Interview met mensen in de bijstand op het spreekuur van de Bijstandsbond over de inkomensafhankelijke zorgpremie. – Radio 1 journaal NOS. 02-11-2012. Live.
zaterdag 31 december 2011
In de media in 2011
Dag van de Solidariteit druk bezocht – Leeuwarder Courant, 20-02-2011De Dag van de Solidariteit in Amsterdam is zondag druk bezocht. AT5 nieuws, 20-02-2011 ]]>
vrijdag 9 december 2011
Enkele opmerkingen bij het initiatief van de nieuwe vakbeweging en de komende confrontatie met het kabinet
De legitimiteitscrisis van de politiekVoor de economische crisis verschenen er weliswaar ook reeksen boeken van politicologen en anderen over de geloofwaardigheid van de politiek en het feit dat de politieke besluitvorming ‘potdicht’ zit, met andere woorden: als belangengroep of vanuit de samenleving kun je er nauwelijks invloed op uitoefenen. En men besteedde aandacht aan het feit, dat steeds meer kiezers bij verkiezingen thuis blijven en zich afwenden van die politiek. Maar de urgentie van dit probleem is nog niet zo groot geweest, dat het in organisatorisch opzicht leidde tot grote veranderingen bij de hoofdrolspelers in de polder: de politieke partijen, de vakbonden, werkgeversorganisaties en de instituties van de staat en hun onderlinge verhoudingen. Basis van de samenwerking was respect voor ieders competentie op basis van een scheiding tussen de economie en de politiek. De vakbeweging houdt zich bezig met de organisatie van mensen op hun werkplek en de voorwaarden die daar gelden, de politieke partijen zijn verenigingen die kandidaten stellen voor de vertegenwoordigende organen van de staat en meedoen aan de verkiezingen. In dat poldermodel hadden ieder van de hoofdrolspelers hun functie in de legitimering van het overheidsbeleid. De rechtse of sociaal-democratische partijen onderhandelden met de vakbonden en de werkgevers over maatregelen, waar hooguit een grote minderheid van de bevolking achter kon staan. In ruil voor beperkte concessies (overgangsregelingen voor beperkte groepen) werden de maatregelen toch doorgevoerd. Voor de economische crisis was dit ook eigenlijk geen probleem. Men wilde slechts in beperkte mate ingrijpen in de inkomenspositie en de leefsituatie van de bevolking, en men plaatste tegenover de reorganisatiemaatregelen afkoopsommen om de vakbeweging tevreden te stellen die met een akkoord over de regelingen voor de broodnodige legitimiteit of schijn-legitimiteit zorgden.Reorganisatie in de polderMaar de voorstellen voor de Nieuwe Vakbeweging zijn niet de enige voorstellen voor organisatorische veranderingen die op stapel staan. In het regeerakkoord van het Kabinet Rutte staan in de inleiding een reeks van voorstellen om de onderlinge verhoudingen tussen de instituties van de staat te veranderen. Wat we ook weer zien bij het kabinet Rutte is dat specifieke minderheidsgroepen hard worden gepakt, terwijl een groot deel van de werkende bevolking en een deel van de uitkeringsgerechtigden met een hoge organisatiegraad in de vakbonden (WAO-ers) buiten schot blijft. Tot zover business as usual. Grote opstanden van de bevolking tegen de ontwikkeling van de neoliberale politiek bleven uit. De miljoenen werkenden en gepensioneerden konden rustig van hun inkomen genieten en dit aanvullen met de meerwaarde van hun huis. Het neoliberale model kon qua ideologische uitgangspunten zoals streven naar privatisering van overheidsdiensten worden ingevoerd zonder dat het legitimiteitsprobleem echt accuut werd. Er viel altijd wel iets uit te ruilen of af te kopen, daarvoor was er wel de financiele ruimte.Eind jaren zeventigNu is alles anders. De economische crisis functioneert in veel opzichten als katalysator van ontwikkelingen, die al eind jaren zeventig zijn begonnen en die hebben geleid tot een gestage uitholling van de posities van de vakbeweging en de sociaal democratie in het poldermodel. Eind jaren zeventig was er wat de vakbeweging betreft al een soort legitimiteitscrisis. In die periode werden buiten de vakbeweging om vele categorale organisaties opgericht die zich bezig hielden met de belangenbehartiging voor een specifieke groep. Komitees vrouwen en de bijstand, werklozenorgansaties, WAO groepen en migrantengroepen schoten als paddenstoelen uit de grond. Ook in de gezondheidszorg werden allerlei belangenorganisaties opgericht, zoals patientenverenigingen, die zich bezig hielden met de belangenbehartiging voor mensen met een bepaalde aandoening. Van vele van die organisaties die in nu nog bestaan gaat de geschiedenis terug tot eind jaren zeventig van de vorige eeuw. Groepen die zich in dergelijke organisaties verenigden herkenden zich niet meer in het beleid van de algemene organisaties, zoals vakbonden en politieke partijen. Zij vonden dat de belangen van hun specifieke groep slecht in het beleid van die algemene organisaties tot uiting kwamen. En zij gingen zich bezig houden met actie en lobbywerk richting overheid. De overheid reageerde hierop door veel van die organisaties te steunen. Velen kregen subsidies van het Rijk, de provincies en gemeenten. Met dit geld werden vele activiteiten en spreekuren door de betrokken organisaties opgezet. De staat zag in dit nieuwe maatschappelijk middenveld een nieuwe mogelijkheid, het beleid dat zij uitvoerde te legitimeren. Daarom ontwikkelde men ook een ingewikkeld netwerk van inspraakstructuren, waarbij de nieuwe categorale organisaties naast de vakbonden zitting namen in allerlei cliëntenraden en overleggroepen. Dat is een situatie die tot op de dag van vandaag bestaat, hoewel het kabinet Rutte en de gemeenten zijn begonnen die subsidies voor veel van die organisaties op te heffen. Duizenden vrijwilligers zijn actief in dergelijke clientenraden bij sociale diensten en bij instellingen in de (geestelijke) gezondheidszorg. Wat betreft de positie van de vakbonden kan worden gezegd, dat zij wel het alleenrecht behielden op de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden van de werkenden. Maar bij de belangenbehartiging naar de overheid toe werden zij slechts een van de vele spelers. En de positie van de vakbonden bij de werkenden werd uitgehold omdat in de nieuwe dienstensector de organisatiegraad laag was.CrisisNu, in crisistijd, komen de legitimiteitscrisis van de politiek en van de vakbeweging bij elkaar. En komen scherp naar voren. De sociaal-democratie kan haar klassieke functie in het poldermodel- in ruil voor legitimering van het bezuinigingsbeleid concessies afdwingen bij rechts- niet meer vervullen. Enerzijds zijn de organisaties van die politieke stroming hun alleenrecht in de belangenbehartiging kwijt geraakt, anderzijds is het gedaan met de bereidheid van werkgevers en rechtse politieke partijen concessies te doen aan de sociaal-democraten in ruil voor de legitimering van hun beleid.
De bezuinigingsmaatregelen die nu genomen zijn lijken een tussenfase in de agenda van het kabinet. Tot nu toe is een -op het geheel van de Nederlandse bevolking gezien- betrekkelijk kleine groep getroffen. De mensen ‘aan de onderkant’ van de samenleving, de mensen met een minimuminkomen die niet in grote belangengroepen georganiseerd zijn. Maar dat is een groep, waar niet zoveel valt te halen. Er worden wel de nodige miljarden binnengehaald, maar als de economische crisis doorvreet wil het kabinet meer bezuinigingen. En daarvoor wend men de blik naar de honderdduizenden WAO-ers en de miljoenen werkenden die tot nu toe buiten schot bleven. Een adviseur van het ministerie vertelde mij, dat in 2013 ook de WW zal worden aangepakt. En minister Kamp kondigde aan dat hij broedt op maatregelen om het werkgevers mogelijk te maken af te wijken van de Collectieve Arbeids Overeenkomsten. Met andere woorden: loonsverlagingen moeten mogelijk zijn. Op een recent congres van het UWV werd duidelijk welke kant het met de WAO-ers opgaat: een reeks van professorale adviseurs van het ministerie pleitte ervoor, dat arbeidsongeschikten ook aan het werk moeten worden gezet als ze nog ziek zijn onder het motto: werken geneest. Kijk, dat soort maatregelen gaat echt bezuinigingen opleveren. En… veel grotere groepen dan tot nu toe worden getroffen. Vrijdag 9 december, tijdens het schrijven van dit stukje kwamen er berichten in de media die de komende maatregelen al heel wat concreter maakten: forse ingrepen in de sociale zekerheid, de woningmarkt, de arbeidsmarkt en de gezondheidszorg om nog minstens 10 miljard aan extra bezuinigingen binnen te halen.Vakbondsbestuurder Roel Berghuis analyseerde in een blog de positie van de vakbonden en de nieuwe halsstarrigheid van de werkgevers en de regering waarbij bovenstaande analyse wordt bevestigd. ‘ In de laatste decennia is de vakbeweging onvoldoende in staat geweest om met de werkgevers aan de centrale onderhandelingstafel tot gedegen en ‘het verschil makende’ akkoorden te komen. De laatste jaren is het vooral gegaan over loonmatiging, verslechteringen van sociale zekerheidsregelingen en boterzachte intenties over arbeidsparticipatie. Met dergelijke afspraken konden diverse FNV bonden nauwelijks uit de voeten. Deze bonden hadden vaak zware kritiek omdat zij deze akkoorden gewoon niet konden uitleggen aan hun achterban. Om de lieve ‘FNV vrede’ te bewaren gingen deze FNV bonden jaar in jaar ontevreden mee met deze matige centrale akkoorden’. Het akkoord van Dalfsen is een wanhopige poging, de legitimeringsfunctie van de vakbeweging in het poldermodel te herstellen door te streven naar een hernieuwde aanhang waarbij wordt aangesloten bij de belangen van de flexibel werkenden, de zzp-ers en anderen met een onzekere positie in hun werk. Daarbij streeft men naar een erg open structuur, waarbij ook de categorale organisaties die eind jaren zeventig zijn ontstaan zich kunnen aansluiten en waarbij een breed palet van wat radicalere en minder radicale organisaties ontstaat die bij hun beleid uit kunnen blijven gaan van een grote autonomie. Om op die basis in een nieuw soort polderoverleg bij werkgevers en rechtse politieke partijen concessies te verkrijgen voor een socialere politiek.
zaterdag 12 november 2011
Een bezoek aan de Blauwe Kamer
Op eerste Pinksterdag heb ik een bezoek gebracht aan natuurgebied de Blauwe Kamer. De Blauwe Kamer is vlakbij de Grebbeberg onderdeel van een smalle, langgerekte strook natuurgebied tussen de Rijndijk van Wageningen naar de Grebbeberg en de Rijn. Via een toegangsweg, die ook toegankelijk is voor auto’s en een parkeerplaats daarvoor bij cafe restaurant Panorama kom je aan de oever van de Rijn bij het veerpont naar Opheusden. De Veerweg is de grens tussen de twee natuurgebieden de Blauwe Kamer en de Plasserwaard. Door de Blauwe Kamer zelf loopt de grens tussen Utrecht en Gelderland. Ik maakte een wandeling door het natuurgebied en volgde daarbij de blauwe route naar de vogelkijkhut. Bij een grote plas hoorde ik tijdens de wandeling de kikkers luidkeels kwaken. Ik ga via een brug de plas over. Aan de overkant loopt een kudde wilde koeien.
Het is er trouwens vrij druk op deze eerste Pinksterdag. Hele gezinnen zwerven over de wandelpaden. Het pad gaat verder over een diep ingesleten zandpad. Ik moet manouvreren tussen de stront van de wilde koeien, die zich bij de plas aan het gras tegoed doen. Aan het eind van het pad is de vogelkijkhut. Ik ga naar boven en heb uitzicht op een kolonie lepelaars en aalscholvers..
Heel in de verte zie je aan de andere kant van de vogelkijkhut een kudde wilde paarden Aan die kant kijk je uit op weer aan de natuur teruggegeven weilanden met zo een andere bezoekster vertelde, de resten van de Grift naar de Rijn waarlangs de turf werd afgevoerd die in de buurt van het gebied rond Veenendaal werd gewonnen. De Grift buigt bij Veenendaal naar het westen af om via de Rode Haan, resten van verdedigingswerken van de kleine waterlinie, bij Amersfoort uit te komen. De Rode Haan is een grote heuvel in het landschap die met de trein komende vanaf Wageningen aan de linkerkant voorbij station Veenendaal -de Klomp te zien is.
Op gezette tijden zijn er gratis excursies in de Blauwe Kamer. Voor meer informatie zie de site van het Utrechts landschap dat het beheer heeft over de Blauwe Kamer]]>
donderdag 3 november 2011
Het Openlucht Museum
| Winters tafreel in het Openluchtmuseum. 03-01-2011. |
| Boerderij in het Openluchtmuseum |
maandag 19 september 2011
Breed protest tegen de bezuinigingen van het kabinet Rutte
woensdag 3 augustus 2011
Megazitting Rechtbank Amsterdam op dinsdag 7 juni over regeling voor chronisch zieken en gehandicapten in Amsterdam
Persbericht Bijstandsbond
03-06-2011
Megazitting Rechtbank Amsterdam op dinsdag 7 juni over regeling voor chronisch zieken en gehandicapten in Amsterdam
Aanstaande dinsdag dienen 27 zaken voor de rechtbank Amsterdam over de chronisch zieken regeling van de gemeente Amsterdam. Vorig jaar heeft de gemeente Amsterdam een nieuwe regeling ingevoerd voor bijzondere bijstand aan chronisch zieken en gehandicapten in Amsterdam. Daarbij werd bij veel mensen de bijzondere bijstand soms met honderden euro’s per maand teruggebracht. De rechtbank heeft op 28 juni 2010 uitgesproken, dat deze nieuwe regeling niet deugt en in strijd is met de wet. Het beleid van de wethouder werd dus afgeschoten. Ook de landelijke voorzieningen voor chronisch zieken en gehandicapten worden in het kader van de bezuinigingen steeds meer uitgekleed. Zo zijn er plannen voor een grote groep het Persoonsgebonden Budget (PGB) af te schaffen.
Maar het beleid van de gemeente Amsterdam is nu wederom onderwerp van discussie voor de rechter. De gemeente heeft in feite de uitspraak van de rechter van 2010 naast zich neergelegd. De mensen die de rechtszaak hadden aangespannen en hadden gewonnen kregen in oktober 2010 een brief, waaruit bleek dat ze alsnog onder de nieuwe regeling zouden worden gebracht, alsof er geen uitspraak van de rechter was geweest. Daartegen hebben verschillende mensen bezwaar aangetekend en enkelen van hen, waarbij gezegd werd: we gaan naar de daadwerkelijke kosten kijken, zijn in beroep gegaan. In werkelijkheid kijkt de gemeente nl niet naar de daadwerkelijke kosten maar volgt ze voor een vergoeding de standaardnormen van de belastingen voor belastingaftrek, zoals bij dieetkosten en maaltijdvergoeding.
In de nieuwe regeling zijn er modules voor bepaalde onkosten vanwege chronische ziekte of handicap. Je kunt maximaal 20 euro per module krijgen en het aantal modules is 8.
De rechtbank Amsterdam heeft afgelopen woensdag een kritische fax gestuurd aan de gemeente, met allemaal vragen, onder andere waar dat bedrag van maximaal 20 euro per module op gebaseerd is en hoe de gemeente aan dat bedrag komt. Aan het eind van de fax deelt de rechtbank mee, dat er nog veel meer vragen zijn, die op de zitting aan de orde zullen komen.
Voor meer informatie:
Piet van der Lende
]]>dinsdag 2 augustus 2011
De Metropool Regio Amsterdam (MRA) Op weg naar een diensteneconomie voor de rijken in het tijdperk van de globalisering
De Metropool Regio Amsterdam (MRA)
Op weg naar een diensteneconomie voor de rijken in het tijdperk van de globalisering
Dit artikel heeft twee aanleidingen. De eerste is, dat enige weken geleden een brief van het Amsterdams Bureau voor Onderzoek en Statistiek in de bus rolde. Of ik mee wilde doen aan de jaarlijkse bedrijfsenquête. Aan het eind van de brief werd een staafdiagram opgenomen dat mij intrigeerde. In onderstaande grafiek wordt de ontwikkeling van het aantal personen werkzaam in Amsterdam in beeld gebracht. Deze grafiek riep bij mij vragen op.

Hoe kan het, dat in de Metropool Regio Amsterdam (MRA) na 2007, dus vanaf het begin van de economische crisis, het aantal werkzame personen tamelijk sterk steeg? Zelfs sterker dan in voorgaande jaren?
De tweede aanleiding voor dit artikel is, dat Ewald Engelen in NRC Handelsblad een artikel publiceerde getiteld ‘de lulkoek van de beleidselite’. (1) In dit lezenswaardige artikel wordt naar voren gebracht, dat in de MRA het aantal werkzame personen, werkzaam in de financiële sector, sinds 2001 met 15% is gedaald. In het vermogensbeheer zijn 4000 banen verdweenn. Bij de banken 3000 banen. En in de effectenhandel werken nog maar 2500 mensen. Dat maakte bovenstaande grafiek voor mij nog merkwaardiger. Blijkbaar zijn er in de MRA de laatste tien jaar belangrijke verschuivingen aan de gang in de economische structuur en wellicht in de arbeidsrelaties. Hieronder wat overwegingen wat dat betreft zonder de pretentie te hebben, daar een volledige analyse van te kunnen geven in het kader van dit artikel.
tegenstelling arm en Rijk
Nergens in Nederland zijn de tegenstellingen tussen arm en rijk zo groot als in de MRA. Niet alleen in de stad Amsterdam zelf zijn de tegenstellingen groot, ook tussen de stad en de omliggende gebieden, waar in sommige villawijken de miljonairs bij elkaar wonen, zoals in Bloemendaal. In de MRA zijn de inkomens minder gelijk verdeeld dan in Nederland. Zowel het aandeel mensen met een hoger inkomen als het aandeel met een lager
inkomen is groter dan in heel Nederland het geval is. Bovendien is de inkomensongelijkheid
toegenomen tussen 2000 en 2005, zowel in Nederland als in de MRA. De toename was iets sterker in de MRA dan gemiddeld in Nederland.
Het rapport Metropool Regio Amsterdam 2008 Arm en Rijk in beeld geeft een verklaring voor deze ontwikkeling. (2)
Er is een clustering van kennisintensieve werkgelegenheid, gecombineerd met stedelijke armoede Er wonen hele rijke mensen maar er is ook veel sociale woningbouw.
In de stad Amsterdam zijn de tegenstellingen nog groter dan in de MRA.
Vooral de hele lage, maar ook de hele hoge inkomens zijn daar oververtegenwoordigd
Dit zou komen doordat in grote steden als Amsterdam de aanwezigheid van zowel veel stedelijke armoede en werkloosheid (lage inkomens) als kennisintensieve arbeid (hoge
inkomens) sterker is.
Werken voor de rijken
Deze ontwikkeling betekent, dat zich in de ambachtelijke productie van dure goederen en de persoonlijke dienstverlening in de stad een nieuwe economische bedrijvigheid ontwikkelt, waarbij zelfstandigen (ZZP-ers en kleine bedrijven zoals kappers of schoonheidsspecialisten) voor vaak lage inkomsten werken voor de rijken, die hun vele geld uitgeven in de stad. Slechts gedeeltelijk komt deze ontwikkeling in de statistieken tot uitdrukking: vele ‘eenmansbedrijven’ opereren illegaal, bijvoorbeeld werken met behoud van WAO of AOW uitkering, die als basis dient voor de activiteiten. Sommige ZZP-ers wisselen hun activiteiten voor de rijken waarmee geld wordt verdiend af met een tijdelijke bijstandsuitkering. Hoe groot die groep is, die afwisselend in Amsterdam inkomsten uit werk en inkomsten uit WW of bijstand heeft is bij mijn weten nooit onderzocht. Of men heeft een partner met regelmatige inkomsten die voor de regelmaat zorgt. In Amsterdam zijn vele kunstenaars gevestigd, die een opleiding hebben gevolgd waarbij allerlei kennis en vaardigheden zijn aangeleerd die op de bouwmarkt of bij het opknappen van grachtenpanden (restauratiewerkzaamheden) goed van pas komen. Menige kunstenaar verhuurt zich als stukadoor, of specialiseert zich in het restaureren van plafonds met beeldhouwwerk in historische panden. Kortom, velen houden zich bezig met zeer specialistisch werk, voor de ‘bovenkant’ van de markt. Naast deze ambachtelijk specialistische arbeid is er veel ongeschoold werk in de dienstensector. Werkzaamheden in tuinen, huishoudelijke dienst, thuiszorg. Men werkt echter niet alleen voor de rijken of de mensen met een wat hoger inkomen die in de MRA wonen. Door de nabijheid van Schiphol, waar veel toeristen aankomen die een bezoek brengen aan Amsterdam en het fenomeen van ‘een dagje Amsterdam’ van toeristen uit de provincie met een dik pensioen ontwikkelt zich in de MRA een specialistische bedrijvigheid van modewinkels, antiquariaten kunsthandel en galerieën, etc. Veel bezoekers komen af op het gespecialiseerde winkelbestand en de gespecialiseerde dienstverlening.
Booming business en krimp.
Bovenstaande ontwikkeling komt tot uiting in de statistieken. In januari 2010 waren er in de MRA 241.000 bedrijfsvestigingen met 1.087.000 werkzame personen. De MRA valt niet geheel samen met het werkgebied van de Kamer van Koophandel Amsterdam. Vandaar dat in het werkgebied van de Kamer in 2010 157.953 bedrijfsvestigingen waren. De toename ten opzichte van 2000 is 46%. In de sector Financiën zien we inderdaad een daling van 8,5%. Dit sluit aan op de daling van het aantal werkzame personen die Engelen noemt. De trend die Engelen suggereert zou echter ook minder sterk kunnen zijn omdat er bedrijfsverplaatsingen zijn van het centrum van de MRA naar de randgebieden, vooral in de sector Financiën. In de randgebieden groeit de sector Financiën soms nog. Maar de algemeen trend is duidelijk: krimp van de Financiële sector. Er is verder een krimp in de sector Groothandel terwijl in de Industrie het aantal vestigingen gelijk blijft. Een spectaculaire toename zien we in de sector Algemeen Diensten (toename 163%). En in iets mindere mate in de sectoren Adviesdiensten, Facilitaire Diensten en Persoonlijke Dienstverlening, met groeipercentages tussen de 96 en 88%.
Al met al lijken deze cijfers de trend te bevestigen die hierboven werd genoemd. De sectoren in de Algemeen en Persoonlijke Dienstverlening, met zowel zeer specialistische als ongeschoolde arbeid waarvan hiervoor de voorbeelden werden genoemd, nemen sterk toe.
Het aantal werkzame personen in het werkgebied van de Kamer van Koophandel Amsterdam is tussen 2000 en 2010 met 33% toegenomen, vooral in de hierboven genoemde sectoren. Grote groeiers zijn de Algemeen Diensten (toename 138%) en de Adviesdiensten (toename 71%) en Facilitaire Diensten (toename 77%) terwijl in de Persoonlijke Dienstverlening 68% meer mensen werkzaam zijn. De werkgelegenheidsgroei in de Industrie, Bouw, Vervoer en Financiën verloopt negatief.
Wat zijn nu de arbeidsverhoudingen die op deze nieuwe werkgelegenheid van toepassing is? 63% van alle bedrijven in het werkgebied van de Kamer van Koophandel Amsterdam zijn in 2010 eenmansbedrijven. Daarmee is het aandeel in het totale aantal vestigingen toegenomen ten opzichte van 2000, toen nog 50% van alle bedrijven eenmansbedrijven waren. Dat waren er toen 50.000. Het aantal neemt dus toe met gemiddeld 5000 per jaar in het werkgebied van de Kamer van Koophandel. Overigens worden de cijfers nog duidelijker als je beseft, dat 20% van alle vestigen tweemansbedrijven zijn.
Landelijk gezien is iets meer dan de helft van de kleine ondernemers ZZP-er. (Zelfstandige Zonder Personeel). Vaak gedwongen. Minstens 40% van de ZZP-ers zou landelijk gezien liever in loondienst werken. Het zou te ver voeren, dit hier allemaal uit te werken, maar de toekomst van de ZZP-er is onzeker. Er zijn veel startende eenmansbedrijven en er worden jaarlijks ook weer veel opgeheven. En ook de inkomsten zijn wisselend, terwijl de ZZP-er eventuele sociale zekerheidsarrangementen zelf moet financieren.
Gesteld kan worden dat het aandeel van ZZP-ers in de totale werkgelegenheid nog beperkt is. Tussen de 10 en 15% van het aantal werkzame personen in de MRA gaat door het leven als ZZP-er. Maar hun aantal stijgt snel.
Verschuivingen in de economische structuur
Terug naar het begin van het verhaal. De MRA is nog steeds een belangrijk mondiaal knooppunt in de organisatie van de productie van goederen en diensten. Hierbij valt te denken aan de banken, en andere bedrijven in de financiële sector maar ook aan advocatenkantoren en organisatieadviesbureau, of bureaus op het gebied van vermogensbeheer. Engelen wijst er echter op, dat Amsterdam deze prominente functie in de mondiale productie aan het verliezen is. Deze ontwikkeling wordt in de statistieken gemaskeerd door de opkomst van de diensteenconomie voor de rijken. Mensen die hun geld elders verdieenn, bijvoorbeeld in bedrijven in het buitenland, vestigen zich in het centrum of aan de randen van Amsterdam. Voor hen en voor de rijken uit de provincie en voor een deel van de buitenlandse toeristen is Amsterdam het centrum waar je je geld uitgeeft. De mensen die in deze dienstenindustrie werken doen dat werk vaak onder zeer slechte omstandigheden en voorwaarden met een onzekere toekomst.
Daarmee kom ik tot de volgende analyse waarvan- ik geef het toe- nog veel onderzocht moet worden om het te bevestigen. Blijkbaar versterkt de economische crisis de ontwikkeling in de MRA waarbij zij eenrzijds een kristallisatieregio is waar de rijken hun geld uitgeven en waar anderzijds de functie als knooppunt in de mondiale productie verdwijnt. De stad trekt ondanks de economische crisis in toeenmende mate beiden aan: de rijken, die in de MRA hun geld uitgeven, maar ook arbeidskrachten, die gedwongen zijn door het leven te gaan met de onzekere toekomst als ZZP-er in dienst van de rijken omdat zij elders geen werk meer kunnen vinden. Zo maakt de ontwikkeling van de MRA deel uit van groeiende sociale en economische tegenstellingen tussen groepen mensen op het gebied van inkomen, maar ook tussen regio’s. En groeien nieuwe vormen van de sociale verhoudingen tussen de knecht en de meester. Tegenover de ‘boom’ van de diensteenconomie voor de rijken staat de leegloop, de hoge werkloosheid en het gebrek aan economische activiteiten in andere regio’s.
Ewald Engelen. De lulkoek van de beleidselite. NRC Handelsblad vrijdag 22 juli 2011 pagina 15.
(2). Gemeente Amsterdam. Dienst Onderzoek en Statistiek. Metropoolregio Amsterdam 2008. Arm en Rijk in beeld. Maart 2009.