, leefcultuur, opvattingen en waarden die zij aanhangen niets meer te maken met bijvoorbeeld de mentaliteit, leefcultuur en opvattingen van de uitkeringsgerechtigden in de bijstand of de WAO. De aanhangers van rechts zullen een scherpe confrontatiepolitiek voeren samen met de media die hen vertegenwoordigen. Er zullen nieuwe sociale bewegingen en protestbewegingen buiten de kaders van de vakbonden en de politieke partijen ontstaan, die een radicaler antwoord zullen pogen te geven op de aanvallen van de rechtse politiek. De nieuwe stap van de vakbonden kan er wel toe leiden, dat er dwarsverbanden gaan ontstaan tussen delen van die nieuwe vakbeweging en de nieuwe sociale bewegingen.
]]>

zaterdag 12 november 2011

Een bezoek aan de Blauwe Kamer

Op eerste Pinksterdag heb ik een bezoek gebracht aan natuurgebied de Blauwe Kamer. De Blauwe Kamer is vlakbij de Grebbeberg onderdeel van een smalle, langgerekte strook natuurgebied tussen de Rijndijk van Wageningen naar de Grebbeberg en de Rijn. Via een toegangsweg, die ook toegankelijk is voor auto’s en een parkeerplaats daarvoor bij cafe restaurant Panorama kom je aan de oever van de Rijn bij het veerpont naar Opheusden. De Veerweg is de grens tussen de twee natuurgebieden de Blauwe Kamer en de Plasserwaard. Door de Blauwe Kamer zelf loopt de grens tussen Utrecht en Gelderland. Ik maakte een wandeling door het natuurgebied en volgde daarbij de blauwe route naar de vogelkijkhut. Bij een grote plas hoorde ik tijdens de wandeling de kikkers luidkeels kwaken. Ik ga via een brug de plas over. Aan de overkant loopt een kudde wilde koeien.Het is er trouwens vrij druk op deze eerste Pinksterdag. Hele gezinnen zwerven over de wandelpaden. Het pad gaat verder over een diep ingesleten zandpad. Ik moet manouvreren tussen de stront van de wilde koeien, die zich bij de plas aan het gras tegoed doen. Aan het eind van het pad is de vogelkijkhut. Ik ga naar boven en heb uitzicht op een kolonie lepelaars en aalscholvers..Heel in de verte zie je aan de andere kant van de vogelkijkhut een kudde wilde paarden Aan die kant kijk je uit op weer aan de natuur teruggegeven weilanden met zo een andere bezoekster vertelde, de resten van de Grift naar de Rijn waarlangs de turf werd afgevoerd die in de buurt van het gebied rond Veenendaal werd gewonnen. De Grift buigt bij Veenendaal naar het westen af om via de Rode Haan, resten van verdedigingswerken van de kleine waterlinie, bij Amersfoort uit te komen. De Rode Haan is een grote heuvel in het landschap die met de trein komende vanaf Wageningen aan de linkerkant voorbij station Veenendaal -de Klomp te zien is.
Op gezette tijden zijn er gratis excursies in de Blauwe Kamer. Voor meer informatie zie de site van het Utrechts landschap dat het beheer heeft over de Blauwe Kamer]]>

donderdag 3 november 2011

Het Openlucht Museum

Winters tafreel in het Openluchtmuseum. 03-01-2011.
Het Openluchtmuseum heb ik vaak bezocht. Ik kom er graag. Je kunt er heerlijk wandelen in het bos, met af en toe een historische boerderij of een ander gebouw, ingericht met spullen uit grootmoeders tijd en van daarvoor. Terwijl je je vergaapt aan deze historische gebouwen uit een voorbije tijd kun je mijmeren over hoe het was, het boerenleven van vroeger. In mijn jeugd heb ik de laatste resten van dat oude boerenleven nog meegemaakt.Toch is het Openluchtmuseum niet zozeer een weerspiegeling van een verdwenen verleden, waarin alle aspecten van dat verleden, de positieve en negatieve dingen, aan de orde komen. Tot ongeveer de tweede helft van de 19e eeuw was Nederland in veel opzichten nauwelijks een eenheidsnatie. Er bestond tot die tijd een lappendeken van regio’s ieder met een eigen cultuur en identiteit, dat wil zeggen historische boerderijvormen en bouwstijlen, tradities en gewoonten, taal, manieren van landbouwbedrijven. Kortom de concrete vormen die de oude plattelandscultuur aannam.
Boerderij in het Openluchtmuseum
Voor de komst van de spoorwegen waren er weliswaar intensieve (handels)contacten tussen de regio’s en hadden de elites uit die regio’s wel veel contact met elkaar, maar voor de doorsnee burger duurde het reizen van de ene regio naar de andere in onze ogen erg lang. Zij hadden weinig contact en voelden zich betrokken bij de eigen regio, ontleenden daaraan hun identiteit, niet aan zoiets als een Nederlandse eenheidsstaat, die toch al begin 19e eeuw formeel-juridisch was ontstaan. In de tweede helft van de 19e eeuw kwamen er met de industriele revolutie en de spoorwegen intensievere contacten. En in de 20e eeuw is de oude plattelandscultuur verdwenen.Een reflexie op die verdeling in regio’s, ieder met hun eigen kenmerken en cultuur en op hoe de overgang naar de eenheidsstaat is verlopen zul je in het Openluchtmuseum vergeefs vinden. Boerderijtjes, huizen, werkplaatsen en andere gebouwen die er pittoresk uitzien staan kris kras door elkaar in de ruimte opgesteld. Je wandelt in 5 minuten van een boerderij uit Giethoorn naar een ‘Los Hoes’ uit Twente. En er is ook geen indeling in tijdperken. Niet alleen staan gebouwen uit verschillende regio’s kris kras door elkaar, ook staan gebouwen uit verschillende historische tijdperken door elkaar heen, zonder commentaar.Het oude boerenleven wordt zo een soort abstractie, de oude plattelandscultuur in zijn algemeenheid, los van de verschillen tussen mensen, culturen en regio’s die er in vroeger tijden ook waren. Er wordt een nostalgisch verlangen uitgedrukt naar ‘het leven van vroeger’ in het algemeen , toen het nog gezellig was, geen criminaliteit, geen lawaai, alles rustig en vredig in een warm aanvoelende gemeenschap waarin de mensen nog solidair met elkaar waren. En kijk eens in welke tijd we nu leven.Het Openluchtmuseum zegt zo meer over ons, over hoe wij tegen het verleden aankijken alsof het een soort amorf voor-modern tijdperk is zonder historische ontwikkeling en differentiatie. Dit sluit goed aan op de oorspronkelijke bedoeling van het Openlucht Museum, denk ik. Het behoud van de oude plattelandscultuur, de herinnering daaraan, als algemene uitdrukking van de Nederlandse identiteit in het algemeen, niet de identiteit van al die regio’s en culturen. Aansluitend bij het concept van de natie, de nationale eenheidsstaat, waarin iedereen zich in de eerste plaats Nederlander voelt.
Maar het is fascinerend om te zien hoe dit algemene, abstracte concept wonderwel aansluit bij de mondialisering, die langzaam aan bezit neemt van het Openlucht Museum. Op drukke dagen zie je Amerikanen, soms van Nederlandse afkomst, Japanners en Duitsers over de zandpaden slenteren, foto’s makend en keuvelend over de goede oude tijd. En over hoe Nederland in zijn algemeenheid vroeger was. De buitenlanders kijken bewonderend naar de vrijwilligers, die zich in hun vrije tijd bepaalde vaardigheden van de oude ambachtslieden eigen gemaakt hebben en die op gezette tijden in het Openlucht Museum demonstraties geven. Zij zullen niets vinden over de armoede, de ziekten in een tijd dat er geen gezondheidszorg was, de strijd om het bestaan, de onderlinge strijd die onze voorouders in verschillende tijdperken voerden, geen kritische terugblik ook over het verstikkende karakter van die op tradities gebaseerde (het is nu eenmaal zoals het is) plattelandscultuur.En na het bezoek aan het museum kun je bij terugkomst in de souvenirshop beschilderde klompjes, rode zakdoeken en plaatjesboeken met kleurenfoto’s van de gebouwen kopen. Zo is het Openlucht Museum uitdrukking van de moderne tijd en een ontkenning van het verleden. Men probeert dit beeld wel bij te stellen door bijvoorbeeld een tentoonstelling over migratie. Wat zijn de effecten van migratie. Nederland krijgt er ook gewoonten en tradities bij. Dat inspireerde het Nederlands Openluchtmuseum tot de thematentoonstelling Hollandse Nieuwe. U ziet o.a. hoe ‘Indorock’ ons dansritme opvoerde, maar ook hoe een rasechte Rotterdammer zijn vertrouwde buurt zag veranderen.]]>

maandag 19 september 2011

Breed protest tegen de bezuinigingen van het kabinet Rutte

Ongeveer 10.000 mensen hebben maandag op het Malieveld in Den Haag gedemonstreerd tegen de bezuinigingsplannen van het kabinet. Een eerste opmaat naar meer. Maar de sociaal-democratische en christendemocratische stromingen, massaorganisaties van weleer, raken verdeeld onder druk van de verontwaardiging waarbij de bestuurders en gesubsidieerde belangenorganisaties hun posities in het poldermodel verdedigen tegen het opkomend verzet door tussen de actievoerders en de regering te gaan staan of het verzet te kanaliseren.
De actie was oa georganiseerd door het Nationaal Beraad, waarin grote maatschappelijke organisaties als de Raad van kerken en de vakbonden zitting hebben. Maar bij het Beraad is een reeks van landelijke en provinciale organisaties en belangengroepen aangesloten. Daarnaast was er protest van oa de CG Raad (Chronisch Zieken en Gehandicaptenraad) en andere organisaties voor chronisch zieken en gehandicapten. Zo’n dertig verschillende organisaties protesteerden van 14.00 tot 16.00 uur tegen de aangekondigde bezuinigingen. Volgens de organisatoren waren er meer dan 10.000 mensen aanwezig, de politie beweerde dat het er ongeveer 5000 waren. Er waren ook veel werknemers uit sociale werkplaatsen aanwezig.
De acties werden op maandag gehouden omdat het de dag voor Prinsjesdag is. Gehandicapten en chronisch zieken maar ook andere groepen lieten zien dat ze hard worden getroffen door een opeenstapeling van maatregelen. Stop de opstapeling! was dan ook een van de leuzen. De actiegroep ‘terug naar de bossen’ bracht een doodskist binnen, waarin Henk en Ingrid lagen, de ‘gewone Nederlanders’ die de PVV zegt te vertegenwoordigen. Henk en Ingrid zijn overleden door de bezuinigingen op de gezondheidszorg.
Er klonk veel boegeroep. De demonstranten lieten samen met het Metropole Orkest, dat ook bedreigd wordt door de bezuinigingen, een protestkreet horen.
De demonstratie van de meest uiteenlopende groepen en mensen smaakte naar meer. Maar of dat er komt? In ieder geval is duidelijk, dat veel mensen boos zijn over de manier waarop de regering bezuinigt op de inkomens van de meest kwetsbaren, terwijl de rijken buiten schot blijven. Alles was gericht op het parlement. ‘Het is nu aan het parlement om ons geluid op te pakken en het kabinet op andere gedachten te brengen’, aldus zei FNV-bestuurder Leo Hartveld. Als dat niet gebeurt, krijgt de demonstratie op het Malieveld een vervolg, aldus de vakbondsvertegenwoordiger.
De vertegenwoordiger van de Raad van kerken ontweek de vraag, of de kerken gaan mobiliseren. ‘Wij gaan de mensen helpen’ zei hij en gaf geen antwoord op de vraag of de kerken toekomstige acties steunen. Het is niet onwaarschijnlijk dat een deel van de aanwezige organisaties, die tot over hun oren in de overlegeconomie van het poldermodel zitten, afhaakt wanneer het parlement de begroting eenmaal heeft aangenomen.
Op de achtergrond speelde het vakbondsconflict over het pensioenakkoord. Agnes Jongerius sprak niet op de manifestatie, maar Leo Hartveld. Wilde Jongerius niet met boegeroep van haar achterban geconfronteerd worden? Nu er een rechtse regering is, die haar asociale beleid wil doorzetten in deze tijden van (economische) crises, waarbij zij volkomen ongevoelig lijkt voor argumenten in overleg en voor protestacties, staat de sociaal-democratie op een kruispunt van wegen: of de kant van het duurzaam protest opgaan en weer de vertegenwoordiger worden van emanicipatiebewegingen of medeverantwoordelijk worden voor het afbraakbeleid van het kabinet Rutte. Vele sociaal-democratische bestuurders zijn het eigenlijk in grote lijnen wel met Rutte eens en zij voeren op gemeentelijk niveau het beleid van Rutte trouw uit. Het zwalkend beleid van leider Cohen laat zien, dat men vooralsnog van twee walletjes probeert te eten. Het is echter sterk de vraag of dat in de huidige polariserende verhoudingen blijft lukken. De Partij van de Arbeid staat op zwaar verlies in de opiniepeilingen. Er zijn in de krachtsverhoudingen van de linkse of wat minder linkse organisaties grote verschuivingen op komst die kansen bieden voor een breed verzet in de nabije toekomst op basis van de verontwaardiging die op maandag voor het eerst werd gemobiliseerd.
Arrestaties en machtsvertoon van de politie
En ondertussen maakte ook de politie duidelijk, wat het ware gezicht is van de huidige steeds repressievere controlestaat: bij de demonstratie zijn vier mensen aangehouden, drie omdat ze zich niet konden identificeren en een omdat hij weigerde weg te gaan toen een agent hem dat opdroeg. Pesterijtjes, toen een kleine ongevaarlijke groep van ongeveer 15 personen met veel machtsvertoon werd omsingeld door een grote groep agenten en politiemensen te paard.
]]>

woensdag 3 augustus 2011

Megazitting Rechtbank Amsterdam op dinsdag 7 juni over regeling voor chronisch zieken en gehandicapten in Amsterdam

Persbericht Bijstandsbond

03-06-2011

Megazitting Rechtbank Amsterdam op dinsdag 7 juni over regeling voor chronisch zieken en gehandicapten in Amsterdam

Aanstaande dinsdag dienen 27 zaken voor de rechtbank Amsterdam over de chronisch zieken regeling van de gemeente Amsterdam. Vorig jaar heeft de gemeente Amsterdam een nieuwe regeling ingevoerd voor bijzondere bijstand aan chronisch zieken en gehandicapten in Amsterdam. Daarbij werd bij veel mensen de bijzondere bijstand soms met honderden euro’s per maand teruggebracht. De rechtbank heeft op 28 juni 2010 uitgesproken, dat deze nieuwe regeling niet deugt en in strijd is met de wet. Het beleid van de wethouder werd dus afgeschoten. Ook de landelijke voorzieningen voor chronisch zieken en gehandicapten worden in het kader van de bezuinigingen steeds meer uitgekleed. Zo zijn er plannen voor een grote groep het Persoonsgebonden Budget (PGB) af te schaffen.

Maar het beleid van de gemeente Amsterdam is nu wederom onderwerp van discussie voor de rechter. De gemeente heeft in feite de uitspraak van de rechter van 2010 naast zich neergelegd. De mensen die de rechtszaak hadden aangespannen en hadden gewonnen kregen in oktober 2010 een brief, waaruit bleek dat ze alsnog onder de nieuwe regeling zouden worden gebracht, alsof er geen uitspraak van de rechter was geweest. Daartegen hebben verschillende mensen bezwaar aangetekend en enkelen van hen, waarbij gezegd werd: we gaan naar de daadwerkelijke kosten kijken, zijn in beroep gegaan. In werkelijkheid kijkt de gemeente nl niet naar de daadwerkelijke kosten maar volgt ze voor een vergoeding de standaardnormen van de belastingen voor belastingaftrek, zoals bij dieetkosten en maaltijdvergoeding.

In de nieuwe regeling zijn er modules voor bepaalde onkosten vanwege chronische ziekte of handicap. Je kunt maximaal 20 euro per module krijgen en het aantal modules is 8.

De rechtbank Amsterdam heeft afgelopen woensdag een kritische fax gestuurd aan de gemeente, met allemaal vragen, onder andere waar dat bedrag van maximaal 20 euro per module op gebaseerd is en hoe de gemeente aan dat bedrag komt. Aan het eind van de fax deelt de rechtbank mee, dat er nog veel meer vragen zijn, die op de zitting aan de orde zullen komen.

Voor meer informatie:

Piet van der Lende

]]>

dinsdag 2 augustus 2011

De Metropool Regio Amsterdam (MRA) Op weg naar een diensteneconomie voor de rijken in het tijdperk van de globalisering

De Metropool Regio Amsterdam (MRA)

Op weg naar een diensteneconomie voor de rijken in het tijdperk van de globalisering

Dit artikel heeft twee aanleidingen. De eerste is, dat enige weken geleden een brief van het Amsterdams Bureau voor Onderzoek en Statistiek in de bus rolde. Of ik mee wilde doen aan de jaarlijkse bedrijfsenquête. Aan het eind van de brief werd een staafdiagram opgenomen dat mij intrigeerde. In onderstaande grafiek wordt de ontwikkeling van het aantal personen werkzaam in Amsterdam in beeld gebracht. Deze grafiek riep bij mij vragen op.

Hoe kan het, dat in de Metropool Regio Amsterdam (MRA) na 2007, dus vanaf het begin van de economische crisis, het aantal werkzame personen tamelijk sterk steeg? Zelfs sterker dan in voorgaande jaren?

De tweede aanleiding voor dit artikel is, dat Ewald Engelen in NRC Handelsblad een artikel publiceerde getiteld ‘de lulkoek van de beleidselite’. (1) In dit lezenswaardige artikel wordt naar voren gebracht, dat in de MRA het aantal werkzame personen, werkzaam in de financiële sector, sinds 2001 met 15% is gedaald. In het vermogensbeheer zijn 4000 banen verdweenn. Bij de banken 3000 banen. En in de effectenhandel werken nog maar 2500 mensen. Dat maakte bovenstaande grafiek voor mij nog merkwaardiger. Blijkbaar zijn er in de MRA de laatste tien jaar belangrijke verschuivingen aan de gang in de economische structuur en wellicht in de arbeidsrelaties. Hieronder wat overwegingen wat dat betreft zonder de pretentie te hebben, daar een volledige analyse van te kunnen geven in het kader van dit artikel.

tegenstelling arm en Rijk

Nergens in Nederland zijn de tegenstellingen tussen arm en rijk zo groot als in de MRA. Niet alleen in de stad Amsterdam zelf zijn de tegenstellingen groot, ook tussen de stad en de omliggende gebieden, waar in sommige villawijken de miljonairs bij elkaar wonen, zoals in Bloemendaal. In de MRA zijn de inkomens minder gelijk verdeeld dan in Nederland. Zowel het aandeel mensen met een hoger inkomen als het aandeel met een lager

inkomen is groter dan in heel Nederland het geval is. Bovendien is de inkomensongelijkheid

toegenomen tussen 2000 en 2005, zowel in Nederland als in de MRA. De toename was iets sterker in de MRA dan gemiddeld in Nederland.

Het rapport Metropool Regio Amsterdam 2008 Arm en Rijk in beeld geeft een verklaring voor deze ontwikkeling. (2)

Er is een clustering van kennisintensieve werkgelegenheid, gecombineerd met stedelijke armoede Er wonen hele rijke mensen maar er is ook veel sociale woningbouw.

In de stad Amsterdam zijn de tegenstellingen nog groter dan in de MRA.

Vooral de hele lage, maar ook de hele hoge inkomens zijn daar oververtegenwoordigd

Dit zou komen doordat in grote steden als Amsterdam de aanwezigheid van zowel veel stedelijke armoede en werkloosheid (lage inkomens) als kennisintensieve arbeid (hoge

inkomens) sterker is.

Werken voor de rijken

Deze ontwikkeling betekent, dat zich in de ambachtelijke productie van dure goederen en de persoonlijke dienstverlening in de stad een nieuwe economische bedrijvigheid ontwikkelt, waarbij zelfstandigen (ZZP-ers en kleine bedrijven zoals kappers of schoonheidsspecialisten) voor vaak lage inkomsten werken voor de rijken, die hun vele geld uitgeven in de stad. Slechts gedeeltelijk komt deze ontwikkeling in de statistieken tot uitdrukking: vele ‘eenmansbedrijven’ opereren illegaal, bijvoorbeeld werken met behoud van WAO of AOW uitkering, die als basis dient voor de activiteiten. Sommige ZZP-ers wisselen hun activiteiten voor de rijken waarmee geld wordt verdiend af met een tijdelijke bijstandsuitkering. Hoe groot die groep is, die afwisselend in Amsterdam inkomsten uit werk en inkomsten uit WW of bijstand heeft is bij mijn weten nooit onderzocht. Of men heeft een partner met regelmatige inkomsten die voor de regelmaat zorgt. In Amsterdam zijn vele kunstenaars gevestigd, die een opleiding hebben gevolgd waarbij allerlei kennis en vaardigheden zijn aangeleerd die op de bouwmarkt of bij het opknappen van grachtenpanden (restauratiewerkzaamheden) goed van pas komen. Menige kunstenaar verhuurt zich als stukadoor, of specialiseert zich in het restaureren van plafonds met beeldhouwwerk in historische panden. Kortom, velen houden zich bezig met zeer specialistisch werk, voor de ‘bovenkant’ van de markt. Naast deze ambachtelijk specialistische arbeid is er veel ongeschoold werk in de dienstensector. Werkzaamheden in tuinen, huishoudelijke dienst, thuiszorg. Men werkt echter niet alleen voor de rijken of de mensen met een wat hoger inkomen die in de MRA wonen. Door de nabijheid van Schiphol, waar veel toeristen aankomen die een bezoek brengen aan Amsterdam en het fenomeen van ‘een dagje Amsterdam’ van toeristen uit de provincie met een dik pensioen ontwikkelt zich in de MRA een specialistische bedrijvigheid van modewinkels, antiquariaten kunsthandel en galerieën, etc. Veel bezoekers komen af op het gespecialiseerde winkelbestand en de gespecialiseerde dienstverlening.

Booming business en krimp.

Bovenstaande ontwikkeling komt tot uiting in de statistieken. In januari 2010 waren er in de MRA 241.000 bedrijfsvestigingen met 1.087.000 werkzame personen. De MRA valt niet geheel samen met het werkgebied van de Kamer van Koophandel Amsterdam. Vandaar dat in het werkgebied van de Kamer in 2010 157.953 bedrijfsvestigingen waren. De toename ten opzichte van 2000 is 46%. In de sector Financiën zien we inderdaad een daling van 8,5%. Dit sluit aan op de daling van het aantal werkzame personen die Engelen noemt. De trend die Engelen suggereert zou echter ook minder sterk kunnen zijn omdat er bedrijfsverplaatsingen zijn van het centrum van de MRA naar de randgebieden, vooral in de sector Financiën. In de randgebieden groeit de sector Financiën soms nog. Maar de algemeen trend is duidelijk: krimp van de Financiële sector. Er is verder een krimp in de sector Groothandel terwijl in de Industrie het aantal vestigingen gelijk blijft. Een spectaculaire toename zien we in de sector Algemeen Diensten (toename 163%). En in iets mindere mate in de sectoren Adviesdiensten, Facilitaire Diensten en Persoonlijke Dienstverlening, met groeipercentages tussen de 96 en 88%.

Al met al lijken deze cijfers de trend te bevestigen die hierboven werd genoemd. De sectoren in de Algemeen en Persoonlijke Dienstverlening, met zowel zeer specialistische als ongeschoolde arbeid waarvan hiervoor de voorbeelden werden genoemd, nemen sterk toe.

Het aantal werkzame personen in het werkgebied van de Kamer van Koophandel Amsterdam is tussen 2000 en 2010 met 33% toegenomen, vooral in de hierboven genoemde sectoren. Grote groeiers zijn de Algemeen Diensten (toename 138%) en de Adviesdiensten (toename 71%) en Facilitaire Diensten (toename 77%) terwijl in de Persoonlijke Dienstverlening 68% meer mensen werkzaam zijn. De werkgelegenheidsgroei in de Industrie, Bouw, Vervoer en Financiën verloopt negatief.

Wat zijn nu de arbeidsverhoudingen die op deze nieuwe werkgelegenheid van toepassing is? 63% van alle bedrijven in het werkgebied van de Kamer van Koophandel Amsterdam zijn in 2010 eenmansbedrijven. Daarmee is het aandeel in het totale aantal vestigingen toegenomen ten opzichte van 2000, toen nog 50% van alle bedrijven eenmansbedrijven waren. Dat waren er toen 50.000. Het aantal neemt dus toe met gemiddeld 5000 per jaar in het werkgebied van de Kamer van Koophandel. Overigens worden de cijfers nog duidelijker als je beseft, dat 20% van alle vestigen tweemansbedrijven zijn.

Landelijk gezien is iets meer dan de helft van de kleine ondernemers ZZP-er. (Zelfstandige Zonder Personeel). Vaak gedwongen. Minstens 40% van de ZZP-ers zou landelijk gezien liever in loondienst werken. Het zou te ver voeren, dit hier allemaal uit te werken, maar de toekomst van de ZZP-er is onzeker. Er zijn veel startende eenmansbedrijven en er worden jaarlijks ook weer veel opgeheven. En ook de inkomsten zijn wisselend, terwijl de ZZP-er eventuele sociale zekerheidsarrangementen zelf moet financieren.

Gesteld kan worden dat het aandeel van ZZP-ers in de totale werkgelegenheid nog beperkt is. Tussen de 10 en 15% van het aantal werkzame personen in de MRA gaat door het leven als ZZP-er. Maar hun aantal stijgt snel.

Verschuivingen in de economische structuur

Terug naar het begin van het verhaal. De MRA is nog steeds een belangrijk mondiaal knooppunt in de organisatie van de productie van goederen en diensten. Hierbij valt te denken aan de banken, en andere bedrijven in de financiële sector maar ook aan advocatenkantoren en organisatieadviesbureau, of bureaus op het gebied van vermogensbeheer. Engelen wijst er echter op, dat Amsterdam deze prominente functie in de mondiale productie aan het verliezen is. Deze ontwikkeling wordt in de statistieken gemaskeerd door de opkomst van de diensteenconomie voor de rijken. Mensen die hun geld elders verdieenn, bijvoorbeeld in bedrijven in het buitenland, vestigen zich in het centrum of aan de randen van Amsterdam. Voor hen en voor de rijken uit de provincie en voor een deel van de buitenlandse toeristen is Amsterdam het centrum waar je je geld uitgeeft. De mensen die in deze dienstenindustrie werken doen dat werk vaak onder zeer slechte omstandigheden en voorwaarden met een onzekere toekomst.

Daarmee kom ik tot de volgende analyse waarvan- ik geef het toe- nog veel onderzocht moet worden om het te bevestigen. Blijkbaar versterkt de economische crisis de ontwikkeling in de MRA waarbij zij eenrzijds een kristallisatieregio is waar de rijken hun geld uitgeven en waar anderzijds de functie als knooppunt in de mondiale productie verdwijnt. De stad trekt ondanks de economische crisis in toeenmende mate beiden aan: de rijken, die in de MRA hun geld uitgeven, maar ook arbeidskrachten, die gedwongen zijn door het leven te gaan met de onzekere toekomst als ZZP-er in dienst van de rijken omdat zij elders geen werk meer kunnen vinden. Zo maakt de ontwikkeling van de MRA deel uit van groeiende sociale en economische tegenstellingen tussen groepen mensen op het gebied van inkomen, maar ook tussen regio’s. En groeien nieuwe vormen van de sociale verhoudingen tussen de knecht en de meester. Tegenover de ‘boom’ van de diensteenconomie voor de rijken staat de leegloop, de hoge werkloosheid en het gebrek aan economische activiteiten in andere regio’s.

  1. Ewald Engelen. De lulkoek van de beleidselite. NRC Handelsblad vrijdag 22 juli 2011 pagina 15.

  2. (2). Gemeente Amsterdam. Dienst Onderzoek en Statistiek. Metropoolregio Amsterdam 2008. Arm en Rijk in beeld. Maart 2009.

]]>