pagina's

zaterdag 9 augustus 2014

Marktwerking


Zoiets heet marktwerking. Je hebt contracten voor lange tijd met vaste prijzen, en wat er ook gebeurt, de consument blijft evenveel betalen of meer. Ook al zwellen de tomatenbergen en komkommerhopen tot onoverzienbare hoeveel heden aan. Nee, heel efficient die marktwerking. Bij toename van het aanbod daalt de prijs. Niet dus. En dus ook niet in de gezondheidszorg, bij de huizenprijzen, etc. Ik herinner mij van den Brink uit het verleden, tijdens de varkenspest, die leider en woordvoerder was van de varkensboeren. Die varkensboeren profiteerden van de torenhoge tolmuren aan de grenzen van de EEG. Maar Van den Brink durfde toen ook het woord marktwerking in de mond te nemen. Ik snap nu wat hij bedoelt. Marktwerking, dat is handelsoorlogen met Rusland, tolmuren, speculatie, riante bonussen voor een minderheid en langdurige contracten met vaste prijzen waar vraag en aanbod geen invloed op hebben. Dus marktwerking is een machtsstrijd om het grootste deel van de koek. Weg met marktwerking!


]]>

vrijdag 8 augustus 2014

Subsidiepolitiek


Dit schandelijk gedrag van de VVD in Amsterdam maakt maar weer eens duidelijk dat als belangenorganisatie subsidie aanvragen bij de overheid en in het bijzonder de Amsterdamse overheid niet vrijblijvend is. Je moet passen in het politieke vaarwater, een soort grootste gemene deler, van de politieke partijen in de gemeenteraad. Subsidiegeld gebruiken om actie te voeren tegen diezelfde overheid zoals in de tachtiger en misschien negentiger jaren nog kon, gaat niet zonder gevolgen meer. Je kunt niet echt onafhankelijk opereren, en dat is in toenemende mate zo. Linkse belangengroepen of actiegroepen die bestaan dankzij subsidies van de staat moeten zich maar eens goed achter hun oren krabben of ze voor hun voortbestaan wel een exit strategie hebben om een autonome organisatie te blijven. Het zegt ook iets over de positie van de talloze dik gesubsidieerde clientenraden en andere adviesorganen van de overheid. Je kunt niet meer echt onafhankelijk opereren.]]>

dinsdag 5 augustus 2014

De wereld besturen met je gedachten


Je kunt het ook als brilletje krijgen om je hoofd. Wel een geinig ding vind ik. Je denkt: de televisie gaat nu aan. En dan gaat de televisie aan. Of je hebt een hekel aan iemand, bijvoorbeeld je klantmanager bij de sociale dienst, en je denkt: hij zakt nu door zijn stoel. En dan zakt ie door zijn stoel. Maar het kan ook problemen opleveren. Zo heb ik in de trein wel eens de neiging moeten onderdrukken om aan de noodrem te trekken. Maar als je er met zo’n brilletje op je hoofd alleen maar aan denkt, maakt de trein een noodstop. Het opent onvoorziene mogelijkheden. Zo zijn er in het verleden wel spiritueel ingestelde mensen geweest die het initiatief namen tot een soort collectieve meditatie om de revolutie te bevorderen. Met weinig resultaat. Ook zijn er de voodoo praktijken. Maar nu hebben we zo’n brilletje. Als maar genoeg mensen met het brilletje op hun hoofd denken: de revolutie gaat nu beginnen dan is het zo gepiept. Hoewel, het zal wel weer zo zijn dat de rechtse neoliberalen straks wel zo’n bril kunnen betalen en wij arme linkse actievoerders niet. Nou, dan wordt het pas echt vreselijk hoor. ]]>

donderdag 31 juli 2014

Vliegtuiglawaai


Zelf heb ik steeds meer last van vliegtuiglawaai, want sinds een half jaar is het lawaai boven de stad bijna degelijks zowel ’s morgens als ’s avonds en ik zit precies onder een corridor van aanvliegende tuigen. Weliswaar moet het lawaai boven de stad Amsterdam beperkt worden, maar daar trekken ze zich niks van aan, sinds een half jaar. Steeds worden berichten verspreid dat het tijdelijk is, omdat die en die baan even schoongemaakt moet worden, of omdat de wind tijdelijk even ongunstig is, maar dat is onzin. Vanuit en naar Schiphol vliegt men sinds een half jaar structureel dagelijks boven de stad. Mensen van buiten Amsterdam die ik erop wijs en die van die vliegtuigen gebruik maken, hebben soms als reactie: dan ga je toch verhuizen? Je kunt wonen waar je wilt. Nou, dat het in veel landelijker plaatsen ook niet pluis is wat lawaai betreft blijkt wel uit onderstaand bericht. Slepende burenruzies in ydillische oorden zijn het gevolg.]]>

maandag 21 juli 2014

donderdag 17 juli 2014

Gemeente huurt premiejagers in


Het doet me een beetje aan Wild West films denken. Dan had je ook de good guy en de bad guy. En op het hoofd van die bad guy werd dan een premie gezet. Wie hem ‘dead or alive’ kon opsporen kreeg de premie. Dit is hetzelfde principe. Straks gaan we nog premies invoeren voor burgers, die vermeend frauderende bijstandsgerechtigden melden. Daar kun je dan als premiejager geld mee verdienen. Dit zet de deur wagenwijd open naar nog meer misbruik dan al het geval is bij de bestaande sociale recherche. Als motivatie voor de gemeente wordt opgevoerd dat bijstand alleen is voor ‘wie het echt nodig hebben’. Zie voor een analyse van deze sociaal-democratische repressiestaat en de ideologische onderbouwing ervan mijn artikel op deze weblog op 03-07-2014 te vinden over de ideologische bezweringsforumles van een vastgelopen sociaal-democratie]]>

woensdag 16 juli 2014

Bromfiets

Heel gesprek gevoerd met iemand die wereld wil verbeteren. Dat wil ik ook, dus dat komt goed uit. Dus eh… Citaat uit het gesprek: Ik heb een bromfiets. Ook zoiets. Tegenwoordig heeft de politie een autootje met een rollerbank en daar zetten ze die bromfiets dan op. Alsof ze niks anders te doen hebben. Ik heb mijn hele leven hard gewerkt en ben nu 67. Nu moet ik van 2500 euro inclusief AOW 1000 euro belasting betalen. Waar lijkt dat op. Dus die agent zegt tegen me: meneer uw brommer kan wel 65. U krijgt een bekeuring. Ik zeg tegen die agent: neem nou twee fietsen. Een gewone en een racefiets. Die gewone fiets rij je misschien 25 km per uur. Op die racefiets kun je wel 45. Krijgt die racer dan ook een bekeuring? Er stond een motoragent bij. Ik zeg tegen die motoragent hoe hard kan jouw motor. 180 zegt die agent. Ik zeg: dan geef ik jou nou een bekeuring, want je mag binnen de bebouwde kom maar 50. Kijk, als ze mij op heterdaad betrappen, dat ik harder dan 40 rij, dat is wat anders. Maar dit. En ondertussen worden 50 meter verder allerlei auto´s opengebroken en daar doen ze niets aan.]]>

maandag 14 juli 2014

Innovatiestrateeg


Op twitter noemt iemand zichzelf ‘innovatiestrateeg’. Zal wel met ’transitie’ te maken hebben.]]>

vrijdag 11 juli 2014

Wie is Matthieu Weggeman?

Merkwaardig. Hoe komt zo’n bericht in de Volkskrant terecht. Wie is Matthieu Weggeman? EEN lid van de Raad voor cultuur. De publieke omroepen zouden te links zijn. Alleen Powned laat een tegengeluid horen, zegt hij. Zijn de uitspraken van die man zo belangrijk om een heel artikel aan te wijden? O, wacht even kijken in wikipedia. Weggeman was vroeger consultant bij Twynstra Gudde en adviseur van de raad van bestuur van Philips. Bij dat laatste bedrijf werkte hij onder andere met C.K. Prahalad. Nu is hij een Nederlands bedrijfskundige, organisatieadviseur, en hoogleraar organisatiekunde aan de Technische Universiteit Eindhoven. Het ziet ernaar uit dat de riool journalistiek die de VVD en de PVV steunt er een belangrijke lobbyist bij heeft, met dank aan de Volkskrant en het bedrijfsleven. Het artikel kan ik helaas niet linken want dan krijg ik de mededeling ’technisch onderhoud’. Misschien technici bij de Volkskrant die er iets anders over denken?]]>

donderdag 3 juli 2014

De ideologische bezweringsformules van een vastgelopen sociaaldemocratie

De Nederlandse sociaal-democratie van de Partij van de Arbeid schijnt het moeilijk te hebben. Grote verliezen bij de gemeenteraads- en Europese verkiezingen, en op het kabinet-Rutte kunnen ze niet echt hun stempel drukken. Maatregel na maatregel wordt genomen – door de sociaal-democraten Asscher en Klijnsma – die de armen armer en de rijken rijker maken. Het WRR-rapport “Hoe ongelijk is Nederland?” schetst de gevolgen.Velen waarschuwen ervoor dat de hervormingen in de zorg en de sociale zekerheid, met name de nieuwe Participatiewet, tot vele situaties zal leiden waarbij mensen jarenlang gaan leven beneden het voor ons land geldende bestaansminimum. Nu al horen we bij de Amsterdamse Bijstandsbond steeds meer van mensen die voor een bestaan beneden het absolute minimum kiezen, omdat de vernederende gang naar de bijstand hen teveel is. Strenge controles, op tafel leggen van je privéleven, dwangarbeid, huisbezoeken van twee controleurs die de kasten open willen zien, steeds maar doorvragen over je leefsituatie en je relaties, kortom het inmiddels tot volle wasdom gekomen sociaal panopticum waaronder mensen in de bijstand moeten leven, maakt dat velen maar van een aanvraag voor bijstand afzien. Een sociaal panopticum dat overigens onder invloed van bureaucratische wetmatigheden deel gaat uitmaken van een soort totaal panopticum voor de hele bevolking. Het sociaal panopticum voor mensen in de bijstand vloeit samen met bureaucratische controlesystemen voor de regulering van migratiestromen, en toepassing van de modernste technieken bij databanken voor de opslag van gegevens van alle burgers, die dagelijks in hun doen en laten worden geregistreerd. Daar worden dan vervolgens statistische analyses op toegepast om de kans op criminaliteit of fraude van burgers van te voren in te schatten en daarbij preventief op te treden en in te grijpen. Ook al heb je niets verkeerds gedaan, je bent bij voorbaat verdacht. Aan de andere kant stijgt de werkloosheid: velen moeten dan maar door bij hun ouders te gaan wonen (als die er nog zijn) of door zwart werk of hosselen of het verkopen van de daklozenkrant en andere informele activiteiten de eindjes aan elkaar knopen. Tot deze categorie behoort ook een groeiende groep zzp-ers die in feite beneden het bestaansminimum leven, maar door periodiek terugkerende tijdelijke opdrachten en zeer zuinig leven een beroep op de bijstand weten te voorkomen.Onzichtbaar gemaakte mensenDeze groeiende groep aan de onderkant van de samenleving blijft bij de officiële onderzoeken grotendeels buiten beschouwing. Voor de beleidsmakers bestaan die mensen eenvoudigweg niet. Tegenover de geavanceerde technieken om alles en iedereen te volgen en te registreren staat een schrijnende onwetendheid van de beleidsmakers over de effecten van hun beleid. Velen proberen aan het allesomvattende panopticum te ontsnappen. Duizenden jongeren zijn spoorloos in de databanken van de overheid en de statistieken. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de beleidsmakers het ook niet willen weten. Het confronteert hen met het falen van hun beleid en de negatieve gevolgen ervan. Alles is gericht op uitstroom uit de bijstand of inperking van migratie voor mensen die economisch-materieel gezien niet nuttig zijn om winst mee te maken. Een constante propagandastroom van berichten van lagere en hogere overheden over uitstroomcijfers die niet zijn onderbouwd, moet verhullen dat de beleidsmakers oogkleppen op hebben. Hoe heeft het zover kunnen komen, of beter nog, hoe kan het dat sociaal-democraten niet alleen compromissen sluiten met de liberalen, maar ook actief meewerken aan het ontstaan van deze situatie en zelfs voorop lopen bij het nemen van repressieve maatregelen? En dus in feite geen tegenwicht meer vormen voor het op zijn minst temperen van de groeiende kloof tussen arm en rijk in het kapitalisme en de ontwikkeling naar een politiestaat?De opkomst van het doorgeschoten liberalismeOver de opkomst van het liberalisme is al veel geschreven. Ook over de geschiedenis van die opkomst sinds Ronald Reagan en Margaret Thatcher. De oude welvaartsstaten in de westerse landen moesten worden afgebroken en vervangen door een marktsysteem waarbij overheidsvoorzieningen werden geprivatiseerd en normen werden gesteld voor de overheidsuitgaven op basis van bezuinigingen. In het kader van de Europese Unie werd voor de Europese landen een begrotingsdiscipline ingevoerd, die hen beroofde van diverse economische instrumenten om crises te bezweren. Bedrijven moesten meer winst maken door belastingverlagingen, flexibilisering van de arbeid en lastenverlagingen (in de praktijk: belastingverlagingen voor de rijken) zodat, aldus de redenering, meer bedrijven een grotere economische groei zouden realiseren waarbij de welvaart zou toenemen en er meer arbeidsplaatsen zouden komen voor de vele werklozen. Een win-win situatie! Meer marktwerking, de productie overlaten aan het privékapitaal, zou tot meer welvaart voor allen leiden.Van dit mooie droombeeld waaraan de liberalen en nu ook de sociaal-democraten in de regering-Rutte hardnekkig vasthouden, is in veel opzichten weinig terechtgekomen. In werkelijkheid heeft de afbraak van de overheidsvoorzieningen, als bescherming voor de mensen die in economisch opzicht zwakker staan, de periodieke crises die met de sterke marktwerking gepaard gingen en de daardoor ontstane massawerkloosheid geleid tot waar sommigen voor gewaarschuwd hebben: bij sterke marktwerking is er niet, zoals de theorie stelt, sprake van gelijkwaardige partijen die door rationele beslissingen een optimale toewijzing van middelen realiseren. Marktpartijen zijn zelden gelijk en een versterking van marktwerking leidt altijd tot een versterking van de sterksten en een verzwakking van de zwakste partijen. En dus een groeiende kloof tussen arm en rijk.ReorganisatieDe bovenstaande visie van de liberalen werd aangevuld met overheidsmaatregelen waarbij de gehele maatschappij moest worden gereorganiseerd. Schaalvergroting in het onderwijs en de gezondheidszorg, decentralisatie van rijkstaken naar gemeenten en naar “bestuursinstellingen op afstand”. Het beleid moest leiden tot verdere automatisering en rationalisering van productieprocessen waarbij de productie goedkoper zou kunnen worden uitgevoerd. Om maar een voorbeeld te noemen: planning van grote winkelcentra in de grote steden, concentratie van winkels in koopgoten in die centra en in grote winkeleenheden langs de zich gestaag uitbreidende snelwegen, uitgevoerd door miljoenenwinsten opstrijkende projectontwikkelaars. Er trad een golf van fusies op bij ziekenhuizen, onderwijsinstellingen en dergelijke, die tot meer efficiency moesten leiden en tot de mogelijkheid van grote investeringen waarbij de rationalisering van het productieproces verder werd bevorderd.Reeksen schandalen over corruptie, juridisch rechtmatige maar ook onrechtmatige verrijking van bestuurders, projectontwikkelaars in de bouw, omkoping, speculatie en een parlementaire enquête over de bouwfraude hadden en hebben geen invloed op het beleid. Alles gaat gewoon door. Het bovenstaande betekende een uitholling van de democratie in diverse opzichten. Overheidsdiensten werden geprivatiseerd of werden “bestuursinstellingen op afstand”. Een directe democratische controle op hun doen en laten was niet meer mogelijk. Hun beleid kon hooguit nog indirect worden beïnvloed met financiële prikkels: als je dit of dat niet doet, geven we je een boete of minder subsidie. Bevoegdheden werden verplaatst naar Europa, waar een parlement zit dat niet de bevoegdheden heeft die een parlement hoort te hebben. De schimmige onderhandelingen in de Raad van Ministers, evenals andere Europese organen die onder grote druk staan van de lobbynetwerken van grote bedrijven, beslissen over het wel en wee in de landen van Europa. De grootschalige productie-eenheden in bijvoorbeeld de gezondheidszorg, het onderwijs en bij woningbouwcorporaties hebben geleid tot ondoorzichtige bureaucratieën met veel macht aan de top, die aan niemand verantwoording hoeft af te leggen. Dit heeft geleid tot een laag van machtige bestuurders, die hun carrière vaak in de politiek beginnen en die zichzelf schandelijk hoge salarissen, afkoopsommen en bonussen toekennen en verder iedereen uitlachen. Een enkele kritische manager of onderzoeker komt af en toe tot de conclusie dat deze grootschalige fabrieken in de gezondheidszorg en het onderwijs geldverslindende bureaucratische molochs zijn met overbodige managementlagen en onbestuurbare toestanden. Hé, zei zo iemand dan, het blijkt dat een kleiner ziekenhuis toch goedkoper is.Dit verlies aan democratisch gehalte van de samenleving is des te erger, omdat in een democratie, waarbij beslissingen worden genomen over de inrichting van de samenleving, in de discussie daarover een soort overzicht ontstaat over de gevolgen van bepaalde maatregelen. Alle gevolgen voor alle groepen en eventuele kostenverhogende factoren buiten een specifieke onder controle staande organisatie komen in beeld. In de huidige situatie is dat niet meer zo. Al die private grootschalige instellingen, bedrijven en organisaties kijken alleen naar de efficiency in hun eigen organisatie of bedrijf en niet naar gevolgen die voor hen niet kostenverhogend werken, maar voor de samenleving als geheel wel. Een voorbeeld is de ontwikkeling naar grootschalige productie-eenheden in het onderwijs. Hogescholen werden geconcentreerd in grote steden, in slechts een beperkt aantal productie-eenheden. Studenten die overal in het land wonen, worden gedwongen om een dure kamer te huren in die stad. Maar die kamers zijn er vaak niet. Dus zijn veel studenten gedwongen om iedere dag vijftig tot honderd kilometer met de trein heen en terug te reizen, treinen die dus iedere dag overvol zitten met reizende studenten die naast de andere forenzen een plaatsje in die treinen moeten zien te bemachtigen. De reiskosten moeten worden betaald door de staat. Maar de hogescholen hoeven bij hun planning van de geldstromen geen rekening te houden met deze ontwikkeling. De planning van schaarse grootschalige productie-eenheden, geconcentreerd op bepaalde plaatsen, leidt trouwens ook op andere terreinen tot milieuvervuilende en zeer veel geld kostende reizigersstromen.Het activeringscompromisHoe kan het dat de sociaal-democraten van de Partij van de Arbeid niet alleen zijn meegegaan in de ontwikkeling van dit beleid, maar nu voorop staan in het nemen van maatregelen tegen de zwaksten in de samenleving, die aan hun lot worden overgelaten? Die vraag is moeilijk te beantwoorden als je niet wilt blijven steken in de miljoenen malen op internet herhaalde argumenten van baantjesjagers, loopjongens van het kapitaal en graaiers aan de top die zich bewust zijn van hun kwade wil. Tot aan meer of minder suspecte samenzweringstheorieën over een kleine elite die de onderklasse bewust wil vernietigen. Natuurlijk zijn er baantjesjagers en egoïstische bestuurders die zichzelf bewust verrijken. Maar is dat een voldoende verklaring voor de teloorgang van de sociaal-democratie als geheel? Ik denk dat de sociaal-democratische bestuurders heilig hebben geloofd in het volgende: een compromis met de liberalen is mogelijk, en is zelfs de enige weg, hun maatschappijmodel is aanvaardbaar, maar er kunnen in dat model uitvallers zijn. Daarom moeten we dan inbrengen dat de aanpassing van de mensen aan de neo-liberale ontwikkelingen mogelijk wordt gemaakt. Dus om dat mogelijk te maken eisen we faciliteiten en geld ten behoeve van de mensen.Om de werkloosheid als voorbeeld te nemen: we moeten de situatie bewerkstelligen dat zoveel mogelijk mensen kortdurend werkloos zijn, het moet meer worden: tussen twee banen in. En daarvoor moet een scala aan positieve en negatieve prikkels worden ontwikkeld die het gedrag van de burgers bijstuurt. Ook op andere beleidsterreinen moet dat nagestreefd worden, iedereen moet meekomen in de liberale orde, en dat doen we via het bevorderen van “zelfredzaamheid”, “eigenkracht”-conferenties, “erop af”-methoden, maar ook door streng te straffen als iemand in onze ogen niet wil. Daaraan gekoppeld zijn ideologische redeneringen over hoe we een onderscheid moeten maken tussen mensen die het “echt” nodig hebben en mensen die het “niet echt” nodig hebben, en tussen “niet-willers” en “niet-kunners” onder de werklozen. Dat moet worden vastgesteld door “maatwerk”. In individuele situaties moet een stoet van ambtenaren, (klant)managers, hulpverleners, reïntegratieconsulenten, verplegers en controleurs beoordelen waar iemand bij moet worden ingedeeld. Het past ook in het “volumebeleid’.Je kunt het sociale minimum handhaven, en ook de bijstand, als alleen mensen “die het echt nodig hebben” daarvoor in aanmerking komen. Dan wordt ook de “legitimering” van het sociale stelsel bij de burgers gehandhaafd. Daarom moeten er strenge controles zijn aan de poort om dat te beoordelen, en ook als iemand een uitkering heeft, zijn uitgebreide teams van handhavers en sociale rechercheurs nodig, die gebruik maken van de nieuwste opsporingstechnieken en technologieën. Dat alles in naam van een rechtvaardige maatschappij, waarin niemand achter blijft en iedereen meekomt. De uitgebreide bureaucratie van de verzorgingsstaat is vervangen door een nieuwe bureaucratie die belang heeft bij deze ontwikkelingen. Deze volledig op het individu gerichte politiek stelt je individueel verantwoordelijk voor bijvoorbeeld werkloosheid. Als je geen werk kunt vinden, dan is er iets mis met jou, daar moet aan worden geschaafd. Je hebt de verantwoordelijkheid om je “employability” op peil te houden. De maatschappelijke voorwaarden en omstandigheden verdwijnen uit beeld, moeten wel uit beeld verdwijnen, want de sociaal-democraten hebben het maatschappijmodel van de liberalen aanvaard. In feite gaat het bij de bovengenoemde termen en redeneringen om ideologische bezweringsformules die de werkelijke problemen van en de samenhang met dat liberale maatschappijmodel moeten verhullen. Daarbij worden complexe psychische processen in de hoofden van mensen versimpeld tot enkelvoudige schijntegenstellingen tussen goed en kwaad, waarbij die versimpelingen vervolgens het uitgangspunt zijn bij bureaucratische rationaliseringsprocessen op basis van efficiency.GetuigenverklaringenTalloos zijn op internet de getuigenverklaringen van mensen vanuit hun persoonlijke situatie, waarbij duidelijk wordt dat het niet werkt. Talloos zijn de verklaringen van “zaakwaarnemers”, belangenorganisaties, advocaten en andere hulpverleners dat deze ideologie en de daarbij behorende bureaucratie een averechts effect heeft. Dat er in een situatie van massawerkloosheid altijd uitvallers zijn, dat er misstanden ontstaan in en door de bureaucratieën, dat privacy en andere rechten worden geschonden, dat de mensvisie in het bovenstaande niet klopt, dat er een verband bestaat tussen het gedrag van mensen en de omstandigheden waarin ze leven, dat het liberale maatschappijmodel niet deugt. De sociaal-democraten horen het niet. Ze zijn in “achterstandswijken” geweest, ze hebben met de mensen gepraat, ze krijgen e-mails, brieven, discussiëren, maar ze horen en zien niets. De omstandigheden en de invloed ervan benoemen, nee, dat is uit. Het liberale maatschappijmodel staat voor de sociaal-democraten niet fundamenteel meer ter discussie. Ze zijn de gevangenen geworden van hun eigen compromis en van de op actie en reactie gebaseerde spiraal naar beneden naar de politiestaat en het recht van de sterkste.]]>

maandag 30 juni 2014

Dwangarbeid is het juiste woord

“Dwangarbeid” is de verkeerde benaming voor de werkzaamheden van bijstandsgerechtigden op bijvoorbeeld het Hembrugterrein, zo betoogde het Amsterdamse PvdA-raadslid Dennis Boutkan afgelopen vrijdag in zijn opiniestuk “Neem afstand van SP-terminologie”, dat in Het Parool verscheen. Maar er is geen beter woord voor, en Boutkan maakt zich druk over de verkeerde zaken, schrijven vier critici, waaronder Doorbraak-activist Piet van der Lende, vandaag in hun gezamenlijke reactie hieronder, die ook in Het Parool is gepubliceerd.


Bijstandsgerechtigden uit Amsterdam werden op het Hembrugterreinverplicht aan het werk gezet, op straffe van korting op de uitkering. Zij moesten vanaf oktober 2011 het gebied vrijmaken van struiken en onkruid zonder beschermende maatregelen en zonder dat er een precies beeld was van de mate van vervuiling van het terrein. Er was geen vergunning voor het werken op terreinen met gevaarlijke stoffen en er waren geen gecertificeerde werkmeesters. Hoewel de betrokken uitkeringsgerechtigden diverse keren aan de bel trokken dat er wellicht een gevaar voor hun gezondheid bestond, werd er weinig acht geslagen op hun protesten. Niet meer komen betekende een korting op de uitkering. Tegen deze wantoestanden protesteert Boutkan niet, hoewel mensen wellicht blijvende gezondheidsschade hebben opgelopen. Wel treft de term dwangarbeid hem in zijn hart, schrijft hij.
Wat hem in zijn hart had moeten treffen, is de gedwongen tewerkstelling onder het mom van reïntegratie van mensen onder dreiging van een flinke korting op of zelfs intrekking van hun bijstandsuitkering. Dat betekent geen huur kunnen betalen, geen eten kunnen kopen en de zorgpremie niet kunnen voldoen. Het ís namelijk dwangarbeid volgens de definitie van de Internationale Arbeidsorganisatie: “Onder dwangarbeid wordt arbeid verstaan die mensen onder bedreiging van straf, tegen hun wil, verrichten.”
Schoenenpoetsen

Ieder weldenkend mens hoort daar tegen te zijn. De PvdA heeft er echter hard aan meegewerkt dat mensen zonder werknemersrechten, zonder veilige arbeidsomstandigheden en zonder salaris moeten werken. Dat leidt tot verdringing van betaalde arbeid, ontduiking van het wettelijk minimumloon, niet-naleven van de cao en oneigenlijke concurrentie voor andere werkgevers. Maar dat raakt sociaal-democraat Boutkan niet in zijn hart. Sterker: hij bejubelt het feit dat mensen met veel werkervaring, die recent werkloos zijn geworden, via de Herstelling van de gemeente totaal zinloos “werknemersvaardigheden” moeten opdoen. Schoenenpoetsen, strijken, takken rapen in het Amsterdamse Bos.
Zijn bewering dat door dit beleid meer dan vierduizend bijstandsgerechtigden aan het werk zijn geholpen, wordt niet gestaafd door de feiten. Schoolverlaters en uitstromers naar de Sociale Werkvoorziening zijn bij deze cijfers inbegrepen. Boutkan doet een hartstochtelijk appèl op wethouder Arjan Vliegenthart om afstand te nemen van de term dwangarbeid. Ondergetekenden doen een hartstochtelijk appèl op de PvdA-fractie om daden te tonen en niet te vallen over woorden. Maak samen met ons zo snel mogelijk een einde aan werken zonder loon in Amsterdam. Werk moet lonen, te allen tijde, dat zou de Partij van de Arbeid toch moeten onderschrijven.
Piet van der Lende (Actiecomité Dwangarbeid Nee)
Déjo Overdijk (Bijstandsbond)
Maureen van der Pligt (FNV)
Sadet Karabulut (SP)
]]>

zaterdag 28 juni 2014

De nieuwe werkgeversvoorzitter Hans de Boer en de omkering van Polanyi

De Boer.Vandaag in alle media interviews met de kersverse voorzitter van de werkgeversvereniging VNO, Hans de Boer. Hij zegt in die interviews nogal tegenstrijdige dingen. Maar in Trouw meldt hij: “Toen ze mij vroegen, dacht ik: dat is mijn kans om de cruciale betekenis van het ondernemerschap voor het voetlicht te brengen. Ondernemers maken de economie en de economie maakt de samenleving.” De Boer wil het accent leggen op economische groei, want dat betekent werk. Afgezien van het antwoord op de vraag of dat laatste waar is, wordt de stelling van De Boer wel de omkering van Polanyi genoemd. 
Deze econoom schreef een boek getiteld “The Great Transformation” (1957). Hij benadrukte het belang van de inbedding van de economie in de samenleving. Tegelijkertijd waarschuwde hij dat wanneer de economie alle andere domeinen van het leven zou aandrijven en domineren, dit een totale ontwrichting van de maatschappij ten gevolge zou hebben. De economie wordt door de nu leidende politici en politieke partijen niet gezien als een onderdeel van de samenleving, waarbij de eerste zich moet aanpassen aan de tweede, nee, de werkelijke situatie wordt op zijn kop gezet. De samenleving moet worden ingebracht in de economie, waarbij de kapitalistische verhoudingen stilzwijgend als normaal en niet ter discussie staand worden gepostuleerd. Het adagium “Eerst komt de economie en dan komen de mensen” is de afgelopen dertig jaar vertaald in het uitgangspunt dat de mensen aangepast moeten worden aan een economische ontwikkeling, waarbij het spel van vraag en aanbod op de markt het leidende principe is. De Boer werkt dit principe in zijn interviews verder uit, waar het gaat om de flexibilisering van de arbeid en de rechten van werknemers. “De vaste baan bestaat niet meer.”
Vanuit de omkering van Polanyi is het voor de aanpassing van mensen en hun samenleving belangrijk dat de overheid het individuele gedrag van mensen tracht te beïnvloeden en bij te sturen. Terwijl in de zeventiger jaren nog het uitgangspunt gold dat de overheid actief werkgelegenheid, dus banen, moet creëren en een industrieel beleid moet voeren om ervoor te zorgen dat bepaalde sleutelindustrieën niet uit het land verdwijnen, werd met de parlementaire enquête over de scheepsbouw begin tachtiger jaren van de vorige eeuw deze politiek geheel verlaten. Werkloosheidsbestrijding werd werklozenbestrijding, dat wil zeggen: bestrijding van werkloosheid betekent het individuele gedrag van werklozen beïnvloeden en bijsturen en hen kennis en vaardigheden bijbrengen om op een flexibele arbeidsmarkt steeds een ander baantje te nemen. Ook op andere terreinen van de maatschappij vond deze radicale omslag in het denken plaats, zoals in het welzijn, de criminaliteitsbestrijding en de ombouw van de welvaartsstaat van de zeventiger jaren. Uitgangspunt is daarbij dat in de ‘softe’ zeventiger jaren individuele misdragingen werden vergoelijkt met een beroep op de maatschappelijke omstandigheden. Het gaat er niet om om naar de invloed van maatschappelijke omstandigheden op het individuele gedrag te kijken en de tegenstellingen tussen arm en rijk en de massawerkloosheid te zien als voortvloeiende uit het karakter van het economisch systeem, nee,  je moet weer meer de individuele verantwoordelijkheid van mensen benadrukken, de mensen aanspreken op hun gedrag, en een beleid ontwikkelen waarbij de bijsturing van het individuele gedrag van mensen uitgangspunt is voor de oplossing van maatschappelijke problemen. In het verlengde darvan werd de controlemaatschappij ontwikkeld, waarbij een netwerk van bureaucratieën en uitvoerende organisaties bezig is om individuen te controleren, te sturen, in de gaten te houden en verzet te onderdrukken. De Boer waarschuwt ons: alle samenlevingsvormen, hulpverleningsvormen, participatiemaatschappij, familie-, sociale en vriendschapsrelaties, vormen van niet-commerciële productie, vrijwilligerswerk, onbetaalde arbeid, enzovoorts, moeten voor zover dat nog niet is gebeurd ondergeschikt worden gemaakt aan de wetten van het kapitalisme en daardoor worden overgenomen.
Optimisme
Polanyi was in 1957 optimistisch over de toekomst. Raf Jansen, die de afgelopen dertig jaar zijn sporen heeft verdiend in de strijd van mensen met een minimuminkomen voor hun emancipatie, werd een van de grote organisatoren van de Sociale Alliantie, een samenwerkingsverband van de vakbonden, de kerken en andere grote maatschappelijke organisaties ter bestrijding van armoede en sociale onrechtvaardigheid. Daarbij verliet hij de weg van agitatie en actie en veronderstelde hij dat met kracht van argumenten aan de overlegtafel positieve veranderingen zouden kunnen worden bewerkstelligd en dat de verschillende grote crises (milieu, energievoorziening, klimaatverandering, economische crises) de kapitalisten en de staat er wel toe zouden brengen om naar de bevolking te luisteren. Hij baseert zich daarbij onder meer op het optimisme van Polanyi. Jansen memoreert dat Polanyi in zijn boek beschrijft hoe de markteconomie opkomt in de negentiende eeuw, hoe deze economie los groeit van de samenleving, hoe de samenleving daardoor vernietigd dreigt te worden en hoe de samenleving uiteindelijk uit zelfbehoud deze losgeslagen markteconomie weet te temmen.
Het boek van Polanyi kondigt de na-oorlogse verzorgingsstaat aan en de vorming van het kapitalisme met het menselijke gezicht: de markteconomie wordt ingebed in een goede sociale ordening van de samenleving. Dat boek bevat volgens Jansen twee grote lessen. De eerste les is dat geen enkele samenleving op den duur een te vrije werking van de markteconomie kan verdragen: ze zal spontaan de markt gaan corrigeren! In die laatste vaststelling zit de tweede les van Polanyi. De invoering van de vrije markt in de negentiende eeuw vergde intensief staatsingrijpen. Anders dan wij in de geschiedenislessen hebben geleerd, werd “laissez-faire, laisser-aller” gepland en gebeurde de temming van deze losgeslagen markt spontaan vanuit de samenleving. Pas later werd die temming overgenomen door de staat en ontstond de verzorgingsstaat. Die spontane reactie vanuit de samenleving stemt Jansen hoopvol. Dat kan nu weer gebeuren. Al denkt hij wel dat we die spontaniteit hier en daar een handje moeten helpen.
Polanyi schreef zijn boek in de “Trente Glorieuses”, de glorieuze dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog, toen de welvaartsstaat werd opgebouwd, er grote groeicijfers waren en volledige werkgelegenheid. Zijn optimisme is tijdgebonden. En ook Jansen is wel erg optimistisch. De stellingnames van De Boer anno juni 2014 laten zien dat de kapitalisten en de liberalen in de politiek van verschillende partijen zonder effectieve tegendruk geen duimbreed zullen wijken in het licht van welke crisis dan ook.
]]>