pagina's

woensdag 7 september 2016

Bestaat de markteconomie wel?


Bestaat de markteconomie wel?Tijdens de mondialiseringsbeweging ongeveer tien jaar geleden verbaasden veel actievoerders zich over de kloof die gaapt tussen de werkelijkheid van de economie die zij zagen en het geïdealiseerde model van de neo-klassieke economen, die in het kader van het neo-liberalisme een model ontwikkelden waarin de marktwerking een glansrol speelde. Hoe minder overheid, en hoe meer marktwerking, hoe meer welvaart en een harmonisch evenwicht tussen vraag en aanbod in het verschiet liggen. Veel actievoerders waren wars van kant en klare ideologische en modelmatige verklaringen van de werkelijkheid. Ze wilden zelf denken en geen van bovenaf opgelegde modellen, een pluralistische sociale beweging, waarin plaats was voor verschillende theoretische stromingen en interpretaties, waarbij de hoofddoelstelling moest zijn de kloof tussen de rauwe kapitalistische werkelijkheid en de analytische modellen te overbruggen. Studenten aan universiteiten, zoals in Frankrijk stelden aan de kaak dat ze alleen de neo-klassieke teorien kregen voorgeschoteld en zij eisten ook onderwijs in andere interpretaties. In dit kader kwam een nieuwe economische stroming op, die wel ‘real world economics’ genoemd wordt. De rauwe werkelijkheid beschrijven zoals die is en niet uitgaan van abstracte modellen. Een van de grote vragen van deze economische stroming is, of marktwerking wel bestaat en zo ja, in hoeverre. Als marktwerking maar beperkt bestaat, wat bepaalt dan de ontwikkelingen in de maatschappij?. De economische stroming van de real world economics’ is sindsdien springlevend. In dit kader past ook een onlangs verschenen boek.De grootste show op aardeCoen Haegens maakt deel uit van de redactie economie van de Groene Amsterdammer en hij schreef het boek ‘De grootste show op aarde. De mythe van de markteconomie’. Centrale these in het boek is, dat de markteconomie niet bestaat, dat markten volgens het model van de neo-klassieken in de economie niet bestaan en ook nooit bestaan hebben. De theorie van de naar evenwichten en harmonie neigende afstemming van vraag en aanbod is vals. Haegens beschrijft de geschiedenis van dit idee, hoe het opgekomen is, verschillende fasen heeft doorgemaakt en uiteindelijk dominant is geworden. Met empirisch onderzoek toont hij aan, dat de economie niet volgens dat model functioneert. De markten hebben een sterke overheid nodig, die regulerend en controlerend optreedt. Crises, machtsvorming, monopolievorming en bureaucratie staan niet tegenover markten, nee, ze worden er juist door opgeroepen en zijn dus niet alleen maar imperfecties van een op zich perfect systeem, maar zijn er onverbrekelijk mee verbonden. Ondanks de ontwikkeling van moderne technologieën en internet spelen persoonlijke contacten, groepsvorming en subjectief vertrouwen en wantrouwen van mensen naar elkaar toe een grote rol in de vorming van prijzen. Grote ondernemingen die de productie van bepaalde goederen en diensten beheersen kunnen beter een ‘planeconomie’ genoemd worden, dat niks te maken heeft met een markteconomie. Haegens toont aan, dat er vaak geen sprake is van concurrentie op een markt in het beste geval is er ‘monopolistische concurrentie’. Een conclusie van zijn zoektocht naar de mechanismen die de prijzen van goederen en diensten bepalen.paprika’sIn hoofdstuk 6 beschrijft hij de vaststelling van de prijs van paprika’s. Ook hier wil hij aantonen, dat er geen marktmechanisme bestaat. Er bestaat in feite een chronische overproductie, waardoor de prijs van paprika’s constant erg laag is. Tuinbouwers investeren in een soort vlucht naar voren steeds meer in machines, automatisering en schaalvergroting en steken zich daardoor in de schulden om door schaalvoordelen, efficiëntere productie ondanks de lage prijzen van de paprika’s toch de inkomsten op te voeren en de kosten te beperken. Andere tuinders houden het niet meer vol door alle schulden en moeten ermee ophouden of gaan failliet, waardoor het aantal paprikatelers de afgelopen jaren gehalveerd is. Maar omdat de overblijvenden dus investeren blijft de productie van paprika’s hetzelfde. Daar komt bij dat niet zoals vroeger er vele kleine groenteboeren zijn, maar supermarkten, die machtig zijn en een lage prijs bij de producenten kunnen afdwingen. Daardoor is er geen marktwerking. Maar Haegens heeft gepraat met een tuinder, die zich ook verbaasde over de huidige ontwikkeling. Deze zegt echter, dat vroeger de prijs van de paprika schommelde, er waren goede en slechte tijden. Impliciet zegt hij daarmee, dat er toen dus wel iets van marktwerking was. Haegens noemt zelf de varkenscyclus, waarbij varkensboeren slechts vertraagd op de prijsontwikkeling kunnen reageren (het kost tijd om varkens vet te mesten en als je begint als de prijzen hoog zijn kun je niet stoppen als ze tijdens het vetmesten gaan dalen) Dan heb je dus de varkenscyclus van hoge en lage prijzen. Marktwerking? Haegens gaat in zijn boek ook in op de werking van financiële markten.Toch marktwerking?Ik vraag me af, hoe je conjuncturele ontwikkelingen en de lange golven van de Kondratieff moet verklaren als je ervan uitgaat, dat er geen marktwerking bestaat. Haegens benadrukt eenzijdig dat markt en staat onverbrekelijk bij elkaar horen, de markt wordt georganiseerd in die zin, dat vraag en aanbod voortdurend door de staat worden bijgestuurd en dat monopolievorming marktwerking uitschakelt. Zodat niet vraag en aanbod de prijs van goederen bepalen. Marktwerking speelt slechts een ondergeschikte rol. Misschien speelt marktwerking toch een grotere rol dan Haegens veronderstelt, ook al ben ik het ermee eens dat de neo-klassieke theorieën niet kloppen. Wat ik jammer vindt in dit verband is, dat hij niet ingaat op de veronderstellingen van de systeemtheorie, en dan met name een van de grondleggers ervan, de Franse historicus Braudel. Braudel verwerpt de gedachte dat kapitalisme en marktwerking op hetzelfde neerkomen. Ook voor hem is kapitalisme juist een systeem van de ‘contra-marche’, de anti-markt. In zijn visie bestaan er drie niveaus van economische bedrijvigheid. Het laagste niveau is dat van de ‘vie materielle’, het omvat de meest elementaire vormen van economische activiteiten waarmee mensen in hun behoeften voorzien. Daarboven ligt de economie, het niveau van de markt, een wereld die voor de deelnemers min of meer transparant is en een dagelijkse realiteit is, een wereld waarin de winsten dientengevolge klein zijn. Pas daarboven, op het derde niveau, is sprake van kapitalisme, als de zone van economische concentratie, van excessieve winsten, als gevolg van een relatief sterke mate van monopolievorming die zelf weer de uitkomst is van enerzijds politieke machtsvorming en anderzijds van het vermogen van de deelnemers aan dit spel om de schakels in het productieproces te beheersen en het spel ondoorgrondelijk te maken. Het is in onze tijd de wereld van de hedgefondsen en holdingmaatschappijen, die buiten de markteconomie om de onttrekking van grote hoeveelheden kapitaal van het tweede niveau te organiseren en reguleren en onwaarschijnlijke rendementen op hun geïnvesteerde kapitaal te realiseren, ook in tijden van crisis. Op het tweede niveau zou wel sprake zijn van een uitgebreide markteconomie, hoewel, dus ook van bovenaf georganiseerd.Ideologische tegenstellingenHaegens noemt Braudel wel kort, maar zegt er verder niets over. Misschien omdat hij niet wil aantonen, dat het kapitalisme georganiseerde uitbuiting is. Hij wil alleen aantonen, dat marktwerking niet bestaat. Als de markteconomie niet bestaat, of zoals ik ook vind van bovenaf georganiseerd wordt, bestaan ook bepaalde ideologische tegenstellingen niet. Er is geen tegenstelling tussen staat en markt, beiden hebben elkaar nodig. Ook een neo-marxist als Massimo de Angelis wijst op de onjuistheid van bepaalde dichotomieën, waarbij hij er verschillende noemt. i Staat versus markt, derde wereld versus het westen, planeconomie versus laissez faire, samenwerking en solidariteit, versus eigenbelang en competitie en concurrentie, protectionisme versus vrijhandel. Meestal is politiek rechts een aanhanger van de laatstgenoemden in de dichotomieën, links is voorstander van de eerstgenoemde. Daarmee bevestigen zij echter de juistheid van de dichotomie. Het gaat er echter om, dat beide polen in de dichotomieën in het kapitalisme bestaan, en dat ze een specifieke onderlinge dynamiek vertonen, en het gaat er in de eerste plaats om, die specifieke dynamiek te analyseren door het kapitalisme te beschrijven zoals het in de werkelijkheid is en zoals men ook in de ‘real world economics’ probeert te doen. Op deze wijze kan de ideologische discussie op basis van de valse dichotomieën als een onjuiste tegenstelling worden geanalyseerd. Het boek van Haegens is daaraan een bijdrage. Er bestaat in het kapitalisme bijvoorbeeld geen tegenstelling tussen concurrentie en samenwerking en solidariteit. De productie neemt een specifieke vorm aan, waarbij eigenbelang en concurrentie worden nagestreefd door organisaties waarin mensen in de productie samenwerken. De markteconomie wordt dus gecreeerd door de staat en vrijhandel en protectionisme van de machtigste staten die vrijhandel aan anderen opleggen vullen elkaar aan. Als ik de Angelis goed begrijp, kunnen we door een concrete beschrijving van het kapitalisme als uitbuitingssysteem (het eerste niveau van Braudel) schijndiscussies over valse dichotomieën vermijden en buiten de kapitalistische marktplanning om alternatieven organiseren voor dat kapitalisme vanuit het besef, dat kapitalisme georganiseerde uitbuiting is. De Angelis zegt dat het kapitalisme geen totaal systeem is, er is ook in de huidige wereld een ‘buiten het kapitalisme’, waarbij mensen samenleven en samenwerken en produceren op basis van andere waarden dan de kapitalistische. Op het niveau van het dagelijks leven, maar ook op wat Braudel het tweede niveau noemt, de organisatie van de productie.strijdDe strijd in het dagelijks leven maar ook op het tweede niveau van Braudel gaat dan om de realisatie van een leven buiten de uitbuitingspraktijken van het kapitalisme om, waarbij vanuit het georganiseerde kapitalisme, door de staat maar ook grote ondernemingen wordt getracht deze manier van samenwerken, produceren en arbeid verrichten onder haar controle te brengen en in te voegen in de georganiseerde kapitalistische uitbuiting. De Angelis noemt dat produceren buiten het kapitalisme en de strijd om de realisatie van niet kapitalistische doeleinden de commons, van boeren die bossen en land in gemeenschappelijk bezit verdedigen tot de moderne beweging van internetactivisten die vrije software produceren. Maar het speelt ook op het niveau van het dagelijks leven, de velen die een individuele strijd voeren tegen ondoordringbare bureaucratie met hun absurde regels, van sociale dienst tot belastingdienst, van grote verzekeringsmaatschappijen tot de giganten in de geprivatiseerde gezondheidszorg. Duizenden mensen zijn in ons land op spreekuren waar zij juridisch advies geven met deze strijd bezig. Je kunt aangaande de organisatie van de productie ook denken aan de participatiemaatschappij van onderop zoals die door Tine de Moor wordt geanalyseerd.Terug naar het boek van Haegens. Een belangrijke bijdrage aan de discussie, maar toch nog enkele opmerkingen. Hij presenteert de geschiedenis van de neo-klassieke economie als een ideeëngeschiedenis. Impliciet wordt er daarbij van uitgegaan, dat grote ideeën of utopieën (het neoklassieke model is een utopie) de geschiedenis kunnen bepalen. Vraag voor mij blijft wel, hoe het neo-klassieke denken in de economie zo’n succes kon hebben.Piet van der Lende 


]]>

zondag 24 april 2016

Jubileumviering vereniging Bijstandsbond

Jubileum Bijstandsbond

In mei 2016 bestaat de Bijstandsbond 40 jaar. En de Euromarsen tegen werkloosheid, armoede en sociale uitsluiting bestaan 20 jaar. Dat gaan we vieren !.

Op 26 mei 1976 werd de Bijstandsbond opgericht, de huidige Bijstandsbond Amsterdam komt daaruit voort. Dat betekent dat de Bijstandsbond Amsterdam dit jaar 40 jaar bestaat. Dat gaan we vieren!. Met een tentoonstelling, een symposium, een feest en de uitgave van een jubileumboek. De festiviteiten worden alle gehouden in het Nelson Mandela Centrum, Eerste Weteringplantsoen 2c Amsterdam. http://www.nelsonmandelacentrum.com Telefoon: 020-6242306 / 020-4288825

Tentoonstelling

40 jaar strijd voor de belangen van mensen met een minimuminkomen in woord en beeld. Er zijn 40 overzichtsbladen samengesteld over de verschillende jaren. Van ieder jaar is een overzichtsblad. Op de bladen zijn pamfletten, foto’s, stickers, affiches, logo’s en ander illustratiemateriaal aangebracht. Deze worden opgehangen in het Nelson Mandela Centrum gedurende de week van 16 mei tot en met 22 mei. Aldaar overdag te bezichtigen.

Symposium

We openen de feestweek met een symposium op 18 mei over 40 jaar belangenstrijd, de hoogte en dieptepunten, en wat we daarvan kunnen leren. Ook zal aandacht worden besteed aan hoe de situatie in Amsterdam nu is. Wat hebben we bereikt, wat kan beter? Bij de aanvang van het symposium wordt om 10.30 uur het jubileumboek gepresenteerd door Anke van der Vliet, al 40 jaar aan de Bijstandsbond verbonden en medeoprichtster van de bond.

Dagvoorzitter van het symposium is Madelene Duijst, werkzaam bij de vereniging Clientenbelang in Amsterdam.

In het ochtendgedeelte dat om 11.00 uur begint zal er op basis van bovenstaande probleemstellingen een forumdiscussie zijn waaraan deelnemen:

– Jacques Peeters, kaderlid van de Bijstandsbond

– Anke van der Vliet, secretaris van de Bijstandsbond

– Bart Louwman, lid van de Participatieraad en kaderlid van FNV uitkeringsgerechtigden

– Mark van Hoof, advocaat

– Patrick Hartwig voorzitter van de daklozenvakbond en lid van de Participatieraad

Het middag gedeelte van het symposium, dat aanvangt om 14.00 uur zal gaan over de toekomst. Welke hoopvolle initiatieven zijn er, hoe moeten we opkomen voor onze belangen verder organiseren in het licht van de ervaringen uit het verleden?

Aan de forumdiscussie zullen deelnemen:

– professor Gijsbert Vonk

– Maaike Zorgman, bestuurder FNV uitkeringsgerechtigden

– Henk Kroon, kaderlid Bijstandsbond

– Jaap de Bie organizer bij de FNV op Schiphol

– Linda Slagter, medewerker communicatie Vrijwilligers Centrale Amsterdam

Na afloop is er een hapje en een drankje

Multiloog

Regelmatig zijn er Multiloog – bijeenkomsten in Amsterdam. Onder leiding van psycholoog Heinz MÖlders. De deelnemers luisteren naar elkaars verhalen over eigen en problemen van anderen in het dagelijks leven, over psychische en psychiatrische problemen in het bijzonder. Ze bespreken wat die voor hen betekenen en waar ze kracht en inspiratie uit halen om allerlei obstakels het hoofd te kunnen bieden. Er wordt een verband gelegd tussen persoonlijke dingen en maatschappelijke misstanden en er wordt gepraat over hoe je daar bijvoorbeeld vis de Bijstandsbond iets aan kunt doen. Iedereen is van harte uitgenodigd om te komen kijken, luisteren en mee te praten. De multiloog begint om 13.00 uur en eindigt om 15.00 uur. Wordt vriend van Multiloog op de Facebook pagina www.facebook.com/multiloog

Feest

Vrijdag 20 mei organiseren we een feest voor leden en sympatisanten en oud-medewerkers. Aanvang 18.00 uur. Wij maken een inventarisatie van alle oud-medewerkers en contacten om hen voor het feest uit te nodigen. Hopelijk wordt dat een soort reunie.

Euromarsen bestaan 20 jaar

De Bijstandsbond maakt deel uit van een Europees netwerk van zusterorganisaties, de Euromarsen tegen werkloosheid, armoede en sociale uitsluiting. Vertegenwoordigers van dat netwerk zullen op vrijdagavond vanaf 17.00 uur in Amsterdam aankomen en deelnemen aan het feest, met muziek, toespraken en een hapje en een drankje. Op zaterdag en zondag wordt de halfjaarlijkse coordinatie vergadering van de Euromarsen in het Nelson Mandelacentrum gehouden. De Euromarsen bestaan dit jaar 20 jaar, dus dat geeft het feest een extra feestelijk tintje.

Voor meer informatie: Piet van der Lende pvdlende@dds.nl Anke van der Vliet a_vandervliet@hotmail.com Jacques Peeters wbva@dds.nl 020-6181815]]>

woensdag 17 februari 2016

Buurtbijeenkomst over vrijwilligerswerk in Amsterdam

woensdag 24 februari vanaf 19.00 uur
Salon Jeltje, 1ste Helmersstraat 106 N, Amsterdam

Hoe kunnen vrijwilligers samenwerken met professionals? Welke knelpunten komen we tegen? Horen vrijwilligers een beloning of vrijwilligersvergoeding te krijgen? Hoe kunnen we voorkomen dat vrijwilligers en mantelzorgers te zwaar worden belast omdat professionals wegvallen? Hoe kunnen ook vrijwilligersorganisaties het hoofd boven water houden en hun voortbestaan verzekeren? De gemeente bezuinigt immers juist nu ook op (financiële) ondersteuning van die organisaties. Wat kan een ‘exit-strategie’ zijn voor zowel individuen als organisaties? Welke alternatieve ondersteuning kun je eventueel organiseren? Je bent welkom om over deze en andere vragen mee te praten in het forum of in de zaal om samen een oplossing te vinden.

Veel mensen dragen graag een steentje bij aan een vereniging of een buurthuis ten behoeve van kwaliteit van leven en voor een sociale buurt en samenleving. De laatste jaren wordt veel over dit onderwerp gesproken. Met het verdwijnen van de oude welvaartsstaat wordt een deel van de werkzaamheden die voorheen door de overheid en door professionele organisaties werden verzorgd, meer en meer overgedragen aan vrijwilligers. De professionele organisaties worden deels wegbezuinigd. Vrijwilligers moeten de gaten opvullen die er door de bezuinigingen ontstaan. Vrijwilligersorganisaties krijgen hiermee een kans om een grotere rol te spelen in de maatschappij, mogelijk op een andere manier dan vroeger. Sommige werkzaamheden moeten door de overheid en professionals gedaan blijven worden.

Leve het vrijwilligerswerk!

Heb je een idee om van deze bijeenkomst een succes te maken, stuur een email.

Aanwezig zijn: Monique Verhoeven (UvA, schrijver van ‘Kunnen we dat (niet) aan vrijwilligers overlaten?’), Mellouki Cadat (Movisie), Karin Hanekroot (Vrijwilligersacademie), Malène Duijst (Cliëntenbelang), ABC-alliantie, ervaringsverhalen van diverse vrijwilligersorganisaties.

Voor meer informatie:
020-6898806
info@bijstandsbond.org

wereldsewijk@hotmail.com

]]>

dinsdag 19 januari 2016

Lege winkelstraten en omvallende winkelketens, hoe komt dat?


Geplaatst op 19 januari 2016

Iedereen heeft waarschijnlijk wel in het nieuws vernomen dat Vroom & Dreesmann, een gerenommeerde winkelketen met beeldbepalende grote panden in de koopgoten van vele steden, op instorten staat. Het blijkt dat de vermogensbeheerder (1) die in 2005 eigenaar was van V&D, dat bedrijf heeft leeggezogen door al de grote winkelpanden waar V&D in zat, te verkopen en daarna terug te verhuren aan het bedrijf. De vermogensbeheerder maakte daarmee miljarden winsten en zadelde V&D op met torenhoge huurlasten, die het bedrijf nu niet meer kan betalen. Dergelijke ontwikkelingen deden zich ook voor bij andere winkelketens.

Voortdurend lezen we momenteel in de krant dat ketens met winkels in vele steden het loodje leggen, bijvoorbeeld in de schoenenbranche. Ook zij kunnen de torenhoge huurlasten van de winkels niet meer opbrengen. Marktwerking op het gebied van onroerend goed lijkt er niet te zijn. Er staan honderdduizenden vierkante meters leeg zonder dat het een effect heeft op de huurprijzen. Hoewel de huurprijzen de laatste jaren wel een paar procentjes daalden en in sommige buitenwijken iets meer, bleven de huren van onroerend bedrijfsgoed zeer hoog. De winkelketens kunnen de concurrentie nu niet meer volhouden ten opzichte van de internetwinkels, waar je de betreffende producten, zoals schoenen, goedkoper kunt krijgen. Vaak worden de bestelde producten dezelfde dag of de volgende dag bezorgd. Dergelijke internetbedrijven hebben alleen een hal nodig op een afgelegen industrieterrein en zij hebben niet de hoge huurlasten van de winkelketens.

Fernand Braudel

De analyses van Fernand Braudel (2) lijken een goede verklaring voor het bovenstaande. Braudel verwerpt de gedachte dat kapitalisme en marktwerking op hetzelfde neerkomen. Voor hem is kapitalisme juist een systeem van de “contre-marche”, de anti-markt. In zijn visie bestaan er drie niveaus van economische bedrijvigheid. Het laagste niveau is dat van de “vie materielle”, dat de meest elementaire vormen omvat van economische activiteiten waarmee mensen in hun behoeften voorzien en waarbij ze bijvoorbeeld door wederzijdse hulp, zoals mantelzorg, diensten verlenen en goederen produceren. Dat wordt ook wel de informele of schaduweconomie genoemd. Daarboven ligt de economie, het niveau van de markt, een wereld die voor de deelnemers min of meer transparant en een dagelijkse realiteit is, een wereld waarin de winsten dientengevolge klein zijn. Braudel noemt dat de wereld van transparantie en regelmaat, waarbij iedereen kan weten hoe het ruilproces in zijn werk gaat. Aan- en verkoop van dagelijkse levensbehoeften op de stedelijke markt of in de supermarkt, waar waren tegen geld worden verkocht. Ook internationale handelstrajecten kunnen daar overigens deel van uitmaken: de regelmatige lange afstandshandel, waarbij herkomst, voorwaarden, routes en afsluiting van het handelsproces algemeen bekend zijn.

Braudel beschrijft hoe in de zeventiende eeuw Amsterdamse kooplieden werkten op een derde niveau, daarboven. Pas op dat niveau is sprake van kapitalisme, als de zone van economische concentratie, van excessieve winsten, als gevolg van een relatief sterke mate van monopolievorming die zelf weer de uitkomst is van enerzijds politieke machtsvorming (bij ons nu: de VVD zit al veertig jaar bijna onafgebroken in de regering) en anderzijds van het vermogen van de deelnemers aan dit spel om de schakels in het productieproces te beheersen en het spel ondoorgrondelijk te maken. Men moet deze analyse wel onderscheiden van allerlei samenzweringstheorieën. Mensen handelen in gelijke omstandigheden vergelijkbaar en hebben ook gedeeltelijk onafhankelijk van elkaar inzicht in het spel waarmee als het ware door machtsvorming boven het niveau van de markt grote winsten kunnen worden gemaakt, bijvoorbeeld bij de handel in onroerend goed. Braudel laat zien hoe in de zeventiende eeuw Amsterdamse kooplieden door speculatie bijvoorbeeld grote hoeveelheden graan opkochten en oppotten in grote pakhuizen, waarna het graan de inzet werd van een exclusief spel waar alleen de machtigste kooplieden iets over te zeggen hadden. Ze stuurden het graan naar de meest uiteenlopende gebieden, buiten de reguliere markteconomie om, naar gebieden waar de prijzen van het graan door dreigende hongersnoden tot gigantische hoogten waren gestegen die in geen verhouding stonden tot de inkoopprijs.

Gevolgen

Er zijn allerlei analyses van de onroerend goed-markt. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) spreekt in een rapport over deze zogenaamde markt als “inherent zeer ondoorzichtig waarbij de kennis tussen aanbieders van onroerend goed en beleggers zeer scheef is”. Met name door professionele beleggers worden grote vraagtekens geplaatst bij de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatie die door aanbieders wordt verstrekt. In dit verband wordt vooral gesproken over belangenverstrengelingen bij beheerders en het ‘creatief’ omgaan met waardebepalingen.

De hoge kosten van de huur van bedrijfsruimte hebben grote gevolgen voor de ruimtelijke structuur en de aanwezigheid van voorzieningen in steden, dorpen en buurten. In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw waren er in alle dorpen en kleinere plaatsen bakkers, slagers en andere middenstand. Daarna kwam er een ontwikkeling op gang waarbij veel van deze middenstanders het financiële hoofd niet boven water konden houden vanwege oplopende kosten. De verkoop, zoals via winkels, werd met medewerking van de overheid op het gebied van ruimtelijke ordening geconcentreerd in specifieke winkelcentra, waar in een beperkt aantal straten veel winkels waren en waarbij op basis van die ruimtelijke structuur veel mensen in korte tijd op een centrale plaats samenkwamen om hun inkopen te doen, zodat de winkels in korte tijd een hoge omzet hadden en de oplopende kosten door efficiency en effectiviteitsslagen konden opbrengen. Daarmee was de afdracht van grote rendementen aan het eerste niveau, aan banken, projectgoedontwikkelaars en vastgoedbezitters, gewaarborgd.

Nu is er een nieuwe fase aangebroken, waarbij het financierskapitaal onveranderd zijn hoge rendementseisen blijft stellen en de prijzen van bedrijfspanden kunstmatig hoog blijft houden, maar de winkels in de koopgoten, waar massa’s mensen doorheen lopen, niet meer zoveel verkopen, omdat er door internet grote concurrentie is ontstaan met online shops die de hoge lasten van de winkels in de koopgoten kunnen vermijden. Op zich zouden die winkels en winkelketens wel rendabel kunnen zijn, als ze de aasgieren van de hedgefunds en dergelijke niet op hun nek hadden zitten en als de onroerend goed-prijzen zouden dalen. Maar dat gebeurt tot nu toe niet. Het gevolg is een verloedering van hele winkelstraten, met grote gaten erin waar niets meer gebeurt en met een totale afbraak van een voorzieningenniveau op een menselijke maat. Dat wordt versterkt door de fusiegolf in bijvoorbeeld de gezondheidszorg, een beleid dat wordt bevorderd door een op collectieve voorzieningen bezuinigende overheid onder leiding van de VVD. Steeds strakker wordt de dienstverlening afgesteld op het in een zo kort mogelijke tijd helpen van een zo groot mogelijke groep mensen op schaarse centrale plaatsen. Of dat beleid op den duur het financierskapitaal de krankzinnige rendementen van dertig procent en meer op het kapitaal per jaar zal blijven opleveren, is sterk de vraag. En wat gebeurt er dan? Op naar de volgende crash.

Piet van der Lende
(Dit is een iets geredigeerde versie van het artikel dat eerder op Konfrontatie verscheen)

Noten

  1. In 2004 werd bekend dat Vendex KBB NV zou worden overgenomen door een groep investeerders, namelijk Kohlberg Kravis Roberts & Co (KKR), Change Capital Partners en AlpInvest Partners (verenigd in het consortium VDXK Acquisition BV onder leiding van KKR). Later stapte Change Capital uit VDXK. In juli 2004 werd Vendex KBB definitief overgenomen door VDXK nadat alle aandelen in handen van de groep kwamen. Rond 2010 werd V&D verkocht aan Sun European Partners (onderdeel van Sun Capital Partners). Tientallen winkelketens zijn op deze manier in handen gekomen van private-equity-fondsen, hedge-funds, en dergelijke.
  2. Van de werken van Braudel zijn ook vertalingen in het Nederlands verschenen. Zoals zijn trilogie met de hoofdtitel “Beschaving, economie en kapitalisme (15e-18e eeuw)”. Deel 1 heeft als titel: “De structuur van het dagelijks leven”. Deel 2 heeft als titel: “Het spel van de handel”. Deel 3 heeft als titel “De tijd van de wereld”. Op de driedeling van de economie wordt ingegaan in het voorwoord van deel 1 en op blz 429 van deel 2: “Nogmaals de driedeling”.
]]>

zondag 10 januari 2016

Armoede in Nederland

Piet van der LendeOver de armoede in Nederland is al decennia lang veel geschreven en gediscussieerd. Zonder overigens tot veel verandering geleid te hebben. Op 16 december 2015 verscheen er een nieuw rapport, met veel cijfers over de actuele stand van zaken: “Armoede en sociale uitsluiting 2015”. Afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voornaamste conclusie: het CBS kiest voor een eigensoortige armoedegrens, de ‘lage inkomensgrens’. Globaal heeft één op de tien huishoudens in Nederland een laag inkomen, dat zijn 734.000 huishoudens. Het aantal mensen dat daarvan deel uitmaakt steeg in 2014 met 27.000 tot bijna 1,5 miljoen (9,2 procent van de bevolking). Groepen die eruit springen zijn migranten en éénoudergezinnen in de bijstand. Verder neemt het aantal mensen dat langdurig van een laag inkomen moet leven, gestaag toe. In 2014: 217.000 huishoudens, vier jaar achtereen. Dat zijn er 24.000 meer dan in 2013.

Ontkenners

Kunnen we uit deze cijfers concluderen dat er armoede is in Nederland? In de discussie hierover zijn globaal twee kampen te onderscheiden. 1) Zij die de armoede en ellende aan de kaak stellen en bijvoorbeeld via de sociale media met duizenden concrete voorbeelden komen; vergezeld door tv-programma’s als “De Monitor” en kranteninterviews die de soms barre leefomstandigheden van veel mensen schetsen. 2) De armoede ontkenners die zich nauwelijks laten beïnvloeden door het eerste kamp. Hun standpunt wordt treffend samengevat door de directeur-generaal van het CBS in het genoemde rapport:“Omdat de inzichten van wat armoede precies is subjectief zijn, spreekt CBS niet van arme huishoudens. Door armoede in een breed maatschappelijk perspectief te plaatsen, maakt CBS de complexiteit van het verschijnsel zichtbaar. In Nederland is armoede geen kwestie van fysiek overleven. Iedere burger heeft in beginsel een dak boven zijn hoofd, hoeft geen honger te lijden, kan zich deugdelijk kleden en heeft toegang tot medische zorg. Armoede, of beter gezegd inkomensarmoede is gedefinieerd als het hebben van onvoldoende geld (inkomen) om een bepaald consumptieniveau te realiseren dat in Nederland als minimaal noodzakelijk wordt geacht.”Armoede is volgens het CBS dus een relatief begrip en in Nederland is de lage inkomensgrens hoog genoeg. Ach, die minima, ze klagen wel, maar iedereen heeft alle basisvoorzieningen en vanwege een heel hoog welvaartsniveau kijken ze naar de rijken en zeggen: dat wil ik ook. En dan voelen ze zich arm, maar zijn het niet. Het is maar een subjectieve interpretatie, omdat ze het hoge consumptieniveau van veel Nederlanders niet kunnen halen.

Werkelijkheid

Het CBS rapport gaat onder andere over inkomensstatistieken, welke groepen vallen in welke categorie en hoe lang. De mensen en omstandigheden achter die cijfers worden aan de kant geveegd. Hier een blik op de werkelijkheid.Of iedere burger “in beginsel” een dak boven het hoofd heeft, is aan de 25.000 daklozen niet gevraagd. Inderdaad, velen van hen weten voor de nacht een bed te bemachtigen, in de opvang of tijdelijk bij familie en vrienden. Maar daar houdt het dan wel mee op.Het aantal klanten van de voedselbank steeg in 2014 ten opzichte van 2013 met 11 procent, bijna 100.000 mensen.Het CBS zegt dat iedereen toegang heeft tot medische zorg, maar zonder dat te vragen aan de 330.000 mensen die in 2015 hun zorgverzekering niet konden betalen. Ook dit aantal is de laatste jaren sterk gestegen. In 2010 betrof het nog 267.000 mensen. Met een achterstand van zes maanden of meer vallen ze onder de Regeling Wanbetalers en resteert het recht op vergoedingen uit de basisverzekering. En dan zijn er nog zo’n 30.000 onverzekerden.Ruim één op de zes mensen heeft schulden. Schattingen spreken van problematische schulden bij ongeveer een half miljoen mensen. Ze kunnen er zelf niet meer uitkomen, maar slechts de helft is betrokken bij de schuldhulpverlening.En wat te denken van de geschatte anderhalf miljoen inwoners van ons land die analfabeet of laaggeletterd is en van de chronische werkloosheid sinds het begin van de jaren tachtig?

Leven op de grens

Deze verontrustende cijfers zijn in het CBS rapport niet te vinden en vallen dus buiten de analyse. Toch levert het CBS heel wat cijfers. In de eigen persberichten leiden ze tot koppen als: “Aantal daklozen licht gedaald”, “Werkloosheid behoorlijk minder”. Boven een hoofdstukje in het rapport “Risico op armoede bij huishoudens in 2014 nauwelijks gestegen, lichte daling verwacht in 2015 en 2016”. Kranten als de Telegraaf en de Volkskrant sluiten daar op aan in vette koppen “Armoede in Nederland in 2014 niet gestegen. Daling verwacht”.Ja, dan hebben we het over huishoudens, maar zoals hiervoor al gemeld: het aantal mensen (individuen) dat op of beneden de lage inkomensgrens moet leven is in 2014 wel degelijk fors toegenomen. Daarnaast is veel over de leefomstandigheden van onze inwoners gewoon onbekend. Naar schatting zijn 134.000 jongeren buiten beeld. Ze werken niet, gaan niet naar school, wonen bij ouders of vrienden of zijn dakloos, leven op de pof zonder uitkering en staan niet ingeschreven als werkzoekend. Alleen al in Amsterdam gaat het om 12.000 jongeren.De armoede ontkenners zullen zeggen dat er een zekere doorstroom is en het allemaal niet zo somber is. Zo is driekwart van de voedselbankklanten binnen een jaar weer weg. Maar dit betekent ook dat veel meer huishoudens dan de 100.000 gebruikers van de voedselbank op een grens leven. Juist door de doorstroom gaat het in de loop der jaren om een veelvoud van dat aantal. Dat veel mensen in Nederland op de rand staan wordt ook duidelijk, als we bedenken dat volgens enquêtes een kwart van de huishoudens in Nederland niet opgewassen is tegen een onverwachte uitgave van 850 euro.Na bijna veertig jaar de liberale VVD vrijwel onafgebroken in de regering en een PvdA die zich daaraan uitlevert, heeft een neoliberaal beleid van privatisering, bezuiniging en afbraak van de sociale zekerheid diepe sporen nagelaten in de Nederlandse samenleving. Meer dan ooit blijkt het dogma van de zogenaamd vrije markt geen ontplooiingsmogelijkheden te bieden voor allen en voor velen te leiden tot een perspectiefloos bestaan.]]>

donderdag 31 december 2015

In de media in 2015

https://www.parool.nl/binnenland/wethouder-vliegenthart-betaald-werk-is-niet-zaligmakend~a4211358/Bij het NOS Journaal over Prinsjesdag gingen de gedachten naar de prostaat. Han Lips. Het Parool 16 september 2015. https://www.parool.nl/kunst-en-media/bij-het-nos-journaal-over-prinsjesdag-gingen-de-gedachten-naar-de-prostaat~a4143286/

‘Gemeente benadeelt onderhuurders sterk met nieuwe kostendelersnorm’ Het Parool 26 augustus 2015. Henk Schutte. https://www.parool.nl/binnenland/-gemeente-benadeelt-onderhuurders-sterk-met-nieuwe-kostendelersnorm~a4129591/

Ambtenaren verdacht van machtsmisbruik bij re-integratietrajecten Het Parool. Bart van Zoelen. 15 april 2015. https://www.parool.nl/amsterdam/ambtenaren-verdacht-van-machtsmisbruik-bij-re-integratietrajecten~a3956258/

 ]]>

zaterdag 30 mei 2015

De lotgevallen van de kostendelersnorm oftewel mantelzorgboete

Het valt mij op dat er in de publiciteit en in maatschappelijke discussies waaraan belangenorganisaties en politieke partijen deelnemen zo weinig te horen is over de kostendelersnorm in de nieuwe Participatiewet, die 1 januari is ingevoerd.

De kostendelersnorm heeft als doel, -naar de regering zegt – stapeling van uitkeringen te voorkomen en een lagere uitkering te geven wanneer de kosten van het huishouden met iemand anders kunnen worden gedeeld. Wanneer je een bijstandsuitkering hebt, en je hebt iemand anders bij je inwonen, die ouder is dan 21 jaar, dan wordt -als je verder alleenstaande bent- je uitkering gekort van 70% WML tot 50% WML of lager. Dit geldt ook voor bloedverwanten in de eerste of tweede graad. Dus ouders en een kind die samenwonen, of twee broers. Het doet er niet toe of degene, die inwoont, een inkomen heeft of niet. Kinderen of andere inwonenden die studiefinanciering hebben, vallen erbuiten. Ook geldt de norm niet voor AOW-ers. De kostendelersnorm is van toepassing op alle mensen, die bij elkaar inwonen en die een bijstandsuitkering hebben. De kostendelersnorm geldt niet als er sprake is van commerciele onderhuur. Dus als een bijstandsgerechtigde een kamer huurt voor een commerciele prijs bij iemand anders, is de kostendelersnorm niet van toepassing.
Gevolgen
Op het spreekuur waar ik werk – de kostendelersnorm voor mensen die al een uitkering hadden, gaat per 1 juli in- krijgen wij nu al de schrijnende gevallen van mensen die straks niet of nauwelijks meer kunnen overleven. Bijvoorbeeld een vader met zijn inwonende zoon die er straks minstens 240 euro op achteruit gaat. Hoe moet die man straks leven? Of een mevrouw met een Franse vriend die geen werk heeft en geen inkomen. Zij zakken ver beneden het bestaansminimum. Per 1 juli wordt tegen die mensen gezegd: er woont iemand bij u in dus u wordt gekort. Mensen die mantelzorg doen- voor hun ouder, die nog geen 65 is, of voor iemand anders en die mensen wonen bij hen in- zullen worden gekort. De kostendelersnorm wordt daarom ook wel de ‘mantelzorgboete’ genoemd.
De kostendelersnorm is ingevoerd na agressieve propaganda van de VVD met in haar kielzog rechtse media: die kwamen met zegge en schrijve 1 voorbeeld van vijf mensen die in dezelfde woning woonden, die allemaal een bijstandsuitkering voor een alleenstaande hadden en die daardoor met z’n vijven wel 5000 euro opstreken. Schande! Een VVD-kamerlid stelde vragen aan de minister, en kreeg veel publiciteit. Tegenargumenten, waaruit bleek dat er in heel Nederland slechts enkele van dergelijke gevallen te vinden waren, mochten niet baten. Bij deze en andere argumenten in de ideologische discussie waren (linkse) belangenorganisaties en vakbonden in het defensief en zij werden op een effectieve wijze uit elkaar gespeeld. De hetze tegen bijstandsgerechtigden, die af en toe opduikt wanneer weer nieuwe destructieve maatregelen worden genomen, deed haar werk. Daarvan een voorbeeld.
ANBO 
Tijdens de discussie over de norm riep de ANBO de Eerste Kamer op de kostendelersnorm helemaal uit de AOW te laten verdwijnen indien er sprake is van een mantelzorgsituatie. Uit hun verklaring: ‘We zien schrijnende gevallen: ouders die al jaren zorgen voor een kind met een handicap of ziekte bijvoorbeeld. Deze mensen hebben geen keuze, maar worden als het aan de politiek ligt wél gestraft voor hun zorgen met een inkomenskorting. Dat kan echt niet meer. Je kunt wel een participatiesamenleving ambiëren, maar dan moet regelgeving dat stimuleren in plaats van tegenwerken. Het kabinet moet zelf ook eens gaan rekenen en bedenken wat op de lange termijn voordeliger is: voor elkaar zorgen of, uit angst voor inkomensdaling, extern zorg en hulp inroepen’.
De ANBO gebruikt goede argumenten maar… beperkt het verzet tot mensen die mantelzorg verlenen en tot die gevallen waarin een van de inwonenden AOW heeft. En dan komt het. ‘ANBO vindt dat er een fundamenteel verschil is tussen bijvoorbeeld een bijstandsuitkering en de AOW-uitkering, hoewel de kostendelersnorm ook in de bijstand volgens ANBO niet de meest voor de hand liggende manier is om de mensen uit een gezin te stimuleren om te gaan werken. Maar waar er bij meerdere bijstandsuitkeringen nog sprake kan zijn van schaalvoordeel, is dat in de AOW zelden het geval. Kinderen die voor hun ouders zorgen of andersom hebben een flinke zorgtaak. Die wordt niet gecompenseerd met een volledige AOW, laat staan met een korting van ruim 300 euro’.
Verdeeldheid en compromispolitiek
Ja maar ANBO: zijn jullie argumenten dus niet meer geldig bij kinderen die hun ouders verzorgen die nog geen 65 zijn? Kortom: links in het defensief, verdeelde belangenorganisaties, compromispolitiek waarbij alleen opgekomen wordt voor de eigen specifieke doelgroep, een rechtse hetze die niet werd beantwoord, en een vakbond die in die tijd een akkoord sloot met de werkgevers en de regering over de uitvoering van de Participatiewet. Over de inhoud waarvan in het sociaal akkoord niets wordt gezegd. Overigens ook met instemming van de oppositie in de vakbonden, die zagen aankomen dat afspraken van de vakbonden met de regering en de werkgevers over die Participatiewet wel eens desastreus zouden kunnen zijn, en die hoopten dat vanuit een zekere bewegingsvrijheid voor de vakbonden verzet van de grond zou komen.
Huishoudinkomenstoets
Hoe anders ging het bij de invoering van de huishoudinkomenstoets! De huishoudinkomenstoets was in veel opzichten vergelijkbaar met de kostendelersnorm. De huishoudinkomenstoets is een per 1 januari 2012 ingevoerde aanscherping van de gezinsbijstand. De regels vloeiden voort uit het regeerakkoord VVD-CDA van 2010 van het kabinet Rutte I. Het kreeg de stemmen van VVD, CDA, PVV en SGP. Naast gehuwden golden als gezin onder meer de volgende groepen volwassenen die hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden: gehuwden met hun meerderjarige kinderen en een alleenstaande met een of meer meerderjarige kinderen. Er werd getoetst op het inkomen en het vermogen van de hele groep samen.
Het totale norminkomen en vrijgelaten vermogen voor drie of meer personen was gelijk aan die voor twee personen. Als bijvoorbeeld iemand met een voltijdse baan nog bij zijn ouders woonde, kregen die geen bijstand, en als iemands bejaarde ouders bij hem inwoonden, kreeg hij in het algemeen geen bijstand omdat die ouders AOW kregen. De huishoudinkomenstoets was dus wel veel strenger dan de kostendelersnorm, die ook uitgaat van het ‘kunnen delen van de kosten’ en niet van het gezinsinkomen. Bovendien verliezen bij de kostendelersnorm de bijstandsgerechtigden hun uitkering niet volledig. Maar toch. In beide gevallen een aanzienlijke achteruitgang in inkomen voor velen.
Protesten
De huishoudinkomenstoets deed veel stof opwaaien. In de aanloop naar de invoering van de toets was er veel publiciteit over mensen die erdoor in grote moeilijkheden kwamen. Gemeenten trokken aan de bel dat ze dit niet konden uitvoeren. Fracties van sociaal-democratische partijen en andere partijen zoals de Partij van de Arbeid, Groen Links en SP protesteerden en haalden minstens de lokale pers. Belangenorganisaties van uitvoerders, zoals DIVOSA trokken aan de bel. Er verschenen uitgebreide interviews in kranten met slachtoffers. Na invoering van de norm was het niet afgelopen.
Vaak wordt gezegd door gematigde oppositiegroeperingen: de Tweede Kamer heeft gesproken, verzet heeft nu geen zin meer, we kunnen het besluit toch niet meer veranderen. Maar dat gebeurde nu niet. De publiciteit over de slechte maatregel ging door. En de politieke verhoudingen veranderden. VVD en CDA die de regering vormden, verloren de steun van de PVV en sloten een akkoord met D66, GroenLinks en ChristenUnie. En onderdeel van dat akkoord was de afschaffing van de huishoudinkomenstoets. Er werd een nieuwe wet aangenomen, die de huishoudinkomenstoets met terugwerkende kracht per 1 januari 2012 deed vervallen. De huishoudinkomenstoets stierf een stille dood, evenals overigens de meer omvattende Wet Werken naar Vermogen, die na jaren slepende onderhandelingen tussen de dwars liggende lokale overheden en maatschappelijke organisaties van tafel verdween.
Nu is het anders
Nu is de situatie heel anders. Van protesten horen we nauwelijks iets. Gemeenten voeren de maatregel in de aanloop naar 1 juli gewoon uit. Sterker nog, een gemeente als Amsterdam voert de maatregel strenger uit dan het Rijk voorschrijft, terwijl er toch een SP wethouder zit. Zoals hierboven al aangegeven, is er geen sprake van de kostendelersnorm als er sprake is van commerciele onderhuur. Er zijn twee wettelijke voorwaarden om dat te beoordelen: er moet een schriftelijke overeenkomst zijn en er moet sprake zijn van een ‘commerciele huur’.
De gemeente Amsterdam verbindt op eigen houtje allerlei extra strenge voorwaarden aan de beoordeling of sprake is van onderhuur. Er moet sprake zijn van indexering (jaarlijkse verhoging van de huur overeenkomstig de prijsontwikkeling). De huur moet per bank betaald worden. En er moet een zeer uitgebreide en absurde omschrijving zijn van het gehuurde en de rechten en plichten die eraan verbonden zijn, zoals een bepaling van het gebruik van gemeenschappelijke ruimten en douche en toilet, of bezoek en loges zijn toegestaan, etc. Op het spreekuur waar ik werk, komen wekelijks mensen die juridische procedures moeten beginnen omdat ze onmogelijk aan de strenge voorwaarden van de gemeente kunnen voldoen. En waarbij dan wordt gezegd: de kostendelersnorm is op u van toepassing. Geen indexering van de huur de afgelopen jaren? Kostendelersnorm. Terwijl die mensen gewoon een kamer huren en toch onderhuurder zijn.
Neem het voorbeeld van mevrouw E.F, alleenstaande moeder met twee jonge kinderen, die een grote kamer huurt bij derden. De huurovereenkomst voldoet niet aan de voorwaarden van de gemeente Amsterdam en de verhuurder wil niet meewerken aan een nieuw huurcontract. De kostendelersnorm is van toepassing, immers zij zou de kosten met nog twee anderen, de verhuurder en zijn vrouw kunnen delen. In de praktijk betaalt zij 350 euro huur, van het kunnen delen van kosten is geen sprake, maar omdat de huurovereenkomst volgens de gemeente niet aan de voorwaarden voldoet, zal zij met twee jonge kinderen moeten leven van 594,80 euro per maand.
Het grote verschil 
Uit de vergelijking van de gang van zaken bij de huishoudinkomenstoets en de kostendelersnorm blijkt de nog steeds zeer grote invloed van de top van de sociaal-democratie in het algemeen en van de Partij van de Arbeid in het bijzonder. Terwijl bij de huishoudinkomenstoets en de voorbereidingen van de Wet Werken naar Vermogen de fracties van de lokale Partij van de Arbeid in de gemeenteraden samen met op de Partij van de Arbeid georienteerde onderhandelaars van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) mede leiding gaven aan het verzet, is het nu doodstil bij die partijgroepen. Want de Partij van de Arbeid zit nu in de regering. En de invloed van die partij in de vakbonden is ook nog steeds zeer groot.
Daarbij valt op hoe gemakkelijk lokale bestuurders en uitvoerende organisaties op lokaal niveau, waarbij de Partij van de Arbeid onder de ambtenaren veel invloed heeft, zich voegen naar de opportunistische politiek van de leiding, hoewel ze het er vaak nog steeds niet mee eens zijn. Het lijkt nog steeds zo – hoewel er analyses zijn die dat bestrijden en die uitgaan van de steeds grotere mondigheid van de burger- dat als de top spreekt iedereen in de lagere regionen in zijn werk en activiteiten braaf de maatregelen uitvoert. Een brede coalitie van effectief verzet tegen het liberalisme en haar neo-liberale politiek, al is het maar op onderdelen, is zonder de Partij van de Arbeid blijkbaar nog steeds niet mogelijk.
Interne oppositie
Weliswaar zijn er in de partij en de vakbonden oppositiegroeperingen, maar hun invloed naar buiten en de door hen teweeggebrachte koerswijzingen van de organisaties als geheel, zijn gering en weinig effectief. Er wordt van alles intern uitgevochten, maar naar buiten toe is het stil. Ook oppositiegroeperingen buiten de sociaal-democratie kunnen nauwelijks een georganiseerde vuist maken. Wat mij in mijn omgeving daarbij opvalt, is hoe belangenbehartigers zich blind staren op de (lokale) agenda van de heersende politici, gemeenteraden en Tweede Kamer. Ze richten al hun energie op het lezen en becommentarieren van beleidsstukken, waarbij vaak dezelfde kritiek naar voren wordt gebracht als wanneer de Partij van de Arbeid in de oppositie zit, en vervolgens…. gebeurt er niets.
Waarbij het streven naar de opbouw van verzetsstructuren wordt verwaarloosd. In het verlengde daarvan blijkt in de media nauwelijks aandacht te zijn voor de gevolgen van de kostendelersnorm en de Participatiewet, terwijl die toch even schrijnend zijn als bij de huishoudinkomenstoets. Bij de meest positieve interpretatie van dat verschijnsel kun je zeggen dat de leidende media slechts weerspiegelen wat er aan reuring in de maatschappij is, en dat ze geen zelfstandig beleid hebben om structurele misstanden via eigen onderzoek aan de kaak te stellen. Ook hier werkt het neoliberalisme. Journalisten moeten razendsnel en passief werken binnen de financiele grenzen die door de eigenaren van de media worden gesteld en hebben geen ruimte voor al te veel research buiten de uitgangspunten van de machtigen.
Piet van der Lende
]]>

donderdag 5 februari 2015

Trekarbeiders en loonslaven in West-Europa

Dit stukje gaat over de unieke samenwerking bij het verzet in Noordwest Duitsland tegen de systematische uitbuiting van trekarbeiders in de vleesindustrie.In het weekend van 31 januari/1 februari 2015 was er een coördinatievergadering van het Europese netwerk ‘Euromarsen tegen armoede, werkloosheid en sociale uitsluiting‘. Tijdens deze vergadering werd verslag gedaan van een uniek samenwerkingsproject in Noordwest Duitsland om de arbeidsvoorwaarden en omstandigheden van de uitgebuite contractarbeiders in de vleesindustrie te verbeteren. De werklozenorganisatie ALSO in Oldenburg speelt daarbij een belangrijke rol. Ook Nederlandse bedrijven maken zich schuldig aan uitbuitingspraktijken in Duitsland.ContractarbeidersEr werken ongeveer 40.000 contractarbeiders in de Duitse vleesindustrie die vooral afkomstig zijn uit Bulgarije en Roemenië en die in deze sector 80% van het slachtwerk doen. In Neder Saksen en Nordrhein-Westfalen hebben worstfabrieken en abattoirs grote delen van het productieproces uitbesteed aan onderaannemers. ‘Zo ontstond een miljardenmarkt met maffia-achtige structuren, loondumping en moderne slavernij‘ zegt de Olde burger secretaris van de strijdbare vakbond voor de voeding, Matthias Brümmer in Die Zeit (1).De arbeiders verdienen effectief ongeveer 4 tot 5 euro per uur. Maar zij worden tegen hoge huren ondergebracht in omgebouwde stallen en commercieel geëxploiteerde gebouwen, slapen met meerdere personen op een kamer en slapen afwisselend, afhankelijk van de ploegendienst, in hetzelfde bed. Er wordt veel overwerk verricht, ze werken soms 14 tot 15 uur per etmaal, maar dat overwerk wordt niet als zodanig uitbetaald. Pauzes worden niet aangehouden. In de fabriek hebben de arbeiders gekleurde jasjes aan. Iedere nationaliteit heeft zijn eigen kleur. Op die manier kunnen de voormannen de Polen, Roemenen en Bulgaren uit elkaar houden. Velen hebben helemaal geen kamer en zoeken een slaapplaats in het bos. De bevolking in Neder Saksen noemt hen de ‘bosmensen’. ‘We hebben hier met een schaduw wereld van doen, waarbij de meeste mensen wegkijken. Een leger van geesten hebben wij geschapen‘. (Eine Geistesarmee haben wir geschaffen). zegt een priester uit Vechta, Peter Kosen in Die Zeit.Interne koloniseringDe bovengeschetste toestanden maken deel uit van wat je de interne kolonisering van de Europese Unie zou kunnen noemen. De Bulgaarse arbeiders in West-Europa bijvoorbeeld zitten volledig klem. In het eigen land is de economie ingestort. In bijvoorbeeld de bouwsector en de agrarische sector op het platteland zijn nog maar weinig activiteiten. Bulgarije was eens een grote graanproducent, maar daar is niets meer van over. In het land heerst een grote corruptie, en de lonen zijn zeer laag. De arbeiders in de agrarische sector en de bouw zijn gedwongen naar West Europa te gaan, waar zij worden uitgebuit. Vervolgens moet Bulgarije het voedsel dat in West Europa geproduceerd wordt tegen hoge prijzen invoeren, omdat in eigen land niets meer is. De voedselprijzen in Bulgarije liggen hoger dan in West Europa.VerzetOp de coördinatie vergadering van de Euromarsen vertelde Willi Lüpcke, vertegenwoordiger van de werklozenorganisatie ALSO uit Oldenburg, over verzet tegen de misstanden in de vleesindustrie (2).De werklozenorganisatie in Oldenburg is er voor alle mensen met en minimuminkomen. Aanvankelijk kwamen vooral werklozen op de spreekuren die zij iedere week organiseren, maar de laatste jaren komen er steeds meer mensen die wel werk hebben, maar zeer weinig verdienen en onder zeer slechte omstandigheden arbeid verrichten. Met name werden zij geconfronteerd met de bovengenoemde trekarbeiders uit Roemenië en Bulgarije. Na enige tijd kregen zij door een toeval contact met een kritische boerenorganisatie die streed tegen de grootschalige agrarische fabrieken, in het bijzonder de melkboeren moeten hun melk verkopen voor een zeer lage prijs. De organisatie heet Aktionsgemeinschaft Bauerliche Landwirtschaft. Deze kritische boeren moeten niets hebben van de officiële boerenorganisaties, die volgens hen alleen maar de belangen vertegenwoordigen van de agrarische grootindustrie.Vier jaar geleden ontstond het eerste contact met de werklozenorganisatie ALSO. Gevolg was dat de werklozen meededen aan acties van de melkboeren. De eisen tijdens de acties waren: een faire prijs voor de melk, faire voorwaarden voor het verkrijgen van een bijstandsuitkering (faire Regelsatz für Harz IV Empfänger) en in de supermarkten faire lonen voor de arbeiders en betere werkomstandigheden. Tijdens deze acties ontstonden ook contacten met de vakbond voor de voeding. (Gewerkschaft Nahrung Genuss-Gaststätten.) De vakbond voor de voedingsmiddelen, de werklozen en de boeren gingen samen actie voeren.organiserenMen besloot, te proberen de contractarbeiders in de vleesindustrie te organiseren en activiteiten voor hen te ontplooien om de omstandigheden te verbeteren. De voedingsbond verstrekte informatie over de werkomstandigheden in de abattoirs. Miserabele arbeidsomstandigheden, hierboven uitgelegd, waren er overal. Er is desondanks een lage organisatiegraad in de vakbonden. Na het informatie verzamelen was een volgende stap om de schandalen publiek te maken. Er werken weinig vakbondsleden, dus ze moesten iets opbouwen. Daarom richtte men zich als volgende stap op enkele bedrijven. Er zijn vier grote concerns in de slachterijen en in de hoenderindustrie, twee daarvan zijn het Deense Dennis Crown en de Nederlandse firma VION NV (3). Dennis Crown heeft ontdekt dat Duitsland in feite ook een lage lonen land is en die zijn toen naar Noordwest Duitsland verhuisd. De Nederlandse firma Vion NV behaalt grote winsten omdat de migranten daar als ZZP-ers via een werkverdrag te werk worden gesteld en dit bedrijf betaalt nog lagere lonen dan de contractarbeiders in andere bedrijven hebben. Vervolgens ontstond een breed samenwerkingsverband, waar de plaatselijke katholieke kerk ook deel van uitmaakt, en werden bijeenkomsten gehouden voor een abattoir van de Nederlandse slachtfabriek. Aan de bijeenkomsten namen 150 tot 200 mensen deel. De pers heeft uitvoerig over de acties bericht. De discussie kwam op gang. Dit werd nog versterkt door het feit, dat twee contractarbeiders in hun woonhuis verbrand zijn. Dit leverde veel publiciteit op over de misstanden. Het samenwerkingsverband eiste toen, dat de Roemenen en Bulgaren goed geïnformeerd zouden worden over hun rechten. Er werd een pamflet verspreid.contactEerste contacten kwamen tot stand. Het was moeilijk contact te maken, de uitzendbureaus en koppelbazen regelen het dagelijks leven van de contractarbeiders, die onder controle heen en weer reizen tussen hun werk en hun kamer. Ze hebben geen contact met de bevolking, en gaan eenmaal per week onder begeleiding naar de supermarkt. Een volgende stap was dat men een mobiel spreekuur-bureau inrichtte. Een combiwagen die als bureau was ingericht is voor de fabriek gereden en er werden adviezen gegeven aan de arbeiders. Bij de spreekuurmedewerkers waren twee vrouwen, een vrouw uit Roemenië en een vrouw uit Bulgarije. Op de achtergrond gingen de vaste spreekuren op kantoor ook gewoon door, waar ook vrouwen uit Oost Europa werkten. Een priester noemde het beestje bij zijn naam: het is slavenarbeid. Daarop werd de man vanuit de bevolking bedreigd. Veel inwoners van Noordwest Duitsland willen niets van de misstanden weten. Er zijn bewoners van Noord West Duitsland, die zelf ook een krakkemikkig kamertje verhuren aan trekarbeiders, en die zo ook aan het hele circus verdienen.toekomstEr staan verschillende acties op stapel om de activiteiten voort te zetten. Daarbij neemt men ook deel aan elkaars acties. Zo neemt ALSO deel aan de verschillende acties met de boeren en de vakbonden. De kritische boeren organiseren bijvoorbeeld jaarlijks een demonstratie tegen de agrarische grootindustrie en de schade voor het milieu die deze fabrieken veroorzaken.Langzaam krijgt het samenwerkingsverband van verzet tegen de slechte arbeidsomstandigheden in de slachterijen grip op de situatie. Contacten worden geïntensiveerd, en er staan nieuwe plannen op stapel, onder andere in de bouw, waar in Duitsland vergelijkbare toestanden heersen. Roemenen en Bulgaren werken illegaal bijvoorbeeld aan de bouw van een school in Oldenburg. Er zijn ook contacten met de Conféderation Paysanne in Frankrijk. De grote bedrijven proberen de regeringen van verschillende landen tegen elkaar uit te spelen door aparte vestigingsvoorwaarden te eisen. In Frankrijk is een sanering van de slachtindustrie, omdat veel bedrijven uit Frankrijk en andere landen verhuizen naar Noordwest Duitsland vanwege de gunstige uitbuitingsmogelijkheden. Het nieuwe samenwerkingsverband geeft ook een impuls aan de discussie over de samenhang tussen sociale problemen en de ecologische kwestie.noten:(1) http://www.zeit.de/wirtschaft/2014-12/schlachthof-fleischindustrie-arbeiter-osteuropa-ausbeutung(2) http://www.also-zentrum.de/(3) Zie voor de geschiedenis van het bedrijf en de omzet en winstcijfers Wikipedia (http://nl.wikipedia.org/wiki/Vion_N.V.) De website van het bedrijf zelf is te vinden op http://www.vionfood.nl/
Piet van der Lende
]]>

donderdag 29 januari 2015

De SP op neoliberale wegen in de parlementaire politiek

Na de gemeenteraadsverkiezingen vorig jaar is de SP, oppositiepartij bij uitstek en verbonden met sociale bewegingen en de vakbonden, in veel gemeenten toegetreden tot de bestuurscolleges. Een voorbeeld is Amsterdam. Het blijkt dat de SP in veel gevallen verstrikt raakt in een parlementaire politiek van geven en nemen en een streven naar compromissen.Net als bij de politiek van de PvdA worden deze compromissen verdedigd tegenover sociale bewegingen en vakbondsgroepen die verdergaande eisen willen stellen. In Amsterdam heb ik vanuit het actiecomité DwangarbeidNee, onderdeel van landelijk verzet, ervaren hoe dit werkt. Eerst verzetten wij ons in een coalitie met de SP om het dwangarbeidscentrum van Herstelling aan de Laarderhoogtweg gesloten te krijgen en keerden we ons tegen het werken zonder loon dat in Amsterdam de vorm kreeg van participatieplaatsen. Wat is de situatie nu?Neo-liberale politiekSP-wethouder Arjan Vliegenthart is met een plan gekomen: 425 tijdelijke “perspectiefbanen” van een half jaar voor de vijftigduizend werklozen en invoering van “leerwerkstages” die in feite niets anders zijn dan een voortzetting van de oude participatieplaatsen. En wanneer wordt het dwangarbeidcentrum gesloten? “Geduld”, zegt de wethouder, “het gaat zeker nog deze collegeperiode gebeuren”. De SP is in feite de neo-liberale wegen opgegaan in de bestrijding van de werkloosheid. Wat zijn daarvan de belangrijkste kenmerken?1. Rigoureuze bezuinigingen op specifieke beleidsterreinen, zoals de gezondheidszorg, het onderwijs, de sociale zekerheid en de sociale woningbouw. Invoering van marktwerking op deze beleidsterreinen door middel van privatisering van overheidsdiensten en de creatie op afstand van niet democratisch controleerbare bestuursinstellingen die de bevoegdheid krijgen zich door heffingen te financieren.2. De invoering van een sociaal panopticum voor een beperkte groep in de samenleving die niet kan of wil voldoen aan het ideaal van de “homo economicus”, de rationeel handelende consument en arbeidskracht die altijd voor zichzelf de meest efficiënte en goedkope oplossing zoekt. Deze zelfcontrole raakt echter steeds meer mensen – ook die in het concurrentiesysteem niet buiten de boot vallen – onder andere als gevolg van wat terrorismebestrijding heet. Iedereen krijgt ermee te maken, iedereen moet altijd overal zichtbaar en controleerbaar zijn. Essentie van de verdediging van de neo-liberale politiek en daarbinnen van de werkloosheidsbestrijding is dat er geen faciliteiten worden verschaft om vooruit te komen. Op de reïntegratiegelden, cursussen Nederlands, leren lezen en schrijven enzovoorts, wordt juist flink bezuinigd. Om de mensen toch mee te krijgen in de carrousel van op de markt opererende individuen, wordt het sociaal panopticum opgetuigd met strengere controles en bureaucratische drempels bij de toegang tot de sociale zekerheid. Niet voldoen aan de normen van concurrentie en de zucht naar eigenbelang worden streng gestraft.3. De bezuinigingen gaan gepaard met decentralisatie van de uitvoering en beperkte beslissingsbevoegdheden. De centrale overheid stuurt indirect op basis van een door haar vastgestelde budgetpolitiek. Dat geeft de financiële kaders aan, waarbinnen bijvoorbeeld de gemeenten moeten opereren.De drie meest recente decentralisaties zijn de hervorming van de jeugdzorg, afbouw van de AWBZ, privatisering van de gezondheidszorg en invoering van de Participatiewet. Kern van de “transitie” op deze terreinen: meer lokaal maatwerk, waarbij in een onderhandelingsproces tussen cliënt en hulpverlener wordt vastgesteld wat de beste oplossing is. Om een voorstander van dit systeem te citeren: “Vroeger in de oude doorgeschoten welvaartsstaat had je nationaal geformuleerde rechten, waarop je een beroep kon doen, nu is er maatwerk in een onderhandelingsproces.” In “keukentafelgesprekken” en “gesprekken” met ambtelijke uitvoerders van de bezuinigingen moeten de rechteloos geworden hulpzoekenden als rationeel handelende, het eigenbelang nastrevende individuen maar zien dat ze de voorzieningen krijgen die ze nodig hebben.Geen breed verzetHoe kan het dat een politiek van rigoureuze bezuinigingen, decentralisatie van het beleid, afbraak van rechten, enzovoorts, onder de regering Rutte zonder massaal breed verzet kan worden uitgevoerd? Terwijl, volgens mij, de meerderheid van de bevolking het er niet mee eens is? Eerder lukte het niet. De Wet Werken naar Vermogen, de voorganger van de Participatiewet, kon niet worden ingevoerd vanwege politieke strubbelingen. De kostendelersnorm werd weer ingetrokken. Het vorige kabinet (zonder PvdA) onderhandelde met de gemeenten over een bestuursakkoord om op verschillende beleidsterreinen decentralisaties door te voeren. Dat bestuursakkoord kwam er niet door verzet van met name PvdA-bestuurders in de lagere overheidsorganen. Heet hangijzer: er wordt te weinig geld beschikbaar gesteld voor de gemeenten om de decentralisaties uit te voeren.En toen kwam er een nieuwe regering, nu met de PvdA. Uitgangspunt werd – zoals al langer bij sociaal-democraten die in de regering stappen – : als wij wat geld krijgen voor de bestrijding van de ergste armoede en om de bezuinigingen op te vangen die de ‘zwakste groepen’ enigszins ontzien, dan stemmen wij in met de structurele hervormingen die de liberalen voorstellen.Straffe individualiseringDe SP omarmt vandaag deze sociaal-democratische politiek in de colleges, waarbij ze voor armoedebestrijding extra geld uittrekt dat niet in verhouding staat tot de omvang van de bezuinigingen die de centrale overheid uitvoert. De SP-wethouders, Vliegenthart voorop, kiezen niet voor een beleid dat gericht is op bestrijding van de werkloosheid door op grotere schaal banen te creëren. Ook werken ze niet aan een ander regime met faciliteiten voor de mensen die nooit meer zullen werken. Nee, daar is geen geld voor.Ze streven ernaar, geheel volgens de neo-liberale politiek, om werklozen “vaardigheden” bij te brengen in disciplineringstrajecten om mee te kunnen in de concurrentiestrijd om de schaarse banen. En wie niet aan de normen voldoet, wordt gestraft. Het gaat om “employability”, persoonlijke eigenschappen van de werkloze en zijn of haar gedrag en karaktereigenschappen, waarbij de oorzaak van de werkloosheid gezocht wordt in kenmerken van het individu en niet in het feit dat er domweg veel te weinig banen zijn.Vandaar weer de paar “leerwerkstages”. De “perspectiefbanen” worden gepresenteerd als werkschepping, maar zijn het niet en passen geheel in de neo-liberale politiek. De discussie in de gemeenteraad met de liberalen ging er onder meer over dat die banen niet te lang mogen duren, mensen moeten er niet in blijven “hangen”, maar doorstromen. Alles moet stromen op de arbeidsmarkt. Van flexibele arbeidskrachten die zich steeds aanpassen aan de zich veranderende eisen van de markt en de werkgevers. Voor ieder rot baantje moet je meteen klaarstaan. En zo niet, dan volgen strenge sancties. De uitvoeringsorganisatie van de gemeente is hierop al ingericht. Ze gaat gewoon door met het “uitrollen” van deze neo-liberale politiek, als voortzetting van de vorige colleges, onder andere met wethouders van GroenLinks.Vliegenthart is in de discussie nu ook gefocust op “de mensen die niet willen”. Wat moet je ermee, moeten daar toch maar disciplineringstrajecten voor komen? En moet het strenge systeem van sancties toch maar worden gehandhaafd? Want dat is de oorzaak van de werkloosheid, nietwaar? Hoezeer de SP-ers ook met de mond belijden dat er te weinig banen zijn, en hierover ferme vragen stellen in het parlement, in de colleges voeren ze hun beleid geheel uit in de traditie van de compromispolitiek van de sociaal-democraten. “We doen niets, of we doen dit”, aldus Vliegenthart.In andere gemeenten volgen SP-wethouders dezelfde politiek. In Eindhoven, waar twee gemeenteraadsleden uit de partij zijn gestapt, in Leiden, Pekela en Helmond, waar Vliegenthart als informateur optrad voor hij wethouder in Amsterdam werd. Daar is nadrukkelijk in het collegeakkoord de mogelijkheid opengehouden voor een verplichte tegenprestatie voor bijstandsgerechtigden die nooit meer betaald werk zullen verrichten.Verdelende gevolgenJe krijgt nu op lokaal niveau meteen met weerstanden te maken die ieder beginnend verzet tegen de neo-liberale politiek, werkend aan een compromis, neutraliseert. Mensen raken nog meer verdeeld dan ze al waren en reageren zo ook op de ontwikkelingen. Sommigen zoeken de weg van het overleg. Trachten de zittende lokale macht te overtuigen van hun gelijk, spreken in gedurende drie minuten in een commissie van de gemeenteraad, lobbyen, enzovoorst. Ze zijn op zoek naar een compromis met de liberalen en hopen in de onderhandelingen nog zoveel mogelijk uit het vuur slepen. En dan trots de resultaten in een propagandacampagne presenteren, als de liberalen wat kruimels hebben toegeschoven – zie je wel, lobbyen en parlementaire politiek werkt! Overigens met weglating van wat allemaal aan structurele punten is ingeleverd. Dit is de politiek die de SP in Amsterdam volgt.Anderen wenden zich teleurgesteld af van de politiek en uiten hun machteloze woede in spreekkamers, onderling urenlang tegen elkaar praten over hoe slecht de wereld is zonder dat er verder iets uitkomt. Op Facebook worden de misstanden breed uitgemeten en in de publiciteit worden de ergste schandalen via interviews met slachtoffers voor het voetlicht gebracht zonder dat het verder consequenties heeft.Weer anderen storten zich op de individuele hulpverlening. Gaan mee met “keukentafelgesprekken” of “gesprekken” met de sociale dienst, schrijven bezwaarschriften, enzovoorts. Weliswaar wordt door middel van een wildgroei aan “meldpunten” op velerlei beleidsterreinen getracht om misstanden te verzamelen en meer algemene conclusies te trekken. Maar een rapport komt even in de publiciteit, er wordt wat over gediscussieerd in de gemeenteraad, de liberalen doen hun zegje en alles blijft bij het oude. Zo draait iedereen rond in cirkels binnen de bestaande machtsverhoudingen, zonder dat er iets structureels verandert.Ondertussen blijkt de uitvoerende (gemeentelijke) macht ongevoelig voor alle kritiek en misstanden die naar voren worden gebracht. Hierbij maken ze gebruik van het feit dat de gemeenteraad verdeeld is in wat meer links en rechts die samen een coalitie vormen. Wanneer die met elkaar onderhandelen en er even niet uitkomen, zegt de bureaucratie: laat het maar aan ons over, geef de ambtenaren meer bevoegdheden, wij lossen het wel op, wij zullen wel een weg uitstippelen waarmee iedereen het eens kan zijn. Dit is het mechanisme dat in Amsterdam tot uiting komt. En dat door de vereniging van Directeuren van Sociale Diensten (Divosa) wordt uitgedragen. Op misstanden die ontstaan door de nieuwe Participatiewet, reageerde de vereniging: geef ambtenaren meer bevoegdheden om maatwerk te leveren, om in individuele gevallen van de regels af te wijken. Oftewel, de willekeur van de negentiende-eeuwse charitas is terug in een ander jasje: je krijgt een aalmoes, maar misschien ook niet, dat hangt ervan af of het tussen ons “klikt”, of jij aan mijn normen voldoet en een beetje kunt onderhandelen.Actiecomité DwangarbeidNeeOns actiecomité gaat door met de strijd, met onder meer de volgende uitgangspunten.1. Herpolitiseren van de problemen waarmee veel mensen te maken hebben. Laten zien hoe het beheerssysteem werkt. Aan de orde stellen dat niet de behandeling en bejegening door een ambtenaar de oorzaak van de problemen is, of de slechte eigenschappen van deze of gene, de kenmerken van een persoon en een discussie over het ‘goede’ of ‘slechte’ gedrag van individuen. Nee, de verdeling van rijk en arm, het bureaucratisch beheerssysteem, de actuele politiek, de massawerkloosheid. Alleen een versterking van de rechtspositie van de betrokkenen kan de situatie verbeteren. Aan de kaak stellen wanneer dit niet gebeurt, zoals in Amsterdam bij de werkzoekenden met de SP aan het roer. Het gaat erom dat mensen die hulp nodig hebben, kunnen onderhandelen vanuit een goede rechtspositie en de faciliteiten krijgen om vaardigheden te ontwikkelen om dat proces goed te voeren.2. Effectief verzet voor een verbetering van de rechts- en inkomenspositie. Een werkelijk perspectief kan alleen komen van de mensen die het betreft, van een organisatie van onderop. De vele meldpunten en ook de individuele hulpverlening kunnen hierbij helpen, wanneer dit in een structureel verband gebeurt. Meer organiseren met de mensen die het aangaat. Dus bijvoorbeeld liever een hoorzitting opzetten met betrokkenen dan alleen door “bemiddelaars” klachten laten verzamelen die vervolgens een rapport opstellen, waarbij de bredere kaders van de neo-liberale politiek niet aan de orde komen.Een goede vorm zou wat mij betreft de organisatie van “buitenparlementaire enquêtes” zijn, waarbij getuigen (ervaringsdeskundigen) verklaringen afleggen over misstanden en de verantwoordelijken in een openbare zitting ter verantwoording worden geroepen op basis van een vooronderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van een meldpunt.Piet van der Lende(Dit artikel verscheen eerder bij Solidariteit.)]]>

donderdag 1 januari 2015

De participatiewet

  • In de Participatiewet worden de Wet Werk en Bijstand, de Wajong en de WSW samengevoegd.
    De huidige Wajongers behouden die uitkering. Gedeeltelijk arbeidsongeschikten in de Wajong gaan van 75% van het WML naar 70% van het WML. Om te bepalen of men geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is worden herkeuringen uitgevoerd. De Wajong is na 1 januari alleen nog toegankelijk voor volledig arbeidsongeschikten. Gedeeltelijk arbeidsongeschikten, die de aandoening al voor hun 18e levensjaar hadden, gaan voortaan naar de bijstand cq de Participatiewet
    • De Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) gaat op slot. Er komt geen nieuwe toestroom meer.
    • Invoering van de kostendelersnorm in de nieuwe Participatiewet
    • Het wordt de gemeenten verboden een zogenaamd categoraal bijzondere bijstandsbeleid te voeren. Allerlei minimaregelingen worden afgeschaft. Armoedebeleid. Er komt 100 miljoen extra naar gemeenten voor armoedebeleid. Dit is niet geoormerkt. De regering wil dat het wordt uitgegeven aan gezinnen met kinderen en preventie. Artikel 2.1.7. WMO maakt het mogelijk voor mensen met een chronische ziekte een categoriale regeling te treffen. Ook voor mensen boven het netto sociaal minimum. De gemeenten kunnen als alternatief ook streven naar een tussenvorm tussen categoraal en individueel. Bij bepaalde ziektes kunnen de extra kosten van te voren worden ingeschat. Zo kan de gemeente zonder al te veel beoordelingswerk toch maatwerk leveren. Financiele vergoeding voor daadwerkelijk gemaakte meer kosten. Forfetaire vergoeding voor aannemelijke meerkosten. Ook kan er een declaratiefonds voor schoolgaande kinderen komen.Voor categoraal beleid is de inkomensgrens van 110% afgeschaft. De gemeente kan zelf inkomensgrenzen vaststellen.
    • Wat gaat de gemeente doen?
      Gemeenten mogen:
      • Meer bijdragen aan de persoonlijke kosten van individuele mensen
      • Krijgen meer ruimte voor aanbieden van aanvullende zorgverzekeringen
      • Meer mogelijkheden voor zgn stadspassen
      Een deel van de zorg in de AWBZ gaat zoals we zagen naar de ziektekostenverzekeraars. Een ander deel gaat naar de WMO en de Jeugdzorg. Veel gemeenten gaan over tot de oprichting van sociale wijkteams om mensen met meerdere problemen te helpen. In principe wordt het uitgangspunt: wat kan de omgeving doen om de persoon in kwestie te helpen. Dan pas komt de gemeente in beeld. Het niet-gebruik van voorzieningen zal door de afschaffing van categorale bijzondere bijstand en de focus op individuele bijzondere bijstand toenemen. Hier leest u meer over de hervorming van de gezondheidszorg.
    • studenten
      Er komt een individuele studietoeslag voor arbeidsongeschikte studenten die recht hebben op WSF. En die niet in staat zijn het voltijdsminimumloon te verdienen.
    • Wanneer u alleenstaande ouder bent, houdt de gemeente bij de hoogte van uw uitkering rekening met de zorg voor uw kinderen. Dit wordt de een-ouder norm in de bijstand genoemd. (een eenoudergezin krijgt nu 90% van het minimumloon) Die eenouder norm wordt in de Participatiewet afgeschaft. Vanaf 1 januari 2015 verandert dit dus. Uw uitkering gaat dan omlaag. Meer kindgebonden budget maar minder inkomen. Het kindgebonden budget gaat per 1 januari extra omhoog. Dit is een bijdrage in de kosten voor uw kinderen tot 18 jaar die u ontvangt van Belastingdienst/Toeslagen. Hoeveel kindgebonden budget u ontvangt, hangt af van hoeveel kinderen u heeft, de leeftijd van de kinderen en uw inkomen en vermogen. Als u daar recht op heeft, krijgt u dus meer kindgebonden budget. Maar: er gaat meer van uw uitkering af dan dat uw kindgebonden budget omhoog gaat. U heeft dus in j anuari een lager inkomen dan nu. In de praktijk zullen werkende alleenstaande ouders er ongeveer 200 euro per maand op vooruitgaan, terwijl alleenstaande ouders in de bijstand er ongeveer 40 tot 50 euro op achteruit gaan.
    • Verzwaring sanctiebeleid. Standaardmaatregel minstens 100% van een maand en verlenging 3 maanden

    • Boetes

    • Kledingregels

    • Nederlandse taal

    • Clienten mogen niet vrijgesteld worden van alle arbeidsverplichtingen. (Dus ze moeten altijd gebruik maken van voorzieningen zoals sociale activering, meewerken aan een onderzoek, maken van een plan van aanpak. En er kan alleen een tijdelijke ontheffing worden ingevoerd. Maar let op! Het verzwaarde sanctieregime van standaard 1 maand geldt alleen voor mensen die volledig arbeidsgeschikt zijn. Er is een onderscheid qua sancties tussen het  ‘basisregime’ en het ‘zwaar regime’.

    • Invoering van de verplichte tegenprestatie.

    • Er komen 35 arbeidsmarkt regio’s en daaraan gekoppelde werkbedrijven. (Beschut werk en loonkostensubsidie). Er komen nieuwe reintegratie maatregelen. Hier een opsomming.

    • Er komen nieuwe bijverdienregelingen. In totaal zijn het er nu drie.
    • Andere maatregelen van de afgelopen jaren aan de vooravond van de invoering van de partcipatiewet
    ]]>

    woensdag 31 december 2014

    In de media in 2014

    Kritiek op de inzet van hondenbelasting controleurs in Amstelveen. RTV Amstelveen, 16-12-2014. Oorspronkelijke film niet terug te vinden. Dit is een link naar Amstelveenweb.Armoede volgt op armoede. ‘Een kind weet niet beter.’ – Een dubbeltje blijf je… – BN/De Stem, 31-10-2014. De Limburger, 31-10-2014. Cyril Rosman en Sander van Mersbergen. In verschillende regionale dagbladen verschenen. Het artikel in de Limburger is het meest uitgebreid. Kortere internetversie in het Eindhovens Dagblad. TV uitzending werkloos en boos. Altijd Wat Monitor NCRV, 30-09-2014. Bastiaan Hetebrij e.a.Annemarie van Gaal: ‘Ik wil bijstandsvrouwen aan werk helpen’. Een kritisch gesprek over bijstandsmoeders. Ze zijn te laks. Radio 1, Dit is de Dag. Evangelische Omroep. 24-09-2014.Nederland Stijger/Daler. Opmerking over Piet van der Lende. Elsevier, 13-09-2014. Eric Vrijsen.SP-wethouder nu kop-van-jut. – Het Parool, 11-09-2014. Bart van Zoelen.Echte banen voor echt geld.  – Het Parool, 27-08-2014. Bart van Zoelen en Elisa Hermanides.Dwangarbeid is het juiste woord. – Het Parool, 30-06-2014. Artikel van het Actiecomite Dwangarbeidnee.Pas als u dit kunt lezen komt u voor bijstand in aanmerking. – De Stentor/Zwolsche Courant, 28-06-2014. Laurens Kok. Verschenen in verschillende regionale dagbladen.Extraatje is voor minima ‘druppel op gloeiende plaat’.  – Nederlands Dagblad, 26-06-2014. Hans Hopman.Asbest en Mosterdgas op werkterrein bijstandsgerechtigden. – Nieuwsbericht Radio Amsterdam FM, 19-06-2014. Mirjam van Rijn.Werkcursus is niet altijd te verplichten. – Dagblad van het Noorden, 14-05-2014. Anoniem.Werkcursus weigeren zonder gevolg voor bijstand. – Het Parool, 12-05-2014. Anoniem.Uitkering? Het wordt allemaal wat soberder. De Gooi en Eemlander, 03-05-2014.‘Dag van de Arbeid begint weer te leven’. ANP Bericht, 30-04-2014. Nico Postma.Bond: Nieuwe taaleis bij uitkering is bijstand-bashing. De Gelderlander, 16-04-2014. Cyril RosmanMinder bijstand voor wie slecht Nederlands spreekt. De Stentor, 17-04-2014. Cyril Rosman. Verschenen in verschillende regionale dagbladen.‘Wie hier komt, moet de taal leren’. De Telegraaf, 17-04-2014. Alexander Bakker.Einde Windows XP, maar te blut voor een nieuw systeem – Trouw, 03-04-2014. Seije SlagerBeschuldigd van cameragluren; Purmerend ontkent gebruik camera bij bestrijding uitkeringsfraude. – Noord Hollands Dagblad, 14-02-2014. Rob Swart.Gluren naar leefloners: bij de buren mag hetdewemo-be05-02-2014. Lesley Arp.Moeten mensen in de bijstand verplicht iets terugdoen? – TV debatprogramma Arena, NPO. Presentatie Sabine Uitslag en Jurgen Rayman. 05-02-2014. Met Jacques Peeters.Bond: nieuwe taaleis bij uitkering is bijstand-bashing. Cyril Rosman, BN De Stem 16-04-2014. https://www.bndestem.nl/overig/bond-nieuwe-taaleis-bij-uitkering-is-bijstand-bashing~a6a9f432/ ]]>

    zaterdag 13 december 2014

    Forse kritiek op beleid dat van elke uitkeringsgerechtigde een fraudeur maakt

    Op 1 januari 2013 werd de Fraudewet ingevoerd, officieel de Wet Aanscherping Handhaving- en Sanctiebeleid genoemd. Met het Boetebesluit werkte staatssecretaris Jetta Klijnsma de wet in de praktijk verder uit. De regelgeving is bedoeld om met strenge straffen en boetes fraude in de sociale zekerheid te bestrijden, maar in werkelijkheid komt het vooral neer op het treiteren en criminaliseren van uitkeringsgerechtigden. Er is flink wat ophef ontstaan over de Fraudewet en het Boetebesluit, omdat de wet krakkemikkig in elkaar blijkt te zitten, het besluit op sommige punten in strijd is met andere wetgeving en er geen enkele afstemming heeft plaatsgevonden met het strafrecht.Diverse rechters hebben inmiddels gehakt gemaakt van de beslissingen die uitvoerende organen op het gebied van sociale zekerheid, zoals de gemeenten, het UWV en SVB, op basis van de frauderegels hadden genomen. Het UWV blijkt zelfs alle rechtszaken sinds 1 januari 2013 te hebben verloren waarin boetes op grond van de Fraudewet aan de orde kwamen. Ook gemeenten kregen van de rechter vaak ongelijk. Op 24 november kwam de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter op het gebied van sociale zekerheid, met een principiële uitspraak over de uitvoering van de Fraudewet. En gisteren leverde de Nationale Ombudsman met het rapport “Geen fraudeur, toch boete” een vernietigende kritiek op de wet. Het UWV liet daarop weten dat men gaat stoppen met het opleggen van boetes totdat de wet door de beleidsmakers is aangepast. Maar men gaat helaas wel door met het innen van boetes die al eerder waren opgelegd.AbsurditeitHet boetesysteem van de Fraudewet en het Boetebesluit deugt van geen kant. Uitkeringsgerechtigden zijn verplicht om informatie over hun levensomstandigheden door te geven aan de uitkeringsinstelling. Maar de frauderegels maken daarbij geen onderscheid tussen schuld en opzet aan de ene kant en geen verwijtbaarheid aan de andere kant. Volgens die regels moet in feite elke schending van de inlichtingenplicht door de uitkeringsgerechtigde, om welke reden dan ook, opgevat worden als een vorm van fraude. Bij de inlichtingenplicht gaat het erom dat de uitkeringsgerechtigde alle informatie doorgeeft die van belang kan zijn voor het recht op een uitkering. Maar wanneer is iets van belang voor dat recht? Hoe moet dat worden bepaald? Wat valt er allemaal onder de inlichtingenplicht? Het blijkt te gaan om een vaag gebied waar de uitkeringsgerechtigde steeds weer het nadeel van de twijfel krijgt en de uitkeringsinstelling het voor het zeggen heeft.Laten we bijvoorbeeld eens het begrip “gezamenlijke huishouding” nemen, dat een belangrijke rol speelt in de regels van de bijstandsuitkering. Het is uitermate lastig om precies te kunnen vaststellen wanneer sprake is van zo’n “gezamenlijke huishouding”, op grond waarvan de bijstandsuitkering zou moeten worden verlaagd of zelfs stopgezet. Het kan gaan om kleine details. Stel dat  twee mensen nooit bij elkaar slapen, maar de een overdag wel zes dagen per week thuis bij de ander is. Er kan dan sprake zijn van een gezamenlijk huishouden, maar dat hoeft niet. Dat is namelijk afhankelijk van een heleboel feiten en omstandigheden. In 2013 leverden allerlei ouderenbonden veel kritiek op het begrip “gezamenlijke huishouding” in de AOW. Ze vroegen om duidelijke criteria, maar de staatssecretaris verwees louter en alleen naar de wetgeving. Nadat Klijnsma onder druk was gezet, gaf ze aan dat er volgens de AOW-regels nooit sprake is van een gezamenlijk huishouden, als beide personen over een eigen huis beschikken en ook eigen lasten betalen. Daarbij maakt het niet uit of de personen dan de hele week bij elkaar zijn. Maar voor de bijstand gelden weer andere regels.Een ander voorbeeld. Een bijstandsgerechtigde mag 28 dagen met behoud van uitkering naar het buitenland. Stel dat een bijstandsgerechtigde in een grensstreek woont en een vriend of vriendin in België heeft. Hoe vaak mag hij of zij die persoon dan bezoeken en daar overnachten? In principe helaas maar 28 dagen. Bedenk dat de bijstandsgerechtigde alles moet melden wat van belang kan zijn, niet alleen wat van belang is. De bijstandsgerechtigde is dus al in overtreding als hij of zij iets niet meldt dat van belang kan zijn, zelfs al heeft het uiteindelijk helemaal geen gevolgen voor de uitkering. Ook al heeft het geen gevolgen, dan nog krijgt de bijstandsgerechtigde in dat soort gevallen een waarschuwing opgelegd en bij de tweede keer een boete van 150 euro. De absurditeit van dit fraudebeleid bleek bijvoorbeeld uit het geval van een uitkeringsgerechtigde die bij het UWV 32 cent te weinig inkomsten had opgegeven. Hij kreeg toen de standaardboete van 150 euro opgelegd.BrandmerkenWie wil voorkomen dat hij de inlichtingenplicht mogelijkerwijs gaat schenden, zou talloze dagelijkse gebeurtenissen in zijn leven moeten gaan melden aan de gemeente of het UWV. Bijvoorbeeld: “Ik ga nu eten bij mijn broer”. Dat kan immers van belang zijn voor de uitkering. Je weet het maar nooit. Of: “Ik heb als verjaardagscadeau twintig euro van mijn zus gekregen”. Of: “Een goede vriend van me heeft me een tweedehands fiets gegeven”. Het zal duidelijk zijn: de frauderegels zijn volkomen doorgedraaid, voeren de repressie tegen uitkeringsgerechtigden flink op en tasten hun recht op zelfbeschikking en een menswaardig bestaan nog verder aan. De regels scheppen voor uitkeringsgerechtigden veel onduidelijkheid en vooral ook veel onzekerheid. Uiteindelijk is het helemaal niet de bedoeling van de beleidsmakers dat uitkeringsgerechtigden de frauderegels braaf naleven. Want als alle uitkeringsgerechtigden die regels strikt zouden gehoorzamen en dag in dag uit allerlei zogenaamd relevante informatie zouden doorgeven aan de uitkeringsinstellingen, dan zou de uitkeringsbureaucratie daardoor hopeloos vastlopen.Wat beleidsmakers in feite voor ogen hebben gehad met het fraudebeleid, is om uitkeringsgerechtigden nog meer het gevoel op te dringen dat ze altijd wel het risico lopen om als fraudeur gebrandmerkt en beboet te worden. Want de Fraudewet en het Boetebesluit maakt van elke uitkeringsgerechtigde in principe een fraudeur. Zo is het fraudebeleid een extra middel om uitkeringsgerechtigden te kunnen controleren, op te jagen en uit de uitkering te duwen. De politici hebben er dan ook heel bewust voor gekozen om het begrip fraude in de Fraudewet en het Boetebesluit te laten afwijken van wat daar in het dagelijkse taalgebruik onder wordt verstaan. Zodra uitkeringsgerechtigden de inlichtingenplicht schenden, komen ze volgens de frauderegels te boek te staan als fraudeur, zelfs als hen niets valt te verwijten.MaximumboetesVolgens de Fraudewet kunnen er boetes worden opgelegd tot aan bepaalde maximumbedragen. Die bedragen mogen dus ook lager uitvallen. Maar in het Boetebesluit zijn die maximumbedragen doodleuk als standaardbedragen opgenomen. In de praktijk blijken uitkeringsinstellingen structureel de hoogst mogelijke bedragen op te leggen. Flink wat uitkeringsgerechtigden die werden getroffen door dit soort maximumboetes, hebben rechtszaken tegen het UWV of de gemeente gewonnen, omdat de rechters bepalen dat uitkeringsinstellingen moeten toetsen aan de zwaarte van de overtreding, en of de opgelegde straf evenredig is aan de overtreding, bijvoorbeeld wat betreft verwijtbaarheid. Gemeenten en het UWV deden dat niet, want ze kwamen standaard op de proppen met de hoogst mogelijke straffen.De Centrale Raad van Beroep heeft met zijn uitspraak van 24 november de hele boetewetgeving op zijn kop gezet. De kern van het lange juridische betoog van de hoogste bestuursrechter is dat de begrippen opzet, schuld, evenredigheid en proportionaliteit deel moeten uitmaken van de beoordeling door de uitkeringsinstelling. De honderd procent boete is van de baan. De bestuursrechter heeft in plaats daarvan een eigen soort boetestelsel gecreëerd en passeert daarmee Klijnsma en haar Boetebesluit. Maar uiteraard staat ook de bestuursrechter onder de politieke druk om het leven van uitkeringsgerechtigden zo zuur mogelijk te maken. De Nationale Ombudsman adviseert in zijn rapport om de boete bij schuld op tien procent van het benadelingsbedrag te stellen. Maar de Centrale Raad stelt een maximum van vijftig procent, wat men niet nader motiveert. Als de bestuursrechter een lager percentage had gehanteerd, dan had politiek Den Haag ongetwijfeld moord en brand geschreeuwd over rechters die op de stoel van de wetgever gaan zitten. Het valt te verwachten dat Klijnsma en de Tweede Kamer nog gaan debatteren over aanpassing van de frauderegels, waarbij gevreesd moet worden dat de essentie van de belachelijke Fraudewet overeind zal blijven.Piet van der Lende]]>