pdf. d.d. 22 augustus 2014). Kijk hier voor de belangrijkste wijzigingen op hoofdlijnen en bekijk voor meer informatie, details en uitzonderingen het wetsvoorstel en bijbehorende stukken zelf.
donderdag 19 juni 2014
Bijstandsgerechtigden die werkten met behoud van uitkering blootgesteld aan asbest, mosterdgas en andere gevaarlijke stoffen op het Hembrugterrein in Zaandam
In augustus is antwoord gegeven op de vragenOp donderdag 12 juni meldde P. Z. zich op het spreekuur van de Bijstandsbond waar hij zijn ervaringen met het werken met behoud van uitkering als bijstandsgerechtigde kwam vertellen. Van zijn verhaal is een rapport gemaakt. (Zie bijlage). Hij heeft o.a. als bijstandsgerechtigde uit Amsterdam op straffe van kortingen op zijn uitkering gewerkt op het zwaar vervuilde Hembrugterrein in Zaandam. Toen P. in 2009 werkloos werd en eerst WW en daarna bijstand kreeg hebben de uitkerende instanties zijn opmerkingen, voorstellen en problemen systematisch genegeerd. Hij kwam als dwangarbeider terecht in het Amsterdamse Bos en uiteindelijk in december 2011 op het hierboven genoemde Hembrugterrein, waar niemand rekening hield met zijn situatie. Het Hembrugterrein bleek een zwaar met chemicaliën en resten van wapens en explosieven vervuild voormalig militair terrein te zijn. P. heeft de risico’s van het werken op dat terrein van 2011 tot in 2013 aangekaart bij de Herstelling die hem tewerk had gesteld, maar hij vond geen enkel gehoor. Uit de stukken die hij tijdens een onderzoek in handen kreeg blijkt, dat de groenploeg van Herstelling die vanaf december 2011 op het terrein werkte dit deed terwijl de autoriteiten wisten dat er risico’s waren. De leden van de groenploeg haddenen wel beschermende kleding aan maar of dit voldoende bescherming tegen de vervuiling was is onduidelijk. Ze hebben gezaagd, gegraven en onkruid gewied op het terrein, dat pas in het najaar van 2012 zou worden gesaneerd. Een definitief actualiserend onderzoek is pas in de zomer van 2012 uitgevoerd. De leden van de groenploeg van dwangarbeiders die door Herstelling het terrein werden opgestuurd beschikten niet over de vereiste certificaten voor het werken met gevaarlijke machines. De werkmeesters beschikten wel over die certificaten, maar weer niet over certificaten voor het werken met gevaarlijke stoffen op vervuilde terreinen. Herstelling had en heeft geen vergunning voor het werken op vervuilde terreinen. De dwangarbeiders hadden er nooit naartoe gestuurd mogen worden.
donderdag 17 april 2014
Klijnsma voorstel: werklozen die geen Nederlands spreken kunnen verrekken
Aan de ene kant nieuwe symboolwetgeving, aan de andere kant desastreuze gevolgen. Wie een jaar na het aanvragen van bijstand verwijtbaar nog geen Nederlands spreekt, kan zijn uitkering kwijtraken. Dat is de kern van een wetsvoorstel dat PvdA-staatssecretaris Jetta Klijnsma voor advies naar de Raad van State heeft gestuurd. De zoveelste aanval op werklozen.Met dit voorstel dreigt er voor het verkrijgen van bijstand in de praktijk een beoordelingsmoment bij te komen. Extra ambtenaren moeten gaan beoordelen of iemand Nederlands spreekt, hoewel klantmanagers er niet voor hebben doorgeleerd om dat te beoordelen. Wat staat ons naar alle waarschijnlijkheid te wachten, als het voorstel wordt ingevoerd? Er zullen uitzonderingsgevallen worden bedacht. Er zullen criteria moeten komen om na te gaan wanneer sprake is van verwijtbaar gedrag. Er zullen door bijstandsgerechtigden bezwaarschriften worden ingediend bij de gemeente, waarna zaken bij de rechter zullen komen. Er zal op basis van beslissingen van rechters nieuwe jurisprudentie worden ontwikkeld. Er zal nieuwe bureaucratie ontstaan, met examens en examinatoren, en er zullen nog ingewikkeldere regels en voorschriften komen, waar de VVD zogenaamd op tegen zegt te zijn. De liberalen pleiten wel voor minder overheidsingrijpen en deregulering als het om de rijken gaat, maar breiden de controle- en strafstaat uit om de armen in de gaten te houden en klein te krijgen. Twee jaar geleden diende VVD-Kamerlid Cora van Nieuwenhuizen een wetsvoorstel in dat sterk leek op dat van Klijnsma nu. En drie jaar geleden maakte de “spreek Nederlands”-eis deel uit van een pakket maatregelen van minister Henk Kamp, onder het motto “eerst modelburger worden, dan pas bijstand”.Het Klijnsma-voorstel vormt aan de ene kant symboolwetgeving, omdat te verwachten valt dat voor veel bijstandsgerechtigden toch wel een uitzondering zal moeten worden gemaakt. Maar het is aan de andere kant ook waarschijnlijk dat een grotere of kleinere groep werklozen getroffen gaat worden door het voorstel. De disciplineringsmaatregel moet beschouwd worden als een nieuw wapen waarmee een heel leger ambtenaren hun dagelijkse bezigheid “werklozen pesten en opjagen” nog verder kunnen intensiveren. In de toekomst kunnen werklozen met die maatregel nog eerder en gemakkelijker worden uitgesloten van bijstand. Maar de protesten tegen de voortdurende aanvallen op onze bestaanszekerheid zouden ook wel eens kunnen gaan toenemen. Want de overheid kan werklozen wel hun inkomen ontnemen, maar niet de wil om te leven en te strijden tegen onrecht.Een stukje geschiedenisToen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw de eerste generatie migranten, in die tijd “gastarbeiders” genoemd, door de bazen en de staat werden geworven in onder meer Marokko en Turkije, vormde het geen probleem dat velen van hen analfabeet waren en geen Nederlands spraken. De werkgevers en de overheid maakten zich er niet druk om. Er was een tekort aan arbeidskrachten, en die analfabeten konden mooi eentonig lopende band-werk doen in fabrieken, zo dacht men in die kringen. En die migranten verbleven hier toch maar tijdelijk, meende men, dus waarom zouden er investeringen moeten worden gedaan voor mensen die op termijn toch weer zouden vertrekken. Ze zoeken het zelf maar uit, als ze niet kunnen lezen en schrijven, aldus de houding van de overheid en de werkgevers, die dan ook niet investeerden in taalonderwijs en andere voorzieningen. Lekker goedkope arbeidskrachten, daar draaide het allemaal om. En als we die “gastarbeiders” niet meer nodig hebben, dan dumpen we hen toch gewoon. Zo stelde men zich toen op.Maar de migranten probeerden te ontsnappen aan de bittere armoede in hun landen van herkomst en bleven daarom in Nederland. Zeer velen van hen wilden maar al te graag Nederlands leren en leren lezen en schrijven, met behoud en verdere ontwikkeling van een eigen identiteit. Het krijgen van onderwijs om te leren lezen en schrijven is een fundamenteel mensenrecht, waarvoor de overheid voorzieningen beschikbaar moet stellen. Maar dat deed de Nederlandse overheid in de loop der tijd maar mondjesmaat. Er ontstonden toen lange wachtlijsten bij alfabetiserings- en taalcursussen.Geld vindenToen de inburgeringscursussen ingevoerd moesten worden, moest daar geld voor worden gevonden. De schandelijke situatie doet zich nu voor dat in Nederland anno 2014 meer dan een miljoen in Nederland geboren en getogen burgers niet kunnen lezen en schrijven. Oorspronkelijk had de overheid wat geld uitgetrokken om via het volwassenenonderwijs mensen te leren lezen en schrijven. Dat onderwijs moest wel worden gegeven door vrijwilligers. Want de overheid financierde geen betaalde leerkrachten, hoewel duidelijk is dat anderen een taal leren en leren lezen en schrijven een vak is dat lang niet iedereen in de vingers heeft. Het gevolg was dat de overheid nog meer ging bezuinigen op het volwassenenonderwijs en dat geld ging gebruiken om inburgeringscursussen mee te financieren. Daar waren veel mensen boos over. Sommigen gaven migranten die moesten inburgeren, er de schuld van dat het volwassenenonderwijs om zeep was geholpen. Echter, niet de migranten, maar de staat heeft het probleem veroorzaakt. De staat weigert immers om voldoende voorzieningen beschikbaar te stellen voor mensen die niet kunnen lezen en schrijven en geen of onvoldoende Nederlands spreken. De staat kwam ook met de leugen dat er nu eenmaal moet worden bezuinigd en dat dit soort voorzieningen daarom moet verdwijnen. Maar er is geld genoeg in Nederland. Het is alleen enorm onrechtvaardig verdeeld. De rijken worden rijker en de armen worden armer.Nu heeft de staat een nieuwe stok gevonden om de hond te slaan. Men stelt de eis dat mensen die een beroep doen op de bijstand, Nederlands moeten spreken. Principieel gezien moet daar krachtig stelling tegen worden genomen. Want ook wie geen Nederlands spreekt, behoort in dit land een inkomen te hebben om van te kunnen leven. Het wetsvoorstel geeft Klijnsma een extra smoes om nog meer mensen uit de bijstand te kunnen jagen en daarmee over de ruggen van armen nog meer te kunnen bezuinigen. Het voorstel is vanuit het perspectief van de betrokken bijstandsgerechtigden niet alleen onrechtvaardig, maar ook overbodig. Want de overgrote meerderheid van de mensen die geen of onvoldoende Nederlands spreken of niet kunnen lezen en schrijven, wil dolgraag ondersteuning hebben om dat te kunnen leren. Waarom moet er in de bijstandsregels, die toch al zoveel controle en intimidatie bevatten, de zoveelste extra verplichting worden opgenomen? En gaat de staat nu wel voldoende faciliteiten ontwikkelen om de schande van het alfabetisme in Nederland structureel aan te pakken? Dat denk ik niet. De staat gaat vooral door met aantasten van de bestaanszekerheid en met bezuinigen aan de onderkant van de samenleving. Ook praat de staat de armen aan dat armoede en werkloosheid hun eigen schuld is. En onder het mom van de eigen verantwoordelijkheid dwingt de staat inburgeringsplichtige migranten sinds 2013 om zelf de kosten van hun integratie op te hoesten. Wie dat niet kan betalen, moet geld lenen bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).]]>
vrijdag 11 april 2014
Volgens een recente brief van achttien landelijke hulporganisaties aan alle gemeenteraden raken steeds meer mensen in financiële problemen. Maar armoedebestrijding is niet gebaat bij de vrijwel nietszeggende inhoud van hun brief.
vrijdag 4 april 2014
Euromarsen tegen dwangarbeid
Maar de bijstand is een vangnet voor mensen die geen betaald werk hebben en die zonder geld zitten. Je hebt geen keus om zelf werk te kiezen en je kunt niet weigeren. Wanneer je de opgelegde dwangarbeid weigert, krijg je met zware sancties te maken of met stopzetting van je uitkering. Daarom is werken voor je uitkering een vorm van dwangarbeid.
In het kader van de overheidsbezuinigingen wordt dit beleid steeds meer doorgevoerd. Werklozen kunnen het werk dat eerst betaalde krachten deden mooi gratis doen. Dat gebeurt in de verschillende Europese landen in meerdere of mindere mate. Maar de denkrichting is overal hetzelfde. In Nederland gebeurt het al op vrij grote schaal. Werknemers, die voor een loon diensten verrichten, bijvoorbeeld bij de overheid, worden ontslagen, werklozen nemen hun plaats in. Ook in commerciële bedrijven werken gratis arbeidskrachten. Dat is verdringing van betaalde arbeid. Bestuurders worden niet moe te zeggen dat dit niet voor mag komen. In werkelijkheid gebeurt het toch. En de lonen van degenen die nog betaald werk hebben dalen, omdat zij soms moeten concurreren met werklozen die voor hun uitkering werken.
Deze werklozen hebben niet de rechten, die werknemers met een loon hebben. Zoals een arbeidscontract, een cao of een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Zij blijven onder het regiem van de bijstand en werken als werklozen zonder rechten. Men verkoopt deze maatregelen met de leugen, dat werklozen eerst ‘werknemersvaardigheden’ moeten leren, om hun kansen op betaald werk te vergroten. Op deze wijze wordt gesuggereerd, dat de werklozen zelf schuldig zijn aan hun werkloosheid. Maar de oorzaak van werkloosheid is niet een gebrek aan ‘werknemersvaardigheden’ maar een gebrek aan banen.De Europese Marsen tegen werkloosheid, onzekere flexibele arbeid en sociale uitsluiting eisen:
• Geen dwangarbeid voor werklozen
• Geen verlagingen en kortingen op de uitkeringen
• Stop de strafsancties tegen werklozen.
• Een uitkering is een recht, wanneer je geen andere bestaansmiddelen hebt.
• In alle landen van Europa moet er een leefbaar sociaal minimum zijn. Daarvoor moeten criteria op Europees niveau ontwikkeld worden.
• Scheppen van voldoende arbeidsplaatsen. Arbeidstijdverkorting met behoud van loon.
• Een leefbaar Wettelijk Minimum Loon in alle Europese landenEuropese Marsen tegen werkloosheid, onzekere flexibele arbeid en sociale uitsluiting, een Europees netwerk van vakbondsgroepen en uitkeringsgerechtigdengroepen.
Da Costakade 162 – 1053 XD Amsterdam. 020-6898806. euromarsen@dds.nlDuitse vertaling van het pamflet:
zaterdag 15 februari 2014
Uit de oude doos 2. De denkstructuur van de staat en de gegoeden na de 16e eeuw en de oorsprong van het denken over verplichte arbeid voor armen.
W.H. Nagel. ‘Het werkschuwe tuig’ Landlopers en bedelaars in de geschiedenis. Samson kriminologische cahiers 2. 1977. Alphen aan den Rijn. Bij de denkstructuur van de gegoeden en de staat kunnen de volgende aspecten in ieder geval worden genoemd:
| gravure met bedelaars |
De eerste man, die in Nederland deze draai maakte is Coornhert, die in 1587 een boek schreef dat een mijlpaal en een omslag is in het denken over hoe om te gaan met armen. D.V. Coornhert. Boeventucht (ofte Middelen tot mindering der schadelyke ledighghanghers)
zaterdag 1 februari 2014
De uitstroom van Herstelling Werk en Uitvoering. (HWU)
Deze manager heeft een BV opgericht, ARA Works BV, De website van ARA Works is te vinden op http://www.ara-works.nl. Daar kun je twee kanten op, naar een bouwbedrijf, dat een zelfstandige juridische eenheid is, nl een Vennootschap onder firma, en ARA Works BV, dus een Besloten Vennootschap. Ook daar blijkt dat de manager werkt voor HWU en dat de BV zijn eigendom is.Van de website: ‘Wij zijn een jonge organisatie die in samenwerking met de gemeente Amsterdam en voor de Stichting Herstelling langdurig werklozen begeleidt naar regulier werk. Wij plaatsen onze kandidaten zowel bij hoofdaannemers, als bij gespecialiseerde aannemers in meer dan zestig verschillende beroepen. Wij plaatsen onder andere in de bouw- & metaalsector, in de installatiebranche,groenvoorziening, bewaking, grond- weg- en waterbouw en de schoonmaakbranche. ARA-Works plaatst eigenlijk overal uit, waar een beroepswens ligt van de kandidaat, die een werkplek zoekt. In korte tijd hebben wij daarin zeer goede resultaten’.De BV Ara Works runt de manager samen met enkele familieleden. Verder werkt er nog een administratieve kracht. Op de website staat: ‘ARA-Works kan iedereen helpen die voldoet aan de criteria van de Amsterdamse Dienst Werk en Inkomen (DWI) voor een detachering’.Dus er wordt bij de plaatsing van deelnemers aan de trajecten op de Laarderhoogtweg van HWU met commerciele bedrijven gewerkt met medeweten van de Dienst Werk en Inkomen, die hun toestemming moeten geven. Waarom? Omdat de deelnemers werken met behoud van uitkering bij dat commerciele bedrijf. Uit de website blijkt, dat het zou gaan om drie maanden stage. Uit de vacatures op de website van ARA Works blijkt echter, dat er ook vacatures zijn waar mensen 5 tot 6 maanden met behoud van uitkering werken. Soms staat er alleen: Het betreft hier een WWB baan (detachering) voor 32 uur.Voorbeeld van een vacatureKOERIERS GEVRAAGD
Algemene informatie. Het betreft hier een proefplaatsing van 5 maanden
Voor een middelgroot bedrijf zijn wij op zoek naar koeriers die bestelde Aziatische maaltijden naar klanten vervoeren. We zoeken voor de vestigingen in*Amsterdam Centrum*,*Amsterdam Oost*, en*Aalsmeer Oost*kandidaten. Voor elke vestiging heeft het betreffende bedrijf minimaal 6 koeriers nodig. De werktijden zijn van*11.00 – 16.00*of van*16.00-20.00*. Startende werknemers worden ingewerkt op verschillende locaties, zodat ze de functie optimaal kunnen uitvoeren (kennis van producten, straten etc.). Werknemers van onze organisatie hebben ruimschoots de mogelijkheid om door te groeien tot bijvoorbeeld kok of verkoper van onze producten in onze winkels of universiteiten.Functie inhoudDe bestelde maaltijden worden door middel van auto’s of brommers van het bedrijf bezorgd aan de klanten, waarna vervolgens afgerekend moet worden. Tot zover de beschrijving van de vacature.
Het is volkomen duidelijk dat de verschillende mensen die voor dit bedrijf werken de reguliere- elders gewoon betaalde functie van koerier vervullen, met behoud van uitkering gedurende 5 maanden. Dit zijn dus mensen, die eerst een half jaar of langer bij de HWU met behoud van uitkering gewerkt hebben, en die daarna 5 maanden met behoud van uitkering bij een commercieel bedrijf werken en daar reguliere arbeid verrichten. Hoezo verdringing van bestaande betaalde arbeid. Dat middelgrote bedrijf met Aziatische maaltijden werkt met gratis koeriers.Nu vraag ik mij af wat die uitstroomcijfers naar reguliere arbeid van de HWU betekenen. Rekent men iemand die uitstroomt naar zo’n 5 maanden baan bij een commerciele werkgever (werken met behoud van uitkering) ook als uitstroom naar het bedrijfsleven? En wat gebeurt er na die 5 maanden? Het is duidelijk dat de uitstroom-manager met zijn BV en Vof geld verdient aan het uitplaatsen van werklozen naar het commerciele bedrijfsleven. Maar op welke manier weet ik niet. Brengt hij bij commerciele bedrijven bemiddelingskosten in rekening voor het leveren van gratis arbeidskrachten? Er staat ergens op de website dat gewerkt wordt zonder subsidie. Hoe we zijn particuliere bouwbedrijf in dezen moeten plaatsen weet ik niet. De Herstelling zelf is immers ook een soort bouwbedrijf. Het zijn duidelijk geen participatieplaatsen. Dat loopt via Pantar, en de voorwaarden van de participatieplaatsen op grond van de wet lijken mij hier dan ook niet van toepassing.]]>
donderdag 30 januari 2014
Onthullend debat over werken met behoud van uitkering oftewel dwangarbeid
Een bomvolle zaal tijdens de discussie *30-01-2014. Foto’s Dejo Overdijk. Gisteravond discussieerden 80 mensen in een overvolle zaal in Amsterdam Oud West over werkenvoor je uitkering oftewel dwangarbeid en over de algemene tegenprestatie die staatssecretaris Klijnsma wil invoeren. Er was een forum met Jeroen Sprenger, voorzitter stichting Herstelling, een controversieel re integratieproject in Amsterdam Zuidoost, Gijsbert Vonk, hoogleraar in Groningen en Ruud Kuin, vicevoorzitter van de FNV. Het debat stond onder leiding van Malene Duijst, actieve buurtbewoner. Het debat werd georganiseerd door de stichting Wereldse Wijk, de Bijstandsbond en het actiecomité Dwangarbeid nee. *
*Over een vertegenwoordiger van de stichting Herstelling, die ontkent dat er misstanden zijn en die zegt dat de getuigen uit hun nek kletsen en dat alles koek en ei is, over een professor die duistere kanten belicht van de revanchegedachte in de sociale zekerheid en die constateert dat er een kanteling is in de discussie over werken met behoud van uitkering en een vicevoorzitter van de FNV die het woord dwangarbeid in de mond neemt.*Vooral de bijdragen van Jeroen Sprenger riepen heftige reacties op. Verschillende mensen die in een van de projecten van Herstelling werken gaven aan, dat ze er niets leerden, intimiderend behandeld werden, bedreigd met strafkortingen die ook daadwerkelijk worden doorgevoerd, en dat mensen met een hogere opleiding urenlang pagina’s van dossiers moeten tellen of nietjes uit dossiers halen. De werkmeesters zijn niet professioneel en niet op hun taak berekend. Vele klachten werden naar voren gebracht. Jeroen Sprenger kwam niet veel verder dan dat het allemaal niet waar was, dat hij regelmatig sprak met mensen in projecten en dat hij alleen maar positieve verhalen hoorde, wat hem op hoongelach van de zaal kwam te staan. Sprenger schermde ook met het uitstroomcijfer van de projecten. 60% van de mensen die bij Herstelling tewerk worden gesteld zouden uitstromen naar betaald werk. Marc van Hoof, advocaat van de
| Marc van Hoof, advocaat |
| een ervaringsdeskundige van de projecten van de Herstelling vertelt haar verhaal. Op de achtergrond het forum met links Jeroen Sprenger |
| Roel Walraven |
| Ruud Kuin |
| professor Vonk tijdens zijn inleiding |
zondag 26 januari 2014
Waarom is er juist nu in Nederland invoering van dwangarbeid?
Weg met de dwangarbeid!
Verboden
Dwangarbeiders moeten dat werk verrichten, ongeacht opleiding en persoonlijke omstandigheden. Zelfs de Centrale Raad van Beroep stelt dat als daarmee geen rekening wordt gehouden en het niet leidt tot een perspectief op betaald werk, er sprake is van verboden verplichte arbeid.
Gemeentebestuurders zeggen dat je in disciplineringsprojecten ‘werknemersvaardigheden’ aanleert. Maar die bestuurders en hun uitvoerders verstaan daar onder dat je je aanpast aan de baantjes met de slechtste arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden. Waar je bevelen van de baas zonder morren opvolgt, ook als ze onredelijk zijn. Waar je genoegen neemt met een laag salaris, bij bedrijven waar geen vakbonden zijn en je zonder te protesteren in flexibele baantjes overwerkt op onmogelijke tijden, of op bevel in de avonduren en ’s nachts moet opdraven. Daarom is deze vorm van werken voor een uitkering ook een vorm van verboden dwangarbeid, zoals gedefinieerd in internationale verdragen. Vele bijstandsgerechtigden worden tewerkgesteld in mensonterende disciplineringsprojecten, zoals in Amsterdam de HWU (Herstelling Werk en Uitvoering) en één van de tientallen andere.
Verdringing
Een voorbeeld is een grote GGZ instelling in Amsterdam die de betaalde krachten in een ‘flexpool’ voor receptiewerk zoveel mogelijk vervangt door dwangarbeiders met een participatiebaan. Ook gingen de salarissen omlaag, omdat gewone arbeiders moeten concurreren met dwangarbeiders die in feite ver onder het minimumloon werken. Werkgevers en uitvoerende organisaties houden zich niet aan de regels over de participatieplaatsen en nemen mensen niet in dienst. Ze misbruiken de regeling om goedkope, gratis arbeidskrachten binnen te halen.
Bij de acties die tegen dwangarbeid gevoerd worden, is een discussie ontstaan over de eis van de FNV dat participatieplaatsen – werken met behoud van uitkering bij een reguliere werkgever – maximaal drie maanden toegestaan moeten worden, wanneer aan allerlei voorwaarden wordt voldaan. Dit zou eventueel nog drie maanden verlengd kunnen worden. Verschillende actievoerders stellen vanuit hun praktijkervaringen dat papier waarop afspraken van sociale akkoorden met werkgevers en overheid worden vastgelegd geduldig is. De controle daarop ontbreekt echter. Met als gevolg dat werkgevers en overheid door zullen gaan met ontduiking van de afspraken, waarbij je maar moet zien dat je je rechten krijgt. Dit klemt des te meer, omdat een bezwaarschrift tegen een opgelegde korting of tijdelijke uitsluiting van de uitkering bij een meningsverschil met de werkgever en/of de klantmanager geen opschortende werking heeft. Dus je wordt uitgesloten en dan krijg je pas drie maanden later je geld, als je gelijk krijgt. Dit zal velen ervan weerhouden, te protesteren tegen misstanden en schending van afspraken. Geen dwangarbeid, ook geen drie maanden!
Dus als je ziek wordt, of er vindt een bedrijfsongeluk plaats, dan ben je niet verzekerd. Als je door het bedrijfsongeval arbeidsongeschikt wordt, krijg je geen ziektewetuitkering, maar ben je je hele leven verder aangewezen op de bijstand. Een uitkering die bovendien nu al een grote toestroom van volledig arbeidsongeschikten kent en waarop mensen de rest van hun leven aangewezen zijn, omdat er geen volksverzekering bestaat tegen arbeidsongeschiktheid. Sterker nog, de Wajong gaat op de schop. Ook arbeidsongeschikten komen vaak geheel onterecht onder druk om te gaan werken. De sociale diensten maken aan de lopende band inschattingsfouten bij het onderscheid arbeidsgeschikt of niet.
Verhulling
Het fenomeen van de dwangarbeid maakt deel uit van een breder offensief om de uitbuiting van arbeidskrachten in deze crisistijden te vergroten. Dat noemt de overheid de ‘participatiemaatschappij’. In fraai klinkende bewoordingen wordt het ideaal geschetst van een samenleving, waarin iedereen actief meedoet op een plezierige manier en iedereen ‘erbij hoort’. In werkelijkheid wordt getracht vanwege bezuinigingen betaalde krachten te ontslaan; in de zorg, het welzijnswerk, de buurthuizen, het onderwijs enzovoort. Werklozen moeten dat werk in ruil voor hun uitkering – in feite rechteloos – gedwongen doen.
Maar ook mensen die al betaald werken, of anderen zoals echtgenoten, hebben ermee te maken. Bijvoorbeeld in de zorg. Door de bezuinigingen in de AWBZ moeten veel (zeer) hulpbehoevende bejaarden voortaan thuis verzorgd worden. Terwijl ze eerst in een verzorgingshuis terecht konden. Nu wordt tegen kinderen of andere familieleden gezegd: je laat je moeder toch niet in de steek, hè, je gaat toch wel meehelpen haar te verzorgen? Vaak wordt dit gezegd tegen mensen die al een drukbezette baan hebben. Deze verhulling van de opgevoerde uitbuiting van arbeidskrachten, heet ‘affectief burgerschap’. Dat kent vele onvermoede mogelijkheden voor commerciële uitbaters: vrijwillige verzorgers op grote schaal inzetten bij instellingen en tehuizen. Er is al een bejaardentehuis dat alleen hulpbehoevende bejaarden opneemt als de naaste familie een verklaring tekent dat ze meehelpt met de verzorging. Het begint met een dagje per maand, of zo. Dat is toch niet erg, hè? Het gaat de overheid dus niet alleen om de inzet van wat in klassieke termen het ‘arbeidsreserveleger’ heet. Alle burgers moeten een groter deel van hun vrije tijd besteden aan taken die eerst door betaalde krachten werden gedaan in welzijns-, zorg- en onderwijsinstellingen.
Verzet
Een voorbeeld waaruit blijkt dat de staat de maximering van de uitbuiting regisseert. Een meisje van elf jaar verzorgt haar hulpbehoevende ouders, zodat ze thuis kunnen blijven wonen. Maar zij wil naar het VWO. Nu gaan ambtenaren en ‘hulpverleners’ van officiële instellingen zich ermee bemoeien. Ze zoeken een ‘oplossing’, waarbij tijdens de schooluren een andere verzorger aanwezig is, zodat het meisje naar school kan. En de ouders thuis kunnen blijven wonen. Dat willen ze zelf ook graag. Mooi toch?
Dit toont aan dat het weliswaar tot op zekere hoogte met de botte bijl gaat bij die bezuinigingen, maar ook dat het een sluipend proces is. Eerst help je een dagje in het bejaardentehuis, langzaam moet je steeds meer doen. Was het enige jaren geleden zo dat vrijwilligers alleen koffie mochten schenken of een praatje maken, of een spelletje doen met de oudjes, het gaat al veel verder. En niemand heeft er zicht op dat het steeds verder gaat. En de overbelaste mantelzorgers, mensen met flexibele rot baantjes en werklozen in disciplineringsprojecten, wat doen zij? Vanuit schuldgevoelens, affectief burgerschap, verantwoordelijkheidsgevoel, of andere gevoelens en gedachten, gaan ze dikwijls zonder morren tot de uiterste grenzen van hun fysieke en geestelijke mogelijkheden.
Verklaring
Dit is de stand van zaken. De winsten gaan naar een kleine groep bevoorrechten die in feite de zeggenschap hebben over wat er in de maatschappij gebeurt. De tegenstellingen tussen arm en rijk groeien. We leven in een kapitalistische maatschappij, waarbij de toename van de werkgelegenheid sinds de jaren zestig – uitgedrukt in arbeidsjaren – met ups en downs verwaarloosbaar is. Een vrijwel baanloze groei, gepaard gaande met een aanzienlijke massawerkloosheid. Een grote groep mensen komt aan de rand van de maatschappij terecht, waarbij ze leven in ‘grootsteden’ die steeds meer duaal (tweedelig) samengesteld zijn.
De door marktwerking economisch overbodig geworden mensen, zowel arbeidsgeschikten als ongeschikten, vormen de potentieel ontwrichtende segmenten van het postindustriële proletariaat. Doelstelling van het overheidsbeleid is om deze groep te normaliseren, controleren, bewaken en neutraliseren door hen onzichtbaar te maken of op te sluiten. In verschillende disciplinerings- en dwangarbeidstrajecten werken werklozen en taakgestraften naast elkaar in hetzelfde project; ‘workfare’ en ‘prisonfare’ zijn twee kanten van dezelfde medaille.
In feite worden geen fundamentele oplossingen gezocht, waarin de knelpunten van het productiesysteem ter discussie staan. Integendeel, de bestuurders ontwikkelen een beleid, waarbij de wetten van dat systeem aan iedereen in al zijn sociale relaties en handelingen worden opgelegd. Met als gewenste uitkomst, het individu als zichzelf regulerende ondernemer, opererend op een disciplinerende markt die de sociale relaties en de bezigheden van de burgers in alle opzichten structureert. Kenmerk van de sociale relaties moet zijn: (a) afbakening, van het eigen bezit ten opzichte van anderen en (b) omheining: trekken van grenzen, invoeren van toegangsvoorwaarden, bijvoorbeeld in de vorm van tolpoortjes en patentenwetgeving. Vervolgens vindt op basis van ruil op de markt handel plaats met die afgebakende en afgegrensde ‘producten’ en daarmee (c) de toe-eigening. Dat is het streven in sociale relaties het liefst meetbare dingen van anderen toe te eigenen, waarbij moeilijk meetbare waarden als solidariteit, mededogen en verantwoordelijkheidsbesef zoveel mogelijk kwantificeerbaar gemaakt worden.
Meetbaarheid, structurering en concretisering van menselijk handelen in ‘producten’ maakt handel, markt, kapitalisme, accumulatie van kapitaal, scheiding tussen producent en zijn productiemiddelen mogelijk. Vanuit de gedachte van gemeenschapszin, gebaseerd op solidariteit en andere mooie waarden zijn deze scheidingen, splitsingen en afbakeningen belachelijk. Ja, het hele onderscheid tussen productieve loonarbeid en reproductieve arbeid is belachelijk. Maar in feite hebben veel gevoerde discussies als inzet de ‘normalisering’ van de hier genoemde belachelijkheden. Denk aan de discussie over vrijstelling van de sollicitatieplicht voor bijstandsvrouwen. Of de discussie of veel bijstandsgerechtigden die kunnen werken, in feite klaplopers zijn die prima in de tuinbouw terecht kunnen.
Hoewel de waarnemingen van Tine de Moor weinig in de publiciteit komen en eigenlijk niemand over die hausse van collectieve initiatieven praat, is het beslist niet uitgesloten dat de genoemde overheidsmaatregelen daarop mede een reactie zijn.