pagina's

maandag 21 juli 2014

donderdag 17 juli 2014

Gemeente huurt premiejagers in


Het doet me een beetje aan Wild West films denken. Dan had je ook de good guy en de bad guy. En op het hoofd van die bad guy werd dan een premie gezet. Wie hem ‘dead or alive’ kon opsporen kreeg de premie. Dit is hetzelfde principe. Straks gaan we nog premies invoeren voor burgers, die vermeend frauderende bijstandsgerechtigden melden. Daar kun je dan als premiejager geld mee verdienen. Dit zet de deur wagenwijd open naar nog meer misbruik dan al het geval is bij de bestaande sociale recherche. Als motivatie voor de gemeente wordt opgevoerd dat bijstand alleen is voor ‘wie het echt nodig hebben’. Zie voor een analyse van deze sociaal-democratische repressiestaat en de ideologische onderbouwing ervan mijn artikel op deze weblog op 03-07-2014 te vinden over de ideologische bezweringsforumles van een vastgelopen sociaal-democratie]]>

woensdag 16 juli 2014

Bromfiets

Heel gesprek gevoerd met iemand die wereld wil verbeteren. Dat wil ik ook, dus dat komt goed uit. Dus eh… Citaat uit het gesprek: Ik heb een bromfiets. Ook zoiets. Tegenwoordig heeft de politie een autootje met een rollerbank en daar zetten ze die bromfiets dan op. Alsof ze niks anders te doen hebben. Ik heb mijn hele leven hard gewerkt en ben nu 67. Nu moet ik van 2500 euro inclusief AOW 1000 euro belasting betalen. Waar lijkt dat op. Dus die agent zegt tegen me: meneer uw brommer kan wel 65. U krijgt een bekeuring. Ik zeg tegen die agent: neem nou twee fietsen. Een gewone en een racefiets. Die gewone fiets rij je misschien 25 km per uur. Op die racefiets kun je wel 45. Krijgt die racer dan ook een bekeuring? Er stond een motoragent bij. Ik zeg tegen die motoragent hoe hard kan jouw motor. 180 zegt die agent. Ik zeg: dan geef ik jou nou een bekeuring, want je mag binnen de bebouwde kom maar 50. Kijk, als ze mij op heterdaad betrappen, dat ik harder dan 40 rij, dat is wat anders. Maar dit. En ondertussen worden 50 meter verder allerlei auto´s opengebroken en daar doen ze niets aan.]]>

maandag 14 juli 2014

Innovatiestrateeg


Op twitter noemt iemand zichzelf ‘innovatiestrateeg’. Zal wel met ’transitie’ te maken hebben.]]>

vrijdag 11 juli 2014

Wie is Matthieu Weggeman?

Merkwaardig. Hoe komt zo’n bericht in de Volkskrant terecht. Wie is Matthieu Weggeman? EEN lid van de Raad voor cultuur. De publieke omroepen zouden te links zijn. Alleen Powned laat een tegengeluid horen, zegt hij. Zijn de uitspraken van die man zo belangrijk om een heel artikel aan te wijden? O, wacht even kijken in wikipedia. Weggeman was vroeger consultant bij Twynstra Gudde en adviseur van de raad van bestuur van Philips. Bij dat laatste bedrijf werkte hij onder andere met C.K. Prahalad. Nu is hij een Nederlands bedrijfskundige, organisatieadviseur, en hoogleraar organisatiekunde aan de Technische Universiteit Eindhoven. Het ziet ernaar uit dat de riool journalistiek die de VVD en de PVV steunt er een belangrijke lobbyist bij heeft, met dank aan de Volkskrant en het bedrijfsleven. Het artikel kan ik helaas niet linken want dan krijg ik de mededeling ’technisch onderhoud’. Misschien technici bij de Volkskrant die er iets anders over denken?]]>

donderdag 3 juli 2014

De ideologische bezweringsformules van een vastgelopen sociaaldemocratie

De Nederlandse sociaal-democratie van de Partij van de Arbeid schijnt het moeilijk te hebben. Grote verliezen bij de gemeenteraads- en Europese verkiezingen, en op het kabinet-Rutte kunnen ze niet echt hun stempel drukken. Maatregel na maatregel wordt genomen – door de sociaal-democraten Asscher en Klijnsma – die de armen armer en de rijken rijker maken. Het WRR-rapport “Hoe ongelijk is Nederland?” schetst de gevolgen.Velen waarschuwen ervoor dat de hervormingen in de zorg en de sociale zekerheid, met name de nieuwe Participatiewet, tot vele situaties zal leiden waarbij mensen jarenlang gaan leven beneden het voor ons land geldende bestaansminimum. Nu al horen we bij de Amsterdamse Bijstandsbond steeds meer van mensen die voor een bestaan beneden het absolute minimum kiezen, omdat de vernederende gang naar de bijstand hen teveel is. Strenge controles, op tafel leggen van je privéleven, dwangarbeid, huisbezoeken van twee controleurs die de kasten open willen zien, steeds maar doorvragen over je leefsituatie en je relaties, kortom het inmiddels tot volle wasdom gekomen sociaal panopticum waaronder mensen in de bijstand moeten leven, maakt dat velen maar van een aanvraag voor bijstand afzien. Een sociaal panopticum dat overigens onder invloed van bureaucratische wetmatigheden deel gaat uitmaken van een soort totaal panopticum voor de hele bevolking. Het sociaal panopticum voor mensen in de bijstand vloeit samen met bureaucratische controlesystemen voor de regulering van migratiestromen, en toepassing van de modernste technieken bij databanken voor de opslag van gegevens van alle burgers, die dagelijks in hun doen en laten worden geregistreerd. Daar worden dan vervolgens statistische analyses op toegepast om de kans op criminaliteit of fraude van burgers van te voren in te schatten en daarbij preventief op te treden en in te grijpen. Ook al heb je niets verkeerds gedaan, je bent bij voorbaat verdacht. Aan de andere kant stijgt de werkloosheid: velen moeten dan maar door bij hun ouders te gaan wonen (als die er nog zijn) of door zwart werk of hosselen of het verkopen van de daklozenkrant en andere informele activiteiten de eindjes aan elkaar knopen. Tot deze categorie behoort ook een groeiende groep zzp-ers die in feite beneden het bestaansminimum leven, maar door periodiek terugkerende tijdelijke opdrachten en zeer zuinig leven een beroep op de bijstand weten te voorkomen.Onzichtbaar gemaakte mensenDeze groeiende groep aan de onderkant van de samenleving blijft bij de officiële onderzoeken grotendeels buiten beschouwing. Voor de beleidsmakers bestaan die mensen eenvoudigweg niet. Tegenover de geavanceerde technieken om alles en iedereen te volgen en te registreren staat een schrijnende onwetendheid van de beleidsmakers over de effecten van hun beleid. Velen proberen aan het allesomvattende panopticum te ontsnappen. Duizenden jongeren zijn spoorloos in de databanken van de overheid en de statistieken. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de beleidsmakers het ook niet willen weten. Het confronteert hen met het falen van hun beleid en de negatieve gevolgen ervan. Alles is gericht op uitstroom uit de bijstand of inperking van migratie voor mensen die economisch-materieel gezien niet nuttig zijn om winst mee te maken. Een constante propagandastroom van berichten van lagere en hogere overheden over uitstroomcijfers die niet zijn onderbouwd, moet verhullen dat de beleidsmakers oogkleppen op hebben. Hoe heeft het zover kunnen komen, of beter nog, hoe kan het dat sociaal-democraten niet alleen compromissen sluiten met de liberalen, maar ook actief meewerken aan het ontstaan van deze situatie en zelfs voorop lopen bij het nemen van repressieve maatregelen? En dus in feite geen tegenwicht meer vormen voor het op zijn minst temperen van de groeiende kloof tussen arm en rijk in het kapitalisme en de ontwikkeling naar een politiestaat?De opkomst van het doorgeschoten liberalismeOver de opkomst van het liberalisme is al veel geschreven. Ook over de geschiedenis van die opkomst sinds Ronald Reagan en Margaret Thatcher. De oude welvaartsstaten in de westerse landen moesten worden afgebroken en vervangen door een marktsysteem waarbij overheidsvoorzieningen werden geprivatiseerd en normen werden gesteld voor de overheidsuitgaven op basis van bezuinigingen. In het kader van de Europese Unie werd voor de Europese landen een begrotingsdiscipline ingevoerd, die hen beroofde van diverse economische instrumenten om crises te bezweren. Bedrijven moesten meer winst maken door belastingverlagingen, flexibilisering van de arbeid en lastenverlagingen (in de praktijk: belastingverlagingen voor de rijken) zodat, aldus de redenering, meer bedrijven een grotere economische groei zouden realiseren waarbij de welvaart zou toenemen en er meer arbeidsplaatsen zouden komen voor de vele werklozen. Een win-win situatie! Meer marktwerking, de productie overlaten aan het privékapitaal, zou tot meer welvaart voor allen leiden.Van dit mooie droombeeld waaraan de liberalen en nu ook de sociaal-democraten in de regering-Rutte hardnekkig vasthouden, is in veel opzichten weinig terechtgekomen. In werkelijkheid heeft de afbraak van de overheidsvoorzieningen, als bescherming voor de mensen die in economisch opzicht zwakker staan, de periodieke crises die met de sterke marktwerking gepaard gingen en de daardoor ontstane massawerkloosheid geleid tot waar sommigen voor gewaarschuwd hebben: bij sterke marktwerking is er niet, zoals de theorie stelt, sprake van gelijkwaardige partijen die door rationele beslissingen een optimale toewijzing van middelen realiseren. Marktpartijen zijn zelden gelijk en een versterking van marktwerking leidt altijd tot een versterking van de sterksten en een verzwakking van de zwakste partijen. En dus een groeiende kloof tussen arm en rijk.ReorganisatieDe bovenstaande visie van de liberalen werd aangevuld met overheidsmaatregelen waarbij de gehele maatschappij moest worden gereorganiseerd. Schaalvergroting in het onderwijs en de gezondheidszorg, decentralisatie van rijkstaken naar gemeenten en naar “bestuursinstellingen op afstand”. Het beleid moest leiden tot verdere automatisering en rationalisering van productieprocessen waarbij de productie goedkoper zou kunnen worden uitgevoerd. Om maar een voorbeeld te noemen: planning van grote winkelcentra in de grote steden, concentratie van winkels in koopgoten in die centra en in grote winkeleenheden langs de zich gestaag uitbreidende snelwegen, uitgevoerd door miljoenenwinsten opstrijkende projectontwikkelaars. Er trad een golf van fusies op bij ziekenhuizen, onderwijsinstellingen en dergelijke, die tot meer efficiency moesten leiden en tot de mogelijkheid van grote investeringen waarbij de rationalisering van het productieproces verder werd bevorderd.Reeksen schandalen over corruptie, juridisch rechtmatige maar ook onrechtmatige verrijking van bestuurders, projectontwikkelaars in de bouw, omkoping, speculatie en een parlementaire enquête over de bouwfraude hadden en hebben geen invloed op het beleid. Alles gaat gewoon door. Het bovenstaande betekende een uitholling van de democratie in diverse opzichten. Overheidsdiensten werden geprivatiseerd of werden “bestuursinstellingen op afstand”. Een directe democratische controle op hun doen en laten was niet meer mogelijk. Hun beleid kon hooguit nog indirect worden beïnvloed met financiële prikkels: als je dit of dat niet doet, geven we je een boete of minder subsidie. Bevoegdheden werden verplaatst naar Europa, waar een parlement zit dat niet de bevoegdheden heeft die een parlement hoort te hebben. De schimmige onderhandelingen in de Raad van Ministers, evenals andere Europese organen die onder grote druk staan van de lobbynetwerken van grote bedrijven, beslissen over het wel en wee in de landen van Europa. De grootschalige productie-eenheden in bijvoorbeeld de gezondheidszorg, het onderwijs en bij woningbouwcorporaties hebben geleid tot ondoorzichtige bureaucratieën met veel macht aan de top, die aan niemand verantwoording hoeft af te leggen. Dit heeft geleid tot een laag van machtige bestuurders, die hun carrière vaak in de politiek beginnen en die zichzelf schandelijk hoge salarissen, afkoopsommen en bonussen toekennen en verder iedereen uitlachen. Een enkele kritische manager of onderzoeker komt af en toe tot de conclusie dat deze grootschalige fabrieken in de gezondheidszorg en het onderwijs geldverslindende bureaucratische molochs zijn met overbodige managementlagen en onbestuurbare toestanden. Hé, zei zo iemand dan, het blijkt dat een kleiner ziekenhuis toch goedkoper is.Dit verlies aan democratisch gehalte van de samenleving is des te erger, omdat in een democratie, waarbij beslissingen worden genomen over de inrichting van de samenleving, in de discussie daarover een soort overzicht ontstaat over de gevolgen van bepaalde maatregelen. Alle gevolgen voor alle groepen en eventuele kostenverhogende factoren buiten een specifieke onder controle staande organisatie komen in beeld. In de huidige situatie is dat niet meer zo. Al die private grootschalige instellingen, bedrijven en organisaties kijken alleen naar de efficiency in hun eigen organisatie of bedrijf en niet naar gevolgen die voor hen niet kostenverhogend werken, maar voor de samenleving als geheel wel. Een voorbeeld is de ontwikkeling naar grootschalige productie-eenheden in het onderwijs. Hogescholen werden geconcentreerd in grote steden, in slechts een beperkt aantal productie-eenheden. Studenten die overal in het land wonen, worden gedwongen om een dure kamer te huren in die stad. Maar die kamers zijn er vaak niet. Dus zijn veel studenten gedwongen om iedere dag vijftig tot honderd kilometer met de trein heen en terug te reizen, treinen die dus iedere dag overvol zitten met reizende studenten die naast de andere forenzen een plaatsje in die treinen moeten zien te bemachtigen. De reiskosten moeten worden betaald door de staat. Maar de hogescholen hoeven bij hun planning van de geldstromen geen rekening te houden met deze ontwikkeling. De planning van schaarse grootschalige productie-eenheden, geconcentreerd op bepaalde plaatsen, leidt trouwens ook op andere terreinen tot milieuvervuilende en zeer veel geld kostende reizigersstromen.Het activeringscompromisHoe kan het dat de sociaal-democraten van de Partij van de Arbeid niet alleen zijn meegegaan in de ontwikkeling van dit beleid, maar nu voorop staan in het nemen van maatregelen tegen de zwaksten in de samenleving, die aan hun lot worden overgelaten? Die vraag is moeilijk te beantwoorden als je niet wilt blijven steken in de miljoenen malen op internet herhaalde argumenten van baantjesjagers, loopjongens van het kapitaal en graaiers aan de top die zich bewust zijn van hun kwade wil. Tot aan meer of minder suspecte samenzweringstheorieën over een kleine elite die de onderklasse bewust wil vernietigen. Natuurlijk zijn er baantjesjagers en egoïstische bestuurders die zichzelf bewust verrijken. Maar is dat een voldoende verklaring voor de teloorgang van de sociaal-democratie als geheel? Ik denk dat de sociaal-democratische bestuurders heilig hebben geloofd in het volgende: een compromis met de liberalen is mogelijk, en is zelfs de enige weg, hun maatschappijmodel is aanvaardbaar, maar er kunnen in dat model uitvallers zijn. Daarom moeten we dan inbrengen dat de aanpassing van de mensen aan de neo-liberale ontwikkelingen mogelijk wordt gemaakt. Dus om dat mogelijk te maken eisen we faciliteiten en geld ten behoeve van de mensen.Om de werkloosheid als voorbeeld te nemen: we moeten de situatie bewerkstelligen dat zoveel mogelijk mensen kortdurend werkloos zijn, het moet meer worden: tussen twee banen in. En daarvoor moet een scala aan positieve en negatieve prikkels worden ontwikkeld die het gedrag van de burgers bijstuurt. Ook op andere beleidsterreinen moet dat nagestreefd worden, iedereen moet meekomen in de liberale orde, en dat doen we via het bevorderen van “zelfredzaamheid”, “eigenkracht”-conferenties, “erop af”-methoden, maar ook door streng te straffen als iemand in onze ogen niet wil. Daaraan gekoppeld zijn ideologische redeneringen over hoe we een onderscheid moeten maken tussen mensen die het “echt” nodig hebben en mensen die het “niet echt” nodig hebben, en tussen “niet-willers” en “niet-kunners” onder de werklozen. Dat moet worden vastgesteld door “maatwerk”. In individuele situaties moet een stoet van ambtenaren, (klant)managers, hulpverleners, reïntegratieconsulenten, verplegers en controleurs beoordelen waar iemand bij moet worden ingedeeld. Het past ook in het “volumebeleid’.Je kunt het sociale minimum handhaven, en ook de bijstand, als alleen mensen “die het echt nodig hebben” daarvoor in aanmerking komen. Dan wordt ook de “legitimering” van het sociale stelsel bij de burgers gehandhaafd. Daarom moeten er strenge controles zijn aan de poort om dat te beoordelen, en ook als iemand een uitkering heeft, zijn uitgebreide teams van handhavers en sociale rechercheurs nodig, die gebruik maken van de nieuwste opsporingstechnieken en technologieën. Dat alles in naam van een rechtvaardige maatschappij, waarin niemand achter blijft en iedereen meekomt. De uitgebreide bureaucratie van de verzorgingsstaat is vervangen door een nieuwe bureaucratie die belang heeft bij deze ontwikkelingen. Deze volledig op het individu gerichte politiek stelt je individueel verantwoordelijk voor bijvoorbeeld werkloosheid. Als je geen werk kunt vinden, dan is er iets mis met jou, daar moet aan worden geschaafd. Je hebt de verantwoordelijkheid om je “employability” op peil te houden. De maatschappelijke voorwaarden en omstandigheden verdwijnen uit beeld, moeten wel uit beeld verdwijnen, want de sociaal-democraten hebben het maatschappijmodel van de liberalen aanvaard. In feite gaat het bij de bovengenoemde termen en redeneringen om ideologische bezweringsformules die de werkelijke problemen van en de samenhang met dat liberale maatschappijmodel moeten verhullen. Daarbij worden complexe psychische processen in de hoofden van mensen versimpeld tot enkelvoudige schijntegenstellingen tussen goed en kwaad, waarbij die versimpelingen vervolgens het uitgangspunt zijn bij bureaucratische rationaliseringsprocessen op basis van efficiency.GetuigenverklaringenTalloos zijn op internet de getuigenverklaringen van mensen vanuit hun persoonlijke situatie, waarbij duidelijk wordt dat het niet werkt. Talloos zijn de verklaringen van “zaakwaarnemers”, belangenorganisaties, advocaten en andere hulpverleners dat deze ideologie en de daarbij behorende bureaucratie een averechts effect heeft. Dat er in een situatie van massawerkloosheid altijd uitvallers zijn, dat er misstanden ontstaan in en door de bureaucratieën, dat privacy en andere rechten worden geschonden, dat de mensvisie in het bovenstaande niet klopt, dat er een verband bestaat tussen het gedrag van mensen en de omstandigheden waarin ze leven, dat het liberale maatschappijmodel niet deugt. De sociaal-democraten horen het niet. Ze zijn in “achterstandswijken” geweest, ze hebben met de mensen gepraat, ze krijgen e-mails, brieven, discussiëren, maar ze horen en zien niets. De omstandigheden en de invloed ervan benoemen, nee, dat is uit. Het liberale maatschappijmodel staat voor de sociaal-democraten niet fundamenteel meer ter discussie. Ze zijn de gevangenen geworden van hun eigen compromis en van de op actie en reactie gebaseerde spiraal naar beneden naar de politiestaat en het recht van de sterkste.]]>

maandag 30 juni 2014

Dwangarbeid is het juiste woord

“Dwangarbeid” is de verkeerde benaming voor de werkzaamheden van bijstandsgerechtigden op bijvoorbeeld het Hembrugterrein, zo betoogde het Amsterdamse PvdA-raadslid Dennis Boutkan afgelopen vrijdag in zijn opiniestuk “Neem afstand van SP-terminologie”, dat in Het Parool verscheen. Maar er is geen beter woord voor, en Boutkan maakt zich druk over de verkeerde zaken, schrijven vier critici, waaronder Doorbraak-activist Piet van der Lende, vandaag in hun gezamenlijke reactie hieronder, die ook in Het Parool is gepubliceerd.


Bijstandsgerechtigden uit Amsterdam werden op het Hembrugterreinverplicht aan het werk gezet, op straffe van korting op de uitkering. Zij moesten vanaf oktober 2011 het gebied vrijmaken van struiken en onkruid zonder beschermende maatregelen en zonder dat er een precies beeld was van de mate van vervuiling van het terrein. Er was geen vergunning voor het werken op terreinen met gevaarlijke stoffen en er waren geen gecertificeerde werkmeesters. Hoewel de betrokken uitkeringsgerechtigden diverse keren aan de bel trokken dat er wellicht een gevaar voor hun gezondheid bestond, werd er weinig acht geslagen op hun protesten. Niet meer komen betekende een korting op de uitkering. Tegen deze wantoestanden protesteert Boutkan niet, hoewel mensen wellicht blijvende gezondheidsschade hebben opgelopen. Wel treft de term dwangarbeid hem in zijn hart, schrijft hij.
Wat hem in zijn hart had moeten treffen, is de gedwongen tewerkstelling onder het mom van reïntegratie van mensen onder dreiging van een flinke korting op of zelfs intrekking van hun bijstandsuitkering. Dat betekent geen huur kunnen betalen, geen eten kunnen kopen en de zorgpremie niet kunnen voldoen. Het ís namelijk dwangarbeid volgens de definitie van de Internationale Arbeidsorganisatie: “Onder dwangarbeid wordt arbeid verstaan die mensen onder bedreiging van straf, tegen hun wil, verrichten.”
Schoenenpoetsen

Ieder weldenkend mens hoort daar tegen te zijn. De PvdA heeft er echter hard aan meegewerkt dat mensen zonder werknemersrechten, zonder veilige arbeidsomstandigheden en zonder salaris moeten werken. Dat leidt tot verdringing van betaalde arbeid, ontduiking van het wettelijk minimumloon, niet-naleven van de cao en oneigenlijke concurrentie voor andere werkgevers. Maar dat raakt sociaal-democraat Boutkan niet in zijn hart. Sterker: hij bejubelt het feit dat mensen met veel werkervaring, die recent werkloos zijn geworden, via de Herstelling van de gemeente totaal zinloos “werknemersvaardigheden” moeten opdoen. Schoenenpoetsen, strijken, takken rapen in het Amsterdamse Bos.
Zijn bewering dat door dit beleid meer dan vierduizend bijstandsgerechtigden aan het werk zijn geholpen, wordt niet gestaafd door de feiten. Schoolverlaters en uitstromers naar de Sociale Werkvoorziening zijn bij deze cijfers inbegrepen. Boutkan doet een hartstochtelijk appèl op wethouder Arjan Vliegenthart om afstand te nemen van de term dwangarbeid. Ondergetekenden doen een hartstochtelijk appèl op de PvdA-fractie om daden te tonen en niet te vallen over woorden. Maak samen met ons zo snel mogelijk een einde aan werken zonder loon in Amsterdam. Werk moet lonen, te allen tijde, dat zou de Partij van de Arbeid toch moeten onderschrijven.
Piet van der Lende (Actiecomité Dwangarbeid Nee)
Déjo Overdijk (Bijstandsbond)
Maureen van der Pligt (FNV)
Sadet Karabulut (SP)
]]>

zaterdag 28 juni 2014

De nieuwe werkgeversvoorzitter Hans de Boer en de omkering van Polanyi

De Boer.Vandaag in alle media interviews met de kersverse voorzitter van de werkgeversvereniging VNO, Hans de Boer. Hij zegt in die interviews nogal tegenstrijdige dingen. Maar in Trouw meldt hij: “Toen ze mij vroegen, dacht ik: dat is mijn kans om de cruciale betekenis van het ondernemerschap voor het voetlicht te brengen. Ondernemers maken de economie en de economie maakt de samenleving.” De Boer wil het accent leggen op economische groei, want dat betekent werk. Afgezien van het antwoord op de vraag of dat laatste waar is, wordt de stelling van De Boer wel de omkering van Polanyi genoemd. 
Deze econoom schreef een boek getiteld “The Great Transformation” (1957). Hij benadrukte het belang van de inbedding van de economie in de samenleving. Tegelijkertijd waarschuwde hij dat wanneer de economie alle andere domeinen van het leven zou aandrijven en domineren, dit een totale ontwrichting van de maatschappij ten gevolge zou hebben. De economie wordt door de nu leidende politici en politieke partijen niet gezien als een onderdeel van de samenleving, waarbij de eerste zich moet aanpassen aan de tweede, nee, de werkelijke situatie wordt op zijn kop gezet. De samenleving moet worden ingebracht in de economie, waarbij de kapitalistische verhoudingen stilzwijgend als normaal en niet ter discussie staand worden gepostuleerd. Het adagium “Eerst komt de economie en dan komen de mensen” is de afgelopen dertig jaar vertaald in het uitgangspunt dat de mensen aangepast moeten worden aan een economische ontwikkeling, waarbij het spel van vraag en aanbod op de markt het leidende principe is. De Boer werkt dit principe in zijn interviews verder uit, waar het gaat om de flexibilisering van de arbeid en de rechten van werknemers. “De vaste baan bestaat niet meer.”
Vanuit de omkering van Polanyi is het voor de aanpassing van mensen en hun samenleving belangrijk dat de overheid het individuele gedrag van mensen tracht te beïnvloeden en bij te sturen. Terwijl in de zeventiger jaren nog het uitgangspunt gold dat de overheid actief werkgelegenheid, dus banen, moet creëren en een industrieel beleid moet voeren om ervoor te zorgen dat bepaalde sleutelindustrieën niet uit het land verdwijnen, werd met de parlementaire enquête over de scheepsbouw begin tachtiger jaren van de vorige eeuw deze politiek geheel verlaten. Werkloosheidsbestrijding werd werklozenbestrijding, dat wil zeggen: bestrijding van werkloosheid betekent het individuele gedrag van werklozen beïnvloeden en bijsturen en hen kennis en vaardigheden bijbrengen om op een flexibele arbeidsmarkt steeds een ander baantje te nemen. Ook op andere terreinen van de maatschappij vond deze radicale omslag in het denken plaats, zoals in het welzijn, de criminaliteitsbestrijding en de ombouw van de welvaartsstaat van de zeventiger jaren. Uitgangspunt is daarbij dat in de ‘softe’ zeventiger jaren individuele misdragingen werden vergoelijkt met een beroep op de maatschappelijke omstandigheden. Het gaat er niet om om naar de invloed van maatschappelijke omstandigheden op het individuele gedrag te kijken en de tegenstellingen tussen arm en rijk en de massawerkloosheid te zien als voortvloeiende uit het karakter van het economisch systeem, nee,  je moet weer meer de individuele verantwoordelijkheid van mensen benadrukken, de mensen aanspreken op hun gedrag, en een beleid ontwikkelen waarbij de bijsturing van het individuele gedrag van mensen uitgangspunt is voor de oplossing van maatschappelijke problemen. In het verlengde darvan werd de controlemaatschappij ontwikkeld, waarbij een netwerk van bureaucratieën en uitvoerende organisaties bezig is om individuen te controleren, te sturen, in de gaten te houden en verzet te onderdrukken. De Boer waarschuwt ons: alle samenlevingsvormen, hulpverleningsvormen, participatiemaatschappij, familie-, sociale en vriendschapsrelaties, vormen van niet-commerciële productie, vrijwilligerswerk, onbetaalde arbeid, enzovoorts, moeten voor zover dat nog niet is gebeurd ondergeschikt worden gemaakt aan de wetten van het kapitalisme en daardoor worden overgenomen.
Optimisme
Polanyi was in 1957 optimistisch over de toekomst. Raf Jansen, die de afgelopen dertig jaar zijn sporen heeft verdiend in de strijd van mensen met een minimuminkomen voor hun emancipatie, werd een van de grote organisatoren van de Sociale Alliantie, een samenwerkingsverband van de vakbonden, de kerken en andere grote maatschappelijke organisaties ter bestrijding van armoede en sociale onrechtvaardigheid. Daarbij verliet hij de weg van agitatie en actie en veronderstelde hij dat met kracht van argumenten aan de overlegtafel positieve veranderingen zouden kunnen worden bewerkstelligd en dat de verschillende grote crises (milieu, energievoorziening, klimaatverandering, economische crises) de kapitalisten en de staat er wel toe zouden brengen om naar de bevolking te luisteren. Hij baseert zich daarbij onder meer op het optimisme van Polanyi. Jansen memoreert dat Polanyi in zijn boek beschrijft hoe de markteconomie opkomt in de negentiende eeuw, hoe deze economie los groeit van de samenleving, hoe de samenleving daardoor vernietigd dreigt te worden en hoe de samenleving uiteindelijk uit zelfbehoud deze losgeslagen markteconomie weet te temmen.
Het boek van Polanyi kondigt de na-oorlogse verzorgingsstaat aan en de vorming van het kapitalisme met het menselijke gezicht: de markteconomie wordt ingebed in een goede sociale ordening van de samenleving. Dat boek bevat volgens Jansen twee grote lessen. De eerste les is dat geen enkele samenleving op den duur een te vrije werking van de markteconomie kan verdragen: ze zal spontaan de markt gaan corrigeren! In die laatste vaststelling zit de tweede les van Polanyi. De invoering van de vrije markt in de negentiende eeuw vergde intensief staatsingrijpen. Anders dan wij in de geschiedenislessen hebben geleerd, werd “laissez-faire, laisser-aller” gepland en gebeurde de temming van deze losgeslagen markt spontaan vanuit de samenleving. Pas later werd die temming overgenomen door de staat en ontstond de verzorgingsstaat. Die spontane reactie vanuit de samenleving stemt Jansen hoopvol. Dat kan nu weer gebeuren. Al denkt hij wel dat we die spontaniteit hier en daar een handje moeten helpen.
Polanyi schreef zijn boek in de “Trente Glorieuses”, de glorieuze dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog, toen de welvaartsstaat werd opgebouwd, er grote groeicijfers waren en volledige werkgelegenheid. Zijn optimisme is tijdgebonden. En ook Jansen is wel erg optimistisch. De stellingnames van De Boer anno juni 2014 laten zien dat de kapitalisten en de liberalen in de politiek van verschillende partijen zonder effectieve tegendruk geen duimbreed zullen wijken in het licht van welke crisis dan ook.
]]>

donderdag 19 juni 2014

Bijstandsgerechtigden die werkten met behoud van uitkering blootgesteld aan asbest, mosterdgas en andere gevaarlijke stoffen op het Hembrugterrein in Zaandam

In augustus is antwoord gegeven op de vragenOp donderdag 12 juni meldde P. Z. zich op het spreekuur van de Bijstandsbond waar hij zijn ervaringen met het werken met behoud van uitkering als bijstandsgerechtigde kwam vertellen. Van zijn verhaal is een rapport gemaakt. (Zie bijlage). Hij heeft o.a. als bijstandsgerechtigde uit Amsterdam op straffe van kortingen op zijn uitkering gewerkt op het zwaar vervuilde Hembrugterrein in Zaandam. Toen P. in 2009 werkloos werd en eerst WW en daarna bijstand kreeg hebben de uitkerende instanties zijn opmerkingen, voorstellen en problemen systematisch genegeerd. Hij kwam als dwangarbeider terecht in het Amsterdamse Bos en uiteindelijk in december 2011 op het hierboven genoemde Hembrugterrein, waar niemand rekening hield met zijn situatie. Het Hembrugterrein bleek een zwaar met chemicaliën en resten van wapens en explosieven vervuild voormalig militair terrein te zijn. P. heeft de risico’s van het werken op dat terrein van 2011 tot in 2013 aangekaart bij de Herstelling die hem tewerk had gesteld, maar hij vond geen enkel gehoor. Uit de stukken die hij tijdens een onderzoek in handen kreeg blijkt, dat de groenploeg van Herstelling die vanaf december 2011 op het terrein werkte dit deed terwijl de autoriteiten wisten dat er risico’s waren. De leden van de groenploeg haddenen wel beschermende kleding aan maar of dit voldoende bescherming tegen de vervuiling was is onduidelijk. Ze hebben  gezaagd, gegraven en onkruid gewied op het terrein, dat pas in het najaar van 2012 zou worden gesaneerd. Een definitief actualiserend onderzoek is pas in de zomer van 2012 uitgevoerd. De leden van de groenploeg van dwangarbeiders die door Herstelling het terrein werden opgestuurd beschikten niet over de vereiste certificaten voor het werken met gevaarlijke machines. De werkmeesters beschikten wel over die certificaten, maar weer niet over certificaten voor het werken met gevaarlijke stoffen op vervuilde terreinen. Herstelling had en heeft geen vergunning voor het werken op vervuilde terreinen. De dwangarbeiders hadden er nooit naartoe gestuurd mogen worden.

Ook onder het personeel van Herstelling ontstond onrust. Daarover is in december 2012 een voorlichtingsbijeenkomst geweest, waar niet de onderliggende onderzoeksrapporten aan het personeel werden overhandigd.  (Een actualiserend onderzoek naar de vervuiling op het Hembrugterrein van Arcadis was toen een half jaar oud). Men ontkende dat er iets aan de hand was. Herstelling besloot, met wat nadere afspraken gewoon met de werkzaamheden door te gaan. Uit de correspondentie en de rapporten blijkt, dat het terrein in strijd met de Wet Bodem Bescherming is gesaneerd waarbij de kostenfactor een grote rol speelde. Uitvoeren van de wet zou teveel geld  hebben gekost. Ongeveer 1 hectare is gesaneerd, maar van het andere gedeelte is op basis van ‘historisch’ onderzoek geconcludeerd, dat er niets aan de hand is.
Overigens was niet alleen de groenploeg van Herstelling al vanaf november – december 2011 op het terrein aan het werk, er waren ook al aannemers actief, die hun personeel hebben blootgesteld aan situaties waarvan zij de gevaren niet konden overzien. De verschillende uitvoerende instanties en de verantwoordelijke bestuurders hebben vanaf 2009 tot nu toe de signalen van mensen die er werkten over de vervuiling en de risico’s gebagatelliseerd en ontkent, toen bekend was dat die risico’s er waren maar niet bekend was hoe groot die waren.
 
Voor meer informatie:
 ]]>

donderdag 17 april 2014

Klijnsma voorstel: werklozen die geen Nederlands spreken kunnen verrekken

Aan de ene kant nieuwe symboolwetgeving, aan de andere kant desastreuze gevolgen. Wie een jaar na het aanvragen van bijstand verwijtbaar nog geen Nederlands spreekt, kan zijn uitkering kwijtraken. Dat is de kern van een wetsvoorstel dat PvdA-staatssecretaris Jetta Klijnsma voor advies naar de Raad van State heeft gestuurd. De zoveelste aanval op werklozen.Met dit voorstel dreigt er voor het verkrijgen van bijstand in de praktijk een beoordelingsmoment bij te komen. Extra ambtenaren moeten gaan beoordelen of iemand Nederlands spreekt, hoewel klantmanagers er niet voor hebben doorgeleerd om dat te beoordelen. Wat staat ons naar alle waarschijnlijkheid te wachten, als het voorstel wordt ingevoerd? Er zullen uitzonderingsgevallen worden bedacht. Er zullen criteria moeten komen om na te gaan wanneer sprake is van verwijtbaar gedrag. Er zullen door bijstandsgerechtigden bezwaarschriften worden ingediend bij de gemeente, waarna zaken bij de rechter zullen komen. Er zal op basis van beslissingen van rechters nieuwe jurisprudentie worden ontwikkeld. Er zal nieuwe bureaucratie ontstaan, met examens en examinatoren, en er zullen nog ingewikkeldere regels en voorschriften komen, waar de VVD zogenaamd op tegen zegt te zijn. De liberalen pleiten wel voor minder overheidsingrijpen en deregulering als het om de rijken gaat, maar breiden de controle- en strafstaat uit om de armen in de gaten te houden en klein te krijgen. Twee jaar geleden diende VVD-Kamerlid Cora van Nieuwenhuizen een wetsvoorstel in dat sterk leek op dat van Klijnsma nu. En drie jaar geleden maakte de “spreek Nederlands”-eis deel uit van een pakket maatregelen van minister Henk Kamp, onder het motto “eerst modelburger worden, dan pas bijstand”.Het Klijnsma-voorstel vormt aan de ene kant symboolwetgeving, omdat te verwachten valt dat voor veel bijstandsgerechtigden toch wel een uitzondering zal moeten worden gemaakt. Maar het is aan de andere kant ook waarschijnlijk dat een grotere of kleinere groep werklozen getroffen gaat worden door het voorstel. De disciplineringsmaatregel moet beschouwd worden als een nieuw wapen waarmee een heel leger ambtenaren hun dagelijkse bezigheid “werklozen pesten en opjagen” nog verder kunnen intensiveren. In de toekomst kunnen werklozen met die maatregel nog eerder en gemakkelijker worden uitgesloten van bijstand. Maar de protesten tegen de voortdurende aanvallen op onze bestaanszekerheid zouden ook wel eens kunnen gaan toenemen. Want de overheid kan werklozen wel hun inkomen ontnemen, maar niet de wil om te leven en te strijden tegen onrecht.Een stukje geschiedenisToen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw de eerste generatie migranten, in die tijd “gastarbeiders” genoemd, door de bazen en de staat werden geworven in onder meer Marokko en Turkije, vormde het geen probleem dat velen van hen analfabeet waren en geen Nederlands spraken. De werkgevers en de overheid maakten zich er niet druk om. Er was een tekort aan arbeidskrachten, en die analfabeten konden mooi eentonig lopende band-werk doen in fabrieken, zo dacht men in die kringen. En die migranten verbleven hier toch maar tijdelijk, meende men, dus waarom zouden er investeringen moeten worden gedaan voor mensen die op termijn toch weer zouden vertrekken. Ze zoeken het zelf maar uit, als ze niet kunnen lezen en schrijven, aldus de houding van de overheid en de werkgevers, die dan ook niet investeerden in taalonderwijs en andere voorzieningen. Lekker goedkope arbeidskrachten, daar draaide het allemaal om. En als we die “gastarbeiders” niet meer nodig hebben, dan dumpen we hen toch gewoon. Zo stelde men zich toen op.Maar de migranten probeerden te ontsnappen aan de bittere armoede in hun landen van herkomst en bleven daarom in Nederland. Zeer velen van hen wilden maar al te graag Nederlands leren en leren lezen en schrijven, met behoud en verdere ontwikkeling van een eigen identiteit. Het krijgen van onderwijs om te leren lezen en schrijven is een fundamenteel mensenrecht, waarvoor de overheid voorzieningen beschikbaar moet stellen. Maar dat deed de Nederlandse overheid in de loop der tijd maar mondjesmaat. Er ontstonden toen lange wachtlijsten bij alfabetiserings- en taalcursussen.Geld vindenToen de inburgeringscursussen ingevoerd moesten worden, moest daar geld voor worden gevonden. De schandelijke situatie doet zich nu voor dat in Nederland anno 2014 meer dan een miljoen in Nederland geboren en getogen burgers niet kunnen lezen en schrijven. Oorspronkelijk had de overheid wat geld uitgetrokken om via het volwassenenonderwijs mensen te leren lezen en schrijven. Dat onderwijs moest wel worden gegeven door vrijwilligers. Want de overheid financierde geen betaalde leerkrachten, hoewel duidelijk is dat  anderen een taal leren en leren lezen en schrijven een vak is dat lang niet iedereen in de vingers heeft. Het gevolg was dat de overheid nog meer ging bezuinigen op het volwassenenonderwijs en dat geld ging gebruiken om inburgeringscursussen mee te financieren. Daar waren veel mensen boos over. Sommigen gaven migranten die moesten inburgeren, er de schuld van dat het volwassenenonderwijs om zeep was geholpen. Echter, niet de migranten, maar de staat heeft het probleem veroorzaakt. De staat weigert immers om voldoende voorzieningen beschikbaar te stellen voor mensen die niet kunnen lezen en schrijven en geen of onvoldoende Nederlands spreken. De staat kwam ook met de leugen dat er nu eenmaal moet worden bezuinigd en dat dit soort voorzieningen daarom moet verdwijnen. Maar er is geld genoeg in Nederland. Het is alleen enorm onrechtvaardig verdeeld. De rijken worden rijker en de armen worden armer.Nu heeft de staat een nieuwe stok gevonden om de hond te slaan. Men stelt de eis dat mensen die een beroep doen op de bijstand, Nederlands moeten spreken. Principieel gezien moet daar krachtig stelling tegen worden genomen. Want ook wie geen Nederlands spreekt, behoort in dit land een inkomen te hebben om van te kunnen leven. Het wetsvoorstel geeft Klijnsma een extra smoes om nog meer mensen uit de bijstand te kunnen jagen en daarmee over de ruggen van armen nog meer te kunnen bezuinigen. Het voorstel is vanuit het perspectief van de betrokken bijstandsgerechtigden niet alleen onrechtvaardig, maar ook overbodig. Want de overgrote meerderheid van de mensen die geen of onvoldoende Nederlands spreken of niet kunnen lezen en schrijven, wil dolgraag ondersteuning hebben om dat te kunnen leren. Waarom moet er in de bijstandsregels, die toch al zoveel controle en intimidatie bevatten, de zoveelste extra verplichting worden opgenomen? En gaat de staat nu wel voldoende faciliteiten ontwikkelen om de schande van het alfabetisme in Nederland structureel aan te pakken? Dat denk ik niet. De staat gaat vooral door met aantasten van de bestaanszekerheid en met bezuinigen aan de onderkant van de samenleving. Ook praat de staat de armen aan dat armoede en werkloosheid hun eigen schuld is. En onder het mom van de eigen verantwoordelijkheid dwingt de staat inburgeringsplichtige migranten sinds 2013 om zelf de kosten van hun integratie op te hoesten. Wie dat niet kan betalen, moet geld lenen bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).]]>

vrijdag 11 april 2014

Volgens een recente brief van achttien landelijke hulporganisaties aan alle gemeenteraden raken steeds meer mensen in financiële problemen. Maar armoedebestrijding is niet gebaat bij de vrijwel nietszeggende inhoud van hun brief.

In 2012 behoorden ruim 1,3 miljoen (8,4 procent) mensen tot een huishouden met een laag inkomen, waaronder 391.000 (11,8 procent) kinderen. Iets meer dan een op de zes Nederlandse huishoudens (17,2 procent) liep in dat jaar een risico op problematische schulden, had die schulden al of zat in een schuldhulpverleningstraject. Vanwege een laag inkomen en flinke schulden worstelen deze armen dagelijks met het probleem hoe ze rond kunnen komen en hoe ze mee kunnen blijven doen aan de samenleving. Soms verliezen mensen zelfs een dak boven het hoofd. De hulporganisaties vinden dat niemand als gevolg van zijn financiële situatie buiten spel mag staan, zeker kinderen niet.
Na deze schrijnende vermelding van de feiten doen de organisaties in hun brief de nogal vrijblijvende oproep dat armoedebestrijding en schuldhulpverlening in de nieuwe collegeprogramma’s van gemeenten prioriteit moet krijgen. Uiteraard zullen alle gemeenteraden benadrukken dat het bij hen “de allerhoogste prioriteit” heeft. De VVD voorop. Maar hoe of wat, welke maatregelen er moeten worden genomen en wat een goed beleid is, daar laat de brief zich niet over uit. En vanzelfsprekend plaatsen de organisaties die de brief hebben ondertekend, zoals de Sociale Alliantie, de Voedselbanken, Cordaid, het Leger des Heils en Kerk in Actie, zichzelf in het zonnetje. Ze geven aan dat er toch vooral wel met hen moet worden samengewerkt, dat ze al veel doen en dat ze samen met gemeenten een bijdrage kunnen leveren aan de armoedebestrijding.
De organisaties stellen vast dat gemeenten gelukkig meer geld krijgen voor armoedebestrijding. Maar dat optimisme is nogal misplaatst. Want gemeenten krijgen allerlei taken toegeschoven van de rijksoverheid die ze juist met minder geld moeten uitvoeren. De brief van de organisaties had net zo goed niet geschreven kunnen worden. Dit soort nietszeggendheid krijg je als de breedte van de samenwerking het belangrijkste is en de inhoud wordt gereduceerd tot een waterige tekst waarin armoede en de bestrijding ervan ernstig wordt gedepolitiseerd. Iedereen kan zich wel vinden in de brief, van de PVV tot de SP. En dat is nu precies ook het probleem. Ondertussen groeit de kloof tussen arm en rijk en zit de onderkant van de samenleving in de hoek waar de klappen vallen.
]]>

vrijdag 4 april 2014

Euromarsen tegen dwangarbeid

Maar de bijstand is een vangnet voor mensen die geen betaald werk hebben en die zonder geld zitten. Je hebt geen keus om zelf werk te kiezen en je kunt niet weigeren. Wanneer je de opgelegde dwangarbeid weigert, krijg je met zware sancties te maken of met stopzetting van je uitkering. Daarom is werken voor je uitkering een vorm van dwangarbeid.
In het kader van de overheidsbezuinigingen wordt dit beleid steeds meer doorgevoerd. Werklozen kunnen het werk dat eerst betaalde krachten deden mooi gratis doen. Dat gebeurt in de verschillende Europese landen in meerdere of mindere mate. Maar de denkrichting is overal hetzelfde. In Nederland gebeurt het al op vrij grote schaal. Werknemers, die voor een loon diensten verrichten, bijvoorbeeld bij de overheid, worden ontslagen, werklozen nemen hun plaats in. Ook in commerciële bedrijven werken gratis arbeidskrachten. Dat is verdringing van betaalde arbeid. Bestuurders worden niet moe te zeggen dat dit niet voor mag komen. In werkelijkheid gebeurt het toch. En de lonen van degenen die nog betaald werk hebben dalen, omdat zij soms moeten concurreren met werklozen die voor hun uitkering werken.
Deze werklozen hebben niet de rechten, die werknemers met een loon hebben. Zoals een arbeidscontract, een cao of een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Zij blijven onder het regiem van de bijstand en werken als werklozen zonder rechten. Men verkoopt deze maatregelen met de leugen, dat werklozen eerst ‘werknemersvaardigheden’ moeten leren, om hun kansen op betaald werk te vergroten. Op deze wijze wordt gesuggereerd, dat de werklozen zelf schuldig zijn aan hun werkloosheid. Maar de oorzaak van werkloosheid is niet een gebrek aan ‘werknemersvaardigheden’ maar een gebrek aan banen.De Europese Marsen tegen werkloosheid, onzekere flexibele arbeid en sociale uitsluiting eisen:
Geen dwangarbeid voor werklozen
Geen verlagingen en kortingen op de uitkeringen
Stop de strafsancties tegen werklozen.
Een uitkering is een recht, wanneer je geen andere     bestaansmiddelen hebt.
In alle landen van Europa moet er een leefbaar sociaal minimum zijn. Daarvoor moeten criteria op Europees niveau ontwikkeld worden.
Scheppen van voldoende arbeidsplaatsen. Arbeidstijdverkorting met behoud van loon.
Een leefbaar Wettelijk Minimum Loon in alle Europese landenEuropese Marsen tegen werkloosheid, onzekere flexibele arbeid en sociale uitsluiting, een Europees netwerk van vakbondsgroepen en uitkeringsgerechtigdengroepen.
Da Costakade 162 – 1053 XD Amsterdam. 020-6898806. euromarsen@dds.nlDuitse vertaling van het pamflet:

Arbeiten für Sozialhilfe?

Das ist Arbeitszwang!

In verschiedenen europäischen Ländern wird eine Politik entwickelt, wobei Sozialhilfe oder ein Schutz gegen Arbeitslosigkeit kein allgemeines Recht mehr ist, wenn man sonst über keine anderen Existenzmittel verfügt. Arbeitslose werden verpflichtet, für Leistungen aus der Sozialhilfe oder des ALG II zu arbeiten. Du musst eine “Gegenleistung” erbringen, um eine soziale Leistung zu bekommen. Wer auf diese Weise verpflichtet wird, für eine Sozialleistung zu arbeiten, bekommt keinen Lohn.

Aber eine Sozialleistung ist ein Auffangnetz für Menschen ohne bezahlte Arbeit und ohne Geld. Die zwangsweise zugewiesene Arbeit kann man sich nicht aussuchen und man kann sich nicht verweigern. Wenn du dich weigerst, wird dir die Sozialleistung gestrichen oder du bekommst schwere Sanktionen und kannst in aller Freiheit verhungern. Arbeitslosen eröfnet sich damit keine Perspektive auf eine bezahlte Arbeit. Deshalb ist Arbeit für Sozialleistung ein Form von Arbeitszwang.

Mehr und mehr setzt sich diese Politik als ein Teil der Kürzung von Ausgaben durch. Das geschieht in den verschiedenen EU-Ländern mit unterschiedlicher Geschwindigkeit. Aber die Richtung ist für alle dieselbe. In den Niederlanden ist es schon so. Arbeiter, die gegen Lohn für die Gemeinde Dienste verrichten, werden entlassen, Arbeitslose kommen an ihre Stelle. Auch Betriebe bekommen gratis Arbeitskräfte und entlassen dafür bezahlte Beschäftigte. Das ist Verdrängung von bezahlter Arbeit. Zwar behaupten Politiker, das würde nicht passieren, in Wirklichkeit aber geschieht es doch. Und die Löhne der Beschäftigten sinken, weil sie konkurrieren müssen mit Arbeitslosen, die nur für ihre Sozialleistung arbeiten.

Solche Gratisbeschäftigten haben natürlich nicht die Rechte, die normal entlohnte Beschäftigte haben, etwa einen Arbeitsvertrag, einen Tarifvertrag oder eine Versicherung gegen Arbeitsunfähigkeit. Sie bleiben unter dem Regime der Sozialhilfe und arbeiten als Arbeitslose ohne Rechte.

Man verkauft diese Massnahmen mit der Lüge, Arbeitslose müssten “Arbeitnehmerfähigkeiten” erst wieder lernen, um ihre Chancen auf bezahlte Arbeit zu vergrössern. Auf diese Weise wird gesagt, die Arbeitslosen sind selbst schuld an ihrer Arbeitslosigkeit. Aber die Ursache von Arbeitslosigkeit ist nicht der Mangel an Arbeitnehmerfähigkeiten. Die Ursache ist ein Mangel an ausreichenden Arbeitsplätzen.
Die Europäischen Märsche gegen Erwerbslosigkeit, ungeschützte Beschäftigung und Ausgrenzung fordern:

* Kein Arbeitszwang fur Arbeitslose
* Keine Kürzungen von Sozialleistungen
* Stoppt die Sanktionen gegen Arbeitslose
* Sozialleistung ist ein Recht, wenn man ohne Existenzmittel ist
* In allen Ländern Europas muss es ein auskömmliches soziales Mindesteinkommen geben. Dafur müssen Kriterien auf europäischer Ebene entwickelt werden
* Schaffung von ausreichend Arbeitsplätzen; Arbeitszeitverkürzung bei vollem Lohnausgleich

* Auskömmlicher gesetzlicher Mindestlohn in allen europäischen Ländern.
]]>