pagina's

zondag 17 november 2013

manifestatie over de veranderingen in de bijstand

Op woensdagavond 20 november om 19.30 uur organiseren de Bijstandsbond en de Wereldse Wijk in Amsterdam West een bijeenkomst met als thema de actuele ontwikkelingen met betrekking tot de bijstand en de bedoelingen van de nieuwe Participatiewet die de bijstand gaat vervangen.De bijeenkomst wordt gehouden in de ruimte van  de Stichting Bewoners Platform Oud West (SBOW) 1e Helmersstraat 106 M  te Amsterdam 


Inleidingen van Sofie Meekel en Marc van Hoof, advocaten van het advocatenkantoor VHM Advocaten die nauw samenwerken met de Bijstandsbond. Zij zullen de recente maatregelen in het kader van de bijstand behandelen en een blik vooruit werpen op hoe de nieuwe Participatiewet, die de bijstand gaat vervangen eruit komt te zien. Staatssecretaris Klijnsma heeft een reeks van maatregelen in een wijziging van de bijstandswet aangekondigd, die 1 juli 2014 ingaan. Er bestaat de nodige verwarring onder bijstandsgerechtigden in hoeverre de maatregelen nieuw zijn en wat in feite al door gemeenten wordt uitgevoerd. Op deze avond proberen we daarin duidelijkheid te verkrijgen. Daaronder:
  • De invoering van de kostendelersnorm, waardoor duizenden uitkeringsgerechtigden die onder diverse sociale verzekeringswetten vallen er honderden euro’s op achteruit zullen gaan. (AOW-ers, WWB-ers, Wajongers, etc.) Woont u in bij moeder dan gaat bijstandsuitkering €202 omlaag en de AOW van uw moeder nog eens €283. Alleenstaande in de bijstand met thuiswonend werkend kind wordt per 1-1-14 €202 euro gekort op zijn uitkering. Twee Zussen in de AOW die wonen op zelfde adres leveren per 1 juli volgend jaar circa €250 in vanwege de kostendelersnorm. Twee samenwonende personen, beiden AOW en geen partners gaan er door de kostendelersnorm 566 euro per maand op achteruit.
  • mensen eerst vier weken naar een baan te laten zoeken voor ze recht krijgen op bijstand en hun het recht daarop te ontnemen als ze de zoektocht onvoldoende kunnen aantonen.
  • verplicht invoeren van een tegenprestatie voor alle bijstandsgerechtigden in alle gemeenten
  • Wie zich naar het oordeel van de klantmanager niet gedraagt, of naar het oordeel van de klantmanager slordig gekleed is, krijgt drie maanden geen uitkering meer.
  • Strafmaatregelen voor bijstandsontvangers worden strenger en landelijk voorgeschreven.
  • als er naar het oordeel van de uitkeringsinstantie sprake is van misdragingen jegens uitvoerende instanties en hun functionarissen tijdens het verrichten van hun werkzaamheden wordt de uitkering drie maanden ingehouden. ‘A-sociaal gedrag’ speelt daarbij een rol.
  • Op het naar het oordeel van de uitkeringsinstantie niet voldoen aan de informatieplicht staat drie maanden inhouding van de uitkering. Vele onschuldigen zullen hierdoor worden getroffen. Veel mensen zijn zich er met de ingewikkelde regels die voortdurend veranderen niet van bewust dat ze een detail hadden moeten melden.
Tevens zal besproken worden wat we hiertegen kunnen doen en zal de informatiegids voor de minima op 20 november worden gepresenteerd. Het is een website met tips en informatie voor mensen met een minimuminkomen over hoe te overleven in deze tijd van bezuinigingen. De gids kent drie soorten tips:  algemene tips die voor alle inwoners van Nederland gelden, tips voor inwoners van Amsterdam en in het bijzonder tips voor inwoners van Amsterdam West. Het website adres is http://www.overlevingsgids.net maar er is ook een applicatie voor android telefoons die kan worden gedownload in de Google Play Store. Trefwoord: bijstandsbond of overlevingsgids.]]>

maandag 4 november 2013

Dwangarbeid in Amsterdam nog erger dan gedacht

Samenvatting van het rapport

Het Amsterdamse actiecomité Dwangarbeid Nee presenteerde tijdens het Amsterdamse vakbondscafé van 25 oktober een rapport met de lange titel “Rapport over arbeidsbemiddeling, vrijwilligerswerk en dwangarbeid in de gemeente Amsterdam. Een verslag van ervaringen met de ‘stille revolutie’ in de tweede helft van 2012 en in 2013” (pdf). Op de spreekuren van belangenorganisaties, bij strijdorganisaties als Doorbraak en bij vakbonden komen schrijnende verhalen binnen over misstanden die heersen in de dwangarbeidsprojecten. Slechte werkomstandigheden, intimidatie, vernederingen, dreiging met stopzetting van de uitkering als men niet constant naar de pijpen van de werkmeesters danst, en vaak zelfs daadwerkelijke kortingen of stopzettingen van de uitkering voor de meest futiele ‘overtredingen’ van de zeer strenge regels. In dergelijke projecten leert men vaak niets en ze dragen dan ook op geen enkele manier bij aan de kansen op de arbeidsmarkt. Wel verdienen anderen aan de arbeid van uitkeringsgerechtigden.Lees meer…..Het rapport is hier te lezen.
]]>

donderdag 31 oktober 2013

Protest loont: Amsterdamse bijstand wordt niet tijdelijk

 
Het leven is een groot tijdelijk misverstandEnige tijd geleden bleek dat in de ontwerpbegroting van de gemeente Amsterdam een passage was opgenomen over de invoering van een tijdelijke bijstand. Vooral viel op de zinsnede “het college nu echter het tijdelijke karakter van de bijstand als vangnetfunctie wil benadrukken door te laten onderzoeken of en zo ja, voor welke klanten, de bijstand tijdelijk kan worden toegekend op basis van een inschatting vooraf van de maximale uitkeringsduur”. Wij constateerden dat de wethouder, ook gezien eerdere uitlatingen, het principe wilde invoeren, of de mogelijkheid onderzoeken van: je krijgt een aantal maanden of jaren bijstand en wij stellen van te voren vast hoelang en daarna wordt de uitkering gestopt. Dat is een doorbreking van het principe dat de bijstand voor onbepaalde tijd wordt toegekend, nooit wordt vooraf gezegd hoelang het gaat duren. Met het voorstel van de wethouder worden de rechten van bijstandsgerechtigden verder op losse schroeven gezet. Hierop diende het SP-raadslid Van der Pligt een amendement op de begroting in, waarin gevraagd werd de passage te schrappen. Ondertussen publiceerde het actiecomité DwangarbeidNee een artikel op internet waarin de plannen van de wethouder werden gehekeld. Het artikel werd enige duizenden malen gedownload van de weblog van het comité en ook op Facebook en Twitter ontstond de nodige reuring. Binnen GroenLinks, de partij van de verantwoordelijke wethouder, ontstond discussie over haar plannen. In een vakbondscafé, waar zeventig kaderleden van de vakbonden en vertegenwoordigers van andere belangenorganisaties zoals Doorbraak en de Bijstandsbond aanwezig waren op vrijdag 25 oktober, publiceerde het actiecomité DwangarbeidNee een rapport, waarin de misstanden in de Amsterdamse reïntegratie-industrie en de dwangarbeid die is ingevoerd aan de kaak werden gesteld. Daarover verschenen publicaties in onder andere Het Parool. Kort gezegd komt het erop neer, dat met concrete voorbeelden werd aangetoond dat de grote druk die in Amsterdam wordt uitgeoefend op bijstandsgerechtigden en die de wethouder dus nog verder wil opvoeren, desastreuze gevolgen heeft voor het welzijn en de leefsituatie van veel mensen.PreadviesHet college van burgemeester en wethouders publiceerde ondertussen een preadvies op het amendement van raadslid Maureen van der Pligt. Het preadvies luidde: “Het College erkent dat wie bijstand nodig heeft, deze moet kunnen krijgen. Bijstand is een grondwettelijk recht (artikel 20, lid 3). Het College wil de mogelijkheden verkennen om – binnen de grenzen van de wet – nog sterker dan nu het uitgangspunt te benadrukken dat iedereen in de eerste plaats zelf verantwoordelijk is om in zijn levensonderhoud te voorzien en bijstandsverlening daarom doorgaans van tijdelijke aard moet zijn. De wet biedt ook de mogelijkheid om bijstand voor een gesloten periode toe te kennen. De motie lijkt ertoe te strekken dit onderzoek op voorhand te blokkeren. Met een verkenning van juridische mogelijkheden komt echter de naleving van bestaande wetten op geen enkele wijze in het geding. De uitkomsten van dit onderzoek zullen met de Raad worden gedeeld, voordat verdere stappen worden genomen. Ons College ontraadt derhalve aanneming van dit voorstel.” In eerste instantie dachten wij, dat in de commissie Werk en Inkomen van de gemeenteraad over het voorstel gediscussieerd zou worden, maar het bleek dat het besproken zou worden in de commissie Financiën op woensdagavond 30 oktober en dat de woensdag daarop al over de amendementen op de preadviezen gestemd zou worden, zodat de vergadering van de commissie Werk en Inkomen daarna als mosterd na de maaltijd zou komen. Wellicht heeft men gehoopt het voorstel onopvallend in de begroting te flansen, zodat wij met voldongen feiten geconfronteerd zouden worden als het onderzoek al in volle gang was. En wij willen geen onderzoek naar tijdelijkheid van de bijstand, want dan is het hek van de dam wat de rechten van bijstandsgerechtigden betreft. Daarom trokken wij woensdagavond met een grote groep naar het stadhuis om ons ongenoegen te laten blijken en in te spreken. Anke namens de Bijstandsbond, Rachid van Doorbraak namens het actiecomité DwangarbeidNee en Maaike namens de FNV. Maaike las een brief voor van de FNV waarin ze de plannen afkeuren en aangaven te zullen gaan bestrijden en monitoren.ToneelstukjeVervolgens speelde zich het volgende toneelstukje af. Na de insprekers wilde wethouder Hilhorst wel reageren. Hij begon met te zeggen dat hij de actievoerders gerust kon stellen. “De bijstand is een grondwettelijk recht”, zei hij “en het is nooit onze bedoeling geweest te werken buiten de wet. Dus als jullie het hebben over de tijdelijke bijstand dan bedoelen wij daarmee dat je het krijgt zolang het nodig is. Zoals een van de insprekers al zei, het hele leven is tijdelijk, dus ook de bijstand. Wij willen alleen maar benadrukken dat de bijstand tijdelijk is. Ik ga er niet teveel over zeggen, daarover moeten jullie maar discussiëren met wethouder Van Es. Maar morgen komt er een brief van de wethouder Werk en Inkomen waarin de misverstanden die bij de actievoerders leven worden weggenomen. Ik kan de actievoerders echt geruststellen wat dat betreft.” Daarop klonk geroep uit de zaal. “U werpt een mist op”, etc. Daarop greep de voorzitter in. De wethouder was niet in de gelegenheid om verder te reageren. Maar even later maakte de vertegenwoordiger van de SP, Laurens Ivens, van zijn positie als gemeenteraadslid gebruik van zijn spreektijd om opheldering te eisen. Hij wilde duidelijkheid. Gaat het college het preadvies nu intrekken? Gaat het college het amendement van de SP om de passage te schrappen nu wel steunen? Daarop bleek tijdens wat heen en weer gepraat dat dit niet het geval was. Er komt een erratum op het preadvies. Dat erratum (een soort toevoeging) houdt in dat de zinsnede “bijstand tijdelijk toekennen” wordt geschrapt en in het erratum nader toegelicht. Daarop leverde Marco de Goede van GroenLinks een bijdrage: “Ik begrijp dat het allemaal een groot misverstand is en dat erratum gaat dat herstellen. Want het is, begrijp ik, nooit de bedoeling geweest een tijdelijke bijstand in te voeren op de manier die de actievoerders noemen.”De tekst van het erratum en de brief van de wethouder waren er niet en er gaat woensdag, dus zonder verdere discussie in de gemeenteraad, over gestemd worden. De ronde van commentaren van de gemeenteraadsleden werd verder afgewerkt. Niemand van de gemeenteraadsleden voelde zich geroepen om na afloop van de inspraakverhalen van onder andere ons actiecomité vragen te stellen aan de insprekers. Geen vragen over verduidelijkingen en opmerkingen. In de commentaren op de begroting gingen de gemeenteraadsleden niet verder op de kwestie in. Behalve dus de SP, zoals hierboven blijkt, maar ook mevrouw Poot van de VVD maakte een korte opmerking waarin zij wel erg wilde benadrukken dat de VVD erg voor een tijdelijke bijstand is.Er komt dus een onderzoek in hoeverre de tijdelijkheid van de bijstand verder kan worden benadrukt, maar binnen de wet (een onderzoek zonder dat het ingevoerd is, is per definitie binnen de wet) en er wordt geen juridisch onderzoek ingesteld naar de juridische mogelijkheden voor de toekenning van bijstand in een afgesloten periode, zoals in het preadvies staat. Of toch wel?Wethouder Van Es is tevens voorzitter geworden van de Werkkamer waarin in het kader van het sociaal akkoord de onderhandelingen worden gevoerd tussen werkgeversorganisaties, vakbonden en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) over nadere invulling van de nieuwe Participatiewet die per 1 januari 2015 moet worden ingevoerd. Als wethouder laat zij op kosten van de gemeente een onderzoek uitvoeren om de tijdelijkheid van de bijstand verder te benadrukken en sommige groepen bijstandsgerechtigden – als een van de aspecten van haar beleid – nog scherper onder druk te zetten. Zo kan ze met haar andere pet op een stempel drukken op de onderhandelingen in de Werkkamer.In Het Parool van vandaag staat een artikel, dat Wethouder Andrée van Es (Werk en Inkomen) afziet van haar voornemen bijstandsuitkeringen voor Amsterdammers tijdelijk te maken. Dat idee, ingegeven door de wens werklozen aan het werk te helpen, blijkt juridisch onhaalbaar. De wethouder wordt in de krant geciteerd. Dit maakt de verwarring alleen maar groter. Gistermiddag erkende Van Es volgens de krant dat de FNV gelijk heeft en dat de wet inderdaad geen ruimte biedt voor het tijdelijk maken van een uitkering. “We hebben het onderzocht, maar het kan niet. Zelfs een afspraak waarin de uitkering voor een jaar wordt toegekend, en dat we daarna verder zien, mag helaas niet.”Van Es benadrukt dat het nooit haar bedoeling was werklozen na een paar maanden hun uitkering af te pakken, maar dat ze die Amsterdammers vooral wil stimuleren elke kans te pakken. “Bijstand is een grondwettelijk recht, daar wil ik niet aan tornen. Maar ik zie te veel voorbeelden van bijstandsgerechtigden, ook jonge Amsterdammers, die een tijdelijke baan laten lopen omdat ze het te veel gedoe vinden.”“En tegelijk weet ik dat sommige mensen die in de bijstand terechtkwamen toen ik jong was, daar nooit meer zijn uitgekomen,” aldus de wethouder. “Dat wil ik voorkomen, en als dat betekent dat ik dan word gezien als boosdoener, dan moet dat maar.” Tot zover de krant. Onduidelijk wat Van Es nou precies gewild zou hebben. Wel of geen bijstand over een afgesloten periode? En hoezo blijkt het nu ineens jurdisch onmogelijk te zijn volgens haar zelf, na een paar dagen? Had ze dat niet meteen kunnen constateren? De waarheid is, dat ze politiek gewoon teruggefloten is onder druk van het actie-comite en politieke tegenstanders van haar onderzoek. En komt er nu helemaal geen onderzoek? Onduidelijk.Piet van der Lende]]>

vrijdag 18 oktober 2013

Overlevingsgids


Op vrijdagmiddag 8 november en op woensdagmiddag 20 november om 14.00 uur organiseren de Bijstandsbond en de Wereldse Wijk in Amsterdam West een bijeenkomst met als thema de actualiteit van de bijstand en de bedoelingen van de nieuwe Participatiewet die de bijstand gaat vervangen. De bijeenkomsten worden gehouden in de ruimte van  de Stichting Bewoners Platform Oud West (SBOW) 1e Helmersstraat 106 M  te Amsterdam 
Inleidingen van Sofie Meekel en Marc van Hoof, advocaten van het advocatenkantoor VHM Advocaten die nauw samenwerken met de Bijstandsbond. Zij zullen de recente maatregelen in het kader van de bijstand behandelen en een blik vooruit werpen op hoe de nieuwe Participatiewet, die de bijstand gaat vervangen eruit komt te zien.
Tevens zal de overlevingsgids voor de minima op 20 november officieel worden gelanceerd waarvan nu een proefversie draait. Het is een website met tips voor mensen met een minimuminkomen over hoe te overleven in deze tijd van bezuinigingen. De overlevingsgids kent drie soorten tips:  algemene tips die voor alle inwoners van Nederland gelden, tips voor inwoners van Amsterdam en in het bijzonder tips voor inwoners van Amsterdam West. Het website adres ishttp://www.overlevingsgids.net maar er is ook een applicatie voor android telefoons die kan worden gedownload in de Google Play Store. Trefwoord: bijstandsbond of overlevingsgids.

Andere deskundigen uit de buurt worden uitgenodigd.
]]>

donderdag 17 oktober 2013

Op vrijdagmiddag 8 november en op woensdagmiddag 20 november om 14.00 uur organiseren de Bijstandsbond en de Wereldse Wijk in Amsterdam West een bijeenkomst met als thema de actualiteit van de bijstand en de bedoelingen van de nieuwe Participatiewet die de bijstand gaat vervangen. De bijeenkomsten worden gehouden in de ruimte van  de Stichting Bewoners Platform Oud West (SBOW) 1e Helmersstraat 106 M  te Amsterdam 
Inleidingen van Sofie Meekel en Marc van Hoof, advocaten van het advocatenkantoor VHM Advocaten die nauw samenwerken met de Bijstandsbond. Zij zullen de recente maatregelen in het kader van de bijstand behandelen en een blik vooruit werpen op hoe de nieuwe Participatiewet, die de bijstand gaat vervangen eruit komt te zien.
Tevens zal de overlevingsgids voor de minima op 20 november officieel worden gelanceerd waarvan nu een proefversie draait. Het is een website met tips voor mensen met een minimuminkomen over hoe te overleven in deze tijd van bezuinigingen. De overlevingsgids kent drie soorten tips:  algemene tips die voor alle inwoners van Nederland gelden, tips voor inwoners van Amsterdam en in het bijzonder tips voor inwoners van Amsterdam West. Het website adres is http://www.overlevingsgids.net maar er is ook een applicatie voor android telefoons die kan worden gedownload in de Google Play Store. Trefwoord: bijstandsbond of overlevingsgids.
Andere deskundigen uit de buurt worden uitgenodigd.
]]>

woensdag 16 oktober 2013

Andree van Es, wethouder werk en Inkomen in Amsterdam voor Groen Links wil voor bepaalde groepen de bijstand afschaffen

In de begrotingsstukken voor het jaar 2014 die in november en december in de gemeenteraad besproken worden staat een zinsnede, waaruit blijkt dat Van Es, wethouder Werk en Inkomen in Amsterdam de bijstand voor bepaalde groepen wil omzetten in een tijdelijke bijstand. Wanneer je bijstand aanvraagt, omdat je werkloos bent, of in een scheiding ligt of vanwege andere onvoorziene omstandigheden een beroep moet doen op bijstand dan wordt tegen je gezegd: je krijgt bijvoorbeeld drie maanden bijstand, dan heb je tijd om betaald werk te zoeken en lukt dat niet, dan heb je pech gehad. Je zoekt het dan maar uit. Ga maar in de goot liggen. Je kunt opnieuw bijstand aanvragen en de gehele administratieve procedure opnieuw doorlopen maar of je het krijgt is maar de vraag. 

Wethouder Van Es van Groen Links

Letterlijk luidt de passage in de begrotingsstukken: ‘Het college wil het tijdelijke karakter van de bijstand als vangnetfunctie in de uitvoering meer benadrukken. In 2014 wordt in kaart gebracht of, en zo ja, voor welke klanten de bijstand tijdelijk kan worden toegekend op basis van een inschatting vooraf van de maximale uitkeringsduur’.
Het is onmiddellijk duidelijk dat dit in strijd is met de huidige wet, maar er bestaat een kans dat de staatssecretaris van sociale zaken Amsterdam bijvoorbeeld via een Algemene Maatregel van Bestuur de mogelijkheid geeft als gemeente aangewezen te worden waar uitzonderingen gelden. 
De pilot die Van Es in Amsterdam wil is belangrijk, omdat zij een flinke vinger in de pap heeft bij het tot stand komen van de nieuwe participatiewet, die de huidige bijstand, Wajong en WSW moet gaan vervangen en die op 1 januari 2015 moet worden ingevoerd. In het kader van het sociaal akkoord is in de Stichting van de Arbeid de zogenaamde werkkamer opgericht, waar vakbonden en werkgevers met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten tot een akkoord hopen te komen over inrichting en uitvoering van de nieuwe participatiewet. Nu bestaan er grote belangentegenstellingen tussen de genoemde drie partijen, die allemaal een grote invloed willen in de uitvoering. Wethouder Andree van Es is voorzitter geworden van deze werkkamer.
De staatssecretaris heeft in het verleden ook al laten blijken, wel gecharmeerd te zijn van een tijdelijke bijstand en daarna zoek je het maar uit.  In Nederland bestaat sowieso een sterke lobby voor het invoeren van het Amerikaanse systeem in de bijstand. Je kunt in je leven maar voor 5 jaar bijstand ontvangen, en voor de rest ga je maar naar de voedselbank of wordt een systeem van voedselbonnen ingevoerd. Zie daarvoor het bericht van 4 augustus, waar ook de opvattingen van wethouder Van Es worden weergegeven.Het is duidelijk dat er een sterke sociaal-democratische lobby bestaat die in de nieuwe Participatiewet het principe van de tijdelijkheid in wil voeren. Wat dit betreft lijkt er bij sommige gemeenten ook een koerswending op komst. Men wil geen langdurige reintegratietrajecten meer, van een jaar of langer, waar mensen met behoud van uitkering = dwangarbeid werken. Dergelijke trajecten leiden nauwelijks tot uitstroom en veel protesten en onderzoek van Jessie Koen van de Universiteit van Amsterdam bij de DWI zou uitwijzen, dat alleen kortdurende trajecten werken en effectiever zijn. Ook de gedachtegang van de gemeenten, dat ze besparingen op de bijstand kunnen doorvoeren door de inzet van langdurig werklozen bijvoorbeeld in de tuinbouw en de bezuinigingen kunnen opvangen door de inzet van dwangarbeiders of toegenomen participatie van de bevolking lijkt een illusie. Experimenten van de wethouder van Rotterdam, Marco Florijn zijn in dat opzicht op niets uitgedraaid. Men focust nu op kortdurende motivatietrajecten in combinatie met een tijdelijke bijstand waar de kersverse werklozen gebrainwashed moeten worden om zich werkend met de ellebogen als de ware neoliberale concurrent om de schaarse arbeidsplaatsen te gedragen. Bezuinigingen wil men nu binnenhalen door de bijstand, die straks ook gaat gelden voor veel mensen die nu nog in de Wajong zitten, nog veel strenger te maken dan nu en de toegang tot het laatste vangnet verder te beperken. Op deze wijze hoopt men ook de druk op de werklozen op te voeren om maar ieder rot baantje te accepteren zonder te kijken naar de arbeidsomstandigheden en voorwaarden. ]]>

donderdag 3 oktober 2013

De staat probeert de participatiemaatschappij van haar burgers in te kapselen

Tine de Moor
Op donderdag 3 oktober ben ik naar twee lezingen geweest die werden georganiseerd door het Wageningen Alumni Netwerk, een club van oud-studenten van de universiteit Wageningen. Het onderwerp van de bijeenkomst was “Coöperaties, het businessmodel voor 2013”. De lezingen werden gegeven door Tine de Moor, hoogleraar “Instituties voor collectieve actie in historisch perspectief”, en landbouweconoom Ruud Huirne, directeur Food & Agri Nederland Rabobank en hoogleraar coöperatief ondernemerschap. De lezingen boden in mijn ogen interessante nieuwe invalshoeken bij de vraag waar het concept van “de participatiemaatschappij” vandaan komt en met welke knelpunten burgers te maken krijgen wanneer ze op basis van zelfregulering, zelfbestuur en collectief eigendom de participatie in de maatschappij vorm willen geven.
Eerst een waarneming van mijn kant. Meestal heeft activistisch links de volgende analyse van het concept van “de participatiemaatschappij”. Men beschouwt het als een ideologisch offensief van de staat, meer precies deze rechtse regering, om te verhullen dat er een grootscheepse overdracht van rijkdom naar de banken heeft plaatsgevonden, en om in het kader van de bezuinigingen die aan de burgers worden opgelegd de gevolgen van die bezuinigingen nog enigszins op te vangen. Uitkeringen, voorzieningen in de zorg, het maatschappelijk werk, buurtvoorzieningen en dergelijke worden in hoog tempo afgebroken en tegelijkertijd blijft er een grote behoefte bestaan aan een bepaald niveau van die voorzieningen. Door nu de burgers via dwang of chantage (het concept van “het affectief burgerschap” of van werken met behoud van uitkering, dat wil zeggen: dwangarbeid) op te leggen dat ze de verzorging van hun naasten en het in stand houden van bijvoorbeeld buurtvoorzieningen op zich nemen, kunnen zij via voornamelijk onbetaalde (zorg)arbeid de gaten opvullen die door de bezuinigingen vallen.
Althans, dat is de bedoeling van vooral de sociaal-democraten, die op zich nog wel het probleem zien dat de sociale samenhang in verschillende buurten, ja, in de hele samenleving verloren dreigt te gaan als die gaten niet worden opgevuld. Tegelijkertijd echter hebben die sociaal-democraten een compromis gesloten met de liberalen om drastische bezuinigingen door te voeren. Zij zijn het dus die er met name op aandringen om het concept van “de participatiemaatschappij” te verdedigen en van de grond te trekken. De opkomst van “de participatiemaatschappij” is een gevolg van de crisis en moet verhullen dat de regering op keiharde wijze de samenleving aan het afbreken is en de rechten van chronisch zieken, werklozen en anderen volop verkwanselt.
In het verlengde van deze gedachtegang, waarbij de rechtse regering dus het initiatief van “de participatiemaatschappij” in handen heeft, gaan linkse activisten na wat de mogelijkheden van verzet tegen de sociale afbraak zouden kunnen zijn en hoe die beter vorm gegeven zouden kunnen worden. Dat wil zeggen: hoe mensen van onderop zelf verzet zouden kunnen ontwikkelen. In dat kader klinkt vaak de verzuchting, in de wandelgangen en op vergaderingen, dat mensen apathisch zijn, niet in actie willen komen en de gebeurtenissen over zich heen laten gaan. Deze analyse heeft dus twee uitgangspunten: 1. Het is de machtige staat die het heft in handen heeft, het initiatief neemt en van bovenaf zaken oplegt en aanstuurt; 2. De burgers komen nauwelijks tegen deze ontwikkeling in verzet, reageren niet, laten alles passief over zich heenkomen, en nemen geen initiatieven.
Middeleeuwen
Geheel anders is de analyse van De Moor, die niet bepaald radicaal is. Ze lijkt een soort maatschappij voor te staan met een combinatie van een markteconomie en collectieve initiatieven. Haar achterliggende maatschappij-analyse is hier en daar aanvechtbaar, bijvoorbeeld wanneer ze meegaat in de vertogen over de tegengestelde belangen van jongere en oudere generaties. Maar toch zijn haar waarnemingen interessant. Ze is van huis uit een historica die de opkomst en ondergang van initiatieven voor zelfbeheer en zelfregulering door burgers heeft bestudeerd. Ze noemt dat “instituties voor collectieve actie”. Daarbij blijken er drie grote golven geweest te zijn in de West-Europese geschiedenis waarin mensen zelf het heft in handen namen, los van de staat en gedeeltelijk tegen het marktdenken in, waarbij ze groepsgewijs de productie van goederen en diensten en de regulering van de lokale samenleving vorm gaven.
De eerste golf van initiatieven ligt in de Middeleeuwen. Na ongeveer 1100 ontstonden in Nederland de steden en werden kooplieden steeds belangrijker in de handel. Ook werd de productie van niet-agrarische goederen, dus van ambachtslieden, in die steden geconcentreerd. De opkomst van de steden ging gepaard met een bevolkingsexplosie. Nieuwe moerasgebieden werden ontgonnen waarbij de boeren die dat deden niet langer meer horige van een heer wilden zijn, maar vrije boeren wensten te worden die pacht zouden gaan betalen. Vanaf 1200 tot 1300 zien we dan de opkomst van gilden, markegenootschappen in de dorpen met grond van de dorpsbewoners gemeenschappelijk in eigendom en die gezamenlijk bestuurd werden, burenhulpstructuren, en in het noorden van Nederland een grote mate van zelfstandigheid in het besturen van de samenleving in min of meer autonome gebieden, die niet meer onderworpen waren aan de principes van het leenstelsel. Omstreeks 1100 was er wel een rauw soort kapitalisme in opkomst in de groter wordende steden, al bleven veel rurale gebieden sterk op zelfvoorziening buiten de markt gericht. De opkomst van collectieve instituties was een reactie op de doorgeschoten marktwerking.
De tweede golf van initiatieven ligt aan het einde van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw. Toen was er onder leiding van de liberalen een sterk doorgevoerde kapitalistische markteconomie, die veel ellende, armoede, verpaupering en desintegratie met zich meebracht. In de opkomende arbeidersbeweging werden nieuwe collectieve instituties opgericht, de vakbonden, die de rechten van de arbeiders moesten verdedigen. Maar daarnaast was er ook een nieuwe golf van initiatieven om in zelfbeheer de productie van goederen en diensten weer ter hand te nemen buiten de kapitalistische markteconomie om, of om als groep in die markteconomie sterker te staan tegenover puur kapitalistische producenten. Zo kwam de coöperatieve gedachte op. Kleine ondernemers, bijvoorbeeld boeren, richtten coöperaties op om via samenwerking de leverantie van grondstoffen, verzekeringen tegen bedrijfsrisico’s en de afzet van producten te organiseren, zodat ze puur kapitalistische ondernemingen beter konden beconcurreren en de opbrengsten van hun bedrijfsvoering aan hen zelf ten goede kwamen en niet verdwenen in de zakken van de rijken. Ook deze tweede golf van initiatieven is dus een reactie op de sterk doorgevoerde, rauwe kapitalistische markteconomie.
Volgens De Moor staan we nu aan het begin van een derde golf. Coöperatieve samenwerkingsverbanden, broodfondsen voor zzp-ers, woon-werk gemeenschappen, collectieven voor de productie van duurzame energie en dergelijke schieten als paddenstoelen uit de grond. Dergelijke initiatieven zijn er bijvoorbeeld ook veel in de zorg. De Moor produceert statistieken waaruit die derde golf blijkt. Bijvoorbeeld de sterke toename van het aantal coöperatieve samenwerkingsverbanden sinds 2005. De Moor ontkent dat dit het gevolg is van de economische crisis. Want de opkomst van de derde golf stamt al van voor die crisis.
Ideologisch offensief
Wat kunnen we nu op grond van deze beweging van drie golven concluderen? Ten eerste lijken de collectieve instituties waartoe mensen in de drie historische golven het initiatief namen, een gevolg te zijn van extreem doorgevoerde marktwerking. Het is dus wel degelijk zo dat mensen daar op reageren, ook nu. Volgens de theorie van vraag en aanbod zorgt de markt ervoor dat altijd alles zo goedkoop mogelijk voor een goede kwaliteit wordt geproduceerd daar waar dat het beste kan. Maar in de praktijk komt daar niets van terecht. Door monopolievorming, door het ontstaan van grote bedrijven die de markt beheersen of verdelen en door andere nadelen van de markteconomie wordt er flink inefficiënt geproduceerd. De collectieve instituties zijn een reactie op drie punten waar het gaat om het falen van de markt bij de productie van goederen en diensten, namelijk de prijs, de kwaliteit en de toegankelijkheid. Mensen zetten zelf initiatieven op voor de productie omdat op de markt een te hoge prijs moet worden betaald, soms in combinatie met een slechte kwaliteit, of omdat bepaalde dure diensten niet voor alle lokale bewoners of belangengroepen toegankelijk zijn. In feite is dus ook de derde golf een reactie op het neo-liberalisme met zijn dogma van de vrije markteconomie.
Maar dat betekent in het verlengde daarvan ook dat “de participatiemaatschappij” (in de zin van: de burger neemt zelf het heft in handen en regelt de dingen samen met anderen) niet een initiatief is van de staat die dit principe van bovenaf aan de samenleving oplegt. Nee, het is andersom: de mensen hebben met allerlei initiatieven van zelfregulering gereageerd op het neo-liberalisme, en het ideologisch offensief van bovenaf door de staat is juist een reactie daarop. Maar een reactie met welk doel? Enerzijds lijkt dit ideologisch offensief aan te sluiten bij de initiatieven van de mensen. De staat lijkt te zeggen: “Goed zo, doen jullie het zelf maar, dan kunnen wij in tijden van economische crisis de begrotingsproblemen oplossen. Slaan we twee vliegen in een klap.” Maar is dat werkelijk de bedoeling van de staat? Hier komen we bij een ander punt wanneer we de drie golven nader bekijken. Het blijkt namelijk dat het om golfbewegingen gaat. De gilden en markegenootschappen in de dorpen van Drenthe zijn allang verdwenen. Ook de vele coöperaties die aan het einde van de negentiende eeuw werden opgericht, waren vaak maar een kort leven van enkele decennia beschoren. Hoe het in dat opzicht met de initiatieven van de derde golf zal gaan, valt nu nog niet te zeggen. Wanneer we kijken naar de teloorgang van de eerste twee golven, blijkt de rol van de staat hierbij zeer groot te zijn geweest.
Privé-eigendom
Wat betreft de oude collectieve instituties van de Middeleeuwen kan worden gesteld dat die pas aan het einde van de achttiende eeuw en het begin van de negentiende eeuw verdwijnen met de opkomst van de natiestaat, die het kader werd voor de regulering van de kapitalistische markteconomie. Ik wil hier nu niet uitgebreid de functie van de natiestaat in het kapitalisme behandelen, maar kort door de bocht gezegd komt het erop neer dat de natiestaat de leverantie van arbeidskrachten aan de kapitalisten, de bescherming van hun belangen en de regulering van de concurrentie op de markt moet organiseren. Dat betekende begin negentiende eeuw dat in diverse nieuwe natiestaten in Europa de gilden en andere collectieve instituties eenvoudigweg door middel van wetgeving werden verboden en dat collectief bezit, bijvoorbeeld van grond, werd geprivatiseerd. Dat gebeurde ook met een ideologisch offensief, namelijk met het verhaal dat het per definitie ging om achterlijke, archaïsche samenlevingsvormen die de maatschappelijke vooruitgang zouden tegenhouden. Privé-eigendom van de productiemiddelen werd door de nieuwe natiestaten afgedwongen in de zogenaamde “enclosures”. Gemeenschappelijk bezit van grond of van andere productiemiddelen zouden ervoor zorgen dat de arbeiders zich niet voldoende inspanden. Daarom werden in diverse Europese landen, zoals Engeland, langdurige campagnes gevoerd om de gemene gronden bij wet te privatiseren, waarbij de boeren soms met geweld van hun land werden verdreven om zo arbeidskrachten ter beschikking te hebben voor de opkomende industrieën. In 1811 werd ook in Nederland een wet aangenomen die moest zorgen voor privatisering van de markegronden.
Hoewel ik De Moor dat niet zo heb horen analyseren, zou gezegd kunnen worden dat de natiestaten indirect ook een rol hebben gespeeld bij de teloorgang van vele collectieve instituties uit de tweede golf. Immers, vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw zien we de opkomst van het neo-liberalisme, waarbij een sterk doorgevoerde kapitalistische markteconomie via nieuwe regelgeving en het afbreken van oude regelgeving de belangen van grote ondernemingen internationaal gaat beschermen. Wat betekende dat voor coöperatieve verbanden en andere collectieve instituties? Zij raakten verstrikt in processen van schaalvergroting en vergaande aanpassing aan de markteconomie met zijn moordende concurrentie. Anderen gingen teloor in de concurrentiestrijd met puur kapitalistische ondernemingen. Zo ontwikkelden coöperaties als de Rabobank zich in feite tot puur kapitalistische ondernemingen die met de idealen van de coöperatieve gedachte niets meer van doen hebben.
Wat gebeurt er nu tijdens de derde golf? Het is de staat die reageert op initiatieven van mensen om zich tegen de uitwassen van de kapitalistische markteconomie te beschermen en om de vercommercialisering van het dagelijks leven in te perken. De Moor ziet naar aanleiding van de derde golf wat al te rooskleurig een nieuwe samenleving opdoemen, waarin staat, markt en collectieve instituties elkaar zouden aanvullen en waarbij een grotere sociale rechtvaardigheid bereikt zou worden. Als hypothese kan in het licht van de geschiedenis over de functies van de natiestaat worden geconcludeerd dat ook nu de staat erop uit is om met een golf aan wetgeving en maatregelen de collectieve instituties van de burgers die sinds 2005 aan het ontstaan zijn, onder haar controle te brengen. Zo kan de natiestaat haar functie blijven vervullen: het beschermen van de belangen van puur kapitalistische ondernemingen, het garanderen van de beschikbaarheid van arbeidskrachten voor de ondernemingen, en het ontwerpen van regelgeving die arbeidskrachten, consumenten, bejaarden, buurtbewoners en anderen in hun denken en doen onderwerpt aan de tucht van de markt. De ervaringen met de eerste golf leren dat de natiestaat desnoods met geweld haar doelen aan de burgers oplegt, wanneer de beschikbaarheid van arbeidskrachten voor de grote kapitalistische ondernemingen in gevaar komt, doordat mensen zelf van onderop de productie van goederen en diensten gaan organiseren. Nader onderzoek van recente regelgeving in het kader van “de participatiemaatschappij” zou moeten uitwijzen in hoeverre deze hypothese klopt. Het hangt er dan toch weer vanaf in hoeverre in het verlengde van de derde golf een politieke beweging op gang komt waarin burgers de ruimte verdedigen om zichzelf te organiseren en zelf beslissingen te nemen.
Broodfondsen
Na de lezing van De Moor was Huirne aan de beurt. Hij ging voornamelijk in op de moeilijkheden die coöperaties ondervinden en de knelpunten in het functioneren ervan. Daarna volgde een discussie waarbij Huirne uiteraard onder vuur kwam te liggen van de aanwezigen in de zaal, omdat de Rabobank volgens hen nauwelijks meer een coöperatie te noemen is. Volgens de aanwezigen hebben de leden niets meer te zeggen en functioneert de bank in feite als welke andere bank dan ook. Naast de discussie daarover kwamen ook andere punten ter sprake die Huirne in zijn inleiding had genoemd. Zoals de onderlinge verhoudingen tussen verschillende coöperaties die in feite met hetzelfde bezig zijn. Een probleem in coöperatieland blijkt namelijk te zijn dat coöperaties soms ook elkaars concurrenten zijn. Ze beconcurreren elkaar op de prijs, kwaliteit en toegankelijkheid, net zoals andere kapitalistische ondernemingen dat doen. Dat schijnt bijvoorbeeld ook een probleem te zijn bij de zogenaamde broodfondsen die zelfstandigen zonder personeel (zzp-ers) oprichten die geen dure arbeidsongeschiktheidsverzekeringen kunnen betalen. Er is moeizaam overleg tussen de diverse broodfondsen van zzp-ers om afspraken te maken die concurrentie zouden kunnen voorkomen.
Ook kwam de zogenaamde reciprociteit ter sprake, dat wil zeggen: de wederkerigheid. Coöperaties komen tot stand omdat de leden iets inbrengen, actief zijn in de coöperatie en daar iets voor terugkrijgen. Wanneer er schaalvergroting is, dan komt die reciprociteit in gevaar. De leden kennen elkaar niet meer, weten van elkaar niet meer hoe ze functioneren en de coöperatie wordt voor hen een anonieme bureaucratie met haar eigen wetmatigheden en belangen. Daarom zouden de broodfondsen van zzp-ers in principe niet meer dan vijftig leden moeten tellen. In dat geval kent iedereen iedereen en weten ze veel van elkaar. Bij een grote anonieme organisatie ontstaat eerder het risico dat leden gaan frauderen door ziektegeld op te strijken terwijl ze niet ziek zijn. Om fraude te voorkomen zou dan een – vaak niet goed werkend – sanctiesysteem ingevoerd moeten worden. Bij een kleine coöperatie kennen de leden elkaar nog wel. Ze kennen elkaars situatie, kunnen elkaar aanspreken en kunnen ook meer morele druk en sociale controle uitoefenen, zonder dat met een sanctiesysteem gewerkt hoeft te worden. De Moor memoreerde dat vooral die coöperaties op de langere termijn succesvol zijn die niet zo’n sanctiesysteem hoeven te ontwikkelen en die niet te groot zijn.
De analyse van De Moor laat zien dat het ideologische offensief van “de participatiemaatschappij” eerder een defensieve reactie is van de staat op initiatieven en verdedigingssystemen van burgers van onderop. Daarbij is de staat momenteel zoekende hoe ze die vormen van zelfbestuur en zelfbeheer desnoods met geweld onder controle kan brengen. Dit alles werpt voor mij een nieuw licht op de mogelijkheden van coalities van mensen die zich tegen het neo-liberale marktgeweld willen verzetten. Daarbij moeten we niet uitgaan van de analyse dat de mensen allemaal zijn ingedut en alles gelaten over zich heen laten komen. En daarbij moeten we ook gaan inzien dat de staat niet almachtig boven de partijen staat, maar op zijn beurt ook reageert op wat mensen van onderop aan initiatieven ontwikkelen om te overleven in de neo-liberale jungle. De staat is druk doende om “de participatiemaatschappij” te kapen en in te kapselen die de burgers met elkaar proberen vorm te geven.
Piet van der Lende
]]>

vrijdag 2 augustus 2013

Wethouder Van Es over de toekomst van de bijstand

Saturday, August 03, 2013 8:06 PM
    03-08-2013. Vandaag staan in Het Parool enkele berichten over voorstellen  van de VVD om op grote schaal vrijwilligers in te zetten, oa in de zorg en een bericht, dat 800 WSW-ers gaan werken als vakkenvuller bij Jumbo. Daarnaast hebben we de steeds strengere controlestaat: onaangekondigde huisbezoeken, een maand
wachttijd voor je uitkering gaat lopen als je die aanvraagt, etc. In Amsterdam staat wethouder van Es van Groen Links centraal in het gevoerde beleid. Hoe kijkt zij aan tegen de nieuwe
ontwikkelingen, en wat kunnen we in de toekomst nog meer
    verwachten? Een tipje van de sluier werd opgelicht tijdens een
    debat op maandagavond 13 mei 2013 in de Rode Hoed. Ik heb het een
    paar jaar geleden al geschreven: de bijstand als generieke
    regeling waarop je in je leven altijd een beroep kunt doen, mocht
    het nodig zijn,  gaat eraan. Van Es maakt dat in het onderstaande
    duidelijk, en tevens, wat de argumenten zijn om op den duur een
    meer tijdelijke en beperkte bijstand in te voeren.  Wethouder Van
    Es is niet zomaar iemand. Als wethouder van een van de vier grote
    steden heeft zij ongetwijfeld een flinke vinger in de pap bij de
    standpuntbepaling van de Vereniging van Nederlandse gemeenten, die
    moeizame onderhandelingen voeren met de regering, de vakbonden en
    de werkgevers over de inrichting van de nieuwe participatiewet,
    die 1 januari 2015 moet worden ingevoerd. Ook staatssecretaris
    Klijnsma heeft wel oren naar het standpunt van Van Es. In het
    dagblad Trouw verscheen een artikel  over een snoepreisje van
    prominente sociaal-democraten naar de Verenigde Staten, waar men
    voordelen zag in een tijdelijke bijstand.
    http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1178815/2009/12/03/Warm-worden-van-de-Amerikaanse-aanpak.dhtml    Eric ten Hulsen, directeur van de dienst Werk en Inkomen zag
    ‘interessante kanten’ aan een tijdelijke bijstand. Terug naar het
    debat in de Rode Hoed.     Het debat in de Rode Hoed ging over heden, verleden en toekomst
    van de verzorgingsstaat toegespitst op de sociale zekerheid. Dit
    debat werd gehouden naar aanleiding van de verschijning van een
    bundel met essays over de verzorgingsstaat onder de titel  ‘Mij
    een zorg. De toekomst van de sociale zekerheid’. De essays werden
    geschreven door verschillende wetenschappelijke bureau ’s van
    politieke partijen in Nederland.     Het debat stond onder leiding van Clairy Polak. Deelnemers waren
    oud-premier Ruud Lubbers, wethouder werk, inkomen en participatie
    van de gemeente Amsterdam Andree van Es, Eimert Muilwijk,
    voorzitter CNV jongeren en Dennis Wiersma, voorzitter FNV Jongeren.     Clairy Polak nodigde de deelnemers aan het debat uit voortdurend
    ‘out of the box’, d.w.z. buiten de gebaande paden te denken en dit
    leverde m.i. verhelderende inzichten op over de analysetrant en de
    standpunten van de deelnemers. Zoals gezegd concentreer ik mij in
    dit stukje op wat Van Es gezegd heeft.     Clary Polak vroeg eerst aan Van Es ‘wat komt u als wethouder van
    werk, en inkomen als problemen van de verzorgingsstaat in de
    praktijk tegen’?. ‘/Nou, een van de moeilijkste, lastigste of
    slechtste dingen vind ik dat door de verfijning of de regelzucht,
    vooral uiteindelijk van de landelijke overheid, dat we te maken
    hebben met heel veel verschillende regeltjes en dus verschillende
    manieren om mensen te benaderen, met verschillende problemen,
    terwijl eigenlijk, eigenlijk het basaal gaat het over hetzelfde.
    Dus een enorme verfijning heeft er plaatsgevonden om net even een
    uitzondering te maken, of net even daar iets aan tegemoet te
    komen, of daar juist weer iets aan af te doen, en uiteindelijk kom
    ik daar heel dicht bij Ruud Lubbers als het gaat om: wat is nou
    echt van waarde, ben ik ervan overtuigd dat voor verreweg de
    meeste mensen van waarde is om mee te kunnen doen in de
    samenleving en ook nog eens een keer mee te kunnen doen door
    betaald werk. En de kunst is dus, om, dat vind ik als wethouder
    werk, inkomen en participatie, om dat voor zoveel mogelijk mensen
    te doen en daarbij te kunnen kijken naar wat ze kunnen en niet
    naar wat ze niet kunnen’. Polak: ‘dus een verdergaande
    decentralisatie’? ‘Ja, dat zou voor mij heel veel meer mogelijk
    maken’. /     Van Es verdedigt hier het standpunt van de Vereniging Nederlandse
    Gemeenten VNG, die vindt dat er drastisch moet worden
    gedecentraliseerd met meer macht aan de gemeenten, zonder al te
    veel controle en sturing vanuit Den Haag, en dat verschillende
    regelingen zoals de Wajong, de WSW en de bijstand moeten worden
    samengevoegd. De VNG heeft een flinke onderhandelingsvinger in de
    pap als het gaat om de totstandkoming van de nieuwe
    participatiewet, en het standpunt van Van Es is dus niet alleen
    maar het standpunt van een wethouder van een grote stad.     Van Es vond dat werk centraal moet staan in de verzorgingsstaat.
    Zij vindt het stelsel van sociale zekerheid nog wel van betekenis
    in die zin, dat er in deze tijd van crisis een bodem is voor
    mensen die dat nodig hebben, maar zij vindt het stelsel niet meer
    van deze tijd in de zin dat zij het stelsel veel te weinig
    activerend vindt, veel te weinig vindt uitgaan van mensen in hun
    eigen kracht en mogelijkheden zetten en dat het stelsel in een
    aantal opzichten veel te paternalistisch is geworden.     ‘/Ja, dat zou ik heel simpel kunnen maken, dat heeft niet zoveel
    te maken met een grote visie voor de toekomst, maar ik heb best
    moeite moeten doen om de opstelling van de klantmanagers in dit
    opzicht te wijzigen’./     En dan volgt een betoog over het omzetten van ‘de mind’ van de
    klantmanager die de mensen meer moet activeren.     Clairy Polak nodigde van Es uit ‘out of the box’ te denken. ‘Als
    jij nu de verzorgingsstaat zou willen reorganiseren, wat zouden
    dan de basiszaken zijn die je zou willen regelen’. Van Es:/’dan
    zou ik om te beginnen aan de werkkant met werkgevers goeie
    afspraken maken over arbeidsomstandigheden en
    arbeidsproductiviteit in die zin dat er veel meer mensen zouden
    kunnen meedoen aan het arbeidsproces’. Polak: ‘ Hoe dan’?. Van Es:
    ‘Nou door hetzij part time werken of van hen minder productiviteit
    te vragen dan ze aan anderen zouden vragen’. Polak: ‘minder
    productiviteit maar dat vindt u wel belangrijk’. Van Es: ‘Ja, dat
    is heel belangrijk. En dan ben ik ervan overtuigd dat er veel meer
    mensen mee kunnen doen op hun eigen niveau en dus ook inkomen
    kunnen verwerven waardoor ze geen beroep hoeven te doen op wat
    voor uitkering dan ook. Dat vind ik een heel belangrijke eh aan
    die kant vind ik dat echt essentieel’./     /’En aan de andere kant zou ik wel een pleidooi durven doen dat
    ook de bijstandsuitkering in principe tijdelijk is en dat als je
    daarin terecht komt dat dat een tijdelijk vangnet is, het is de
    bedoeling om daar zo snel mogelijk uit te komen en dat betekent
    he, dat je toch iedere keer, nou, laten we zeggen een keer in het
    jaar eh opnieuw door de molen zal moeten, van is dit nog terecht,
    moet je niet eh weer een ronde solliciteren, moet je niet op de
    een of andere manier weer zelf het initiatief nemen om toch aan
    het werk te komen dus wat dat betreft strenger dan nu’./ Polak:
    ‘Ja, want als je zegt je moet een nieuwe ronde solliciteren, goed,
    dat moet je doen, maar als je zegt hij is tijdelijk, dan zeg je
    ook na — laten we even zeggen na een paar jaar — en nu, nu
    houden we ermee op’.     Van Es: ‘/Ja, maar dat ik denk dat je… ik zou graag out of the
    box willen springen maar.. ja, nee, maar dat zou ik wel willen,
    maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat je dat niet haalt. Als
    mensen geen andere bron van inkomsten hebben, de bijstand is toch
    terecht en natuurlijk ook echt de bottom line, de bodem, maar nu
    lijkt het wel alsof het is, of, he via een werkloosheidsuitkering
    kom je in de bijstand, en daar blijf je dan. En ik zou in die zin
    zou ik het vervolgens terecht vinden om het besef, dat dat een
    tijdelijk vangnet is waar je echt zelf alles aan moet doen om daar
    weer uit te komen, die druk zou ik graag willen opvoeren, en als
    dat dan zou moeten door te zeggen ja, het is tijdelijk, dat
    betekent ook dat we na een jaar of twee jaar echt gaan kijken heb
    jij dit nog wel nodig, dat dat misschien zelfs ook nog wel als
    consequentie zou kunnen hebben dat je ervoor mensen mee stopt’. /     Polak: ‘dat is een geheel nieuwe invulling van het begrip
    solidariteit, he want eh ik waardeer het zeer, hoor, out of the
    box, dus dat ga ik je niet verwijten, helemaal niet, maar wel de
    constatering, dat dit bijvoorbeeld iets is wat de rechtse partijen
    al enige tijd roepen, om niet te zeggen al jaren, en u vindt dat
    ook. En dat die linkse partijen zeg ik nu maar even in het
    algemeen dat die riepen ja, maar solidariteit. Dit is een nieuwe
    invulling van solidariteit’.     Van Es: ‘/ja, ik vind het ook aanmerkelijk solidairder om ervoor
    te zorgen dat mensen dus aan die werkkant de gelegenheid krijgen
    om aan het werk te zijn dan om ze in een gelegenheid te stellen
    hun leven lang in de bijstand te blijven’. /     Polak: ‘En dat is dan de verantwoordelijkheid van de werkgevers,
    die mensen meer gelegenheid moeten geven om te doen wat hun
    capaciteiten zijn waarna een werkgever natuurlijk roept: ja hallo
    hoe zit het met mijn winst’.     Van Es: /’Ja, dat zeggen de werkgevers, maar dan, dan zou je
    daarin moeten afspreken dat een beetje minder winst toch eigenlijk
    wel kan een dat ook een vorm is van solidariteit invullen, of
    verantwoordelijkheid invullen richting samenleving en mensen die
    ook recht hebben om mee te doen en dat dat een veel betere vorm is
    dan steeds maar de productiviteit zo op te drijven, dat je a
    priori al veel mensen uitsluit van het arbeidsproces’. /     In de loop van de discussie werd duidelijk, dat van Es totaal geen
    instrumentarium heeft, als gemeentelijk bestuurder, om werkgevers
    inderdaad ergens ook toe te brengen. Ze wil dat er stageplaatsen
    komen, dat er een quoteringsregeling komt waarbij werkgevers
    arbeidsgehandicapten in dienst nemen, de werkgevers moeten van de
    mensen minder productiviteit vragen, maar hoe de werkgevers
    daartoe gebracht kunnen worden blijft vaag. Het enige is dat
    werkgevers in goed overleg en misschien subsidies ertoe verleid
    worden zo te gaan werken. Want tenslotte is er het compromis met
    de liberalen, in de gemeente en op nationaal niveau, over de
    zelfstandigheid van de werkgevers in hun personeelsbeleid. Blijft
    deze kant van het verhaal vaag, aan de andere kant is van Es heel
    duidelijk. Ze gebruikt de redenering dat er arbeidsplaatsen voor
    gehandicapten moeten komen en voor mensen met verminderde
    arbeidsproductiviteit alvast als argument, om een pleidooi te
    houden voor het afbreken van de bijstand. Van Es wil wel een
    coalitie met de vakbonden, samen naar Den Haag en naar de
    werkgevers toe, om betere arbeidsvoorwaarden, en plekken voor
    arbeidsgehandicapten te realiseren en het personeels en
    arbeidsproductiviteitsbeleid van die werkgevers te beïnvloeden,
    misschien ook middels acties in de bedrijven. Vraag is wel, hoe
    die vakbonden mensen met een verminderde arbeidsproductiviteit
    moeten organiseren, die door het ontbreken van een sociaal vangnet
    gedwongen zijn hun arbeidskracht tegen elke prijs te verkopen in
    een situatie van grote massawerkloosheid.     Piet van der Lende]]>

maandag 15 juli 2013

De relatie met de machthebbers in de huidige tijd


DOOR: Piet van der lende/Konfrontatie.nlGEPUBLICEERD: 16 juli 2013

LoicWacquant noemt in zijn boek ‘paria’s van de stad’ kort dat hetnegativisme, dat spreekt uit de opvattingen van veel mensen hunrelatie met de machthebbers structureert. Veel mensen hebben kritiekop van alles en nog wat. Op de (semi) overheidsinstanties, die allesin de gaten houden, waar je hele privé leven op tafel moet, in langeverhalen en anekdotes over het voetlicht gebracht, over de graaiendebankiers, die buiten schot blijven en die een goed leven hebben vande opgestreken bonussen, terwijl de gemiddelde burger nauwelijksrondkomt.

(Oorspronkelijkverschenen opkonfrontatie.nl)

Vaakzijn de reacties getriggerd door de media, die niet moe worden hetene na het andere (financiële) schandaal in de publiciteit tebrengen, vaak gelekt door concurrenten. En dan vervolgens spreken demensen over de machteloosheid van de politiek om iets aan deproblemen te doen, de zakkenvullers in Den Haag die goed op hunbaantjes letten, de onmogelijkheid die politiek te beïnvloeden, hetontbreken van verzet, de mensen tegenwoordig, ja ook de lotgenotenmoeten eraan geloven, zijn egoïstisch en zelfzuchtig geworden. Er isgeen solidariteit meer. Daar hoef je ook niet op te rekenen.

Hoezeerbovenstaand verhaal ook een kern van waarheid bevat, het structureertde relatie van de ondergeschikte burger met de uitvoerende macht vande staat. Daarmee bedoel ik dat de burgers met hun negatieve verhalenonbedoeld een beschrijving geven van een perfect machtssysteemwaartegen je maar beter niet in verzet kunt komen. Je ziet hoe het deklokkenluiders vergaat! Sta maar niet op, om je protest te latenhoren. Niemand doet met je mee, niemand is solidair, overal om jeheen zijn de baantjesjagers en hielenlikkers die ten koste van jouwvan de situatie proberen te profiteren. Kijk naar de politici vanGroen Links en de Partij van de Arbeid!. Vroeger ventileerden zeleuke linkse ideeën, en nu zijn ze omdat het alleen ging om huneigen carrière gecorrumpeerd door de macht. Ze zijn niet tevertrouwen. En de machthebbers en hun repressieapparaten, wel of nietgeprivatiseerd, weten je wel te vinden. Als je als individu tegenoverze staat, kun je maar beter doen wat ze zeggen, anders ben je jebestaan niet zeker. Ze weten met die perfecte informatiesystemenalles van je. Verzet is zinloos, er zijn zoveel mensen die hun rechtproberen te halen, ze verzuipen vaak in de stroperige bureaucratie ende ongevoeligheid van de politiek voor tegenargumenten. Eenparlementaire enquête over de bouwfraude met alle onthullingen? Debouwfraude gaat gewoon door.

Enzo houdt de kritiek op toestanden in de maatschappij, die aanborreltafels, in huiskamers, op spreekuren van hulpverleners, inkroegen, op vergaderingen wordt geventileerd samen met devoortdurende stroom van op zichzelf staande geïsoleerde onthullingenvan schandalen in de media de machthebbers in het zadel.


Hoehet onvolprezen programma Tegenlicht bijdraagt aan bestendiging vande macht. Ik maak mij ook wel schuldig aan dat negativisme. Moet jemisstanden dan maar niet aan de kaak stellen? Natuurlijk niet. Maarwaar ik mij wellicht te weinig van bewust ben geweest tot nu toe, isde uitwerking die het aan de orde stellen van misstanden kan hebben,waarbij het geen handelingsperspectief oplevert maar dat juistblokkeert. Wat mij in gesprekken en discussies steeds meer opvalt, isdat in mijn ogen in principe steeds dezelfde beschrijvingen vanaspecten van het machtssysteem voortdurend herhaald worden waarbij jein een soort cirkel van de ene beschrijving van een misstand naar deandere gaat. Het komt niet tot een handelingsperspectief. Dat isimmers zinloos.

Deverhalen en anekdotes die burgers in hun dagelijks leven vertellenhebben vaak een sterk beschrijvend karakter, evenals de voortdurendeonthullingen in de media die in een voortdurende stroom van los vanelkaar staande incidenten over het voetlicht worden gebracht. Wanthoeveel incidentele onthullingen er ook in de krant staan, actuele(politieke) hoofdtegenstellingen kennen we niet, worden in de mediaook nauwelijks geanalyseerd, en onderhandelingen over onze toekomstspelen zich achter gesloten deuren af en we komen slechts zelden ietste weten over hoe de onderhandelingen werkelijk verlopen en wat deonderhandelaars tegen elkaar zeggen. Iedere samenhang lijkt in denieuwsstroom te ontbreken. Van tijd tot tijd zien we bijvoorbeeldFerry Mingele voor een dichte deur staan in het acht uur journaal ofin Nieuwsuur waarbij hij een heel verhaal heeft, maar verder geenidee van wat er zich achter die deur afspeelt. Er worden zelfs bijonderhandelingen tussen deze en gene extra nieuwsuitzendingeningelast om Ferry dingen te laten zeggen over zaken waarvan hij geenflauw idee heeft. Spannend, zeggen veel kijkers dan, wat zou eruitkomen? Na enige uren komen de onderhandelaars naar buiten met eenbesluit. Of ze zeggen dat er nog gepraat moet worden. Een, tweezinnen, misschien uiteindelijk een korte verklaring. Verder blijvenwe van niets weten.

Verslaggeversvan actualiteitenrubrieken boeken een hotel in verre oorden, reizener met het vliegtuig naartoe of zijn er al permanent gestationeerd,en gaan dan voor een dichte deur van een regeringsgebouw staan, decamera op hen gericht. Het gezicht van de verslaggever hebben we alhonderden malen gezien, het plaatje van het regeringsgebouw eveneens.Binnen speelt zich iets af. Maar wat? Het onderwerp van de besprekingis soms tot op zekere hoogte nog wel bekend, voor zover de mensenbinnen daar iets over hebben losgelaten c.q. eencommunicatiedeskundige hebben ingeschakeld om de journalisten aan hetlijntje te houden. Spannend. Wat zou er gaan gebeuren? Maar verderweten we van niets. Om de tijd te doden putten de verslagevers zichuit in eindeloze op niets gebaseerde speculaties over wat er allemaalwel en niet in de toekomst kan gebeuren, en dat is heel wat. Somskomt het enige dagen of weken later tot een zogenaamd onthullendinterview met een van de hoofdrolspelers, die voortdurend wanhopigworden nagejaagd door op nieuws beluste journalisten, meestal is hetbij nader inzien niets zeggend.

Miljoenenmensen kijken naar die uitzendingen. En de volgende dag komen demensen op het spreekuur waar ik werk, voor hulp of gewoon voor eenpraatje. Daar sluiten de media events aan op de dagelijkse ervaringenvan de mensen. Heb je die en die of dat gisteren op de TV gezien, hebje dat en dat programma met die en die onthulling gezien? Het is tocheen schande, waar gaat het naartoe met de wereld, waar komen weterecht. Het lijkt wel een banenrepubliek. Nou, zeggen de mensen danna enige tijd praten, ik ga maar eens wat doen. Daarmee bedoelen zeniet, dat ze politiek verzet gaan plegen, maar dat ze hun dagelijksewerkzaamheden weer oppakken na hun hart te hebben gelucht, terug inhet gareel. Ook bij de verhalen die mensen elkaar vertellen over deondoordringbare bureaucratie, de absurditeit van administratieveprocedures, de willekeur van de repressieapparaten komen we echterniet te weten wat er zich nu precies bijvoorbeeld in de hogereregionen van het management van deze of gene uitvoerende instellingafspeelt. Dat blijft allemaal zorgvuldig achter gesloten deuren.Zoals ook voor Ferry Mingele en al die andere verslagevers de deurengesloten blijven.

Hoezeerook het kapitalistisch productiesysteem doortrokken is van sociale enmateriele ongelijkheden, misstanden, uitbuiting en tegenstellingen,waarover velen verontwaardigd zijn, uiteindelijk weerhoudt desuggestie van het perfecte systeem hen van verzet. Ze doenuiteindelijk maar wat de machthebbers willen en vinden dat ze daarbijvoor het beste kiezen, omdat ze zelf nog een redelijke positiehebben. Een beperkte welvaart, een dak boven je hoofd, eten, etc. Datin dat productiesysteem miljoenen sterven van de honger, daartegen iseigenlijk geen verzet mogelijk, en ligt het ook niet een beetje aandie mensen zelf? Toch maar weer Partij van de Arbeid stemmen, danworden de bezuinigingen op mijn inkomen en de zorg en devoorzieningen in mijn buurt althans getemporiseerd, ook al zijn hetallemaal baantjesjagers. Wat me verder opvalt is dat veel mensen hetnegativisme dat in het begin werd genoemd, met in het verlengde desuggestie van een perfect systeem, en de onbekendheid met wat er nueigenlijk achter al die gesloten deuren gebeurt aanvullen metallerlei meer of minder vergaande samenzweringstheorieën.

Ikstel niet dat er geen samenzweringen zijn of dat de heersende klassede bevolking niet voorliegt. Ongetwijfeld zijn er onder leden ofdelen van de heersende klasse ‘samenzweringen’ en proberen ze temanipuleren om hun eigen belangen te verdedigen. Maar tegelijkertijdzijn ze ook elkaars concurrenten die elkaar naar het leven staan. Eenallesomvattende wereldsamenzwering van een hechte, tamelijk kleinegroep die alles kan manipuleren bestaat niet. Kapitalisten van grotebedrijven en banken hebben het vaak niet nodig uitgebreid met elkaarte overleggen. Het gaat er juist om, dat ze vanuit hun positie in demaatschappij en de daarbij behorende belangen veelal hetzelfdehandelen en dezelfde opvattingen hebben.

Wemoeten niet zozeer zien hoe individuen en specifieke groepen hunbelangen proberen te versterken door middel van manipulatie, wemoeten ook verder kijken dan deze individuen en oog hebben voor depositie van waaruit deze individuen en/of groepen zo handelen.Eenvoudig gesteld komen deze redenen erop neer dat de kapitalistenalles doen om hun winsten te maximaliseren en kapitaal teaccumuleren. Ze doen er alles aan om de nodige sociale, politieke eneconomische voorwaarden te creëren om dat te doen.
Eendiscussie over een systeemkritiek op het kapitalisme, vanuit hetbesef, dat er op enigerlei wijze verbanden bestaan tussen iemandspositie in de maatschappij, en zijn of haar gedrag, ideeënwereld enhandelen, en dat die verschillende posities bepaald worden door deeconomische structuur van datzelfde kapitalisme, dusklassentheorieën, zijn geheel uit beeld verdwenen. Het aan de ordestellen van de vele misstanden, kritiek op het laakbare gedrag en dementaliteit van bankdirecteuren heeft weinig zin, wanneer het besefontbreekt dat bij een vervanging van een dergelijke bankdirecteuriemand anders op zijn positie zich precies net zo gaat gedragen. Meteen ethische kritiek op het gedrag en de mentaliteit vanbankdirecteuren en andere kapitalisten en een analyse van hunsamenwerking in de vorm van samenzweringen ben je er niet.

Hetverdwijnen van systeemkritiek op het kapitalisme en de vervangingervan door het bovenomschreven negativisme, de voortdurende los vanelkaar staande onthullingen die dat negativisme voeden aangevuld metsamenzweringstheorieën betekent juist, dat een perspectief vooremancipatoir handelen uit beeld verdwijnt. Het besef, dat mensen metdezelfde structurele ondergeschikte positie in het kapitalisme, zichmoeten verenigen in collectieve verbanden om een systeemveranderingmeer of minder vergaand te bewerkstelligen en dat dit ook kan,verdwijnt. Dat geldt niet alleen voor de arbeidersklasse als geheel,waarvan je je kunt afvragen of het wel zo’n geheel is, zekersubjectief, maar ook voor subgroepen daarvan: bijstandsgerechtigden,migrantengroepen, werklozen, mensen met flexwerk, etc.

Maarhoe in de huidige situatie na 30 jaar neoliberale propaganda hetverband moet worden gelegd tussen een tamelijk abstractesysteemkritiek op het kapitalisme, en de discussie daarover, en dedagelijks ervaringen en redeneringen van de mensen, ik ben er nietuit. Een abstracte systeemkritiek kan snel verzanden in hoogdravendesysteem theorieën, die alleen door academisch geschoolden begrepenworden, waar verder niemand een boodschap aan heeft. Aan de anderekant: het geïsoleerd van die theorieën aan de kaak stellen vanschrijnende, ogenschijnlijk op zichzelf staande misstanden envandaaruit de belangenbehartiging opzetten werkt ook niet. Enteruggrijpen op oude socialistische propagandaverhalen van vroegerlijkt me ook niet de oplossing. Maar aanknopingspunten zijn ergenoeg, als je kijkt naar de opvattingen van de bevolking, waarbijvoorbeeld nog steeds een meerderheid bestaat voor een goed sociaalzekerheidsstelsel, en tegen de huidige bezuinigingen daarop, ondanksalle negativisme.

]]>

zaterdag 6 juli 2013

Misstanden in de arbeidsbemiddeling en werken met behoud van uitkering in Amsterdam

Persbericht 02-07-2013Het Actiecomité dwangarbeidnee in Amsterdam gaat woensdagmorgen om 12.00 uur actievoeren bij het Praktijkcentrum van de Dienst Werk en Inkomen en de Herstelling op de Laarderhoogtweg 51 in Amsterdam. Daar zal het comité de dwangarbeiders die daar werken een lunch aanbieden. Er zijn verschillende medewerkers die hebben aangegeven in de lunchpauze niet naar buiten te mogen. Bestuurders van de gemeente ontkennen dat. Het actiecomité gaat woensdag buiten lunchen om te controleren of dat klopt.Tevens zal op deze dag het rapport worden gepubliceerd waarin alle misstanden op het gebied van werken met behoud van uitkering in beeld worden gebracht. Vele dwangarbeiders in Amsterdam hebben in de tweede helft van 2012 en de eerste helft van 2013 hun grieven naar voren gebracht en de misstanden beschreven. Veel van deze reacties zijn verzameld in het rapport, dat bijna 70 bladzijden telt. Deze ervaringen zijn verbonden met de conclusies uit gesprekken met een wetenschapper, ambtenaren van de DWI, maar ook uit een enquête die het actiecomité heeft gehouden onder 37 dwangarbeiders die op de Laarderhoogtweg werken.Enkele conclusies uit het rapport:

  • De wet op de participatieplaatsen wordt overtreden, omdat mensen werken op plaatsen, die niet additioneel zijn, bijvoorbeeld nachtportier in een hotel, en er is in veel gevallen van te voren volledig duidelijk dat er geen uitzicht is op regulier werk. Langdurige trajecten zoals participatieplaatsen en trajecten om werkervaring op te doen en werknemersvaardigheden te leren worden voor een groot deel ingezet bij mensen die pas kortdurend werkloos zijn en recente werkervaring hebben, terwijl ze bedoeld zijn voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. 
  • Inzet van mensen die met behoud van uitkering werken vindt op steeds grotere schaal plaats, duizenden mensen werken in Amsterdam al zo. Daarbij vindt een samenwerking plaats tussen de DWI en allerlei welzijnsinstellingen en instellingen voor daklozen. Werken met behoud van uitkering verdringt reguliere arbeidsplaatsen. Daarvan worden concrete voorbeelden in het rapport genoemd.
  • Social Return contracten en doelgroepenbeleid bij het vervullen van vacatures leiden tot verdringing van andere arbeidskrachten, die daardoor minder of geen kans meer hebben.
  • De autoritaire wijze van optreden van klantmanagers en werkmeesters op de projecten die op of vanuit de Laarderhoogtweg worden opgezet leiden tot overtreding van wettelijke regels voor het opleggen van kortingen, intimidatie, schending van privacy en andere gevolgen. De meerderheid van de mensen die er werkt is angstig, heeft het gevoel in een gevangenis te verblijven. Mensen raken door het werken op de Laarderhoogtweg in de schulden en verliezen daardoor hun sociale contacten omdat zij hun netwerk niet in stand kunnen houden. Veel mensen doen zinloos, geestdodend werk of soms hele uren niets.
  • Er is geen enkele hulp bij het vinden van werk in sommige projecten. Faciliteiten zoals een computer om te solliciteren zijn er niet, er wordt niets gedaan om betaald werk voor de mensen te vinden, sollicitatiecursussen en andere trainingen moeten mensen in hun vrije tijd doen
  • Klantmanagers hebben een grote macht en handelings-beslissingsvrijheid waardoor willekeur ontstaat en de mensen geen idee hebben waar ze aan toe zijn. De mensen krijgen geen contracten waar de afspraken in staan. Vragen als: hoelang moet ik hier werken? worden niet beantwoord. Het kan 3 maanden zijn, een half jaar, 2 jaar, dat is voor iedereen verschillend. Je weet het nooit van te voren.

Wij willen dat er zo snel mogelijk een einde komt aan deze dwangarbeid, slechte behandeling, gebrek aan respect en verplicht werken zonder loon en zonder uitzicht op een betaalde baan voor wie dat wil en kan. Stop dwangarbeid!Voor meer informatie:
Comité dwangarbeidnee
info@dwangarbeidnee.nl]]>

dinsdag 25 juni 2013

Draagvlak sociale zekerheid

‘Dit plan werkt alleen maar armoede en schulden in de hand’ Mensen komen in de ellende. Schulden lopen op, huisuitzettingen zijn niet te vermijden en ouders kunnen hun kinderen niet meer te eten geven. Dat scenario ligt volgens een meerderheid van de deelnemers aan de Stelling van de Dag op de loer als mensen niet direct recht hebben op een bijstandsuitkering op het moment dat ze hun inkomen of WW-uitkering verliezen. Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) wil dat mensen pas recht hebben op een bijstandsuitkering als ze eerst vier weken naar werk hebben gezocht. U noemt het ‘schandalig’ dat het kabinet zo te werk gaat. Mensen die al voor een laag loon hebben gewerkt, kunnen echt geen vier weken wachten. Het heet toch niet voor niets bijstand. Het is schaamteloos om de eigen bevolking zo uit te kleden. Het is een ordinaire aanslag op een recht van mensen die vaak tientallen jaren hebben gewerkt en buiten hun schuld in de WW en bijstand zijn beland. Het voorstel van Jetta Klijnsma is gebaseerd op een experiment in verschillende gemeentes. Daaruit is gebleken dat 30 tot 48 procent van de mensen zich na die wachttijd niet meer aan het bijstandsloket meldde. Bijna de helft van de stemmers verbaast zich daarover. Vooral omdat aangenomen mag worden dat de meeste van deze mensen vanuit een situatie komen dat ze WW kregen en in die periode toch vermoedelijk al druk hebben gezocht naar een nieuwe baan. Als je WW krijgt, heb je immers een sollicitatieplicht. We hebben het over een periode waarin 640.000 mensen werkloos zijn. Denkt deze staatssecretaris nu echt dat de banen voor het oprapen liggen? Ze leeft buiten de werkelijkheid. Langer wachten op je AOW, langer wachten op bijstand. Waar stopt het? zo vraagt u zich af. Bezuiniging Driekwart van de respondenten denkt dat het simpelweg om een bezuinigingsmaatregel van het kabinet gaat. Mocht het plan doorgang vinden, is 68 procent van de respondenten van mening dat een uitzondering gemaakt moet worden voor mensen boven de 50 jaar. Bijna een derde van u juicht het plan overigens toe. Het krijgen van een uitkering is in Nederland veel te vanzelfsprekend geworden. Het is goed dat de overheid niet meteen klaarstaat met geld. Het is toch gebleken dat het werkt? Doorvoeren dus. Het stimuleert de mensen om de handen uit de mouwen te steken in plaats van de hand op te houden. Een enkeling pleit zelfs voor een wachttijd van drie tot zes maanden. Je eigen broek ophouden is het beste. Pas in uiterste nood moet om een uitkering worden gevraagd. We zijn veel te verwend in Nederland. Op de vraag of u zelf een periode van vier weken zou kunnen overbruggen antwoordt de helft van niet. Zij zeggen nooit iets te hebben kunnen sparen. Vierenveertig procent zegt er altijd voor te zorgen dat ze een appeltje voor de dorst hebben. U heeft daar bovendien een advies bij: Zorg altijd dat je wat geld achter de hand hebt en leer het ook je kinderen. Dit hoort gewoon bij de opvoeding.
]]>

dinsdag 18 juni 2013

Verslag van een gesprek met drie ambtenaren van het project ‘Kansen’ van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) d.d. 19-06-2013

Piet vertelt waarom we dit gesprek belangrijk vinden. Er melden zich steeds meer mensen op het spreekuur die een oproep krijgen voor een nieuw gesprek om over ‘mogelijkheden en kansen’ te praten, terwijl die mensen vaak medisch gezien niet hoeven te solliciteren en vrijgesteld zijn van het verrichten van betaalde arbeid. De oproepen leiden tot vragen als: waarom krijg ik nu ineens toch weer een oproep? Ik ben toch afgekeurd? Wat kan ik van het gesprek verwachten? Wat zijn ze nu weer van plan? Ik ben weliswaar niet afgekeurd, maar mijn kansen om aan betaald werk te komen zijn gering, ik heb toch belemmeringen en ik heb al diverse trajecten zonder resultaat doorlopen. Wat willen ze nog met mij?  Etc.Ook worden klachten over het zogenaamde kansencafe  in de loop van het gesprek over het voetlicht gebracht. En dat er bij de Bijstandsbond in eerste instantie grote onduidelijkheid bestond over de oproepen. Wij wisten eerst ook niet waarom nu ineens weer oproepen op grote schaal. Het bleek ons na enige tijd dat de DWI vorig jaar geld heeft overgehouden. Daarom werd besloten tot een beleidsintensivering, die in de Participatienota is opgenomen. Alle klanten op trede 2 van de participatieladder worden opgeroepen voor een diagnosegesprek.Het project is opgezet en wordt gemanaged door het gemeentelijk project management bureau, dus door mensen die ook projecten bij andere diensten doen, men beschouwd het project ‘Kansen’ als een  tijdelijke  ínterventie’ in de dagelijkse doorlopende werkprocessen bij de DWI. De projectleider van het project ‘kansen’ geeft een nadere uitleg. Men constateerde, dat in 2011 meer dan 700 klanten op trede 2 toch waren uitgestroomd naar betaald werk. Dus los van de beeindigingen van uitkeringen om andere redenen. Terwijl de DWI niets heeft gedaan om de uitstroom van die groep te bevorderen. Maar men heeft verder geen enkel idee waarom die mensen zijn uitgestroomd naar betaald werk. Dat is gissen. Een van de veronderstellingen is, dat bijvoorbeeld in migrantenfamilies iemand een restaurant heeft of een ander bedrijf, en dat die dan zegt ik heb iemand nodig daar en daar voor, dat kan mijn broer mooi doen.  Het is niet helemaal duidelijk of die uitstroom van meer dan 700 er ieder jaar is.  Men vraagt zich af of middels een ‘beleidsintensivering’ dit aantal van 700 niet kan worden opgevoerd. Daarom is men alle klanten op trede 2 gaan oproepen.  Men is nu een week of 7 bezig en men hoopt voor kerstmis alle klanten op trede 2 te hebben opgeroepen. Dat zijn er 15.000. Ongeveer een kwart van die 15.000 betreft alleenstaande ouders. Er zal dan wat betreft het ‘Kansencafe’ nog een uitloop zijn naar februari.Men heeft veel gediscussieerd over de vraag, of wel iedereen zou moeten worden opgeroepen, bijvoorbeeld ook mensen boven de 60 of 62. Maar men vond het met het creeren van allerlei uitzonderingen een beetje te gecompliceerd worden, dus men heeft gezegd: we roepen iedereen op, ook mensen van 64.
De schatting is dat een kwart tot een derde van de mensen die worden opgeroepen zullen worden doorverwezen naar het Kansencafe. Bij deze mensen moet nog worden gewerkt aan de motivatie om aan de slag te gaan, gericht op participatie of betaald werk. Het Kanscafe bestaat uit een training van 8 dagdelen, verspreid over een maand, waar mensen in de gelegenheid worden gesteld om na te denken over hun mogelijkheden, want het gaat uitdrukkelijk om de mogelijkheden en kansen en niet om de belemmeringen.Als uitkomst van het kansencafe wordt dan een ontwikkelingsplan gemaakt. Daarbij zijn er verschillende mogelijkheden:
De klant kan snel aan het betaalde werk en gaat naar het  ‘uitstroomteam’.De klant kan nog niet onmiddellijk aan het werk maar op termijn misschien wel, er moeten nog werknemersvaardigheden aangeleerd worden. Deze klanten worden doorverwezen naar het Reintegratie Bedrijf Amsterdam. (RBA). Met dit RBA heeft het projectmanagement afspraken gemaakt over hoe de trajecten van deze mensen er uit moeten zien. Men stelt bijvoorbeeld dat bij moeders met kinderen soepel overleg mogelijk moet zijn om eerder met werken op te houden, in verband met het ophalen van de kinderen. Ook kan het zijn dat iemand zegt: ik ben niet meer zo gewend zo vroeg mijn bed uit te komen, kan ik niet iets later komen. En men begint in eerste instantie bijvoorbeeld 2 dagdelen in de week. Er wordt echt rekening mee gehouden dat men een grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt en als trede 2 klant kwetsbaar is. De meeste mensen worden wel verwezen naar het RBA, maar slechts een klein gedeelte komt terecht bij de Laarderhoogteweg-Praktijkcentrum. Anderen gaan naar bijvoorbeeld de tuinderij. Ook is men bezig met de opzet van een gereedschapsherstel project.Een derde conclusie van het Kanscafe kan zijn, dat betaald werk er niet in zit. De klant is wel in staat te participeren, maar kan niet betaald werk verrichten. Deze mensen worden verwezen naar de stadsdelen. Zij komen in een traject zorg, waarover nog niet veel afspraken zijn gemaakt, een traject schuldhulpverlening of een taaltraject of ander vrijwilligerswerk.Bij de selectie van mensen voor het Kanscafe is dus niet het criterium wel of geen betaald werk op termijn kunnen verrichten. Ook mensen waar er wat dat betreft twijfels bestaan, en waarvan achteraf gezegd moet worden: het zat er niet in, betaald werk, een participatietraject is het hoogst haalbare, kunnen worden uitgeselecteerd. Deelname aan het Kanscafe is verplicht. Wie niet komt opdagen, of zich eraan onttrekt, kan te maken krijgen eerst met een schriftelijke waarschuwing en daarna een korting van 30%. Deelname aan het participatietraject, dat wordt uitgezet voor de mensen uit de derde van bovenstaande groepen, dus mensen die niet kunnen worden verwezen naar het uitstroomteam of het RBA maar in een participatietraject komen  dat kan volgen op het Kanscafe is echter vrijblijvender: men wordt er niet toe verplicht.Tot nu toe hebben wij het gehad over de klanten die verwezen worden naar het kanscafe. Dat is ongeveer een derde tot een vierde van het totale aantal. Van de anderen kan worden gezegd, dat ze al voldoende participeren en dat kan worden gezegd: meer zit er eigenlijk ook niet in, het is mooi zo.We praten door over de medische ontheffingen. Is het zo, dat mensen ook kan worden verplicht deel te nemen aan het Kanscafe, of aan andere trajecten, terwijl er naar het oordeel van een keuringsarts een medische ontheffing van trajecten richting betaalde arbeid ligt, moet er dan niet eerst weer een medische beoordeling plaatsvinden over de actuele situatie? Geantwoord wordt dat bij het wel of niet opleggen van reintegratieinspanningen richting betaald werk of participatie eerst wordt gekeken of ene arts een uitspraak heeft gedaan. Daar wordt terdege rekening mee gehouden. Men is zich ervan bewust dat er veel medische problemen zijn. Daarom zal eventueel altijd worden gekeken of er geen aangepast werk mogelijk is. Of dat bestaand werk kan worden aangepast. Er zijn wat betreft medische ontheffingen in trede 2 veel gradaties.
Er is wel een urenbeperking, bijvoorbeeld kan maximaal 20 uren in de week werken.
Betaald werk is niet mogelijk, en een volledige urenbeperking, dus ook geen 20 uur werken, maar participeren op andere wijze is wel mogelijk
Men krijgt ontheffing op basis van artikel 9a WWB men heeft een kind onder de 5 jaar.
Trede 1 zijn dan de mensen die voor alles afgekeurd zijn, ook voor participatie. Zij hebben een dubbele ontheffing.Daarnaast kunnen in trede 2 mensen zitten, die geen medische ontheffing hebben, maar die wel een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben en met allerlei belemmeringen te maken hebben.
Men voert dit project ook uit, om de trede 2 groep scherper in beeld te krijgen: sommige mensen bijvoorbeeld gaan naar trede 1. Aan de andere kant van het spectrum gaan mensen naar het uitstroomteam.
Degene die bij de oproep het diagnosegesprek voert is niet de klantmanager maar een reintegratiemanager. Het is een interventie in de reguliere werkprocessen van de DWI. Bij de gesprekken wordt een speciale gespreksmethode toegepast, ieder reintegratiemanager heeft een opleiding gehad voor die gesprekstechniek. De bedoeling is om een correcte bejegening van de klant vorm te geven, op een waarderende manier gesprekken voeren. Het is een feedback methode om goeie gesprekken te krijgen. Het gaat daarbij om de zogenaamde ‘appreciative inquiry’:  de waarderende gespreksmethode. Meer over deze methode is te vinden op http://www.appreciative-inquiry.nl/ en op http://www.lerendoorwaarderen.nl/?page_id=4 . Het is de bedoeling, deze gesprekstechniek DWI breed uit te rollen. Dus dat alle klantmanagers ermee gaan werken. We moeten de oproepen voor het project dus onderscheiden van de reguliere werkprocessen, waarin ook oproepen kunnen zitten. Wij lezen de tekst voor van een brief met een oproep, die een bezoeker van het spreekuur heeft gekregen. Dit is niet de brief die in het kader van het project wordt toegestuurd. Dat is een standaardbrief, die zich onderscheidt van andere brieven uit het reguliere werkproces. Wij krijgen zo’n standaardbrief, waaraan overigens nog geschaafd wordt, toegestuurd. De reintegratiemanager heeft een uur voor het gesprek, een half uur voorbereiding inzage van het dossier en een half uur administratieve afhandelingen. Over het algemeen heeft de klantmanager een tamelijk grote beslissingsvrijheid over wat er met de klant moet gebeuren. Hij of zij kan de afstand tot de arbeidsmarkt, de problematiek die er speelt, de leeftijd,  afwegen en een beslissing nemen.Aan het eind van het gesprek wordt gememoreerd, dat er vanwege de bezuinigingen ‘meer doen met minder’ wordt nagedacht over meer groepsgewijs werken. Zoals het Kanscafe. Dus dat klanten geen individuele oproep meer krijgen, maar groepsgewijs worden opgeroepen. Dit sluit ook aan op het participatiebeleid in de stadsdelen, waar toch de kennis over de participatieplaatsen ligt. Overigens registreren sommige stadsdelen wel, wie er waar participeert, maar sommige stadsdelen weigeren die registratie.PvdL

]]>

donderdag 30 mei 2013

FNV vraagt verbetering Wet Werk en Bijstand

De Vaste Commissie voor Sociale Zaken van de Tweede Kamer spreekt op 5 juni over de Wet werk en bijstand. Het gaat ook over de reactie van staatssecretaris Klijnsma op het zwartboek van de FNV “Werken in de bijstand”. De FNV is blij dat de WWB op de agenda staat, maar betreurt het dat Klijnsma klachten over slechte bejegening door gemeenten afdoet als de problemen van een enkeling.
De FNV is blij dat werken in de bijstand op de agenda staat. Er gaat veel mis bij de uitvoering en de commissie is nu in de gelegenheid dit te veranderen.

ENQUÊTE NA ZWARTBOEK


In vervolg op het FNV Zwartboek over werken in de bijstand hebben meerdere FNV Lokaalgroepen via een enquête geïnventariseerd hoe het in hun gemeenten gesteld is. De uitkomsten van de 230 ingevulde enquêtes komen overeen met de resultaten van het zwartboek:
  • er wordt geen maatwerk geboden;
  • de trajecten zijn niet op uitstroom gericht;
  • de begeleiding is onder de maat;
  • er is sprake van verdringing.

MAATREGELEN

In haar brief van 27 mei vraagt de FNV de Kamer de volgende maatregelen te nemen:
  • Een breed onderzoek door de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar hoe gemeenten invulling geven aan werken met behoud van uitkering en de tegenprestatie en of dit in overeenstemming is met de wettelijke kaders.
    Voor gemeenteraden zou het erg behulpzaam zijn als in de publicatie van een dergelijk onderzoek gemeenten bij naam genoemd worden. Gemeenten kunnen zich anders gemakkelijk hullen in anonimiteit.
  • Heldere kaders in de WWB. Bijvoorbeeld hoe lang werken met behoud van uitkering toelaatbaar is. De FNV stelt dat 3 maanden voldoende is, indien er daadwerkelijk een afstand tot de arbeidsmarkt is. Voor bijstandsgerechtigden die jarenlang gewerkt hebben, is werken met behoud van uitkering volstrekt overbodig. Zij dienen een gewoon cao-loon te krijgen wanneer ze werken. Uit de enquêtes blijkt dat de meesten jarenlang gewerkt hebben.
  • Een toets op ‘additionaliteit’ (dus in hoeverre het om ’toegevoegd’ werk gaat), ter voorkoming van verdringing van regulier werk, uitgevoerd door de sociale partners in de sociale werkbedrijven. Werkgevers zien zich geconfronteerd met oneerlijke concurrentie, wanneer commerciële bedrijven gaan werken met bijstandsgerechtigden zonder loon. Werknemers ervaren dat de lonen onder druk komen te staan. Voor werkzoekenden wordt de werkgelegenheid nog krapper, wanneer betaalde banen verdwijnen naar onbetaalde banen.
Lees de volledige brief van de FNV aan de Kamer-commissie (pdf)]]>