‘Dit plan werkt alleen maar armoede en schulden in de hand’ Mensen komen in de ellende. Schulden lopen op, huisuitzettingen zijn niet te vermijden en ouders kunnen hun kinderen niet meer te eten geven. Dat scenario ligt volgens een meerderheid van de deelnemers aan de Stelling van de Dag op de loer als mensen niet direct recht hebben op een bijstandsuitkering op het moment dat ze hun inkomen of WW-uitkering verliezen. Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) wil dat mensen pas recht hebben op een bijstandsuitkering als ze eerst vier weken naar werk hebben gezocht. U noemt het ‘schandalig’ dat het kabinet zo te werk gaat. Mensen die al voor een laag loon hebben gewerkt, kunnen echt geen vier weken wachten. Het heet toch niet voor niets bijstand. Het is schaamteloos om de eigen bevolking zo uit te kleden. Het is een ordinaire aanslag op een recht van mensen die vaak tientallen jaren hebben gewerkt en buiten hun schuld in de WW en bijstand zijn beland. Het voorstel van Jetta Klijnsma is gebaseerd op een experiment in verschillende gemeentes. Daaruit is gebleken dat 30 tot 48 procent van de mensen zich na die wachttijd niet meer aan het bijstandsloket meldde. Bijna de helft van de stemmers verbaast zich daarover. Vooral omdat aangenomen mag worden dat de meeste van deze mensen vanuit een situatie komen dat ze WW kregen en in die periode toch vermoedelijk al druk hebben gezocht naar een nieuwe baan. Als je WW krijgt, heb je immers een sollicitatieplicht. We hebben het over een periode waarin 640.000 mensen werkloos zijn. Denkt deze staatssecretaris nu echt dat de banen voor het oprapen liggen? Ze leeft buiten de werkelijkheid. Langer wachten op je AOW, langer wachten op bijstand. Waar stopt het? zo vraagt u zich af. Bezuiniging Driekwart van de respondenten denkt dat het simpelweg om een bezuinigingsmaatregel van het kabinet gaat. Mocht het plan doorgang vinden, is 68 procent van de respondenten van mening dat een uitzondering gemaakt moet worden voor mensen boven de 50 jaar. Bijna een derde van u juicht het plan overigens toe. Het krijgen van een uitkering is in Nederland veel te vanzelfsprekend geworden. Het is goed dat de overheid niet meteen klaarstaat met geld. Het is toch gebleken dat het werkt? Doorvoeren dus. Het stimuleert de mensen om de handen uit de mouwen te steken in plaats van de hand op te houden. Een enkeling pleit zelfs voor een wachttijd van drie tot zes maanden. Je eigen broek ophouden is het beste. Pas in uiterste nood moet om een uitkering worden gevraagd. We zijn veel te verwend in Nederland. Op de vraag of u zelf een periode van vier weken zou kunnen overbruggen antwoordt de helft van niet. Zij zeggen nooit iets te hebben kunnen sparen. Vierenveertig procent zegt er altijd voor te zorgen dat ze een appeltje voor de dorst hebben. U heeft daar bovendien een advies bij: Zorg altijd dat je wat geld achter de hand hebt en leer het ook je kinderen. Dit hoort gewoon bij de opvoeding.
]]>
maandag 15 april 2013
De forse bezuinigingen bij het UWV, die al in 2011 werden aangekondigd worden gerealiseerd
zaterdag 13 april 2013
Er is nog lang geen akkoord met het sociaal akkoord.
Plan van het sociaal akkoord
Het sociaal akkoord is bijzonder vaag over wat er moet gebeuren, en je moet echt tussen de regels doorlezen om uit te vinden wat ze nu eigenlijk willen in dit compromis, maar volgens mij staat de sociale partners het volgende plan voor ogen. De bijstand, de WSW en de Wajong blijven naast elkaar bestaan. Maar daar zijn ze vaag over. Nu nog is het UWV verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wajong. Dit moet veranderen. De gemeenten moeten ook verantwoordelijk worden voor de uitvoering van de Wajong, zoals ze nu al verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de WSW en de bijstand. De gemeenten krijgen dan 1 ongedeeld budget voor de uitvoering van die 3 regelingen. Daarmee wordt bijvoorbeeld voorkomen, dat verschillende instanties met verschillende financieringsstromen de verantwoordelijkheden afschuiven naar een ander. (Van de Wajong bij het UWV naar de bijstand bij de gemeenten en omgekeerd). Op verschillende plaatsen wordt in het sociaal akkoord genoemd dat dit een groot nadeel is van de huidige situatie. En-belangrijk voor de vakbonden- de mogelijkheid blijft bestaan, dat een deel van de arbeidsongeschikten die niet verzekerd waren voor de werknemersverzekeringen toch in een regeling terecht kunnen komen die geïndividualiseerd is en waar geen middelentoets bestaat. Maar zo duidelijk staat het niet in het sociaal akkoord. Laten we er dus maar eens de kabinetsbrief bijhalen, die de regering naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Daarin wordt in ieder geval duidelijk, dat de Participatiewet in zijn huidige vorm er niet komt en dat de invoering inderdaad opschuift naar 2015 en niet op 1 januari 2014 wordt ingevoerd. Hierover had ik nog twijfels bij alleen lezing van het sociaal akkoord. De regering gebruikt hetzelfde argument als de sociale partners dat er wat moet veranderen: nu schuiven teveel instanties die over verschillende financieringsstromen gaan verantwoordelijkheden op elkaar af. Maar het kabinet geeft daarbij uitdrukkelijk aan, dat de huidige regelingen vergaand zullen moeten worden ‘gestroomlijnd”. Dus dat de huidige regelingen WSW, Wajong en bijstand moeten worden gewijzigd. Hoe of wat wordt weer niets over gezegd. Het is duidelijk dat tussen de sociale partners onderling en met de regering hierover nog lang geen overeenstemming bestaat. Ook over andere belangrijke punten bestaat geen overeenstemming.
Het voorstel van de sociale partners is, dat het UWV in zijn huidige vorm wordt opgeheven en opgaat in een Rijksinstituut, waarin ook het CIZ opgaat, dat alle keuringen van mensen organiseert en uitvoert voor een veelheid van wetten en regelingen. (bijstand, Wajong, AWBZ, WMO, etc.) Daardoor hebben de mensen nog maar met 1 keuringsinstantie en 1 eenduidige keuring te maken. Daarmee wordt voorkomen dat er een wildgroei op lokaal niveau ontstaat van een veelheid van strenge en minder strenge keuringscriteria en bijvoorbeeld de belachelijke situatie waarin iemand zich kan bevinden die bij de ene instantie arbeidsongeschikt wordt verklaar den bij de andere niet. Hierover bestaat ook geen akkoord. Het kabinet zegt zuinigjes dit voorstel te zullen ‘onderzoeken’.
Maar nu komt het. In het plan van de sociale partners dat ik hierboven heb beschreven maar dat dus niet zo duidelijk in het sociaal akkoord staat, worden de gemeenten wel volledig financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van die 3 regelingen maar ze verliezen een deel van de zeggenschap over de centen. Sociale partners willen, dat zij bij de besteding ervan ook een flinke vinger in de pap krijgen, vooral over de besteding van de reintegratie gelden, die nu nog aan ieder van de 3 regelingen verbonden zijn. Deze reintegratiegelden moeten worden ingebracht in op te richten 35 regionale Werkpleinen en 35 op te richten Werkbedrijven, waar- daarover is het sociaal akkoord tegenstrijdig- in ieder geval de werkgevers en de wethouders uit de regio samenwerken en overleggen over de doelstellingen van het re-integratiebeleid, de voorwaarden waaronder mensen in trajecten worden geplaatst en de controle daarop. En wellicht worden ook de vakbonden hierbij betrokken. De invloed van de sociale partners zal in deze structuur niet gering zijn. Zij gaan op sectoraal niveau afspraken maken over re-integratie en arbeidsmarktbeleid en het begeleiden van mensen van werk naar werk. Het regionaal beleid- uitgevoerd in de 35 regionale Werkpleinen waar ook de gezamenlijke regionale gemeenten iets te zeggen hebben) moet afgestemd worden op dit sectorale beleid.
Gaat dit gebeuren?
Als inzet hebben de werkgevers, dat ook zij bereid zullen moeten zijn afspraken te maken met gemeenten over de inzet van financiële middelen voor de Werkpleinen. Maar zeker de grote gemeenten, die nu nog alleen de zeggenschap hebben over de WSW en de bijstand, zowel het inkomensdeel als het werkdeel, en die bij een effectief uitstroombeleid de revenuen in eigen zak steken zullen niet gauw bereid zijn hun positie op te geven. In de Stichting van de Arbeid is de ‘Werkkamer’ opgericht, waarin werkgevers en werknemers met de VNG tot een akkoord hopen te komen. Op korte termijn wil men dat zelfs al, binnen een paar maanden. Als inzet hebben de sociale partners ook, dat ze hebben afgesproken met het kabinet dat er strengere keuringen komen voor Wajongers, waarbij ook het zittende bestand zal worden herkeurd, terwijl nota bene op basis van de Participatiewet door de regering was besloten, dat het zittende bestand nu volledig arbeidsongeschikt verklaarde Wajongers niet zou worden herkeurd en dat zij hun Wajong zouden behouden. Op deze wijze hopen de sociale partners wellicht tegemoet te komen aan de eis van de regering, dat bij de reorganisatie van de regelingen een fors bedrag aan bezuinigingen wordt gerealiseerd.
De soap wordt voortgezet
Vooruitlopend of eigenlijk in plaats van een fundamentele reorganisatie van een regeling voor mensen met een minimuminkomen is vanaf 2008 in de bestaande wetgeving een reeks van wijzigingen en bezuinigingen doorgevoerd. Het is al begonnen in 2008 met de voorstellen van de zogenaamde commissie De Vries over de WSW. Daarna kwamen de voorstellen van de VVD over wat zij ook de Participatiewet noemden en in het najaar van 2010 werd een ‘programmateam’ geïnstalleerd bij het ministerie van Sociale Zaken die wat toen de Wet Werken naar Vermogen heette moest voorbereiden. Moeizame onderhandelingen met de gemeenten hebben toen in feite niet geleid tot een akkoord. Het nieuwe kabinet heeft de contouren van de WWNV overgenomen en daar een quoteringsregeling voor werkgevers aan toegevoegd, die hen zou verplichten een bepaald percentage arbeidsgehandicapten in dienst te nemen. Dat en in feite de gehele Participatiewet is inmiddels weer van tafel. Nieuwe wetgeving komt er in ieder geval niet voor 1 januari 2015. En dan is het weer tijd voor nieuwe verkiezingen zullen we maar zeggen.]]>
donderdag 11 april 2013
Wat zegt het sociaal akkoord over de nieuwe Participatiewet? Komt die er nu wel of niet?
11 april 2013 bereikten de sociale partners en het kabinet een sociaal akkoord. De tekst werd direct daarna gepubliceerd op internet. Onderstaande tekst is vlak daarna geschreven.
In het sociaal akkoord trekken de samenstellers een grote broek aan. Ze vinden het een historisch akkoord, al wordt dat niet zo gezegd. Impliciet verwijst men in de inleiding naar het historische akkoord van Wassenaar uit 1982. ‘’We kunnen ons in termen van welvaart, inkomen en productiviteit meten met de best presterende landen ter wereld. Dit is mede te danken aan structurele hervormingen in de afgelopen decennia op de markten van goederen, diensten en arbeid. Hervormingen waarvoor de basis is gelegd in de overlegeconomie”.
Lezing van het sociaal akkoord levert op, dat de lezer met veel nieuwe maar soms vage plannen wordt geconfronteerd, met name op het gebied van het arbeidsmarktbeleid en de opzet van instituties die het arbeidsmarktgebeuren moeten structureren, op het gebied van de flexibilisering van de arbeidsrelaties en de ontslagbescherming en de opzet van de Wet Werkloosheid (WW). Ondanks de uitgebreide behandeling van deze onderwerpen blijft het vaag wat de gevolgen van het sociaal akkoord zullen zijn voor mensen in de Wajong, de WSW en de bijstand. De regering heeft de nieuwe Participatiewet in voorbereiding, maar dit woord komt in de tekst van het sociaal akkoord niet voor. Tussen de regels door kun je het een en ander opmaken over hoe de sociale partners daarover denken. De participatiewet heeft de bedoeling, bijstand, Wajong en WSW samen te voegen in een wet en door middel van werken met behoud van uitkering (dwangarbeid) , loondispensatie, subsidiering van werkgevers en andere arbeidsmarktinstrumenten te pogen werkzoekenden met of zonder handicap aan het werk te krijgen. Daarbij worden de gemeenten verantwoordelijk voor uitvoering van de wet. Van dit laatste neemt het sociaal akkoord duidelijk afstand. Wat betreft het arbeidsmarktinstrumentarium (nu het werkdeel van de WWB dat door gemeenten wordt uitgevoerd) moeten er op regionaal niveau publiek-private samenwerkingsvormen komen en wel landelijk gezien 35 Werkpleinen en 35 Werkbedrijven. Op de Werkpleinen moeten de werkzoekenden worden begeleid die geen handicap hebben en een WWB of WW uitkering hebben. In de werkbedrijven worden Wajongers en WSW-ers tewerk gesteld. Op de Werkpleinen werken regionale werkgevers, vakbondsbestuurders en wethouders van gemeenten in de regio samen om een regionaal arbeidsmarktbeleid tot stand te brengen en een verknoping te bewerkstelligen tussen sectorafspraken van werkgevers en werknemers (in de bouw, de metaal, de schoonmaak, etc., vroeger bedrijfstakken genoemd) en het regionaal arbeidsmarktbeleid van de Werkpleinen. Dit laatste is een antwoord op de veelgehoorde klacht, dat sectorale afspraken op dit moment totaal niet aansluiten op een arbeidsmarktbeleid of arbeidsbemiddelingsbeleid dat door de gemeenten wordt ontwikkeld. De gelden die nu het werkdeel van de WWB zijn zullen voor de Werkpleinen moeten worden ingezet. De gemeenten blijven dus niet meer alleen verantwoordelijk voor de inzet van die gelden. De werkgevers en de vakbonden krijgen een flinke vinger in de pap. Dat is ook het geval bij de Werkbedrijven, die dezelfde samenwerkingsstructuur krijgen als de Werkpleinen, terwijl nu de gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de WSW.
Tussen de regels
Uit het bovenstaande blijkt al, dat de samenstellers van de tekst van het sociaal akkoord er tussen de regels door van uitgaan, dat WSW, Wajong en WWB naast elkaar blijven bestaan. In de inleiding wordt er nadrukkelijk op gewezen, dat wij in Nederland oorspronkelijk een onderscheid kenden tussen volksverzekeringen, werknemersverzekeringen (waarvoor vakbonden en werkgevers qua uitvoering verantwoordelijk waren) en sociale voorzieningen. De werknemersverzekeringen werden gefinancierd door premies van werkenden, de sociale voorzieningen uit de belastingen. In de loop van de tijd zijn deze onderscheidingen vager geworden, oa door fiscalisering van de WW en veranderingen in de ziektewet. Het sociaal akkoord wil terug naar bovengenoemd helder onderscheid. “ Nodig is een consistente ordening van de verantwoordelijkheden voor de sociale zekerheid, met een helder afgebakend onderscheid tussen volksverzekeringen, werknemersverzekeringen en sociale voorzieningen (met middelengetoetste uitkeringen). Daarbij fungeren werknemersverzekeringen als risicoverzekeringen. Zij zijn in eerste instantie gericht op de compensatie van schade als gevolg van het intreden en voortbestaan van sociale risico’s zoals werkloosheid en arbeidsongeschiktheid”. In het sociaal akkoord heeft dat meteen al gevolgen voor de financiering van de WW: dat moet weer meer een risicoverzekering worden gefinancierd uit oa premies van de werknemers. Maar ik lees er ook in- ik kan me vergissen- dat daarom samenvoeging van Wajong, WSW en bijstand niet wordt goedgekeurd. De Wajong is een volskverzekeringsachtige regeling, zonder middelentoets, de bijstand is een sociale voorziening met middelentoets. In het sociaal akkoord staat: “In de praktijk stellen sociale partners, vast dat er steeds meer sprake is van vervaging tussen werknemersverzekeringen, volksverzekeringen en voorzieningen. Daardoor is sprake van een diffuse verdeling van verantwoordelijkheden en worden verantwoordelijkheden niet (volledig) gedragen of mogelijk afgewenteld. Het blijkt echter ook, dat men er wat de participatiewet nog niet uit is, al wordt dat niet expliciet zo gezegd. “gelet op de complexiteit van dit vraagstuk en de nauwe samenhang met de overheidsfinancien zullen sociale partners naar aanleiding van een gerichte adviesaanvraag van het kabinet meewerken aan een voor 1 mei 2014 uit te brengen advies over een consistente ordening van de verantwoordelijkheden van de sociale zekerheid”.
Wordt de Wajong nu wel of niet afgeschaft?
Maar dan stuiten we op bladzijde 13. En dan weet ik het niet meer. Ik heb de bladzijde vier keer gelezen en ik kan niet concluderen of de Wajong nu wel of niet moet worden afgeschaft en of de WSW, de Wajong en de Bijstand nu wel of niet moeten worden samengevoegd. Het staat er niet in. Eerst wordt geconstateerd dat bij “ongewijzigd beleid” het aantal Wajongers zal toenemen van ruim 200.000 in 2013 tot ruim 400.000 in 2040. Men zegt dat deze groei moet worden omgebogen. Hoe? “er kan niet meer worden volstaan met het verstrekken van een vaak levenslange minimumuitkering (welke?) aan werknemers met een beperking. Men wil de mensen met een functiebeperking aan het werk hebben en zo de groei van het aantal Wajongers tegengaan. In de tweede alinea wordt het helemaal vaag. “per 1 januari 2015 komt er nieuwe wetgeving gericht op werken met een functiebeperking”. Ik snap het niet. De nieuwe participatiewet zou toch 1 januari 2014 ingaan, waarin dit geregeld is?. Of wordt gedoeld op andere wetgeving? Of vindt men dat de nieuwe regelingen een jaar moeten worden uitgesteld? Dan: “De verantwoordelijkheid voor het aan het werk helpen en houden van Wajongers en SW-ers is voortaan voor rekening van 35 regionale Werkbedrijven. Wethouders en regionale werkgevers worden hiervoor bestuurlijk verantwoordelijk.”. De vakbonden zijn hier plotseling wat dit betreft uit beeld verdwenen. En dan: “Gemeenten ontvangen van de rijksoverheid een totaalbudget voor de uitvoering van de WWB, SW en Wajong. Daaruit bekostigen zij hun aandeel van de activiteiten van het regionale Werkbedrijf”. Zorgvuldig wordt de term “participatiewet” vermeden en gesproken over drie afzonderlijke regelingen. Conclusie: ik kan er wat betreft bijstandsgerechtigden, Wajongers en WSW-ers geen spek van brouwen. Ook over de loondispensatie en het werken met behoud van uitkering wordt helemaal niets gezegd. Wel komen op bladzijde 36 projecten aan de orde waar gewerkt gaat worden met “mentorbanen, stage banen, snuffelbanen in een andere sector en dergelijke”.
Het schijnt dat de stichting van de Arbeid mbt dit soort banen een uitwerking heeft opgesteld. Het sociaal akkoord is in veel opzichten een vagetekst, waar je alle kanten mee uit kunt. Een historisch akkoord op basis van een springlevend poldermodel, waarin de sociale vrede hoog in het vaandel staat?. Slechts een tussenfase in een zich chronisch voortslepende en verlammende machtsstrijd aan de onderhandelingstafel en in wandelgangen, van een reeks belangenorganisaties, instituties, werkgevers en verschillende bestuurslagen bij de overheid over hoe verarming moet worden bestreden en de maatregelen die mbt de mensen op een minimaal inkomen (werkenden en uitkeringsgerechtigden) moeten worden genomen en wie daarbij de macht krijgt over de uitvoering en vooral: het geld. Deze machtsstrijd- waar bestuurders van verschillende politieke kleur in verschillende functies jarenlang een rol spelen, zoals Marco Florijn, eerst onderhandelaar namens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten VNG en nu wethouder in Rotterdam, duurt nu al minstens twee jaar. Het is begonnen toen voor het eerst de reorganisatie van regelingen voor de minima onder het vorige kabinet op de politieke agenda kwam. Daarbij hebben de rechtse krachten door het in de publiciteit brengen van schandalige aantijgingen in de richting van de verarmden en een voortdurende stroom van incidentele maatregelen in het verengde daarvan zoals de invoering van de huisbezoeken en de invoering van een generieke tegenprestatie voor je bijstandsuitkering, politiek de overhand. Deze situatie kan zonder protest van de mensen die getroffen worden nog jaren voortduren. Werkgevers en werknemers denken zoals we zagen in de zomer van 2014 een advies uit te brengen over verdeling van verantwoordelijkheden……… De instituties en verschillend lagen bij de overheid strijden om de macht en het geld ter wille van hun eigen voortbestaan, de mensen die in armoede leven hebben het nakijken. Piet van der Lende]]>
donderdag 4 april 2013
Vraag om onafhankelijk onderzoek naar decentralisaties. Een tijdbommetje onder de voornemens?
]]>
woensdag 6 februari 2013
zondag 27 januari 2013
De stad is van ons
Ook verschenen in: Webzine Solidariteit – commentaar 216 – 27 januari 2013
]]>
maandag 31 december 2012
In de media in 2012
Interview met mensen in de bijstand op het spreekuur van de Bijstandsbond over de inkomensafhankelijke zorgpremie. – Radio 1 journaal NOS. 02-11-2012. Live.
Overheid mag binnenvallen – Leeuwarder Courant, 05-10-2012. Anoniem
koos werkloos?. De geweldige dag van Willem Holleeder, het RAAK-principe en – Volkskrant, 18-10-2012. Anoniem.
Lokale lasten als inkomenspolitiek. – Binnenlands bestuur, 08-06-2012. Marieke Prins.Privacy? Die is toch allang geschonden – Trouw, 14-03-2012. Joris Belgers
Naar schatting 3000 Amsterdamse gezinnen dreigen op zeer korte termijn een aanzienlijk deel van hun uitkering kwijt te raken. AT5 TV, item in het nieuws. 26-02-2012Januari: run op uitkeringen – Metro, 23-01-2012. Ellen Waaijer ]]>vrijdag 21 september 2012
Wat zullen de gevolgen zijn van de verkiezingen en een nieuwe regering van PvdA en VVD
De verkiezingen zijn achter de rug. Velen hebben wat ze noemen “strategisch” gestemd, op de PvdA of omgekeerd op de VVD, hoewel ze het eigenlijk eens zijn met bijvoorbeeld de SP of de PVV. Het gevolg kennen we. Twee hele grote partijen, een liberale en een sociaal-democratische, die op elkaar aangewezen zijn. Terwijl ik dit schrijf, is de neo-liberale VVD-havik Henk Kamp benoemd tot verkenner. Dat geeft al aan waar de kabinetsformatie toe zal leiden: het in misschien iets andere bewoordingen en accenten voortzetten van het neo-liberale beleid van het kabinet Rutte I.
In feite zijn de sociaal-democratische bestuurders van de PvdA al enige tijd bezig om het neo-liberale beleid met een nieuw ideologisch sausje te overgieten, op een manier die kan aansluiten bij het gehak van Kamp en de zijnen op de mensen die het het minst breed zitten, zoals bijstandsgerechtigden. Door het nieuwe kabinet zullen onder impuls van de sociaal-democraten wat fooien van enkele honderden miljoenen euro’s worden uitgedeeld voor de groepen aan de onderkant van de samenleving, bij alle bezuinigingen van vele miljarden. Die fooien zijn zogenaamd gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid van mensen, maar dienen vooral om hen weerbaarder te maken in de concurrentiestrijd met anderen. En er zal een hernieuwd beroep gedaan worden op “het maatschappelijk middenveld”, de buren en de familie om al dan niet verplicht de mantelzorg of de verdere verzorging van naasten via onbetaald werk op zich te nemen, onder het motto: eigen verantwoordelijkheid is belangrijk. Dat gaat gepaard met bezuinigingen op buurtvoorzieningen, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en de professionele hulpverlening. Lokale sociaal-democratische bestuurders brengen het nieuwe beleid al in praktijk en zullen beperkte bedragen uit Den Haag krijgen om hun beleid voort te zetten. Via het zogenaamde welzijnswerk nieuwe stijl, dat samengaat met forse bezuinigingen op allerlei voorzieningen en met het ontslag van veel buurthuis- en welzijnswerkers, wordt een beperkte hoeveelheid geld voor de arme buurten uitgetrokken, waarbij de bal bij de bewoners wordt gelegd. Zij moeten initiatieven nemen en geactiveerd worden om iets te organiseren en daar al hun vrije tijd in steken. Buurthuismedewerkers die voor het buurthuis een programma kunnen opzetten, zijn er steeds minder, sterker nog, als ze er nog wel zijn, mogen ze niets doen, behalve “procesbegeleiding”. De beperkte bedragen die zullen worden uitgetrokken voor “de begeleiding” van burgers en de bevordering van zelfredzaamheid en kansen, zullen vooral fungeren als disciplineringsinstrument om de mensen aan de onderkant van de samenleving, die geen perspectief hebben op een beter bestaan, in het gareel te houden, zoals tot nu toe is gebeurd onder lokaal bestuur van sociaal-democratische huize. Die mensen worden gedwongen om de onderbetaalde flexibele baantjes te nemen die de in concurrentiestrijd verwikkelde bazen hen toewerpen.
Deze kritiek is niet nieuw. Ik heb hem vele malen geventileerd en samen met mij gelukkig vele andere criticasters. Heeft dat eigenlijk wel echt effect gehad? Het blijkt ook dat velen vinden dat ik het te somber zie. Ze zeggen dat de PvdA in het nieuwe kabinet toch wel de bezuinigingen op de zorg zal verminderen, dat er geen hogere eigen bijdragen komen, dat de uitkeringen en het minimumloon niet omlaag zullen gaan, dat de sociaal-democraten versoepeling van het ontslagrecht zullen tegenhouden en nog meer mooie dingen. Ik ben wat dat betreft somberder, zeker als de crisis doorvreet. Waar het mij om gaat, is dat op sommige punten het beleid misschien wat minder rechts zal zijn, maar dat het uitgangspunt van Rutte I – het vooral treffen van mensen aan de onderkant van de samenleving, in de bijstand, de Wajong, de WSW en de WW – zal worden voortgezet. Misschien dat in de publieke opinie figuren als Kamp en andere VVD-ers hun toon in ideologische zin wat zullen matigen en dat het beleid zal worden overgoten met sociaal-democratische prietpraat over het stimuleren van zelfontplooiing, eigen verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en burgerschap. Maar ik vraag me nu voor mezelf af hoe ik hier op zal moeten reageren. Het bovenstaande negatieve verhaal zal niet erg aanslaan, denk ik, hoe waar het in mijn ogen ook is.
Reformisme
Laten we het verder eens hebben over hoe sommige pleitbezorgers van een linkse politiek, die teleurgesteld zijn in het beperkte verkiezingsresultaat van de SP, de zaak analyseren. Wat in die kritiek op de verkiezingscampagne van de SP naar voren wordt gebracht, is onder meer het argument dat de SP haar onversneden linkse standpunten beperkt heeft geventileerd, en dat Roemer zich richtte op de mogelijkheid van regeringsdeelname of zelfs leiding van de regering, een strategie op basis van de peilingen tot drie weken voor de verkiezingen, toen de SP boven de 30 zetels stond. Daarbij begon hij al bij voorbaat SP-standpunten in te leveren, zoals de leeftijd waarop je met pensioen gaat. Die strategie zou zijn mislukt, aldus de critici, die ervoor pleiten om terug te keren naar de vroeger gebruikelijke linkse politiek: samen met sociale bewegingen van onderop nieuwe organisatiestructuren en op termijn massale buitenparlementaire oppositie opbouwen. Daarin kan het parlementaire werk een rol spelen, maar de strijd op het Binnenhof is niet het enige of het belangrijkste. De SP zou haar aanhang hebben verloren omdat de partij de van oudsher gangbare weg (binnen- en buitenparlementaire strijd hand in hand) althans gedeeltelijk verlaten zou hebben. Ook deze kritiek is in mijn ogen een herhaling van zetten, net als mijn eigen visie. Dat soort verhalen heeft geen effect, althans te weinig. Hoe komt dat?
Mijns inziens omdat we er onvoldoende in slagen om een perspectief naar voren te brengen voor een andere politiek. Het gebrek aan succes van de SP komt volgens mij niet zozeer voort uit een tegenstelling tussen reformisme en meer radicaal-linkse politiek, want ook Samsom is een reformist en hij had juist heel veel succes. Ik denk dat de PvdA-voorman er in de media gewiekster dan Roemer in is geslaagd om althans de schijn van een – gematigd – links perspectief voor het voetlicht te brengen. Nederland sterker en socialer, en dat met de PvdA in de regering. Roemer is daar niet in geslaagd. Enerzijds bleef de SP vasthouden aan linkse standpunten en de verschillen benadrukken met rechtsere partijen, en zei de SP-voorman voorstander te zijn van een linkse regering, met een links blok, terwijl het zonneklaar was dat links samen nooit meer dan 60 zetels zou halen en gedwongen zou zijn om op zijn minst met het midden en zelfs met de VVD te regeren, die Roemer vrijwel uitsloot. Anderzijds schoof hij qua standpunten op naar het midden en durfde hij in de discussies een zeer kritische analyse van de banken- en economische crisis niet te maken, terwijl Samsom dat wel deed, om zo een regering van links-centrum dichterbij te brengen, waarop andere partijen reageerden met: we gaan nooit met de SP regeren. Zo opereerde Roemer tegenstrijdig en zonder perspectief, waar de andere partijen in het midden en op rechts graag gebruik van maakten om de SP buiten spel te zetten. Zowel het streven naar een meer radicale politiek als het reformisme falen wanneer er geen perspectief op realisering is. Dat hoeft geen perspectief op korte termijn te zijn, en je hoeft er ook niet de meerderheid voor te hebben. Maar het gaat om een perspectief op de langere termijn, op basis van een analyse van de maatschappelijke ontwikkelingen en krachtsverhoudingen. En ook radicaal-links biedt dat perspectief momenteel in mijn ogen niet, sterker nog, het versterkt in bepaalde opzichten haar eigen machteloosheid.
Intimidatie
De utopie die door radicaal-links voor het voetlicht wordt gebracht heeft twee kenmerken. Ten eerste worden de misstanden in de samenleving fel bekritiseerd. Ten tweede wordt een schets gegeven van een mooie samenleving, met de opbouw van een organisatie van onderop. Hoe juist dit allemaal ook is, daarmee heb je nog geen breder perspectief dat grotere groepen kan inspireren om in verzet te komen. Sterker nog, als dat perspectief ontbreekt, kunnen de twee punten tegen je werken. Mensen raken gefrustreerd als ze de beschrijvingen lezen van wat er allemaal slecht is. Ze gaan zich machteloos voelen, omdat ze het idee hebben dat ze er niets tegen kunnen doen. Dreigen met hel en verdoemenis, met de ecologische en klimaatcrisis, de energiecrisis, de armoede, dat werkt niet. En als ze alle mooie doelstellingen lezen, raken ze ook gefrustreerd, omdat ze het gevoel hebben dat het nooit bereikt zal worden. “Wees toch realistisch”, zeggen ze dan.
Om perspectief te ontwikkelen zullen we meer moeten uitgaan van een analyse van de maatschappij, waarbij we laten zien dat er grote kansen zijn op positieve verandering. Maar hoe doe je dat? Ik weet het ultieme antwoord ook niet. Laat ik om wat dichterbij het antwoord te komen, als voorbeeld nemen de perspectieven van bijstandsgerechtigden, die het met het nieuwe kabinet in mijn ogen zwaar zullen krijgen. Al jaren circuleren op internet verhalen over misstanden op dit terrein, onder meer op het gebied van de reïntegratie-industrie, waar bijvoorbeeld Jacqueline Grosman jaren geleden al aandacht aan heeft besteed. Maar dat veroorzaakt geen langer durende opschudding. Wel is het beleid wat veranderd, waardoor bijvoorbeeld minder particuliere reïntegratiebureaus worden ingeschakeld. Ook zijn er diverse pogingen geweest om werklozen in de reïntegratie-industrie te organiseren. Dat is niet gelukt. De verdeel- en heerspolitiek en de intimidatiestrategie die overal wordt toegepast, is erop gebaseerd dat de bijstand het laatste vangnet is. Daarna is er niets meer, dus het dreigen met en het opleggen van strafkortingen op de uitkering vormt een zeer effectief wapen. Vooral omdat veel uitkeringsgerechtigden in een dwangpositie verkeren, om het zo maar te zeggen. Ze zijn vader of moeder van een klein kind, ze zitten in de schuldsanering waar ze uitvliegen als ze een maand geen uitkering hebben, ze zijn verplicht om met behoud van uitkering te werken, op straffe van korting op de uitkering, enzovoorts.
Als die dreiging minder zou zijn, dan zou ook de effectiviteit van de intimidatie minder zijn, denk ik. In dit verband is het mijn ervaring als medewerker van de Bijstandsbond dat het bijstandsgerechtigden, wanneer ze het echt niet meer trekken en wel moeten gaan procederen tegen de gemeente, in zeer veel gevallen lukt om de kortingen en stopzettingen van tafel te krijgen. Wat daarbij in Amsterdam opvalt, is dat er bij de Dienst Werk en Inkomen een soort concurrentiestrijd gaande lijkt te zijn tussen de afdeling Juridische Zaken, die strikt volgens de wet wil werken, en de afdeling strategisch beleid, waar ze als het ware het onderdrukkingsregime in de vorm van projecten ontwerpen. Juridische Zaken wil soms bepaalde beleidsmaatregelen verwerpen omdat die voor de rechter geen stand zullen houden, terwijl Strategisch Beleid voorbij de bestaande regelgeving wil komen en daar gaten in wil schieten Er zijn echt fricties tussen die afdelingen. Het gaat dus niet om een eenduidige en feilloos verlopende onderdrukkingsmachinerie. Ook is het niet zo dat de klantmanager van een protesterende bijstandsgerechtigde altijd denkt: “Die lastpost ga ik eens flink pakken, want die zit me dwars”.
Panopticum
In dit verband moet ik denken aan het boek “Paria’s van de stad” van Loïc Wacquant, dat ik aan het lezen ben. Daarin staat dat het negativisme van de mensen in het getto en in de banlieus van bijvoorbeeld Frankrijk de relatie met de macht structureert. Ik moest daar lang over nadenken. Ik denk dat hij bedoelt dat de bewoners van het getto de mensen om hen heen buiten het getto en de maatschappij die daar bestaat, zeer negatief beoordelen, en steeds negatieve beschrijvingen erover ventileren. Daarmee benoemen ze de onderdrukking door de politie en alles dat daarmee samenhangt, onbewust als een perfect systeem waaruit geen ontsnappen mogelijk is. Dit bevordert en bevestigt de machtigen en hun macht, die zo alleen bestreden kan worden met individuele amok of criminaliteit. Hetzelfde mechanisme komt bij bijstandsgerechtigden voor. Wanneer ze vertrouwelijk met elkaar praten, dan komen alle onderdrukkingsaspecten voorbij, de fouten, het schandelijke gedrag van klantmanagers, het falen van de politieke bestuurders, de bankdirecteuren en hun bonussen, die niet aan banden worden gelegd maar zij zelf wel, de racistische werkmeesters, enzovoorts. Aangewakkerd door de publiciteit die de VVD en de PVV altijd krijgen over het streng aan het werk zetten en criminaliseren van uitkeringsgerechtigden, waar veel mensen heel emotioneel op reageren. Daarmee wordt het bestaan van een onderdrukkingssysteem waaruit geen ontsnappen mogelijk is, bevestigd en daarmee ook de almacht van de machtigen. Je kunt in elk geval in het openbaar maar beter doen wat ze zeggen, al is het maar voor de schijn. Er is immers geen andere uitweg, zo lijkt het.
Eerder heb ik in navolging van Wacquant en anderen het regime in de bijstand beschreven als een sociaal panopticum, als het gevoel constant in de gaten te worden gehouden, het gevoel dat de Sociale Dienst alomtegenwoordig is, aangewakkerd door berichten over bewakingscamera’s, het bespieden van uitkeringsgerechtigden en het opsporen van frauderende werklozen. Er schiet me nu te binnen dat al die berichten over opgepakte fraudeurs bewust onderdeel uitmaken van wat men “preventief beleid” noemt om fraude te voorkomen. Het publiciteitsbeleid van gemeenten is erop gericht om werklozen die geld nodig hebben, ervan te doordringen dat ze maar beter geen zwart werk kunnen doen, omdat de pakkans groot zou zijn. Het zou een idee kunnen zijn om te onderzoeken hoe dat preventieve beleid in elkaar zit, ook ten aanzien van dwangarbeid en allerlei andere werkprojecten, en om na te gaan in hoeverre gemeenten dat beleid ook doelbewust uitstippelen. Dat beleid draagt ook bij aan het sociaal panopticum. Ook al hebben bijstandsgerechtigden weinig contact met de Sociale Dienst, bijvoorbeeld maar eens in het half jaar, toch is die dienst constant in hun gedachten. Misschien wel iedere dag, wanneer ze nadenken over strategieën voor het geval dat: “Wat moet ik doen als….?” In het verlengde daarvan staan ontwikkelingen als medicalisering en juridisering van pogingen van werklozen om ontsnappingsroutes te vinden uit het sociaal panopticum. Op elk spreekuur van de Bijstandsbond komen uitkeringsgerechtigden binnenlopen en beginnen ze te praten over het nieuws. Dat zit velen hoog. “Heb je gisteravond in Pauw en Witteman gezien dat…? Het is toch een schande dat er zo over ons wordt gepraat!” Veel werklozen die het spreekuur bezoeken, vragen zich af: “Ik heb een oproep voor een gesprek gekregen, wat kan ik verwachten, wat willen ze, wat houdt dat werkproject in, hoe moet ik mij opstellen?”
Actieperspectief
Ik ben mij er pas de laatste tijd van bewust dat ik ook veel artikelen heb geschreven waarin ik de maatschappelijke onderdrukking beschrijf als een systeem waaruit geen ontsnappen mogelijk is. En dat ik daarmee naar de mensen toe niet helemaal goed communiceer in de zin dat ik zelf een eventueel actieperspectief om zeep help. Omdat bij al die beschrijvingen van het sociale panopticum de mensen denken: “Ja, het is een vreselijke onderdrukkingsmachine, ontsnappen is niet mogelijk, we kunnen maar beter doen wat ze zeggen”. Ik denk nu dat je de mensen ook duidelijk moet maken dat het geen perfect systeem is, dat er breuklijnen, tegenstrijdigheden en disfunctioneren in zitten. Daarmee kun je voor jezelf en anderen een actieperspectief creëren. Je kunt op zoek gaan naar de achilleshielen van het staatsapparaat en de tegenstrijdigheden in het systeem tegen elkaar uitspelen. Het grote voordeel van lokale acties is dan dat je het heel gedetailleerd concreet kunt maken, gekoppeld aan concrete personen, afdelingen, enzovoorts. Dat doen ze bij het organizen ook, heb ik begrepen. Eerst uitzoeken hoe een bedrijf in elkaar zit, welke hiërarchie er is, wie de sleutelpersonen zijn, van wie bepaalde beslissingen het meeste afhangen, dus: op wie we ons op welke manier moeten richten. Dat is een van de succesfactoren van die formule, denk ik. Maar ze hebben er bij het organizen miljoenen euro’s tegenaan gegooid, waarbij professionele krachten in dienst worden genomen die een en ander uitzoeken. Ik zie dat vrijwilligersorganisaties zonder geld niet zo gauw doen. Veel van die vrijwilligers zien het belang er ook niet van in, denk ik. Het is vrij moeilijk om die informatie boven water te krijgen. Blijkbaar lopen er in het onderdrukkingssysteem mensen rond die het eigenlijk allemaal ook te ver vinden gaan, maar die kritiek intern houden en uiteindelijk toch meewerken. Als ik zie hoe de advocaat van de Bijstandsbond opereert, die zich gespecialiseerd heeft in de Bijstandswet en alles dat daarmee samenhangt, dan zijn er veel mogelijkheden en hebben werklozen wel degelijk in het huidige systeem “hogerop”, bij andere ambtenaren of bij de rechter rechten. Het valt me daarbij op dat hij aan zaken denkt en uitwegen ziet die ik als niet-academisch geschoolde medewerker op juridisch gebied niet zie. Dat levert een dilemma op. Aan de ene kant moet je bijvoorbeeld bijstandsgerechtigden die op een dwangarbeidcentrum werken en die ziek zijn, erop wijzen dat ze wel degelijk rechten hebben en dat ze, als ze bezwaar maken, een grote kans hebben om gelijk te krijgen, met een goede advocaat. Als er dan mensen zijn bij wie dat is gelukt, dan vergroot dat het actieperspectief. Aan de andere kant moet je mensen ook geen zaken voorspiegelen die niet kloppen. Je moet hen geen hoop bieden, als achteraf blijkt dat ze toch de pineut zijn, ook voor de rechter.
Ik ben er niet uit wat dit nu betekent voor de manier waarop ik communiceer over het sociale panopticum en de dwangarbeid. Ik wil het kritisch veroordelen, die dwangarbeid, en beschrijvingen geven die laten zien hoe slecht het is. Aan de andere kant wil ik het ook weer niet beschrijven als een gesloten systeem waaruit geen ontsnappen mogelijk is, want dan bevestig je zonder het te willen de macht van de machthebbers en help je je eigen actieperspectief om zeep. Misschien moeten we meer de breuklijnen, tegenstrijdigheden en onvolmaaktheden van het panopticum benoemen en daarmee de perspectieven op verandering benadrukken. Weer meer naar de domme autoriteiten die zich belachelijk gedragen en hen ook belachelijk maken. Waarbij een breed scala aan middelen een rol kan spelen, van analyses tot politieke cartoons, en waarbij we kunnen broeden op strategieën om daar ook lokaal daadwerkelijk op in te spelen.
Piet van der Lende]]>