pagina's

zondag 10 januari 2016

Armoede in Nederland

Piet van der LendeOver de armoede in Nederland is al decennia lang veel geschreven en gediscussieerd. Zonder overigens tot veel verandering geleid te hebben. Op 16 december 2015 verscheen er een nieuw rapport, met veel cijfers over de actuele stand van zaken: “Armoede en sociale uitsluiting 2015”. Afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voornaamste conclusie: het CBS kiest voor een eigensoortige armoedegrens, de ‘lage inkomensgrens’. Globaal heeft één op de tien huishoudens in Nederland een laag inkomen, dat zijn 734.000 huishoudens. Het aantal mensen dat daarvan deel uitmaakt steeg in 2014 met 27.000 tot bijna 1,5 miljoen (9,2 procent van de bevolking). Groepen die eruit springen zijn migranten en éénoudergezinnen in de bijstand. Verder neemt het aantal mensen dat langdurig van een laag inkomen moet leven, gestaag toe. In 2014: 217.000 huishoudens, vier jaar achtereen. Dat zijn er 24.000 meer dan in 2013.

Ontkenners

Kunnen we uit deze cijfers concluderen dat er armoede is in Nederland? In de discussie hierover zijn globaal twee kampen te onderscheiden. 1) Zij die de armoede en ellende aan de kaak stellen en bijvoorbeeld via de sociale media met duizenden concrete voorbeelden komen; vergezeld door tv-programma’s als “De Monitor” en kranteninterviews die de soms barre leefomstandigheden van veel mensen schetsen. 2) De armoede ontkenners die zich nauwelijks laten beïnvloeden door het eerste kamp. Hun standpunt wordt treffend samengevat door de directeur-generaal van het CBS in het genoemde rapport:“Omdat de inzichten van wat armoede precies is subjectief zijn, spreekt CBS niet van arme huishoudens. Door armoede in een breed maatschappelijk perspectief te plaatsen, maakt CBS de complexiteit van het verschijnsel zichtbaar. In Nederland is armoede geen kwestie van fysiek overleven. Iedere burger heeft in beginsel een dak boven zijn hoofd, hoeft geen honger te lijden, kan zich deugdelijk kleden en heeft toegang tot medische zorg. Armoede, of beter gezegd inkomensarmoede is gedefinieerd als het hebben van onvoldoende geld (inkomen) om een bepaald consumptieniveau te realiseren dat in Nederland als minimaal noodzakelijk wordt geacht.”Armoede is volgens het CBS dus een relatief begrip en in Nederland is de lage inkomensgrens hoog genoeg. Ach, die minima, ze klagen wel, maar iedereen heeft alle basisvoorzieningen en vanwege een heel hoog welvaartsniveau kijken ze naar de rijken en zeggen: dat wil ik ook. En dan voelen ze zich arm, maar zijn het niet. Het is maar een subjectieve interpretatie, omdat ze het hoge consumptieniveau van veel Nederlanders niet kunnen halen.

Werkelijkheid

Het CBS rapport gaat onder andere over inkomensstatistieken, welke groepen vallen in welke categorie en hoe lang. De mensen en omstandigheden achter die cijfers worden aan de kant geveegd. Hier een blik op de werkelijkheid.Of iedere burger “in beginsel” een dak boven het hoofd heeft, is aan de 25.000 daklozen niet gevraagd. Inderdaad, velen van hen weten voor de nacht een bed te bemachtigen, in de opvang of tijdelijk bij familie en vrienden. Maar daar houdt het dan wel mee op.Het aantal klanten van de voedselbank steeg in 2014 ten opzichte van 2013 met 11 procent, bijna 100.000 mensen.Het CBS zegt dat iedereen toegang heeft tot medische zorg, maar zonder dat te vragen aan de 330.000 mensen die in 2015 hun zorgverzekering niet konden betalen. Ook dit aantal is de laatste jaren sterk gestegen. In 2010 betrof het nog 267.000 mensen. Met een achterstand van zes maanden of meer vallen ze onder de Regeling Wanbetalers en resteert het recht op vergoedingen uit de basisverzekering. En dan zijn er nog zo’n 30.000 onverzekerden.Ruim één op de zes mensen heeft schulden. Schattingen spreken van problematische schulden bij ongeveer een half miljoen mensen. Ze kunnen er zelf niet meer uitkomen, maar slechts de helft is betrokken bij de schuldhulpverlening.En wat te denken van de geschatte anderhalf miljoen inwoners van ons land die analfabeet of laaggeletterd is en van de chronische werkloosheid sinds het begin van de jaren tachtig?

Leven op de grens

Deze verontrustende cijfers zijn in het CBS rapport niet te vinden en vallen dus buiten de analyse. Toch levert het CBS heel wat cijfers. In de eigen persberichten leiden ze tot koppen als: “Aantal daklozen licht gedaald”, “Werkloosheid behoorlijk minder”. Boven een hoofdstukje in het rapport “Risico op armoede bij huishoudens in 2014 nauwelijks gestegen, lichte daling verwacht in 2015 en 2016”. Kranten als de Telegraaf en de Volkskrant sluiten daar op aan in vette koppen “Armoede in Nederland in 2014 niet gestegen. Daling verwacht”.Ja, dan hebben we het over huishoudens, maar zoals hiervoor al gemeld: het aantal mensen (individuen) dat op of beneden de lage inkomensgrens moet leven is in 2014 wel degelijk fors toegenomen. Daarnaast is veel over de leefomstandigheden van onze inwoners gewoon onbekend. Naar schatting zijn 134.000 jongeren buiten beeld. Ze werken niet, gaan niet naar school, wonen bij ouders of vrienden of zijn dakloos, leven op de pof zonder uitkering en staan niet ingeschreven als werkzoekend. Alleen al in Amsterdam gaat het om 12.000 jongeren.De armoede ontkenners zullen zeggen dat er een zekere doorstroom is en het allemaal niet zo somber is. Zo is driekwart van de voedselbankklanten binnen een jaar weer weg. Maar dit betekent ook dat veel meer huishoudens dan de 100.000 gebruikers van de voedselbank op een grens leven. Juist door de doorstroom gaat het in de loop der jaren om een veelvoud van dat aantal. Dat veel mensen in Nederland op de rand staan wordt ook duidelijk, als we bedenken dat volgens enquêtes een kwart van de huishoudens in Nederland niet opgewassen is tegen een onverwachte uitgave van 850 euro.Na bijna veertig jaar de liberale VVD vrijwel onafgebroken in de regering en een PvdA die zich daaraan uitlevert, heeft een neoliberaal beleid van privatisering, bezuiniging en afbraak van de sociale zekerheid diepe sporen nagelaten in de Nederlandse samenleving. Meer dan ooit blijkt het dogma van de zogenaamd vrije markt geen ontplooiingsmogelijkheden te bieden voor allen en voor velen te leiden tot een perspectiefloos bestaan.]]>

donderdag 31 december 2015

In de media in 2015

https://www.parool.nl/binnenland/wethouder-vliegenthart-betaald-werk-is-niet-zaligmakend~a4211358/Bij het NOS Journaal over Prinsjesdag gingen de gedachten naar de prostaat. Han Lips. Het Parool 16 september 2015. https://www.parool.nl/kunst-en-media/bij-het-nos-journaal-over-prinsjesdag-gingen-de-gedachten-naar-de-prostaat~a4143286/

‘Gemeente benadeelt onderhuurders sterk met nieuwe kostendelersnorm’ Het Parool 26 augustus 2015. Henk Schutte. https://www.parool.nl/binnenland/-gemeente-benadeelt-onderhuurders-sterk-met-nieuwe-kostendelersnorm~a4129591/

Ambtenaren verdacht van machtsmisbruik bij re-integratietrajecten Het Parool. Bart van Zoelen. 15 april 2015. https://www.parool.nl/amsterdam/ambtenaren-verdacht-van-machtsmisbruik-bij-re-integratietrajecten~a3956258/

 ]]>

zaterdag 30 mei 2015

De lotgevallen van de kostendelersnorm oftewel mantelzorgboete

Het valt mij op dat er in de publiciteit en in maatschappelijke discussies waaraan belangenorganisaties en politieke partijen deelnemen zo weinig te horen is over de kostendelersnorm in de nieuwe Participatiewet, die 1 januari is ingevoerd.

De kostendelersnorm heeft als doel, -naar de regering zegt – stapeling van uitkeringen te voorkomen en een lagere uitkering te geven wanneer de kosten van het huishouden met iemand anders kunnen worden gedeeld. Wanneer je een bijstandsuitkering hebt, en je hebt iemand anders bij je inwonen, die ouder is dan 21 jaar, dan wordt -als je verder alleenstaande bent- je uitkering gekort van 70% WML tot 50% WML of lager. Dit geldt ook voor bloedverwanten in de eerste of tweede graad. Dus ouders en een kind die samenwonen, of twee broers. Het doet er niet toe of degene, die inwoont, een inkomen heeft of niet. Kinderen of andere inwonenden die studiefinanciering hebben, vallen erbuiten. Ook geldt de norm niet voor AOW-ers. De kostendelersnorm is van toepassing op alle mensen, die bij elkaar inwonen en die een bijstandsuitkering hebben. De kostendelersnorm geldt niet als er sprake is van commerciele onderhuur. Dus als een bijstandsgerechtigde een kamer huurt voor een commerciele prijs bij iemand anders, is de kostendelersnorm niet van toepassing.
Gevolgen
Op het spreekuur waar ik werk – de kostendelersnorm voor mensen die al een uitkering hadden, gaat per 1 juli in- krijgen wij nu al de schrijnende gevallen van mensen die straks niet of nauwelijks meer kunnen overleven. Bijvoorbeeld een vader met zijn inwonende zoon die er straks minstens 240 euro op achteruit gaat. Hoe moet die man straks leven? Of een mevrouw met een Franse vriend die geen werk heeft en geen inkomen. Zij zakken ver beneden het bestaansminimum. Per 1 juli wordt tegen die mensen gezegd: er woont iemand bij u in dus u wordt gekort. Mensen die mantelzorg doen- voor hun ouder, die nog geen 65 is, of voor iemand anders en die mensen wonen bij hen in- zullen worden gekort. De kostendelersnorm wordt daarom ook wel de ‘mantelzorgboete’ genoemd.
De kostendelersnorm is ingevoerd na agressieve propaganda van de VVD met in haar kielzog rechtse media: die kwamen met zegge en schrijve 1 voorbeeld van vijf mensen die in dezelfde woning woonden, die allemaal een bijstandsuitkering voor een alleenstaande hadden en die daardoor met z’n vijven wel 5000 euro opstreken. Schande! Een VVD-kamerlid stelde vragen aan de minister, en kreeg veel publiciteit. Tegenargumenten, waaruit bleek dat er in heel Nederland slechts enkele van dergelijke gevallen te vinden waren, mochten niet baten. Bij deze en andere argumenten in de ideologische discussie waren (linkse) belangenorganisaties en vakbonden in het defensief en zij werden op een effectieve wijze uit elkaar gespeeld. De hetze tegen bijstandsgerechtigden, die af en toe opduikt wanneer weer nieuwe destructieve maatregelen worden genomen, deed haar werk. Daarvan een voorbeeld.
ANBO 
Tijdens de discussie over de norm riep de ANBO de Eerste Kamer op de kostendelersnorm helemaal uit de AOW te laten verdwijnen indien er sprake is van een mantelzorgsituatie. Uit hun verklaring: ‘We zien schrijnende gevallen: ouders die al jaren zorgen voor een kind met een handicap of ziekte bijvoorbeeld. Deze mensen hebben geen keuze, maar worden als het aan de politiek ligt wél gestraft voor hun zorgen met een inkomenskorting. Dat kan echt niet meer. Je kunt wel een participatiesamenleving ambiëren, maar dan moet regelgeving dat stimuleren in plaats van tegenwerken. Het kabinet moet zelf ook eens gaan rekenen en bedenken wat op de lange termijn voordeliger is: voor elkaar zorgen of, uit angst voor inkomensdaling, extern zorg en hulp inroepen’.
De ANBO gebruikt goede argumenten maar… beperkt het verzet tot mensen die mantelzorg verlenen en tot die gevallen waarin een van de inwonenden AOW heeft. En dan komt het. ‘ANBO vindt dat er een fundamenteel verschil is tussen bijvoorbeeld een bijstandsuitkering en de AOW-uitkering, hoewel de kostendelersnorm ook in de bijstand volgens ANBO niet de meest voor de hand liggende manier is om de mensen uit een gezin te stimuleren om te gaan werken. Maar waar er bij meerdere bijstandsuitkeringen nog sprake kan zijn van schaalvoordeel, is dat in de AOW zelden het geval. Kinderen die voor hun ouders zorgen of andersom hebben een flinke zorgtaak. Die wordt niet gecompenseerd met een volledige AOW, laat staan met een korting van ruim 300 euro’.
Verdeeldheid en compromispolitiek
Ja maar ANBO: zijn jullie argumenten dus niet meer geldig bij kinderen die hun ouders verzorgen die nog geen 65 zijn? Kortom: links in het defensief, verdeelde belangenorganisaties, compromispolitiek waarbij alleen opgekomen wordt voor de eigen specifieke doelgroep, een rechtse hetze die niet werd beantwoord, en een vakbond die in die tijd een akkoord sloot met de werkgevers en de regering over de uitvoering van de Participatiewet. Over de inhoud waarvan in het sociaal akkoord niets wordt gezegd. Overigens ook met instemming van de oppositie in de vakbonden, die zagen aankomen dat afspraken van de vakbonden met de regering en de werkgevers over die Participatiewet wel eens desastreus zouden kunnen zijn, en die hoopten dat vanuit een zekere bewegingsvrijheid voor de vakbonden verzet van de grond zou komen.
Huishoudinkomenstoets
Hoe anders ging het bij de invoering van de huishoudinkomenstoets! De huishoudinkomenstoets was in veel opzichten vergelijkbaar met de kostendelersnorm. De huishoudinkomenstoets is een per 1 januari 2012 ingevoerde aanscherping van de gezinsbijstand. De regels vloeiden voort uit het regeerakkoord VVD-CDA van 2010 van het kabinet Rutte I. Het kreeg de stemmen van VVD, CDA, PVV en SGP. Naast gehuwden golden als gezin onder meer de volgende groepen volwassenen die hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden: gehuwden met hun meerderjarige kinderen en een alleenstaande met een of meer meerderjarige kinderen. Er werd getoetst op het inkomen en het vermogen van de hele groep samen.
Het totale norminkomen en vrijgelaten vermogen voor drie of meer personen was gelijk aan die voor twee personen. Als bijvoorbeeld iemand met een voltijdse baan nog bij zijn ouders woonde, kregen die geen bijstand, en als iemands bejaarde ouders bij hem inwoonden, kreeg hij in het algemeen geen bijstand omdat die ouders AOW kregen. De huishoudinkomenstoets was dus wel veel strenger dan de kostendelersnorm, die ook uitgaat van het ‘kunnen delen van de kosten’ en niet van het gezinsinkomen. Bovendien verliezen bij de kostendelersnorm de bijstandsgerechtigden hun uitkering niet volledig. Maar toch. In beide gevallen een aanzienlijke achteruitgang in inkomen voor velen.
Protesten
De huishoudinkomenstoets deed veel stof opwaaien. In de aanloop naar de invoering van de toets was er veel publiciteit over mensen die erdoor in grote moeilijkheden kwamen. Gemeenten trokken aan de bel dat ze dit niet konden uitvoeren. Fracties van sociaal-democratische partijen en andere partijen zoals de Partij van de Arbeid, Groen Links en SP protesteerden en haalden minstens de lokale pers. Belangenorganisaties van uitvoerders, zoals DIVOSA trokken aan de bel. Er verschenen uitgebreide interviews in kranten met slachtoffers. Na invoering van de norm was het niet afgelopen.
Vaak wordt gezegd door gematigde oppositiegroeperingen: de Tweede Kamer heeft gesproken, verzet heeft nu geen zin meer, we kunnen het besluit toch niet meer veranderen. Maar dat gebeurde nu niet. De publiciteit over de slechte maatregel ging door. En de politieke verhoudingen veranderden. VVD en CDA die de regering vormden, verloren de steun van de PVV en sloten een akkoord met D66, GroenLinks en ChristenUnie. En onderdeel van dat akkoord was de afschaffing van de huishoudinkomenstoets. Er werd een nieuwe wet aangenomen, die de huishoudinkomenstoets met terugwerkende kracht per 1 januari 2012 deed vervallen. De huishoudinkomenstoets stierf een stille dood, evenals overigens de meer omvattende Wet Werken naar Vermogen, die na jaren slepende onderhandelingen tussen de dwars liggende lokale overheden en maatschappelijke organisaties van tafel verdween.
Nu is het anders
Nu is de situatie heel anders. Van protesten horen we nauwelijks iets. Gemeenten voeren de maatregel in de aanloop naar 1 juli gewoon uit. Sterker nog, een gemeente als Amsterdam voert de maatregel strenger uit dan het Rijk voorschrijft, terwijl er toch een SP wethouder zit. Zoals hierboven al aangegeven, is er geen sprake van de kostendelersnorm als er sprake is van commerciele onderhuur. Er zijn twee wettelijke voorwaarden om dat te beoordelen: er moet een schriftelijke overeenkomst zijn en er moet sprake zijn van een ‘commerciele huur’.
De gemeente Amsterdam verbindt op eigen houtje allerlei extra strenge voorwaarden aan de beoordeling of sprake is van onderhuur. Er moet sprake zijn van indexering (jaarlijkse verhoging van de huur overeenkomstig de prijsontwikkeling). De huur moet per bank betaald worden. En er moet een zeer uitgebreide en absurde omschrijving zijn van het gehuurde en de rechten en plichten die eraan verbonden zijn, zoals een bepaling van het gebruik van gemeenschappelijke ruimten en douche en toilet, of bezoek en loges zijn toegestaan, etc. Op het spreekuur waar ik werk, komen wekelijks mensen die juridische procedures moeten beginnen omdat ze onmogelijk aan de strenge voorwaarden van de gemeente kunnen voldoen. En waarbij dan wordt gezegd: de kostendelersnorm is op u van toepassing. Geen indexering van de huur de afgelopen jaren? Kostendelersnorm. Terwijl die mensen gewoon een kamer huren en toch onderhuurder zijn.
Neem het voorbeeld van mevrouw E.F, alleenstaande moeder met twee jonge kinderen, die een grote kamer huurt bij derden. De huurovereenkomst voldoet niet aan de voorwaarden van de gemeente Amsterdam en de verhuurder wil niet meewerken aan een nieuw huurcontract. De kostendelersnorm is van toepassing, immers zij zou de kosten met nog twee anderen, de verhuurder en zijn vrouw kunnen delen. In de praktijk betaalt zij 350 euro huur, van het kunnen delen van kosten is geen sprake, maar omdat de huurovereenkomst volgens de gemeente niet aan de voorwaarden voldoet, zal zij met twee jonge kinderen moeten leven van 594,80 euro per maand.
Het grote verschil 
Uit de vergelijking van de gang van zaken bij de huishoudinkomenstoets en de kostendelersnorm blijkt de nog steeds zeer grote invloed van de top van de sociaal-democratie in het algemeen en van de Partij van de Arbeid in het bijzonder. Terwijl bij de huishoudinkomenstoets en de voorbereidingen van de Wet Werken naar Vermogen de fracties van de lokale Partij van de Arbeid in de gemeenteraden samen met op de Partij van de Arbeid georienteerde onderhandelaars van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) mede leiding gaven aan het verzet, is het nu doodstil bij die partijgroepen. Want de Partij van de Arbeid zit nu in de regering. En de invloed van die partij in de vakbonden is ook nog steeds zeer groot.
Daarbij valt op hoe gemakkelijk lokale bestuurders en uitvoerende organisaties op lokaal niveau, waarbij de Partij van de Arbeid onder de ambtenaren veel invloed heeft, zich voegen naar de opportunistische politiek van de leiding, hoewel ze het er vaak nog steeds niet mee eens zijn. Het lijkt nog steeds zo – hoewel er analyses zijn die dat bestrijden en die uitgaan van de steeds grotere mondigheid van de burger- dat als de top spreekt iedereen in de lagere regionen in zijn werk en activiteiten braaf de maatregelen uitvoert. Een brede coalitie van effectief verzet tegen het liberalisme en haar neo-liberale politiek, al is het maar op onderdelen, is zonder de Partij van de Arbeid blijkbaar nog steeds niet mogelijk.
Interne oppositie
Weliswaar zijn er in de partij en de vakbonden oppositiegroeperingen, maar hun invloed naar buiten en de door hen teweeggebrachte koerswijzingen van de organisaties als geheel, zijn gering en weinig effectief. Er wordt van alles intern uitgevochten, maar naar buiten toe is het stil. Ook oppositiegroeperingen buiten de sociaal-democratie kunnen nauwelijks een georganiseerde vuist maken. Wat mij in mijn omgeving daarbij opvalt, is hoe belangenbehartigers zich blind staren op de (lokale) agenda van de heersende politici, gemeenteraden en Tweede Kamer. Ze richten al hun energie op het lezen en becommentarieren van beleidsstukken, waarbij vaak dezelfde kritiek naar voren wordt gebracht als wanneer de Partij van de Arbeid in de oppositie zit, en vervolgens…. gebeurt er niets.
Waarbij het streven naar de opbouw van verzetsstructuren wordt verwaarloosd. In het verlengde daarvan blijkt in de media nauwelijks aandacht te zijn voor de gevolgen van de kostendelersnorm en de Participatiewet, terwijl die toch even schrijnend zijn als bij de huishoudinkomenstoets. Bij de meest positieve interpretatie van dat verschijnsel kun je zeggen dat de leidende media slechts weerspiegelen wat er aan reuring in de maatschappij is, en dat ze geen zelfstandig beleid hebben om structurele misstanden via eigen onderzoek aan de kaak te stellen. Ook hier werkt het neoliberalisme. Journalisten moeten razendsnel en passief werken binnen de financiele grenzen die door de eigenaren van de media worden gesteld en hebben geen ruimte voor al te veel research buiten de uitgangspunten van de machtigen.
Piet van der Lende
]]>

donderdag 5 februari 2015

Trekarbeiders en loonslaven in West-Europa

Dit stukje gaat over de unieke samenwerking bij het verzet in Noordwest Duitsland tegen de systematische uitbuiting van trekarbeiders in de vleesindustrie.In het weekend van 31 januari/1 februari 2015 was er een coördinatievergadering van het Europese netwerk ‘Euromarsen tegen armoede, werkloosheid en sociale uitsluiting‘. Tijdens deze vergadering werd verslag gedaan van een uniek samenwerkingsproject in Noordwest Duitsland om de arbeidsvoorwaarden en omstandigheden van de uitgebuite contractarbeiders in de vleesindustrie te verbeteren. De werklozenorganisatie ALSO in Oldenburg speelt daarbij een belangrijke rol. Ook Nederlandse bedrijven maken zich schuldig aan uitbuitingspraktijken in Duitsland.ContractarbeidersEr werken ongeveer 40.000 contractarbeiders in de Duitse vleesindustrie die vooral afkomstig zijn uit Bulgarije en Roemenië en die in deze sector 80% van het slachtwerk doen. In Neder Saksen en Nordrhein-Westfalen hebben worstfabrieken en abattoirs grote delen van het productieproces uitbesteed aan onderaannemers. ‘Zo ontstond een miljardenmarkt met maffia-achtige structuren, loondumping en moderne slavernij‘ zegt de Olde burger secretaris van de strijdbare vakbond voor de voeding, Matthias Brümmer in Die Zeit (1).De arbeiders verdienen effectief ongeveer 4 tot 5 euro per uur. Maar zij worden tegen hoge huren ondergebracht in omgebouwde stallen en commercieel geëxploiteerde gebouwen, slapen met meerdere personen op een kamer en slapen afwisselend, afhankelijk van de ploegendienst, in hetzelfde bed. Er wordt veel overwerk verricht, ze werken soms 14 tot 15 uur per etmaal, maar dat overwerk wordt niet als zodanig uitbetaald. Pauzes worden niet aangehouden. In de fabriek hebben de arbeiders gekleurde jasjes aan. Iedere nationaliteit heeft zijn eigen kleur. Op die manier kunnen de voormannen de Polen, Roemenen en Bulgaren uit elkaar houden. Velen hebben helemaal geen kamer en zoeken een slaapplaats in het bos. De bevolking in Neder Saksen noemt hen de ‘bosmensen’. ‘We hebben hier met een schaduw wereld van doen, waarbij de meeste mensen wegkijken. Een leger van geesten hebben wij geschapen‘. (Eine Geistesarmee haben wir geschaffen). zegt een priester uit Vechta, Peter Kosen in Die Zeit.Interne koloniseringDe bovengeschetste toestanden maken deel uit van wat je de interne kolonisering van de Europese Unie zou kunnen noemen. De Bulgaarse arbeiders in West-Europa bijvoorbeeld zitten volledig klem. In het eigen land is de economie ingestort. In bijvoorbeeld de bouwsector en de agrarische sector op het platteland zijn nog maar weinig activiteiten. Bulgarije was eens een grote graanproducent, maar daar is niets meer van over. In het land heerst een grote corruptie, en de lonen zijn zeer laag. De arbeiders in de agrarische sector en de bouw zijn gedwongen naar West Europa te gaan, waar zij worden uitgebuit. Vervolgens moet Bulgarije het voedsel dat in West Europa geproduceerd wordt tegen hoge prijzen invoeren, omdat in eigen land niets meer is. De voedselprijzen in Bulgarije liggen hoger dan in West Europa.VerzetOp de coördinatie vergadering van de Euromarsen vertelde Willi Lüpcke, vertegenwoordiger van de werklozenorganisatie ALSO uit Oldenburg, over verzet tegen de misstanden in de vleesindustrie (2).De werklozenorganisatie in Oldenburg is er voor alle mensen met en minimuminkomen. Aanvankelijk kwamen vooral werklozen op de spreekuren die zij iedere week organiseren, maar de laatste jaren komen er steeds meer mensen die wel werk hebben, maar zeer weinig verdienen en onder zeer slechte omstandigheden arbeid verrichten. Met name werden zij geconfronteerd met de bovengenoemde trekarbeiders uit Roemenië en Bulgarije. Na enige tijd kregen zij door een toeval contact met een kritische boerenorganisatie die streed tegen de grootschalige agrarische fabrieken, in het bijzonder de melkboeren moeten hun melk verkopen voor een zeer lage prijs. De organisatie heet Aktionsgemeinschaft Bauerliche Landwirtschaft. Deze kritische boeren moeten niets hebben van de officiële boerenorganisaties, die volgens hen alleen maar de belangen vertegenwoordigen van de agrarische grootindustrie.Vier jaar geleden ontstond het eerste contact met de werklozenorganisatie ALSO. Gevolg was dat de werklozen meededen aan acties van de melkboeren. De eisen tijdens de acties waren: een faire prijs voor de melk, faire voorwaarden voor het verkrijgen van een bijstandsuitkering (faire Regelsatz für Harz IV Empfänger) en in de supermarkten faire lonen voor de arbeiders en betere werkomstandigheden. Tijdens deze acties ontstonden ook contacten met de vakbond voor de voeding. (Gewerkschaft Nahrung Genuss-Gaststätten.) De vakbond voor de voedingsmiddelen, de werklozen en de boeren gingen samen actie voeren.organiserenMen besloot, te proberen de contractarbeiders in de vleesindustrie te organiseren en activiteiten voor hen te ontplooien om de omstandigheden te verbeteren. De voedingsbond verstrekte informatie over de werkomstandigheden in de abattoirs. Miserabele arbeidsomstandigheden, hierboven uitgelegd, waren er overal. Er is desondanks een lage organisatiegraad in de vakbonden. Na het informatie verzamelen was een volgende stap om de schandalen publiek te maken. Er werken weinig vakbondsleden, dus ze moesten iets opbouwen. Daarom richtte men zich als volgende stap op enkele bedrijven. Er zijn vier grote concerns in de slachterijen en in de hoenderindustrie, twee daarvan zijn het Deense Dennis Crown en de Nederlandse firma VION NV (3). Dennis Crown heeft ontdekt dat Duitsland in feite ook een lage lonen land is en die zijn toen naar Noordwest Duitsland verhuisd. De Nederlandse firma Vion NV behaalt grote winsten omdat de migranten daar als ZZP-ers via een werkverdrag te werk worden gesteld en dit bedrijf betaalt nog lagere lonen dan de contractarbeiders in andere bedrijven hebben. Vervolgens ontstond een breed samenwerkingsverband, waar de plaatselijke katholieke kerk ook deel van uitmaakt, en werden bijeenkomsten gehouden voor een abattoir van de Nederlandse slachtfabriek. Aan de bijeenkomsten namen 150 tot 200 mensen deel. De pers heeft uitvoerig over de acties bericht. De discussie kwam op gang. Dit werd nog versterkt door het feit, dat twee contractarbeiders in hun woonhuis verbrand zijn. Dit leverde veel publiciteit op over de misstanden. Het samenwerkingsverband eiste toen, dat de Roemenen en Bulgaren goed geïnformeerd zouden worden over hun rechten. Er werd een pamflet verspreid.contactEerste contacten kwamen tot stand. Het was moeilijk contact te maken, de uitzendbureaus en koppelbazen regelen het dagelijks leven van de contractarbeiders, die onder controle heen en weer reizen tussen hun werk en hun kamer. Ze hebben geen contact met de bevolking, en gaan eenmaal per week onder begeleiding naar de supermarkt. Een volgende stap was dat men een mobiel spreekuur-bureau inrichtte. Een combiwagen die als bureau was ingericht is voor de fabriek gereden en er werden adviezen gegeven aan de arbeiders. Bij de spreekuurmedewerkers waren twee vrouwen, een vrouw uit Roemenië en een vrouw uit Bulgarije. Op de achtergrond gingen de vaste spreekuren op kantoor ook gewoon door, waar ook vrouwen uit Oost Europa werkten. Een priester noemde het beestje bij zijn naam: het is slavenarbeid. Daarop werd de man vanuit de bevolking bedreigd. Veel inwoners van Noordwest Duitsland willen niets van de misstanden weten. Er zijn bewoners van Noord West Duitsland, die zelf ook een krakkemikkig kamertje verhuren aan trekarbeiders, en die zo ook aan het hele circus verdienen.toekomstEr staan verschillende acties op stapel om de activiteiten voort te zetten. Daarbij neemt men ook deel aan elkaars acties. Zo neemt ALSO deel aan de verschillende acties met de boeren en de vakbonden. De kritische boeren organiseren bijvoorbeeld jaarlijks een demonstratie tegen de agrarische grootindustrie en de schade voor het milieu die deze fabrieken veroorzaken.Langzaam krijgt het samenwerkingsverband van verzet tegen de slechte arbeidsomstandigheden in de slachterijen grip op de situatie. Contacten worden geïntensiveerd, en er staan nieuwe plannen op stapel, onder andere in de bouw, waar in Duitsland vergelijkbare toestanden heersen. Roemenen en Bulgaren werken illegaal bijvoorbeeld aan de bouw van een school in Oldenburg. Er zijn ook contacten met de Conféderation Paysanne in Frankrijk. De grote bedrijven proberen de regeringen van verschillende landen tegen elkaar uit te spelen door aparte vestigingsvoorwaarden te eisen. In Frankrijk is een sanering van de slachtindustrie, omdat veel bedrijven uit Frankrijk en andere landen verhuizen naar Noordwest Duitsland vanwege de gunstige uitbuitingsmogelijkheden. Het nieuwe samenwerkingsverband geeft ook een impuls aan de discussie over de samenhang tussen sociale problemen en de ecologische kwestie.noten:(1) http://www.zeit.de/wirtschaft/2014-12/schlachthof-fleischindustrie-arbeiter-osteuropa-ausbeutung(2) http://www.also-zentrum.de/(3) Zie voor de geschiedenis van het bedrijf en de omzet en winstcijfers Wikipedia (http://nl.wikipedia.org/wiki/Vion_N.V.) De website van het bedrijf zelf is te vinden op http://www.vionfood.nl/
Piet van der Lende
]]>

donderdag 29 januari 2015

De SP op neoliberale wegen in de parlementaire politiek

Na de gemeenteraadsverkiezingen vorig jaar is de SP, oppositiepartij bij uitstek en verbonden met sociale bewegingen en de vakbonden, in veel gemeenten toegetreden tot de bestuurscolleges. Een voorbeeld is Amsterdam. Het blijkt dat de SP in veel gevallen verstrikt raakt in een parlementaire politiek van geven en nemen en een streven naar compromissen.Net als bij de politiek van de PvdA worden deze compromissen verdedigd tegenover sociale bewegingen en vakbondsgroepen die verdergaande eisen willen stellen. In Amsterdam heb ik vanuit het actiecomité DwangarbeidNee, onderdeel van landelijk verzet, ervaren hoe dit werkt. Eerst verzetten wij ons in een coalitie met de SP om het dwangarbeidscentrum van Herstelling aan de Laarderhoogtweg gesloten te krijgen en keerden we ons tegen het werken zonder loon dat in Amsterdam de vorm kreeg van participatieplaatsen. Wat is de situatie nu?Neo-liberale politiekSP-wethouder Arjan Vliegenthart is met een plan gekomen: 425 tijdelijke “perspectiefbanen” van een half jaar voor de vijftigduizend werklozen en invoering van “leerwerkstages” die in feite niets anders zijn dan een voortzetting van de oude participatieplaatsen. En wanneer wordt het dwangarbeidcentrum gesloten? “Geduld”, zegt de wethouder, “het gaat zeker nog deze collegeperiode gebeuren”. De SP is in feite de neo-liberale wegen opgegaan in de bestrijding van de werkloosheid. Wat zijn daarvan de belangrijkste kenmerken?1. Rigoureuze bezuinigingen op specifieke beleidsterreinen, zoals de gezondheidszorg, het onderwijs, de sociale zekerheid en de sociale woningbouw. Invoering van marktwerking op deze beleidsterreinen door middel van privatisering van overheidsdiensten en de creatie op afstand van niet democratisch controleerbare bestuursinstellingen die de bevoegdheid krijgen zich door heffingen te financieren.2. De invoering van een sociaal panopticum voor een beperkte groep in de samenleving die niet kan of wil voldoen aan het ideaal van de “homo economicus”, de rationeel handelende consument en arbeidskracht die altijd voor zichzelf de meest efficiënte en goedkope oplossing zoekt. Deze zelfcontrole raakt echter steeds meer mensen – ook die in het concurrentiesysteem niet buiten de boot vallen – onder andere als gevolg van wat terrorismebestrijding heet. Iedereen krijgt ermee te maken, iedereen moet altijd overal zichtbaar en controleerbaar zijn. Essentie van de verdediging van de neo-liberale politiek en daarbinnen van de werkloosheidsbestrijding is dat er geen faciliteiten worden verschaft om vooruit te komen. Op de reïntegratiegelden, cursussen Nederlands, leren lezen en schrijven enzovoorts, wordt juist flink bezuinigd. Om de mensen toch mee te krijgen in de carrousel van op de markt opererende individuen, wordt het sociaal panopticum opgetuigd met strengere controles en bureaucratische drempels bij de toegang tot de sociale zekerheid. Niet voldoen aan de normen van concurrentie en de zucht naar eigenbelang worden streng gestraft.3. De bezuinigingen gaan gepaard met decentralisatie van de uitvoering en beperkte beslissingsbevoegdheden. De centrale overheid stuurt indirect op basis van een door haar vastgestelde budgetpolitiek. Dat geeft de financiële kaders aan, waarbinnen bijvoorbeeld de gemeenten moeten opereren.De drie meest recente decentralisaties zijn de hervorming van de jeugdzorg, afbouw van de AWBZ, privatisering van de gezondheidszorg en invoering van de Participatiewet. Kern van de “transitie” op deze terreinen: meer lokaal maatwerk, waarbij in een onderhandelingsproces tussen cliënt en hulpverlener wordt vastgesteld wat de beste oplossing is. Om een voorstander van dit systeem te citeren: “Vroeger in de oude doorgeschoten welvaartsstaat had je nationaal geformuleerde rechten, waarop je een beroep kon doen, nu is er maatwerk in een onderhandelingsproces.” In “keukentafelgesprekken” en “gesprekken” met ambtelijke uitvoerders van de bezuinigingen moeten de rechteloos geworden hulpzoekenden als rationeel handelende, het eigenbelang nastrevende individuen maar zien dat ze de voorzieningen krijgen die ze nodig hebben.Geen breed verzetHoe kan het dat een politiek van rigoureuze bezuinigingen, decentralisatie van het beleid, afbraak van rechten, enzovoorts, onder de regering Rutte zonder massaal breed verzet kan worden uitgevoerd? Terwijl, volgens mij, de meerderheid van de bevolking het er niet mee eens is? Eerder lukte het niet. De Wet Werken naar Vermogen, de voorganger van de Participatiewet, kon niet worden ingevoerd vanwege politieke strubbelingen. De kostendelersnorm werd weer ingetrokken. Het vorige kabinet (zonder PvdA) onderhandelde met de gemeenten over een bestuursakkoord om op verschillende beleidsterreinen decentralisaties door te voeren. Dat bestuursakkoord kwam er niet door verzet van met name PvdA-bestuurders in de lagere overheidsorganen. Heet hangijzer: er wordt te weinig geld beschikbaar gesteld voor de gemeenten om de decentralisaties uit te voeren.En toen kwam er een nieuwe regering, nu met de PvdA. Uitgangspunt werd – zoals al langer bij sociaal-democraten die in de regering stappen – : als wij wat geld krijgen voor de bestrijding van de ergste armoede en om de bezuinigingen op te vangen die de ‘zwakste groepen’ enigszins ontzien, dan stemmen wij in met de structurele hervormingen die de liberalen voorstellen.Straffe individualiseringDe SP omarmt vandaag deze sociaal-democratische politiek in de colleges, waarbij ze voor armoedebestrijding extra geld uittrekt dat niet in verhouding staat tot de omvang van de bezuinigingen die de centrale overheid uitvoert. De SP-wethouders, Vliegenthart voorop, kiezen niet voor een beleid dat gericht is op bestrijding van de werkloosheid door op grotere schaal banen te creëren. Ook werken ze niet aan een ander regime met faciliteiten voor de mensen die nooit meer zullen werken. Nee, daar is geen geld voor.Ze streven ernaar, geheel volgens de neo-liberale politiek, om werklozen “vaardigheden” bij te brengen in disciplineringstrajecten om mee te kunnen in de concurrentiestrijd om de schaarse banen. En wie niet aan de normen voldoet, wordt gestraft. Het gaat om “employability”, persoonlijke eigenschappen van de werkloze en zijn of haar gedrag en karaktereigenschappen, waarbij de oorzaak van de werkloosheid gezocht wordt in kenmerken van het individu en niet in het feit dat er domweg veel te weinig banen zijn.Vandaar weer de paar “leerwerkstages”. De “perspectiefbanen” worden gepresenteerd als werkschepping, maar zijn het niet en passen geheel in de neo-liberale politiek. De discussie in de gemeenteraad met de liberalen ging er onder meer over dat die banen niet te lang mogen duren, mensen moeten er niet in blijven “hangen”, maar doorstromen. Alles moet stromen op de arbeidsmarkt. Van flexibele arbeidskrachten die zich steeds aanpassen aan de zich veranderende eisen van de markt en de werkgevers. Voor ieder rot baantje moet je meteen klaarstaan. En zo niet, dan volgen strenge sancties. De uitvoeringsorganisatie van de gemeente is hierop al ingericht. Ze gaat gewoon door met het “uitrollen” van deze neo-liberale politiek, als voortzetting van de vorige colleges, onder andere met wethouders van GroenLinks.Vliegenthart is in de discussie nu ook gefocust op “de mensen die niet willen”. Wat moet je ermee, moeten daar toch maar disciplineringstrajecten voor komen? En moet het strenge systeem van sancties toch maar worden gehandhaafd? Want dat is de oorzaak van de werkloosheid, nietwaar? Hoezeer de SP-ers ook met de mond belijden dat er te weinig banen zijn, en hierover ferme vragen stellen in het parlement, in de colleges voeren ze hun beleid geheel uit in de traditie van de compromispolitiek van de sociaal-democraten. “We doen niets, of we doen dit”, aldus Vliegenthart.In andere gemeenten volgen SP-wethouders dezelfde politiek. In Eindhoven, waar twee gemeenteraadsleden uit de partij zijn gestapt, in Leiden, Pekela en Helmond, waar Vliegenthart als informateur optrad voor hij wethouder in Amsterdam werd. Daar is nadrukkelijk in het collegeakkoord de mogelijkheid opengehouden voor een verplichte tegenprestatie voor bijstandsgerechtigden die nooit meer betaald werk zullen verrichten.Verdelende gevolgenJe krijgt nu op lokaal niveau meteen met weerstanden te maken die ieder beginnend verzet tegen de neo-liberale politiek, werkend aan een compromis, neutraliseert. Mensen raken nog meer verdeeld dan ze al waren en reageren zo ook op de ontwikkelingen. Sommigen zoeken de weg van het overleg. Trachten de zittende lokale macht te overtuigen van hun gelijk, spreken in gedurende drie minuten in een commissie van de gemeenteraad, lobbyen, enzovoorst. Ze zijn op zoek naar een compromis met de liberalen en hopen in de onderhandelingen nog zoveel mogelijk uit het vuur slepen. En dan trots de resultaten in een propagandacampagne presenteren, als de liberalen wat kruimels hebben toegeschoven – zie je wel, lobbyen en parlementaire politiek werkt! Overigens met weglating van wat allemaal aan structurele punten is ingeleverd. Dit is de politiek die de SP in Amsterdam volgt.Anderen wenden zich teleurgesteld af van de politiek en uiten hun machteloze woede in spreekkamers, onderling urenlang tegen elkaar praten over hoe slecht de wereld is zonder dat er verder iets uitkomt. Op Facebook worden de misstanden breed uitgemeten en in de publiciteit worden de ergste schandalen via interviews met slachtoffers voor het voetlicht gebracht zonder dat het verder consequenties heeft.Weer anderen storten zich op de individuele hulpverlening. Gaan mee met “keukentafelgesprekken” of “gesprekken” met de sociale dienst, schrijven bezwaarschriften, enzovoorts. Weliswaar wordt door middel van een wildgroei aan “meldpunten” op velerlei beleidsterreinen getracht om misstanden te verzamelen en meer algemene conclusies te trekken. Maar een rapport komt even in de publiciteit, er wordt wat over gediscussieerd in de gemeenteraad, de liberalen doen hun zegje en alles blijft bij het oude. Zo draait iedereen rond in cirkels binnen de bestaande machtsverhoudingen, zonder dat er iets structureels verandert.Ondertussen blijkt de uitvoerende (gemeentelijke) macht ongevoelig voor alle kritiek en misstanden die naar voren worden gebracht. Hierbij maken ze gebruik van het feit dat de gemeenteraad verdeeld is in wat meer links en rechts die samen een coalitie vormen. Wanneer die met elkaar onderhandelen en er even niet uitkomen, zegt de bureaucratie: laat het maar aan ons over, geef de ambtenaren meer bevoegdheden, wij lossen het wel op, wij zullen wel een weg uitstippelen waarmee iedereen het eens kan zijn. Dit is het mechanisme dat in Amsterdam tot uiting komt. En dat door de vereniging van Directeuren van Sociale Diensten (Divosa) wordt uitgedragen. Op misstanden die ontstaan door de nieuwe Participatiewet, reageerde de vereniging: geef ambtenaren meer bevoegdheden om maatwerk te leveren, om in individuele gevallen van de regels af te wijken. Oftewel, de willekeur van de negentiende-eeuwse charitas is terug in een ander jasje: je krijgt een aalmoes, maar misschien ook niet, dat hangt ervan af of het tussen ons “klikt”, of jij aan mijn normen voldoet en een beetje kunt onderhandelen.Actiecomité DwangarbeidNeeOns actiecomité gaat door met de strijd, met onder meer de volgende uitgangspunten.1. Herpolitiseren van de problemen waarmee veel mensen te maken hebben. Laten zien hoe het beheerssysteem werkt. Aan de orde stellen dat niet de behandeling en bejegening door een ambtenaar de oorzaak van de problemen is, of de slechte eigenschappen van deze of gene, de kenmerken van een persoon en een discussie over het ‘goede’ of ‘slechte’ gedrag van individuen. Nee, de verdeling van rijk en arm, het bureaucratisch beheerssysteem, de actuele politiek, de massawerkloosheid. Alleen een versterking van de rechtspositie van de betrokkenen kan de situatie verbeteren. Aan de kaak stellen wanneer dit niet gebeurt, zoals in Amsterdam bij de werkzoekenden met de SP aan het roer. Het gaat erom dat mensen die hulp nodig hebben, kunnen onderhandelen vanuit een goede rechtspositie en de faciliteiten krijgen om vaardigheden te ontwikkelen om dat proces goed te voeren.2. Effectief verzet voor een verbetering van de rechts- en inkomenspositie. Een werkelijk perspectief kan alleen komen van de mensen die het betreft, van een organisatie van onderop. De vele meldpunten en ook de individuele hulpverlening kunnen hierbij helpen, wanneer dit in een structureel verband gebeurt. Meer organiseren met de mensen die het aangaat. Dus bijvoorbeeld liever een hoorzitting opzetten met betrokkenen dan alleen door “bemiddelaars” klachten laten verzamelen die vervolgens een rapport opstellen, waarbij de bredere kaders van de neo-liberale politiek niet aan de orde komen.Een goede vorm zou wat mij betreft de organisatie van “buitenparlementaire enquêtes” zijn, waarbij getuigen (ervaringsdeskundigen) verklaringen afleggen over misstanden en de verantwoordelijken in een openbare zitting ter verantwoording worden geroepen op basis van een vooronderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van een meldpunt.Piet van der Lende(Dit artikel verscheen eerder bij Solidariteit.)]]>

donderdag 1 januari 2015

De participatiewet

  • In de Participatiewet worden de Wet Werk en Bijstand, de Wajong en de WSW samengevoegd.
    De huidige Wajongers behouden die uitkering. Gedeeltelijk arbeidsongeschikten in de Wajong gaan van 75% van het WML naar 70% van het WML. Om te bepalen of men geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is worden herkeuringen uitgevoerd. De Wajong is na 1 januari alleen nog toegankelijk voor volledig arbeidsongeschikten. Gedeeltelijk arbeidsongeschikten, die de aandoening al voor hun 18e levensjaar hadden, gaan voortaan naar de bijstand cq de Participatiewet
    • De Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) gaat op slot. Er komt geen nieuwe toestroom meer.
    • Invoering van de kostendelersnorm in de nieuwe Participatiewet
    • Het wordt de gemeenten verboden een zogenaamd categoraal bijzondere bijstandsbeleid te voeren. Allerlei minimaregelingen worden afgeschaft. Armoedebeleid. Er komt 100 miljoen extra naar gemeenten voor armoedebeleid. Dit is niet geoormerkt. De regering wil dat het wordt uitgegeven aan gezinnen met kinderen en preventie. Artikel 2.1.7. WMO maakt het mogelijk voor mensen met een chronische ziekte een categoriale regeling te treffen. Ook voor mensen boven het netto sociaal minimum. De gemeenten kunnen als alternatief ook streven naar een tussenvorm tussen categoraal en individueel. Bij bepaalde ziektes kunnen de extra kosten van te voren worden ingeschat. Zo kan de gemeente zonder al te veel beoordelingswerk toch maatwerk leveren. Financiele vergoeding voor daadwerkelijk gemaakte meer kosten. Forfetaire vergoeding voor aannemelijke meerkosten. Ook kan er een declaratiefonds voor schoolgaande kinderen komen.Voor categoraal beleid is de inkomensgrens van 110% afgeschaft. De gemeente kan zelf inkomensgrenzen vaststellen.
    • Wat gaat de gemeente doen?
      Gemeenten mogen:
      • Meer bijdragen aan de persoonlijke kosten van individuele mensen
      • Krijgen meer ruimte voor aanbieden van aanvullende zorgverzekeringen
      • Meer mogelijkheden voor zgn stadspassen
      Een deel van de zorg in de AWBZ gaat zoals we zagen naar de ziektekostenverzekeraars. Een ander deel gaat naar de WMO en de Jeugdzorg. Veel gemeenten gaan over tot de oprichting van sociale wijkteams om mensen met meerdere problemen te helpen. In principe wordt het uitgangspunt: wat kan de omgeving doen om de persoon in kwestie te helpen. Dan pas komt de gemeente in beeld. Het niet-gebruik van voorzieningen zal door de afschaffing van categorale bijzondere bijstand en de focus op individuele bijzondere bijstand toenemen. Hier leest u meer over de hervorming van de gezondheidszorg.
    • studenten
      Er komt een individuele studietoeslag voor arbeidsongeschikte studenten die recht hebben op WSF. En die niet in staat zijn het voltijdsminimumloon te verdienen.
    • Wanneer u alleenstaande ouder bent, houdt de gemeente bij de hoogte van uw uitkering rekening met de zorg voor uw kinderen. Dit wordt de een-ouder norm in de bijstand genoemd. (een eenoudergezin krijgt nu 90% van het minimumloon) Die eenouder norm wordt in de Participatiewet afgeschaft. Vanaf 1 januari 2015 verandert dit dus. Uw uitkering gaat dan omlaag. Meer kindgebonden budget maar minder inkomen. Het kindgebonden budget gaat per 1 januari extra omhoog. Dit is een bijdrage in de kosten voor uw kinderen tot 18 jaar die u ontvangt van Belastingdienst/Toeslagen. Hoeveel kindgebonden budget u ontvangt, hangt af van hoeveel kinderen u heeft, de leeftijd van de kinderen en uw inkomen en vermogen. Als u daar recht op heeft, krijgt u dus meer kindgebonden budget. Maar: er gaat meer van uw uitkering af dan dat uw kindgebonden budget omhoog gaat. U heeft dus in j anuari een lager inkomen dan nu. In de praktijk zullen werkende alleenstaande ouders er ongeveer 200 euro per maand op vooruitgaan, terwijl alleenstaande ouders in de bijstand er ongeveer 40 tot 50 euro op achteruit gaan.
    • Verzwaring sanctiebeleid. Standaardmaatregel minstens 100% van een maand en verlenging 3 maanden

    • Boetes

    • Kledingregels

    • Nederlandse taal

    • Clienten mogen niet vrijgesteld worden van alle arbeidsverplichtingen. (Dus ze moeten altijd gebruik maken van voorzieningen zoals sociale activering, meewerken aan een onderzoek, maken van een plan van aanpak. En er kan alleen een tijdelijke ontheffing worden ingevoerd. Maar let op! Het verzwaarde sanctieregime van standaard 1 maand geldt alleen voor mensen die volledig arbeidsgeschikt zijn. Er is een onderscheid qua sancties tussen het  ‘basisregime’ en het ‘zwaar regime’.

    • Invoering van de verplichte tegenprestatie.

    • Er komen 35 arbeidsmarkt regio’s en daaraan gekoppelde werkbedrijven. (Beschut werk en loonkostensubsidie). Er komen nieuwe reintegratie maatregelen. Hier een opsomming.

    • Er komen nieuwe bijverdienregelingen. In totaal zijn het er nu drie.
    • Andere maatregelen van de afgelopen jaren aan de vooravond van de invoering van de partcipatiewet
    ]]>

    woensdag 31 december 2014

    In de media in 2014

    Kritiek op de inzet van hondenbelasting controleurs in Amstelveen. RTV Amstelveen, 16-12-2014. Oorspronkelijke film niet terug te vinden. Dit is een link naar Amstelveenweb.Armoede volgt op armoede. ‘Een kind weet niet beter.’ – Een dubbeltje blijf je… – BN/De Stem, 31-10-2014. De Limburger, 31-10-2014. Cyril Rosman en Sander van Mersbergen. In verschillende regionale dagbladen verschenen. Het artikel in de Limburger is het meest uitgebreid. Kortere internetversie in het Eindhovens Dagblad. TV uitzending werkloos en boos. Altijd Wat Monitor NCRV, 30-09-2014. Bastiaan Hetebrij e.a.Annemarie van Gaal: ‘Ik wil bijstandsvrouwen aan werk helpen’. Een kritisch gesprek over bijstandsmoeders. Ze zijn te laks. Radio 1, Dit is de Dag. Evangelische Omroep. 24-09-2014.Nederland Stijger/Daler. Opmerking over Piet van der Lende. Elsevier, 13-09-2014. Eric Vrijsen.SP-wethouder nu kop-van-jut. – Het Parool, 11-09-2014. Bart van Zoelen.Echte banen voor echt geld.  – Het Parool, 27-08-2014. Bart van Zoelen en Elisa Hermanides.Dwangarbeid is het juiste woord. – Het Parool, 30-06-2014. Artikel van het Actiecomite Dwangarbeidnee.Pas als u dit kunt lezen komt u voor bijstand in aanmerking. – De Stentor/Zwolsche Courant, 28-06-2014. Laurens Kok. Verschenen in verschillende regionale dagbladen.Extraatje is voor minima ‘druppel op gloeiende plaat’.  – Nederlands Dagblad, 26-06-2014. Hans Hopman.Asbest en Mosterdgas op werkterrein bijstandsgerechtigden. – Nieuwsbericht Radio Amsterdam FM, 19-06-2014. Mirjam van Rijn.Werkcursus is niet altijd te verplichten. – Dagblad van het Noorden, 14-05-2014. Anoniem.Werkcursus weigeren zonder gevolg voor bijstand. – Het Parool, 12-05-2014. Anoniem.Uitkering? Het wordt allemaal wat soberder. De Gooi en Eemlander, 03-05-2014.‘Dag van de Arbeid begint weer te leven’. ANP Bericht, 30-04-2014. Nico Postma.Bond: Nieuwe taaleis bij uitkering is bijstand-bashing. De Gelderlander, 16-04-2014. Cyril RosmanMinder bijstand voor wie slecht Nederlands spreekt. De Stentor, 17-04-2014. Cyril Rosman. Verschenen in verschillende regionale dagbladen.‘Wie hier komt, moet de taal leren’. De Telegraaf, 17-04-2014. Alexander Bakker.Einde Windows XP, maar te blut voor een nieuw systeem – Trouw, 03-04-2014. Seije SlagerBeschuldigd van cameragluren; Purmerend ontkent gebruik camera bij bestrijding uitkeringsfraude. – Noord Hollands Dagblad, 14-02-2014. Rob Swart.Gluren naar leefloners: bij de buren mag hetdewemo-be05-02-2014. Lesley Arp.Moeten mensen in de bijstand verplicht iets terugdoen? – TV debatprogramma Arena, NPO. Presentatie Sabine Uitslag en Jurgen Rayman. 05-02-2014. Met Jacques Peeters.Bond: nieuwe taaleis bij uitkering is bijstand-bashing. Cyril Rosman, BN De Stem 16-04-2014. https://www.bndestem.nl/overig/bond-nieuwe-taaleis-bij-uitkering-is-bijstand-bashing~a6a9f432/ ]]>

    zaterdag 13 december 2014

    Forse kritiek op beleid dat van elke uitkeringsgerechtigde een fraudeur maakt

    Op 1 januari 2013 werd de Fraudewet ingevoerd, officieel de Wet Aanscherping Handhaving- en Sanctiebeleid genoemd. Met het Boetebesluit werkte staatssecretaris Jetta Klijnsma de wet in de praktijk verder uit. De regelgeving is bedoeld om met strenge straffen en boetes fraude in de sociale zekerheid te bestrijden, maar in werkelijkheid komt het vooral neer op het treiteren en criminaliseren van uitkeringsgerechtigden. Er is flink wat ophef ontstaan over de Fraudewet en het Boetebesluit, omdat de wet krakkemikkig in elkaar blijkt te zitten, het besluit op sommige punten in strijd is met andere wetgeving en er geen enkele afstemming heeft plaatsgevonden met het strafrecht.Diverse rechters hebben inmiddels gehakt gemaakt van de beslissingen die uitvoerende organen op het gebied van sociale zekerheid, zoals de gemeenten, het UWV en SVB, op basis van de frauderegels hadden genomen. Het UWV blijkt zelfs alle rechtszaken sinds 1 januari 2013 te hebben verloren waarin boetes op grond van de Fraudewet aan de orde kwamen. Ook gemeenten kregen van de rechter vaak ongelijk. Op 24 november kwam de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter op het gebied van sociale zekerheid, met een principiële uitspraak over de uitvoering van de Fraudewet. En gisteren leverde de Nationale Ombudsman met het rapport “Geen fraudeur, toch boete” een vernietigende kritiek op de wet. Het UWV liet daarop weten dat men gaat stoppen met het opleggen van boetes totdat de wet door de beleidsmakers is aangepast. Maar men gaat helaas wel door met het innen van boetes die al eerder waren opgelegd.AbsurditeitHet boetesysteem van de Fraudewet en het Boetebesluit deugt van geen kant. Uitkeringsgerechtigden zijn verplicht om informatie over hun levensomstandigheden door te geven aan de uitkeringsinstelling. Maar de frauderegels maken daarbij geen onderscheid tussen schuld en opzet aan de ene kant en geen verwijtbaarheid aan de andere kant. Volgens die regels moet in feite elke schending van de inlichtingenplicht door de uitkeringsgerechtigde, om welke reden dan ook, opgevat worden als een vorm van fraude. Bij de inlichtingenplicht gaat het erom dat de uitkeringsgerechtigde alle informatie doorgeeft die van belang kan zijn voor het recht op een uitkering. Maar wanneer is iets van belang voor dat recht? Hoe moet dat worden bepaald? Wat valt er allemaal onder de inlichtingenplicht? Het blijkt te gaan om een vaag gebied waar de uitkeringsgerechtigde steeds weer het nadeel van de twijfel krijgt en de uitkeringsinstelling het voor het zeggen heeft.Laten we bijvoorbeeld eens het begrip “gezamenlijke huishouding” nemen, dat een belangrijke rol speelt in de regels van de bijstandsuitkering. Het is uitermate lastig om precies te kunnen vaststellen wanneer sprake is van zo’n “gezamenlijke huishouding”, op grond waarvan de bijstandsuitkering zou moeten worden verlaagd of zelfs stopgezet. Het kan gaan om kleine details. Stel dat  twee mensen nooit bij elkaar slapen, maar de een overdag wel zes dagen per week thuis bij de ander is. Er kan dan sprake zijn van een gezamenlijk huishouden, maar dat hoeft niet. Dat is namelijk afhankelijk van een heleboel feiten en omstandigheden. In 2013 leverden allerlei ouderenbonden veel kritiek op het begrip “gezamenlijke huishouding” in de AOW. Ze vroegen om duidelijke criteria, maar de staatssecretaris verwees louter en alleen naar de wetgeving. Nadat Klijnsma onder druk was gezet, gaf ze aan dat er volgens de AOW-regels nooit sprake is van een gezamenlijk huishouden, als beide personen over een eigen huis beschikken en ook eigen lasten betalen. Daarbij maakt het niet uit of de personen dan de hele week bij elkaar zijn. Maar voor de bijstand gelden weer andere regels.Een ander voorbeeld. Een bijstandsgerechtigde mag 28 dagen met behoud van uitkering naar het buitenland. Stel dat een bijstandsgerechtigde in een grensstreek woont en een vriend of vriendin in België heeft. Hoe vaak mag hij of zij die persoon dan bezoeken en daar overnachten? In principe helaas maar 28 dagen. Bedenk dat de bijstandsgerechtigde alles moet melden wat van belang kan zijn, niet alleen wat van belang is. De bijstandsgerechtigde is dus al in overtreding als hij of zij iets niet meldt dat van belang kan zijn, zelfs al heeft het uiteindelijk helemaal geen gevolgen voor de uitkering. Ook al heeft het geen gevolgen, dan nog krijgt de bijstandsgerechtigde in dat soort gevallen een waarschuwing opgelegd en bij de tweede keer een boete van 150 euro. De absurditeit van dit fraudebeleid bleek bijvoorbeeld uit het geval van een uitkeringsgerechtigde die bij het UWV 32 cent te weinig inkomsten had opgegeven. Hij kreeg toen de standaardboete van 150 euro opgelegd.BrandmerkenWie wil voorkomen dat hij de inlichtingenplicht mogelijkerwijs gaat schenden, zou talloze dagelijkse gebeurtenissen in zijn leven moeten gaan melden aan de gemeente of het UWV. Bijvoorbeeld: “Ik ga nu eten bij mijn broer”. Dat kan immers van belang zijn voor de uitkering. Je weet het maar nooit. Of: “Ik heb als verjaardagscadeau twintig euro van mijn zus gekregen”. Of: “Een goede vriend van me heeft me een tweedehands fiets gegeven”. Het zal duidelijk zijn: de frauderegels zijn volkomen doorgedraaid, voeren de repressie tegen uitkeringsgerechtigden flink op en tasten hun recht op zelfbeschikking en een menswaardig bestaan nog verder aan. De regels scheppen voor uitkeringsgerechtigden veel onduidelijkheid en vooral ook veel onzekerheid. Uiteindelijk is het helemaal niet de bedoeling van de beleidsmakers dat uitkeringsgerechtigden de frauderegels braaf naleven. Want als alle uitkeringsgerechtigden die regels strikt zouden gehoorzamen en dag in dag uit allerlei zogenaamd relevante informatie zouden doorgeven aan de uitkeringsinstellingen, dan zou de uitkeringsbureaucratie daardoor hopeloos vastlopen.Wat beleidsmakers in feite voor ogen hebben gehad met het fraudebeleid, is om uitkeringsgerechtigden nog meer het gevoel op te dringen dat ze altijd wel het risico lopen om als fraudeur gebrandmerkt en beboet te worden. Want de Fraudewet en het Boetebesluit maakt van elke uitkeringsgerechtigde in principe een fraudeur. Zo is het fraudebeleid een extra middel om uitkeringsgerechtigden te kunnen controleren, op te jagen en uit de uitkering te duwen. De politici hebben er dan ook heel bewust voor gekozen om het begrip fraude in de Fraudewet en het Boetebesluit te laten afwijken van wat daar in het dagelijkse taalgebruik onder wordt verstaan. Zodra uitkeringsgerechtigden de inlichtingenplicht schenden, komen ze volgens de frauderegels te boek te staan als fraudeur, zelfs als hen niets valt te verwijten.MaximumboetesVolgens de Fraudewet kunnen er boetes worden opgelegd tot aan bepaalde maximumbedragen. Die bedragen mogen dus ook lager uitvallen. Maar in het Boetebesluit zijn die maximumbedragen doodleuk als standaardbedragen opgenomen. In de praktijk blijken uitkeringsinstellingen structureel de hoogst mogelijke bedragen op te leggen. Flink wat uitkeringsgerechtigden die werden getroffen door dit soort maximumboetes, hebben rechtszaken tegen het UWV of de gemeente gewonnen, omdat de rechters bepalen dat uitkeringsinstellingen moeten toetsen aan de zwaarte van de overtreding, en of de opgelegde straf evenredig is aan de overtreding, bijvoorbeeld wat betreft verwijtbaarheid. Gemeenten en het UWV deden dat niet, want ze kwamen standaard op de proppen met de hoogst mogelijke straffen.De Centrale Raad van Beroep heeft met zijn uitspraak van 24 november de hele boetewetgeving op zijn kop gezet. De kern van het lange juridische betoog van de hoogste bestuursrechter is dat de begrippen opzet, schuld, evenredigheid en proportionaliteit deel moeten uitmaken van de beoordeling door de uitkeringsinstelling. De honderd procent boete is van de baan. De bestuursrechter heeft in plaats daarvan een eigen soort boetestelsel gecreëerd en passeert daarmee Klijnsma en haar Boetebesluit. Maar uiteraard staat ook de bestuursrechter onder de politieke druk om het leven van uitkeringsgerechtigden zo zuur mogelijk te maken. De Nationale Ombudsman adviseert in zijn rapport om de boete bij schuld op tien procent van het benadelingsbedrag te stellen. Maar de Centrale Raad stelt een maximum van vijftig procent, wat men niet nader motiveert. Als de bestuursrechter een lager percentage had gehanteerd, dan had politiek Den Haag ongetwijfeld moord en brand geschreeuwd over rechters die op de stoel van de wetgever gaan zitten. Het valt te verwachten dat Klijnsma en de Tweede Kamer nog gaan debatteren over aanpassing van de frauderegels, waarbij gevreesd moet worden dat de essentie van de belachelijke Fraudewet overeind zal blijven.Piet van der Lende]]>

    zondag 23 november 2014

    Het sociale zekerheidsstelsel in Nederland en België en de tegenprestatie

    Op vrijdag 21 november ben ik op een ’trefdag’ van de actiegroep ‘De Lege Portemonnees’ in Gent (België) geweest waar ik in een workshop heb gediscussieerd over de overeenkomsten en verschillen tussen Nederland en België wat betreft het werken met behoud van uitkering. De studiedag met verschillende workshops en inleidingen op de Hogeschool van Gent droeg als titel: ‘Activering zoals het is. (Over)leven op de arbeidsmarkt’.De actiegroep De Lege Portemonnees is een netwerk van individuen en organisaties die zich verzetten tegen armoede en sociale uitsluiting. Via maandelijkse bijeenkomsten en diverse acties komen ze op voor waardig werk en een menswaardig inkomen voor iedereen. De Lege Portemonnees is een samenwerking van vakbondsgroepen, plaatselijk welzijnswerk en andere groepen.Ik heb een paper geproduceerd over de situatie in Nederland dat gebruikt werd bij de discussie. In Nederland kennen we verschillende vormen van werken voor je uitkering, oftewel dwangarbeid. Naast participatieplaatsen kunnen hier verschillende vormen van reïntegratie toe worden gerekend, en met de invoering van de Participatiewet is de tegenprestatie (iets terugdoen voor je uitkering) als algemene mogelijkheid geïntroduceerd. In België willen de rechtse regeringen nu een vergelijkbaar systeem invoeren, daar ‘gemeenschapswerk’ of verplicht vrijwilligerswerk genoemd. Tijd dus om onze ervaringen met het systeem met de Belgen te delen.De sociale zekerheid in België zit in verschillende opzichten anders in elkaar dan bij ons. Men heeft daar een werkloosheidsuitkering, die onbeperkt is in duur. Wel zijn de uitkeringen vrij laag. In de eerste maanden van werkloosheid slechts 60% van het laatstverdiende loon. Er zijn daardoor vrij weinig bijstandsgerechtigden, daar ‘leefloners’ genoemd. Om de gedachten te bepalen: in Vlaanderen waren er in 2010 bijna 44.000 leefloners.Voor de werklozen en de leefloners zijn verschillende vormen van werken met behoud van uitkering ontwikkeld. Voor de leefloners is er de zogenaamde artikel 60 regeling. De sociale dienst van het OCMW (vergelijkbaar met onze Dienst Werk en Inkomen) stelt leefloners tewerk onder een arbeidsovereenkomst. De betrokkene wordt tewerk gesteld binnen het OCMW zelf of bij een sociale organisatie. Het soort werkzaamheden dat verricht wordt is hetzelfde als in Nederland. Na verloop van tijd echter, anders dan bij ons, ontstaat voor deze leefloners recht op een werkloosheidsuitkering. Ze gaan dan dus uit de bijstand en komen in een betere regeling terecht.Naast het bovenstaande kent men in België tewerkstelling via de PWA’s. (Plaatselijke Werkgelegenheids Agentschappen). Uitleg van dat systeem kun je vinden op een site van de Belgische overheid. Het gaat dan om werkzaamheden als thuishulp met een huishoudelijk karakter, waarvoor men meer recent een systeem van dienstenchecques heeft ingevoerd, tuinonderhoud bij particulieren, hulp bij formulieren invullen, stadswachter, seizoensgebonden activiteiten in de tuinbouw.En nu wil men dus toe naar uitbreiding van dergelijke systemen door de introductie van ‘gemeenschapswerk’, dat verplicht wordt gesteld. De werklozen moeten strenger worden aangepakt. Met dezelfde ideologische frasen van rechts die we in Nederland ook kennen. Het systeem gaat waarschijnlijk worden, dat iedereen die 24 maanden werkloos is een job neemt, door Open VLD (Open Vlaamse Liberalen en Democraten) in de Vlaamse regering ‘activa jobs’ genoemd, waarbij men gedurende twee halve dagen per week gaat werken voor de ‘gemeenschap’. Te denken valt aan bezoeken senioren, voorlezen of toezicht op scholen, hulp bij het verenigingsleven.Tijdens de workshop hebben we de argumenten tegen deze vorm van dwangarbeid op een rijtje gezet. Net als bij ons wordt het argument gebruikt, dat als de gemeenschap een prestatie levert, je ‘iets’ moet terugdoen, de tegenprestatie. Een uitkering is dan geen recht meer of een verzekering waarvoor je premies hebt betaald. Ook zit in gemeenschaps werk de ‘pedagogische’ component: de werklozen moeten gedisciplineerd worden leren op tijd komen, een arbeidsritme houden, etc. In feite gaat het erom, zoveel mogelijk werklozen en anderen flexibel inzetbaar te maken op de arbeidsmarkt, waarbij je van het ene baantje naar het andere holt zonder vooruit te komen. Een argument wat ook naar voren kwam is, dat al die terwerkstellingsmaatregelen net als bij ons de kansen op een reguliere baan niet vergroten. Wat dat betreft werkt het systeem niet. En tenslotte levert een systeem van tegenprestatie leveren of gemeenschapstaken uitvoeren een verdringing van bestaande betaalde arbeid op.In Belgie staat de invoering van het systeem nog in de kinderschoenen. Maar nu al wil men via de Lege Portemonnees e.d. welzijns en sociale organisaties benaderen om niet aan de systemen mee te doen. Zij moeten immers de arbeidsplaatsen regelen/organiseren die de werklozen krijgen. Daarbij kijkt men naar Engeland, waar de Boycott Workfare acties veel resultaat hebben geboekt met hun ‘naming and shaming’ campagnes.Piet van der LendeDeze blog is ook verschenen op de site van Doorbraak.eu. Daar heeft O.P Merker de volgende opmerkingen geplaatst.
    Een drietal op- en aanmerkingen op bovenstaande situatieschets van België:
    1)
    Er wordt gesteld dat de zo genaamde art. 60 regeling een vorm van werken met behoud van uitkering is. Dit klopt niet. Weliswaar wordt gesteld dat leefloners te werk worden gesteld onder een arbeidsovereenkomst, maar daarbij wordt ook het gewaarborgd minimumloon met een paar andere “extralegale voordelen” verdiend. Dit loon wordt uitbetaald door het OCMW.
    Uiteindelijk bestaat die constructie art. 60 dan ook eerder om leefloners lang genoeg te laten werken zodat ze uitkeringsgerechtigd kunnen worden. Waarvoor men, wat naast het leeftijdsgebonden is, een “te bewijzen minimum aantal arbeidsdagen in loondienst en referteperiode” dient te overleggen:
    Jonger dan 36 jaar– ofwel 312 dagen gedurende de 21 maanden voorafgaand aan uw aanvraag;– ofwel 468 dagen gedurende de 33 maanden voorafgaand aan uw aanvraag– ofwel 624 arbeidsdagen gedurende de 42 maanden voorafgaand aan uw aanvraag.
    Van 36 tot 49 jaar– ofwel 468 dagen gedurende de 33 maanden voorafgaand aan uw aanvraag;– ofwel 624 arbeidsdagen gedurende de 42 maanden voorafgaand aan uw aanvraag;– ofwel 234 dagen tijdens de 33 maanden + 1.560 dagen tijdens de 10 jaar die voorafgaan aan deze 33 maanden;– ofwel 312 dagen tijdens de 33 maanden + voor elke dag die ontbreekt om tot 468 dagen te komen, 8 dagen tijdens de 10 jaar die deze 33 maanden voorafgaan.
    Vanaf 50 jaar– ofwel 624 dagen gedurende de 42 maanden voorafgaand aan uw aanvraag;– ofwel 312 dagen tijdens de 42 maanden die uw aanvraag voorafgaan en 1560 dagen tijdens de 10 jaar die deze 42 maanden voorafgaan;– ofwel 416 dagen tijdens de 42 maanden + voor elke dag die ontbreekt om tot 624 dagen te komen, 8 dagen tijdens de 10 jaar die deze 42 maanden voorafgaan.
    Met andere woorden de leefloner werkt normaliter als een “normale werknemer” afhankelijk van de leeftijd met die art. 60 constructie voor 1 jaar, anderhalf jaar of 2 jaar. Daarna is deze uitkeringsgerechtigde en gaat via de Belgische staat – met de RVA (Rijksdienst Voor Arbeidsvoorziening) als uitbetalende instelling – een uitkering uitbetaald krijgen.
    Echter normaliter heeft de uitkeringsgerechtigde geen direct contact met de RVA, alleen maar in het geval van (her)controle, of deze genoeg gesolliciteerd heeft. De RVA is de instantie die ook sanctioneert. De uitbetalingen zelf en de administratie daaromtrent wordt door de vakbonden gedaan en indien niet gesyndicaliseerd door de hulpkas (de HVW, Hulpkas Voor Werkloosheidsuitkeringen, is een openbare instelling van sociale zekerheid die werkloosheidsuitkeringen en aanverwante uitkeringen – jeugdvakantie, activering, PWA – betaalt). De uitkeringsgerechtigde vraagt dus ook via of de vakbond of de hulpkas zijn of haar uitkering aan.
    De VDAB (Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding) vervolgens volgt de uitkeringsgerechtigde op in verband met het zoeken naar betaalde arbeid, sollicitatietrainingen, om- her- en bijscholingen en deze heeft ook de mogelijkheid externe instellingen in te schakelen om de uitkeringsgerechtigde middels trajectbegeleidingen een (vaak) “nutteloze” bezigheid te geven.
    Tijdens de regering voor deze regering, Di Ruppo 1 (een coalitie van de PS, sp.a, MR, Open Vld, CD&V en cdH – oftewel de Vlaamse en Waalse socialisten, liberalen en katholieken -) zijn er een aantal federale bevoegdheden naar de gewesten overgeheveld (de 6e staatshervorming genoemd. België kent drie gewesten met elk ook een gewestregering: Vlaanderen, Wallonië en Brussel), die nu met deze regeringen sinds 25 mei 2014 in voege getreden zijn. Onder andere dat de gewesten de volledige bevoegdheid hebben gekregen over de activering van de werklozen en bijbehorende sancties. Waarbij dus de VDAB sancties kan opleggen, dat momenteel uitgewerkt wordt door de rechtse Vlaamse regering (een coalitie van de N-VA, CD&V en Open Vld – Vlaams nationalisten, katholieken en liberalen -).
    Het leefloon is trouwens een maandelijks vast bedrag en een uitkering is een dagbedrag, waarbij alleen de zondag niet geteld wordt als dag. Dus met een uitkering ontvangt men iedere maand een ander bedrag, afhankelijk van het aantal dagen de voorgaande maand had. Zowel het leefloon als de uitkering kent geen aparte vakantiegeld uitkering (eens per jaar), zoals dat in Nederland gebruikelijk is. Verder wordt er betrekking hebbende op de hoogte van het bedrag bij beide uitkeringen gekeken naar in welke situatie de uitkeringsgerechtigde persoon zich bevindt, alleenstaand, samenwonend en dergelijke.
    (Noot: hierboven is de Vlaamse situatie beschreven. De andere twee gewesten is hanteren een soortgelijke constructie, echter daar hanteert men andere – Franstalige – benamingen voor de genoemde instellingen)
    2)
    Sinds 1 november 2012, tijdens en door Di Ruppo 1 verwezenlijkt, zijn de uitkeringen degressief gemaakt. Wat impliceert dat wie lange tijd werkloos is, zijn uitkering stelselmatig zal zien verminderen.
    3)
    Het systeem van “gemeenschapsdienst” ( = dwangarbeid) dat men in België in wil gaan voeren, is federale materie. De federale regering, Michel 1 ( Charles Michel is een liberaal van de MR) is een rechtse regering bestaande uit de N-VA (Vlaams nationalisten), CD&V (Vlaamse katholieken) en de Vlaamse en Waalse liberalen, de Open VLD en MR. Deze coalitie wordt ook wel de kamikaze coalitie genoemd, daar de MR de enige Waalse partij is die zitting genomen heeft in deze coalitie. Dit terwijl Wallonië een PS bolwerk is.
    Ter informatie en tot slot bestaat– de Waalse regering uit de PS en de cdH, socialisten en katholieken en– de Brusselse Hoofdstedelijke Regering hebben de Franstalige partijen PS, FDF (Waalse nationalisten) en cdH een coalitie gevormd samen met de Nederlandstalige partijen Open Vld, sp.a en CD&V.
    ]]>

    woensdag 19 november 2014

    Bijeenkomst over veranderingen in de zorg

    Op donderdag 27 november om 19.00 uur werd een voorlichtingsbijeenkomst gehouden over de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Er werd dezelfde informatie verstrekt als op een bijeenkomst van 19 november. De bijeenkomst werdrn gehouden in het Huis van de Buurt De Klinker, Borgerstraat 45 en de bijeenkomst is georganiseerd door de Bijstandsbond, Wereldse Wijk, stichting Cliëntenbelang, ABC Alliantie Welzijn. In de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 is geregeld, dat een aantal zaken op het gebied van ondersteuning thuis vanaf 1 januari 2015 niet meer door de nationale regering worden geregeld, maar door de gemeenten. Het gaat dan om taken als huishoudelijke hulp, dagbesteding, beschermd wonen, begeleiding en ondersteuning van mantelzorgers. Andere taken in de gezondheidszorg blijven bij de nationale overheid of worden uitbesteed aan de ziektekostenverzekeraars, die dan voor de uitvoering van regelingen moeten zorgen.De bijeenkomsten waren georganiseerd door de Vereniging Clientenbelang, de Vereniging Bijstandsbond, de ABC Alliantie welzijn en stichting Wereldse wijk. In een overvolle zaal, er waren tussen de 80 en 100 mensen aanwezig, luisterde men naar een inleiding van Malène Duijst van stichting Clientenbelang en Wereldse Wijk, die op heldere wijze de veranderingen per 1 januari uitlegde. Na de nodige vragen uit de zaal en een pauze was er een inleiding van de sociaal raadsman in de Klinker, Eljo van der Chris, die vooral vertelde over de veranderingen per 1 januari op het gebied van de bijstand. Op die datum wordt namelijk de zogenaamde Participatiewet ingevoerd. Daarna vond een levendige discussie plaats met een forum, waarin behalve de sociaal raadsman ook Piet van der Lende van de Bijstandsbond en Jet van Rijswijk van Wereldse Wijk zitting hadden genomen. Ook was er een kort woord van Jeroen van Berkel, die in zijn privéleven ook met dit soort zaken te maken heeft en die vertelde hoe ingewikkeld het allemaal is. Er bestond veel ongerustheid over de maatregelen die op 1 januari worden ingevoerd. Velen vrezen, dan niet meer de ondersteuning te kunnen krijgen die men nu heeft. In het navolgende vooral enkele aspecten van de inleiding die Malène hieldVerschillende dingen over de WMO zijn nog onzeker. Op zich is de wet wel goedgekeurd, maar de gemeente Amsterdam moet nog verordeningen maken over hoe ze de WMO gaan uitvoeren. Dat is allemaal nog in concept. Je kunt de laatste informatie over de invoering van de WMO volgen op de website van de gemeente Amsterdam.Bij de reorganisatie van de gezondheidszorg en de bepaling wie wat gaat uitvoeren gaat men uit van de zogenaamde ‘zorgzwaartepakketten’ die de hulpbehoevenden hebben. De mensen die erg hulpbehoevend zijn blijven onder de nieuwe AWBZ vallen, die Wet langdurige Zorg (WLZ) gaat heten of komen terecht bij een regeling die wordt uitgevoerd door de ziektekostenverzekeraars. De gemeenten houden zich bezig met de hulpbehoevenden met het lichtste zorgzwaartepakket, zoals begeleiding en dagbesteding van mensen die nog thuis wonen. Dit betekent wel, dat het in individuele situaties erg ingewikkeld kan worden. Je kunt op een bepaald punt onder de nieuwe WLZ vallen, maar op andere punten bijvoorbeeld weer onder de nieuwe WMO.Het is dus erg belangrijk dat mensen die in al die ingewikkelde regelingen de weg kwijtraken cliëntondersteuning krijgen. Dat wil zeggen: organisaties waar mensen werken die voor je belangen opkomen en die met je meedenken als je wat nodig hebt.Dit is vooral belangrijk, omdat de gemeente zogenaamde ‘keukentafelgesprekken’ gaat voeren met hulpbehoevenden waarbij functionarissen van het wijkzorgteam een indicatie moeten opstellen over wat je nodig hebt. De gemeente heeft weinig geld om de regelingen uit te voeren, dus ze zijn erg karig met het geven van diensten. Het is belangrijk als je dan een cliëntondersteuner hebt die bij de gesprekken aanwezig kan zijn.Organisaties die cliëntondersteuning bieden zijn Mee Amstel Zaan, sociaal wijkteam de Klinker, Maatschappelijke diensten GGZ Ouderen, Kerngroep Platform Mantelzorg Amsterdam. Laat je tijdens die keukentafelgesprekken niet inpakken, zo van: o. dat gesprek doe ik wel even. Bereid je goed voor. En denk ook alvast aan de toekomst, aan de ontwikkeling van het ziekteproces. Het is ook belangrijk dat je cliëntondersteuning krijgt omdat je je dan niet laat leiden door de emoties en rustig zaken probeert te doen.Hoe verloopt de procedure?Je moet een melding doen bij het Wijk zorgteam dat je hulp nodig hebt. In feite is dit een officiële aanvraag, waarop de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing is. De gemeente wil nog wel eens beweren, dat dit niet zo is. Als de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing is sta je sterker. Ze moeten binnen ene bepaalde termijn beslissen en er zijn bezwaar en beroepsmogelijkheden.Na de melding volgt het keukentafelgesprek. Bij dit keukentafelgesprek gaat de functionaris uit van een bepaald gespreksmodel. de ‘zelfredzaamheidsmatrix’. Er wordt gekeken naar:– De eigen kracht van de betrokkene. Wat kan iemand zelf nog doen?– Het Eigen sociale netwerk van bestrokkene. Wat kunnen anderen in het netwerk doen?– voorliggende voorzieningen. Welke andere voorzieningen zijn er buiten de WMO?– Welke algemene voorzieningen zijn er? Bv goed openbaar vervoer.– Wat is gebruikelijke zorg waar je zelf voor moet zorgenDan komt er een verslag van het keukentafelgesprek, met daarin de voorzieningen waarop betrokkene recht heeft. Dit verslag moet getekend worden door de cliënt en de functionaris. Let op! Als je het er niet mee eens bent, niet tekenen en in beroep gaan.Je moet niet in een valstrik trappen als: ‘o, de dochter kan wel elke dag een hapje eten brengen. Als je dan zegt ja, dat kan wel, dan zit de dochter eraan vast. Stel van te voren vast: wat gaat goed, en wat niet. En bij twijfel: het gaat niet goed. Als je het alleen doet en op alle vragen ja beantwoord, dan denken ze: o, die heeft voldoende eigen kracht en een netwerk, en als het dan niet zo is, dan ben je weer een half jaar verder waarin er niks gebeurt. ]]>

    zondag 9 november 2014

    Economie zal nooit meer zijn wat het geweest is

    Op 30 october verscheen de Nederlandse vertaling van ‘Kapitaal in de een en twintigste eeuw’ van de Franse econoom Thomas Piketty. Het boek is in Frankrijk lauw ontvangen, maar de Engelse vertaling, een pil van 685 bladzijden,  heeft geleid tot een hausse aan reacties en het boek werd een bestseller. Er lijkt een discussie te worden opengebroken, die lange tijd gesloten geweest was. Wat Piketty op basis van uitgebreide historische analyses op de agenda zet, is niet zozeer het feit, dat we in het kapitalisme puissante rijkdom naast extreme armoede kennen. Velen hebben dit waargenomen in de loop der eeuwen en daar theorien aan gewijd. De discussie die Piketty weer op de agenda zet is de vraag, of die extreme verschillen tussen arm en rijk en eventueel een verdergaande verarming van grotere delen van de bevolking het gevolg zijn van immanente systemische onvolkomenheden van het kapitalisme, van de tendenzen die het gedrag van het kapitaal en de verdeling van armoede en rijkdom bepalen, of dat het kapitalisme die onvolkomenheden niet kent, in zich een goed naar evenwichten tenderend systeem is, dat harmonisch kan functioneren waarbij externe factoren de evenwichten kunnen verstoren. In de neo-klassieke economie worden in feite externe variabelen in het systeem ingebracht, die evenwichts verstorend kunnen werken en die  de verschillen tussen arm en rijk bepalen. Een tweede stroming die er impliciet van uitgaat, dat het kapitalisme op zich goed functioneert  is de morele stroming, die ter discussie stelt of de tegenstelling tussen arm en rijk op zich verkeerd is. Wat is erop tegen, als maar iedereen te eten heeft? En uitwassen moeten bestreden worden door de mensen een goede moraal bij te brengen, door sociaal ondernemerschap, want ja, ook de kapitalisten moeten niet zo hebberig zijn en proberen zoveel mogelijk winst te maken. Sociale ondernemer zijn betekent, dat je sociaal voelend a la Bill Gates een deel van je fortuinen weggeeft en verdeelt onder de armen. In het verlengde daarvan liggen de initiatieven voor een sociaal kapitalisme. De ‘sociale ondernemingen’ schieten als paddenstoelen uit de grond. Heel andere uitgangspunten dan wanneer je het kapitalisme beschouwt als een productiesysteem van immanente onvolkomenheden, dat uit zichzelf als het ware de stagnatie van de samenleving organiseert. Een oude gedachteMarx analyseerde de immanente tegenstrijdigheden van het kapitalisme als systeem van productie. Centraal in zijn theorien staat de arbeidswaardeleer. Het zou te ver voeren, dat verder hier uit te leggen, maar ook in die theorie is het kapitalisme een productiesysteem dat armoede, stagnatie, oorlog en ellende produceert als uitvloeisel van de wetmatigheden in de productie.  Het is onmiddellijk duidelijk dat uitgaan van de immanente onvolkomenheden van het productiesysteem zelf een adequate kritiek oplevert op de stromingen, die stagnatie zoeken in externe factoren of de moraal, of de mens als beest, dat altijd in ons sluimert. Je leidt dan de aandacht af van het feit, dat het kapitalisme als productiesysteem minstens net zo’n groot probleem is. Dat de tegenstellingen tussen arm en rijk, en de concentratie van rijkdom in handen van zeer weinigen niet zozeer het gevolg zijn van de moraal, of externe factoren, maar inherent zijn aan het kapitalistisch productiesysteem en dat dus eerst dat productiesysteem ter discussie gesteld moet worden alvorens te werken aan een rechtvaardiger maatschappij. Het is een weerlegging van de Amerikaanse droom, die verwoord dat iedereen de maarschalksstaf in zijn ransel heeft. Iedereen kan hogerop komen, als je maar wil, als je maar de goede ondernemersmentaliteit hebt. Iedereen krijgt kansen in het kapitalisme, grijp die! Nee, zegt nu Piketty, op basis van een indrukwekkende historische analyse, wanneer het kapitaal zich concentreert in handen van een steeds kleinere elite, stagneert de samenleving, neemt de sociale mobiliteit af, worden de kansen voor mensen hogerop te komen en/of zich te ontplooien minder. Het gevolg is stagnatie van de gehele maatschappij. stagnatie en gebrek aan sociale mobiliteitBij steeds grotere ongelijkheid in bezit en inkomen komt er een rem op de economische groei omdat rijken hun geld nog slechts gedeeltelijk besteden in de economie en de rest oppotten. Grote ongelijkheid is een gevaar voor de democratie en politieke invloed van alle burgers: rijken kunnen de duurste advocaten en lobbyisten inhuren en met geld invloed kopen om wetten aangenomen te krijgen die zij willen. Mensen met een laag inkomen hebben geen reserves. Bij een tamelijk geringe tegenslag komen ze al in de problemen of schulden die alle tijd en energie opslokken. Mensen met weinig inkomen investeren ook minder in scholing en opleiding voor zichzelf en hun kinderen waardoor ze niet hogerop kunnen komen. Grote ongelijkheid remt de sociale mobiliteit. Maar er is ook een tendens dat de middengroepen verdwijnen. Langzaam in de loop der jaren opklimmen in de maatschappij of het bedrijf waar je werkt wordt steeds moeilijker. Het wordt steeds meer: alles of niets. Piketty is niet de eerste die op deze tendenzen gewezen heeft. Reeds de historicus Jan Romein formuleerde de wet van de remmende voorsprong: Een bedrijf of organisatie, kan een product met grote innovatieve waarde ontwikkelen en daar winsten mee maken, maar daarna in de verleiding komen op de inkomsten te blijven teren en noodzakelijke investeringen voor innovatie te veronachtzamen. In de tijd van Romein bestonden grote verschillen tussen verschillende delen van de wereld waardoor hij veronderstelde, dat dan elders de op hun lauweren rustende ondernemingen zouden worden voorbijgestreefd. Wanneer echter de concentratie van steeds meer toenemende rijkdom in handen van weinigen wereldwijd is, kan dit teren op de inkomsten algemeen worden en vernieuwende ontwikkelingen tegenhouden.
    Daarmee wordt ook een kritiek geformuleerd op strategien om mensen aan de onderkant van de samenleving zelfredzaam te maken en te ontwikkelen door aan hun gedrag te sleutelen. Bijvoorbeeld de reintegratie cursussen voor werklozen, eigen kracht conferenties, etc. Werklozen ervaren aan den lijven dat het zo niet werkt, dat om een hen soms onbekende redenen of door de grote massawerkloosheid het hogerop komen niet lukt, dat er op de een of andere manier factoren in het spel zijn die dat belemmeren, die buiten henzelf liggen. Marxistische theorien waren in het verleden explosieve kritieken op de ideologie van de self made man die iedereen kan worden, op de plaats van de moraal in het discours van de verdedigers van het kapitalisme. PikettyEn nu is er Piketty. Beslist geen marxist, hij zet zich expliciet af tegen de hiervoor genoemde arbeidswaardeleer. Ook bij Piketty tendeert het kapitalisme uiteindelijk naar een nieuw evenwicht alleen…. hier gaan vele decennia overheen. En in die periode stagneert de samenleving, de economie. En moeten miljoenen in ellende leven.
    Piketty zegt zelf, dat vermogensongelijkheid helemaal niet erg is, dat het in Europa nog geen probleem is, de concentratie van vermogens, en dat we blij moeten zijn dat we zoveel vermogen hebben, er moeten hooguit kleine belastingen komen op die vermogens.  Eigenlijk, zou je kunnen zeggen, trekt hij dus geen radicale politieke conclusies uit zijn eigen verhaal. Waarom doet hij dat?  Is dit een bewuste strategie van hem, terwijl hij wel weet, dat het probleem veel groter is? Het is in strijd met de urgentie van de analyses in zijn boek. Hij betoogt steeds, dat hij de vrije markteconomie lief heeft en dat hij houdt van het kapitalisme en dat hij in Oost Europa geweest is tijdens de val van de muur en dat hij dacht: hoe is het mogelijk, dat mensen voor zo’ n systeem kiezen, ik wil dat nooit. Hierdoor is hij voor rechts zeer moeilijk met de traditionele middelen te bestrijden. Toch heeft hij een opzienbarend boek geschreven, waarin een fundamentele kritiek wordt geleverd op het kapitalisme. Echter, hem daarop wijzen, helpt niet. ‘ Ik hou van het kapitalisme, zegt Piketty, ik wil het helemaal niet afschaffen. Ik lever er alleen kritiek op’ . Wat is eigenlijk het doel van Piketty? Wellicht het volgende. In verschillende interviews geeft hij aan, dat we volgens hem historisch belast zijn met de tegenstellingen tussen Oost en West, met de koude oorlog, met het mislukken van het communistisch experiment in Oost-Europa. Hij geeft aan, dat we eigenlijk een beetje collectief opgehouden zijn met denken. Rechts en links zijn de afgelopen decennia met de opkomst van het neoliberalisme een soort psychologische oorlogvoering begonnen op basis van de tegenstellingen in het verleden. Piketty wil dat doorbreken. Geen politieke strategieMaar een politieke strategie om de hervorming van het kapitalisme door te voeren staat niet in de dikke pil van Piketty. Al op de eerste bladzijden kun je hem op een tegenstrijdigheid betrappen. Aan de ene kant zegt hij, dat de kwestie van de ongelijkheid van rijkdom, kapitaal, inkomen heeft geleid tot zelfs gewelddadige politieke conflicten en dat de wetenschap niet in staat is deze conflicten te verzachten of te modereren. Aan de andere kant stelt hij zijn hoop op die wetenschap en de democratie en dat die in staat zullen zijn de regie van de democratie over het kapitalisme te herstellen, voorzover die regie is verdwenen en dat daarom een rationele oplossing zal worden gekozen en dat de kladderedatsch die Marx voorspelde van revolutie of oorlog zal worden voorkomen. In dit verband stelt hij, dat wetenschappelijke economische inzichten al veel goed werk hebben gedaan. Wat is het nu? Kan de wetenschap ons verder helpen, of niet? En zo niet, hoe kunnen wij een verandering bewerkstelligen? Een echt nieuw antwoord zul je in het boek van Piketty niet vinden.Piet van der Lende]]>

    woensdag 8 oktober 2014

    Zou Sjoerd ook over dit betaalpasje beginnen?

    Kijk, de dagen worden weer korter, het is ’s avonds alweer vroeg donker en binnenkort gaat de wintertijd weer in. Tijd dus om weer gezellig bij het haardvuur te gaan zitten somberen. Berichten genoeg die daarbij behulpzaam kunnen zijn, zoals onderstaand bericht. De algemene wetmatigheid is, dat ergens in een Europees land een ballonnetje wordt opgelaten. Dan denken ze bij de VVD, bijvoorbeeld Sjoerd Potter: hee, dat is een idee, dat moeten we hier ook hebben. Hij denkt dan: ik kom altijd breeduit in de media met dit soort voorstellen. Als ik het morele gedrag van de onderklasse maar aan de kaak stel en vraag om ferme maatregelen. Dus Sjoerd laat ook zo’n ballonnetje op. En dan worden wij door journalisten weer gevraagd: jullie zijn zeker boos over het voorstel he? Nou, en dan duurt het een paar jaar, en dan wordt de maatregel ingevoerd. Deze ontwikkeling opent ongekende nieuwe mogelijkheden. Bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam kan dan zeggen: wij geven alle bijstandsgerechtigden zo’n betaalpas, maar dan mogen ze alleen winkelen bij Dirk van den Broek en niet bij Albert Heyn. Maar, zeggen ze dan tegen Dirk, dan moeten jullie wel de tekorten op onze begroting betalen. Als dan bv Dirk van den Broek de directeur van de sociale dienst en de wethouder ook nog een extraatje geeft, dan is het helemaal rond. Ik zie het helemaal voor me. Om het gebruik van milieuvriendelijk voedsel te bevorderen stel ik voor, dat zo’n betaalpas wordt ingevoerd voor alle inwoners. Je kunt dan alleen winkelen in winkels die milieuvriendelijke producten verkopen. Lijkt me een leuke campagne voor Milieudefensie.



    ]]>