woensdag 16 juli 2014
Bromfiets
Heel gesprek gevoerd met iemand die wereld wil verbeteren. Dat wil ik ook, dus dat komt goed uit. Dus eh… Citaat uit het gesprek: Ik heb een bromfiets. Ook zoiets. Tegenwoordig heeft de politie een autootje met een rollerbank en daar zetten ze die bromfiets dan op. Alsof ze niks anders te doen hebben. Ik heb mijn hele leven hard gewerkt en ben nu 67. Nu moet ik van 2500 euro inclusief AOW 1000 euro belasting betalen. Waar lijkt dat op. Dus die agent zegt tegen me: meneer uw brommer kan wel 65. U krijgt een bekeuring. Ik zeg tegen die agent: neem nou twee fietsen. Een gewone en een racefiets. Die gewone fiets rij je misschien 25 km per uur. Op die racefiets kun je wel 45. Krijgt die racer dan ook een bekeuring? Er stond een motoragent bij. Ik zeg tegen die motoragent hoe hard kan jouw motor. 180 zegt die agent. Ik zeg: dan geef ik jou nou een bekeuring, want je mag binnen de bebouwde kom maar 50. Kijk, als ze mij op heterdaad betrappen, dat ik harder dan 40 rij, dat is wat anders. Maar dit. En ondertussen worden 50 meter verder allerlei auto´s opengebroken en daar doen ze niets aan.]]>
maandag 14 juli 2014
Innovatiestrateeg
Op twitter noemt iemand zichzelf ‘innovatiestrateeg’. Zal wel met ’transitie’ te maken hebben.]]>
vrijdag 11 juli 2014
Wie is Matthieu Weggeman?
donderdag 3 juli 2014
De ideologische bezweringsformules van een vastgelopen sociaaldemocratie
De Nederlandse sociaal-democratie van de Partij van de Arbeid schijnt het moeilijk te hebben. Grote verliezen bij de gemeenteraads- en Europese verkiezingen, en op het kabinet-Rutte kunnen ze niet echt hun stempel drukken. Maatregel na maatregel wordt genomen – door de sociaal-democraten Asscher en Klijnsma – die de armen armer en de rijken rijker maken. Het WRR-rapport “Hoe ongelijk is Nederland?” schetst de gevolgen.Velen waarschuwen ervoor dat de hervormingen in de zorg en de sociale zekerheid, met name de nieuwe Participatiewet, tot vele situaties zal leiden waarbij mensen jarenlang gaan leven beneden het voor ons land geldende bestaansminimum. Nu al horen we bij de Amsterdamse Bijstandsbond steeds meer van mensen die voor een bestaan beneden het absolute minimum kiezen, omdat de vernederende gang naar de bijstand hen teveel is. Strenge controles, op tafel leggen van je privéleven, dwangarbeid, huisbezoeken van twee controleurs die de kasten open willen zien, steeds maar doorvragen over je leefsituatie en je relaties, kortom het inmiddels tot volle wasdom gekomen sociaal panopticum waaronder mensen in de bijstand moeten leven, maakt dat velen maar van een aanvraag voor bijstand afzien. Een sociaal panopticum dat overigens onder invloed van bureaucratische wetmatigheden deel gaat uitmaken van een soort totaal panopticum voor de hele bevolking. Het sociaal panopticum voor mensen in de bijstand vloeit samen met bureaucratische controlesystemen voor de regulering van migratiestromen, en toepassing van de modernste technieken bij databanken voor de opslag van gegevens van alle burgers, die dagelijks in hun doen en laten worden geregistreerd. Daar worden dan vervolgens statistische analyses op toegepast om de kans op criminaliteit of fraude van burgers van te voren in te schatten en daarbij preventief op te treden en in te grijpen. Ook al heb je niets verkeerds gedaan, je bent bij voorbaat verdacht. Aan de andere kant stijgt de werkloosheid: velen moeten dan maar door bij hun ouders te gaan wonen (als die er nog zijn) of door zwart werk of hosselen of het verkopen van de daklozenkrant en andere informele activiteiten de eindjes aan elkaar knopen. Tot deze categorie behoort ook een groeiende groep zzp-ers die in feite beneden het bestaansminimum leven, maar door periodiek terugkerende tijdelijke opdrachten en zeer zuinig leven een beroep op de bijstand weten te voorkomen.Onzichtbaar gemaakte mensenDeze groeiende groep aan de onderkant van de samenleving blijft bij de officiële onderzoeken grotendeels buiten beschouwing. Voor de beleidsmakers bestaan die mensen eenvoudigweg niet. Tegenover de geavanceerde technieken om alles en iedereen te volgen en te registreren staat een schrijnende onwetendheid van de beleidsmakers over de effecten van hun beleid. Velen proberen aan het allesomvattende panopticum te ontsnappen. Duizenden jongeren zijn spoorloos in de databanken van de overheid en de statistieken. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de beleidsmakers het ook niet willen weten. Het confronteert hen met het falen van hun beleid en de negatieve gevolgen ervan. Alles is gericht op uitstroom uit de bijstand of inperking van migratie voor mensen die economisch-materieel gezien niet nuttig zijn om winst mee te maken. Een constante propagandastroom van berichten van lagere en hogere overheden over uitstroomcijfers die niet zijn onderbouwd, moet verhullen dat de beleidsmakers oogkleppen op hebben. Hoe heeft het zover kunnen komen, of beter nog, hoe kan het dat sociaal-democraten niet alleen compromissen sluiten met de liberalen, maar ook actief meewerken aan het ontstaan van deze situatie en zelfs voorop lopen bij het nemen van repressieve maatregelen? En dus in feite geen tegenwicht meer vormen voor het op zijn minst temperen van de groeiende kloof tussen arm en rijk in het kapitalisme en de ontwikkeling naar een politiestaat?De opkomst van het doorgeschoten liberalismeOver de opkomst van het liberalisme is al veel geschreven. Ook over de geschiedenis van die opkomst sinds Ronald Reagan en Margaret Thatcher. De oude welvaartsstaten in de westerse landen moesten worden afgebroken en vervangen door een marktsysteem waarbij overheidsvoorzieningen werden geprivatiseerd en normen werden gesteld voor de overheidsuitgaven op basis van bezuinigingen. In het kader van de Europese Unie werd voor de Europese landen een begrotingsdiscipline ingevoerd, die hen beroofde van diverse economische instrumenten om crises te bezweren. Bedrijven moesten meer winst maken door belastingverlagingen, flexibilisering van de arbeid en lastenverlagingen (in de praktijk: belastingverlagingen voor de rijken) zodat, aldus de redenering, meer bedrijven een grotere economische groei zouden realiseren waarbij de welvaart zou toenemen en er meer arbeidsplaatsen zouden komen voor de vele werklozen. Een win-win situatie! Meer marktwerking, de productie overlaten aan het privékapitaal, zou tot meer welvaart voor allen leiden.Van dit mooie droombeeld waaraan de liberalen en nu ook de sociaal-democraten in de regering-Rutte hardnekkig vasthouden, is in veel opzichten weinig terechtgekomen. In werkelijkheid heeft de afbraak van de overheidsvoorzieningen, als bescherming voor de mensen die in economisch opzicht zwakker staan, de periodieke crises die met de sterke marktwerking gepaard gingen en de daardoor ontstane massawerkloosheid geleid tot waar sommigen voor gewaarschuwd hebben: bij sterke marktwerking is er niet, zoals de theorie stelt, sprake van gelijkwaardige partijen die door rationele beslissingen een optimale toewijzing van middelen realiseren. Marktpartijen zijn zelden gelijk en een versterking van marktwerking leidt altijd tot een versterking van de sterksten en een verzwakking van de zwakste partijen. En dus een groeiende kloof tussen arm en rijk.ReorganisatieDe bovenstaande visie van de liberalen werd aangevuld met overheidsmaatregelen waarbij de gehele maatschappij moest worden gereorganiseerd. Schaalvergroting in het onderwijs en de gezondheidszorg, decentralisatie van rijkstaken naar gemeenten en naar “bestuursinstellingen op afstand”. Het beleid moest leiden tot verdere automatisering en rationalisering van productieprocessen waarbij de productie goedkoper zou kunnen worden uitgevoerd. Om maar een voorbeeld te noemen: planning van grote winkelcentra in de grote steden, concentratie van winkels in koopgoten in die centra en in grote winkeleenheden langs de zich gestaag uitbreidende snelwegen, uitgevoerd door miljoenenwinsten opstrijkende projectontwikkelaars. Er trad een golf van fusies op bij ziekenhuizen, onderwijsinstellingen en dergelijke, die tot meer efficiency moesten leiden en tot de mogelijkheid van grote investeringen waarbij de rationalisering van het productieproces verder werd bevorderd.Reeksen schandalen over corruptie, juridisch rechtmatige maar ook onrechtmatige verrijking van bestuurders, projectontwikkelaars in de bouw, omkoping, speculatie en een parlementaire enquête over de bouwfraude hadden en hebben geen invloed op het beleid. Alles gaat gewoon door. Het bovenstaande betekende een uitholling van de democratie in diverse opzichten. Overheidsdiensten werden geprivatiseerd of werden “bestuursinstellingen op afstand”. Een directe democratische controle op hun doen en laten was niet meer mogelijk. Hun beleid kon hooguit nog indirect worden beïnvloed met financiële prikkels: als je dit of dat niet doet, geven we je een boete of minder subsidie. Bevoegdheden werden verplaatst naar Europa, waar een parlement zit dat niet de bevoegdheden heeft die een parlement hoort te hebben. De schimmige onderhandelingen in de Raad van Ministers, evenals andere Europese organen die onder grote druk staan van de lobbynetwerken van grote bedrijven, beslissen over het wel en wee in de landen van Europa. De grootschalige productie-eenheden in bijvoorbeeld de gezondheidszorg, het onderwijs en bij woningbouwcorporaties hebben geleid tot ondoorzichtige bureaucratieën met veel macht aan de top, die aan niemand verantwoording hoeft af te leggen. Dit heeft geleid tot een laag van machtige bestuurders, die hun carrière vaak in de politiek beginnen en die zichzelf schandelijk hoge salarissen, afkoopsommen en bonussen toekennen en verder iedereen uitlachen. Een enkele kritische manager of onderzoeker komt af en toe tot de conclusie dat deze grootschalige fabrieken in de gezondheidszorg en het onderwijs geldverslindende bureaucratische molochs zijn met overbodige managementlagen en onbestuurbare toestanden. Hé, zei zo iemand dan, het blijkt dat een kleiner ziekenhuis toch goedkoper is.Dit verlies aan democratisch gehalte van de samenleving is des te erger, omdat in een democratie, waarbij beslissingen worden genomen over de inrichting van de samenleving, in de discussie daarover een soort overzicht ontstaat over de gevolgen van bepaalde maatregelen. Alle gevolgen voor alle groepen en eventuele kostenverhogende factoren buiten een specifieke onder controle staande organisatie komen in beeld. In de huidige situatie is dat niet meer zo. Al die private grootschalige instellingen, bedrijven en organisaties kijken alleen naar de efficiency in hun eigen organisatie of bedrijf en niet naar gevolgen die voor hen niet kostenverhogend werken, maar voor de samenleving als geheel wel. Een voorbeeld is de ontwikkeling naar grootschalige productie-eenheden in het onderwijs. Hogescholen werden geconcentreerd in grote steden, in slechts een beperkt aantal productie-eenheden. Studenten die overal in het land wonen, worden gedwongen om een dure kamer te huren in die stad. Maar die kamers zijn er vaak niet. Dus zijn veel studenten gedwongen om iedere dag vijftig tot honderd kilometer met de trein heen en terug te reizen, treinen die dus iedere dag overvol zitten met reizende studenten die naast de andere forenzen een plaatsje in die treinen moeten zien te bemachtigen. De reiskosten moeten worden betaald door de staat. Maar de hogescholen hoeven bij hun planning van de geldstromen geen rekening te houden met deze ontwikkeling. De planning van schaarse grootschalige productie-eenheden, geconcentreerd op bepaalde plaatsen, leidt trouwens ook op andere terreinen tot milieuvervuilende en zeer veel geld kostende reizigersstromen.Het activeringscompromisHoe kan het dat de sociaal-democraten van de Partij van de Arbeid niet alleen zijn meegegaan in de ontwikkeling van dit beleid, maar nu voorop staan in het nemen van maatregelen tegen de zwaksten in de samenleving, die aan hun lot worden overgelaten? Die vraag is moeilijk te beantwoorden als je niet wilt blijven steken in de miljoenen malen op internet herhaalde argumenten van baantjesjagers, loopjongens van het kapitaal en graaiers aan de top die zich bewust zijn van hun kwade wil. Tot aan meer of minder suspecte samenzweringstheorieën over een kleine elite die de onderklasse bewust wil vernietigen. Natuurlijk zijn er baantjesjagers en egoïstische bestuurders die zichzelf bewust verrijken. Maar is dat een voldoende verklaring voor de teloorgang van de sociaal-democratie als geheel? Ik denk dat de sociaal-democratische bestuurders heilig hebben geloofd in het volgende: een compromis met de liberalen is mogelijk, en is zelfs de enige weg, hun maatschappijmodel is aanvaardbaar, maar er kunnen in dat model uitvallers zijn. Daarom moeten we dan inbrengen dat de aanpassing van de mensen aan de neo-liberale ontwikkelingen mogelijk wordt gemaakt. Dus om dat mogelijk te maken eisen we faciliteiten en geld ten behoeve van de mensen.Om de werkloosheid als voorbeeld te nemen: we moeten de situatie bewerkstelligen dat zoveel mogelijk mensen kortdurend werkloos zijn, het moet meer worden: tussen twee banen in. En daarvoor moet een scala aan positieve en negatieve prikkels worden ontwikkeld die het gedrag van de burgers bijstuurt. Ook op andere beleidsterreinen moet dat nagestreefd worden, iedereen moet meekomen in de liberale orde, en dat doen we via het bevorderen van “zelfredzaamheid”, “eigenkracht”-conferenties, “erop af”-methoden, maar ook door streng te straffen als iemand in onze ogen niet wil. Daaraan gekoppeld zijn ideologische redeneringen over hoe we een onderscheid moeten maken tussen mensen die het “echt” nodig hebben en mensen die het “niet echt” nodig hebben, en tussen “niet-willers” en “niet-kunners” onder de werklozen. Dat moet worden vastgesteld door “maatwerk”. In individuele situaties moet een stoet van ambtenaren, (klant)managers, hulpverleners, reïntegratieconsulenten, verplegers en controleurs beoordelen waar iemand bij moet worden ingedeeld. Het past ook in het “volumebeleid’.Je kunt het sociale minimum handhaven, en ook de bijstand, als alleen mensen “die het echt nodig hebben” daarvoor in aanmerking komen. Dan wordt ook de “legitimering” van het sociale stelsel bij de burgers gehandhaafd. Daarom moeten er strenge controles zijn aan de poort om dat te beoordelen, en ook als iemand een uitkering heeft, zijn uitgebreide teams van handhavers en sociale rechercheurs nodig, die gebruik maken van de nieuwste opsporingstechnieken en technologieën. Dat alles in naam van een rechtvaardige maatschappij, waarin niemand achter blijft en iedereen meekomt. De uitgebreide bureaucratie van de verzorgingsstaat is vervangen door een nieuwe bureaucratie die belang heeft bij deze ontwikkelingen. Deze volledig op het individu gerichte politiek stelt je individueel verantwoordelijk voor bijvoorbeeld werkloosheid. Als je geen werk kunt vinden, dan is er iets mis met jou, daar moet aan worden geschaafd. Je hebt de verantwoordelijkheid om je “employability” op peil te houden. De maatschappelijke voorwaarden en omstandigheden verdwijnen uit beeld, moeten wel uit beeld verdwijnen, want de sociaal-democraten hebben het maatschappijmodel van de liberalen aanvaard. In feite gaat het bij de bovengenoemde termen en redeneringen om ideologische bezweringsformules die de werkelijke problemen van en de samenhang met dat liberale maatschappijmodel moeten verhullen. Daarbij worden complexe psychische processen in de hoofden van mensen versimpeld tot enkelvoudige schijntegenstellingen tussen goed en kwaad, waarbij die versimpelingen vervolgens het uitgangspunt zijn bij bureaucratische rationaliseringsprocessen op basis van efficiency.GetuigenverklaringenTalloos zijn op internet de getuigenverklaringen van mensen vanuit hun persoonlijke situatie, waarbij duidelijk wordt dat het niet werkt. Talloos zijn de verklaringen van “zaakwaarnemers”, belangenorganisaties, advocaten en andere hulpverleners dat deze ideologie en de daarbij behorende bureaucratie een averechts effect heeft. Dat er in een situatie van massawerkloosheid altijd uitvallers zijn, dat er misstanden ontstaan in en door de bureaucratieën, dat privacy en andere rechten worden geschonden, dat de mensvisie in het bovenstaande niet klopt, dat er een verband bestaat tussen het gedrag van mensen en de omstandigheden waarin ze leven, dat het liberale maatschappijmodel niet deugt. De sociaal-democraten horen het niet. Ze zijn in “achterstandswijken” geweest, ze hebben met de mensen gepraat, ze krijgen e-mails, brieven, discussiëren, maar ze horen en zien niets. De omstandigheden en de invloed ervan benoemen, nee, dat is uit. Het liberale maatschappijmodel staat voor de sociaal-democraten niet fundamenteel meer ter discussie. Ze zijn de gevangenen geworden van hun eigen compromis en van de op actie en reactie gebaseerde spiraal naar beneden naar de politiestaat en het recht van de sterkste.]]>
dinsdag 1 juli 2014
De Wet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten.
pdf. d.d. 22 augustus 2014). Kijk hier voor de belangrijkste wijzigingen op hoofdlijnen en bekijk voor meer informatie, details en uitzonderingen het wetsvoorstel en bijbehorende stukken zelf.
Veel gestelde vragen
]]>
maandag 30 juni 2014
Dwangarbeid is het juiste woord
“Dwangarbeid” is de verkeerde benaming voor de werkzaamheden van bijstandsgerechtigden op bijvoorbeeld het Hembrugterrein, zo betoogde het Amsterdamse PvdA-raadslid Dennis Boutkan afgelopen vrijdag in zijn opiniestuk “Neem afstand van SP-terminologie”, dat in Het Parool verscheen. Maar er is geen beter woord voor, en Boutkan maakt zich druk over de verkeerde zaken, schrijven vier critici, waaronder Doorbraak-activist Piet van der Lende, vandaag in hun gezamenlijke reactie hieronder, die ook in Het Parool is gepubliceerd.
Déjo Overdijk (Bijstandsbond)
Maureen van der Pligt (FNV)
Sadet Karabulut (SP)
zaterdag 28 juni 2014
De nieuwe werkgeversvoorzitter Hans de Boer en de omkering van Polanyi
donderdag 19 juni 2014
Bijstandsgerechtigden die werkten met behoud van uitkering blootgesteld aan asbest, mosterdgas en andere gevaarlijke stoffen op het Hembrugterrein in Zaandam
In augustus is antwoord gegeven op de vragenOp donderdag 12 juni meldde P. Z. zich op het spreekuur van de Bijstandsbond waar hij zijn ervaringen met het werken met behoud van uitkering als bijstandsgerechtigde kwam vertellen. Van zijn verhaal is een rapport gemaakt. (Zie bijlage). Hij heeft o.a. als bijstandsgerechtigde uit Amsterdam op straffe van kortingen op zijn uitkering gewerkt op het zwaar vervuilde Hembrugterrein in Zaandam. Toen P. in 2009 werkloos werd en eerst WW en daarna bijstand kreeg hebben de uitkerende instanties zijn opmerkingen, voorstellen en problemen systematisch genegeerd. Hij kwam als dwangarbeider terecht in het Amsterdamse Bos en uiteindelijk in december 2011 op het hierboven genoemde Hembrugterrein, waar niemand rekening hield met zijn situatie. Het Hembrugterrein bleek een zwaar met chemicaliën en resten van wapens en explosieven vervuild voormalig militair terrein te zijn. P. heeft de risico’s van het werken op dat terrein van 2011 tot in 2013 aangekaart bij de Herstelling die hem tewerk had gesteld, maar hij vond geen enkel gehoor. Uit de stukken die hij tijdens een onderzoek in handen kreeg blijkt, dat de groenploeg van Herstelling die vanaf december 2011 op het terrein werkte dit deed terwijl de autoriteiten wisten dat er risico’s waren. De leden van de groenploeg haddenen wel beschermende kleding aan maar of dit voldoende bescherming tegen de vervuiling was is onduidelijk. Ze hebben gezaagd, gegraven en onkruid gewied op het terrein, dat pas in het najaar van 2012 zou worden gesaneerd. Een definitief actualiserend onderzoek is pas in de zomer van 2012 uitgevoerd. De leden van de groenploeg van dwangarbeiders die door Herstelling het terrein werden opgestuurd beschikten niet over de vereiste certificaten voor het werken met gevaarlijke machines. De werkmeesters beschikten wel over die certificaten, maar weer niet over certificaten voor het werken met gevaarlijke stoffen op vervuilde terreinen. Herstelling had en heeft geen vergunning voor het werken op vervuilde terreinen. De dwangarbeiders hadden er nooit naartoe gestuurd mogen worden.
donderdag 17 april 2014
Klijnsma voorstel: werklozen die geen Nederlands spreken kunnen verrekken
Aan de ene kant nieuwe symboolwetgeving, aan de andere kant desastreuze gevolgen. Wie een jaar na het aanvragen van bijstand verwijtbaar nog geen Nederlands spreekt, kan zijn uitkering kwijtraken. Dat is de kern van een wetsvoorstel dat PvdA-staatssecretaris Jetta Klijnsma voor advies naar de Raad van State heeft gestuurd. De zoveelste aanval op werklozen.Met dit voorstel dreigt er voor het verkrijgen van bijstand in de praktijk een beoordelingsmoment bij te komen. Extra ambtenaren moeten gaan beoordelen of iemand Nederlands spreekt, hoewel klantmanagers er niet voor hebben doorgeleerd om dat te beoordelen. Wat staat ons naar alle waarschijnlijkheid te wachten, als het voorstel wordt ingevoerd? Er zullen uitzonderingsgevallen worden bedacht. Er zullen criteria moeten komen om na te gaan wanneer sprake is van verwijtbaar gedrag. Er zullen door bijstandsgerechtigden bezwaarschriften worden ingediend bij de gemeente, waarna zaken bij de rechter zullen komen. Er zal op basis van beslissingen van rechters nieuwe jurisprudentie worden ontwikkeld. Er zal nieuwe bureaucratie ontstaan, met examens en examinatoren, en er zullen nog ingewikkeldere regels en voorschriften komen, waar de VVD zogenaamd op tegen zegt te zijn. De liberalen pleiten wel voor minder overheidsingrijpen en deregulering als het om de rijken gaat, maar breiden de controle- en strafstaat uit om de armen in de gaten te houden en klein te krijgen. Twee jaar geleden diende VVD-Kamerlid Cora van Nieuwenhuizen een wetsvoorstel in dat sterk leek op dat van Klijnsma nu. En drie jaar geleden maakte de “spreek Nederlands”-eis deel uit van een pakket maatregelen van minister Henk Kamp, onder het motto “eerst modelburger worden, dan pas bijstand”.Het Klijnsma-voorstel vormt aan de ene kant symboolwetgeving, omdat te verwachten valt dat voor veel bijstandsgerechtigden toch wel een uitzondering zal moeten worden gemaakt. Maar het is aan de andere kant ook waarschijnlijk dat een grotere of kleinere groep werklozen getroffen gaat worden door het voorstel. De disciplineringsmaatregel moet beschouwd worden als een nieuw wapen waarmee een heel leger ambtenaren hun dagelijkse bezigheid “werklozen pesten en opjagen” nog verder kunnen intensiveren. In de toekomst kunnen werklozen met die maatregel nog eerder en gemakkelijker worden uitgesloten van bijstand. Maar de protesten tegen de voortdurende aanvallen op onze bestaanszekerheid zouden ook wel eens kunnen gaan toenemen. Want de overheid kan werklozen wel hun inkomen ontnemen, maar niet de wil om te leven en te strijden tegen onrecht.Een stukje geschiedenisToen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw de eerste generatie migranten, in die tijd “gastarbeiders” genoemd, door de bazen en de staat werden geworven in onder meer Marokko en Turkije, vormde het geen probleem dat velen van hen analfabeet waren en geen Nederlands spraken. De werkgevers en de overheid maakten zich er niet druk om. Er was een tekort aan arbeidskrachten, en die analfabeten konden mooi eentonig lopende band-werk doen in fabrieken, zo dacht men in die kringen. En die migranten verbleven hier toch maar tijdelijk, meende men, dus waarom zouden er investeringen moeten worden gedaan voor mensen die op termijn toch weer zouden vertrekken. Ze zoeken het zelf maar uit, als ze niet kunnen lezen en schrijven, aldus de houding van de overheid en de werkgevers, die dan ook niet investeerden in taalonderwijs en andere voorzieningen. Lekker goedkope arbeidskrachten, daar draaide het allemaal om. En als we die “gastarbeiders” niet meer nodig hebben, dan dumpen we hen toch gewoon. Zo stelde men zich toen op.Maar de migranten probeerden te ontsnappen aan de bittere armoede in hun landen van herkomst en bleven daarom in Nederland. Zeer velen van hen wilden maar al te graag Nederlands leren en leren lezen en schrijven, met behoud en verdere ontwikkeling van een eigen identiteit. Het krijgen van onderwijs om te leren lezen en schrijven is een fundamenteel mensenrecht, waarvoor de overheid voorzieningen beschikbaar moet stellen. Maar dat deed de Nederlandse overheid in de loop der tijd maar mondjesmaat. Er ontstonden toen lange wachtlijsten bij alfabetiserings- en taalcursussen.Geld vindenToen de inburgeringscursussen ingevoerd moesten worden, moest daar geld voor worden gevonden. De schandelijke situatie doet zich nu voor dat in Nederland anno 2014 meer dan een miljoen in Nederland geboren en getogen burgers niet kunnen lezen en schrijven. Oorspronkelijk had de overheid wat geld uitgetrokken om via het volwassenenonderwijs mensen te leren lezen en schrijven. Dat onderwijs moest wel worden gegeven door vrijwilligers. Want de overheid financierde geen betaalde leerkrachten, hoewel duidelijk is dat anderen een taal leren en leren lezen en schrijven een vak is dat lang niet iedereen in de vingers heeft. Het gevolg was dat de overheid nog meer ging bezuinigen op het volwassenenonderwijs en dat geld ging gebruiken om inburgeringscursussen mee te financieren. Daar waren veel mensen boos over. Sommigen gaven migranten die moesten inburgeren, er de schuld van dat het volwassenenonderwijs om zeep was geholpen. Echter, niet de migranten, maar de staat heeft het probleem veroorzaakt. De staat weigert immers om voldoende voorzieningen beschikbaar te stellen voor mensen die niet kunnen lezen en schrijven en geen of onvoldoende Nederlands spreken. De staat kwam ook met de leugen dat er nu eenmaal moet worden bezuinigd en dat dit soort voorzieningen daarom moet verdwijnen. Maar er is geld genoeg in Nederland. Het is alleen enorm onrechtvaardig verdeeld. De rijken worden rijker en de armen worden armer.Nu heeft de staat een nieuwe stok gevonden om de hond te slaan. Men stelt de eis dat mensen die een beroep doen op de bijstand, Nederlands moeten spreken. Principieel gezien moet daar krachtig stelling tegen worden genomen. Want ook wie geen Nederlands spreekt, behoort in dit land een inkomen te hebben om van te kunnen leven. Het wetsvoorstel geeft Klijnsma een extra smoes om nog meer mensen uit de bijstand te kunnen jagen en daarmee over de ruggen van armen nog meer te kunnen bezuinigen. Het voorstel is vanuit het perspectief van de betrokken bijstandsgerechtigden niet alleen onrechtvaardig, maar ook overbodig. Want de overgrote meerderheid van de mensen die geen of onvoldoende Nederlands spreken of niet kunnen lezen en schrijven, wil dolgraag ondersteuning hebben om dat te kunnen leren. Waarom moet er in de bijstandsregels, die toch al zoveel controle en intimidatie bevatten, de zoveelste extra verplichting worden opgenomen? En gaat de staat nu wel voldoende faciliteiten ontwikkelen om de schande van het alfabetisme in Nederland structureel aan te pakken? Dat denk ik niet. De staat gaat vooral door met aantasten van de bestaanszekerheid en met bezuinigen aan de onderkant van de samenleving. Ook praat de staat de armen aan dat armoede en werkloosheid hun eigen schuld is. En onder het mom van de eigen verantwoordelijkheid dwingt de staat inburgeringsplichtige migranten sinds 2013 om zelf de kosten van hun integratie op te hoesten. Wie dat niet kan betalen, moet geld lenen bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).]]>
vrijdag 11 april 2014
Volgens een recente brief van achttien landelijke hulporganisaties aan alle gemeenteraden raken steeds meer mensen in financiële problemen. Maar armoedebestrijding is niet gebaat bij de vrijwel nietszeggende inhoud van hun brief.
vrijdag 4 april 2014
Euromarsen tegen dwangarbeid
Maar de bijstand is een vangnet voor mensen die geen betaald werk hebben en die zonder geld zitten. Je hebt geen keus om zelf werk te kiezen en je kunt niet weigeren. Wanneer je de opgelegde dwangarbeid weigert, krijg je met zware sancties te maken of met stopzetting van je uitkering. Daarom is werken voor je uitkering een vorm van dwangarbeid.
In het kader van de overheidsbezuinigingen wordt dit beleid steeds meer doorgevoerd. Werklozen kunnen het werk dat eerst betaalde krachten deden mooi gratis doen. Dat gebeurt in de verschillende Europese landen in meerdere of mindere mate. Maar de denkrichting is overal hetzelfde. In Nederland gebeurt het al op vrij grote schaal. Werknemers, die voor een loon diensten verrichten, bijvoorbeeld bij de overheid, worden ontslagen, werklozen nemen hun plaats in. Ook in commerciële bedrijven werken gratis arbeidskrachten. Dat is verdringing van betaalde arbeid. Bestuurders worden niet moe te zeggen dat dit niet voor mag komen. In werkelijkheid gebeurt het toch. En de lonen van degenen die nog betaald werk hebben dalen, omdat zij soms moeten concurreren met werklozen die voor hun uitkering werken.
Deze werklozen hebben niet de rechten, die werknemers met een loon hebben. Zoals een arbeidscontract, een cao of een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Zij blijven onder het regiem van de bijstand en werken als werklozen zonder rechten. Men verkoopt deze maatregelen met de leugen, dat werklozen eerst ‘werknemersvaardigheden’ moeten leren, om hun kansen op betaald werk te vergroten. Op deze wijze wordt gesuggereerd, dat de werklozen zelf schuldig zijn aan hun werkloosheid. Maar de oorzaak van werkloosheid is niet een gebrek aan ‘werknemersvaardigheden’ maar een gebrek aan banen.De Europese Marsen tegen werkloosheid, onzekere flexibele arbeid en sociale uitsluiting eisen:
• Geen dwangarbeid voor werklozen
• Geen verlagingen en kortingen op de uitkeringen
• Stop de strafsancties tegen werklozen.
• Een uitkering is een recht, wanneer je geen andere bestaansmiddelen hebt.
• In alle landen van Europa moet er een leefbaar sociaal minimum zijn. Daarvoor moeten criteria op Europees niveau ontwikkeld worden.
• Scheppen van voldoende arbeidsplaatsen. Arbeidstijdverkorting met behoud van loon.
• Een leefbaar Wettelijk Minimum Loon in alle Europese landenEuropese Marsen tegen werkloosheid, onzekere flexibele arbeid en sociale uitsluiting, een Europees netwerk van vakbondsgroepen en uitkeringsgerechtigdengroepen.
Da Costakade 162 – 1053 XD Amsterdam. 020-6898806. euromarsen@dds.nlDuitse vertaling van het pamflet: