pagina's

maandag 30 juni 2014

Dwangarbeid is het juiste woord

“Dwangarbeid” is de verkeerde benaming voor de werkzaamheden van bijstandsgerechtigden op bijvoorbeeld het Hembrugterrein, zo betoogde het Amsterdamse PvdA-raadslid Dennis Boutkan afgelopen vrijdag in zijn opiniestuk “Neem afstand van SP-terminologie”, dat in Het Parool verscheen. Maar er is geen beter woord voor, en Boutkan maakt zich druk over de verkeerde zaken, schrijven vier critici, waaronder Doorbraak-activist Piet van der Lende, vandaag in hun gezamenlijke reactie hieronder, die ook in Het Parool is gepubliceerd.


Bijstandsgerechtigden uit Amsterdam werden op het Hembrugterreinverplicht aan het werk gezet, op straffe van korting op de uitkering. Zij moesten vanaf oktober 2011 het gebied vrijmaken van struiken en onkruid zonder beschermende maatregelen en zonder dat er een precies beeld was van de mate van vervuiling van het terrein. Er was geen vergunning voor het werken op terreinen met gevaarlijke stoffen en er waren geen gecertificeerde werkmeesters. Hoewel de betrokken uitkeringsgerechtigden diverse keren aan de bel trokken dat er wellicht een gevaar voor hun gezondheid bestond, werd er weinig acht geslagen op hun protesten. Niet meer komen betekende een korting op de uitkering. Tegen deze wantoestanden protesteert Boutkan niet, hoewel mensen wellicht blijvende gezondheidsschade hebben opgelopen. Wel treft de term dwangarbeid hem in zijn hart, schrijft hij.
Wat hem in zijn hart had moeten treffen, is de gedwongen tewerkstelling onder het mom van reïntegratie van mensen onder dreiging van een flinke korting op of zelfs intrekking van hun bijstandsuitkering. Dat betekent geen huur kunnen betalen, geen eten kunnen kopen en de zorgpremie niet kunnen voldoen. Het ís namelijk dwangarbeid volgens de definitie van de Internationale Arbeidsorganisatie: “Onder dwangarbeid wordt arbeid verstaan die mensen onder bedreiging van straf, tegen hun wil, verrichten.”
Schoenenpoetsen

Ieder weldenkend mens hoort daar tegen te zijn. De PvdA heeft er echter hard aan meegewerkt dat mensen zonder werknemersrechten, zonder veilige arbeidsomstandigheden en zonder salaris moeten werken. Dat leidt tot verdringing van betaalde arbeid, ontduiking van het wettelijk minimumloon, niet-naleven van de cao en oneigenlijke concurrentie voor andere werkgevers. Maar dat raakt sociaal-democraat Boutkan niet in zijn hart. Sterker: hij bejubelt het feit dat mensen met veel werkervaring, die recent werkloos zijn geworden, via de Herstelling van de gemeente totaal zinloos “werknemersvaardigheden” moeten opdoen. Schoenenpoetsen, strijken, takken rapen in het Amsterdamse Bos.
Zijn bewering dat door dit beleid meer dan vierduizend bijstandsgerechtigden aan het werk zijn geholpen, wordt niet gestaafd door de feiten. Schoolverlaters en uitstromers naar de Sociale Werkvoorziening zijn bij deze cijfers inbegrepen. Boutkan doet een hartstochtelijk appèl op wethouder Arjan Vliegenthart om afstand te nemen van de term dwangarbeid. Ondergetekenden doen een hartstochtelijk appèl op de PvdA-fractie om daden te tonen en niet te vallen over woorden. Maak samen met ons zo snel mogelijk een einde aan werken zonder loon in Amsterdam. Werk moet lonen, te allen tijde, dat zou de Partij van de Arbeid toch moeten onderschrijven.
Piet van der Lende (Actiecomité Dwangarbeid Nee)
Déjo Overdijk (Bijstandsbond)
Maureen van der Pligt (FNV)
Sadet Karabulut (SP)
]]>

zaterdag 28 juni 2014

De nieuwe werkgeversvoorzitter Hans de Boer en de omkering van Polanyi

De Boer.Vandaag in alle media interviews met de kersverse voorzitter van de werkgeversvereniging VNO, Hans de Boer. Hij zegt in die interviews nogal tegenstrijdige dingen. Maar in Trouw meldt hij: “Toen ze mij vroegen, dacht ik: dat is mijn kans om de cruciale betekenis van het ondernemerschap voor het voetlicht te brengen. Ondernemers maken de economie en de economie maakt de samenleving.” De Boer wil het accent leggen op economische groei, want dat betekent werk. Afgezien van het antwoord op de vraag of dat laatste waar is, wordt de stelling van De Boer wel de omkering van Polanyi genoemd. 
Deze econoom schreef een boek getiteld “The Great Transformation” (1957). Hij benadrukte het belang van de inbedding van de economie in de samenleving. Tegelijkertijd waarschuwde hij dat wanneer de economie alle andere domeinen van het leven zou aandrijven en domineren, dit een totale ontwrichting van de maatschappij ten gevolge zou hebben. De economie wordt door de nu leidende politici en politieke partijen niet gezien als een onderdeel van de samenleving, waarbij de eerste zich moet aanpassen aan de tweede, nee, de werkelijke situatie wordt op zijn kop gezet. De samenleving moet worden ingebracht in de economie, waarbij de kapitalistische verhoudingen stilzwijgend als normaal en niet ter discussie staand worden gepostuleerd. Het adagium “Eerst komt de economie en dan komen de mensen” is de afgelopen dertig jaar vertaald in het uitgangspunt dat de mensen aangepast moeten worden aan een economische ontwikkeling, waarbij het spel van vraag en aanbod op de markt het leidende principe is. De Boer werkt dit principe in zijn interviews verder uit, waar het gaat om de flexibilisering van de arbeid en de rechten van werknemers. “De vaste baan bestaat niet meer.”
Vanuit de omkering van Polanyi is het voor de aanpassing van mensen en hun samenleving belangrijk dat de overheid het individuele gedrag van mensen tracht te beïnvloeden en bij te sturen. Terwijl in de zeventiger jaren nog het uitgangspunt gold dat de overheid actief werkgelegenheid, dus banen, moet creëren en een industrieel beleid moet voeren om ervoor te zorgen dat bepaalde sleutelindustrieën niet uit het land verdwijnen, werd met de parlementaire enquête over de scheepsbouw begin tachtiger jaren van de vorige eeuw deze politiek geheel verlaten. Werkloosheidsbestrijding werd werklozenbestrijding, dat wil zeggen: bestrijding van werkloosheid betekent het individuele gedrag van werklozen beïnvloeden en bijsturen en hen kennis en vaardigheden bijbrengen om op een flexibele arbeidsmarkt steeds een ander baantje te nemen. Ook op andere terreinen van de maatschappij vond deze radicale omslag in het denken plaats, zoals in het welzijn, de criminaliteitsbestrijding en de ombouw van de welvaartsstaat van de zeventiger jaren. Uitgangspunt is daarbij dat in de ‘softe’ zeventiger jaren individuele misdragingen werden vergoelijkt met een beroep op de maatschappelijke omstandigheden. Het gaat er niet om om naar de invloed van maatschappelijke omstandigheden op het individuele gedrag te kijken en de tegenstellingen tussen arm en rijk en de massawerkloosheid te zien als voortvloeiende uit het karakter van het economisch systeem, nee,  je moet weer meer de individuele verantwoordelijkheid van mensen benadrukken, de mensen aanspreken op hun gedrag, en een beleid ontwikkelen waarbij de bijsturing van het individuele gedrag van mensen uitgangspunt is voor de oplossing van maatschappelijke problemen. In het verlengde darvan werd de controlemaatschappij ontwikkeld, waarbij een netwerk van bureaucratieën en uitvoerende organisaties bezig is om individuen te controleren, te sturen, in de gaten te houden en verzet te onderdrukken. De Boer waarschuwt ons: alle samenlevingsvormen, hulpverleningsvormen, participatiemaatschappij, familie-, sociale en vriendschapsrelaties, vormen van niet-commerciële productie, vrijwilligerswerk, onbetaalde arbeid, enzovoorts, moeten voor zover dat nog niet is gebeurd ondergeschikt worden gemaakt aan de wetten van het kapitalisme en daardoor worden overgenomen.
Optimisme
Polanyi was in 1957 optimistisch over de toekomst. Raf Jansen, die de afgelopen dertig jaar zijn sporen heeft verdiend in de strijd van mensen met een minimuminkomen voor hun emancipatie, werd een van de grote organisatoren van de Sociale Alliantie, een samenwerkingsverband van de vakbonden, de kerken en andere grote maatschappelijke organisaties ter bestrijding van armoede en sociale onrechtvaardigheid. Daarbij verliet hij de weg van agitatie en actie en veronderstelde hij dat met kracht van argumenten aan de overlegtafel positieve veranderingen zouden kunnen worden bewerkstelligd en dat de verschillende grote crises (milieu, energievoorziening, klimaatverandering, economische crises) de kapitalisten en de staat er wel toe zouden brengen om naar de bevolking te luisteren. Hij baseert zich daarbij onder meer op het optimisme van Polanyi. Jansen memoreert dat Polanyi in zijn boek beschrijft hoe de markteconomie opkomt in de negentiende eeuw, hoe deze economie los groeit van de samenleving, hoe de samenleving daardoor vernietigd dreigt te worden en hoe de samenleving uiteindelijk uit zelfbehoud deze losgeslagen markteconomie weet te temmen.
Het boek van Polanyi kondigt de na-oorlogse verzorgingsstaat aan en de vorming van het kapitalisme met het menselijke gezicht: de markteconomie wordt ingebed in een goede sociale ordening van de samenleving. Dat boek bevat volgens Jansen twee grote lessen. De eerste les is dat geen enkele samenleving op den duur een te vrije werking van de markteconomie kan verdragen: ze zal spontaan de markt gaan corrigeren! In die laatste vaststelling zit de tweede les van Polanyi. De invoering van de vrije markt in de negentiende eeuw vergde intensief staatsingrijpen. Anders dan wij in de geschiedenislessen hebben geleerd, werd “laissez-faire, laisser-aller” gepland en gebeurde de temming van deze losgeslagen markt spontaan vanuit de samenleving. Pas later werd die temming overgenomen door de staat en ontstond de verzorgingsstaat. Die spontane reactie vanuit de samenleving stemt Jansen hoopvol. Dat kan nu weer gebeuren. Al denkt hij wel dat we die spontaniteit hier en daar een handje moeten helpen.
Polanyi schreef zijn boek in de “Trente Glorieuses”, de glorieuze dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog, toen de welvaartsstaat werd opgebouwd, er grote groeicijfers waren en volledige werkgelegenheid. Zijn optimisme is tijdgebonden. En ook Jansen is wel erg optimistisch. De stellingnames van De Boer anno juni 2014 laten zien dat de kapitalisten en de liberalen in de politiek van verschillende partijen zonder effectieve tegendruk geen duimbreed zullen wijken in het licht van welke crisis dan ook.
]]>

donderdag 19 juni 2014

Bijstandsgerechtigden die werkten met behoud van uitkering blootgesteld aan asbest, mosterdgas en andere gevaarlijke stoffen op het Hembrugterrein in Zaandam

In augustus is antwoord gegeven op de vragenOp donderdag 12 juni meldde P. Z. zich op het spreekuur van de Bijstandsbond waar hij zijn ervaringen met het werken met behoud van uitkering als bijstandsgerechtigde kwam vertellen. Van zijn verhaal is een rapport gemaakt. (Zie bijlage). Hij heeft o.a. als bijstandsgerechtigde uit Amsterdam op straffe van kortingen op zijn uitkering gewerkt op het zwaar vervuilde Hembrugterrein in Zaandam. Toen P. in 2009 werkloos werd en eerst WW en daarna bijstand kreeg hebben de uitkerende instanties zijn opmerkingen, voorstellen en problemen systematisch genegeerd. Hij kwam als dwangarbeider terecht in het Amsterdamse Bos en uiteindelijk in december 2011 op het hierboven genoemde Hembrugterrein, waar niemand rekening hield met zijn situatie. Het Hembrugterrein bleek een zwaar met chemicaliën en resten van wapens en explosieven vervuild voormalig militair terrein te zijn. P. heeft de risico’s van het werken op dat terrein van 2011 tot in 2013 aangekaart bij de Herstelling die hem tewerk had gesteld, maar hij vond geen enkel gehoor. Uit de stukken die hij tijdens een onderzoek in handen kreeg blijkt, dat de groenploeg van Herstelling die vanaf december 2011 op het terrein werkte dit deed terwijl de autoriteiten wisten dat er risico’s waren. De leden van de groenploeg haddenen wel beschermende kleding aan maar of dit voldoende bescherming tegen de vervuiling was is onduidelijk. Ze hebben  gezaagd, gegraven en onkruid gewied op het terrein, dat pas in het najaar van 2012 zou worden gesaneerd. Een definitief actualiserend onderzoek is pas in de zomer van 2012 uitgevoerd. De leden van de groenploeg van dwangarbeiders die door Herstelling het terrein werden opgestuurd beschikten niet over de vereiste certificaten voor het werken met gevaarlijke machines. De werkmeesters beschikten wel over die certificaten, maar weer niet over certificaten voor het werken met gevaarlijke stoffen op vervuilde terreinen. Herstelling had en heeft geen vergunning voor het werken op vervuilde terreinen. De dwangarbeiders hadden er nooit naartoe gestuurd mogen worden.

Ook onder het personeel van Herstelling ontstond onrust. Daarover is in december 2012 een voorlichtingsbijeenkomst geweest, waar niet de onderliggende onderzoeksrapporten aan het personeel werden overhandigd.  (Een actualiserend onderzoek naar de vervuiling op het Hembrugterrein van Arcadis was toen een half jaar oud). Men ontkende dat er iets aan de hand was. Herstelling besloot, met wat nadere afspraken gewoon met de werkzaamheden door te gaan. Uit de correspondentie en de rapporten blijkt, dat het terrein in strijd met de Wet Bodem Bescherming is gesaneerd waarbij de kostenfactor een grote rol speelde. Uitvoeren van de wet zou teveel geld  hebben gekost. Ongeveer 1 hectare is gesaneerd, maar van het andere gedeelte is op basis van ‘historisch’ onderzoek geconcludeerd, dat er niets aan de hand is.
Overigens was niet alleen de groenploeg van Herstelling al vanaf november – december 2011 op het terrein aan het werk, er waren ook al aannemers actief, die hun personeel hebben blootgesteld aan situaties waarvan zij de gevaren niet konden overzien. De verschillende uitvoerende instanties en de verantwoordelijke bestuurders hebben vanaf 2009 tot nu toe de signalen van mensen die er werkten over de vervuiling en de risico’s gebagatelliseerd en ontkent, toen bekend was dat die risico’s er waren maar niet bekend was hoe groot die waren.
 
Voor meer informatie:
 ]]>

donderdag 17 april 2014

Klijnsma voorstel: werklozen die geen Nederlands spreken kunnen verrekken

Aan de ene kant nieuwe symboolwetgeving, aan de andere kant desastreuze gevolgen. Wie een jaar na het aanvragen van bijstand verwijtbaar nog geen Nederlands spreekt, kan zijn uitkering kwijtraken. Dat is de kern van een wetsvoorstel dat PvdA-staatssecretaris Jetta Klijnsma voor advies naar de Raad van State heeft gestuurd. De zoveelste aanval op werklozen.Met dit voorstel dreigt er voor het verkrijgen van bijstand in de praktijk een beoordelingsmoment bij te komen. Extra ambtenaren moeten gaan beoordelen of iemand Nederlands spreekt, hoewel klantmanagers er niet voor hebben doorgeleerd om dat te beoordelen. Wat staat ons naar alle waarschijnlijkheid te wachten, als het voorstel wordt ingevoerd? Er zullen uitzonderingsgevallen worden bedacht. Er zullen criteria moeten komen om na te gaan wanneer sprake is van verwijtbaar gedrag. Er zullen door bijstandsgerechtigden bezwaarschriften worden ingediend bij de gemeente, waarna zaken bij de rechter zullen komen. Er zal op basis van beslissingen van rechters nieuwe jurisprudentie worden ontwikkeld. Er zal nieuwe bureaucratie ontstaan, met examens en examinatoren, en er zullen nog ingewikkeldere regels en voorschriften komen, waar de VVD zogenaamd op tegen zegt te zijn. De liberalen pleiten wel voor minder overheidsingrijpen en deregulering als het om de rijken gaat, maar breiden de controle- en strafstaat uit om de armen in de gaten te houden en klein te krijgen. Twee jaar geleden diende VVD-Kamerlid Cora van Nieuwenhuizen een wetsvoorstel in dat sterk leek op dat van Klijnsma nu. En drie jaar geleden maakte de “spreek Nederlands”-eis deel uit van een pakket maatregelen van minister Henk Kamp, onder het motto “eerst modelburger worden, dan pas bijstand”.Het Klijnsma-voorstel vormt aan de ene kant symboolwetgeving, omdat te verwachten valt dat voor veel bijstandsgerechtigden toch wel een uitzondering zal moeten worden gemaakt. Maar het is aan de andere kant ook waarschijnlijk dat een grotere of kleinere groep werklozen getroffen gaat worden door het voorstel. De disciplineringsmaatregel moet beschouwd worden als een nieuw wapen waarmee een heel leger ambtenaren hun dagelijkse bezigheid “werklozen pesten en opjagen” nog verder kunnen intensiveren. In de toekomst kunnen werklozen met die maatregel nog eerder en gemakkelijker worden uitgesloten van bijstand. Maar de protesten tegen de voortdurende aanvallen op onze bestaanszekerheid zouden ook wel eens kunnen gaan toenemen. Want de overheid kan werklozen wel hun inkomen ontnemen, maar niet de wil om te leven en te strijden tegen onrecht.Een stukje geschiedenisToen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw de eerste generatie migranten, in die tijd “gastarbeiders” genoemd, door de bazen en de staat werden geworven in onder meer Marokko en Turkije, vormde het geen probleem dat velen van hen analfabeet waren en geen Nederlands spraken. De werkgevers en de overheid maakten zich er niet druk om. Er was een tekort aan arbeidskrachten, en die analfabeten konden mooi eentonig lopende band-werk doen in fabrieken, zo dacht men in die kringen. En die migranten verbleven hier toch maar tijdelijk, meende men, dus waarom zouden er investeringen moeten worden gedaan voor mensen die op termijn toch weer zouden vertrekken. Ze zoeken het zelf maar uit, als ze niet kunnen lezen en schrijven, aldus de houding van de overheid en de werkgevers, die dan ook niet investeerden in taalonderwijs en andere voorzieningen. Lekker goedkope arbeidskrachten, daar draaide het allemaal om. En als we die “gastarbeiders” niet meer nodig hebben, dan dumpen we hen toch gewoon. Zo stelde men zich toen op.Maar de migranten probeerden te ontsnappen aan de bittere armoede in hun landen van herkomst en bleven daarom in Nederland. Zeer velen van hen wilden maar al te graag Nederlands leren en leren lezen en schrijven, met behoud en verdere ontwikkeling van een eigen identiteit. Het krijgen van onderwijs om te leren lezen en schrijven is een fundamenteel mensenrecht, waarvoor de overheid voorzieningen beschikbaar moet stellen. Maar dat deed de Nederlandse overheid in de loop der tijd maar mondjesmaat. Er ontstonden toen lange wachtlijsten bij alfabetiserings- en taalcursussen.Geld vindenToen de inburgeringscursussen ingevoerd moesten worden, moest daar geld voor worden gevonden. De schandelijke situatie doet zich nu voor dat in Nederland anno 2014 meer dan een miljoen in Nederland geboren en getogen burgers niet kunnen lezen en schrijven. Oorspronkelijk had de overheid wat geld uitgetrokken om via het volwassenenonderwijs mensen te leren lezen en schrijven. Dat onderwijs moest wel worden gegeven door vrijwilligers. Want de overheid financierde geen betaalde leerkrachten, hoewel duidelijk is dat  anderen een taal leren en leren lezen en schrijven een vak is dat lang niet iedereen in de vingers heeft. Het gevolg was dat de overheid nog meer ging bezuinigen op het volwassenenonderwijs en dat geld ging gebruiken om inburgeringscursussen mee te financieren. Daar waren veel mensen boos over. Sommigen gaven migranten die moesten inburgeren, er de schuld van dat het volwassenenonderwijs om zeep was geholpen. Echter, niet de migranten, maar de staat heeft het probleem veroorzaakt. De staat weigert immers om voldoende voorzieningen beschikbaar te stellen voor mensen die niet kunnen lezen en schrijven en geen of onvoldoende Nederlands spreken. De staat kwam ook met de leugen dat er nu eenmaal moet worden bezuinigd en dat dit soort voorzieningen daarom moet verdwijnen. Maar er is geld genoeg in Nederland. Het is alleen enorm onrechtvaardig verdeeld. De rijken worden rijker en de armen worden armer.Nu heeft de staat een nieuwe stok gevonden om de hond te slaan. Men stelt de eis dat mensen die een beroep doen op de bijstand, Nederlands moeten spreken. Principieel gezien moet daar krachtig stelling tegen worden genomen. Want ook wie geen Nederlands spreekt, behoort in dit land een inkomen te hebben om van te kunnen leven. Het wetsvoorstel geeft Klijnsma een extra smoes om nog meer mensen uit de bijstand te kunnen jagen en daarmee over de ruggen van armen nog meer te kunnen bezuinigen. Het voorstel is vanuit het perspectief van de betrokken bijstandsgerechtigden niet alleen onrechtvaardig, maar ook overbodig. Want de overgrote meerderheid van de mensen die geen of onvoldoende Nederlands spreken of niet kunnen lezen en schrijven, wil dolgraag ondersteuning hebben om dat te kunnen leren. Waarom moet er in de bijstandsregels, die toch al zoveel controle en intimidatie bevatten, de zoveelste extra verplichting worden opgenomen? En gaat de staat nu wel voldoende faciliteiten ontwikkelen om de schande van het alfabetisme in Nederland structureel aan te pakken? Dat denk ik niet. De staat gaat vooral door met aantasten van de bestaanszekerheid en met bezuinigen aan de onderkant van de samenleving. Ook praat de staat de armen aan dat armoede en werkloosheid hun eigen schuld is. En onder het mom van de eigen verantwoordelijkheid dwingt de staat inburgeringsplichtige migranten sinds 2013 om zelf de kosten van hun integratie op te hoesten. Wie dat niet kan betalen, moet geld lenen bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).]]>

vrijdag 11 april 2014

Volgens een recente brief van achttien landelijke hulporganisaties aan alle gemeenteraden raken steeds meer mensen in financiële problemen. Maar armoedebestrijding is niet gebaat bij de vrijwel nietszeggende inhoud van hun brief.

In 2012 behoorden ruim 1,3 miljoen (8,4 procent) mensen tot een huishouden met een laag inkomen, waaronder 391.000 (11,8 procent) kinderen. Iets meer dan een op de zes Nederlandse huishoudens (17,2 procent) liep in dat jaar een risico op problematische schulden, had die schulden al of zat in een schuldhulpverleningstraject. Vanwege een laag inkomen en flinke schulden worstelen deze armen dagelijks met het probleem hoe ze rond kunnen komen en hoe ze mee kunnen blijven doen aan de samenleving. Soms verliezen mensen zelfs een dak boven het hoofd. De hulporganisaties vinden dat niemand als gevolg van zijn financiële situatie buiten spel mag staan, zeker kinderen niet.
Na deze schrijnende vermelding van de feiten doen de organisaties in hun brief de nogal vrijblijvende oproep dat armoedebestrijding en schuldhulpverlening in de nieuwe collegeprogramma’s van gemeenten prioriteit moet krijgen. Uiteraard zullen alle gemeenteraden benadrukken dat het bij hen “de allerhoogste prioriteit” heeft. De VVD voorop. Maar hoe of wat, welke maatregelen er moeten worden genomen en wat een goed beleid is, daar laat de brief zich niet over uit. En vanzelfsprekend plaatsen de organisaties die de brief hebben ondertekend, zoals de Sociale Alliantie, de Voedselbanken, Cordaid, het Leger des Heils en Kerk in Actie, zichzelf in het zonnetje. Ze geven aan dat er toch vooral wel met hen moet worden samengewerkt, dat ze al veel doen en dat ze samen met gemeenten een bijdrage kunnen leveren aan de armoedebestrijding.
De organisaties stellen vast dat gemeenten gelukkig meer geld krijgen voor armoedebestrijding. Maar dat optimisme is nogal misplaatst. Want gemeenten krijgen allerlei taken toegeschoven van de rijksoverheid die ze juist met minder geld moeten uitvoeren. De brief van de organisaties had net zo goed niet geschreven kunnen worden. Dit soort nietszeggendheid krijg je als de breedte van de samenwerking het belangrijkste is en de inhoud wordt gereduceerd tot een waterige tekst waarin armoede en de bestrijding ervan ernstig wordt gedepolitiseerd. Iedereen kan zich wel vinden in de brief, van de PVV tot de SP. En dat is nu precies ook het probleem. Ondertussen groeit de kloof tussen arm en rijk en zit de onderkant van de samenleving in de hoek waar de klappen vallen.
]]>

vrijdag 4 april 2014

Euromarsen tegen dwangarbeid

Maar de bijstand is een vangnet voor mensen die geen betaald werk hebben en die zonder geld zitten. Je hebt geen keus om zelf werk te kiezen en je kunt niet weigeren. Wanneer je de opgelegde dwangarbeid weigert, krijg je met zware sancties te maken of met stopzetting van je uitkering. Daarom is werken voor je uitkering een vorm van dwangarbeid.
In het kader van de overheidsbezuinigingen wordt dit beleid steeds meer doorgevoerd. Werklozen kunnen het werk dat eerst betaalde krachten deden mooi gratis doen. Dat gebeurt in de verschillende Europese landen in meerdere of mindere mate. Maar de denkrichting is overal hetzelfde. In Nederland gebeurt het al op vrij grote schaal. Werknemers, die voor een loon diensten verrichten, bijvoorbeeld bij de overheid, worden ontslagen, werklozen nemen hun plaats in. Ook in commerciële bedrijven werken gratis arbeidskrachten. Dat is verdringing van betaalde arbeid. Bestuurders worden niet moe te zeggen dat dit niet voor mag komen. In werkelijkheid gebeurt het toch. En de lonen van degenen die nog betaald werk hebben dalen, omdat zij soms moeten concurreren met werklozen die voor hun uitkering werken.
Deze werklozen hebben niet de rechten, die werknemers met een loon hebben. Zoals een arbeidscontract, een cao of een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Zij blijven onder het regiem van de bijstand en werken als werklozen zonder rechten. Men verkoopt deze maatregelen met de leugen, dat werklozen eerst ‘werknemersvaardigheden’ moeten leren, om hun kansen op betaald werk te vergroten. Op deze wijze wordt gesuggereerd, dat de werklozen zelf schuldig zijn aan hun werkloosheid. Maar de oorzaak van werkloosheid is niet een gebrek aan ‘werknemersvaardigheden’ maar een gebrek aan banen.De Europese Marsen tegen werkloosheid, onzekere flexibele arbeid en sociale uitsluiting eisen:
Geen dwangarbeid voor werklozen
Geen verlagingen en kortingen op de uitkeringen
Stop de strafsancties tegen werklozen.
Een uitkering is een recht, wanneer je geen andere     bestaansmiddelen hebt.
In alle landen van Europa moet er een leefbaar sociaal minimum zijn. Daarvoor moeten criteria op Europees niveau ontwikkeld worden.
Scheppen van voldoende arbeidsplaatsen. Arbeidstijdverkorting met behoud van loon.
Een leefbaar Wettelijk Minimum Loon in alle Europese landenEuropese Marsen tegen werkloosheid, onzekere flexibele arbeid en sociale uitsluiting, een Europees netwerk van vakbondsgroepen en uitkeringsgerechtigdengroepen.
Da Costakade 162 – 1053 XD Amsterdam. 020-6898806. euromarsen@dds.nlDuitse vertaling van het pamflet:

Arbeiten für Sozialhilfe?

Das ist Arbeitszwang!

In verschiedenen europäischen Ländern wird eine Politik entwickelt, wobei Sozialhilfe oder ein Schutz gegen Arbeitslosigkeit kein allgemeines Recht mehr ist, wenn man sonst über keine anderen Existenzmittel verfügt. Arbeitslose werden verpflichtet, für Leistungen aus der Sozialhilfe oder des ALG II zu arbeiten. Du musst eine “Gegenleistung” erbringen, um eine soziale Leistung zu bekommen. Wer auf diese Weise verpflichtet wird, für eine Sozialleistung zu arbeiten, bekommt keinen Lohn.

Aber eine Sozialleistung ist ein Auffangnetz für Menschen ohne bezahlte Arbeit und ohne Geld. Die zwangsweise zugewiesene Arbeit kann man sich nicht aussuchen und man kann sich nicht verweigern. Wenn du dich weigerst, wird dir die Sozialleistung gestrichen oder du bekommst schwere Sanktionen und kannst in aller Freiheit verhungern. Arbeitslosen eröfnet sich damit keine Perspektive auf eine bezahlte Arbeit. Deshalb ist Arbeit für Sozialleistung ein Form von Arbeitszwang.

Mehr und mehr setzt sich diese Politik als ein Teil der Kürzung von Ausgaben durch. Das geschieht in den verschiedenen EU-Ländern mit unterschiedlicher Geschwindigkeit. Aber die Richtung ist für alle dieselbe. In den Niederlanden ist es schon so. Arbeiter, die gegen Lohn für die Gemeinde Dienste verrichten, werden entlassen, Arbeitslose kommen an ihre Stelle. Auch Betriebe bekommen gratis Arbeitskräfte und entlassen dafür bezahlte Beschäftigte. Das ist Verdrängung von bezahlter Arbeit. Zwar behaupten Politiker, das würde nicht passieren, in Wirklichkeit aber geschieht es doch. Und die Löhne der Beschäftigten sinken, weil sie konkurrieren müssen mit Arbeitslosen, die nur für ihre Sozialleistung arbeiten.

Solche Gratisbeschäftigten haben natürlich nicht die Rechte, die normal entlohnte Beschäftigte haben, etwa einen Arbeitsvertrag, einen Tarifvertrag oder eine Versicherung gegen Arbeitsunfähigkeit. Sie bleiben unter dem Regime der Sozialhilfe und arbeiten als Arbeitslose ohne Rechte.

Man verkauft diese Massnahmen mit der Lüge, Arbeitslose müssten “Arbeitnehmerfähigkeiten” erst wieder lernen, um ihre Chancen auf bezahlte Arbeit zu vergrössern. Auf diese Weise wird gesagt, die Arbeitslosen sind selbst schuld an ihrer Arbeitslosigkeit. Aber die Ursache von Arbeitslosigkeit ist nicht der Mangel an Arbeitnehmerfähigkeiten. Die Ursache ist ein Mangel an ausreichenden Arbeitsplätzen.
Die Europäischen Märsche gegen Erwerbslosigkeit, ungeschützte Beschäftigung und Ausgrenzung fordern:

* Kein Arbeitszwang fur Arbeitslose
* Keine Kürzungen von Sozialleistungen
* Stoppt die Sanktionen gegen Arbeitslose
* Sozialleistung ist ein Recht, wenn man ohne Existenzmittel ist
* In allen Ländern Europas muss es ein auskömmliches soziales Mindesteinkommen geben. Dafur müssen Kriterien auf europäischer Ebene entwickelt werden
* Schaffung von ausreichend Arbeitsplätzen; Arbeitszeitverkürzung bei vollem Lohnausgleich

* Auskömmlicher gesetzlicher Mindestlohn in allen europäischen Ländern.
]]>

zaterdag 15 februari 2014

Uit de oude doos 2. De denkstructuur van de staat en de gegoeden na de 16e eeuw en de oorsprong van het denken over verplichte arbeid voor armen.

W.H. Nagel. ‘Het werkschuwe tuig’ Landlopers en bedelaars in de geschiedenis. Samson kriminologische cahiers 2. 1977. Alphen aan den Rijn. Bij de denkstructuur van de gegoeden en de staat kunnen de volgende aspecten in ieder geval worden genoemd: 


Het maken van onderscheid tussen gemarginaliseerden  die geholpen moeten worden en degenen die gestraft en/ of buitengesloten moeten worden. Dit aspect heeft weer 2 subaspecten:
a.       Het maken van een administratief onderscheid tussen  ‘legale’ gemarginaliseerden die over de juiste papieren beschikken en de ‘illegalen’ die niet over die papieren beschikken. Dit aspect komt natuurlijk tot uiting in het huidige vreemdelingenbeleid, maar blijkt al heel oud te zijn. Het oudst bekende boek over landlopers en bedelaars is het Liber Vagatorum, dat voor het eerst verscheen in 1509. (Van dit boek is in 1932 een Herdruk verschenen.‘Liber Vagatorum’The book of Vagabonds and Beggars with a vocabulary of their language and preface by Martin Luter, first translated into English by J.C. Hotten and now edited anew by D.B. Thomas, Londen 1932. ) 
gravure met bedelaars
Het voorwoord van Luther verschijnt voor het eerst in de uitgave van 1528. Van het boek is overigens ook in 1613 een Nederlandse vertaling verschenen. Luther eindigt zijn voorwoord met de aanbeveling dat iedere stad of dorp zijn eigen armen op een lijst moet hebben en hen moet kennen en verzorgen, maar de zwervende paupers die geen goede licenties en paspoorten hebben moet weren. Dit principe komt niet alleen tot uiting in het huidige vreemdelingen beleid, maar wordt ook in wat afgezwakte vorm weerspiegeld in een van de basisprincipes van de bijstandswet: de wet wordt uitgevoerd door gemeenten en alleen wie kan aantonen inwoner van een gemeente te zijn, ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente, kan in die gemeente in principe in aanmerking komen voor bijstand. Daklozen, die niet kunnen aantonen hun hoofdverblijf in een bepaalde gemeente te hebben, behoren niet tot de lokale gemeenschap van gesedenteerden en komen in die gemeente niet in aanmerking voor bijstand. Men heeft dit probleem in de bijstandswet opgelost door een aanvullende maatregel. Er zijn 20 gemeenten in Nederland aangewezen die een dakloze ook een uitkering moeten verstrekken als de dakloze in feite niet in die gemeente slaapt. Maar dit is een uitzondering op de regel, dat de lokale gemeenschap niet hoeft te zorgen voor mensen, die niet tot die gemeenschap behoren.
b.      Een onderscheid tussen mensen, die het ‘echt’ nodig hebben en mensen die dat niet hebben. Dit is een ander onderscheid dan het bovenstaande, want op basis van dit onderscheid kunnen mensen die bij het bovenstaande onderscheid buiten de boot vallen, promoveren van vreemdelingen, die geen geldige licenties en paspoorten hebben naar gelegaliseerden. Degenen, die onder de definitie ‘heeft het niet echt nodig’ vallen worden zwaar gestraft. Hierbij is de introductie van het begrip ‘schuld’ belangrijk. Er zijn behoeftigen die buiten hun schuld niet kunnen werken en degenen, die dat wel kunnen. De laatste worden zwaar gestraft. In Engeland zijn die straffen vooral ingevoerd, in een tijd dat het feodalisme in ontbinding verkeerde. Maar reeds in 1349 was er in Engeland een vagrancy statute tegen werkloze zwervers. Niemand mocht die zwervers, op straffe van gevangenisstraf, wat geven. Vooral in de loop van de 16e eeuw worden deze wetten steeds strenger. In 1571 wordt de brandmerking van zwervers ingevoerd.
In de moderne tijd wordt enerzijds uitgegaan van  de oude zienswijze die in de 16e eeuw voor het eerst naar voren kwam, waarbij gemarginaliseerden werden gezien als mensen met een gebrek, lijntrekkers, profiteurs.  Anderzijds heeft zich bij de opbouw van de verzorgingsstaat een betoog ontwikkeld, waarbij werkloosheid, armoede, werd gezien als een door maatschappelijke en economische ontwikkelingen ontstaan collectief risico, dat je dus ook collectief moet oplossen door het invoeren van verzekeringen. Deze twee standpunten werden verwerkt in het stelsel van sociale zekerheid. Er werd een onderscheid gemaakt tussen de bonafide werklozen en de lijntrekkers en profiteurs. Alle nationale verzorgingsstaten zijn georganiseerd volgens een twee sporen model: naast sociale verzekeringen op grond van arbeidsverleden staat een bijstandstraject op minimaal niveau. De mensen op dit traject worden meestal onderworpen aan een veel harder regime van controle en discipline. Zij moeten niet alleen ondersteund, maar ook gedisciplineerd en gemoraliseerd worden.

Belangrijk bij de definiering van verdachte personen, vagebonden, zwervers, bedelaars, daklozen, of anderen die als marginaal worden beschouwd is, of je –als je door een gesedenteerde gemeenschap ter verantwoording geroepen wordt- je kunt aantonen waar je de afgelopen tijd van hebt geleefd, hoe je inkomen hebt gegenereerd, dan wel aan voedsel bent gekomen. Mensen die dat niet kunnen of willen aantonen zijn niet alleen verdacht, ze moeten worden gestraft, verbannen, of opgesloten worden. Maar ze hebben in principe geen rechten die de andere burgers van de gemeenschap wel hebben. Dit principe komt ook in de huidige bijstandswet tot uiting, of althans in het beleid dat gemeenten op basis van die wet voeren.
Het criminaliseren van gemarginaliseerden. De zogenaamde vagrancy laws in Engeland in de loop van de 16e eeuw zijn een verschuiving in de definitie van zwervers, vagebonden en andere gemarginaliseerden. In de middeleeuwen waren de maatregelen erop gericht, dat de feodale landheren over voldoende werkvolk beschikten, zwervers mochten zich niet aan dat werk onttrekken, maar voor de rest vormden de zwervers en daklozen vooral een ergernis. In de 16e eeuw kwam in de wetgeving de notie op, dat straffen ook gerechtvaardigd zijn omdat ze nog crimineel zijn ook.
Op de achtergrond speelt het uitgangspunt, dat niet teveel mensen zich mogen onttrekken aan arbeid voor de machtigen en rijken. Er moet een beleid worden ontwikkeld om dat tegen te gaan. Zoals ik al zei, bestond dit principe in de middeleeuwen al. De feodale landheren moesten voldoende werkvolk hebben. In de 16e eeuw is ook het doel dat de strafbedreigingen de landheren van goedkoop werkvolk verzekeren. Maar in die eeuw is nieuw, dat het principe van de straf voor ‘degenen die het niet echt nodig hebben’ verschuift van straffen zonder meer (brandmerken, handen afhakken, etc.) naar de al genoemde criminalisering en straffen verbonden met de invoering van dwangarbeid. 
      De eerste man, die in Nederland deze draai maakte is Coornhert, die in 1587 een boek schreef dat een mijlpaal en een omslag is in het denken over hoe om te gaan met armen. D.V. Coornhert. Boeventucht (ofte Middelen tot mindering der schadelyke ledighghanghers)

Eerste druk: 1587 in Amsterdam.  Motto: Exodus 22. Opnieuw uitgegeven, vertaald en van commentaar voorzien door Arie-Jan Gelderblom, Marijke Meijer Drees en een werkgroep van Utrechtse Neerlandici in het jaar 1985.

In een volgend artikel zal ik ingaan op de ideen van Coornhert, die in de 16e eeuw nieuw waren. Op deze pagina kunt u meer vinden over Coornhert.Piet van der Lende
]]>

zaterdag 1 februari 2014

De uitstroom van Herstelling Werk en Uitvoering. (HWU)

Deze manager heeft een BV opgericht, ARA Works BV, De website van ARA Works is te vinden op http://www.ara-works.nl. Daar kun je twee kanten op, naar een bouwbedrijf, dat een zelfstandige juridische eenheid is, nl een Vennootschap onder firma, en ARA Works BV, dus een Besloten Vennootschap. Ook daar blijkt dat de manager werkt voor HWU en dat de BV zijn eigendom is.Van de website:  ‘Wij zijn een jonge organisatie die in samenwerking met de gemeente Amsterdam en voor de Stichting Herstelling langdurig werklozen begeleidt naar regulier werk. Wij plaatsen onze kandidaten zowel bij hoofdaannemers, als bij gespecialiseerde aannemers in meer dan zestig verschillende beroepen. Wij plaatsen onder andere in de bouw- & metaalsector, in de installatiebranche,groenvoorziening, bewaking, grond- weg- en waterbouw en de schoonmaakbranche. ARA-Works plaatst eigenlijk overal uit, waar een beroepswens ligt van de kandidaat, die een werkplek zoekt. In korte tijd hebben wij daarin zeer goede resultaten’.De BV Ara Works runt de manager samen met enkele familieleden. Verder werkt er nog een administratieve kracht. Op de website staat: ‘ARA-Works kan iedereen helpen die voldoet aan de criteria van de Amsterdamse Dienst Werk en Inkomen (DWI) voor een detachering’.Dus er wordt bij de plaatsing van deelnemers aan de trajecten op de Laarderhoogtweg van HWU met commerciele bedrijven gewerkt met medeweten van de Dienst Werk en Inkomen, die hun toestemming moeten geven. Waarom? Omdat de deelnemers werken met behoud van uitkering bij dat commerciele bedrijf. Uit de website blijkt, dat het zou gaan om drie maanden stage. Uit de vacatures op de website van ARA Works blijkt echter, dat er ook vacatures zijn waar mensen 5 tot 6 maanden met behoud van uitkering werken. Soms staat er alleen: Het betreft hier een WWB baan (detachering) voor 32 uur.Voorbeeld van een vacatureKOERIERS GEVRAAGD
Algemene informatie. Het betreft hier een proefplaatsing van 5 maanden
Voor een middelgroot bedrijf zijn wij op zoek naar koeriers die bestelde Aziatische maaltijden naar klanten vervoeren. We zoeken voor de vestigingen in*Amsterdam Centrum*,*Amsterdam Oost*, en*Aalsmeer Oost*kandidaten. Voor elke vestiging heeft het betreffende bedrijf minimaal 6 koeriers nodig. De werktijden zijn van*11.00 – 16.00*of van*16.00-20.00*. Startende werknemers worden ingewerkt op verschillende locaties, zodat ze de functie optimaal kunnen uitvoeren (kennis van producten, straten etc.). Werknemers van onze organisatie hebben ruimschoots de mogelijkheid om door te groeien tot bijvoorbeeld kok of verkoper van onze producten in onze winkels of universiteiten.Functie inhoudDe bestelde maaltijden worden door middel van auto’s of brommers van het bedrijf bezorgd aan de klanten, waarna vervolgens afgerekend moet worden. Tot zover de beschrijving van de vacature.
Het is volkomen duidelijk dat de verschillende mensen die voor dit bedrijf werken de reguliere- elders gewoon betaalde functie van koerier vervullen, met behoud van uitkering gedurende 5 maanden. Dit zijn dus mensen, die eerst een half jaar of langer bij de HWU met behoud van uitkering gewerkt hebben, en die daarna 5 maanden met behoud van uitkering bij een commercieel bedrijf werken en daar reguliere arbeid verrichten. Hoezo verdringing van bestaande betaalde arbeid. Dat middelgrote bedrijf met Aziatische maaltijden werkt met gratis koeriers.Nu vraag ik mij af wat die uitstroomcijfers naar reguliere arbeid van de HWU betekenen. Rekent men iemand die uitstroomt naar zo’n 5 maanden baan bij een commerciele werkgever (werken met behoud van uitkering) ook als uitstroom naar het bedrijfsleven? En wat gebeurt er na die 5 maanden? Het is duidelijk dat de uitstroom-manager met zijn BV en Vof geld verdient aan het uitplaatsen van werklozen naar het commerciele bedrijfsleven. Maar op welke manier weet ik niet. Brengt hij bij commerciele bedrijven bemiddelingskosten in rekening voor het leveren van gratis arbeidskrachten? Er staat ergens op de website dat gewerkt wordt zonder subsidie. Hoe we zijn particuliere bouwbedrijf in dezen moeten plaatsen weet ik niet. De Herstelling zelf is immers ook een soort bouwbedrijf. Het zijn duidelijk geen participatieplaatsen. Dat loopt via Pantar, en de voorwaarden van de participatieplaatsen op grond van de wet lijken mij hier dan ook niet van toepassing.]]>

donderdag 30 januari 2014

Onthullend debat over werken met behoud van uitkering oftewel dwangarbeid


Een bomvolle zaal tijdens de discussie *30-01-2014. Foto’s Dejo Overdijk. Gisteravond discussieerden 80 mensen in een overvolle zaal in Amsterdam Oud West over werkenvoor je uitkering oftewel dwangarbeid en over de algemene tegenprestatie die staatssecretaris Klijnsma wil invoeren. Er was een forum met Jeroen Sprenger, voorzitter stichting Herstelling, een controversieel re integratieproject in Amsterdam Zuidoost, Gijsbert Vonk, hoogleraar in Groningen en Ruud Kuin, vicevoorzitter van de FNV. Het debat stond onder leiding van Malene Duijst, actieve buurtbewoner. Het debat werd georganiseerd door de stichting Wereldse Wijk, de Bijstandsbond en het actiecomité Dwangarbeid nee. *

*Over een vertegenwoordiger van de stichting Herstelling, die ontkent dat er misstanden zijn en die zegt dat de getuigen uit hun nek kletsen en dat alles koek en ei is, over een professor die duistere kanten belicht van de revanchegedachte in de sociale zekerheid en die constateert dat er een kanteling is in de discussie over werken met behoud van uitkering en een vicevoorzitter van de FNV die het woord dwangarbeid in de mond neemt.*Vooral de bijdragen van Jeroen Sprenger riepen heftige reacties op. Verschillende mensen die in een van de projecten van Herstelling werken gaven aan, dat ze er niets leerden, intimiderend behandeld werden, bedreigd met strafkortingen die ook daadwerkelijk worden doorgevoerd, en dat mensen met een hogere opleiding urenlang pagina’s van dossiers moeten tellen of nietjes uit dossiers halen. De werkmeesters zijn niet professioneel en niet op hun taak berekend. Vele klachten werden naar voren gebracht. Jeroen Sprenger kwam niet veel verder dan dat het allemaal niet waar was, dat hij regelmatig sprak met mensen in projecten en dat hij alleen maar positieve verhalen hoorde, wat hem op hoongelach van de zaal kwam te staan. Sprenger schermde ook met het uitstroomcijfer van de projecten. 60% van de mensen die bij Herstelling tewerk worden gesteld zouden uitstromen naar betaald werk. Marc van Hoof, advocaat van de

Marc van Hoof, advocaat
Bijstandsbond ontkende later dat Sprenger dit kon weten. ‘De gemeente Amsterdam houdt helemaal geen uitstroomcijfers bij, men weet niet als mensen uitstromen waarom en waarnaar toe’. De advocaat sprak vanuit ervaring omdat hij bijna dagelijks mensen begeleidt en procedures voert  voor mensen die bij stichting Herstelling een strafkorting hebben gekregen. Ook hij benadrukte dat nietjes uit dossiers halen, pagina’s tellen, of planten water geven en verder niets helemaal niet bijdraagt aan de ontwikkeling van de mensen en hen geen perspectief geeft op betaald werk. Sprenger zei als reactie dat de analyse van Marc van Hoof niet klopte en dat het tegenovergestelde het geval was. Tijdens de discussie kwam naar voren, dat sommige mensen een jaar of langer dit dwangwerk moeten doen. Sprenger ontkende alles. ‘De mensen krijgen een vakopleiding’ zei hij, ‘en je kunt maximaal 6 maanden in het project tewerk worden gesteld’. Afwijkingen waren hem niet bekend. Later had hij het plotseling over ‘6 tot 9 maanden in het project werken’. Hij hoorde graag wat de afwijkingen waren dan zou hij dit aan de orde stellen, zei hij. Ook zei hij dat de deelnemers aan de projecten over het algemeen een criminele achtergrond hebben, of een drugsverleden. Vanuit de zaal werd aangegeven, dat dit onzin was. Bij veel deelnemers is wat dat betreft niets aan de hand. Er vindt een vermenging plaats van mensen die straf krijgen omdat ze een overtreding hebben begaan en werklozen.Sprenger plaatste het succes van de Herstelling tegenover alle andere re-integratieprojecten o.a. in andere gemeenten, die allemaal mislukt waren, in tegenstelling tot het project met de methode die de Herstelling toepast. Hij noemde de projecten met particuliere reïntegratiebedrijven, de Glenn Mills scholen, projecten uit Rotterdam.
een ervaringsdeskundige van de projecten van de Herstelling
vertelt haar verhaal. Op de achtergrond het forum met links
Jeroen Sprenger
Sprenger benadrukte tegenover de getuigenverklaringen dat gewerkt wordt met de grootst mogelijke erkenning van de mensen. ‘Als mensen niet komen opdagen op afspraken, gaan we correct met ze om. We brengen een bezoek aan de mensen thuis om te kijken wat er aan de hand is’. En ‘ach ja, het is in ieder bedrijf zo, als je bij de poort gaat staan en je gaat mensen interviewen, dan hoor je altijd wel rare verhalen. Maar ja, het is wel zo, veel mensen hebben geen realistisch beeld van zichzelf, dat proberen wij bij te stellen, niet iedereen kan nu eenmaal piloot worden. Mensen hebben ook een slecht beeld van wat het bedrijfsleven vraagt. Daar hoort takken rapen en nietjes uit dossiers halen ook bij. Het is flauwekul dat de mensen dat de hele dag moeten doen. We brengen mensen weer in een kansrijke positie. Het is wel zo, de eerste 14 dagen zijn er wat mensen die eraan moeten wennen, die wat protesteren, maar daarna zijn ze heel tevreden’.Jacques Peeters van de Bijstandsbond liep naar voren en duwde Sprenger het rapport van het actiecomité Dwangarbeid nee dat in november verscheen en veel discussie heeft opgeroepen onder de neus. ‘Hebt u dit gelezen? Dit was de aanleiding voor de Volkskrantartikelen op 24 december waar iedereen verbijsterd over was. Dan kunt u zien hoe het eraan toegaat’. Sprenger keek verbaasd, of veinsde dat. ‘Ik zie dit rapport voor het eerst’ zei hij. ‘Het is nooit aan mij overhandigd’. In een emailwisseling met leden van het actiecomité Dwangarbeid nee had hij nog gesteld: ‘jullie denken toch niet dat er ook maar iets wat in jullie kringen speelt voor mij verborgen blijft’. Er werd hem gewezen op de vele strafkortingen die de mensen krijgen als dwang en pressiemiddel. ‘Dat is zaak van de Dienst Werk en Inkomen’ ze Sprenger, ‘daar heb ik niets mee te maken, u pist tegen het verkeerde paaltje. U moet bij het DWI zijn’. En weer kwamen getuigenverklaringen naar voren van mensen die in de projecten werkten. Reactie Sprenger: ‘ja, ik ga niet in op individuele gevallen, dat doe ik niet’.
Roel Walraven
Aan het eind van de discussie kwam Roel Walraven ex-wethouder van Amsterdam, naar voren. Hij hield een gloedvol betoog over het tekort aan banen als oorzaak van de werkloosheid en dat projecten als van de Herstelling niet bijdragen aan het perspectief voor mensen. Ook benadrukte hij dat uitkeringsgerechtigden en werkenden samen een coalitie moeten aangaan en strijden voor werkgelegenheid. Reactie Sprenger: ‘nou de oude Walraven daar was ik het wel mee eens, in de tachtiger jaren, maar de nieuwe Walraven met zijn kritiek op de Herstelling niet’.Ook aan het slot van de discussie kwam een vertegenwoordiger van de ABVA/KABO naar voren. ‘Meneer Sprenger ‘zei hij ‘ik doe een voorstel. Als er nu eens een commissie ingesteld wordt bestaande uit mensen die in de projecten werken, wat vindt u daarvan, en kunt u dan zeggen dat kritische mensen in die commissie niet om die reden met strafkortingen worden geconfronteerd’. Sprenger zag er niets in. ‘Dat is weer een structuurtje optuigen, zei hij, ‘daar hebben we niets aan’. dat wou hij niet doen. Tegelijkertijd benadrukte Sprenger dat de actievoerders de dialoog moesten aangaan en dat ze dat niet deden. ‘Ik heb mensen voor het hek zien staan ‘zei hij, en de kaderleden van de ABVA/KABO binnen, die werken voor het project zeiden: ‘daar heb je ze weer om ons dwars te zitten’. En verder hebben ze niets van de actievoerders gehoord. ‘Vroeger was er overleg met de vakbonden, en nu staan ze voor het hek en verder niets’. Sprenger klaagde zijn nood over de reacties uit de zaal. ‘Ach, vakbondsbestuurders kom bij ons langs, plaats ons niet in het beklaagdenbankje, ik ben ernstig teleurgesteld in het comité Dwangarbeid nee en de uitkeringsgerechtigden’. Over dat hek, rondom het gebouwencomplex op de Laarderhoogtweg voorzien van prikkeldraad, merkte hij ook nog iets op. ‘Dat stond oorspronkelijk ook in het Volkskrantartikel van 24 december ‘ zei hij, maar dat is het enige dat we eruit gekregen hebben’.Ook benadrukte Sprenger in zijn schets van het ontstaan van de projecten van de Herstelling de hartelijke relaties met de FNV. ‘Herstelling is een reintegratie instelling waar mensen aan werk worden geholpen’ zei hij, en we zijn 15 jaar geleden opgezet door kaderleden van de FNV Bouw. Ons ideaal was, mensen met weinig kansen op de laagste treden van de participatieladder werk te geven op de fortificaties rond Amsterdam. We zijn in dubbel opzicht een succesvol re integratieproject. We helpen afgekeurde ex-werknemers uit de bouw en de metaal aan het werk door hen als werkmeester aan te stellen. Daarnaast helpen wij in de projecten mensen aan werk die een drugs en/of crimineel verleden hebben’. Verschillende belangrijke figuren zouden zich lovend over de projecten van de Herstelling hebben uitgelaten. Hij noemde o.a. Hans de Boer, oud-rijkscommissaris voor het Jeugdbeleid. Verder benadrukte hij de positieve samenwerking met Randstad uitzendbureau.In de loop van de discussie trad een wetenschappelijk medewerkster van de Vrije Universiteit naar voren die aangaf dat ze daarvoor in de Human Relations sector gewerkt had, en dat ze zich in dat kader bezig hield met social return projecten. (Afspraken waarbij bij opdrachten van de gemeente aan particuliere bedrijven een bepaald percentage werklozen of mensen met een handicap in dienst moet worden genomen.) Ze had daarbij ook vele gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de Herstelling. Ze ontkende dat de Herstelling alleen maar een reintegratietraject was, want die vertegenwoordigers hielden een heel ander verhaal dan Jeroen Sprenger daarover. Ze presenteerden zich gewoon als een bedrijf, dat bepaalde opdrachten en werkzaamheden kan uitvoeren met werklozen en dat ze dus goed passen in het kader van social return. Sprenger ontkende weer wat er gezegd werd. ‘Nee, zei hij we zijn een reintegratiebedrijf, wij kunnen niet in een korte periode de werkzaamheden verrichten, je kunt niet tegen ons zeggen het moet in een maand klaar zijn, wij doen er langer over’.De aanwezigen waren na afloop verbijsterd over de manier van reageren van Sprenger. Niemand begreep zijn reacties. Het zal allemaal wel deel uitmaken van de ‘methode herstelling’.
Ruud Kuin
Ook de andere forumleden kwamen aan het woord. Ruud Kuin benadrukte, dat maar 0,8 % van het Bruto Binnenlands Product naar de bijstand gaat en dat er tweemaal zoveel wordt uitgegeven aan de hypotheekrente aftrek. ‘Als we van die mensen ook gaan eisen, dat ze iets terug doen voor de maatschappij, dan wordt het stil op straat’. De FNV stelt zich op het standpunt, dat er in feite maar 2 soorten werk zijn: echt vrijwilligerswerk en betaalde arbeid. In de huidige discussie over de  tegenprestatie worden mensen tegenover elkaar gezet, mensen met een uitkering tegenover mensen met een loon. De FNV is daar mordicus tegen. Het is niet toevallig, dat staatssecretaris Van Rijn aankondigt dat 100.000 banen worden geschrapt in de zorg en dat vervolgens een andere  staatssecretaris, klijnsma zegt, dat het verrichten van mantelzorg ook kan worden gezien als het invullen van de tegenprestatie en dus werken zonder loon. Hij vindt dat als dit zo doorgaat in veel gevallen inderdaad van dwangarbeid kan worden gesproken. Kuin maakt zich erg boos over de tegenstanders van deze term die zeggen: het is geen dwangarbeid, want je hebt de keuze om wel of geen uitkering aan te vragen. Veel mensen hebben geen keuze, en dan wordt het gekoppeld aan allerlei verplichtingen die leiden tot dwangarbeid. Daarom zal de FNV ook beginnen met een en ander juridisch nader te onderzoeken, of het niet in strijd is met internationale verdragen, etc. Kuin was in Stadskanaal waar in de groenvoorziening 9 van de 10 mensen met behoud van uitkering werkt. De gemeente bespaart zo een miljoen op het groenonderhoud. En hij kent het voorbeeld van iemand die maandenlang in een slagerij worsten moest maken met behoud van uitkering. Dat moet betaald werk zijn. Kuin constateerde een voortschrijdende normvervaging ten opzichte van bijstandsgerechtigden. Het vak in de thuiszorg wordt opgeknipt in eindeloze stukjes werk waarbij alles wordt gesplitst. Mensen die dat werk moeten doen werden steeds lager beloond. Eerst zaten ze in salarisschaal 25, toen zijn ze naar 10 gegaan. En nu moeten uitkeringsgerechtigden dat werk gaan doen.
professor Vonk tijdens zijn inleiding
Professor Vonk gaf aan, dat hij eerder op een dergelijke discussiebijeenkomst was geweest in Leeuwarden, georganiseerd door PEL. Hij benadrukte dat steeds meer ervaringsdeskundigen met getuigen verklaringen komen en dat dit minstens zo belangrijk is als de wetenschappelijke rapporten die over de herinrichting van de bijstand en de tegenprestatie worden geschreven. Hij heeft bij de hoorzitting in de Tweede Kamer over de recente maatregelen van Klijnsma gezegd, dat hij wel een hele stapel vuistdikke onderzoeksrapporten en overheidsstukken aan zich voorbij zag trekken, maar dat bij de evaluatie van de maatregelen die tot nu toe zijn genomen in geen enkel rapport de ervaringen en belevingswereld van de bijstandsgerechtigden zelf aan de orde komen. De Kamerleden van geen enkele politieke partij hebben op die opmerkingen gereageerd. Hij heeft deze week een artikel gepubliceerd in het Nederland Juristenblad, waarin hij stelling neemt tegen invoering van de algemene tegenprestatie. Hij constateert dat er sinds drie weken, na de publicatie van de artikelen in de Volkskrant, een kanteling aan de gang is: eerst zaten de bijstandsgerechtigden in het beklaagdenbankje en moesten ze zich verdedigen tegen de aanvallen op hun positie en de vooroordelen tegen werklozen. Nu is het andersom; de politici die de slechte maatregelen nemen worden bekritiseerd en ook mensen met vooroordelen en zij moeten zich verdedigen omdat uitkeringsgerechtigden in toenemende mate hun mond opendoen en ja, nu gaan ze zelf wat terugzeggen.Vonk vindt de discussie over de tegenprestatie tweeslachtig. Aan de ene kant heb je de mensen, de sociaaldemocraten, die vanuit een positief uitgangspunt graag willen dat mensen actief deelnemen aan de samenleving en die de mensen willen activeren dat te doen. De sociaaldemocraten hebben in dit verband allerlei initiatieven uit de grond gestampt. Maar aan de andere kant komt in toenemende mate de revanchegedachte om de hoek kijken, van: ze hebben een uitkering, die moet ik betalen, laat ze er maar voor werken, je moet ze aanpakken die klaplopers, mensen gebruiken geld van de gemeenschap zet ze maar onder druk, en dan moeten de mensen laten zien dat ze dankbaar zijn. Dit is de duistere kant aan de verplichte tegenprestatie. Waar Vonk in geïnteresseerd is, is dat er wordt geschipperd tussen repressie en verheffing. Waar ligt de grens? Bij de huidige regeringsmaatregelen wordt die grens overschreden. Daar zijn twee redenen voor.1.De verplichtingen die uitkeringsgerechtigden worden opgelegd en de sancties die erbij horen hebben niet meer als doel om re-integratie in de samenleving te bevorderen, kansen voor de mensen te scheppen. Het gaat nu om heel iets anders. Vanuit de revanchegedachte gebruikt men termen als voor wat hoort wat, voor niets gaat de zon op, iets voor niets moet over zijn. Deze terminologie/ideologie wordt uitsluitend op bijstandsgerechtigden losgelaten.2.De ingebrachte wetsvoorstellen van Klijnsma regelen alleen de plichten, maar niet de rechten. Dit zet de poort wijd open voor grootschalig misbruik. Er is daardoor een structureel verschil in macht. Klantmanagers e.d. worden opgeleid en getraind, maar aan de hand van het voorbeeld van de Abu Graib gevangenis in Amerika, waar alles op papier goed geregeld was en getrainde troepen de bewaking op zich namen, wordt duidelijk, dat als degenen die volkomen rechteloos zijn er in de praktijk een structureel machtsverschil gaat ontstaan die leidt tot misstanden.Sprenger reageerde nog op deze analyse van Vonk. Hij vond dat hele verhaal over machtsverschillen onzin. En zeker bij de Herstelling. Wil je meer weten over hoe ze bij de Herstelling het debat interpreteren lees dan hun verslag.Piet van der Lende]]>

zondag 26 januari 2014

Waarom is er juist nu in Nederland invoering van dwangarbeid?

Weg met de dwangarbeid!

Piet van der Lende

Wie verplicht wordt voor een uitkering te werken, krijgt geen salaris. De ‘klantmanager’ wijst in sommige gevallen aan waar je wat moet gaan doen. Je hebt geen keus, je kunt niet weigeren. In de nieuwe plannen van staatssecretaris Klijnsma die 1 juli 2014 ingaan, kun je ongeacht je persoonlijke omstandigheden standaard drie maanden uitgesloten worden van een uitkering. Met andere woorden: ‘je doet wat wij zeggen, anders kun je verrekken.’

Nu is het best denkbaar dat dergelijke vormen van werken voor een uitkering, de kansen op betaald werk kunnen vergroten. Bijvoorbeeld als je op een werkervaringsplaats scholing krijgt of intensieve begeleiding, waarbij je veel leert. En als er afspraken met werkgevers zouden zijn om de mensen na korte tijd in dienst te nemen. Formeel moet een werkgever een ‘intentieverklaring’ tekenen dat hij iemand met een participatieplaats na verloop van tijd in dienst neemt. Vaak vraagt het uitvoerende re-integratie instituut niet eens zo’n verklaring om maar te kunnen ‘scoren’ met zoveel mogelijk mensen op een participatieplaats. En zeer vaak wordt die intentieverklaring niet omgezet in een contract.

Verboden


In veel projecten leer je niets. Je moet maandenlang, tot soms wel een jaar of meer, schoenen poetsen, bevelen opvolgen, vloeren schoonmaken die dezelfde dag nog door een professioneel bedrijf zijn schoongemaakt. Of als afwasser werken in een keuken, waarbij je gedwongen wordt de hele dag te staan. Of urenlang geestdodende, steeds herhalende handelingen verrichten, de hele dag, zoals scannen en digitaliseren van papieren dossiers. De gemeente huurt daarvoor geen professioneel bedrijf in, waar immers de arbeiders een loon krijgen met alle daaraan verbonden rechten.
Dwangarbeiders moeten dat werk verrichten, ongeacht opleiding en persoonlijke omstandigheden. Zelfs de Centrale Raad van Beroep stelt dat als daarmee geen rekening wordt gehouden en het niet leidt tot een perspectief op betaald werk, er sprake is van verboden verplichte arbeid.
Gemeentebestuurders zeggen dat je in disciplineringsprojecten ‘werknemersvaardigheden’ aanleert. Maar die bestuurders en hun uitvoerders verstaan daar onder dat je je aanpast aan de baantjes met de slechtste arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden. Waar je bevelen van de baas zonder morren opvolgt, ook als ze onredelijk zijn. Waar je genoegen neemt met een laag salaris, bij bedrijven waar geen vakbonden zijn en je zonder te protesteren in flexibele baantjes overwerkt op onmogelijke tijden, of op bevel in de avonduren en ’s nachts moet opdraven. Daarom is deze vorm van werken voor een uitkering ook een vorm van verboden dwangarbeid, zoals gedefinieerd in internationale verdragen. Vele bijstandsgerechtigden worden tewerkgesteld in mensonterende disciplineringsprojecten, zoals in Amsterdam de HWU (Herstelling Werk en Uitvoering) en één van de tientallen andere.

Verdringing


Nu zeggen mensen: ja, maar er zijn ook leuke participatieplaatsen. En het is ook nog eens nuttig werk. Bijvoorbeeld bij een organisatie met een niet-commerciële maatschappelijke doelstelling, of in een administratieve baan. Maar ook daar geldt dat geen betaalde krachten worden aangenomen of juist worden ontslagen, omdat werklozen het wel met behoud van uitkering kunnen doen. Dat heet verdringing.
Een voorbeeld is een grote GGZ instelling in Amsterdam die de betaalde krachten in een ‘flexpool’ voor receptiewerk zoveel mogelijk vervangt door dwangarbeiders met een participatiebaan. Ook gingen de salarissen omlaag, omdat gewone arbeiders moeten concurreren met dwangarbeiders die in feite ver onder het minimumloon werken. Werkgevers en uitvoerende organisaties houden zich niet aan de regels over de participatieplaatsen en nemen mensen niet in dienst. Ze misbruiken de regeling om goedkope, gratis arbeidskrachten binnen te halen.
Bij de acties die tegen dwangarbeid gevoerd worden, is een discussie ontstaan over de eis van de FNV dat participatieplaatsen – werken met behoud van uitkering bij een reguliere werkgever – maximaal drie maanden toegestaan moeten worden, wanneer aan allerlei voorwaarden wordt voldaan. Dit zou eventueel nog drie maanden verlengd kunnen worden. Verschillende actievoerders stellen vanuit hun praktijkervaringen dat papier waarop afspraken van sociale akkoorden met werkgevers en overheid worden vastgelegd geduldig is. De controle daarop ontbreekt echter. Met als gevolg dat werkgevers en overheid door zullen gaan met ontduiking van de afspraken, waarbij je maar moet zien dat je je rechten krijgt. Dit klemt des te meer, omdat een bezwaarschrift tegen een opgelegde korting of tijdelijke uitsluiting van de uitkering bij een meningsverschil met de werkgever en/of de klantmanager geen opschortende werking heeft. Dus je wordt uitgesloten en dan krijg je pas drie maanden later je geld, als je gelijk krijgt. Dit zal velen ervan weerhouden, te protesteren tegen misstanden en schending van afspraken. Geen dwangarbeid, ook geen drie maanden!
Verder hebben dwangarbeiders geen arbeidsrechten, zoals een arbeidscontract, een cao of een pensioenopbouw. Dus ook al werken zij, zij worden niet behandeld als werkenden in loondienst met de daarbij behorende rechten, maar als rechteloze werkloze. In principe kan dat volgens de regeling op de participatieplaatsen vier jaar duren. Bovendien vallen ze niet onder de sociale verzekeringswetten.
Dus als je ziek wordt, of er vindt een bedrijfsongeluk plaats, dan ben je niet verzekerd. Als je door het bedrijfsongeval arbeidsongeschikt wordt, krijg je geen ziektewetuitkering, maar ben je je hele leven verder aangewezen op de bijstand. Een uitkering die bovendien nu al een grote toestroom van volledig arbeidsongeschikten kent en waarop mensen de rest van hun leven aangewezen zijn, omdat er geen volksverzekering bestaat tegen arbeidsongeschiktheid. Sterker nog, de Wajong gaat op de schop. Ook arbeidsongeschikten komen vaak geheel onterecht onder druk om te gaan werken. De sociale diensten maken aan de lopende band inschattingsfouten bij het onderscheid arbeidsgeschikt of niet.

Verhulling


De schuld van de werkloosheid wordt bij de bijstandsgerechtigden gelegd. Er wordt hen voorgelogen dat het hun schuld is dat ze werkloos zijn. Dat ze niet op tijd uit hun bed komen, te assertief zijn, te veel eisen stellen. Maar werkloosheid wordt niet veroorzaakt door een gebrek aan ‘werknemersvaardigheden’, zoals dat in de disciplineringsprojecten heet. Bij een krappe arbeidsmarkt hoor je werkgevers daar niet over. Werkloosheid wordt veroorzaakt door een gebrek aan banen.
Het fenomeen van de dwangarbeid maakt deel uit van een breder offensief om de uitbuiting van arbeidskrachten in deze crisistijden te vergroten. Dat noemt de overheid de ‘participatiemaatschappij’. In fraai klinkende bewoordingen wordt het ideaal geschetst van een samenleving, waarin iedereen actief meedoet op een plezierige manier en iedereen ‘erbij hoort’. In werkelijkheid wordt getracht vanwege bezuinigingen betaalde krachten te ontslaan; in de zorg, het welzijnswerk, de buurthuizen, het onderwijs enzovoort. Werklozen moeten dat werk in ruil voor hun uitkering – in feite rechteloos – gedwongen doen.
Maar ook mensen die al betaald werken, of anderen zoals echtgenoten, hebben ermee te maken. Bijvoorbeeld in de zorg. Door de bezuinigingen in de AWBZ moeten veel (zeer) hulpbehoevende bejaarden voortaan thuis verzorgd worden. Terwijl ze eerst in een verzorgingshuis terecht konden. Nu wordt tegen kinderen of andere familieleden gezegd: je laat je moeder toch niet in de steek, hè, je gaat toch wel meehelpen haar te verzorgen? Vaak wordt dit gezegd tegen mensen die al een drukbezette baan hebben. Deze verhulling van de opgevoerde uitbuiting van arbeidskrachten, heet ‘affectief burgerschap’. Dat kent vele onvermoede mogelijkheden voor commerciële uitbaters: vrijwillige verzorgers op grote schaal inzetten bij instellingen en tehuizen. Er is al een bejaardentehuis dat alleen hulpbehoevende bejaarden opneemt als de naaste familie een verklaring tekent dat ze meehelpt met de verzorging. Het begint met een dagje per maand, of zo. Dat is toch niet erg, hè? Het gaat de overheid dus niet alleen om de inzet van wat in klassieke termen het ‘arbeidsreserveleger’ heet. Alle burgers moeten een groter deel van hun vrije tijd besteden aan taken die eerst door betaalde krachten werden gedaan in welzijns-, zorg- en onderwijsinstellingen.

Verzet


Een ander verhullend woord is ‘respijtzorg’. Hierbij wordt duidelijk dat de staat de opvoering van de uitbuiting actief wil regisseren. Tegenover de bezuinigingen op de AWBZ staan extra gelden voor de gemeentelijke uitvoering van de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). Wel netto veel minder, natuurlijk. Wat gaan de gemeenten nu doen? Er zijn al honderdduizenden overbelaste mantelzorgers die het water aan de lippen staat. Welnu, die WMO gelden zijn bedoeld om de mantelzorgers die overbelast zijn en de collega’s die erbij komen een klein beetje van hun taak te ontlasten door bijvoorbeeld te zeggen: ‘moeder mag twee middagen in de week op een centrum komen, waar anderen de verzorging overnemen, dan heb jij even tijd om bij te komen.’ Want de overbelaste mantelzorgers moeten wel de grenzen van hun mogelijkheden zoeken, maar niet uitvallen. Dat is respijtzorg.
Een voorbeeld waaruit blijkt dat de staat de maximering van de uitbuiting regisseert. Een meisje van elf jaar verzorgt haar hulpbehoevende ouders, zodat ze thuis kunnen blijven wonen. Maar zij wil naar het VWO. Nu gaan ambtenaren en ‘hulpverleners’ van officiële instellingen zich ermee bemoeien. Ze zoeken een ‘oplossing’, waarbij tijdens de schooluren een andere verzorger aanwezig is, zodat het meisje naar school kan. En de ouders thuis kunnen blijven wonen. Dat willen ze zelf ook graag. Mooi toch?
Dit toont aan dat het weliswaar tot op zekere hoogte met de botte bijl gaat bij die bezuinigingen, maar ook dat het een sluipend proces is. Eerst help je een dagje in het bejaardentehuis, langzaam moet je steeds meer doen. Was het enige jaren geleden zo dat vrijwilligers alleen koffie mochten schenken of een praatje maken, of een spelletje doen met de oudjes, het gaat al veel verder. En niemand heeft er zicht op dat het steeds verder gaat. En de overbelaste mantelzorgers, mensen met flexibele rot baantjes en werklozen in disciplineringsprojecten, wat doen zij? Vanuit schuldgevoelens, affectief burgerschap, verantwoordelijkheidsgevoel, of andere gevoelens en gedachten, gaan ze dikwijls zonder morren tot de uiterste grenzen van hun fysieke en geestelijke mogelijkheden.
Maar het verzet tegen dit soort onaanvaardbare toestanden groeit. Er is geld zat. In 2012 maakten bedrijven in Nederland 150 miljard winst. De bijstandsgerechtigden ontvangen slechts een klein percentage van het nationaal inkomen en van het totaal dat aan uitkeringen wordt verstrekt. Waarom moeten zij dan het pispaaltje van de bestuurders en politici worden, waarbij voor velen de toegang tot dit laatste vangnet meer of minder tijdelijk wordt afgesloten? Overal in het land nemen mensen initiatieven voor de oprichting van lokale groepen binnen en buiten de FNV die de dwangarbeid en de overbelasting van vrijwilligers aan de kaak stellen. Steeds meer rapporten, zwartboeken en verhalen van ervaringsdeskundigen komen op het internet. Weg met de dwangarbeid!

Verklaring


Tot slot de vraag: waarom wordt dwangarbeid ingevoerd? En waarom het initiatief voor een ‘participatiemaatschappij’, waarin ‘iedereen’ moet meedoen?
Dit is de stand van zaken. De winsten gaan naar een kleine groep bevoorrechten die in feite de zeggenschap hebben over wat er in de maatschappij gebeurt. De tegenstellingen tussen arm en rijk groeien. We leven in een kapitalistische maatschappij, waarbij de toename van de werkgelegenheid sinds de jaren zestig – uitgedrukt in arbeidsjaren – met ups en downs verwaarloosbaar is. Een vrijwel baanloze groei, gepaard gaande met een aanzienlijke massawerkloosheid. Een grote groep mensen komt aan de rand van de maatschappij terecht, waarbij ze leven in ‘grootsteden’ die steeds meer duaal (tweedelig) samengesteld zijn.
De door marktwerking economisch overbodig geworden mensen, zowel arbeidsgeschikten als ongeschikten, vormen de potentieel ontwrichtende segmenten van het postindustriële proletariaat. Doelstelling van het overheidsbeleid is om deze groep te normaliseren, controleren, bewaken en neutraliseren door hen onzichtbaar te maken of op te sluiten. In verschillende disciplinerings- en dwangarbeidstrajecten werken werklozen en taakgestraften naast elkaar in hetzelfde project; ‘workfare’ en ‘prisonfare’ zijn twee kanten van dezelfde medaille.
In feite worden geen fundamentele oplossingen gezocht, waarin de knelpunten van het productiesysteem ter discussie staan. Integendeel, de bestuurders ontwikkelen een beleid, waarbij de wetten van dat systeem aan iedereen in al zijn sociale relaties en handelingen worden opgelegd. Met als gewenste uitkomst, het individu als zichzelf regulerende ondernemer, opererend op een disciplinerende markt die de sociale relaties en de bezigheden van de burgers in alle opzichten structureert. Kenmerk van de sociale relaties moet zijn: (a) afbakening, van het eigen bezit ten opzichte van anderen en (b) omheining: trekken van grenzen, invoeren van toegangsvoorwaarden, bijvoorbeeld in de vorm van tolpoortjes en patentenwetgeving. Vervolgens vindt op basis van ruil op de markt handel plaats met die afgebakende en afgegrensde ‘producten’ en daarmee (c) de toe-eigening. Dat is het streven in sociale relaties het liefst meetbare dingen van anderen toe te eigenen, waarbij moeilijk meetbare waarden als solidariteit, mededogen en verantwoordelijkheidsbesef zoveel mogelijk kwantificeerbaar gemaakt worden.
Meetbaarheid, structurering en concretisering van menselijk handelen in ‘producten’ maakt handel, markt, kapitalisme, accumulatie van kapitaal, scheiding tussen producent en zijn productiemiddelen mogelijk. Vanuit de gedachte van gemeenschapszin, gebaseerd op solidariteit en andere mooie waarden zijn deze scheidingen, splitsingen en afbakeningen belachelijk. Ja, het hele onderscheid tussen productieve loonarbeid en reproductieve arbeid is belachelijk. Maar in feite hebben veel gevoerde discussies als inzet de ‘normalisering’ van de hier genoemde belachelijkheden. Denk aan de discussie over vrijstelling van de sollicitatieplicht voor bijstandsvrouwen. Of de discussie of veel bijstandsgerechtigden die kunnen werken, in feite klaplopers zijn die prima in de tuinbouw terecht kunnen.
De historicus Tine de Moor stelde recentelijk vast dat sinds ongeveer 2004 overal in het land mensen initiatieven nemen voor collectieve instituties, waar al die splitsingen niet of in geringe mate aanwezig zijn om zo tot een correctie te komen van de falende marktwerking. Een markt met dure producten die niet voor iedereen toegankelijk zijn en tegelijkertijd een verkeerde wijze van produceren inhouden, waarin bijvoorbeeld milieukosten elders worden gelegd. Vooralsnog heeft deze beweging geen politieke stem waarbij de genoemde belachelijkheden naar voren worden gebracht. Maar initiatieven van de ‘Transition Towns’, voedselcoöperaties en andere samenwerkingsvormen, bijvoorbeeld op het gebied van de energievoorziening, schieten als paddenstoelen uit de grond. Er is sinds 2004 sowieso een hausse in de oprichting van coöperatieve ondernemingsvormen, waarbij de leden anders willen produceren en consumeren dan het kapitalisme hen wil opleggen.
De vraag waarom juist nu de reorganisatie van verschillende sociale zekerheidswetten tot de nieuwe participatiewet, waarom juist nu de invoering van dwangarbeid voor vooralsnog kleine groepen, waarom juist nu de herziening van de zorg in de Wet maatschappelijke ondersteuning en ontmanteling van de AWBZ? Al deze reorganisaties gaan overigens gepaard met de decentralisatie van beleidsverantwoordelijkheden naar de gemeenten. Waarom juist nu de reorganisatie van het welzijnswerk onder het motto ‘we subsidiëren geen stenen’ – bedoeld zijn structurele subsidies voor staande organisaties die structurele kosten hebben om in stand te blijven – maar we steunen slechts concrete activiteiten in projectsubsidies die we stuk voor stuk beoordelen?
Hoewel de waarnemingen van Tine de Moor weinig in de publiciteit komen en eigenlijk niemand over die hausse van collectieve initiatieven praat, is het beslist niet uitgesloten dat de genoemde overheidsmaatregelen daarop mede een reactie zijn.
]]>