maandag 4 november 2013
Dwangarbeid in Amsterdam nog erger dan gedacht
Samenvatting van het rapport
donderdag 31 oktober 2013
Protest loont: Amsterdamse bijstand wordt niet tijdelijk
Het leven is een groot tijdelijk misverstandEnige tijd geleden bleek dat in de ontwerpbegroting van de gemeente Amsterdam een passage was opgenomen over de invoering van een tijdelijke bijstand. Vooral viel op de zinsnede “het college nu echter het tijdelijke karakter van de bijstand als vangnetfunctie wil benadrukken door te laten onderzoeken of en zo ja, voor welke klanten, de bijstand tijdelijk kan worden toegekend op basis van een inschatting vooraf van de maximale uitkeringsduur”. Wij constateerden dat de wethouder, ook gezien eerdere uitlatingen, het principe wilde invoeren, of de mogelijkheid onderzoeken van: je krijgt een aantal maanden of jaren bijstand en wij stellen van te voren vast hoelang en daarna wordt de uitkering gestopt. Dat is een doorbreking van het principe dat de bijstand voor onbepaalde tijd wordt toegekend, nooit wordt vooraf gezegd hoelang het gaat duren. Met het voorstel van de wethouder worden de rechten van bijstandsgerechtigden verder op losse schroeven gezet. Hierop diende het SP-raadslid Van der Pligt een amendement op de begroting in, waarin gevraagd werd de passage te schrappen. Ondertussen publiceerde het actiecomité DwangarbeidNee een artikel op internet waarin de plannen van de wethouder werden gehekeld. Het artikel werd enige duizenden malen gedownload van de weblog van het comité en ook op Facebook en Twitter ontstond de nodige reuring. Binnen GroenLinks, de partij van de verantwoordelijke wethouder, ontstond discussie over haar plannen. In een vakbondscafé, waar zeventig kaderleden van de vakbonden en vertegenwoordigers van andere belangenorganisaties zoals Doorbraak en de Bijstandsbond aanwezig waren op vrijdag 25 oktober, publiceerde het actiecomité DwangarbeidNee een rapport, waarin de misstanden in de Amsterdamse reïntegratie-industrie en de dwangarbeid die is ingevoerd aan de kaak werden gesteld. Daarover verschenen publicaties in onder andere Het Parool. Kort gezegd komt het erop neer, dat met concrete voorbeelden werd aangetoond dat de grote druk die in Amsterdam wordt uitgeoefend op bijstandsgerechtigden en die de wethouder dus nog verder wil opvoeren, desastreuze gevolgen heeft voor het welzijn en de leefsituatie van veel mensen.PreadviesHet college van burgemeester en wethouders publiceerde ondertussen een preadvies op het amendement van raadslid Maureen van der Pligt. Het preadvies luidde: “Het College erkent dat wie bijstand nodig heeft, deze moet kunnen krijgen. Bijstand is een grondwettelijk recht (artikel 20, lid 3). Het College wil de mogelijkheden verkennen om – binnen de grenzen van de wet – nog sterker dan nu het uitgangspunt te benadrukken dat iedereen in de eerste plaats zelf verantwoordelijk is om in zijn levensonderhoud te voorzien en bijstandsverlening daarom doorgaans van tijdelijke aard moet zijn. De wet biedt ook de mogelijkheid om bijstand voor een gesloten periode toe te kennen. De motie lijkt ertoe te strekken dit onderzoek op voorhand te blokkeren. Met een verkenning van juridische mogelijkheden komt echter de naleving van bestaande wetten op geen enkele wijze in het geding. De uitkomsten van dit onderzoek zullen met de Raad worden gedeeld, voordat verdere stappen worden genomen. Ons College ontraadt derhalve aanneming van dit voorstel.” In eerste instantie dachten wij, dat in de commissie Werk en Inkomen van de gemeenteraad over het voorstel gediscussieerd zou worden, maar het bleek dat het besproken zou worden in de commissie Financiën op woensdagavond 30 oktober en dat de woensdag daarop al over de amendementen op de preadviezen gestemd zou worden, zodat de vergadering van de commissie Werk en Inkomen daarna als mosterd na de maaltijd zou komen. Wellicht heeft men gehoopt het voorstel onopvallend in de begroting te flansen, zodat wij met voldongen feiten geconfronteerd zouden worden als het onderzoek al in volle gang was. En wij willen geen onderzoek naar tijdelijkheid van de bijstand, want dan is het hek van de dam wat de rechten van bijstandsgerechtigden betreft. Daarom trokken wij woensdagavond met een grote groep naar het stadhuis om ons ongenoegen te laten blijken en in te spreken. Anke namens de Bijstandsbond, Rachid van Doorbraak namens het actiecomité DwangarbeidNee en Maaike namens de FNV. Maaike las een brief voor van de FNV waarin ze de plannen afkeuren en aangaven te zullen gaan bestrijden en monitoren.ToneelstukjeVervolgens speelde zich het volgende toneelstukje af. Na de insprekers wilde wethouder Hilhorst wel reageren. Hij begon met te zeggen dat hij de actievoerders gerust kon stellen. “De bijstand is een grondwettelijk recht”, zei hij “en het is nooit onze bedoeling geweest te werken buiten de wet. Dus als jullie het hebben over de tijdelijke bijstand dan bedoelen wij daarmee dat je het krijgt zolang het nodig is. Zoals een van de insprekers al zei, het hele leven is tijdelijk, dus ook de bijstand. Wij willen alleen maar benadrukken dat de bijstand tijdelijk is. Ik ga er niet teveel over zeggen, daarover moeten jullie maar discussiëren met wethouder Van Es. Maar morgen komt er een brief van de wethouder Werk en Inkomen waarin de misverstanden die bij de actievoerders leven worden weggenomen. Ik kan de actievoerders echt geruststellen wat dat betreft.” Daarop klonk geroep uit de zaal. “U werpt een mist op”, etc. Daarop greep de voorzitter in. De wethouder was niet in de gelegenheid om verder te reageren. Maar even later maakte de vertegenwoordiger van de SP, Laurens Ivens, van zijn positie als gemeenteraadslid gebruik van zijn spreektijd om opheldering te eisen. Hij wilde duidelijkheid. Gaat het college het preadvies nu intrekken? Gaat het college het amendement van de SP om de passage te schrappen nu wel steunen? Daarop bleek tijdens wat heen en weer gepraat dat dit niet het geval was. Er komt een erratum op het preadvies. Dat erratum (een soort toevoeging) houdt in dat de zinsnede “bijstand tijdelijk toekennen” wordt geschrapt en in het erratum nader toegelicht. Daarop leverde Marco de Goede van GroenLinks een bijdrage: “Ik begrijp dat het allemaal een groot misverstand is en dat erratum gaat dat herstellen. Want het is, begrijp ik, nooit de bedoeling geweest een tijdelijke bijstand in te voeren op de manier die de actievoerders noemen.”De tekst van het erratum en de brief van de wethouder waren er niet en er gaat woensdag, dus zonder verdere discussie in de gemeenteraad, over gestemd worden. De ronde van commentaren van de gemeenteraadsleden werd verder afgewerkt. Niemand van de gemeenteraadsleden voelde zich geroepen om na afloop van de inspraakverhalen van onder andere ons actiecomité vragen te stellen aan de insprekers. Geen vragen over verduidelijkingen en opmerkingen. In de commentaren op de begroting gingen de gemeenteraadsleden niet verder op de kwestie in. Behalve dus de SP, zoals hierboven blijkt, maar ook mevrouw Poot van de VVD maakte een korte opmerking waarin zij wel erg wilde benadrukken dat de VVD erg voor een tijdelijke bijstand is.Er komt dus een onderzoek in hoeverre de tijdelijkheid van de bijstand verder kan worden benadrukt, maar binnen de wet (een onderzoek zonder dat het ingevoerd is, is per definitie binnen de wet) en er wordt geen juridisch onderzoek ingesteld naar de juridische mogelijkheden voor de toekenning van bijstand in een afgesloten periode, zoals in het preadvies staat. Of toch wel?Wethouder Van Es is tevens voorzitter geworden van de Werkkamer waarin in het kader van het sociaal akkoord de onderhandelingen worden gevoerd tussen werkgeversorganisaties, vakbonden en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) over nadere invulling van de nieuwe Participatiewet die per 1 januari 2015 moet worden ingevoerd. Als wethouder laat zij op kosten van de gemeente een onderzoek uitvoeren om de tijdelijkheid van de bijstand verder te benadrukken en sommige groepen bijstandsgerechtigden – als een van de aspecten van haar beleid – nog scherper onder druk te zetten. Zo kan ze met haar andere pet op een stempel drukken op de onderhandelingen in de Werkkamer.In Het Parool van vandaag staat een artikel, dat Wethouder Andrée van Es (Werk en Inkomen) afziet van haar voornemen bijstandsuitkeringen voor Amsterdammers tijdelijk te maken. Dat idee, ingegeven door de wens werklozen aan het werk te helpen, blijkt juridisch onhaalbaar. De wethouder wordt in de krant geciteerd. Dit maakt de verwarring alleen maar groter. Gistermiddag erkende Van Es volgens de krant dat de FNV gelijk heeft en dat de wet inderdaad geen ruimte biedt voor het tijdelijk maken van een uitkering. “We hebben het onderzocht, maar het kan niet. Zelfs een afspraak waarin de uitkering voor een jaar wordt toegekend, en dat we daarna verder zien, mag helaas niet.”Van Es benadrukt dat het nooit haar bedoeling was werklozen na een paar maanden hun uitkering af te pakken, maar dat ze die Amsterdammers vooral wil stimuleren elke kans te pakken. “Bijstand is een grondwettelijk recht, daar wil ik niet aan tornen. Maar ik zie te veel voorbeelden van bijstandsgerechtigden, ook jonge Amsterdammers, die een tijdelijke baan laten lopen omdat ze het te veel gedoe vinden.”“En tegelijk weet ik dat sommige mensen die in de bijstand terechtkwamen toen ik jong was, daar nooit meer zijn uitgekomen,” aldus de wethouder. “Dat wil ik voorkomen, en als dat betekent dat ik dan word gezien als boosdoener, dan moet dat maar.” Tot zover de krant. Onduidelijk wat Van Es nou precies gewild zou hebben. Wel of geen bijstand over een afgesloten periode? En hoezo blijkt het nu ineens jurdisch onmogelijk te zijn volgens haar zelf, na een paar dagen? Had ze dat niet meteen kunnen constateren? De waarheid is, dat ze politiek gewoon teruggefloten is onder druk van het actie-comite en politieke tegenstanders van haar onderzoek. En komt er nu helemaal geen onderzoek? Onduidelijk.Piet van der Lende]]>
vrijdag 18 oktober 2013
Overlevingsgids
donderdag 17 oktober 2013
woensdag 16 oktober 2013
Andree van Es, wethouder werk en Inkomen in Amsterdam voor Groen Links wil voor bepaalde groepen de bijstand afschaffen
| Wethouder Van Es van Groen Links |
donderdag 3 oktober 2013
De staat probeert de participatiemaatschappij van haar burgers in te kapselen
| Tine de Moor |
vrijdag 2 augustus 2013
Wethouder Van Es over de toekomst van de bijstand
verwachten? Een tipje van de sluier werd opgelicht tijdens een
debat op maandagavond 13 mei 2013 in de Rode Hoed. Ik heb het een
paar jaar geleden al geschreven: de bijstand als generieke
regeling waarop je in je leven altijd een beroep kunt doen, mocht
het nodig zijn, gaat eraan. Van Es maakt dat in het onderstaande
duidelijk, en tevens, wat de argumenten zijn om op den duur een
meer tijdelijke en beperkte bijstand in te voeren. Wethouder Van
Es is niet zomaar iemand. Als wethouder van een van de vier grote
steden heeft zij ongetwijfeld een flinke vinger in de pap bij de
standpuntbepaling van de Vereniging van Nederlandse gemeenten, die
moeizame onderhandelingen voeren met de regering, de vakbonden en
de werkgevers over de inrichting van de nieuwe participatiewet,
die 1 januari 2015 moet worden ingevoerd. Ook staatssecretaris
Klijnsma heeft wel oren naar het standpunt van Van Es. In het
dagblad Trouw verscheen een artikel over een snoepreisje van
prominente sociaal-democraten naar de Verenigde Staten, waar men
voordelen zag in een tijdelijke bijstand.
http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1178815/2009/12/03/Warm-worden-van-de-Amerikaanse-aanpak.dhtml Eric ten Hulsen, directeur van de dienst Werk en Inkomen zag
‘interessante kanten’ aan een tijdelijke bijstand. Terug naar het
debat in de Rode Hoed. Het debat in de Rode Hoed ging over heden, verleden en toekomst
van de verzorgingsstaat toegespitst op de sociale zekerheid. Dit
debat werd gehouden naar aanleiding van de verschijning van een
bundel met essays over de verzorgingsstaat onder de titel ‘Mij
een zorg. De toekomst van de sociale zekerheid’. De essays werden
geschreven door verschillende wetenschappelijke bureau ’s van
politieke partijen in Nederland. Het debat stond onder leiding van Clairy Polak. Deelnemers waren
oud-premier Ruud Lubbers, wethouder werk, inkomen en participatie
van de gemeente Amsterdam Andree van Es, Eimert Muilwijk,
voorzitter CNV jongeren en Dennis Wiersma, voorzitter FNV Jongeren. Clairy Polak nodigde de deelnemers aan het debat uit voortdurend
‘out of the box’, d.w.z. buiten de gebaande paden te denken en dit
leverde m.i. verhelderende inzichten op over de analysetrant en de
standpunten van de deelnemers. Zoals gezegd concentreer ik mij in
dit stukje op wat Van Es gezegd heeft. Clary Polak vroeg eerst aan Van Es ‘wat komt u als wethouder van
werk, en inkomen als problemen van de verzorgingsstaat in de
praktijk tegen’?. ‘/Nou, een van de moeilijkste, lastigste of
slechtste dingen vind ik dat door de verfijning of de regelzucht,
vooral uiteindelijk van de landelijke overheid, dat we te maken
hebben met heel veel verschillende regeltjes en dus verschillende
manieren om mensen te benaderen, met verschillende problemen,
terwijl eigenlijk, eigenlijk het basaal gaat het over hetzelfde.
Dus een enorme verfijning heeft er plaatsgevonden om net even een
uitzondering te maken, of net even daar iets aan tegemoet te
komen, of daar juist weer iets aan af te doen, en uiteindelijk kom
ik daar heel dicht bij Ruud Lubbers als het gaat om: wat is nou
echt van waarde, ben ik ervan overtuigd dat voor verreweg de
meeste mensen van waarde is om mee te kunnen doen in de
samenleving en ook nog eens een keer mee te kunnen doen door
betaald werk. En de kunst is dus, om, dat vind ik als wethouder
werk, inkomen en participatie, om dat voor zoveel mogelijk mensen
te doen en daarbij te kunnen kijken naar wat ze kunnen en niet
naar wat ze niet kunnen’. Polak: ‘dus een verdergaande
decentralisatie’? ‘Ja, dat zou voor mij heel veel meer mogelijk
maken’. / Van Es verdedigt hier het standpunt van de Vereniging Nederlandse
Gemeenten VNG, die vindt dat er drastisch moet worden
gedecentraliseerd met meer macht aan de gemeenten, zonder al te
veel controle en sturing vanuit Den Haag, en dat verschillende
regelingen zoals de Wajong, de WSW en de bijstand moeten worden
samengevoegd. De VNG heeft een flinke onderhandelingsvinger in de
pap als het gaat om de totstandkoming van de nieuwe
participatiewet, en het standpunt van Van Es is dus niet alleen
maar het standpunt van een wethouder van een grote stad. Van Es vond dat werk centraal moet staan in de verzorgingsstaat.
Zij vindt het stelsel van sociale zekerheid nog wel van betekenis
in die zin, dat er in deze tijd van crisis een bodem is voor
mensen die dat nodig hebben, maar zij vindt het stelsel niet meer
van deze tijd in de zin dat zij het stelsel veel te weinig
activerend vindt, veel te weinig vindt uitgaan van mensen in hun
eigen kracht en mogelijkheden zetten en dat het stelsel in een
aantal opzichten veel te paternalistisch is geworden. ‘/Ja, dat zou ik heel simpel kunnen maken, dat heeft niet zoveel
te maken met een grote visie voor de toekomst, maar ik heb best
moeite moeten doen om de opstelling van de klantmanagers in dit
opzicht te wijzigen’./ En dan volgt een betoog over het omzetten van ‘de mind’ van de
klantmanager die de mensen meer moet activeren. Clairy Polak nodigde van Es uit ‘out of the box’ te denken. ‘Als
jij nu de verzorgingsstaat zou willen reorganiseren, wat zouden
dan de basiszaken zijn die je zou willen regelen’. Van Es:/’dan
zou ik om te beginnen aan de werkkant met werkgevers goeie
afspraken maken over arbeidsomstandigheden en
arbeidsproductiviteit in die zin dat er veel meer mensen zouden
kunnen meedoen aan het arbeidsproces’. Polak: ‘ Hoe dan’?. Van Es:
‘Nou door hetzij part time werken of van hen minder productiviteit
te vragen dan ze aan anderen zouden vragen’. Polak: ‘minder
productiviteit maar dat vindt u wel belangrijk’. Van Es: ‘Ja, dat
is heel belangrijk. En dan ben ik ervan overtuigd dat er veel meer
mensen mee kunnen doen op hun eigen niveau en dus ook inkomen
kunnen verwerven waardoor ze geen beroep hoeven te doen op wat
voor uitkering dan ook. Dat vind ik een heel belangrijke eh aan
die kant vind ik dat echt essentieel’./ /’En aan de andere kant zou ik wel een pleidooi durven doen dat
ook de bijstandsuitkering in principe tijdelijk is en dat als je
daarin terecht komt dat dat een tijdelijk vangnet is, het is de
bedoeling om daar zo snel mogelijk uit te komen en dat betekent
he, dat je toch iedere keer, nou, laten we zeggen een keer in het
jaar eh opnieuw door de molen zal moeten, van is dit nog terecht,
moet je niet eh weer een ronde solliciteren, moet je niet op de
een of andere manier weer zelf het initiatief nemen om toch aan
het werk te komen dus wat dat betreft strenger dan nu’./ Polak:
‘Ja, want als je zegt je moet een nieuwe ronde solliciteren, goed,
dat moet je doen, maar als je zegt hij is tijdelijk, dan zeg je
ook na — laten we even zeggen na een paar jaar — en nu, nu
houden we ermee op’. Van Es: ‘/Ja, maar dat ik denk dat je… ik zou graag out of the
box willen springen maar.. ja, nee, maar dat zou ik wel willen,
maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat je dat niet haalt. Als
mensen geen andere bron van inkomsten hebben, de bijstand is toch
terecht en natuurlijk ook echt de bottom line, de bodem, maar nu
lijkt het wel alsof het is, of, he via een werkloosheidsuitkering
kom je in de bijstand, en daar blijf je dan. En ik zou in die zin
zou ik het vervolgens terecht vinden om het besef, dat dat een
tijdelijk vangnet is waar je echt zelf alles aan moet doen om daar
weer uit te komen, die druk zou ik graag willen opvoeren, en als
dat dan zou moeten door te zeggen ja, het is tijdelijk, dat
betekent ook dat we na een jaar of twee jaar echt gaan kijken heb
jij dit nog wel nodig, dat dat misschien zelfs ook nog wel als
consequentie zou kunnen hebben dat je ervoor mensen mee stopt’. / Polak: ‘dat is een geheel nieuwe invulling van het begrip
solidariteit, he want eh ik waardeer het zeer, hoor, out of the
box, dus dat ga ik je niet verwijten, helemaal niet, maar wel de
constatering, dat dit bijvoorbeeld iets is wat de rechtse partijen
al enige tijd roepen, om niet te zeggen al jaren, en u vindt dat
ook. En dat die linkse partijen zeg ik nu maar even in het
algemeen dat die riepen ja, maar solidariteit. Dit is een nieuwe
invulling van solidariteit’. Van Es: ‘/ja, ik vind het ook aanmerkelijk solidairder om ervoor
te zorgen dat mensen dus aan die werkkant de gelegenheid krijgen
om aan het werk te zijn dan om ze in een gelegenheid te stellen
hun leven lang in de bijstand te blijven’. / Polak: ‘En dat is dan de verantwoordelijkheid van de werkgevers,
die mensen meer gelegenheid moeten geven om te doen wat hun
capaciteiten zijn waarna een werkgever natuurlijk roept: ja hallo
hoe zit het met mijn winst’. Van Es: /’Ja, dat zeggen de werkgevers, maar dan, dan zou je
daarin moeten afspreken dat een beetje minder winst toch eigenlijk
wel kan een dat ook een vorm is van solidariteit invullen, of
verantwoordelijkheid invullen richting samenleving en mensen die
ook recht hebben om mee te doen en dat dat een veel betere vorm is
dan steeds maar de productiviteit zo op te drijven, dat je a
priori al veel mensen uitsluit van het arbeidsproces’. / In de loop van de discussie werd duidelijk, dat van Es totaal geen
instrumentarium heeft, als gemeentelijk bestuurder, om werkgevers
inderdaad ergens ook toe te brengen. Ze wil dat er stageplaatsen
komen, dat er een quoteringsregeling komt waarbij werkgevers
arbeidsgehandicapten in dienst nemen, de werkgevers moeten van de
mensen minder productiviteit vragen, maar hoe de werkgevers
daartoe gebracht kunnen worden blijft vaag. Het enige is dat
werkgevers in goed overleg en misschien subsidies ertoe verleid
worden zo te gaan werken. Want tenslotte is er het compromis met
de liberalen, in de gemeente en op nationaal niveau, over de
zelfstandigheid van de werkgevers in hun personeelsbeleid. Blijft
deze kant van het verhaal vaag, aan de andere kant is van Es heel
duidelijk. Ze gebruikt de redenering dat er arbeidsplaatsen voor
gehandicapten moeten komen en voor mensen met verminderde
arbeidsproductiviteit alvast als argument, om een pleidooi te
houden voor het afbreken van de bijstand. Van Es wil wel een
coalitie met de vakbonden, samen naar Den Haag en naar de
werkgevers toe, om betere arbeidsvoorwaarden, en plekken voor
arbeidsgehandicapten te realiseren en het personeels en
arbeidsproductiviteitsbeleid van die werkgevers te beïnvloeden,
misschien ook middels acties in de bedrijven. Vraag is wel, hoe
die vakbonden mensen met een verminderde arbeidsproductiviteit
moeten organiseren, die door het ontbreken van een sociaal vangnet
gedwongen zijn hun arbeidskracht tegen elke prijs te verkopen in
een situatie van grote massawerkloosheid. Piet van der Lende]]>
maandag 15 juli 2013
De relatie met de machthebbers in de huidige tijd

DOOR: Piet van der lende/Konfrontatie.nlGEPUBLICEERD: 16 juli 2013
LoicWacquant noemt in zijn boek ‘paria’s van de stad’ kort dat hetnegativisme, dat spreekt uit de opvattingen van veel mensen hunrelatie met de machthebbers structureert. Veel mensen hebben kritiekop van alles en nog wat. Op de (semi) overheidsinstanties, die allesin de gaten houden, waar je hele privé leven op tafel moet, in langeverhalen en anekdotes over het voetlicht gebracht, over de graaiendebankiers, die buiten schot blijven en die een goed leven hebben vande opgestreken bonussen, terwijl de gemiddelde burger nauwelijksrondkomt.
(Oorspronkelijkverschenen opkonfrontatie.nl)
Vaakzijn de reacties getriggerd door de media, die niet moe worden hetene na het andere (financiële) schandaal in de publiciteit tebrengen, vaak gelekt door concurrenten. En dan vervolgens spreken demensen over de machteloosheid van de politiek om iets aan deproblemen te doen, de zakkenvullers in Den Haag die goed op hunbaantjes letten, de onmogelijkheid die politiek te beïnvloeden, hetontbreken van verzet, de mensen tegenwoordig, ja ook de lotgenotenmoeten eraan geloven, zijn egoïstisch en zelfzuchtig geworden. Er isgeen solidariteit meer. Daar hoef je ook niet op te rekenen.
Hoezeerbovenstaand verhaal ook een kern van waarheid bevat, het structureertde relatie van de ondergeschikte burger met de uitvoerende macht vande staat. Daarmee bedoel ik dat de burgers met hun negatieve verhalenonbedoeld een beschrijving geven van een perfect machtssysteemwaartegen je maar beter niet in verzet kunt komen. Je ziet hoe het deklokkenluiders vergaat! Sta maar niet op, om je protest te latenhoren. Niemand doet met je mee, niemand is solidair, overal om jeheen zijn de baantjesjagers en hielenlikkers die ten koste van jouwvan de situatie proberen te profiteren. Kijk naar de politici vanGroen Links en de Partij van de Arbeid!. Vroeger ventileerden zeleuke linkse ideeën, en nu zijn ze omdat het alleen ging om huneigen carrière gecorrumpeerd door de macht. Ze zijn niet tevertrouwen. En de machthebbers en hun repressieapparaten, wel of nietgeprivatiseerd, weten je wel te vinden. Als je als individu tegenoverze staat, kun je maar beter doen wat ze zeggen, anders ben je jebestaan niet zeker. Ze weten met die perfecte informatiesystemenalles van je. Verzet is zinloos, er zijn zoveel mensen die hun rechtproberen te halen, ze verzuipen vaak in de stroperige bureaucratie ende ongevoeligheid van de politiek voor tegenargumenten. Eenparlementaire enquête over de bouwfraude met alle onthullingen? Debouwfraude gaat gewoon door.
Enzo houdt de kritiek op toestanden in de maatschappij, die aanborreltafels, in huiskamers, op spreekuren van hulpverleners, inkroegen, op vergaderingen wordt geventileerd samen met devoortdurende stroom van op zichzelf staande geïsoleerde onthullingenvan schandalen in de media de machthebbers in het zadel.
Hoehet onvolprezen programma Tegenlicht bijdraagt aan bestendiging vande macht. Ik maak mij ook wel schuldig aan dat negativisme. Moet jemisstanden dan maar niet aan de kaak stellen? Natuurlijk niet. Maarwaar ik mij wellicht te weinig van bewust ben geweest tot nu toe, isde uitwerking die het aan de orde stellen van misstanden kan hebben,waarbij het geen handelingsperspectief oplevert maar dat juistblokkeert. Wat mij in gesprekken en discussies steeds meer opvalt, isdat in mijn ogen in principe steeds dezelfde beschrijvingen vanaspecten van het machtssysteem voortdurend herhaald worden waarbij jein een soort cirkel van de ene beschrijving van een misstand naar deandere gaat. Het komt niet tot een handelingsperspectief. Dat isimmers zinloos.
Deverhalen en anekdotes die burgers in hun dagelijks leven vertellenhebben vaak een sterk beschrijvend karakter, evenals de voortdurendeonthullingen in de media die in een voortdurende stroom van los vanelkaar staande incidenten over het voetlicht worden gebracht. Wanthoeveel incidentele onthullingen er ook in de krant staan, actuele(politieke) hoofdtegenstellingen kennen we niet, worden in de mediaook nauwelijks geanalyseerd, en onderhandelingen over onze toekomstspelen zich achter gesloten deuren af en we komen slechts zelden ietste weten over hoe de onderhandelingen werkelijk verlopen en wat deonderhandelaars tegen elkaar zeggen. Iedere samenhang lijkt in denieuwsstroom te ontbreken. Van tijd tot tijd zien we bijvoorbeeldFerry Mingele voor een dichte deur staan in het acht uur journaal ofin Nieuwsuur waarbij hij een heel verhaal heeft, maar verder geenidee van wat er zich achter die deur afspeelt. Er worden zelfs bijonderhandelingen tussen deze en gene extra nieuwsuitzendingeningelast om Ferry dingen te laten zeggen over zaken waarvan hij geenflauw idee heeft. Spannend, zeggen veel kijkers dan, wat zou eruitkomen? Na enige uren komen de onderhandelaars naar buiten met eenbesluit. Of ze zeggen dat er nog gepraat moet worden. Een, tweezinnen, misschien uiteindelijk een korte verklaring. Verder blijvenwe van niets weten.
Verslaggeversvan actualiteitenrubrieken boeken een hotel in verre oorden, reizener met het vliegtuig naartoe of zijn er al permanent gestationeerd,en gaan dan voor een dichte deur van een regeringsgebouw staan, decamera op hen gericht. Het gezicht van de verslaggever hebben we alhonderden malen gezien, het plaatje van het regeringsgebouw eveneens.Binnen speelt zich iets af. Maar wat? Het onderwerp van de besprekingis soms tot op zekere hoogte nog wel bekend, voor zover de mensenbinnen daar iets over hebben losgelaten c.q. eencommunicatiedeskundige hebben ingeschakeld om de journalisten aan hetlijntje te houden. Spannend. Wat zou er gaan gebeuren? Maar verderweten we van niets. Om de tijd te doden putten de verslagevers zichuit in eindeloze op niets gebaseerde speculaties over wat er allemaalwel en niet in de toekomst kan gebeuren, en dat is heel wat. Somskomt het enige dagen of weken later tot een zogenaamd onthullendinterview met een van de hoofdrolspelers, die voortdurend wanhopigworden nagejaagd door op nieuws beluste journalisten, meestal is hetbij nader inzien niets zeggend.
Miljoenenmensen kijken naar die uitzendingen. En de volgende dag komen demensen op het spreekuur waar ik werk, voor hulp of gewoon voor eenpraatje. Daar sluiten de media events aan op de dagelijkse ervaringenvan de mensen. Heb je die en die of dat gisteren op de TV gezien, hebje dat en dat programma met die en die onthulling gezien? Het is tocheen schande, waar gaat het naartoe met de wereld, waar komen weterecht. Het lijkt wel een banenrepubliek. Nou, zeggen de mensen danna enige tijd praten, ik ga maar eens wat doen. Daarmee bedoelen zeniet, dat ze politiek verzet gaan plegen, maar dat ze hun dagelijksewerkzaamheden weer oppakken na hun hart te hebben gelucht, terug inhet gareel. Ook bij de verhalen die mensen elkaar vertellen over deondoordringbare bureaucratie, de absurditeit van administratieveprocedures, de willekeur van de repressieapparaten komen we echterniet te weten wat er zich nu precies bijvoorbeeld in de hogereregionen van het management van deze of gene uitvoerende instellingafspeelt. Dat blijft allemaal zorgvuldig achter gesloten deuren.Zoals ook voor Ferry Mingele en al die andere verslagevers de deurengesloten blijven.
Hoezeerook het kapitalistisch productiesysteem doortrokken is van sociale enmateriele ongelijkheden, misstanden, uitbuiting en tegenstellingen,waarover velen verontwaardigd zijn, uiteindelijk weerhoudt desuggestie van het perfecte systeem hen van verzet. Ze doenuiteindelijk maar wat de machthebbers willen en vinden dat ze daarbijvoor het beste kiezen, omdat ze zelf nog een redelijke positiehebben. Een beperkte welvaart, een dak boven je hoofd, eten, etc. Datin dat productiesysteem miljoenen sterven van de honger, daartegen iseigenlijk geen verzet mogelijk, en ligt het ook niet een beetje aandie mensen zelf? Toch maar weer Partij van de Arbeid stemmen, danworden de bezuinigingen op mijn inkomen en de zorg en devoorzieningen in mijn buurt althans getemporiseerd, ook al zijn hetallemaal baantjesjagers. Wat me verder opvalt is dat veel mensen hetnegativisme dat in het begin werd genoemd, met in het verlengde desuggestie van een perfect systeem, en de onbekendheid met wat er nueigenlijk achter al die gesloten deuren gebeurt aanvullen metallerlei meer of minder vergaande samenzweringstheorieën.
Ikstel niet dat er geen samenzweringen zijn of dat de heersende klassede bevolking niet voorliegt. Ongetwijfeld zijn er onder leden ofdelen van de heersende klasse ‘samenzweringen’ en proberen ze temanipuleren om hun eigen belangen te verdedigen. Maar tegelijkertijdzijn ze ook elkaars concurrenten die elkaar naar het leven staan. Eenallesomvattende wereldsamenzwering van een hechte, tamelijk kleinegroep die alles kan manipuleren bestaat niet. Kapitalisten van grotebedrijven en banken hebben het vaak niet nodig uitgebreid met elkaarte overleggen. Het gaat er juist om, dat ze vanuit hun positie in demaatschappij en de daarbij behorende belangen veelal hetzelfdehandelen en dezelfde opvattingen hebben.
Wemoeten niet zozeer zien hoe individuen en specifieke groepen hunbelangen proberen te versterken door middel van manipulatie, wemoeten ook verder kijken dan deze individuen en oog hebben voor depositie van waaruit deze individuen en/of groepen zo handelen.Eenvoudig gesteld komen deze redenen erop neer dat de kapitalistenalles doen om hun winsten te maximaliseren en kapitaal teaccumuleren. Ze doen er alles aan om de nodige sociale, politieke eneconomische voorwaarden te creëren om dat te doen.
Eendiscussie over een systeemkritiek op het kapitalisme, vanuit hetbesef, dat er op enigerlei wijze verbanden bestaan tussen iemandspositie in de maatschappij, en zijn of haar gedrag, ideeënwereld enhandelen, en dat die verschillende posities bepaald worden door deeconomische structuur van datzelfde kapitalisme, dusklassentheorieën, zijn geheel uit beeld verdwenen. Het aan de ordestellen van de vele misstanden, kritiek op het laakbare gedrag en dementaliteit van bankdirecteuren heeft weinig zin, wanneer het besefontbreekt dat bij een vervanging van een dergelijke bankdirecteuriemand anders op zijn positie zich precies net zo gaat gedragen. Meteen ethische kritiek op het gedrag en de mentaliteit vanbankdirecteuren en andere kapitalisten en een analyse van hunsamenwerking in de vorm van samenzweringen ben je er niet.
Hetverdwijnen van systeemkritiek op het kapitalisme en de vervangingervan door het bovenomschreven negativisme, de voortdurende los vanelkaar staande onthullingen die dat negativisme voeden aangevuld metsamenzweringstheorieën betekent juist, dat een perspectief vooremancipatoir handelen uit beeld verdwijnt. Het besef, dat mensen metdezelfde structurele ondergeschikte positie in het kapitalisme, zichmoeten verenigen in collectieve verbanden om een systeemveranderingmeer of minder vergaand te bewerkstelligen en dat dit ook kan,verdwijnt. Dat geldt niet alleen voor de arbeidersklasse als geheel,waarvan je je kunt afvragen of het wel zo’n geheel is, zekersubjectief, maar ook voor subgroepen daarvan: bijstandsgerechtigden,migrantengroepen, werklozen, mensen met flexwerk, etc.
Maarhoe in de huidige situatie na 30 jaar neoliberale propaganda hetverband moet worden gelegd tussen een tamelijk abstractesysteemkritiek op het kapitalisme, en de discussie daarover, en dedagelijks ervaringen en redeneringen van de mensen, ik ben er nietuit. Een abstracte systeemkritiek kan snel verzanden in hoogdravendesysteem theorieën, die alleen door academisch geschoolden begrepenworden, waar verder niemand een boodschap aan heeft. Aan de anderekant: het geïsoleerd van die theorieën aan de kaak stellen vanschrijnende, ogenschijnlijk op zichzelf staande misstanden envandaaruit de belangenbehartiging opzetten werkt ook niet. Enteruggrijpen op oude socialistische propagandaverhalen van vroegerlijkt me ook niet de oplossing. Maar aanknopingspunten zijn ergenoeg, als je kijkt naar de opvattingen van de bevolking, waarbijvoorbeeld nog steeds een meerderheid bestaat voor een goed sociaalzekerheidsstelsel, en tegen de huidige bezuinigingen daarop, ondanksalle negativisme.
]]>zaterdag 6 juli 2013
Misstanden in de arbeidsbemiddeling en werken met behoud van uitkering in Amsterdam
Persbericht 02-07-2013Het Actiecomité dwangarbeidnee in Amsterdam gaat woensdagmorgen om 12.00 uur actievoeren bij het Praktijkcentrum van de Dienst Werk en Inkomen en de Herstelling op de Laarderhoogtweg 51 in Amsterdam. Daar zal het comité de dwangarbeiders die daar werken een lunch aanbieden. Er zijn verschillende medewerkers die hebben aangegeven in de lunchpauze niet naar buiten te mogen. Bestuurders van de gemeente ontkennen dat. Het actiecomité gaat woensdag buiten lunchen om te controleren of dat klopt.Tevens zal op deze dag het rapport worden gepubliceerd waarin alle misstanden op het gebied van werken met behoud van uitkering in beeld worden gebracht. Vele dwangarbeiders in Amsterdam hebben in de tweede helft van 2012 en de eerste helft van 2013 hun grieven naar voren gebracht en de misstanden beschreven. Veel van deze reacties zijn verzameld in het rapport, dat bijna 70 bladzijden telt. Deze ervaringen zijn verbonden met de conclusies uit gesprekken met een wetenschapper, ambtenaren van de DWI, maar ook uit een enquête die het actiecomité heeft gehouden onder 37 dwangarbeiders die op de Laarderhoogtweg werken.Enkele conclusies uit het rapport:
- De wet op de participatieplaatsen wordt overtreden, omdat mensen werken op plaatsen, die niet additioneel zijn, bijvoorbeeld nachtportier in een hotel, en er is in veel gevallen van te voren volledig duidelijk dat er geen uitzicht is op regulier werk. Langdurige trajecten zoals participatieplaatsen en trajecten om werkervaring op te doen en werknemersvaardigheden te leren worden voor een groot deel ingezet bij mensen die pas kortdurend werkloos zijn en recente werkervaring hebben, terwijl ze bedoeld zijn voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt.
- Inzet van mensen die met behoud van uitkering werken vindt op steeds grotere schaal plaats, duizenden mensen werken in Amsterdam al zo. Daarbij vindt een samenwerking plaats tussen de DWI en allerlei welzijnsinstellingen en instellingen voor daklozen. Werken met behoud van uitkering verdringt reguliere arbeidsplaatsen. Daarvan worden concrete voorbeelden in het rapport genoemd.
- Social Return contracten en doelgroepenbeleid bij het vervullen van vacatures leiden tot verdringing van andere arbeidskrachten, die daardoor minder of geen kans meer hebben.
- De autoritaire wijze van optreden van klantmanagers en werkmeesters op de projecten die op of vanuit de Laarderhoogtweg worden opgezet leiden tot overtreding van wettelijke regels voor het opleggen van kortingen, intimidatie, schending van privacy en andere gevolgen. De meerderheid van de mensen die er werkt is angstig, heeft het gevoel in een gevangenis te verblijven. Mensen raken door het werken op de Laarderhoogtweg in de schulden en verliezen daardoor hun sociale contacten omdat zij hun netwerk niet in stand kunnen houden. Veel mensen doen zinloos, geestdodend werk of soms hele uren niets.
- Er is geen enkele hulp bij het vinden van werk in sommige projecten. Faciliteiten zoals een computer om te solliciteren zijn er niet, er wordt niets gedaan om betaald werk voor de mensen te vinden, sollicitatiecursussen en andere trainingen moeten mensen in hun vrije tijd doen
- Klantmanagers hebben een grote macht en handelings-beslissingsvrijheid waardoor willekeur ontstaat en de mensen geen idee hebben waar ze aan toe zijn. De mensen krijgen geen contracten waar de afspraken in staan. Vragen als: hoelang moet ik hier werken? worden niet beantwoord. Het kan 3 maanden zijn, een half jaar, 2 jaar, dat is voor iedereen verschillend. Je weet het nooit van te voren.
Wij willen dat er zo snel mogelijk een einde komt aan deze dwangarbeid, slechte behandeling, gebrek aan respect en verplicht werken zonder loon en zonder uitzicht op een betaalde baan voor wie dat wil en kan. Stop dwangarbeid!Voor meer informatie:
Comité dwangarbeidnee
info@dwangarbeidnee.nl]]>
dinsdag 25 juni 2013
Draagvlak sociale zekerheid
‘Dit plan werkt alleen maar armoede en schulden in de hand’ Mensen komen in de ellende. Schulden lopen op, huisuitzettingen zijn niet te vermijden en ouders kunnen hun kinderen niet meer te eten geven. Dat scenario ligt volgens een meerderheid van de deelnemers aan de Stelling van de Dag op de loer als mensen niet direct recht hebben op een bijstandsuitkering op het moment dat ze hun inkomen of WW-uitkering verliezen. Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) wil dat mensen pas recht hebben op een bijstandsuitkering als ze eerst vier weken naar werk hebben gezocht. U noemt het ‘schandalig’ dat het kabinet zo te werk gaat. Mensen die al voor een laag loon hebben gewerkt, kunnen echt geen vier weken wachten. Het heet toch niet voor niets bijstand. Het is schaamteloos om de eigen bevolking zo uit te kleden. Het is een ordinaire aanslag op een recht van mensen die vaak tientallen jaren hebben gewerkt en buiten hun schuld in de WW en bijstand zijn beland. Het voorstel van Jetta Klijnsma is gebaseerd op een experiment in verschillende gemeentes. Daaruit is gebleken dat 30 tot 48 procent van de mensen zich na die wachttijd niet meer aan het bijstandsloket meldde. Bijna de helft van de stemmers verbaast zich daarover. Vooral omdat aangenomen mag worden dat de meeste van deze mensen vanuit een situatie komen dat ze WW kregen en in die periode toch vermoedelijk al druk hebben gezocht naar een nieuwe baan. Als je WW krijgt, heb je immers een sollicitatieplicht. We hebben het over een periode waarin 640.000 mensen werkloos zijn. Denkt deze staatssecretaris nu echt dat de banen voor het oprapen liggen? Ze leeft buiten de werkelijkheid. Langer wachten op je AOW, langer wachten op bijstand. Waar stopt het? zo vraagt u zich af. Bezuiniging Driekwart van de respondenten denkt dat het simpelweg om een bezuinigingsmaatregel van het kabinet gaat. Mocht het plan doorgang vinden, is 68 procent van de respondenten van mening dat een uitzondering gemaakt moet worden voor mensen boven de 50 jaar. Bijna een derde van u juicht het plan overigens toe. Het krijgen van een uitkering is in Nederland veel te vanzelfsprekend geworden. Het is goed dat de overheid niet meteen klaarstaat met geld. Het is toch gebleken dat het werkt? Doorvoeren dus. Het stimuleert de mensen om de handen uit de mouwen te steken in plaats van de hand op te houden. Een enkeling pleit zelfs voor een wachttijd van drie tot zes maanden. Je eigen broek ophouden is het beste. Pas in uiterste nood moet om een uitkering worden gevraagd. We zijn veel te verwend in Nederland. Op de vraag of u zelf een periode van vier weken zou kunnen overbruggen antwoordt de helft van niet. Zij zeggen nooit iets te hebben kunnen sparen. Vierenveertig procent zegt er altijd voor te zorgen dat ze een appeltje voor de dorst hebben. U heeft daar bovendien een advies bij: Zorg altijd dat je wat geld achter de hand hebt en leer het ook je kinderen. Dit hoort gewoon bij de opvoeding.
]]>
dinsdag 18 juni 2013
Verslag van een gesprek met drie ambtenaren van het project ‘Kansen’ van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) d.d. 19-06-2013
Piet vertelt waarom we dit gesprek belangrijk vinden. Er melden zich steeds meer mensen op het spreekuur die een oproep krijgen voor een nieuw gesprek om over ‘mogelijkheden en kansen’ te praten, terwijl die mensen vaak medisch gezien niet hoeven te solliciteren en vrijgesteld zijn van het verrichten van betaalde arbeid. De oproepen leiden tot vragen als: waarom krijg ik nu ineens toch weer een oproep? Ik ben toch afgekeurd? Wat kan ik van het gesprek verwachten? Wat zijn ze nu weer van plan? Ik ben weliswaar niet afgekeurd, maar mijn kansen om aan betaald werk te komen zijn gering, ik heb toch belemmeringen en ik heb al diverse trajecten zonder resultaat doorlopen. Wat willen ze nog met mij? Etc.Ook worden klachten over het zogenaamde kansencafe in de loop van het gesprek over het voetlicht gebracht. En dat er bij de Bijstandsbond in eerste instantie grote onduidelijkheid bestond over de oproepen. Wij wisten eerst ook niet waarom nu ineens weer oproepen op grote schaal. Het bleek ons na enige tijd dat de DWI vorig jaar geld heeft overgehouden. Daarom werd besloten tot een beleidsintensivering, die in de Participatienota is opgenomen. Alle klanten op trede 2 van de participatieladder worden opgeroepen voor een diagnosegesprek.Het project is opgezet en wordt gemanaged door het gemeentelijk project management bureau, dus door mensen die ook projecten bij andere diensten doen, men beschouwd het project ‘Kansen’ als een tijdelijke ínterventie’ in de dagelijkse doorlopende werkprocessen bij de DWI. De projectleider van het project ‘kansen’ geeft een nadere uitleg. Men constateerde, dat in 2011 meer dan 700 klanten op trede 2 toch waren uitgestroomd naar betaald werk. Dus los van de beeindigingen van uitkeringen om andere redenen. Terwijl de DWI niets heeft gedaan om de uitstroom van die groep te bevorderen. Maar men heeft verder geen enkel idee waarom die mensen zijn uitgestroomd naar betaald werk. Dat is gissen. Een van de veronderstellingen is, dat bijvoorbeeld in migrantenfamilies iemand een restaurant heeft of een ander bedrijf, en dat die dan zegt ik heb iemand nodig daar en daar voor, dat kan mijn broer mooi doen. Het is niet helemaal duidelijk of die uitstroom van meer dan 700 er ieder jaar is. Men vraagt zich af of middels een ‘beleidsintensivering’ dit aantal van 700 niet kan worden opgevoerd. Daarom is men alle klanten op trede 2 gaan oproepen. Men is nu een week of 7 bezig en men hoopt voor kerstmis alle klanten op trede 2 te hebben opgeroepen. Dat zijn er 15.000. Ongeveer een kwart van die 15.000 betreft alleenstaande ouders. Er zal dan wat betreft het ‘Kansencafe’ nog een uitloop zijn naar februari.Men heeft veel gediscussieerd over de vraag, of wel iedereen zou moeten worden opgeroepen, bijvoorbeeld ook mensen boven de 60 of 62. Maar men vond het met het creeren van allerlei uitzonderingen een beetje te gecompliceerd worden, dus men heeft gezegd: we roepen iedereen op, ook mensen van 64.
De schatting is dat een kwart tot een derde van de mensen die worden opgeroepen zullen worden doorverwezen naar het Kansencafe. Bij deze mensen moet nog worden gewerkt aan de motivatie om aan de slag te gaan, gericht op participatie of betaald werk. Het Kanscafe bestaat uit een training van 8 dagdelen, verspreid over een maand, waar mensen in de gelegenheid worden gesteld om na te denken over hun mogelijkheden, want het gaat uitdrukkelijk om de mogelijkheden en kansen en niet om de belemmeringen.Als uitkomst van het kansencafe wordt dan een ontwikkelingsplan gemaakt. Daarbij zijn er verschillende mogelijkheden:
De klant kan snel aan het betaalde werk en gaat naar het ‘uitstroomteam’.De klant kan nog niet onmiddellijk aan het werk maar op termijn misschien wel, er moeten nog werknemersvaardigheden aangeleerd worden. Deze klanten worden doorverwezen naar het Reintegratie Bedrijf Amsterdam. (RBA). Met dit RBA heeft het projectmanagement afspraken gemaakt over hoe de trajecten van deze mensen er uit moeten zien. Men stelt bijvoorbeeld dat bij moeders met kinderen soepel overleg mogelijk moet zijn om eerder met werken op te houden, in verband met het ophalen van de kinderen. Ook kan het zijn dat iemand zegt: ik ben niet meer zo gewend zo vroeg mijn bed uit te komen, kan ik niet iets later komen. En men begint in eerste instantie bijvoorbeeld 2 dagdelen in de week. Er wordt echt rekening mee gehouden dat men een grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt en als trede 2 klant kwetsbaar is. De meeste mensen worden wel verwezen naar het RBA, maar slechts een klein gedeelte komt terecht bij de Laarderhoogteweg-Praktijkcentrum. Anderen gaan naar bijvoorbeeld de tuinderij. Ook is men bezig met de opzet van een gereedschapsherstel project.Een derde conclusie van het Kanscafe kan zijn, dat betaald werk er niet in zit. De klant is wel in staat te participeren, maar kan niet betaald werk verrichten. Deze mensen worden verwezen naar de stadsdelen. Zij komen in een traject zorg, waarover nog niet veel afspraken zijn gemaakt, een traject schuldhulpverlening of een taaltraject of ander vrijwilligerswerk.Bij de selectie van mensen voor het Kanscafe is dus niet het criterium wel of geen betaald werk op termijn kunnen verrichten. Ook mensen waar er wat dat betreft twijfels bestaan, en waarvan achteraf gezegd moet worden: het zat er niet in, betaald werk, een participatietraject is het hoogst haalbare, kunnen worden uitgeselecteerd. Deelname aan het Kanscafe is verplicht. Wie niet komt opdagen, of zich eraan onttrekt, kan te maken krijgen eerst met een schriftelijke waarschuwing en daarna een korting van 30%. Deelname aan het participatietraject, dat wordt uitgezet voor de mensen uit de derde van bovenstaande groepen, dus mensen die niet kunnen worden verwezen naar het uitstroomteam of het RBA maar in een participatietraject komen dat kan volgen op het Kanscafe is echter vrijblijvender: men wordt er niet toe verplicht.Tot nu toe hebben wij het gehad over de klanten die verwezen worden naar het kanscafe. Dat is ongeveer een derde tot een vierde van het totale aantal. Van de anderen kan worden gezegd, dat ze al voldoende participeren en dat kan worden gezegd: meer zit er eigenlijk ook niet in, het is mooi zo.We praten door over de medische ontheffingen. Is het zo, dat mensen ook kan worden verplicht deel te nemen aan het Kanscafe, of aan andere trajecten, terwijl er naar het oordeel van een keuringsarts een medische ontheffing van trajecten richting betaalde arbeid ligt, moet er dan niet eerst weer een medische beoordeling plaatsvinden over de actuele situatie? Geantwoord wordt dat bij het wel of niet opleggen van reintegratieinspanningen richting betaald werk of participatie eerst wordt gekeken of ene arts een uitspraak heeft gedaan. Daar wordt terdege rekening mee gehouden. Men is zich ervan bewust dat er veel medische problemen zijn. Daarom zal eventueel altijd worden gekeken of er geen aangepast werk mogelijk is. Of dat bestaand werk kan worden aangepast. Er zijn wat betreft medische ontheffingen in trede 2 veel gradaties.
Er is wel een urenbeperking, bijvoorbeeld kan maximaal 20 uren in de week werken.
Betaald werk is niet mogelijk, en een volledige urenbeperking, dus ook geen 20 uur werken, maar participeren op andere wijze is wel mogelijk
Men krijgt ontheffing op basis van artikel 9a WWB men heeft een kind onder de 5 jaar.
Trede 1 zijn dan de mensen die voor alles afgekeurd zijn, ook voor participatie. Zij hebben een dubbele ontheffing.Daarnaast kunnen in trede 2 mensen zitten, die geen medische ontheffing hebben, maar die wel een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben en met allerlei belemmeringen te maken hebben.
Men voert dit project ook uit, om de trede 2 groep scherper in beeld te krijgen: sommige mensen bijvoorbeeld gaan naar trede 1. Aan de andere kant van het spectrum gaan mensen naar het uitstroomteam.
Degene die bij de oproep het diagnosegesprek voert is niet de klantmanager maar een reintegratiemanager. Het is een interventie in de reguliere werkprocessen van de DWI. Bij de gesprekken wordt een speciale gespreksmethode toegepast, ieder reintegratiemanager heeft een opleiding gehad voor die gesprekstechniek. De bedoeling is om een correcte bejegening van de klant vorm te geven, op een waarderende manier gesprekken voeren. Het is een feedback methode om goeie gesprekken te krijgen. Het gaat daarbij om de zogenaamde ‘appreciative inquiry’: de waarderende gespreksmethode. Meer over deze methode is te vinden op http://www.appreciative-inquiry.nl/ en op http://www.lerendoorwaarderen.nl/?page_id=4 . Het is de bedoeling, deze gesprekstechniek DWI breed uit te rollen. Dus dat alle klantmanagers ermee gaan werken. We moeten de oproepen voor het project dus onderscheiden van de reguliere werkprocessen, waarin ook oproepen kunnen zitten. Wij lezen de tekst voor van een brief met een oproep, die een bezoeker van het spreekuur heeft gekregen. Dit is niet de brief die in het kader van het project wordt toegestuurd. Dat is een standaardbrief, die zich onderscheidt van andere brieven uit het reguliere werkproces. Wij krijgen zo’n standaardbrief, waaraan overigens nog geschaafd wordt, toegestuurd. De reintegratiemanager heeft een uur voor het gesprek, een half uur voorbereiding inzage van het dossier en een half uur administratieve afhandelingen. Over het algemeen heeft de klantmanager een tamelijk grote beslissingsvrijheid over wat er met de klant moet gebeuren. Hij of zij kan de afstand tot de arbeidsmarkt, de problematiek die er speelt, de leeftijd, afwegen en een beslissing nemen.Aan het eind van het gesprek wordt gememoreerd, dat er vanwege de bezuinigingen ‘meer doen met minder’ wordt nagedacht over meer groepsgewijs werken. Zoals het Kanscafe. Dus dat klanten geen individuele oproep meer krijgen, maar groepsgewijs worden opgeroepen. Dit sluit ook aan op het participatiebeleid in de stadsdelen, waar toch de kennis over de participatieplaatsen ligt. Overigens registreren sommige stadsdelen wel, wie er waar participeert, maar sommige stadsdelen weigeren die registratie.PvdL