pagina's

vrijdag 2 augustus 2013

Wethouder Van Es over de toekomst van de bijstand

Saturday, August 03, 2013 8:06 PM
    03-08-2013. Vandaag staan in Het Parool enkele berichten over voorstellen  van de VVD om op grote schaal vrijwilligers in te zetten, oa in de zorg en een bericht, dat 800 WSW-ers gaan werken als vakkenvuller bij Jumbo. Daarnaast hebben we de steeds strengere controlestaat: onaangekondigde huisbezoeken, een maand
wachttijd voor je uitkering gaat lopen als je die aanvraagt, etc. In Amsterdam staat wethouder van Es van Groen Links centraal in het gevoerde beleid. Hoe kijkt zij aan tegen de nieuwe
ontwikkelingen, en wat kunnen we in de toekomst nog meer
    verwachten? Een tipje van de sluier werd opgelicht tijdens een
    debat op maandagavond 13 mei 2013 in de Rode Hoed. Ik heb het een
    paar jaar geleden al geschreven: de bijstand als generieke
    regeling waarop je in je leven altijd een beroep kunt doen, mocht
    het nodig zijn,  gaat eraan. Van Es maakt dat in het onderstaande
    duidelijk, en tevens, wat de argumenten zijn om op den duur een
    meer tijdelijke en beperkte bijstand in te voeren.  Wethouder Van
    Es is niet zomaar iemand. Als wethouder van een van de vier grote
    steden heeft zij ongetwijfeld een flinke vinger in de pap bij de
    standpuntbepaling van de Vereniging van Nederlandse gemeenten, die
    moeizame onderhandelingen voeren met de regering, de vakbonden en
    de werkgevers over de inrichting van de nieuwe participatiewet,
    die 1 januari 2015 moet worden ingevoerd. Ook staatssecretaris
    Klijnsma heeft wel oren naar het standpunt van Van Es. In het
    dagblad Trouw verscheen een artikel  over een snoepreisje van
    prominente sociaal-democraten naar de Verenigde Staten, waar men
    voordelen zag in een tijdelijke bijstand.
    http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1178815/2009/12/03/Warm-worden-van-de-Amerikaanse-aanpak.dhtml    Eric ten Hulsen, directeur van de dienst Werk en Inkomen zag
    ‘interessante kanten’ aan een tijdelijke bijstand. Terug naar het
    debat in de Rode Hoed.     Het debat in de Rode Hoed ging over heden, verleden en toekomst
    van de verzorgingsstaat toegespitst op de sociale zekerheid. Dit
    debat werd gehouden naar aanleiding van de verschijning van een
    bundel met essays over de verzorgingsstaat onder de titel  ‘Mij
    een zorg. De toekomst van de sociale zekerheid’. De essays werden
    geschreven door verschillende wetenschappelijke bureau ’s van
    politieke partijen in Nederland.     Het debat stond onder leiding van Clairy Polak. Deelnemers waren
    oud-premier Ruud Lubbers, wethouder werk, inkomen en participatie
    van de gemeente Amsterdam Andree van Es, Eimert Muilwijk,
    voorzitter CNV jongeren en Dennis Wiersma, voorzitter FNV Jongeren.     Clairy Polak nodigde de deelnemers aan het debat uit voortdurend
    ‘out of the box’, d.w.z. buiten de gebaande paden te denken en dit
    leverde m.i. verhelderende inzichten op over de analysetrant en de
    standpunten van de deelnemers. Zoals gezegd concentreer ik mij in
    dit stukje op wat Van Es gezegd heeft.     Clary Polak vroeg eerst aan Van Es ‘wat komt u als wethouder van
    werk, en inkomen als problemen van de verzorgingsstaat in de
    praktijk tegen’?. ‘/Nou, een van de moeilijkste, lastigste of
    slechtste dingen vind ik dat door de verfijning of de regelzucht,
    vooral uiteindelijk van de landelijke overheid, dat we te maken
    hebben met heel veel verschillende regeltjes en dus verschillende
    manieren om mensen te benaderen, met verschillende problemen,
    terwijl eigenlijk, eigenlijk het basaal gaat het over hetzelfde.
    Dus een enorme verfijning heeft er plaatsgevonden om net even een
    uitzondering te maken, of net even daar iets aan tegemoet te
    komen, of daar juist weer iets aan af te doen, en uiteindelijk kom
    ik daar heel dicht bij Ruud Lubbers als het gaat om: wat is nou
    echt van waarde, ben ik ervan overtuigd dat voor verreweg de
    meeste mensen van waarde is om mee te kunnen doen in de
    samenleving en ook nog eens een keer mee te kunnen doen door
    betaald werk. En de kunst is dus, om, dat vind ik als wethouder
    werk, inkomen en participatie, om dat voor zoveel mogelijk mensen
    te doen en daarbij te kunnen kijken naar wat ze kunnen en niet
    naar wat ze niet kunnen’. Polak: ‘dus een verdergaande
    decentralisatie’? ‘Ja, dat zou voor mij heel veel meer mogelijk
    maken’. /     Van Es verdedigt hier het standpunt van de Vereniging Nederlandse
    Gemeenten VNG, die vindt dat er drastisch moet worden
    gedecentraliseerd met meer macht aan de gemeenten, zonder al te
    veel controle en sturing vanuit Den Haag, en dat verschillende
    regelingen zoals de Wajong, de WSW en de bijstand moeten worden
    samengevoegd. De VNG heeft een flinke onderhandelingsvinger in de
    pap als het gaat om de totstandkoming van de nieuwe
    participatiewet, en het standpunt van Van Es is dus niet alleen
    maar het standpunt van een wethouder van een grote stad.     Van Es vond dat werk centraal moet staan in de verzorgingsstaat.
    Zij vindt het stelsel van sociale zekerheid nog wel van betekenis
    in die zin, dat er in deze tijd van crisis een bodem is voor
    mensen die dat nodig hebben, maar zij vindt het stelsel niet meer
    van deze tijd in de zin dat zij het stelsel veel te weinig
    activerend vindt, veel te weinig vindt uitgaan van mensen in hun
    eigen kracht en mogelijkheden zetten en dat het stelsel in een
    aantal opzichten veel te paternalistisch is geworden.     ‘/Ja, dat zou ik heel simpel kunnen maken, dat heeft niet zoveel
    te maken met een grote visie voor de toekomst, maar ik heb best
    moeite moeten doen om de opstelling van de klantmanagers in dit
    opzicht te wijzigen’./     En dan volgt een betoog over het omzetten van ‘de mind’ van de
    klantmanager die de mensen meer moet activeren.     Clairy Polak nodigde van Es uit ‘out of the box’ te denken. ‘Als
    jij nu de verzorgingsstaat zou willen reorganiseren, wat zouden
    dan de basiszaken zijn die je zou willen regelen’. Van Es:/’dan
    zou ik om te beginnen aan de werkkant met werkgevers goeie
    afspraken maken over arbeidsomstandigheden en
    arbeidsproductiviteit in die zin dat er veel meer mensen zouden
    kunnen meedoen aan het arbeidsproces’. Polak: ‘ Hoe dan’?. Van Es:
    ‘Nou door hetzij part time werken of van hen minder productiviteit
    te vragen dan ze aan anderen zouden vragen’. Polak: ‘minder
    productiviteit maar dat vindt u wel belangrijk’. Van Es: ‘Ja, dat
    is heel belangrijk. En dan ben ik ervan overtuigd dat er veel meer
    mensen mee kunnen doen op hun eigen niveau en dus ook inkomen
    kunnen verwerven waardoor ze geen beroep hoeven te doen op wat
    voor uitkering dan ook. Dat vind ik een heel belangrijke eh aan
    die kant vind ik dat echt essentieel’./     /’En aan de andere kant zou ik wel een pleidooi durven doen dat
    ook de bijstandsuitkering in principe tijdelijk is en dat als je
    daarin terecht komt dat dat een tijdelijk vangnet is, het is de
    bedoeling om daar zo snel mogelijk uit te komen en dat betekent
    he, dat je toch iedere keer, nou, laten we zeggen een keer in het
    jaar eh opnieuw door de molen zal moeten, van is dit nog terecht,
    moet je niet eh weer een ronde solliciteren, moet je niet op de
    een of andere manier weer zelf het initiatief nemen om toch aan
    het werk te komen dus wat dat betreft strenger dan nu’./ Polak:
    ‘Ja, want als je zegt je moet een nieuwe ronde solliciteren, goed,
    dat moet je doen, maar als je zegt hij is tijdelijk, dan zeg je
    ook na — laten we even zeggen na een paar jaar — en nu, nu
    houden we ermee op’.     Van Es: ‘/Ja, maar dat ik denk dat je… ik zou graag out of the
    box willen springen maar.. ja, nee, maar dat zou ik wel willen,
    maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat je dat niet haalt. Als
    mensen geen andere bron van inkomsten hebben, de bijstand is toch
    terecht en natuurlijk ook echt de bottom line, de bodem, maar nu
    lijkt het wel alsof het is, of, he via een werkloosheidsuitkering
    kom je in de bijstand, en daar blijf je dan. En ik zou in die zin
    zou ik het vervolgens terecht vinden om het besef, dat dat een
    tijdelijk vangnet is waar je echt zelf alles aan moet doen om daar
    weer uit te komen, die druk zou ik graag willen opvoeren, en als
    dat dan zou moeten door te zeggen ja, het is tijdelijk, dat
    betekent ook dat we na een jaar of twee jaar echt gaan kijken heb
    jij dit nog wel nodig, dat dat misschien zelfs ook nog wel als
    consequentie zou kunnen hebben dat je ervoor mensen mee stopt’. /     Polak: ‘dat is een geheel nieuwe invulling van het begrip
    solidariteit, he want eh ik waardeer het zeer, hoor, out of the
    box, dus dat ga ik je niet verwijten, helemaal niet, maar wel de
    constatering, dat dit bijvoorbeeld iets is wat de rechtse partijen
    al enige tijd roepen, om niet te zeggen al jaren, en u vindt dat
    ook. En dat die linkse partijen zeg ik nu maar even in het
    algemeen dat die riepen ja, maar solidariteit. Dit is een nieuwe
    invulling van solidariteit’.     Van Es: ‘/ja, ik vind het ook aanmerkelijk solidairder om ervoor
    te zorgen dat mensen dus aan die werkkant de gelegenheid krijgen
    om aan het werk te zijn dan om ze in een gelegenheid te stellen
    hun leven lang in de bijstand te blijven’. /     Polak: ‘En dat is dan de verantwoordelijkheid van de werkgevers,
    die mensen meer gelegenheid moeten geven om te doen wat hun
    capaciteiten zijn waarna een werkgever natuurlijk roept: ja hallo
    hoe zit het met mijn winst’.     Van Es: /’Ja, dat zeggen de werkgevers, maar dan, dan zou je
    daarin moeten afspreken dat een beetje minder winst toch eigenlijk
    wel kan een dat ook een vorm is van solidariteit invullen, of
    verantwoordelijkheid invullen richting samenleving en mensen die
    ook recht hebben om mee te doen en dat dat een veel betere vorm is
    dan steeds maar de productiviteit zo op te drijven, dat je a
    priori al veel mensen uitsluit van het arbeidsproces’. /     In de loop van de discussie werd duidelijk, dat van Es totaal geen
    instrumentarium heeft, als gemeentelijk bestuurder, om werkgevers
    inderdaad ergens ook toe te brengen. Ze wil dat er stageplaatsen
    komen, dat er een quoteringsregeling komt waarbij werkgevers
    arbeidsgehandicapten in dienst nemen, de werkgevers moeten van de
    mensen minder productiviteit vragen, maar hoe de werkgevers
    daartoe gebracht kunnen worden blijft vaag. Het enige is dat
    werkgevers in goed overleg en misschien subsidies ertoe verleid
    worden zo te gaan werken. Want tenslotte is er het compromis met
    de liberalen, in de gemeente en op nationaal niveau, over de
    zelfstandigheid van de werkgevers in hun personeelsbeleid. Blijft
    deze kant van het verhaal vaag, aan de andere kant is van Es heel
    duidelijk. Ze gebruikt de redenering dat er arbeidsplaatsen voor
    gehandicapten moeten komen en voor mensen met verminderde
    arbeidsproductiviteit alvast als argument, om een pleidooi te
    houden voor het afbreken van de bijstand. Van Es wil wel een
    coalitie met de vakbonden, samen naar Den Haag en naar de
    werkgevers toe, om betere arbeidsvoorwaarden, en plekken voor
    arbeidsgehandicapten te realiseren en het personeels en
    arbeidsproductiviteitsbeleid van die werkgevers te beïnvloeden,
    misschien ook middels acties in de bedrijven. Vraag is wel, hoe
    die vakbonden mensen met een verminderde arbeidsproductiviteit
    moeten organiseren, die door het ontbreken van een sociaal vangnet
    gedwongen zijn hun arbeidskracht tegen elke prijs te verkopen in
    een situatie van grote massawerkloosheid.     Piet van der Lende]]>

maandag 15 juli 2013

De relatie met de machthebbers in de huidige tijd


DOOR: Piet van der lende/Konfrontatie.nlGEPUBLICEERD: 16 juli 2013

LoicWacquant noemt in zijn boek ‘paria’s van de stad’ kort dat hetnegativisme, dat spreekt uit de opvattingen van veel mensen hunrelatie met de machthebbers structureert. Veel mensen hebben kritiekop van alles en nog wat. Op de (semi) overheidsinstanties, die allesin de gaten houden, waar je hele privé leven op tafel moet, in langeverhalen en anekdotes over het voetlicht gebracht, over de graaiendebankiers, die buiten schot blijven en die een goed leven hebben vande opgestreken bonussen, terwijl de gemiddelde burger nauwelijksrondkomt.

(Oorspronkelijkverschenen opkonfrontatie.nl)

Vaakzijn de reacties getriggerd door de media, die niet moe worden hetene na het andere (financiële) schandaal in de publiciteit tebrengen, vaak gelekt door concurrenten. En dan vervolgens spreken demensen over de machteloosheid van de politiek om iets aan deproblemen te doen, de zakkenvullers in Den Haag die goed op hunbaantjes letten, de onmogelijkheid die politiek te beïnvloeden, hetontbreken van verzet, de mensen tegenwoordig, ja ook de lotgenotenmoeten eraan geloven, zijn egoïstisch en zelfzuchtig geworden. Er isgeen solidariteit meer. Daar hoef je ook niet op te rekenen.

Hoezeerbovenstaand verhaal ook een kern van waarheid bevat, het structureertde relatie van de ondergeschikte burger met de uitvoerende macht vande staat. Daarmee bedoel ik dat de burgers met hun negatieve verhalenonbedoeld een beschrijving geven van een perfect machtssysteemwaartegen je maar beter niet in verzet kunt komen. Je ziet hoe het deklokkenluiders vergaat! Sta maar niet op, om je protest te latenhoren. Niemand doet met je mee, niemand is solidair, overal om jeheen zijn de baantjesjagers en hielenlikkers die ten koste van jouwvan de situatie proberen te profiteren. Kijk naar de politici vanGroen Links en de Partij van de Arbeid!. Vroeger ventileerden zeleuke linkse ideeën, en nu zijn ze omdat het alleen ging om huneigen carrière gecorrumpeerd door de macht. Ze zijn niet tevertrouwen. En de machthebbers en hun repressieapparaten, wel of nietgeprivatiseerd, weten je wel te vinden. Als je als individu tegenoverze staat, kun je maar beter doen wat ze zeggen, anders ben je jebestaan niet zeker. Ze weten met die perfecte informatiesystemenalles van je. Verzet is zinloos, er zijn zoveel mensen die hun rechtproberen te halen, ze verzuipen vaak in de stroperige bureaucratie ende ongevoeligheid van de politiek voor tegenargumenten. Eenparlementaire enquête over de bouwfraude met alle onthullingen? Debouwfraude gaat gewoon door.

Enzo houdt de kritiek op toestanden in de maatschappij, die aanborreltafels, in huiskamers, op spreekuren van hulpverleners, inkroegen, op vergaderingen wordt geventileerd samen met devoortdurende stroom van op zichzelf staande geïsoleerde onthullingenvan schandalen in de media de machthebbers in het zadel.


Hoehet onvolprezen programma Tegenlicht bijdraagt aan bestendiging vande macht. Ik maak mij ook wel schuldig aan dat negativisme. Moet jemisstanden dan maar niet aan de kaak stellen? Natuurlijk niet. Maarwaar ik mij wellicht te weinig van bewust ben geweest tot nu toe, isde uitwerking die het aan de orde stellen van misstanden kan hebben,waarbij het geen handelingsperspectief oplevert maar dat juistblokkeert. Wat mij in gesprekken en discussies steeds meer opvalt, isdat in mijn ogen in principe steeds dezelfde beschrijvingen vanaspecten van het machtssysteem voortdurend herhaald worden waarbij jein een soort cirkel van de ene beschrijving van een misstand naar deandere gaat. Het komt niet tot een handelingsperspectief. Dat isimmers zinloos.

Deverhalen en anekdotes die burgers in hun dagelijks leven vertellenhebben vaak een sterk beschrijvend karakter, evenals de voortdurendeonthullingen in de media die in een voortdurende stroom van los vanelkaar staande incidenten over het voetlicht worden gebracht. Wanthoeveel incidentele onthullingen er ook in de krant staan, actuele(politieke) hoofdtegenstellingen kennen we niet, worden in de mediaook nauwelijks geanalyseerd, en onderhandelingen over onze toekomstspelen zich achter gesloten deuren af en we komen slechts zelden ietste weten over hoe de onderhandelingen werkelijk verlopen en wat deonderhandelaars tegen elkaar zeggen. Iedere samenhang lijkt in denieuwsstroom te ontbreken. Van tijd tot tijd zien we bijvoorbeeldFerry Mingele voor een dichte deur staan in het acht uur journaal ofin Nieuwsuur waarbij hij een heel verhaal heeft, maar verder geenidee van wat er zich achter die deur afspeelt. Er worden zelfs bijonderhandelingen tussen deze en gene extra nieuwsuitzendingeningelast om Ferry dingen te laten zeggen over zaken waarvan hij geenflauw idee heeft. Spannend, zeggen veel kijkers dan, wat zou eruitkomen? Na enige uren komen de onderhandelaars naar buiten met eenbesluit. Of ze zeggen dat er nog gepraat moet worden. Een, tweezinnen, misschien uiteindelijk een korte verklaring. Verder blijvenwe van niets weten.

Verslaggeversvan actualiteitenrubrieken boeken een hotel in verre oorden, reizener met het vliegtuig naartoe of zijn er al permanent gestationeerd,en gaan dan voor een dichte deur van een regeringsgebouw staan, decamera op hen gericht. Het gezicht van de verslaggever hebben we alhonderden malen gezien, het plaatje van het regeringsgebouw eveneens.Binnen speelt zich iets af. Maar wat? Het onderwerp van de besprekingis soms tot op zekere hoogte nog wel bekend, voor zover de mensenbinnen daar iets over hebben losgelaten c.q. eencommunicatiedeskundige hebben ingeschakeld om de journalisten aan hetlijntje te houden. Spannend. Wat zou er gaan gebeuren? Maar verderweten we van niets. Om de tijd te doden putten de verslagevers zichuit in eindeloze op niets gebaseerde speculaties over wat er allemaalwel en niet in de toekomst kan gebeuren, en dat is heel wat. Somskomt het enige dagen of weken later tot een zogenaamd onthullendinterview met een van de hoofdrolspelers, die voortdurend wanhopigworden nagejaagd door op nieuws beluste journalisten, meestal is hetbij nader inzien niets zeggend.

Miljoenenmensen kijken naar die uitzendingen. En de volgende dag komen demensen op het spreekuur waar ik werk, voor hulp of gewoon voor eenpraatje. Daar sluiten de media events aan op de dagelijkse ervaringenvan de mensen. Heb je die en die of dat gisteren op de TV gezien, hebje dat en dat programma met die en die onthulling gezien? Het is tocheen schande, waar gaat het naartoe met de wereld, waar komen weterecht. Het lijkt wel een banenrepubliek. Nou, zeggen de mensen danna enige tijd praten, ik ga maar eens wat doen. Daarmee bedoelen zeniet, dat ze politiek verzet gaan plegen, maar dat ze hun dagelijksewerkzaamheden weer oppakken na hun hart te hebben gelucht, terug inhet gareel. Ook bij de verhalen die mensen elkaar vertellen over deondoordringbare bureaucratie, de absurditeit van administratieveprocedures, de willekeur van de repressieapparaten komen we echterniet te weten wat er zich nu precies bijvoorbeeld in de hogereregionen van het management van deze of gene uitvoerende instellingafspeelt. Dat blijft allemaal zorgvuldig achter gesloten deuren.Zoals ook voor Ferry Mingele en al die andere verslagevers de deurengesloten blijven.

Hoezeerook het kapitalistisch productiesysteem doortrokken is van sociale enmateriele ongelijkheden, misstanden, uitbuiting en tegenstellingen,waarover velen verontwaardigd zijn, uiteindelijk weerhoudt desuggestie van het perfecte systeem hen van verzet. Ze doenuiteindelijk maar wat de machthebbers willen en vinden dat ze daarbijvoor het beste kiezen, omdat ze zelf nog een redelijke positiehebben. Een beperkte welvaart, een dak boven je hoofd, eten, etc. Datin dat productiesysteem miljoenen sterven van de honger, daartegen iseigenlijk geen verzet mogelijk, en ligt het ook niet een beetje aandie mensen zelf? Toch maar weer Partij van de Arbeid stemmen, danworden de bezuinigingen op mijn inkomen en de zorg en devoorzieningen in mijn buurt althans getemporiseerd, ook al zijn hetallemaal baantjesjagers. Wat me verder opvalt is dat veel mensen hetnegativisme dat in het begin werd genoemd, met in het verlengde desuggestie van een perfect systeem, en de onbekendheid met wat er nueigenlijk achter al die gesloten deuren gebeurt aanvullen metallerlei meer of minder vergaande samenzweringstheorieën.

Ikstel niet dat er geen samenzweringen zijn of dat de heersende klassede bevolking niet voorliegt. Ongetwijfeld zijn er onder leden ofdelen van de heersende klasse ‘samenzweringen’ en proberen ze temanipuleren om hun eigen belangen te verdedigen. Maar tegelijkertijdzijn ze ook elkaars concurrenten die elkaar naar het leven staan. Eenallesomvattende wereldsamenzwering van een hechte, tamelijk kleinegroep die alles kan manipuleren bestaat niet. Kapitalisten van grotebedrijven en banken hebben het vaak niet nodig uitgebreid met elkaarte overleggen. Het gaat er juist om, dat ze vanuit hun positie in demaatschappij en de daarbij behorende belangen veelal hetzelfdehandelen en dezelfde opvattingen hebben.

Wemoeten niet zozeer zien hoe individuen en specifieke groepen hunbelangen proberen te versterken door middel van manipulatie, wemoeten ook verder kijken dan deze individuen en oog hebben voor depositie van waaruit deze individuen en/of groepen zo handelen.Eenvoudig gesteld komen deze redenen erop neer dat de kapitalistenalles doen om hun winsten te maximaliseren en kapitaal teaccumuleren. Ze doen er alles aan om de nodige sociale, politieke eneconomische voorwaarden te creëren om dat te doen.
Eendiscussie over een systeemkritiek op het kapitalisme, vanuit hetbesef, dat er op enigerlei wijze verbanden bestaan tussen iemandspositie in de maatschappij, en zijn of haar gedrag, ideeënwereld enhandelen, en dat die verschillende posities bepaald worden door deeconomische structuur van datzelfde kapitalisme, dusklassentheorieën, zijn geheel uit beeld verdwenen. Het aan de ordestellen van de vele misstanden, kritiek op het laakbare gedrag en dementaliteit van bankdirecteuren heeft weinig zin, wanneer het besefontbreekt dat bij een vervanging van een dergelijke bankdirecteuriemand anders op zijn positie zich precies net zo gaat gedragen. Meteen ethische kritiek op het gedrag en de mentaliteit vanbankdirecteuren en andere kapitalisten en een analyse van hunsamenwerking in de vorm van samenzweringen ben je er niet.

Hetverdwijnen van systeemkritiek op het kapitalisme en de vervangingervan door het bovenomschreven negativisme, de voortdurende los vanelkaar staande onthullingen die dat negativisme voeden aangevuld metsamenzweringstheorieën betekent juist, dat een perspectief vooremancipatoir handelen uit beeld verdwijnt. Het besef, dat mensen metdezelfde structurele ondergeschikte positie in het kapitalisme, zichmoeten verenigen in collectieve verbanden om een systeemveranderingmeer of minder vergaand te bewerkstelligen en dat dit ook kan,verdwijnt. Dat geldt niet alleen voor de arbeidersklasse als geheel,waarvan je je kunt afvragen of het wel zo’n geheel is, zekersubjectief, maar ook voor subgroepen daarvan: bijstandsgerechtigden,migrantengroepen, werklozen, mensen met flexwerk, etc.

Maarhoe in de huidige situatie na 30 jaar neoliberale propaganda hetverband moet worden gelegd tussen een tamelijk abstractesysteemkritiek op het kapitalisme, en de discussie daarover, en dedagelijks ervaringen en redeneringen van de mensen, ik ben er nietuit. Een abstracte systeemkritiek kan snel verzanden in hoogdravendesysteem theorieën, die alleen door academisch geschoolden begrepenworden, waar verder niemand een boodschap aan heeft. Aan de anderekant: het geïsoleerd van die theorieën aan de kaak stellen vanschrijnende, ogenschijnlijk op zichzelf staande misstanden envandaaruit de belangenbehartiging opzetten werkt ook niet. Enteruggrijpen op oude socialistische propagandaverhalen van vroegerlijkt me ook niet de oplossing. Maar aanknopingspunten zijn ergenoeg, als je kijkt naar de opvattingen van de bevolking, waarbijvoorbeeld nog steeds een meerderheid bestaat voor een goed sociaalzekerheidsstelsel, en tegen de huidige bezuinigingen daarop, ondanksalle negativisme.

]]>

zaterdag 6 juli 2013

Misstanden in de arbeidsbemiddeling en werken met behoud van uitkering in Amsterdam

Persbericht 02-07-2013Het Actiecomité dwangarbeidnee in Amsterdam gaat woensdagmorgen om 12.00 uur actievoeren bij het Praktijkcentrum van de Dienst Werk en Inkomen en de Herstelling op de Laarderhoogtweg 51 in Amsterdam. Daar zal het comité de dwangarbeiders die daar werken een lunch aanbieden. Er zijn verschillende medewerkers die hebben aangegeven in de lunchpauze niet naar buiten te mogen. Bestuurders van de gemeente ontkennen dat. Het actiecomité gaat woensdag buiten lunchen om te controleren of dat klopt.Tevens zal op deze dag het rapport worden gepubliceerd waarin alle misstanden op het gebied van werken met behoud van uitkering in beeld worden gebracht. Vele dwangarbeiders in Amsterdam hebben in de tweede helft van 2012 en de eerste helft van 2013 hun grieven naar voren gebracht en de misstanden beschreven. Veel van deze reacties zijn verzameld in het rapport, dat bijna 70 bladzijden telt. Deze ervaringen zijn verbonden met de conclusies uit gesprekken met een wetenschapper, ambtenaren van de DWI, maar ook uit een enquête die het actiecomité heeft gehouden onder 37 dwangarbeiders die op de Laarderhoogtweg werken.Enkele conclusies uit het rapport:

  • De wet op de participatieplaatsen wordt overtreden, omdat mensen werken op plaatsen, die niet additioneel zijn, bijvoorbeeld nachtportier in een hotel, en er is in veel gevallen van te voren volledig duidelijk dat er geen uitzicht is op regulier werk. Langdurige trajecten zoals participatieplaatsen en trajecten om werkervaring op te doen en werknemersvaardigheden te leren worden voor een groot deel ingezet bij mensen die pas kortdurend werkloos zijn en recente werkervaring hebben, terwijl ze bedoeld zijn voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. 
  • Inzet van mensen die met behoud van uitkering werken vindt op steeds grotere schaal plaats, duizenden mensen werken in Amsterdam al zo. Daarbij vindt een samenwerking plaats tussen de DWI en allerlei welzijnsinstellingen en instellingen voor daklozen. Werken met behoud van uitkering verdringt reguliere arbeidsplaatsen. Daarvan worden concrete voorbeelden in het rapport genoemd.
  • Social Return contracten en doelgroepenbeleid bij het vervullen van vacatures leiden tot verdringing van andere arbeidskrachten, die daardoor minder of geen kans meer hebben.
  • De autoritaire wijze van optreden van klantmanagers en werkmeesters op de projecten die op of vanuit de Laarderhoogtweg worden opgezet leiden tot overtreding van wettelijke regels voor het opleggen van kortingen, intimidatie, schending van privacy en andere gevolgen. De meerderheid van de mensen die er werkt is angstig, heeft het gevoel in een gevangenis te verblijven. Mensen raken door het werken op de Laarderhoogtweg in de schulden en verliezen daardoor hun sociale contacten omdat zij hun netwerk niet in stand kunnen houden. Veel mensen doen zinloos, geestdodend werk of soms hele uren niets.
  • Er is geen enkele hulp bij het vinden van werk in sommige projecten. Faciliteiten zoals een computer om te solliciteren zijn er niet, er wordt niets gedaan om betaald werk voor de mensen te vinden, sollicitatiecursussen en andere trainingen moeten mensen in hun vrije tijd doen
  • Klantmanagers hebben een grote macht en handelings-beslissingsvrijheid waardoor willekeur ontstaat en de mensen geen idee hebben waar ze aan toe zijn. De mensen krijgen geen contracten waar de afspraken in staan. Vragen als: hoelang moet ik hier werken? worden niet beantwoord. Het kan 3 maanden zijn, een half jaar, 2 jaar, dat is voor iedereen verschillend. Je weet het nooit van te voren.

Wij willen dat er zo snel mogelijk een einde komt aan deze dwangarbeid, slechte behandeling, gebrek aan respect en verplicht werken zonder loon en zonder uitzicht op een betaalde baan voor wie dat wil en kan. Stop dwangarbeid!Voor meer informatie:
Comité dwangarbeidnee
info@dwangarbeidnee.nl]]>

dinsdag 25 juni 2013

Draagvlak sociale zekerheid

‘Dit plan werkt alleen maar armoede en schulden in de hand’ Mensen komen in de ellende. Schulden lopen op, huisuitzettingen zijn niet te vermijden en ouders kunnen hun kinderen niet meer te eten geven. Dat scenario ligt volgens een meerderheid van de deelnemers aan de Stelling van de Dag op de loer als mensen niet direct recht hebben op een bijstandsuitkering op het moment dat ze hun inkomen of WW-uitkering verliezen. Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) wil dat mensen pas recht hebben op een bijstandsuitkering als ze eerst vier weken naar werk hebben gezocht. U noemt het ‘schandalig’ dat het kabinet zo te werk gaat. Mensen die al voor een laag loon hebben gewerkt, kunnen echt geen vier weken wachten. Het heet toch niet voor niets bijstand. Het is schaamteloos om de eigen bevolking zo uit te kleden. Het is een ordinaire aanslag op een recht van mensen die vaak tientallen jaren hebben gewerkt en buiten hun schuld in de WW en bijstand zijn beland. Het voorstel van Jetta Klijnsma is gebaseerd op een experiment in verschillende gemeentes. Daaruit is gebleken dat 30 tot 48 procent van de mensen zich na die wachttijd niet meer aan het bijstandsloket meldde. Bijna de helft van de stemmers verbaast zich daarover. Vooral omdat aangenomen mag worden dat de meeste van deze mensen vanuit een situatie komen dat ze WW kregen en in die periode toch vermoedelijk al druk hebben gezocht naar een nieuwe baan. Als je WW krijgt, heb je immers een sollicitatieplicht. We hebben het over een periode waarin 640.000 mensen werkloos zijn. Denkt deze staatssecretaris nu echt dat de banen voor het oprapen liggen? Ze leeft buiten de werkelijkheid. Langer wachten op je AOW, langer wachten op bijstand. Waar stopt het? zo vraagt u zich af. Bezuiniging Driekwart van de respondenten denkt dat het simpelweg om een bezuinigingsmaatregel van het kabinet gaat. Mocht het plan doorgang vinden, is 68 procent van de respondenten van mening dat een uitzondering gemaakt moet worden voor mensen boven de 50 jaar. Bijna een derde van u juicht het plan overigens toe. Het krijgen van een uitkering is in Nederland veel te vanzelfsprekend geworden. Het is goed dat de overheid niet meteen klaarstaat met geld. Het is toch gebleken dat het werkt? Doorvoeren dus. Het stimuleert de mensen om de handen uit de mouwen te steken in plaats van de hand op te houden. Een enkeling pleit zelfs voor een wachttijd van drie tot zes maanden. Je eigen broek ophouden is het beste. Pas in uiterste nood moet om een uitkering worden gevraagd. We zijn veel te verwend in Nederland. Op de vraag of u zelf een periode van vier weken zou kunnen overbruggen antwoordt de helft van niet. Zij zeggen nooit iets te hebben kunnen sparen. Vierenveertig procent zegt er altijd voor te zorgen dat ze een appeltje voor de dorst hebben. U heeft daar bovendien een advies bij: Zorg altijd dat je wat geld achter de hand hebt en leer het ook je kinderen. Dit hoort gewoon bij de opvoeding.
]]>

dinsdag 18 juni 2013

Verslag van een gesprek met drie ambtenaren van het project ‘Kansen’ van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) d.d. 19-06-2013

Piet vertelt waarom we dit gesprek belangrijk vinden. Er melden zich steeds meer mensen op het spreekuur die een oproep krijgen voor een nieuw gesprek om over ‘mogelijkheden en kansen’ te praten, terwijl die mensen vaak medisch gezien niet hoeven te solliciteren en vrijgesteld zijn van het verrichten van betaalde arbeid. De oproepen leiden tot vragen als: waarom krijg ik nu ineens toch weer een oproep? Ik ben toch afgekeurd? Wat kan ik van het gesprek verwachten? Wat zijn ze nu weer van plan? Ik ben weliswaar niet afgekeurd, maar mijn kansen om aan betaald werk te komen zijn gering, ik heb toch belemmeringen en ik heb al diverse trajecten zonder resultaat doorlopen. Wat willen ze nog met mij?  Etc.Ook worden klachten over het zogenaamde kansencafe  in de loop van het gesprek over het voetlicht gebracht. En dat er bij de Bijstandsbond in eerste instantie grote onduidelijkheid bestond over de oproepen. Wij wisten eerst ook niet waarom nu ineens weer oproepen op grote schaal. Het bleek ons na enige tijd dat de DWI vorig jaar geld heeft overgehouden. Daarom werd besloten tot een beleidsintensivering, die in de Participatienota is opgenomen. Alle klanten op trede 2 van de participatieladder worden opgeroepen voor een diagnosegesprek.Het project is opgezet en wordt gemanaged door het gemeentelijk project management bureau, dus door mensen die ook projecten bij andere diensten doen, men beschouwd het project ‘Kansen’ als een  tijdelijke  ínterventie’ in de dagelijkse doorlopende werkprocessen bij de DWI. De projectleider van het project ‘kansen’ geeft een nadere uitleg. Men constateerde, dat in 2011 meer dan 700 klanten op trede 2 toch waren uitgestroomd naar betaald werk. Dus los van de beeindigingen van uitkeringen om andere redenen. Terwijl de DWI niets heeft gedaan om de uitstroom van die groep te bevorderen. Maar men heeft verder geen enkel idee waarom die mensen zijn uitgestroomd naar betaald werk. Dat is gissen. Een van de veronderstellingen is, dat bijvoorbeeld in migrantenfamilies iemand een restaurant heeft of een ander bedrijf, en dat die dan zegt ik heb iemand nodig daar en daar voor, dat kan mijn broer mooi doen.  Het is niet helemaal duidelijk of die uitstroom van meer dan 700 er ieder jaar is.  Men vraagt zich af of middels een ‘beleidsintensivering’ dit aantal van 700 niet kan worden opgevoerd. Daarom is men alle klanten op trede 2 gaan oproepen.  Men is nu een week of 7 bezig en men hoopt voor kerstmis alle klanten op trede 2 te hebben opgeroepen. Dat zijn er 15.000. Ongeveer een kwart van die 15.000 betreft alleenstaande ouders. Er zal dan wat betreft het ‘Kansencafe’ nog een uitloop zijn naar februari.Men heeft veel gediscussieerd over de vraag, of wel iedereen zou moeten worden opgeroepen, bijvoorbeeld ook mensen boven de 60 of 62. Maar men vond het met het creeren van allerlei uitzonderingen een beetje te gecompliceerd worden, dus men heeft gezegd: we roepen iedereen op, ook mensen van 64.
De schatting is dat een kwart tot een derde van de mensen die worden opgeroepen zullen worden doorverwezen naar het Kansencafe. Bij deze mensen moet nog worden gewerkt aan de motivatie om aan de slag te gaan, gericht op participatie of betaald werk. Het Kanscafe bestaat uit een training van 8 dagdelen, verspreid over een maand, waar mensen in de gelegenheid worden gesteld om na te denken over hun mogelijkheden, want het gaat uitdrukkelijk om de mogelijkheden en kansen en niet om de belemmeringen.Als uitkomst van het kansencafe wordt dan een ontwikkelingsplan gemaakt. Daarbij zijn er verschillende mogelijkheden:
De klant kan snel aan het betaalde werk en gaat naar het  ‘uitstroomteam’.De klant kan nog niet onmiddellijk aan het werk maar op termijn misschien wel, er moeten nog werknemersvaardigheden aangeleerd worden. Deze klanten worden doorverwezen naar het Reintegratie Bedrijf Amsterdam. (RBA). Met dit RBA heeft het projectmanagement afspraken gemaakt over hoe de trajecten van deze mensen er uit moeten zien. Men stelt bijvoorbeeld dat bij moeders met kinderen soepel overleg mogelijk moet zijn om eerder met werken op te houden, in verband met het ophalen van de kinderen. Ook kan het zijn dat iemand zegt: ik ben niet meer zo gewend zo vroeg mijn bed uit te komen, kan ik niet iets later komen. En men begint in eerste instantie bijvoorbeeld 2 dagdelen in de week. Er wordt echt rekening mee gehouden dat men een grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt en als trede 2 klant kwetsbaar is. De meeste mensen worden wel verwezen naar het RBA, maar slechts een klein gedeelte komt terecht bij de Laarderhoogteweg-Praktijkcentrum. Anderen gaan naar bijvoorbeeld de tuinderij. Ook is men bezig met de opzet van een gereedschapsherstel project.Een derde conclusie van het Kanscafe kan zijn, dat betaald werk er niet in zit. De klant is wel in staat te participeren, maar kan niet betaald werk verrichten. Deze mensen worden verwezen naar de stadsdelen. Zij komen in een traject zorg, waarover nog niet veel afspraken zijn gemaakt, een traject schuldhulpverlening of een taaltraject of ander vrijwilligerswerk.Bij de selectie van mensen voor het Kanscafe is dus niet het criterium wel of geen betaald werk op termijn kunnen verrichten. Ook mensen waar er wat dat betreft twijfels bestaan, en waarvan achteraf gezegd moet worden: het zat er niet in, betaald werk, een participatietraject is het hoogst haalbare, kunnen worden uitgeselecteerd. Deelname aan het Kanscafe is verplicht. Wie niet komt opdagen, of zich eraan onttrekt, kan te maken krijgen eerst met een schriftelijke waarschuwing en daarna een korting van 30%. Deelname aan het participatietraject, dat wordt uitgezet voor de mensen uit de derde van bovenstaande groepen, dus mensen die niet kunnen worden verwezen naar het uitstroomteam of het RBA maar in een participatietraject komen  dat kan volgen op het Kanscafe is echter vrijblijvender: men wordt er niet toe verplicht.Tot nu toe hebben wij het gehad over de klanten die verwezen worden naar het kanscafe. Dat is ongeveer een derde tot een vierde van het totale aantal. Van de anderen kan worden gezegd, dat ze al voldoende participeren en dat kan worden gezegd: meer zit er eigenlijk ook niet in, het is mooi zo.We praten door over de medische ontheffingen. Is het zo, dat mensen ook kan worden verplicht deel te nemen aan het Kanscafe, of aan andere trajecten, terwijl er naar het oordeel van een keuringsarts een medische ontheffing van trajecten richting betaalde arbeid ligt, moet er dan niet eerst weer een medische beoordeling plaatsvinden over de actuele situatie? Geantwoord wordt dat bij het wel of niet opleggen van reintegratieinspanningen richting betaald werk of participatie eerst wordt gekeken of ene arts een uitspraak heeft gedaan. Daar wordt terdege rekening mee gehouden. Men is zich ervan bewust dat er veel medische problemen zijn. Daarom zal eventueel altijd worden gekeken of er geen aangepast werk mogelijk is. Of dat bestaand werk kan worden aangepast. Er zijn wat betreft medische ontheffingen in trede 2 veel gradaties.
Er is wel een urenbeperking, bijvoorbeeld kan maximaal 20 uren in de week werken.
Betaald werk is niet mogelijk, en een volledige urenbeperking, dus ook geen 20 uur werken, maar participeren op andere wijze is wel mogelijk
Men krijgt ontheffing op basis van artikel 9a WWB men heeft een kind onder de 5 jaar.
Trede 1 zijn dan de mensen die voor alles afgekeurd zijn, ook voor participatie. Zij hebben een dubbele ontheffing.Daarnaast kunnen in trede 2 mensen zitten, die geen medische ontheffing hebben, maar die wel een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben en met allerlei belemmeringen te maken hebben.
Men voert dit project ook uit, om de trede 2 groep scherper in beeld te krijgen: sommige mensen bijvoorbeeld gaan naar trede 1. Aan de andere kant van het spectrum gaan mensen naar het uitstroomteam.
Degene die bij de oproep het diagnosegesprek voert is niet de klantmanager maar een reintegratiemanager. Het is een interventie in de reguliere werkprocessen van de DWI. Bij de gesprekken wordt een speciale gespreksmethode toegepast, ieder reintegratiemanager heeft een opleiding gehad voor die gesprekstechniek. De bedoeling is om een correcte bejegening van de klant vorm te geven, op een waarderende manier gesprekken voeren. Het is een feedback methode om goeie gesprekken te krijgen. Het gaat daarbij om de zogenaamde ‘appreciative inquiry’:  de waarderende gespreksmethode. Meer over deze methode is te vinden op http://www.appreciative-inquiry.nl/ en op http://www.lerendoorwaarderen.nl/?page_id=4 . Het is de bedoeling, deze gesprekstechniek DWI breed uit te rollen. Dus dat alle klantmanagers ermee gaan werken. We moeten de oproepen voor het project dus onderscheiden van de reguliere werkprocessen, waarin ook oproepen kunnen zitten. Wij lezen de tekst voor van een brief met een oproep, die een bezoeker van het spreekuur heeft gekregen. Dit is niet de brief die in het kader van het project wordt toegestuurd. Dat is een standaardbrief, die zich onderscheidt van andere brieven uit het reguliere werkproces. Wij krijgen zo’n standaardbrief, waaraan overigens nog geschaafd wordt, toegestuurd. De reintegratiemanager heeft een uur voor het gesprek, een half uur voorbereiding inzage van het dossier en een half uur administratieve afhandelingen. Over het algemeen heeft de klantmanager een tamelijk grote beslissingsvrijheid over wat er met de klant moet gebeuren. Hij of zij kan de afstand tot de arbeidsmarkt, de problematiek die er speelt, de leeftijd,  afwegen en een beslissing nemen.Aan het eind van het gesprek wordt gememoreerd, dat er vanwege de bezuinigingen ‘meer doen met minder’ wordt nagedacht over meer groepsgewijs werken. Zoals het Kanscafe. Dus dat klanten geen individuele oproep meer krijgen, maar groepsgewijs worden opgeroepen. Dit sluit ook aan op het participatiebeleid in de stadsdelen, waar toch de kennis over de participatieplaatsen ligt. Overigens registreren sommige stadsdelen wel, wie er waar participeert, maar sommige stadsdelen weigeren die registratie.PvdL

]]>

donderdag 30 mei 2013

FNV vraagt verbetering Wet Werk en Bijstand

De Vaste Commissie voor Sociale Zaken van de Tweede Kamer spreekt op 5 juni over de Wet werk en bijstand. Het gaat ook over de reactie van staatssecretaris Klijnsma op het zwartboek van de FNV “Werken in de bijstand”. De FNV is blij dat de WWB op de agenda staat, maar betreurt het dat Klijnsma klachten over slechte bejegening door gemeenten afdoet als de problemen van een enkeling.
De FNV is blij dat werken in de bijstand op de agenda staat. Er gaat veel mis bij de uitvoering en de commissie is nu in de gelegenheid dit te veranderen.

ENQUÊTE NA ZWARTBOEK


In vervolg op het FNV Zwartboek over werken in de bijstand hebben meerdere FNV Lokaalgroepen via een enquête geïnventariseerd hoe het in hun gemeenten gesteld is. De uitkomsten van de 230 ingevulde enquêtes komen overeen met de resultaten van het zwartboek:
  • er wordt geen maatwerk geboden;
  • de trajecten zijn niet op uitstroom gericht;
  • de begeleiding is onder de maat;
  • er is sprake van verdringing.

MAATREGELEN

In haar brief van 27 mei vraagt de FNV de Kamer de volgende maatregelen te nemen:
  • Een breed onderzoek door de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar hoe gemeenten invulling geven aan werken met behoud van uitkering en de tegenprestatie en of dit in overeenstemming is met de wettelijke kaders.
    Voor gemeenteraden zou het erg behulpzaam zijn als in de publicatie van een dergelijk onderzoek gemeenten bij naam genoemd worden. Gemeenten kunnen zich anders gemakkelijk hullen in anonimiteit.
  • Heldere kaders in de WWB. Bijvoorbeeld hoe lang werken met behoud van uitkering toelaatbaar is. De FNV stelt dat 3 maanden voldoende is, indien er daadwerkelijk een afstand tot de arbeidsmarkt is. Voor bijstandsgerechtigden die jarenlang gewerkt hebben, is werken met behoud van uitkering volstrekt overbodig. Zij dienen een gewoon cao-loon te krijgen wanneer ze werken. Uit de enquêtes blijkt dat de meesten jarenlang gewerkt hebben.
  • Een toets op ‘additionaliteit’ (dus in hoeverre het om ’toegevoegd’ werk gaat), ter voorkoming van verdringing van regulier werk, uitgevoerd door de sociale partners in de sociale werkbedrijven. Werkgevers zien zich geconfronteerd met oneerlijke concurrentie, wanneer commerciële bedrijven gaan werken met bijstandsgerechtigden zonder loon. Werknemers ervaren dat de lonen onder druk komen te staan. Voor werkzoekenden wordt de werkgelegenheid nog krapper, wanneer betaalde banen verdwijnen naar onbetaalde banen.
Lees de volledige brief van de FNV aan de Kamer-commissie (pdf)]]>

vrijdag 26 april 2013

De eerste geluiden van een lobby om het sociaal akkoord in het belang van gemeenten terug te draaien

Vrijdag 26 april schrijven Marcel Canoy, hoofdeconoom Ecorys en hoogleraar economie in Tilburg en
Robert Capel, organisatieadviseur sociale zekerheid een opiniestuk in de Volkskrant waarin duidelijk wordt waar in het nieuwe sociaal akkoord van vakbonden, werkgevers en Rijksoverheid voor de gemeenten de pijn zit. Zij geven aan, dat gemeenten door het sociaal akkoord in grote problemen zullen komen en dat arbeidsgehandicapten er niets aan hebben. Zij vinden het jammer, dat het sociaal akkoord een einde maakt aan de Participatiewet. Ze gaan eerst in op de geschiedenis van de participatiewet en constateren, zoals op deze blog ook is aangegeven, dat het allemaal begonnen is met het rapport van de commissie De Vries in 2008 die arbeidsgehandicapten in het bedrijfsleven aan het werk wilde zetten en het beroep op Wajong en WSW verminderen.

Ze constateren, dat de Participatiewet een van de drie voorgenomen grote decentralisaties was, naast de AWBZ en de jeugdzorg. Ze herhalen de officiele argumenten voor die decentralisaties: dichter bij de mensen kunnen die regelingen beter worden uitgevoerd, en de gemeenten zijn daarvoor geschikt en bouw financiele prikkels in om de gemeenten te stimuleren het goed te doen. De schrijvers van het opiniestuk beweren: ‘De decentralisaties leiden tot een groter beroep op zelfredzaamheid en sociale cohesie en laten zien dat sociaal beleid in samenhang bezien moet worden. Zo doen mensen in de bijstand nu met behoud van uitkering werkervaring op in sociale werkplaatsen’. Ze pleiten dus in mijn ogen voor voortzetting van het beleid, waarbij op gemeentelijk niveau zonder dat er controle op is werkzoekenden naar believen in dwangarbeidsprojecten tewerk kunnen worden gesteld. De ongecontroleerde misstanden die zich daarbij voordoen omdat de gemeenten aan niemand verantwoording verschuldigd zijn en de gemeenteraden hun controlefunctie verwaarlozen worden steeds meer duidelijk. Ook maken de misstanden duidelijk, dat de veel aangehaalde voordelen van decentralisatie naar gemeenten in de praktijk niet bestaan.De schrijvers van het opinieartikel zijn erop tegen dat door het sociaal akkoord deze decentralisatie wordt teruggedraaid. Ze vinden de door hun centrale organisatie gedane belofte van de werkgevers arbeidsgehandicapten in dienst te nemen een loze belofte en zeggen dat de werkgevers niets gaan betalen. Het lijkt mij dat als ze vinden dat de werkgevers dit niet gaan betalen ze dat op lokaal niveau bij invoering van de Participatiewet ook niet gaan doen, de schrijvers pleiten dan ook voor het handhaven van de WSW in een bepaalde vorm van detacheringsmogelijkheden. Uit het artikel wordt mij niet duidelijk waarom de regionale Werkbedrijven, die op regionaal niveau gaan opereren, niet dezelfde functie zouden kunnen hebben als de sociale werkplaatsen nu. De schrijvers van het artikel zetten verschillende redeneringen op die me niet overtuigen.Bovendien gaan ze eraan voorbij dat het idee van 35 arbeidsmarktregio’s door de VNG, DIVOSA zelf gelanceerd is en dat het sociaal akkoord in dat opzicht weinig nieuws bevat, hooguit wat meer inspraak van werkgevers en vakbonden. (Zie artikel de 35 arbeidsmarktregio’s op dit blog)
Daarna noemen de schrijvers het grootste pijnpunt voor de gemeenten dat ik ook al noemde in het commentaar op het sociaal akkoord. De gemeenten moeten de opzet van de regionale Werkbedrijven uit het sociaal akkoord bekostigen, terwijl ze maar beperkte invloed hebben op de besluitvorming aldaar en er niet op budget kan worden gestuurd. Ook zullen ze de subsidies moeten gaan betalen van de arbeidskrachten die niet volledig productief zijn en wellicht voor mensen die met behoud van uitkering werken de uitkering betalen. (Nieuwe vormen van dwangarbeid) De schrijvers constateren: ‘Het sociaal akkoord is een democratisch curiosum en ook een inhoudelijke blamage’. Ze willen er zo snel mogelijk vanaf en blijkbaar terugkeren naar de uitgangspunten van de decentrale participatiewet.
Ook uit dit stuk blijkt weer, dat financiering van en beslissingsbevoegdheid over de regionale werkbedrijven het knelpunt zullen zijn in de onderhandelingen met de gemeenten. En in het verlengde daarvan de voorwaarden waaronder de arbeidskrachten via de Werkbedrijven tewerk worden gesteld en wie dat gaat betalen. Het Rijk wil zijn bezuinigingen binnenhalen, de gemeenten willen een voldoende groot budget en daarover zelf beslissen en ze willen het beleid voortzetten dat kaalslag in de publieke sector kan worden opgevangen met gratis arbeidskrachten en de werkgevers willen zo goedkoop mogelijk uit zijn. (En misschien ook wel gratis arbeidskrachten?). En de vakbonden?

Het is nog onduidelijk in hoeverre vanuit de gemeenten en lobbygroepen van deskundigen een beweging op gang zal komen tegen de fundamenten van het sociaal akkoord op het gebied van de tewerkstelling van arbeidsgehandicapten, hoe vaag het sociaal akkoord daarover ook is. De schrijvers van het artikel in de Volkskrant doen in ieder geval een beroep op de Tweede Kamer het poldermodelgedrocht van het sociaal akkoord af te wijzen.Gezien het bovenstaande is de strijd tegen dwangarbeid, die in verschillende plaatsen in opkomst is, van groter strategisch belang dan het bestrijden van misstanden bij het werken met behoud van uitkering alleen. Het zal van invoed zijn op hoe in de komende onderhandelingen naar aanleiding van het soms vage sociaal akkoord een nieuwe bijstandsachtige, participatiewetachtige regeling tot stand zal komen, wat de uitkeringsvoorwaarden zullen zijn, wat de organisatorische structuur van de arbeidsbemiddeling zal zijn (wie oefent invloed uit op, controleert wat) en wat de rechten van de arbeidsgehandcapten zullen zijn die tewerk worden gesteld.
]]>

donderdag 18 april 2013

35 arbeidsmarktregio's waarin verschillende partijen samenwerken als antwoord op een falend beleid van gemeenten

Op 18 april 2013 verschijnt het rapport ‘Rapportage Werken met beperkingen’ van de Inspectie van het Ministerie SZW. [i]
Uit het rapport: ‘De Inspectie heeft onderzoek verricht naar de vraag in hoeverre UWV en gemeenten er in slagen de vraag naar en het aanbod van uitkeringsgerechtigden met een arbeidsbeperking bij elkaar te brengen. In deze rapportage staan de mensen met een arbeidsbeperking (maar met arbeidsmogelijkheden) uit de WIA, de ZW en de WWB centraal.
Daarbij heeft de inspectie met name onderzoek gedaan naar de begeleiding van deze groepen en de werkgeversbenadering en matching van vraag en aanbod. Het onderzoek vond plaats bij professionals van het UWV en van gemeenten.
De inspectie is van oordeel dat de onderzochte groepen onvoldoende de begeleiding krijgen die zij nodig hebben om aan het werk te komen. De inspectie benoemt de volgende knelpunten: De kenmerken en arbeidsmogelijkheden van een deel van de WIA- en de WWB-uitkeringsgerechtigden met een arbeidsbeperking zijn onvoldoende in beeld. Een actieve werkgeversbenadering voor hen ontbreekt of is nog in ontwikkeling. De aansturing van de WIA en WWB professionals bevat onvoldoende stimulans om mensen met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt naar werk te begeleiden’.Een van de oorzaken van het falend beleid van de gemeenten zou zijn, dat gemeenten geen onderscheid maken tussen mensen met en zonder arbeidshandicap. Vaak wordt ervoor gekozen om mensen zonder een handicap, die goedkoper en gemakkelijker te begeleiden zijn, aan een baan te helpen of althans pogingen daartoe te ondernemen.
De reactie van de staatssecretaris op deze kritiek is vrij nietszeggend en bevat een saillant detail. Zij verwijst naar de nieuwe Participatiewet, waarvan verschillende comentatoren veronderstellen dat die bij het sociaal akkoord van 12 april, dus 6 dagen eerder, van tafel zou zijn, en de quotumregeling, die bij het sociaal akkoord eveneens van de baan was, wordt door de staatssecretaris 6 dagen later als een van de te nemen positieve maatregelen genoemd. Een niet aan de actualiteit aangepaste versie van een beleidsreactie? Of vasthouden an standpunten buiten het sociaal akkoord? Feit is, dat het sociaal akkoord over de Participatiewet vaag is. Het woord wordt niet genoemd en een standpunt over het samenvoegen van Wajong, WWB en WSW wordt niet ingenomen.Blijkens een bericht in Binnenlands Bestuur reageren DIVOSA en VNG geprikkeld. Blijkens hun reactie, die als bijlage bij het rapport is gevoegd, vinden zij een  goede werkgeversdienstverlening van groot belang. Gemeenten en UWV spelen hierbij een sleutelrol. Halverwege 2012 zijn UWV en VNG overeengekomen dat ze de dienstverlening aan werkgevers gaan organiseren vanuit 35 arbeidsmarktregio’s. Deze krijgen één aanspreekpunt waar werkgevers terecht kunnen voor informatie, advies en expertise. In iedere arbeidsmarktregio dienen UWV en gemeenten dit aanspreekpunt gezamenlijk vorm te geven, zo is wettelijk vastgelegd in de Wet SUWI, die per 1 juli 2012 gewijzigd is. Aan de Programmaraad (het samenwerkingsverband van UWV, VNG en Divosa) is voor de jaren 2012 en 2013 een bijdrage beschikbaar gesteld om de samenwerking in de regio’s te stimuleren.
Hieruit blijkt, dat ook het idee van 35 arbeidsmarktregio’s in het sociaal akkoord, die daar als nieuwe afspraken worden gepresenteerd, in feite al oud is en allang in voorbereiding vanuit de VNG en de Rijksoverheid en UWV. Het enige is, dat vakbonden en werkgevers inspraak eisen. Of is er in feite niets nieuws onder de zon?

]]>

maandag 15 april 2013

De forse bezuinigingen bij het UWV, die al in 2011 werden aangekondigd worden gerealiseerd

Hoewel het UWV door de crisis fors meer werk heeft, worden door bezuinigingen toch duizenden banen bij de uitkeringsorganisatie geschrapt. Tot 2018 moet circa 489 miljoen euro worden bespaard. Dit maakte het UWV maandag 15 april bekend. Het aantal arbeidsplaatsen zal worden teruggebracht van 16.600 naar 14.500 in 2018. De dienstverlening aan werkzoekenden moet worden geautomatiseerd en het aantal vestigingen teruggebracht.‘Net als bij veel andere bedrijven wordt bij ons de digitalisering in hoog tempo doorgezet’, stelt bestuursvoorzitter Bruno Bruins. Hierdoor verliezen vooral werknemers in de arbeidsbemiddeling hun baan. Het UWV heeft al 30 van de 68 Werkbedrijfvestigingen gesloten, waardoor reeds zo’n 2000 arbeidsplaatsen zijn verdwenen.Al in 2011 was aangekondigd dat er veel banen geschrapt moesten gaan worden bij de uitkeringsinstantie. Vorig jaar werd echter bekend dat een deel van het overtollig personeel toch weer langer mocht blijven om het groeiende aantal werklozen op te vangen.De effecten van het regeerakkoord van 2012 en het sociaal akkoord van vorige week zijn nog niet in de begroting opgenomen. Deze moeten nog worden uitgewerkt. ‘Het UWV is een politiek gestuurde organisatie. De situatie kan er volgend jaar zo weer anders uitzien’, aldus het UWV.De vakbonden zijn kritisch. Ze weten nog niet waar de klappen gaan vallen, maar ze vrezen een onwerkbare situatie. De werkdruk is nu al enorm hoog; op sommige plekken bij het UWV zie je al dat het ziekteverzuim is opgelopen tot boven de 10 procent’, zegt CNV-bestuurder Debbie Ritsma. De vakbond roept de overheid op om te stoppen met bezuinigen op de uitkeringsinstantie.]]>

zaterdag 13 april 2013

Er is nog lang geen akkoord met het sociaal akkoord.

Het ledenparlement van de FNV stemde twee dagen na sluiting van het sociaal akkoord positief over dit akkoord. Onderstaande tekst is de volgende dag geschreven.Het ledenparlement van de FNV heeft gisteren ingestemd met het sociaal akkoord. In een eerder artikel heb ik geschreven, dat dit akkoord bijzonder vaag is over wat er moet gebeuren met de Participatiewet. Het ziet ernaar uit, dat na het sociaal akkoord deze wet die al in kannen en kruiken was, toch weer in de ijskast wordt gezet, waarbij men met frisse moed alle onderhandelingen opnieuw begint. In de Participatiewet werden bijstand, Wajong en WSW samengevoegd. Dit betekende, dat voor iedereen die als werkzoekende of arbeidsongeschikte een beroep moest doen op deze wet een middelentoets werd ingevoerd. Er zijn nu nog 350.000 mensen in de bijstand, maar met de nieuwe Participatiewet zouden op den duur nog vele honderdduizenden meer onder dezelfde voorwaarden moeten leven. Vermogenstoets, partnertoets, toets op extra inkomen en dus strenge mensonterende controles middels huisbezoeken en maatregelen als het leveren van een tegenprestatie voor je uitkering (dwangarbeid). WSW-ers hebben nu nog een cao loon, en Wajongers hebben een geïndividualiseerde uitkering zonder partner en vermogenstoets. Bij invoering van de nieuwe Participatiewet zoals die er nu ligt zou voor nieuwe groepen van vele honderdduizenden dus een middelentoets wordt ingevoerd, en de nieuwe Participatiewet wilde mensen aan het werk zetten ook in het reguliere bedrijfsleven, onder het minimumloon of zelfs geheel gratis (werken met behoud bam uitkering). Het betekende dat op den duur vele honderdduizenden meer zouden moeten leven onder een onleefbaar bijstandsachtig regime, ook al hebben ze geen kansen op de arbeidsmarkt, waarbij de invoering van de Participatiewet in feite een creatie en legalisering was van een tamelijk rechteloze onderklasse zonder perspectieven. De vraag doet zich voor, of de vakbonden bij de onderhandelingen die nu weer opnieuw beginnen medeverantwoordelijk worden hiervoor en meer nog – of ze medeverantwoordelijk worden voor het nu al bestaande repressieve systeem van de uitvoeringsorganisaties om die onderklasse er ook inderdaad onder te houden.
Plan van het sociaal akkoord
Het sociaal akkoord is bijzonder vaag over wat er moet gebeuren, en je moet echt tussen de regels doorlezen om uit te vinden wat ze nu eigenlijk willen in dit compromis, maar volgens mij staat de sociale partners het volgende plan voor ogen. De bijstand, de WSW en de Wajong blijven naast elkaar bestaan. Maar daar zijn ze vaag over. Nu nog is het UWV verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wajong. Dit moet veranderen. De gemeenten moeten ook verantwoordelijk worden voor de uitvoering van de Wajong, zoals ze nu al verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de WSW en de bijstand. De gemeenten krijgen dan 1 ongedeeld budget voor de uitvoering van die 3 regelingen. Daarmee wordt bijvoorbeeld voorkomen, dat verschillende instanties met verschillende financieringsstromen de verantwoordelijkheden afschuiven naar een ander. (Van de Wajong bij het UWV naar de bijstand bij de gemeenten en omgekeerd). Op verschillende plaatsen wordt in het sociaal akkoord genoemd dat dit een groot nadeel is van de huidige situatie. En-belangrijk voor de vakbonden- de mogelijkheid blijft bestaan, dat een deel van de arbeidsongeschikten die niet verzekerd waren voor de werknemersverzekeringen toch in een regeling terecht kunnen komen die geïndividualiseerd is en waar geen middelentoets bestaat. Maar zo duidelijk staat het niet in het sociaal akkoord. Laten we er dus maar eens de kabinetsbrief bijhalen, die de regering naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Daarin wordt in ieder geval duidelijk, dat de Participatiewet in zijn huidige vorm er niet komt en dat de invoering inderdaad opschuift naar 2015 en niet op 1 januari 2014 wordt ingevoerd. Hierover had ik nog twijfels bij alleen lezing van het sociaal akkoord. De regering gebruikt hetzelfde argument als de sociale partners dat er wat moet veranderen: nu schuiven teveel instanties die over verschillende financieringsstromen gaan verantwoordelijkheden op elkaar af. Maar het kabinet geeft daarbij uitdrukkelijk aan, dat de huidige regelingen vergaand zullen moeten worden ‘gestroomlijnd”. Dus dat de huidige regelingen WSW, Wajong en bijstand moeten worden gewijzigd. Hoe of wat wordt weer niets over gezegd. Het is duidelijk dat tussen de sociale partners onderling en met de regering hierover nog lang geen overeenstemming bestaat. Ook over andere belangrijke punten bestaat geen overeenstemming.
Het voorstel van de sociale partners is, dat het UWV in zijn huidige vorm wordt opgeheven en opgaat in een Rijksinstituut, waarin ook het CIZ opgaat, dat alle keuringen van mensen organiseert en uitvoert voor een veelheid van wetten en regelingen. (bijstand, Wajong, AWBZ, WMO, etc.) Daardoor hebben de mensen nog maar met 1 keuringsinstantie en 1 eenduidige keuring te maken. Daarmee wordt voorkomen dat er een wildgroei op lokaal niveau ontstaat van een veelheid van strenge en minder strenge keuringscriteria en bijvoorbeeld de belachelijke situatie waarin iemand zich kan bevinden die bij de ene instantie arbeidsongeschikt wordt verklaar den bij de andere niet. Hierover bestaat ook geen akkoord. Het kabinet zegt zuinigjes dit voorstel te zullen ‘onderzoeken’.
Maar nu komt het. In het plan van de sociale partners dat ik hierboven heb beschreven maar dat dus niet zo duidelijk in het sociaal akkoord staat, worden de gemeenten wel volledig financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van die 3 regelingen maar ze verliezen een deel van de zeggenschap over de centen. Sociale partners willen, dat zij bij de besteding ervan ook een flinke vinger in de pap krijgen, vooral over de besteding van de reintegratie gelden, die nu nog aan ieder van de 3 regelingen verbonden zijn. Deze reintegratiegelden moeten worden ingebracht in op te richten 35 regionale Werkpleinen en 35 op te richten Werkbedrijven, waar- daarover is het sociaal akkoord tegenstrijdig- in ieder geval de werkgevers en de wethouders uit de regio samenwerken en overleggen over de doelstellingen van het re-integratiebeleid, de voorwaarden waaronder mensen in trajecten worden geplaatst en de controle daarop. En wellicht worden ook de vakbonden hierbij betrokken. De invloed van de sociale partners zal in deze structuur niet gering zijn. Zij gaan op sectoraal niveau afspraken maken over re-integratie en arbeidsmarktbeleid en het begeleiden van mensen van werk naar werk. Het regionaal beleid- uitgevoerd in de 35 regionale Werkpleinen waar ook de gezamenlijke regionale gemeenten iets te zeggen hebben) moet afgestemd worden op dit sectorale beleid.
Gaat dit gebeuren?
Als inzet hebben de werkgevers, dat ook zij bereid zullen moeten zijn afspraken te maken met gemeenten over de inzet van financiële middelen voor de Werkpleinen. Maar zeker de grote gemeenten, die nu nog alleen de zeggenschap hebben over de WSW en de bijstand, zowel het inkomensdeel als het werkdeel, en die bij een effectief uitstroombeleid de revenuen in eigen zak steken zullen niet gauw bereid zijn hun positie op te geven. In de Stichting van de Arbeid is de ‘Werkkamer’ opgericht, waarin werkgevers en werknemers met de VNG tot een akkoord hopen te komen. Op korte termijn wil men dat zelfs al, binnen een paar maanden. Als inzet hebben de sociale partners ook, dat ze hebben afgesproken met het kabinet dat er strengere keuringen komen voor Wajongers, waarbij ook het zittende bestand zal worden herkeurd, terwijl nota bene op basis van de Participatiewet door de regering was besloten, dat het zittende bestand nu volledig arbeidsongeschikt verklaarde Wajongers niet zou worden herkeurd en dat zij hun Wajong zouden behouden. Op deze wijze hopen de sociale partners wellicht tegemoet te komen aan de eis van de regering, dat bij de reorganisatie van de regelingen een fors bedrag aan bezuinigingen wordt gerealiseerd.
De soap wordt voortgezet
Vooruitlopend of eigenlijk in plaats van een fundamentele reorganisatie van een regeling voor mensen met een minimuminkomen is vanaf 2008 in de bestaande wetgeving een reeks van wijzigingen en bezuinigingen doorgevoerd. Het is al begonnen in 2008 met de voorstellen van de zogenaamde commissie De Vries over de WSW. Daarna kwamen de voorstellen van de VVD over wat zij ook de Participatiewet noemden en in het najaar van 2010 werd een ‘programmateam’ geïnstalleerd bij het ministerie van Sociale Zaken die wat toen de Wet Werken naar Vermogen heette moest voorbereiden. Moeizame onderhandelingen met de gemeenten hebben toen in feite niet geleid tot een akkoord. Het nieuwe kabinet heeft de contouren van de WWNV overgenomen en daar een quoteringsregeling voor werkgevers aan toegevoegd, die hen zou verplichten een bepaald percentage arbeidsgehandicapten in dienst te nemen. Dat en in feite de gehele Participatiewet is inmiddels weer van tafel. Nieuwe wetgeving komt er in ieder geval niet voor 1 januari 2015. En dan is het weer tijd voor nieuwe verkiezingen zullen we maar zeggen.]]>

donderdag 11 april 2013

Wat zegt het sociaal akkoord over de nieuwe Participatiewet? Komt die er nu wel of niet?

11 april 2013 bereikten de sociale partners en het kabinet een sociaal akkoord. De tekst werd direct daarna gepubliceerd op internet. Onderstaande tekst is vlak daarna geschreven.

In het sociaal akkoord trekken de samenstellers een grote broek aan. Ze vinden het een historisch akkoord, al wordt dat niet zo gezegd. Impliciet verwijst men in de inleiding naar het historische akkoord van Wassenaar uit 1982. ‘’We kunnen ons in termen van welvaart, inkomen en productiviteit meten met de best presterende landen ter wereld. Dit is mede te danken aan structurele hervormingen in de afgelopen decennia op de markten van goederen, diensten en arbeid. Hervormingen waarvoor de basis is gelegd in de overlegeconomie”.

Lezing van het sociaal akkoord levert op, dat de lezer met veel nieuwe maar soms vage plannen wordt geconfronteerd, met name op het gebied van het arbeidsmarktbeleid en de opzet van instituties die het arbeidsmarktgebeuren moeten structureren, op het gebied van de flexibilisering van de arbeidsrelaties en de ontslagbescherming en de opzet van de Wet Werkloosheid (WW). Ondanks de uitgebreide behandeling van deze onderwerpen blijft het vaag wat de gevolgen van het sociaal akkoord zullen zijn voor mensen in de Wajong, de WSW en de bijstand. De regering heeft de nieuwe Participatiewet in voorbereiding, maar dit woord komt in de tekst van het sociaal akkoord niet voor. Tussen de regels door kun je het een en ander opmaken over hoe de sociale partners daarover denken. De participatiewet heeft de bedoeling, bijstand, Wajong en WSW samen te voegen in een wet en door middel van werken met behoud van uitkering (dwangarbeid) , loondispensatie, subsidiering van werkgevers en andere arbeidsmarktinstrumenten te pogen werkzoekenden met of zonder handicap aan het werk te krijgen. Daarbij worden de gemeenten verantwoordelijk voor uitvoering van de wet. Van dit laatste neemt het sociaal akkoord duidelijk afstand. Wat betreft het arbeidsmarktinstrumentarium (nu het werkdeel van de WWB dat door gemeenten wordt uitgevoerd) moeten er op regionaal niveau publiek-private samenwerkingsvormen komen en wel landelijk gezien 35 Werkpleinen en 35 Werkbedrijven. Op de Werkpleinen moeten de werkzoekenden worden begeleid die geen handicap hebben en een WWB of WW uitkering hebben. In de werkbedrijven worden Wajongers en WSW-ers tewerk gesteld. Op de Werkpleinen werken regionale werkgevers, vakbondsbestuurders en wethouders van gemeenten in de regio samen om een regionaal arbeidsmarktbeleid tot stand te brengen en een verknoping te bewerkstelligen tussen sectorafspraken van werkgevers en werknemers (in de bouw, de metaal, de schoonmaak, etc., vroeger bedrijfstakken genoemd) en het regionaal arbeidsmarktbeleid van de Werkpleinen. Dit laatste is een antwoord op de veelgehoorde klacht, dat sectorale afspraken op dit moment totaal niet aansluiten op een arbeidsmarktbeleid of arbeidsbemiddelingsbeleid dat door de gemeenten wordt ontwikkeld. De gelden die nu het werkdeel van de WWB zijn zullen voor de Werkpleinen moeten worden ingezet. De gemeenten blijven dus niet meer alleen verantwoordelijk voor de inzet van die gelden. De werkgevers en de vakbonden krijgen een flinke vinger in de pap. Dat is ook het geval bij de Werkbedrijven, die dezelfde samenwerkingsstructuur krijgen als de Werkpleinen, terwijl nu de gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de WSW.

Tussen de regels

Uit het bovenstaande blijkt al, dat de samenstellers van de tekst van het sociaal akkoord er tussen de regels door van uitgaan, dat WSW, Wajong en WWB naast elkaar blijven bestaan. In de inleiding wordt er nadrukkelijk op gewezen, dat wij in Nederland oorspronkelijk een onderscheid kenden tussen volksverzekeringen, werknemersverzekeringen (waarvoor vakbonden en werkgevers qua uitvoering verantwoordelijk waren) en sociale voorzieningen. De werknemersverzekeringen werden gefinancierd door premies van werkenden, de sociale voorzieningen uit de belastingen. In de loop van de tijd zijn deze onderscheidingen vager geworden, oa door fiscalisering van de WW en veranderingen in de ziektewet. Het sociaal akkoord wil terug naar bovengenoemd helder onderscheid. “ Nodig is een consistente ordening van de verantwoordelijkheden voor de sociale zekerheid, met een helder afgebakend onderscheid tussen volksverzekeringen, werknemersverzekeringen en sociale voorzieningen (met middelengetoetste uitkeringen). Daarbij fungeren werknemersverzekeringen als risicoverzekeringen. Zij zijn in eerste instantie gericht op de compensatie van schade als gevolg van het intreden en voortbestaan van sociale risico’s zoals werkloosheid en arbeidsongeschiktheid”. In het sociaal akkoord heeft dat meteen al gevolgen voor de financiering van de WW: dat moet weer meer een risicoverzekering worden gefinancierd uit oa premies van de werknemers. Maar ik lees er ook in- ik kan me vergissen- dat daarom samenvoeging van Wajong, WSW en bijstand niet wordt goedgekeurd. De Wajong is een volskverzekeringsachtige regeling, zonder middelentoets, de bijstand is een sociale voorziening met middelentoets. In het sociaal akkoord staat: “In de praktijk stellen sociale partners, vast dat er steeds meer sprake is van vervaging tussen werknemersverzekeringen, volksverzekeringen en voorzieningen. Daardoor is sprake van een diffuse verdeling van verantwoordelijkheden en worden verantwoordelijkheden niet (volledig) gedragen of mogelijk afgewenteld. Het blijkt echter ook, dat men er wat de participatiewet nog niet uit is, al wordt dat niet expliciet zo gezegd. “gelet op de complexiteit van dit vraagstuk en de nauwe samenhang met de overheidsfinancien zullen sociale partners naar aanleiding van een gerichte adviesaanvraag van het kabinet meewerken aan een voor 1 mei 2014 uit te brengen advies over een consistente ordening van de verantwoordelijkheden van de sociale zekerheid”.

Wordt de Wajong nu wel of niet afgeschaft?

Maar dan stuiten we op bladzijde 13. En dan weet ik het niet meer. Ik heb de bladzijde vier keer gelezen en ik kan niet concluderen of de Wajong nu wel of niet moet worden afgeschaft en of de WSW, de Wajong en de Bijstand nu wel of niet moeten worden samengevoegd. Het staat er niet in. Eerst wordt geconstateerd dat bij “ongewijzigd beleid” het aantal Wajongers zal toenemen van ruim 200.000 in 2013 tot ruim 400.000 in 2040. Men zegt dat deze groei moet worden omgebogen. Hoe? “er kan niet meer worden volstaan met het verstrekken van een vaak levenslange minimumuitkering (welke?) aan werknemers met een beperking. Men wil de mensen met een functiebeperking aan het werk hebben en zo de groei van het aantal Wajongers tegengaan. In de tweede alinea wordt het helemaal vaag. “per 1 januari 2015 komt er nieuwe wetgeving gericht op werken met een functiebeperking”. Ik snap het niet. De nieuwe participatiewet zou toch 1 januari 2014 ingaan, waarin dit geregeld is?. Of wordt gedoeld op andere wetgeving? Of vindt men dat de nieuwe regelingen een jaar moeten worden uitgesteld? Dan: “De verantwoordelijkheid voor het aan het werk helpen en houden van Wajongers en SW-ers is voortaan voor rekening van 35 regionale Werkbedrijven. Wethouders en regionale werkgevers worden hiervoor bestuurlijk verantwoordelijk.”. De vakbonden zijn hier plotseling wat dit betreft uit beeld verdwenen. En dan: “Gemeenten ontvangen van de rijksoverheid een totaalbudget voor de uitvoering van de WWB, SW en Wajong. Daaruit bekostigen zij hun aandeel van de activiteiten van het regionale Werkbedrijf”. Zorgvuldig wordt de term “participatiewet” vermeden en gesproken over drie afzonderlijke regelingen. Conclusie: ik kan er wat betreft bijstandsgerechtigden, Wajongers en WSW-ers geen spek van brouwen. Ook over de loondispensatie en het werken met behoud van uitkering wordt helemaal niets gezegd. Wel komen op bladzijde 36 projecten aan de orde waar gewerkt gaat worden met “mentorbanen, stage banen, snuffelbanen in een andere sector en dergelijke”.

Het schijnt dat de stichting van de Arbeid mbt dit soort banen een uitwerking heeft opgesteld. Het sociaal akkoord is in veel opzichten een vagetekst, waar je alle kanten mee uit kunt. Een historisch akkoord op basis van een springlevend poldermodel, waarin de sociale vrede hoog in het vaandel staat?. Slechts een tussenfase in een zich chronisch voortslepende en verlammende machtsstrijd aan de onderhandelingstafel en in wandelgangen, van een reeks belangenorganisaties, instituties, werkgevers en verschillende bestuurslagen bij de overheid over hoe verarming moet worden bestreden en de maatregelen die mbt de mensen op een minimaal inkomen (werkenden en uitkeringsgerechtigden) moeten worden genomen en wie daarbij de macht krijgt over de uitvoering en vooral: het geld. Deze machtsstrijd- waar bestuurders van verschillende politieke kleur in verschillende functies jarenlang een rol spelen, zoals Marco Florijn, eerst onderhandelaar namens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten VNG en nu wethouder in Rotterdam, duurt nu al minstens twee jaar. Het is begonnen toen voor het eerst de reorganisatie van regelingen voor de minima onder het vorige kabinet op de politieke agenda kwam. Daarbij hebben de rechtse krachten door het in de publiciteit brengen van schandalige aantijgingen in de richting van de verarmden en een voortdurende stroom van incidentele maatregelen in het verengde daarvan zoals de invoering van de huisbezoeken en de invoering van een generieke tegenprestatie voor je bijstandsuitkering, politiek de overhand. Deze situatie kan zonder protest van de mensen die getroffen worden nog jaren voortduren. Werkgevers en werknemers denken zoals we zagen in de zomer van 2014 een advies uit te brengen over verdeling van verantwoordelijkheden……… De instituties en verschillend lagen bij de overheid strijden om de macht en het geld ter wille van hun eigen voortbestaan, de mensen die in armoede leven hebben het nakijken. Piet van der Lende]]>

donderdag 4 april 2013

Vraag om onafhankelijk onderzoek naar decentralisaties. Een tijdbommetje onder de voornemens?

Op 26 maart jl. heeft de Tweede Kamer de motie Schouw aangenomen.  [i]Daarmee wordt de regering verzocht onderzoek te laten doen door een onafhankelijke partij, bijvoorbeeld het CPB en/of het SCP, naar de financiële risico’s en uitvoeringsrisico’s van de decentralisaties, en in dit onderzoek aandacht te besteden aan de mogelijkheden deze risico’s te ondervangen en bij de uitvoering aan te pakken. Wel is de voorwaarde daarbij dat dit onderzoek niet tot vertraging van het decentralisatieproces mag leiden.
Tweede Kamerlid Gerard Schouw van D’66 meldde na stemming dat hij binnen twee weken van het kabinet een brief wil ontvangen over de vraag hoe het de motie zal uitvoeren, of de VNG daarbij betrokken is en hoeveel tijd het kabinet daarvoor denkt te nemen.
Daarop reageerde minister Plasterk met een brief, waarin hij aangeeft dat hij voor de uitwerking van de beantwoording van de motie enige tijd langer nodig denk te hebben dan de twee weken die Gerard Schouw het kabinet gegeven heeft. De minister stelt, dat hij verwacht voor eind april het antwoord op de motie te kunnen toesturen. [ii]De brief is voor kennisgeving aangenomen in de procedurevergadering van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van 18 april.
Gerard Schouw heeft mondeling ook gezegd, dat hij verwacht dat het onderzoek voor de zomer gereed is. Gemeenten willen de taken werk, zorg en jeugd overnemen, zoals voorzien zijn dit de 3 grote decentralisaties, maar de gemeenten maken zich bij de onderhandelingen grote zorgen over de financiele en organisatorische gevolgen. In Binnenlands Bestuur staat het bericht, dat de taken straks met fikse kortingen bij de gemeenten worden gelegd.  Kamerlid Schouw wil weten wat de uitvoeringsrisico’s en financiele risico’s zijn van decentraliseren op deze manier.
Wellicht dat de politiek hiermee werkt aan een tijdbom onder de voorgenomen decentralisaties. Het is van te voren uiteraard onduidelijk wat de conclusies zullen zijn van dit onderzoek en vooral wat de conclusies zullen zijn over de voorgenomen bezuinigingen in combinatie met decentralisaties. Bovendien moeten blijkens de opdracht aan het onderzoeksbureau die de Tweede Kamer heeft geformuleerd ook de organisatorische gevolgen worden geanalyseerd.  En hiermee komen de gevolgen van de afspraken in het sociaal akkoord met werkgevers en vakbonden  weer om de hoek kijken. Het onderzoek zal een rol gaan spelen in de onderhandelingen tussen de verschillende partijen en er wordt op deze manier een onzekerheidsfactor ingebouwd gezien vanuit de regering.  Ik ben benieuwd of minister Plasterk eind april inderdaad met een reactie komt en wat die zal zijn. In een kamerdebat had hij toegezegd dat het onderzoek er zou komen. Maar toen was er nog geen sociaal akkoord.


[i] Kamerstuk 33 400 B/33 400 C, nr. 13
[ii] Brief minister Plasterk 33400-B-14

]]>