pagina's

zaterdag 12 november 2011

Een bezoek aan de Blauwe Kamer

Op eerste Pinksterdag heb ik een bezoek gebracht aan natuurgebied de Blauwe Kamer. De Blauwe Kamer is vlakbij de Grebbeberg onderdeel van een smalle, langgerekte strook natuurgebied tussen de Rijndijk van Wageningen naar de Grebbeberg en de Rijn. Via een toegangsweg, die ook toegankelijk is voor auto’s en een parkeerplaats daarvoor bij cafe restaurant Panorama kom je aan de oever van de Rijn bij het veerpont naar Opheusden. De Veerweg is de grens tussen de twee natuurgebieden de Blauwe Kamer en de Plasserwaard. Door de Blauwe Kamer zelf loopt de grens tussen Utrecht en Gelderland. Ik maakte een wandeling door het natuurgebied en volgde daarbij de blauwe route naar de vogelkijkhut. Bij een grote plas hoorde ik tijdens de wandeling de kikkers luidkeels kwaken. Ik ga via een brug de plas over. Aan de overkant loopt een kudde wilde koeien.Het is er trouwens vrij druk op deze eerste Pinksterdag. Hele gezinnen zwerven over de wandelpaden. Het pad gaat verder over een diep ingesleten zandpad. Ik moet manouvreren tussen de stront van de wilde koeien, die zich bij de plas aan het gras tegoed doen. Aan het eind van het pad is de vogelkijkhut. Ik ga naar boven en heb uitzicht op een kolonie lepelaars en aalscholvers..Heel in de verte zie je aan de andere kant van de vogelkijkhut een kudde wilde paarden Aan die kant kijk je uit op weer aan de natuur teruggegeven weilanden met zo een andere bezoekster vertelde, de resten van de Grift naar de Rijn waarlangs de turf werd afgevoerd die in de buurt van het gebied rond Veenendaal werd gewonnen. De Grift buigt bij Veenendaal naar het westen af om via de Rode Haan, resten van verdedigingswerken van de kleine waterlinie, bij Amersfoort uit te komen. De Rode Haan is een grote heuvel in het landschap die met de trein komende vanaf Wageningen aan de linkerkant voorbij station Veenendaal -de Klomp te zien is.
Op gezette tijden zijn er gratis excursies in de Blauwe Kamer. Voor meer informatie zie de site van het Utrechts landschap dat het beheer heeft over de Blauwe Kamer]]>

donderdag 3 november 2011

Het Openlucht Museum

Winters tafreel in het Openluchtmuseum. 03-01-2011.
Het Openluchtmuseum heb ik vaak bezocht. Ik kom er graag. Je kunt er heerlijk wandelen in het bos, met af en toe een historische boerderij of een ander gebouw, ingericht met spullen uit grootmoeders tijd en van daarvoor. Terwijl je je vergaapt aan deze historische gebouwen uit een voorbije tijd kun je mijmeren over hoe het was, het boerenleven van vroeger. In mijn jeugd heb ik de laatste resten van dat oude boerenleven nog meegemaakt.Toch is het Openluchtmuseum niet zozeer een weerspiegeling van een verdwenen verleden, waarin alle aspecten van dat verleden, de positieve en negatieve dingen, aan de orde komen. Tot ongeveer de tweede helft van de 19e eeuw was Nederland in veel opzichten nauwelijks een eenheidsnatie. Er bestond tot die tijd een lappendeken van regio’s ieder met een eigen cultuur en identiteit, dat wil zeggen historische boerderijvormen en bouwstijlen, tradities en gewoonten, taal, manieren van landbouwbedrijven. Kortom de concrete vormen die de oude plattelandscultuur aannam.
Boerderij in het Openluchtmuseum
Voor de komst van de spoorwegen waren er weliswaar intensieve (handels)contacten tussen de regio’s en hadden de elites uit die regio’s wel veel contact met elkaar, maar voor de doorsnee burger duurde het reizen van de ene regio naar de andere in onze ogen erg lang. Zij hadden weinig contact en voelden zich betrokken bij de eigen regio, ontleenden daaraan hun identiteit, niet aan zoiets als een Nederlandse eenheidsstaat, die toch al begin 19e eeuw formeel-juridisch was ontstaan. In de tweede helft van de 19e eeuw kwamen er met de industriele revolutie en de spoorwegen intensievere contacten. En in de 20e eeuw is de oude plattelandscultuur verdwenen.Een reflexie op die verdeling in regio’s, ieder met hun eigen kenmerken en cultuur en op hoe de overgang naar de eenheidsstaat is verlopen zul je in het Openluchtmuseum vergeefs vinden. Boerderijtjes, huizen, werkplaatsen en andere gebouwen die er pittoresk uitzien staan kris kras door elkaar in de ruimte opgesteld. Je wandelt in 5 minuten van een boerderij uit Giethoorn naar een ‘Los Hoes’ uit Twente. En er is ook geen indeling in tijdperken. Niet alleen staan gebouwen uit verschillende regio’s kris kras door elkaar, ook staan gebouwen uit verschillende historische tijdperken door elkaar heen, zonder commentaar.Het oude boerenleven wordt zo een soort abstractie, de oude plattelandscultuur in zijn algemeenheid, los van de verschillen tussen mensen, culturen en regio’s die er in vroeger tijden ook waren. Er wordt een nostalgisch verlangen uitgedrukt naar ‘het leven van vroeger’ in het algemeen , toen het nog gezellig was, geen criminaliteit, geen lawaai, alles rustig en vredig in een warm aanvoelende gemeenschap waarin de mensen nog solidair met elkaar waren. En kijk eens in welke tijd we nu leven.Het Openluchtmuseum zegt zo meer over ons, over hoe wij tegen het verleden aankijken alsof het een soort amorf voor-modern tijdperk is zonder historische ontwikkeling en differentiatie. Dit sluit goed aan op de oorspronkelijke bedoeling van het Openlucht Museum, denk ik. Het behoud van de oude plattelandscultuur, de herinnering daaraan, als algemene uitdrukking van de Nederlandse identiteit in het algemeen, niet de identiteit van al die regio’s en culturen. Aansluitend bij het concept van de natie, de nationale eenheidsstaat, waarin iedereen zich in de eerste plaats Nederlander voelt.
Maar het is fascinerend om te zien hoe dit algemene, abstracte concept wonderwel aansluit bij de mondialisering, die langzaam aan bezit neemt van het Openlucht Museum. Op drukke dagen zie je Amerikanen, soms van Nederlandse afkomst, Japanners en Duitsers over de zandpaden slenteren, foto’s makend en keuvelend over de goede oude tijd. En over hoe Nederland in zijn algemeenheid vroeger was. De buitenlanders kijken bewonderend naar de vrijwilligers, die zich in hun vrije tijd bepaalde vaardigheden van de oude ambachtslieden eigen gemaakt hebben en die op gezette tijden in het Openlucht Museum demonstraties geven. Zij zullen niets vinden over de armoede, de ziekten in een tijd dat er geen gezondheidszorg was, de strijd om het bestaan, de onderlinge strijd die onze voorouders in verschillende tijdperken voerden, geen kritische terugblik ook over het verstikkende karakter van die op tradities gebaseerde (het is nu eenmaal zoals het is) plattelandscultuur.En na het bezoek aan het museum kun je bij terugkomst in de souvenirshop beschilderde klompjes, rode zakdoeken en plaatjesboeken met kleurenfoto’s van de gebouwen kopen. Zo is het Openlucht Museum uitdrukking van de moderne tijd en een ontkenning van het verleden. Men probeert dit beeld wel bij te stellen door bijvoorbeeld een tentoonstelling over migratie. Wat zijn de effecten van migratie. Nederland krijgt er ook gewoonten en tradities bij. Dat inspireerde het Nederlands Openluchtmuseum tot de thematentoonstelling Hollandse Nieuwe. U ziet o.a. hoe ‘Indorock’ ons dansritme opvoerde, maar ook hoe een rasechte Rotterdammer zijn vertrouwde buurt zag veranderen.]]>

maandag 19 september 2011

Breed protest tegen de bezuinigingen van het kabinet Rutte

Ongeveer 10.000 mensen hebben maandag op het Malieveld in Den Haag gedemonstreerd tegen de bezuinigingsplannen van het kabinet. Een eerste opmaat naar meer. Maar de sociaal-democratische en christendemocratische stromingen, massaorganisaties van weleer, raken verdeeld onder druk van de verontwaardiging waarbij de bestuurders en gesubsidieerde belangenorganisaties hun posities in het poldermodel verdedigen tegen het opkomend verzet door tussen de actievoerders en de regering te gaan staan of het verzet te kanaliseren.
De actie was oa georganiseerd door het Nationaal Beraad, waarin grote maatschappelijke organisaties als de Raad van kerken en de vakbonden zitting hebben. Maar bij het Beraad is een reeks van landelijke en provinciale organisaties en belangengroepen aangesloten. Daarnaast was er protest van oa de CG Raad (Chronisch Zieken en Gehandicaptenraad) en andere organisaties voor chronisch zieken en gehandicapten. Zo’n dertig verschillende organisaties protesteerden van 14.00 tot 16.00 uur tegen de aangekondigde bezuinigingen. Volgens de organisatoren waren er meer dan 10.000 mensen aanwezig, de politie beweerde dat het er ongeveer 5000 waren. Er waren ook veel werknemers uit sociale werkplaatsen aanwezig.
De acties werden op maandag gehouden omdat het de dag voor Prinsjesdag is. Gehandicapten en chronisch zieken maar ook andere groepen lieten zien dat ze hard worden getroffen door een opeenstapeling van maatregelen. Stop de opstapeling! was dan ook een van de leuzen. De actiegroep ‘terug naar de bossen’ bracht een doodskist binnen, waarin Henk en Ingrid lagen, de ‘gewone Nederlanders’ die de PVV zegt te vertegenwoordigen. Henk en Ingrid zijn overleden door de bezuinigingen op de gezondheidszorg.
Er klonk veel boegeroep. De demonstranten lieten samen met het Metropole Orkest, dat ook bedreigd wordt door de bezuinigingen, een protestkreet horen.
De demonstratie van de meest uiteenlopende groepen en mensen smaakte naar meer. Maar of dat er komt? In ieder geval is duidelijk, dat veel mensen boos zijn over de manier waarop de regering bezuinigt op de inkomens van de meest kwetsbaren, terwijl de rijken buiten schot blijven. Alles was gericht op het parlement. ‘Het is nu aan het parlement om ons geluid op te pakken en het kabinet op andere gedachten te brengen’, aldus zei FNV-bestuurder Leo Hartveld. Als dat niet gebeurt, krijgt de demonstratie op het Malieveld een vervolg, aldus de vakbondsvertegenwoordiger.
De vertegenwoordiger van de Raad van kerken ontweek de vraag, of de kerken gaan mobiliseren. ‘Wij gaan de mensen helpen’ zei hij en gaf geen antwoord op de vraag of de kerken toekomstige acties steunen. Het is niet onwaarschijnlijk dat een deel van de aanwezige organisaties, die tot over hun oren in de overlegeconomie van het poldermodel zitten, afhaakt wanneer het parlement de begroting eenmaal heeft aangenomen.
Op de achtergrond speelde het vakbondsconflict over het pensioenakkoord. Agnes Jongerius sprak niet op de manifestatie, maar Leo Hartveld. Wilde Jongerius niet met boegeroep van haar achterban geconfronteerd worden? Nu er een rechtse regering is, die haar asociale beleid wil doorzetten in deze tijden van (economische) crises, waarbij zij volkomen ongevoelig lijkt voor argumenten in overleg en voor protestacties, staat de sociaal-democratie op een kruispunt van wegen: of de kant van het duurzaam protest opgaan en weer de vertegenwoordiger worden van emanicipatiebewegingen of medeverantwoordelijk worden voor het afbraakbeleid van het kabinet Rutte. Vele sociaal-democratische bestuurders zijn het eigenlijk in grote lijnen wel met Rutte eens en zij voeren op gemeentelijk niveau het beleid van Rutte trouw uit. Het zwalkend beleid van leider Cohen laat zien, dat men vooralsnog van twee walletjes probeert te eten. Het is echter sterk de vraag of dat in de huidige polariserende verhoudingen blijft lukken. De Partij van de Arbeid staat op zwaar verlies in de opiniepeilingen. Er zijn in de krachtsverhoudingen van de linkse of wat minder linkse organisaties grote verschuivingen op komst die kansen bieden voor een breed verzet in de nabije toekomst op basis van de verontwaardiging die op maandag voor het eerst werd gemobiliseerd.
Arrestaties en machtsvertoon van de politie
En ondertussen maakte ook de politie duidelijk, wat het ware gezicht is van de huidige steeds repressievere controlestaat: bij de demonstratie zijn vier mensen aangehouden, drie omdat ze zich niet konden identificeren en een omdat hij weigerde weg te gaan toen een agent hem dat opdroeg. Pesterijtjes, toen een kleine ongevaarlijke groep van ongeveer 15 personen met veel machtsvertoon werd omsingeld door een grote groep agenten en politiemensen te paard.
]]>

woensdag 3 augustus 2011

Megazitting Rechtbank Amsterdam op dinsdag 7 juni over regeling voor chronisch zieken en gehandicapten in Amsterdam

Persbericht Bijstandsbond

03-06-2011

Megazitting Rechtbank Amsterdam op dinsdag 7 juni over regeling voor chronisch zieken en gehandicapten in Amsterdam

Aanstaande dinsdag dienen 27 zaken voor de rechtbank Amsterdam over de chronisch zieken regeling van de gemeente Amsterdam. Vorig jaar heeft de gemeente Amsterdam een nieuwe regeling ingevoerd voor bijzondere bijstand aan chronisch zieken en gehandicapten in Amsterdam. Daarbij werd bij veel mensen de bijzondere bijstand soms met honderden euro’s per maand teruggebracht. De rechtbank heeft op 28 juni 2010 uitgesproken, dat deze nieuwe regeling niet deugt en in strijd is met de wet. Het beleid van de wethouder werd dus afgeschoten. Ook de landelijke voorzieningen voor chronisch zieken en gehandicapten worden in het kader van de bezuinigingen steeds meer uitgekleed. Zo zijn er plannen voor een grote groep het Persoonsgebonden Budget (PGB) af te schaffen.

Maar het beleid van de gemeente Amsterdam is nu wederom onderwerp van discussie voor de rechter. De gemeente heeft in feite de uitspraak van de rechter van 2010 naast zich neergelegd. De mensen die de rechtszaak hadden aangespannen en hadden gewonnen kregen in oktober 2010 een brief, waaruit bleek dat ze alsnog onder de nieuwe regeling zouden worden gebracht, alsof er geen uitspraak van de rechter was geweest. Daartegen hebben verschillende mensen bezwaar aangetekend en enkelen van hen, waarbij gezegd werd: we gaan naar de daadwerkelijke kosten kijken, zijn in beroep gegaan. In werkelijkheid kijkt de gemeente nl niet naar de daadwerkelijke kosten maar volgt ze voor een vergoeding de standaardnormen van de belastingen voor belastingaftrek, zoals bij dieetkosten en maaltijdvergoeding.

In de nieuwe regeling zijn er modules voor bepaalde onkosten vanwege chronische ziekte of handicap. Je kunt maximaal 20 euro per module krijgen en het aantal modules is 8.

De rechtbank Amsterdam heeft afgelopen woensdag een kritische fax gestuurd aan de gemeente, met allemaal vragen, onder andere waar dat bedrag van maximaal 20 euro per module op gebaseerd is en hoe de gemeente aan dat bedrag komt. Aan het eind van de fax deelt de rechtbank mee, dat er nog veel meer vragen zijn, die op de zitting aan de orde zullen komen.

Voor meer informatie:

Piet van der Lende

]]>

dinsdag 2 augustus 2011

De Metropool Regio Amsterdam (MRA) Op weg naar een diensteneconomie voor de rijken in het tijdperk van de globalisering

De Metropool Regio Amsterdam (MRA)

Op weg naar een diensteneconomie voor de rijken in het tijdperk van de globalisering

Dit artikel heeft twee aanleidingen. De eerste is, dat enige weken geleden een brief van het Amsterdams Bureau voor Onderzoek en Statistiek in de bus rolde. Of ik mee wilde doen aan de jaarlijkse bedrijfsenquête. Aan het eind van de brief werd een staafdiagram opgenomen dat mij intrigeerde. In onderstaande grafiek wordt de ontwikkeling van het aantal personen werkzaam in Amsterdam in beeld gebracht. Deze grafiek riep bij mij vragen op.

Hoe kan het, dat in de Metropool Regio Amsterdam (MRA) na 2007, dus vanaf het begin van de economische crisis, het aantal werkzame personen tamelijk sterk steeg? Zelfs sterker dan in voorgaande jaren?

De tweede aanleiding voor dit artikel is, dat Ewald Engelen in NRC Handelsblad een artikel publiceerde getiteld ‘de lulkoek van de beleidselite’. (1) In dit lezenswaardige artikel wordt naar voren gebracht, dat in de MRA het aantal werkzame personen, werkzaam in de financiële sector, sinds 2001 met 15% is gedaald. In het vermogensbeheer zijn 4000 banen verdweenn. Bij de banken 3000 banen. En in de effectenhandel werken nog maar 2500 mensen. Dat maakte bovenstaande grafiek voor mij nog merkwaardiger. Blijkbaar zijn er in de MRA de laatste tien jaar belangrijke verschuivingen aan de gang in de economische structuur en wellicht in de arbeidsrelaties. Hieronder wat overwegingen wat dat betreft zonder de pretentie te hebben, daar een volledige analyse van te kunnen geven in het kader van dit artikel.

tegenstelling arm en Rijk

Nergens in Nederland zijn de tegenstellingen tussen arm en rijk zo groot als in de MRA. Niet alleen in de stad Amsterdam zelf zijn de tegenstellingen groot, ook tussen de stad en de omliggende gebieden, waar in sommige villawijken de miljonairs bij elkaar wonen, zoals in Bloemendaal. In de MRA zijn de inkomens minder gelijk verdeeld dan in Nederland. Zowel het aandeel mensen met een hoger inkomen als het aandeel met een lager

inkomen is groter dan in heel Nederland het geval is. Bovendien is de inkomensongelijkheid

toegenomen tussen 2000 en 2005, zowel in Nederland als in de MRA. De toename was iets sterker in de MRA dan gemiddeld in Nederland.

Het rapport Metropool Regio Amsterdam 2008 Arm en Rijk in beeld geeft een verklaring voor deze ontwikkeling. (2)

Er is een clustering van kennisintensieve werkgelegenheid, gecombineerd met stedelijke armoede Er wonen hele rijke mensen maar er is ook veel sociale woningbouw.

In de stad Amsterdam zijn de tegenstellingen nog groter dan in de MRA.

Vooral de hele lage, maar ook de hele hoge inkomens zijn daar oververtegenwoordigd

Dit zou komen doordat in grote steden als Amsterdam de aanwezigheid van zowel veel stedelijke armoede en werkloosheid (lage inkomens) als kennisintensieve arbeid (hoge

inkomens) sterker is.

Werken voor de rijken

Deze ontwikkeling betekent, dat zich in de ambachtelijke productie van dure goederen en de persoonlijke dienstverlening in de stad een nieuwe economische bedrijvigheid ontwikkelt, waarbij zelfstandigen (ZZP-ers en kleine bedrijven zoals kappers of schoonheidsspecialisten) voor vaak lage inkomsten werken voor de rijken, die hun vele geld uitgeven in de stad. Slechts gedeeltelijk komt deze ontwikkeling in de statistieken tot uitdrukking: vele ‘eenmansbedrijven’ opereren illegaal, bijvoorbeeld werken met behoud van WAO of AOW uitkering, die als basis dient voor de activiteiten. Sommige ZZP-ers wisselen hun activiteiten voor de rijken waarmee geld wordt verdiend af met een tijdelijke bijstandsuitkering. Hoe groot die groep is, die afwisselend in Amsterdam inkomsten uit werk en inkomsten uit WW of bijstand heeft is bij mijn weten nooit onderzocht. Of men heeft een partner met regelmatige inkomsten die voor de regelmaat zorgt. In Amsterdam zijn vele kunstenaars gevestigd, die een opleiding hebben gevolgd waarbij allerlei kennis en vaardigheden zijn aangeleerd die op de bouwmarkt of bij het opknappen van grachtenpanden (restauratiewerkzaamheden) goed van pas komen. Menige kunstenaar verhuurt zich als stukadoor, of specialiseert zich in het restaureren van plafonds met beeldhouwwerk in historische panden. Kortom, velen houden zich bezig met zeer specialistisch werk, voor de ‘bovenkant’ van de markt. Naast deze ambachtelijk specialistische arbeid is er veel ongeschoold werk in de dienstensector. Werkzaamheden in tuinen, huishoudelijke dienst, thuiszorg. Men werkt echter niet alleen voor de rijken of de mensen met een wat hoger inkomen die in de MRA wonen. Door de nabijheid van Schiphol, waar veel toeristen aankomen die een bezoek brengen aan Amsterdam en het fenomeen van ‘een dagje Amsterdam’ van toeristen uit de provincie met een dik pensioen ontwikkelt zich in de MRA een specialistische bedrijvigheid van modewinkels, antiquariaten kunsthandel en galerieën, etc. Veel bezoekers komen af op het gespecialiseerde winkelbestand en de gespecialiseerde dienstverlening.

Booming business en krimp.

Bovenstaande ontwikkeling komt tot uiting in de statistieken. In januari 2010 waren er in de MRA 241.000 bedrijfsvestigingen met 1.087.000 werkzame personen. De MRA valt niet geheel samen met het werkgebied van de Kamer van Koophandel Amsterdam. Vandaar dat in het werkgebied van de Kamer in 2010 157.953 bedrijfsvestigingen waren. De toename ten opzichte van 2000 is 46%. In de sector Financiën zien we inderdaad een daling van 8,5%. Dit sluit aan op de daling van het aantal werkzame personen die Engelen noemt. De trend die Engelen suggereert zou echter ook minder sterk kunnen zijn omdat er bedrijfsverplaatsingen zijn van het centrum van de MRA naar de randgebieden, vooral in de sector Financiën. In de randgebieden groeit de sector Financiën soms nog. Maar de algemeen trend is duidelijk: krimp van de Financiële sector. Er is verder een krimp in de sector Groothandel terwijl in de Industrie het aantal vestigingen gelijk blijft. Een spectaculaire toename zien we in de sector Algemeen Diensten (toename 163%). En in iets mindere mate in de sectoren Adviesdiensten, Facilitaire Diensten en Persoonlijke Dienstverlening, met groeipercentages tussen de 96 en 88%.

Al met al lijken deze cijfers de trend te bevestigen die hierboven werd genoemd. De sectoren in de Algemeen en Persoonlijke Dienstverlening, met zowel zeer specialistische als ongeschoolde arbeid waarvan hiervoor de voorbeelden werden genoemd, nemen sterk toe.

Het aantal werkzame personen in het werkgebied van de Kamer van Koophandel Amsterdam is tussen 2000 en 2010 met 33% toegenomen, vooral in de hierboven genoemde sectoren. Grote groeiers zijn de Algemeen Diensten (toename 138%) en de Adviesdiensten (toename 71%) en Facilitaire Diensten (toename 77%) terwijl in de Persoonlijke Dienstverlening 68% meer mensen werkzaam zijn. De werkgelegenheidsgroei in de Industrie, Bouw, Vervoer en Financiën verloopt negatief.

Wat zijn nu de arbeidsverhoudingen die op deze nieuwe werkgelegenheid van toepassing is? 63% van alle bedrijven in het werkgebied van de Kamer van Koophandel Amsterdam zijn in 2010 eenmansbedrijven. Daarmee is het aandeel in het totale aantal vestigingen toegenomen ten opzichte van 2000, toen nog 50% van alle bedrijven eenmansbedrijven waren. Dat waren er toen 50.000. Het aantal neemt dus toe met gemiddeld 5000 per jaar in het werkgebied van de Kamer van Koophandel. Overigens worden de cijfers nog duidelijker als je beseft, dat 20% van alle vestigen tweemansbedrijven zijn.

Landelijk gezien is iets meer dan de helft van de kleine ondernemers ZZP-er. (Zelfstandige Zonder Personeel). Vaak gedwongen. Minstens 40% van de ZZP-ers zou landelijk gezien liever in loondienst werken. Het zou te ver voeren, dit hier allemaal uit te werken, maar de toekomst van de ZZP-er is onzeker. Er zijn veel startende eenmansbedrijven en er worden jaarlijks ook weer veel opgeheven. En ook de inkomsten zijn wisselend, terwijl de ZZP-er eventuele sociale zekerheidsarrangementen zelf moet financieren.

Gesteld kan worden dat het aandeel van ZZP-ers in de totale werkgelegenheid nog beperkt is. Tussen de 10 en 15% van het aantal werkzame personen in de MRA gaat door het leven als ZZP-er. Maar hun aantal stijgt snel.

Verschuivingen in de economische structuur

Terug naar het begin van het verhaal. De MRA is nog steeds een belangrijk mondiaal knooppunt in de organisatie van de productie van goederen en diensten. Hierbij valt te denken aan de banken, en andere bedrijven in de financiële sector maar ook aan advocatenkantoren en organisatieadviesbureau, of bureaus op het gebied van vermogensbeheer. Engelen wijst er echter op, dat Amsterdam deze prominente functie in de mondiale productie aan het verliezen is. Deze ontwikkeling wordt in de statistieken gemaskeerd door de opkomst van de diensteenconomie voor de rijken. Mensen die hun geld elders verdieenn, bijvoorbeeld in bedrijven in het buitenland, vestigen zich in het centrum of aan de randen van Amsterdam. Voor hen en voor de rijken uit de provincie en voor een deel van de buitenlandse toeristen is Amsterdam het centrum waar je je geld uitgeeft. De mensen die in deze dienstenindustrie werken doen dat werk vaak onder zeer slechte omstandigheden en voorwaarden met een onzekere toekomst.

Daarmee kom ik tot de volgende analyse waarvan- ik geef het toe- nog veel onderzocht moet worden om het te bevestigen. Blijkbaar versterkt de economische crisis de ontwikkeling in de MRA waarbij zij eenrzijds een kristallisatieregio is waar de rijken hun geld uitgeven en waar anderzijds de functie als knooppunt in de mondiale productie verdwijnt. De stad trekt ondanks de economische crisis in toeenmende mate beiden aan: de rijken, die in de MRA hun geld uitgeven, maar ook arbeidskrachten, die gedwongen zijn door het leven te gaan met de onzekere toekomst als ZZP-er in dienst van de rijken omdat zij elders geen werk meer kunnen vinden. Zo maakt de ontwikkeling van de MRA deel uit van groeiende sociale en economische tegenstellingen tussen groepen mensen op het gebied van inkomen, maar ook tussen regio’s. En groeien nieuwe vormen van de sociale verhoudingen tussen de knecht en de meester. Tegenover de ‘boom’ van de diensteenconomie voor de rijken staat de leegloop, de hoge werkloosheid en het gebrek aan economische activiteiten in andere regio’s.

  1. Ewald Engelen. De lulkoek van de beleidselite. NRC Handelsblad vrijdag 22 juli 2011 pagina 15.

  2. (2). Gemeente Amsterdam. Dienst Onderzoek en Statistiek. Metropoolregio Amsterdam 2008. Arm en Rijk in beeld. Maart 2009.

]]>

zaterdag 2 juli 2011

Een bezoek aan Bennekom

Op zaterdag 2 juli 2011 bracht ik een bezoek aan Bennekom. Bennekom is een groot dorp dat er zeer welvarend uitziet. Op deze zaterdagochtend was er een markt in de hoofdstraat, de enige winkelstraat in het dorp. De gegoede burgerij uit de villa’s in de omgeving deden er hun boodschappen. Bennekom kent verder niet veel historisch interessante gebouwen, maar er is een eeuwenoude kerk in het centrum, de Oude of Sint Alexanderkerk. Verder zijn er fraaie villa’s te vinden uit de begintijd van de twintigste eeuw. Blijkens het bord van de ANWB naast de ingang van de kerk werd voor omstreeks 1100 in het dorp voor het eerst een kerk gebouwd. De Sint Alexander kerk staat op de plaats van dit bouwwerk. In 1288 kwam de kerk in handen van het kapittel van St Jan uit Utrecht. In 1290 werd een vroeg-gotische toren voor de kerk gebouwd. Omstreeks 1463 werd aan de zuidzijde van de kerk een aan Sint Anna gewijde kapel gesticht en de toren verhoogd. In de jaren 1542 en 1543 zijn de noord- en de zijbeuk van de kerk gebouwd.In 2000 heeft een uitgebreide restauratie van het interieur plaatsgevonden. Daarbij zijn grafzerken van telgen uit de familie Toe Boecop toe Harselo in de zuidelijke zijbeuk geplaatst. De luidklok in de toren is in 1650 gegoten door de gebroeders Van Trier.
Schema van de bouwfasen van de kerk

Een overzicht van het dorpsplein voor de kerk met standbeeld dorsende boer.
]]>

vrijdag 17 juni 2011

Een bezoek aan Keulen

Het plein voor de Keulse DomVrijdagmiddag 17 juni ben ik met de trein naar Keulen vertrokken. Ik ging naar een vergadering van belangenorganisaties die strijden tegen armoede en werkloosheid in de verschillende Europese landen. Samen met collega Henk. De ICE International naar Frankfurt vertrekt ieder uur om 4 minuten over half van het Centraal Station in Amsterdam. In Keulen aangkomen steek je de Rijn over via een grote spoorbrug, waarbij je een prachtig uitzicht hebt over de stad. Theo haalde ons van het station. We gingen met de U bahn naar de Wienerplatz in Muhlheim. Daar was ons pension. Muhlheim ligt vastgebouwd aan Keulen, dat ongeveer een miljoen inwoners heeft. Bij de reis staken we de Rijn weer over en genoten weer van het uitzicht. Theo legde ons uit, dat we de volgende dag met lijn 4 van de U Bahn naar de Hans Bocklerplatz moeten voor de vergadering. Hier en daar zie je in het openbaar vervoer dronken Duitsers met een fles in de hand. We kwamen aan op de Wienerplatz in Muhlheim en liepen naar het pension. 20 euro per nacht p.p. Het blijkt dat we in principe ‘bettensteuer’ dwz bedbelasting moeten betalen. Het is een soort toeristenbelasting. 5% van de overnachtingsprijs.
Ik betaal vooruit en we gaan met Theo naar zijn huis in Kalk. Daar eten we. We hebben inmiddels al twee lange wandelingen door Keulen achter de rug. We komen in de Esselstraat waar zowaar nog huizen staan van voor de oorlog. Want in Keulen zijn alle huizen in de oorlog platgebombardeerd. De huren zijn hier op de particuliere markt hoog, zeggen de Duitsers, minstens 500 euro in de maand. Voor Nederlandse begrippen is dat echter helemaal niet zo duur. Na het eten gaan we na enige tijd met bus 159 weer naar het pension. We rijden via buitenwijken van de stad. Het valt me op dat in Keulen de straatverlichting veel schaarser is dan in Nederlandse steden. Op de Wienerplatz aangekomen zien we overal op het plein en in de omgeving plukjes mannen en vrouwen met een drankfles in de hand. Voor de supermarkt die nog open is staat een grote groep daklozen.
Zaterdag gaan we met de U Bahn naar de plaats waar de vergadering plaatsvindt. Met de 4 naar Neumarkt, uitstappen Hans Bockler Platz. Maar eerst drinken we koffie en nemen een broodje op het station. Het is er gezellig druk. Er is markt op de Wienerplatz.
Met de U Bahn steken we de Rijn weer over. We komen aan de rand van een groot park bij de Venloer Wall. De kleuren van de huizen en de bouwstijl zijn heel anders dan in Nederland. Meer grijze en geelachtige muren en minder rode bakstenen, die je in Nederland veel ziet. Maar bezienswaardige historische gebouwen zul je weinig vinden, natuurlijk omdat alles weggebombardeerd is. De stad wordt van alle kanten doorsneden door brede autowegen zoals de Frankfurter Strasse.

De St Apostelkerk
De vergadering begint pas ‘ s middags, we laten onze tas achter en gaan met de U Bahn naar de Neumarkt, een groot winkelcentrum met oa de Neumarkt Passage. Het is een groot en naar onze indruk duur winkelcentrum, een groot contrast het de Wienerplatz in Muhlheim waar je goed kunt zien dat de verarming en verpapering onder sommige delen van de Duitse bevolking hard heeft toegeslagen. We zien aan de rand van de Neumarkt een groot oud gebouw, een kerk. Het blijkt de St Apostel kerk te zijn, die weliswaar in de oorlog zwaar beschadigd is maar na de oorlog op de oude fundamenten weer opgebouwd. We gaan naar binnen en bekijken de vele beelden en andere middeleeuwse kostbaarheden die in deze kerk te zien zijn.
De volgende dag brengen we een bezoek aan de Keulse Dom, een ware toeristische attractie.
Horden toeristen op het plein voor de kerk. In de omgeving weer een winkelcentrum met duur uitziende winkels en straten, een groot contract met de buitenwijken van Keulen.In de Dom van Keulen liepen drommen toeristen door de kerk, die verder vooral erg leeg was. Ook op het plein voor de kerk vele toeristen. Gele bussen stonden te wachten om de drommen bezoekers door de stad te rijden. In de omgeving van de Dom is een duur winkelcentrum, waar eigenlijk alleen maar nieuwe gebouwen staan. Voor de Dom is aan verschillende kanten van de kerk een groot plein waar allerlei festiviteiten plaatsvinden. Aan de achterzijde van de kerk is een museum over de geschiedenis van Keulen, voornamelijk gewijd aan de Romeinse tijd, want Keulen was in die tijd een Romeinse vesting aan de grens van dat Romeinse Rijk.
Toeristen op het plein voor de Keulse Dom
]]>

dinsdag 7 juni 2011

De Bijstandsbond heeft een nieuwe brochure uitgebracht over het tewerk stellen van gedeeltelijk arbeidsgehandicapten, getiteld 'voor een appel en een ei'

Sinds 1 januari werd de ‘Tijdelijke wet pilot loondispensatie’ van kracht. Deze wet loopt vooruit op de in te voeren Wet Werken naar Vermogen. In de pilot die nu loopt hebben 32 gemeenten de mogelijkheid, een bijstandsgerechtigde, iemand met een WSW indicatie of jongeren op grond van de Wet Investeren in Jongeren (Wet WIJ) bij een reguliere werkgever in het commerciële bedrijfsleven of bij een overheidsinstelling aan het werk te zetten waarbij die werknemer minder dan het Wettelijk Minimumloon krijgt betaald. Mensen waarvan men denkt dat ze voor de pilot in aanmerking komen worden eerst gedurende drie maanden bij een werkgever te werk gesteld met behoud van uitkering. In deze drie maanden stelt een functionaris van de instantie die namens de gemeente de proef uitvoert samen met de werkgever iemands loonwaarde vast.Bijvoorbeeld: deze persoon kan voor de werkgever gezien de handicaps van de werknemer 40% van het minimumloon voor de werkgever terugverdienen. De werknemer sluit dan een arbeidscontract met de werkgever, waarbij deze bij een volledige werkweek maar 40% van het minimumloon hoeft te betalen. De gemeente vult dit loon van de werknemer aan tot iets boven het bijstandsminimum. (het bijstandsminimum voor een alleenstaande is 70% van het minimumloon). Dus bij een volledige werkweek komt iemand uit op iets van 80% van het minimumloon. Deze systematiek zal bij de invoering van de nieuwe wet Werken naar Vermogen. (WWNV) worden uitgebreid en van toepassing zijn in alle gemeenten, terwijl de doelgroepen worden uitgebreid.De brochure is enerzijds een kritiek op de regeling, maar beschrijft anderzijds sec hoe de regeling in elkaar zit. Achtereenvolgens worden behandeld de doelgroepenbepaling, met een uitleg van de criteria die bepalen wanneer men wel en niet tot de doelgroep behoort. En vervolgens wordt ingegaan op de loonwaardebepaling, die plaats vindt aan de hand van verschillende meetsystemen. Tenslotte wordt ingegaan op de berekeningsnethoden voor het vaststellen van de aanvullende uitkering en hoe hoog die moet zijn. De brochure bevat vele tips voor mensen die wellicht tot de doelgroep behoren hoe te handelen wanneer de uitkerende instantie zegt dat bepaald moet worden of men voor de regeling in aanmerking komt. Of als men onder de regeling tewerk is gesteld. Als bijlage vindt men in de brochure het uitvoeringsbesluit van de regeling. De brochure kost 4 euro voor particulieren en kan worden besteld bij de Bijstandsbond.Overigens zijn we alweer juni 2011, en het loopt nog niet erg hard met het aantal mensen dat op de regeling tewerk is gesteld. De gemeente Oldenzaal heeft zeventien mensen op deze manier aan een baan geholpen. Het doel van de gemeente is om voor het einde van 2012 zeker 30 mensen zo aan een baan te helpen. Het blijkt dat Oldenzaal de gemeente is met het meeste aantal plaatsingen. In de 31 andere gemeenten zijn er dus minder geplaatst, zodat na 6 maanden in het hele land enige honderden mensen op deze manier te werk zijn gesteld. In Amsterdam zijn het er een stuk of tien.

De brochure kun je hier lezen.Piet van der Lende
]]>

donderdag 14 april 2011

Het landelijk beeld: duizenden ontslagen dreigen of zijn al gerealiseerd voor mensen met een ID-baan

De gemeenten worden dit jaar drastisch gekort op hun re-integratiebudgetten door het bezuinigingsbeleid van de nieuwe regering. Een reeks van gemeenten heeft daarom besloten voor het uitvoeren van de bezuinigingen het aantal arbeidsplaatsen in de wsw en vooral het aantal mensen met een Instroom-Doorstroom baan drastisch te verminderen. Deze laatste banen zijn ontstaan toen het Rijk alweer een aantal jaren geleden de regeling van de ID-banen- de Melkertbanen afschafte. In veel gemeenten deden deze ID-ers onmisbaar werk, als schoolconciërge, in de wijkopbouw en in vele andere functies. Gemeenten besloten daarom –zij het in beperkte mate- deze ID-banen verder te blijven financieren uit de re-integratiebudgetten. (Het W-deel van de Wet Werk en Bijstand).

De huidige vermindering van het aantal ID-banen in veel gemeenten en in sommige gemeenten en gehele afschaffing ervan op termijn betekenen landelijk gezien opnieuw werkloosheid voor duizenden die tot nu toe zeer nuttig werk deden. Het is een van de eerste vele gevolgen van het afbraakbeleid van deze regering, die zich langzaam maar zeker beginnen af te tekenen. Maar om hoeveel banen het gaat daar heeft landelijk gezien niemand een overzicht van; de gemeenten voeren het beleid uit, en de discussie over de ID-banen en de bezuinigingen op de WSW blijven dan ook meestal op lokaal niveau steken. Een globale inventarisatie die met enig googlen wel te vinden is levert op, dat vanaf oktober vorig jaar tot nu toe actie gevoerd werd in Nijmegen, Groningen, Haarlem, Rotterdam, Leiden, Apeldoorn en verschillende andere gemeenten. Discussies over de bezuinigingen op ID-ers in gemeenteraden kun je nog veel meer vinden, oa in Tilburg. Als je het aantal banen optelt dat op de tocht komt te staan heb je het over duizenden. Er zijn verschillende demonstraties en stakingen geweest. Wat mij daarbij verder opvalt is, dat overal in den lande al vanaf oktober vorig jaar actie gevoerd wordt door ID-ers voor behoud van hun banen, maar dat van een landelijke coördinatie in het geheel geen sprake is. De duizenden ontslagen in deze groep dringen dan ook nauwelijks door in de landelijke pers en een meer algemene-nationale- discussie over het nut van ID-banen komt dan ook niet van de grond. De actievoerders richten zich uitsluitend op het lokale niveau, en proberen door onderhandelingen met de gemeente te redden wat er te redden valt.

Een van de redenen voor het gebrek aan coördinatie van acties op landelijk niveau is het beleid en de positie van grote landelijke organisaties die voor de ID-ers zouden kunnen opkomen, zoals de linkse politieke partijen en de ABVA/KABO. Enerzijds voeren de linkse politieke partijen oppositie tegen de bezuinigingen van het kabinet. Anderzijds zitten zij op lokaal niveau in het bestuur en zijn de plaatselijke partijbestuurders gedwongen de rigoureuze bezuinigingen van het kabinet door te voeren en de definitieve volledige afbouw van de ID-banen te regelen. Wat daarbij ook een rol speelt, is het steekspel dat op dit moment plaatsvindt over de door de regering aangekondigde samenvoeging van de Wet Werk en Bijstand, (WWB) de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en de Wet Arbeidsongeschiktheid Jong Gehandicapten. (Wajong).

Over deze samenvoeging en de door de regering al in het regeerakkoord aangekondigde maatregelen zijn op allerlei niveaus onderhandelingen ontstaan. Met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten- in veel gemeenten zitten linkse partijen in het college van B en W- wordt onderhandeld over een bestuursakkoord en de vakbonden lobbyen in de wandelgangen voor een zo gunstig mogelijke regeling voor de betrokkenen. In deze situatie zoeken de onderhandelaars vanuit het lokale niveau en in het kader van de VNG en in de vakbonden naar posities in de onderhandelingen waarin prioriteiten worden gesteld. Niet alle eisen vanuit het lokale niveau zullen kunnen worden gerealiseerd. Men gaat dus kijken welke insteek men moet laten vallen en voor welke groepen men zich sterk wil inzetten, omdat men inschat dat daarvoor het maatschappelijk draagvlak en de ideologische rechtvaardiging het sterkst is en de organisatiegraad het hoogst is. In dit kader lijken vooral de bijstandsgerechtigden en de ID-ers het kind van de rekening te worden. De onderhandelaars van de VNG hebben in feite al een bestuursakkoord met de regering alleen>. De financiering van de WSW en de positie van de WSW-ers is nog een knelpunt. Met andere woorden: men zet zich in dit steekspel in voor de WSW-ers en ook de Wajongers. De Wajong is in feite een arbeidsongeschiktheidsverzekering en voor de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen hebbend e vakbonden _met een hoge organisatiegraad van WAO’ers en Wajongers- en de linkse politieke partijen zich altijd ingezet. Mooi bijkomend punt voor de linkse partijen is, dat de Wajong nu niet door de gemeenten wordt uitgevoerd en de lokale bestuurders niet in de knel kunnen komen als er landelijk voor wordt opgekomen.

In Amsterdam hebben de ID-ers ervaringen met de steun van de vakbonden. Enige jaren geleden voerde het college met Groen Links en de Partij van de Arbeid in de gemeente een afbouwregeling voor de ID-ers in. Toen er protesten tegen de afbouw op gang kwamen, haakte de ABVA/Kabo af. De afbouwregeling zou ene goede zaak zijn omdat ID-ers tot in lengte van dagen in de ID-regeling zouden blijven hangen, en het is een onvolwaardige gesubsidieerde baan end e mensen moeten doorstromen naar een echte baan, dus moest worden ingezet op het regulier in dienst nemen van de ID-ers door de werkgevers waar zij werkten. Daarbij moest de afbouwregeling van de gemeente worden aanvaard. Bijkomend argument van de ABVA was, dat de banen op een oneigenlijke manier werden gefinancierd: uit de re-integratiebudgetten en niet uit de reguliere begroting. Dat daarbij ook weer een grote groep op straat kwam te staan omdat de werkgevers (veelal eveneens door de gemeente gesubsidieerde welzijnsinstellingen) geen geld hadden om de mensen in dienst te nemen nam de vakbond op de koop toe. De ID-ers die indertijd in deze strategie van de ABVA/Kabo meegingen komen nu van een koude kermis thuis: de banen van veel voormalige ID-ers komen in het kader van de nieuwe bezuinigingsrondes op het welzijnswerk weer op de tocht te staan. En trouwens niet alleen de banen van de ID-ers. Veel ID-ers zijn indertijd in de strategie van de ABVA/Kabo meegegaan om hun eigen individuele hachje te redden.

Het lijkt erop dat in de huidige situatie door de onderhandelaars van verschillende huize die met de regering onderhandelen over toekomstige regelingen vooral inzetten op de Wajong en de WSW; daarbij worden de bijstandsgerechtigden en de langdurig werklozen die doorgestroomd zijn naar een ID-baan als wisselgeld gebruikt. De minister van Sociale Zaken de Krom heeft de politieke situatie scherp aangevoeld door nu al-vooruitlopend op de uitkomst van de vele onderhandelingen met maatschappelijke organisaties een reeks van scherpe bezuinigingen aan te kondigen op de bijstand, waarbij een deel van de maatregelen niets met bezuinigen te maken hebben maar kunnen worden gekwalificeerd als zinloze pesterijen. (Het beperken van de mogelijkheid met vakantie te gaan voor AOW’ers met een aanvullende bijstandsuitkering tot 4 weken ipv 13 weken). Zie voor een overzicht van de aangekondigde maatregelen in de bijstand

De SP wil in de Tweede Kamer een debat over de ontslagen van Roteb werknemers in Rotterdam. Waarom alleen de situatie in Rotterdam?.

Al met al kan de conclusie worden getrokken, dat de onderhandelingsstrategieën van de vakbonden en de linkse politieke partijen in het politieke steekspel over de bezuinigingen, de discussie over wie wat moet uitvoeren en de verschillende posities van (lokale) bestuurders belemmerend werken waar het gaat om het opzetten van massale oppositie tegen de bezuinigingen en de verdeel en heers politiek van de regering op basis van lokaal georganiseerde initiatieven die aansluiten bij de directe belangen van de mensen.

Piet van der Lende

]]>

maandag 11 april 2011

Invoering Wet Werken naar Vermogen brengt grote uitvoeringskosten met zich mee. Actuele berekeningen van baten en lasten zijn niet gemaakt.

Uit de dossiers van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Enige tijd geleden heeft de Bijstandsbond in samenwerking met het onderzoeksburo Jansen en Janssen een beroep gedaan op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) om inzage te verkrijgen in de stukken die geleid hebben tot het ontwerp van de Wet Werken naar Vermogen. In bezwaar werden ons een groot aantal memo’s en nota’s toegestuurd, waarbij veel tekst is witgemaakt, maar het bevat toch de nodige informatie. Op basis van deze informatie zullen wij de komende en volgende week een reeks artikelen publiceren, die op de stukken zijn gebaseerd. Volgende week wordt de Wet Werken naar Vermogen (WWNV) in de Tweede Kamer behandeld.

In dit artikel behandelen wij de uitvoeringkosten en de verminderde inkomsten die het gevolg zullen zijn van invoering van de wet. De onderhandelingen tussen het Ministerie en met name vertegenwoordigers van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) begonnen eind november, begin december 2010. Intensieve gesprekken vinden echter pas in januari 2011 plaats.  In februari 2011 slepen de onderhandelingen zich voort in het kader van de onderhandelingen over het bestuursakkoord tussen de gemeenten en het Rijk. Een bestuursakkoord, dat er wat betreft het onderdeel WWNV nooit is gekomen.  De gemeenten benadrukken, dat ze bij de hele operatie veel te weinig geld krijgen om de wet goed te kunnen uitvoeren. Met name de bezuinigingen op de reintegratiegelden en de WSW zijn een groot struikelblok. Informatie en ramingen over kosten waren in de moeizame onderhandelingen tussen rijk en gemeenten erg belangrijk.

Een explosief rapport

Een al in januari 2010 opgesteld rapport van het onderzoeksbureau APE komt in verband met de uitvoeringkosten in maart 2011 plotseling weer op tafel. [1] Eind februari komt de ambtenaren van het ministerie ter ore, dat de opstellers van het rapport van APE een artikel in Sociaal Bestek zullen publiceren, waaruit zou blijken dat tegenover de besparingen voor het Rijk aanzienlijk meer uitvoeringkosten staan dan het ministerie tot dan toe had becijferd. Sociaal Bestek zal 4 maart 2011 met een nieuw nummer verschijnen. Het artikel is geschreven door Wilms Goudriaan en Aarts de Jong, beide werkzaam bij onderzoeks en adviesbureau APE. De strekking van het artikel is dat het kabinet de gemeentelijke uitvoeringskosten voor de Wajong onderschat waardoor een tekort dreigt van mogelijk 500 miljoen euro per jaar. Dit is heel wat anders dan de bezuiniging van 1,8 miljard die het kabinet met de invoering van de WWNV hoopt te bereiken. Blijkens memo 54 beschikken de ambtenaren van het ministerie op 1 maart al over het artikel. Op die dag wordt een set van 5 memo’s opgesteld dat de donderdag daarop om 14.30 uur zal worden besproken met de staatssecretaris. Memo 54 gaat over de berekening van winst en verlies bij de invoering van een decentrale Wajong. De ambtenaren geven in het memo een reactie op het artikel. Zij hebben geïnformeerd wie het onderzoeksbureau opdracht tot het houden van het onderzoek heeft gegeven, waarop het artikel is gebaseerd. Wie heeft de onderzoekers op dit moment van de onderhandelingen gevraagd dit artikel te publiceren en het al eerder verschenen rapport uit het stof te halen? De onderzoekers beweren dat ze dat alleen gedaan hebben op verzoek van de redactie van Sociaal Bestek. In het memo klinkt ongeloof van de ambtenaren door. ‘Dit artikel is, naar zeggen van de auteurs, geschreven op verzoek van de redactie van Sociaal Bestek’. Het memo 54 is verder geheel wit gemaakt. Blz 2 bevat het woord ‘sommen’. Blz 4 bevat de woorden ‘Bijlage: toelichting op verschillen in raming’.

Andere memo’s over kosten en baten

Memo 54 verschijnt tezamen met memo 55, 56, 57 en 58. Ook deze memo’s gaan over de kosten en baten van de hele operatie. Eerst wordt in memo 55, dat 11 bladzijden lang is, een totaalbeeld geschetst van de kosten en baten. Deze 11 bladzijden zijn echter geheel witgemaakt en bevatten verder geen informatie. In memo 56 wordt ingegaan op de kosten van de opzet van de dienstverlening aan werkgevers via gemeenten. Gemeenten zullen via samenwerkingsverbanden werkgevers moeten benaderen om gedeeltelijk gehandicapte werknemers in dienst te nemen. Daarvoor moeten service-centra worden opgezet, wat kosten met zich meebrengt. Memo 57 draagt als titel vervolgvraag Wajongmaatregelen en AWBZ premies. Het memo gaat over het vraagstuk of een Wajonger AWBZ premie betaalt en zo ja, hoeveel. Er staat verder niets uitgelegd, maar duidelijk is dat als gedeeltelijk arbeidsongeschikte Wajongers geen andere inkomsten hebben, een AWBZ premie betaald wordt als percentage van het Wajonginkomen. Als deze en misschien nu nog volledig arbeidsongeschikte Wajongers met een volledige uitkering in de WWNV komen zal er geen premie meer betaald worden en worden de inkomsten uit premies voor de AWBZ dus navenant minder. Memo 58 draagt als titel Overheveling reintegratiebudgetten WWNV. Blijkbaar brengt dit ook extra kosten met zich mee. Dit memo is geheel witgekalkt. Conclusie kan luiden, dat alle 5 de memo’s gaan over de kosten en baten van de hele operatie van overheveling van de Wajong naar de gemeenten en de invoering van de WWNV en de uitvoeringskosten die dit met zich meebrengt. Deze berekeningen zijn geheim. Hoeveel minder opbrengsten aan AWBZ premies er zijn is moeilijk te ramen, omdat je dan een raming moet maken van het aantal (volledige) Wajongers dat in de WWNV terecht zal komen, en dat is van te voren moeilijk in te schatten omdat de mensen eerst gekeurd moeten worden, wat trouwens ook extra uitvoeringskosten met zich meebrengt. Maar die berekening heeft men wel gemaakt en is geheim. De staatssecretaris en zijn ambtenaren waren op tijd op alles voorbereid.

Een FNV rapport

Maar het artikel wordt gepubliceerd en heeft althans in de publiciteit geen gevolgen. Geen enkele journalist besteed er aandacht aan. Maart gaat voorbij. Tot 30 maart 2011. Dan geeft de FNV een verklaring uit waarin zij zich uitspreekt tegen het samenvoegen van allerlei regelingen in een WWNV. Ook wil het FNV de taken van het UWV handhaven. Het op een hoop gooien van Wajong, WSW, WWB en WIJ levert juist een kostenpost van 750 miljoen euro op in plaats van de door het kabinet beoogde bezuiniging. Dat is de conclusie van onderzoek van het bureau Epsilon Research, in opdracht van de FNV. [2]
Het betreft hier een literatuuronderzoek, waar ook het al eerder genoemde rapport van APE ter sprake komt. De staatssecretaris moet goed voorbereid zijn geweest op deze FNV interventie. Hij had het antwoord al een maand op de plank liggen, blijkens de 5 memo’s. De interventie van de FNV wordt in verschillende media genoemd, en haalt het NOS journaal. Behalve de kosten van 750 miljoen euro wordt naar voren gebracht, dat het in eerste instantie een goed idee leek om de uitvoeringstaken van het UWV over te hevelen naar de gemeenten. Het schuiven met Wajongers en andere uitkeringsgerechtigden van loket naar loket zou dan tot het verleden behoren. Maar het onderzoek van de FNV toont aan dat er alleen maar meer regels bijkomen en dat de reïntegratie 35 keer duurder wordt dan nu het geval is. “Gemeenten zullen allemaal apart een uitvoeringsbeleid maken en daarbij opnieuw het wiel moeten uitvinden. Dat leidt tot wel 420 regelingen in plaats van één”, zegt de vakcentrale. De FNV wil daarom dat het kabinet het besluit herziet. De volgende dag laten ook de werkgevers weten niets in een uitvoering van een decentrale Wajong door de gemeenten te zien. Ze gebruiken dezelfde argumenten als de FNV.  Gemeenten moeten niet de verantwoordelijkheid krijgen voor de Wajong-uitkering. Bernard Wientjes vreest voor een ‘uitvoeringsmoeras’, omdat werkgevers dan met 420 aanspreekpunten te maken krijgen. De voorzitter van VNO-NCW ziet liever dat de uitkering aan jonggehandicapten blijft bij het UWV, de huidige uitvoeringsorganisatie. Als de arbeidsbemiddeling voor jonggehandicapten bij gemeenten komt te liggen, wordt het beleid te versnipperd. Er kan beter één centrale uitvoeringsorganisatie de Wajong blijven doen. Volgens VNO-NCW heeft het UWV, met slechts dertig regio’s, één centrale aansturing en ruime ervaring met deze regeling, daarvoor de beste papieren.

Brief staatssecretaris

11 april 2011 reageert de staatssecretaris per brief. In de brief wordt geschermd met berekeningen van het CPB, maar er wordt verder geen bron genoemd en om welke berekeningen het gaat. [3] Het CPB maakt volgens de brief een andere inschatting van de uitvoeringskosten dan in het onderzoek van Epsilon research. Dit onderzoek spreekt ‘de vrees uit dat uitvoering van de (gehele) Wajong door vele gemeenten in plaats van één UWV veel duurder is’. Volgens de brief van de staatssecretaris verwacht het CPB  niet dat de hervorming van de Wajong en de nieuwe regeling WnV ertoe leidt dat de uitvoeringskosten van het UWV (voor de Wajong, de groep volledig en duurzaam arbeidsongeschikten) en gemeenten (voor de gemeentelijke doelgroep) per saldo zullen toenemen. Dit vanuit de veronderstelling dat eventuele schaalnadelen opwegen tegen schaalvoordelen vanwege synergie met andere gemeentelijke regelingen en vanwege de mogelijkheid dat gemeenten door de vergrote beleidsvrijheid samenwerkingsverbanden kunnen aangaan om schaalnadelen te voorkomen. Om precies dezelfde redenen hebben gemeenten, in de aanloop naar de kabinetsformatie, aangegeven dat veel kosten kunnen worden bespaard en de effectiviteit van re-integratie kan worden vergroot.
De brief van de staatssecretaris gaat ook in op de conclusies van het onderzoeksrapport van de APE. Daarover zijn zoals we zagen begin maart de memo’s gemaakt. De brief: ‘In de berekeningswijze hebben de APE onderzoekers naar mijn mening onvoldoende rekening gehouden met de beleidswijzigingen die het kabinet heeft voorgesteld. Ook hebben zij bepaalde aspecten niet in hun berekeningen betrokken, zoals de al eerder genoemde schaalvoordelen en de verwachte synergie. Zoals ik hiervoor al een paar keer heb gemeld, heeft het kabinet gebruik gemaakt van de berekeningen van het CPB en het CPB heeft deze aspecten (en andere) wel in zijn berekeningen meegenomen’. Einde citaat.

Er wordt gesproken over ‘de berekeningen van het CPB’. Ik heb het CPB gebeld, maar zij wisten zo niet op welke berekeningen de staatssecretaris wijst, en ze wilden het ook niet uitzoeken. Ik moest eerst maar eens navragen bij het ministerie welke berekeningen bedoeld worden en dan kunnen zij het- als het openbaar is- opzoeken. Ik heb de vraag via postbus 51 neergelegd bij het ministerie maar beantwoording kan wel een week duren. Nadere navraag bij de FNV levert op, dat het CPB in september 2011 een policy brief heeft gepubliceerd, waarin berekeningen staan over de te verwachten ontwikkelingen in de Wajong. Hier staan echter geen berekeningen in over de extra uitvoeringkosten bij overheveling van de Wajongers naar de gemeenten. [4] Wel wordt berekend, wat de effecten zijn van het feit, dat gemeenten bijstandsgerechtigden gestimuleerd hebben een Wajong uitkering aan te vragen wanneer ze arbeidsongeschikt waren. De gemeenten hebben daarnaar gestreefd, omdat ze dan geen kosten meer hebben in verband met de WWB. Dit rapport kan door de staatssecretaris in zijn brief niet zijn bedoeld, want de brief van de staatssecretaris is van 11 april 2011 en bovengenoemd rapport van het CPB is van september 2011. Op de website van het CPB is de enige verdere berekening die te vinden is een rapport van 18 augustus 2009, waarin de Toenmalige VVD plannen voor samenvoeging van Wajong, WSW en bijstand worden doorgerekend. [5]

Volgens de berekeningen van het CPB zou dit VVD plan leiden tot een besparing van 1,2 miljard euro. In het VVD plan worden echter de meeste uitkeringen en WSW lonen voor personen onder de 27 jaar afgeschaft. Uitkeringen worden verlaagd en de lonen van WSW-ers worden fors verlaagd. Op het budget voor reintegratie wordt fors bezuinigd. De besparingen zullen echter pas op de langere termijn worden bereikt. Dit is dus een heel ander plan dan wat er nu aan voorstellen in het kader van de Wet Werken naar Vermogen op tafel ligt. In het huidige wetsvoorstel wordt ervoor gekozen het aantal WSW plaatsen op langere termijn fors te beperken en hebben jongeren nog wel uitkeringsrechten.

Nu zijn er een aantal mogelijkheden. Ik heb een CPB berekening over het hoofd gezien of de CPB berekeningen waar de staatssecretaris in zijn brief verwijst zijn niet openbaar gemaakt. Een derde mogelijkheid is, dat de staatssecretaris verwijst naar de berekeningen van augustus 2009.  Zijn opmerking dat de berekeningen van APE uit 2010 niet actueel meer zijn omdat er sindsdien beleidsvoornemens gewijzigd zijn komt dan wel in een heel ander daglicht te staan. Hij citeert dan zelf immers uit een CPB berekening van augustus 2009. Al met al lijkt het erop, dat een deugdelijke openbare, actuele  CPB analyse van de kosten en baten niet bestaat en dat de 1,8 miljard die men wil bezuinigen door invoering van de Wet Werken naar Vermogen volkomen uit de lucht gegrepen is en gebaseerd op niet onderbouwde ramingen of gebaseerd op niet openbare berekeningen van het CPB. Het zou wel eens kunnen, dat het saldo van kosten en baten nog somberder is qua bezuinigingen dan door de APE is voorspeld. Hun rapport uit 2010 en ook de vage brief van de staatssecretaris van april 2011 gaat immers alleen in op mogelijke toegenomen uitvoeringskosten van overheveling van de Wajongers naar de bijstand. En niet op enkele punten die wel in de memo’s worden genoemd, zoals de overheveling van reintegratiebudgetten naar de gemeenten (de ontschotting genoemd, waar vele memo’s in de ons toegestuurde stukken over gaan) en de verminderde inkomsten uit AWBZ premies door de overheveling van Wajongers naar de bijstand. Zodat naast de uitvoeringskosten die in het APE rapport worden genoemd ook nog eens de bezuinigingen op de AWBZ door overheveling van taken naar de gemeente voor een gedeelte teniet worden gedaan.

11/04/2012 Piet van der Lende

Bijstandsbond



[1]Aarts de Jong en Wilms Goudriaan. Schaalniveau en doelmatigheid in de uitvoering van de sociale zekerheid. Eindnotitie. Onderzoek in opdracht van het UWV. Public Economics BV. (APE). De Haag, 18 januari 2010. APE rapport nr 15-719
[2]  Drs. W.S. Zwinkels. Verwachte effecten overheveling Wajong naar gemeenten. Epsilon Research. Opdrachtgever FNV. Maart 2011.
[3]Tweede Kamer der Staten Generaal. Vergaderjaar 2010-2011. Brief van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Arbeidsmarktbeleid 29544. Nr 286. 11 april 2011.
[4]Daniel van Vuuren, Frank van Es en Gijs Roelofs. Wajong groeit explosief. Samenhang met bijstand belangrijk. CPB Policybrief 2011/09. ‘Van bijstand naar Wajong’.
[5]  CPB notitie 18 augustus 2009. Budgettaire effect samenvoeging WWB, Wajong en WSW. Onderzoek in opdracht van de VVD. 
]]>

dinsdag 22 maart 2011

Automatiseringssysteem Dienst Werk en Inkomen werkt nog steeds niet goed

Persbericht

Niemand weet hoeveel mensen de dupe zijn.

Per 1 januari 2010 werd door de Dienst Werk en Inkomen een nieuw automatiseringssysteem ingevoerd, dat sindsdien veel kinderziektes kende. Het nieuwe computersysteem is een samenwerkingsverband in het kader van de G4, de vier grote steden in Nederland. Dus in andere steden moeten de hier gesignaleerde problemen ook zijn. Zo werden in januari in Amsterdam uitkeringsspecificaties te laat verstuurd, werden verrekeningen van eigen verdiensten niet goed berekend en kregen mensen in juni onterecht geen vakantiegeld omdat het DWI in het verleden een vordering op hen had gehad. En nog steeds werkt het systeem niet goed. Er komen mensen op ons spreekuur met een beschikking van de gemeente waarin wordt gesteld dat de gemeente c.q. het DWI een vordering op hen heeft. In de beschikking wordt verwezen naar een terugvorderingsbesluit van 1 januari 2011. (Nieuwjaarsdag) Het blijkt nu dat alle terugvorderingsbesluiten van 2010 op 1 januari door de computer automatisch zijn gebruteerd. De computer heeft vervolgens automatisch een brief verzonden. Dus die mensen moeten behalve de netto uitkering ook de ingehouden belasting aan DWI terugbetalen. Terwijl de gemeente als beleid heeft, dat wanneer er geen sprake is van verwijtbaarheid (bv de persoon in kwestie heeft eigen verdiensten wel opgegeven, maar de DWI heeft fouten gemaakt) de terugvordering niet wordt gebruteerd. Maar de computer weet dat niet. Nogmaals, de verzonden beschikkingen zijn automatisch door de computer aangemaakt, daar is geen mens aan te pas gekomen. Dit heeft bij terugvordering nog andere gevolgen. Zo wordt in beschikkingen van een terugvordering soms verwezen naar voorgaande brieven, waarvan de datum wordt genoemd. Ook hier komt geen mens aan te pas. De functionaris van het DWI vult wat basisgegevens in, en de rest gaat automatisch. Uitvoeren berekeningen, opstellen van teksten en verwijzen naar eerdere brieven, versturen van brieven naar de klant via de centrale computer in Utrecht. Wanneer klanten een bezwaarschrift schrijven blijkt in bezwaar, dat die brieven waarnaar wordt verwezen soms helemaal niet bestaan en dus ook niet zijn verzonden. Bovendien vult de computer willekeurige bedragen in, waarvan niemand weet hoe de computer eraan is gekomen. Fictieve bedragen, die zomaar uit de lucht lijken te vallen. In bezwaar moet men dan erkennen, dat bij het DWI niemand weet hoe men aan die bedragen is gekomen en dat de berekeningen opnieuw handmatig moeten worden uitgevoerd. Maar wee degeen, die niet in bezwaar gaat en denkt het zal wel kloppen. Vaak betaal je dan bedragen terug die onterecht zijn. Bij de automatische berekeningen van de computer wordt ook geen rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden, zoals de hoogte van het actuele inkomen, de computer berekent zonder dat er een mens aan te pas komt eenvoudigweg uit, het is zoveel, binnen die en die termijn terugbetalen. Hoezo individuele beoordeling.

Voor meer info:

Piet van der Lende

Ter illustratie hieronder een tekst uit een beslissing op bezwaar.

‘Voor wat betreft uw vragen en opmerkingen tot het in het bestreden besluit genoemde bedrag van 2006,06 euro en het besluit van 1 januari 2011 merken wij het volgende op.

Het is volstrekt onduidelijk waar het bedrag van 2006, 06 euro genoemd in het besluit van 3 december 2010 en het bedrag van 1.461,04 euro genoemd in het besluit van 1 januari 2011 op stoelen.

In de besluiten van 21 september 2010 wordt verwezen naar een besluit van 8 juni 2010 en een besluit van 15 april 2010. Er bestaan echter geen besluiten van 8 juni 2010 en 15 april 2010.

Het betreft hier waarschijnlijk bedragen verkregen uit inkomsten die niet met uw uitkering verrekend kunnen worden en later als terugvorderingsbedragen in het systeem zijn opgenomen. Voor zover is te achterhalen zijn die inkomsten door u opgegeven en mag van brutering geen sprake zijn.

Wij zijn, na overleg met de afdeling handhaving, tot de conclusie gekomen dat u niet op een juiste wijze van vorderingen die DWI op u heeft in verband met niet verrekende inkomsten en andere vorderingen niet op de juiste wijze bent geïnformeerd middels een besluit of besluiten.

In overleg met de afdeling Handhaving is besloten dat aan u een degelijk besluit zal worden gestuurd waaruit blijkt om welke bedragen en redeenn van terugvordering het gaat.’. Einde citaat.

]]>

dinsdag 8 februari 2011

De onderhandelingen verlopen moeizaam en dreigen te mislukken





9 februari 2011 deelt de VNG mee: op korte termijn nog geen bestuursakkoord. De VNG verwacht niet dat er op korte termijn een bestuursakkoord kan worden gesloten met het Rijk, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW). Dat schrijft zij in een brief aan haar leden.

8 februari 2011. Op deze dag waarop de open brief van Divosa verschijnt verschijnt ook een memoset van 7 memo’s met betrekking tot het programma werken naar vermogen. ‘Memo 36 is eerder op uw verzoek, n.a.v. bespreking in de vierhoek, ondershands aan u voorgelegd en door u van opmerkingen voorzien. Om het overzicht te bewaren (en iedereen goed te informeren) is dit memo inclusief uw opmerkingen ter info bijgevoegd. Het wekelijks overleg op donderdag tussen u en het programmateam is voor deze week komen te vervallen’. De memo’s zijn als volgt. 
·         Memo 37. Inkomenseffecten maatregelen WnV. Dit memo bevat in een bijlage een samenvattende tabel met toelichting van de inkomenseffecten voor de verschillende groepen. De memo zelf is 2 bladzijden. Verder geen tekst.
·         Memo 38. Effecten WnV op AWBZ. Ter informatie. Dit memo bevat nadere informatie over de doorwerking van de maatregelen in het kader van de Wet Werken naar Vermogen naar premies AWBZ. Kernpunten. Effect Wajongmaatregelen op AWBZ premies.
·         Memo 39. Ter beslissing. Opties herindeling zittend bestand Wajong. Aanleiding.
·         Memo 40. Studieregeling Wajong. Ter beslissing. Aanleiding. De nWajong (cohort 2010 en 2011) kent een studieregeling: Wajongers die studeren of naar school gaan, ontvangen, ongeacht of zij wel of geen arbeidsvermogen hebben, een inkomensondersteuning van 25% WML. De oWajong kent geen aparte studieregeling, Wajongers die voor 2010 zijn ingestroomd en stderen of naar school gaan, ontvangen ene uitkering van 75% WML. Het is mogelijk dat jonggehandicapten, die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, daarnaast nog onderwijs volgen In de eerste helft van 2010 ging het om 1,5% van de totale instroom, volgt uit Wajongmonitor. Dit zal in de meeste gevallen gaan om onderwijs als vorm van dagbesteding. In de huidige situatie ontvangen deze jongeren een studieregeling ter hoogte van 25% WML, naast de studiefinanciering of tegemoetkoming op basis van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos). In de Wajongmonitor die in de tweede helft van 2010 is uitgekomen staan enkele cijfers met betrekking tot de studieregeling. In 2010 kwam circa een derde van de instroom in de Wajong in de studieregeling. Verder wordt de studieregeling uitgelegd.
·         Memo 46. WsW doorstroom beschut-begeleid. Ter beslissing. Doorstroom beschutte arbeid Wsw. Doorstroom uit beschut werken voor nieuwe doelgroep Wsw beschut (na 2014). Aanleiding. 3 bladzijden.
·         Memo 50. Verordeningsplicht. Ter beslissing. Verordeningsplicht niet-melders. Inleiding. Advies. 2 bladzijden.
·         Memo 36. Reeds eerder ondershands aangeboden: WsW en regeerakkoord. Ter informatie.

8 februari 2011. Memoset van 2 memo’s met betrekking tot het programma Werken naar Vermogen. Het wekelijks overleg op donderdag tussen de Staatssecretaris en het programmateam is voor deze week komen te vervallen. Het betreft:
·         Memo 47. No risk polis/premiekorting. Ter beslissing. Dit memo heeft als centrale focus hoe de huidige reintegratieinstrumenten no-riks polis en premiekoerting arbeidsgehadicapten het best kunnen worden gepositioneerd onder de WNV. Uitwerking no-risk polis/premiekorting agh. Dit memo schtst de toegezegde uitwerking en gaat in op de toegevoegde waarde van deze instrumenten. Achtereenvolgens gaan wij in op de toegevoegde waarde van deze instrumenten, de uitgangspunten voor de te maken keuze en de huidige situatie; de vormgeving van de no-riks polis en de aparte positie van de premiekorting. Inlegkunde: de volgende zin begint met: betekent dat.. etc. Volgens mij moet dit zijn: loondispensatie betekent dat de werkgever alleen de objectieve loon waarde hoeft te betalen van personen die niet het WML kunnen verdienen en dekt dus het productiviteitsrisico af. De no-risk polis dekt het risicio af dat de werkgever bij ziekte het loon moet doorbetalen. Werkgevers hebben de wettelijke plicht het loon bij ziekte maximaal twee jaar lang door te betalen. Als zij ene arbeidsrelatie willen aangaan met mensen uit de doegroep arbeidsbeperkten, ervaren zij ene verhoogd risico. Dit kan ene drmepel zijn voor werkgevers om mensen uit d edoelgroep daadwerkelijk ana te nemen. Werkgevers zullen vooraf zekerheid willen hebben of zij via de no-risk polis worden gecompenseerd voor het loonrisico bij ziekte. Uitgangspunten voor de te maken keuzes. Verder geen tekst. Volgende bladzijde: de vormgeving van de no-risk polis. De no-risk polis is ene belangrijk instrument om werkgevers over de streep te trekken.
De aparte positie van de premiekorting. De premiekorting arbeidsgehandicapten houdt in dat de werkgever drie jaar een korting op de werknemersverzekeringspremies krijgt als hij iemand met arbeidsbeperkingen in dienst neemt. Dit is een premie voordeel, dat via de Belastingdienst wordt afgerekend. Verder geen tekst.
·         Memo 48. Werknemersverzekeringen i.r.t. Werken naar Vermogen. Ter beslissing. Dit memo schetst welke gevolgen de invoering van de Wet Werken naar Vermogen (WWNV) voor de werknemersverzekeringen (ZW, WIA, WW) zou kunnen hebben. Samenloop tussen uitkeringen op grond van de WNV en werknemersverzekeringen. Inleiding. Wanneer iemand gaat werken in dienstbetrekking is hij of zij verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Verder geen tekst tot pagina 3. Dit memo is 10 bladzijden. Alleen op bladzijde 3 staat een tekst. In paragraaf 1 de situatie onder de huidige Wajong. Wat gebeurt er als een jonggehandicapte vanuit de Wajong gaat werken?. Vervolgens schtetsen wij in paragraaf 2 de situatie dat iemand onder dezelfde condities vanuit de WWNV gaat werken. In paragraaf 3 noemen we enkele risico’s van de nieuwe verantwoordelijkheidsverdeling. Verder wordt op bladzijde ¾ alleen de huidige situatie in de Wajong uitgelegd.

Dit is een interessante tekst, want als ik het goed begrijp zal in het nieuwe systeem waarschijnlijk de sytematiek van de Wajong grotendeels overgenomen worden. Dat vermoed ik althans. Dit betekent, dat als iemand in de nieuwe WWNV met loondispensatie tewerk wordt gesteld, en bv gedurende 36 uur 50% van het WML kan verdienen, hij of zij bij werkloosheid 50% van het laatstverdiende loon krijgt, als hij of zij aan de verdere eisen voor de WW voldoet. Dit is maar 20% onder de bijstandsnorm. Intrigerende vraag is, of hier de Toeslagenwet van toepassing is, die aanvult tot het minimum. Bij ziekte is een vergelijkbare regeling via de no-risk polis. Dan kan er zelfs sprake zijn van doorstroming naar de WIA. Deze situatie betekent, dat gemeenten een nieuw instrument in handen krijgen om mensen te lozen uit de bijstand in de werknemersverzekeringen. Dus mensen die ziek zijn een poosje aan het werk zetten, dan ben je van ze af in de bijstand.
Piet

]]>

maandag 31 januari 2011

Open brief en verder overleg

Op 31 januari is er een openbare brief. Van Divosa, samen met onder meer de VNG en Cedris. Het is een oproep aan het kabinet om te komen tot één regeling. Volgens de organisaties moet het kabinet, in nauw overleg met gemeenten en sociale werkvoorzieningsbedrijven, op zoek naar een formule die voor alle betrokkenen loont. Het moet lonen voor mensen om te gaan werken naar vermogen. Het moet lonen voor werkgevers om mensen in dienst te nemen voor wat ze waard zijn. En het moet lonen voor de overheid die minder aan uitkeringen betaalt en meer belastingen en premies ontvangt. Eerder al formuleerde Cedris samen met Divosa tien voorwaarden om één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt tot een succes te maken. De open brief is in te zien op de website van Divosa. Over het intern overleg op het ministerie dezelfde dag kan het volgende worden gezegd.  


30 januari 2011. Verschijning van drie versies van de hoofdlijnennotitie om 13:29, 13:31, 14:27. De volgende versie van de hoofdlijnennotitie verschijnt pas weer op 18 maart.
31 januari 2011. Verschijning van 2 memo’s mbt het programma werken naar vermogen in de categorie gedeeltelijk openbaar gemaakt.
  • Memo 30. Ontschotting I-deel/W-deel
  • Memo 31. Varianten psycho-sociale beperkingen i.r.t. inzet loondispensatie. Dit memo is verder geheel wit gemaakt en beslaat 5 bladzijden.
Verder verschijnt nog in de categorie gedeeltelijk openbaar gemaakt memo 33, uitverdieneffecten re-integratie.
Schot tussen I-deel en W-deel en ontschotting. Dit memo gaat in op het W-deel van het participatiebudget. De andere delen van dit budget zijn de educatiemiddelen van OCW en de inburgeringsmiddelen van BZK/I en A.
Noodzaak schot vanwege doelstelling ‘Werk boven uitkering’.
  • Met de financieringssystematiek van de WWB wordt invulling gegeven aan de doelstelling ‘werk boven uitkering’. Om dit doel te bereiken is de prikkelwerking van de financiering het belangrijkste sturingsmechanisme van het Rijk.
  • Door budgettering van het I-deel is er een prikkel om mensen zoveel mogelijk uit de uitkering te houden. Deze prikkel werkt doordat gemeenten risico’s lopen om tekorten te hebben op dit budget. (en voorschotten mogen houden)

  • Door het genoemde W-deel worden gemeenten geprikkeld zoveel mogelijk in te zetten om mensen uit de uitkering aan werk te helpen om te besparen op het I-deel. 

  • De volgende bladzijde is wit gemaakt. Blz 4 is een bijlage met als titel: besparingsverlies door verminderde prikkelwerking. Daarin staat ene gedeelte wit en daarna ene tabel met de omvang van I-deel en W-deel in de jaren 2011-2015. In het I-deel wordt een stijging voorzien van 4,1 miljard in 2011 naar 4,2 miljard in 2012 en daarna in 2013 een evengroot bedrag en een daling naar 4,1 miljard in 2014 en 2015. In het Participatiebudget wordt een geleidelijke daling voorzien van 1,7 miljard in 2011 naar 1,2 miljard in 2015. Bron is de begroting van SZW 2011.
    Verschijning van een memo uit de categorie niet openbaar gemaakt. De memo bevat alleen de tekst ‘doorwerking verbreding loondispensatie naar no risk polis/premiekorting. De huidige no-riks polis en premiekorting arbeidsgehandicapten zijn instrumenten om het in dienst nemen of houden van mensen met arbeidsbeperkingen te bevorderen. Beide instrumenten zijn nadrukkelijk beperkt tot mensen met ene arbeidsbeperking, dus niet voor andere personen, zoals met psycho-sociale problematiek of werklozen. De doelgroepen zijn wettelijk strikt omschreven. De uitvoering ligt bij uwv (no-risk polis) en de belastingdienst (op aangeven werkgever, premiekorting. De fianciering is uit sociale fondsen. De memo bedraagt 5 bladzijden en het is gissen wat er kan staan. 
    Daarna volgt een memo dat geheel wit is gemaakt en waarvan dus niet openbaar is gemaakt wat het onderwerp is. De memo bevat een bijlage uit het regeerakkoord en uit het Gedoogakkoord die betrekking heeft op de formuleringen van het feit, dat de regering 1 regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt wil en wie in welke regeling komt.
    Memo 33 is ook op 31 januari verschenen en heeft als onderwerp: Uitverdieneffecten re-integratie. De memo bevat 3 witgemaakte bladzijden.
    Memo 34 heeft als titel financiele afspraken WWB in bestuursakkoord en verschijnt ook op 31 januari. Aanleiding is de SZW insteek voor de systematiek van vaststelling van het macrobudget WWB vanaf 2012. In bijlage 1 vindt u een concreet tekstvoorstel voor het bestuursakkoord. Tevens vindt u als bijlage bijgevoegd een uitgebreidere toelichting op de financieringssystematiek van de WWB. In de teksten van het memo wordt genoemd, dat er in het bestuursakkoord in afwijking van de tot dan toe gelendende systematiek, concrete afspraken zijn gemaakt over de vststelling van het macrobudget. De afspraken worden opgesomd.
    Memo 35 heeft als titel op 31 janauri Achtergrondinformatie financieringssystematiek. Dit memo bevat een toelichting op de beleidstheorie achter de financieringssystematiek van de Wet Werk en Bijstand. Deze financieringssytematiek wordt in 11 bladzijden uitgelegd.
    De memo’s van 31 januari waren uitgebreid en behoren alle tot de categorie niet openbaar gemaakt. Verschillende memo’s gaan over de financering van de WWB en de afspraken die hierover in het kader van het bestuursakkoord zijn gemaakt. Blijkbaar had men hier op 31 januari al overeenstemming over bereikt, of nagenoeg over bereikt. Dit is in tegenspraak met uitingen van Divosa vertegenwoordigers Paas en Florijn op latere tijdstippen.
    ]]>