pagina's

zaterdag 31 december 2016

In de media

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/niet-iedere-werkloze-gebaat-bij-verplichtingen-en-dwang~bc05d0ea/‘Profiteurs van de bijstand? Laten we ruilen’. Verhalen van mensen in de bijstand o.a. interview met Jacques Peeters van de Bijstandsbond. Volkskrant. Marko de Haan. 2 februari 2016. https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/-profiteur-van-de-bijstand-laten-we-ruilen-~bf7a9a15/ ]]>

dinsdag 20 september 2016

De miljoenennota

Regering kondigt nieuwe toekomstige bezuinigingen op de gezondheidszorg aan

Ook de verhoging van de huurtoeslag is een tijdelijke vreugde, want er wordt gebroed op bezuinigingen op die toeslag.

Vrijdag lekten de miljoenennota en de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Plan Bureau uit. Deze plannen zullen officieel morgen op Prinsjesdag bekend worden gemaakt. Staatssecretaris Van Rijn had in juni al aangekondigd, dat geplande bezuinigingen uit het regeerakkoord op de gezondheidszorg (verpleeghuizen en gehandicapteninstellingen) van 500 miljoen niet doorgaan. Ook op andere terreinen waren er in de zaterdagkranten juichtonen over de nieuwe begroting van de regering. ‘Cadeautjes voor iedereen’ kopte NRC Handelsblad. Er zou meer geld beschikbaar zijn om de koopkracht van iedereen te verbeteren. Zo gaan de huurtoeslag en de zorgtoeslag omhoog. Maar tegelijkertijd worden nieuwe bezuinigingen in de gezondheidszorg toch noodzakelijk geacht. En er wordt gebroed op bezuinigingen bij de huurtoeslag.

nieuwe bezuinigingen op de gezondheidszorg

NRC Handelsblad meldt in de krant van zaterdag, dat volgens de miljoenennota een volgend kabinet weer onpopulaire maatregelen zal moeten nemen, omdat vanaf 2018 opnieuw een snelle stijging van de zorgkosten zou worden verwacht. Verschillende opiniemakers hebben al naar voren gebracht, dat de privatiseringen in de gezondheidszorg erg duur zijn. Nederland is mondiaal op de ranglijst van landen met de duurste gezondheidszorg gestegen van de achtste naar de vierde plaats. De bovenste landen op de ranglijst hebben allen een geprivatiseerde gezondheidszorg. De huidige regering kondigt aan, dat nieuwe maatregelen of nieuwe akkoorden nodig zijn om de stijging van de kosten in de gezondheidszorg te voorkomen. Dit zijn geen goede berichten voor de chronisch zieken en gehandicapten, die het de afgelopen 5 jaar ook financieel zwaar te verduren hebben gehad. Chronisch zieken en gehandicapten zijn er de afgelopen vijf jaar onder de kabinetten Rutte I en II financieel zwaar op achteruit gegaan. Ze zagen hun zorgkosten in die periode verdubbelen. Dat meldt het Nibud, het instituut voor budgetvoorlichting.

De stijging verschilt per inkomensgroep, maar is in alle groepen fors. Voor mensen met een bijstandsinkomen (1050 euro p/m) stegen de jaarlijkse zorgkosten met maar liefst 1378 euro. Voor iemand met anderhalf keer modaal (2750 euro p/m) stegen die kosten met 3455 euro. Het gaat hierbij om chronisch zieken en gehandicapten die zeer hulpbehoevend zijn. Het Nibud deed het onderzoek in opdracht van Ieder(in), de belangenorganisatie voor chronisch zieken en gehandicapten. Volgens Ieder(in) komt de stijging van de afgelopen vijf jaar bovenop de toch al zwaardere lasten voor gehandicapten en chronisch zieken. Hier kan nog aan worden toegevoegd, dat de inkomsten van chronisch zieken achteruit zijn gegaan. Zo is de Wet Tegemoetkoming chronisch zieken, de wtcg afgeschaft en zijn er alleen nog tegemoetkomingen voor deze groep op basis van gemeentelijk beleid. Maar de gemeenten, die met de invoering van de Participatiewet en de decentralisatie van de AWBZ te maken kregen met rijksbezuinigingen, hebben de tegemoetkomingen voor chronisch zieken sterk versoberd. Een voorbeeld daarvan is de gemeente Amsterdam. Chronisch zieken gingen er in die gemeente door die gemeentelijke versobering alleen al soms meer dan 100 euro per maand op achteruit.

Chronisch zieken en gehandicapten worden zwaar getroffen maar de mensen met midden en lagere inkomens die gezond zijn, en die nu hun zegeningen tellen moeten erop bedacht zijn, dat de regering de volksverzekering AWBZ heeft afgeschaft en vervangen door de veel beperktere wet Langdurige Zorg. Wat zij nu sparen van hun zuurverdiende centen mogen zij als ze hulpbehoevend worden of oud, mooi weer inleveren.

bezuinigingen op de huurtoeslag

En de huurtoeslag gaat omhoog? Die vreugde zou voor velen wel eens van korte duur kunnen zijn, want de regering laat haar ambtenaren broeden op verschillende scenario’s om de huurtoeslag te beperken en bezuinigingen door te voeren. In juni werd de zaak tijdens een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) nader bekeken. Vraag bij het broeden op die scenario’s is onder andere, of je de huurtoeslag voor iedereen moet verlagen bijvoorbeeld, of dat je een differentiatie gaat maken voor verschillende doelgroepen, waarbij sommigen minder huurtoeslag krijgen. In 2015 bedroegen de uitgaven aan huurtoeslag 3,6 miljard euro en dat was 333 miljoen euro meer dan begroot. Die overschrijding is goed te verklaren, want de recessie heeft er flink ingehakt. De toename van het aantal mensen dat recht heeft op huurtoeslag is al een paar jaar gaande. In de periode 2010-2014 steeg het aantal huishoudens dat een beroep doet op die toeslag met 21 procent. Tegelijkertijd zijn de (aanvangs) huren van de sociale woningbouw door de corporaties in veel gevallen fors verhoogd. De huidige regering had in juni het plan, om de kosten van de huurtoeslag met 625 miljoen euro te verlagen.

Piet van der Lende
]]>

woensdag 7 september 2016

Bestaat de markteconomie wel?


Bestaat de markteconomie wel?Tijdens de mondialiseringsbeweging ongeveer tien jaar geleden verbaasden veel actievoerders zich over de kloof die gaapt tussen de werkelijkheid van de economie die zij zagen en het geïdealiseerde model van de neo-klassieke economen, die in het kader van het neo-liberalisme een model ontwikkelden waarin de marktwerking een glansrol speelde. Hoe minder overheid, en hoe meer marktwerking, hoe meer welvaart en een harmonisch evenwicht tussen vraag en aanbod in het verschiet liggen. Veel actievoerders waren wars van kant en klare ideologische en modelmatige verklaringen van de werkelijkheid. Ze wilden zelf denken en geen van bovenaf opgelegde modellen, een pluralistische sociale beweging, waarin plaats was voor verschillende theoretische stromingen en interpretaties, waarbij de hoofddoelstelling moest zijn de kloof tussen de rauwe kapitalistische werkelijkheid en de analytische modellen te overbruggen. Studenten aan universiteiten, zoals in Frankrijk stelden aan de kaak dat ze alleen de neo-klassieke teorien kregen voorgeschoteld en zij eisten ook onderwijs in andere interpretaties. In dit kader kwam een nieuwe economische stroming op, die wel ‘real world economics’ genoemd wordt. De rauwe werkelijkheid beschrijven zoals die is en niet uitgaan van abstracte modellen. Een van de grote vragen van deze economische stroming is, of marktwerking wel bestaat en zo ja, in hoeverre. Als marktwerking maar beperkt bestaat, wat bepaalt dan de ontwikkelingen in de maatschappij?. De economische stroming van de real world economics’ is sindsdien springlevend. In dit kader past ook een onlangs verschenen boek.De grootste show op aardeCoen Haegens maakt deel uit van de redactie economie van de Groene Amsterdammer en hij schreef het boek ‘De grootste show op aarde. De mythe van de markteconomie’. Centrale these in het boek is, dat de markteconomie niet bestaat, dat markten volgens het model van de neo-klassieken in de economie niet bestaan en ook nooit bestaan hebben. De theorie van de naar evenwichten en harmonie neigende afstemming van vraag en aanbod is vals. Haegens beschrijft de geschiedenis van dit idee, hoe het opgekomen is, verschillende fasen heeft doorgemaakt en uiteindelijk dominant is geworden. Met empirisch onderzoek toont hij aan, dat de economie niet volgens dat model functioneert. De markten hebben een sterke overheid nodig, die regulerend en controlerend optreedt. Crises, machtsvorming, monopolievorming en bureaucratie staan niet tegenover markten, nee, ze worden er juist door opgeroepen en zijn dus niet alleen maar imperfecties van een op zich perfect systeem, maar zijn er onverbrekelijk mee verbonden. Ondanks de ontwikkeling van moderne technologieën en internet spelen persoonlijke contacten, groepsvorming en subjectief vertrouwen en wantrouwen van mensen naar elkaar toe een grote rol in de vorming van prijzen. Grote ondernemingen die de productie van bepaalde goederen en diensten beheersen kunnen beter een ‘planeconomie’ genoemd worden, dat niks te maken heeft met een markteconomie. Haegens toont aan, dat er vaak geen sprake is van concurrentie op een markt in het beste geval is er ‘monopolistische concurrentie’. Een conclusie van zijn zoektocht naar de mechanismen die de prijzen van goederen en diensten bepalen.paprika’sIn hoofdstuk 6 beschrijft hij de vaststelling van de prijs van paprika’s. Ook hier wil hij aantonen, dat er geen marktmechanisme bestaat. Er bestaat in feite een chronische overproductie, waardoor de prijs van paprika’s constant erg laag is. Tuinbouwers investeren in een soort vlucht naar voren steeds meer in machines, automatisering en schaalvergroting en steken zich daardoor in de schulden om door schaalvoordelen, efficiëntere productie ondanks de lage prijzen van de paprika’s toch de inkomsten op te voeren en de kosten te beperken. Andere tuinders houden het niet meer vol door alle schulden en moeten ermee ophouden of gaan failliet, waardoor het aantal paprikatelers de afgelopen jaren gehalveerd is. Maar omdat de overblijvenden dus investeren blijft de productie van paprika’s hetzelfde. Daar komt bij dat niet zoals vroeger er vele kleine groenteboeren zijn, maar supermarkten, die machtig zijn en een lage prijs bij de producenten kunnen afdwingen. Daardoor is er geen marktwerking. Maar Haegens heeft gepraat met een tuinder, die zich ook verbaasde over de huidige ontwikkeling. Deze zegt echter, dat vroeger de prijs van de paprika schommelde, er waren goede en slechte tijden. Impliciet zegt hij daarmee, dat er toen dus wel iets van marktwerking was. Haegens noemt zelf de varkenscyclus, waarbij varkensboeren slechts vertraagd op de prijsontwikkeling kunnen reageren (het kost tijd om varkens vet te mesten en als je begint als de prijzen hoog zijn kun je niet stoppen als ze tijdens het vetmesten gaan dalen) Dan heb je dus de varkenscyclus van hoge en lage prijzen. Marktwerking? Haegens gaat in zijn boek ook in op de werking van financiële markten.Toch marktwerking?Ik vraag me af, hoe je conjuncturele ontwikkelingen en de lange golven van de Kondratieff moet verklaren als je ervan uitgaat, dat er geen marktwerking bestaat. Haegens benadrukt eenzijdig dat markt en staat onverbrekelijk bij elkaar horen, de markt wordt georganiseerd in die zin, dat vraag en aanbod voortdurend door de staat worden bijgestuurd en dat monopolievorming marktwerking uitschakelt. Zodat niet vraag en aanbod de prijs van goederen bepalen. Marktwerking speelt slechts een ondergeschikte rol. Misschien speelt marktwerking toch een grotere rol dan Haegens veronderstelt, ook al ben ik het ermee eens dat de neo-klassieke theorieën niet kloppen. Wat ik jammer vindt in dit verband is, dat hij niet ingaat op de veronderstellingen van de systeemtheorie, en dan met name een van de grondleggers ervan, de Franse historicus Braudel. Braudel verwerpt de gedachte dat kapitalisme en marktwerking op hetzelfde neerkomen. Ook voor hem is kapitalisme juist een systeem van de ‘contra-marche’, de anti-markt. In zijn visie bestaan er drie niveaus van economische bedrijvigheid. Het laagste niveau is dat van de ‘vie materielle’, het omvat de meest elementaire vormen van economische activiteiten waarmee mensen in hun behoeften voorzien. Daarboven ligt de economie, het niveau van de markt, een wereld die voor de deelnemers min of meer transparant is en een dagelijkse realiteit is, een wereld waarin de winsten dientengevolge klein zijn. Pas daarboven, op het derde niveau, is sprake van kapitalisme, als de zone van economische concentratie, van excessieve winsten, als gevolg van een relatief sterke mate van monopolievorming die zelf weer de uitkomst is van enerzijds politieke machtsvorming en anderzijds van het vermogen van de deelnemers aan dit spel om de schakels in het productieproces te beheersen en het spel ondoorgrondelijk te maken. Het is in onze tijd de wereld van de hedgefondsen en holdingmaatschappijen, die buiten de markteconomie om de onttrekking van grote hoeveelheden kapitaal van het tweede niveau te organiseren en reguleren en onwaarschijnlijke rendementen op hun geïnvesteerde kapitaal te realiseren, ook in tijden van crisis. Op het tweede niveau zou wel sprake zijn van een uitgebreide markteconomie, hoewel, dus ook van bovenaf georganiseerd.Ideologische tegenstellingenHaegens noemt Braudel wel kort, maar zegt er verder niets over. Misschien omdat hij niet wil aantonen, dat het kapitalisme georganiseerde uitbuiting is. Hij wil alleen aantonen, dat marktwerking niet bestaat. Als de markteconomie niet bestaat, of zoals ik ook vind van bovenaf georganiseerd wordt, bestaan ook bepaalde ideologische tegenstellingen niet. Er is geen tegenstelling tussen staat en markt, beiden hebben elkaar nodig. Ook een neo-marxist als Massimo de Angelis wijst op de onjuistheid van bepaalde dichotomieën, waarbij hij er verschillende noemt. i Staat versus markt, derde wereld versus het westen, planeconomie versus laissez faire, samenwerking en solidariteit, versus eigenbelang en competitie en concurrentie, protectionisme versus vrijhandel. Meestal is politiek rechts een aanhanger van de laatstgenoemden in de dichotomieën, links is voorstander van de eerstgenoemde. Daarmee bevestigen zij echter de juistheid van de dichotomie. Het gaat er echter om, dat beide polen in de dichotomieën in het kapitalisme bestaan, en dat ze een specifieke onderlinge dynamiek vertonen, en het gaat er in de eerste plaats om, die specifieke dynamiek te analyseren door het kapitalisme te beschrijven zoals het in de werkelijkheid is en zoals men ook in de ‘real world economics’ probeert te doen. Op deze wijze kan de ideologische discussie op basis van de valse dichotomieën als een onjuiste tegenstelling worden geanalyseerd. Het boek van Haegens is daaraan een bijdrage. Er bestaat in het kapitalisme bijvoorbeeld geen tegenstelling tussen concurrentie en samenwerking en solidariteit. De productie neemt een specifieke vorm aan, waarbij eigenbelang en concurrentie worden nagestreefd door organisaties waarin mensen in de productie samenwerken. De markteconomie wordt dus gecreeerd door de staat en vrijhandel en protectionisme van de machtigste staten die vrijhandel aan anderen opleggen vullen elkaar aan. Als ik de Angelis goed begrijp, kunnen we door een concrete beschrijving van het kapitalisme als uitbuitingssysteem (het eerste niveau van Braudel) schijndiscussies over valse dichotomieën vermijden en buiten de kapitalistische marktplanning om alternatieven organiseren voor dat kapitalisme vanuit het besef, dat kapitalisme georganiseerde uitbuiting is. De Angelis zegt dat het kapitalisme geen totaal systeem is, er is ook in de huidige wereld een ‘buiten het kapitalisme’, waarbij mensen samenleven en samenwerken en produceren op basis van andere waarden dan de kapitalistische. Op het niveau van het dagelijks leven, maar ook op wat Braudel het tweede niveau noemt, de organisatie van de productie.strijdDe strijd in het dagelijks leven maar ook op het tweede niveau van Braudel gaat dan om de realisatie van een leven buiten de uitbuitingspraktijken van het kapitalisme om, waarbij vanuit het georganiseerde kapitalisme, door de staat maar ook grote ondernemingen wordt getracht deze manier van samenwerken, produceren en arbeid verrichten onder haar controle te brengen en in te voegen in de georganiseerde kapitalistische uitbuiting. De Angelis noemt dat produceren buiten het kapitalisme en de strijd om de realisatie van niet kapitalistische doeleinden de commons, van boeren die bossen en land in gemeenschappelijk bezit verdedigen tot de moderne beweging van internetactivisten die vrije software produceren. Maar het speelt ook op het niveau van het dagelijks leven, de velen die een individuele strijd voeren tegen ondoordringbare bureaucratie met hun absurde regels, van sociale dienst tot belastingdienst, van grote verzekeringsmaatschappijen tot de giganten in de geprivatiseerde gezondheidszorg. Duizenden mensen zijn in ons land op spreekuren waar zij juridisch advies geven met deze strijd bezig. Je kunt aangaande de organisatie van de productie ook denken aan de participatiemaatschappij van onderop zoals die door Tine de Moor wordt geanalyseerd.Terug naar het boek van Haegens. Een belangrijke bijdrage aan de discussie, maar toch nog enkele opmerkingen. Hij presenteert de geschiedenis van de neo-klassieke economie als een ideeëngeschiedenis. Impliciet wordt er daarbij van uitgegaan, dat grote ideeën of utopieën (het neoklassieke model is een utopie) de geschiedenis kunnen bepalen. Vraag voor mij blijft wel, hoe het neo-klassieke denken in de economie zo’n succes kon hebben.Piet van der Lende 


]]>

zondag 24 april 2016

Jubileumviering vereniging Bijstandsbond

Jubileum Bijstandsbond

In mei 2016 bestaat de Bijstandsbond 40 jaar. En de Euromarsen tegen werkloosheid, armoede en sociale uitsluiting bestaan 20 jaar. Dat gaan we vieren !.

Op 26 mei 1976 werd de Bijstandsbond opgericht, de huidige Bijstandsbond Amsterdam komt daaruit voort. Dat betekent dat de Bijstandsbond Amsterdam dit jaar 40 jaar bestaat. Dat gaan we vieren!. Met een tentoonstelling, een symposium, een feest en de uitgave van een jubileumboek. De festiviteiten worden alle gehouden in het Nelson Mandela Centrum, Eerste Weteringplantsoen 2c Amsterdam. http://www.nelsonmandelacentrum.com Telefoon: 020-6242306 / 020-4288825

Tentoonstelling

40 jaar strijd voor de belangen van mensen met een minimuminkomen in woord en beeld. Er zijn 40 overzichtsbladen samengesteld over de verschillende jaren. Van ieder jaar is een overzichtsblad. Op de bladen zijn pamfletten, foto’s, stickers, affiches, logo’s en ander illustratiemateriaal aangebracht. Deze worden opgehangen in het Nelson Mandela Centrum gedurende de week van 16 mei tot en met 22 mei. Aldaar overdag te bezichtigen.

Symposium

We openen de feestweek met een symposium op 18 mei over 40 jaar belangenstrijd, de hoogte en dieptepunten, en wat we daarvan kunnen leren. Ook zal aandacht worden besteed aan hoe de situatie in Amsterdam nu is. Wat hebben we bereikt, wat kan beter? Bij de aanvang van het symposium wordt om 10.30 uur het jubileumboek gepresenteerd door Anke van der Vliet, al 40 jaar aan de Bijstandsbond verbonden en medeoprichtster van de bond.

Dagvoorzitter van het symposium is Madelene Duijst, werkzaam bij de vereniging Clientenbelang in Amsterdam.

In het ochtendgedeelte dat om 11.00 uur begint zal er op basis van bovenstaande probleemstellingen een forumdiscussie zijn waaraan deelnemen:

– Jacques Peeters, kaderlid van de Bijstandsbond

– Anke van der Vliet, secretaris van de Bijstandsbond

– Bart Louwman, lid van de Participatieraad en kaderlid van FNV uitkeringsgerechtigden

– Mark van Hoof, advocaat

– Patrick Hartwig voorzitter van de daklozenvakbond en lid van de Participatieraad

Het middag gedeelte van het symposium, dat aanvangt om 14.00 uur zal gaan over de toekomst. Welke hoopvolle initiatieven zijn er, hoe moeten we opkomen voor onze belangen verder organiseren in het licht van de ervaringen uit het verleden?

Aan de forumdiscussie zullen deelnemen:

– professor Gijsbert Vonk

– Maaike Zorgman, bestuurder FNV uitkeringsgerechtigden

– Henk Kroon, kaderlid Bijstandsbond

– Jaap de Bie organizer bij de FNV op Schiphol

– Linda Slagter, medewerker communicatie Vrijwilligers Centrale Amsterdam

Na afloop is er een hapje en een drankje

Multiloog

Regelmatig zijn er Multiloog – bijeenkomsten in Amsterdam. Onder leiding van psycholoog Heinz MÖlders. De deelnemers luisteren naar elkaars verhalen over eigen en problemen van anderen in het dagelijks leven, over psychische en psychiatrische problemen in het bijzonder. Ze bespreken wat die voor hen betekenen en waar ze kracht en inspiratie uit halen om allerlei obstakels het hoofd te kunnen bieden. Er wordt een verband gelegd tussen persoonlijke dingen en maatschappelijke misstanden en er wordt gepraat over hoe je daar bijvoorbeeld vis de Bijstandsbond iets aan kunt doen. Iedereen is van harte uitgenodigd om te komen kijken, luisteren en mee te praten. De multiloog begint om 13.00 uur en eindigt om 15.00 uur. Wordt vriend van Multiloog op de Facebook pagina www.facebook.com/multiloog

Feest

Vrijdag 20 mei organiseren we een feest voor leden en sympatisanten en oud-medewerkers. Aanvang 18.00 uur. Wij maken een inventarisatie van alle oud-medewerkers en contacten om hen voor het feest uit te nodigen. Hopelijk wordt dat een soort reunie.

Euromarsen bestaan 20 jaar

De Bijstandsbond maakt deel uit van een Europees netwerk van zusterorganisaties, de Euromarsen tegen werkloosheid, armoede en sociale uitsluiting. Vertegenwoordigers van dat netwerk zullen op vrijdagavond vanaf 17.00 uur in Amsterdam aankomen en deelnemen aan het feest, met muziek, toespraken en een hapje en een drankje. Op zaterdag en zondag wordt de halfjaarlijkse coordinatie vergadering van de Euromarsen in het Nelson Mandelacentrum gehouden. De Euromarsen bestaan dit jaar 20 jaar, dus dat geeft het feest een extra feestelijk tintje.

Voor meer informatie: Piet van der Lende pvdlende@dds.nl Anke van der Vliet a_vandervliet@hotmail.com Jacques Peeters wbva@dds.nl 020-6181815]]>

woensdag 17 februari 2016

Buurtbijeenkomst over vrijwilligerswerk in Amsterdam

woensdag 24 februari vanaf 19.00 uur
Salon Jeltje, 1ste Helmersstraat 106 N, Amsterdam

Hoe kunnen vrijwilligers samenwerken met professionals? Welke knelpunten komen we tegen? Horen vrijwilligers een beloning of vrijwilligersvergoeding te krijgen? Hoe kunnen we voorkomen dat vrijwilligers en mantelzorgers te zwaar worden belast omdat professionals wegvallen? Hoe kunnen ook vrijwilligersorganisaties het hoofd boven water houden en hun voortbestaan verzekeren? De gemeente bezuinigt immers juist nu ook op (financiële) ondersteuning van die organisaties. Wat kan een ‘exit-strategie’ zijn voor zowel individuen als organisaties? Welke alternatieve ondersteuning kun je eventueel organiseren? Je bent welkom om over deze en andere vragen mee te praten in het forum of in de zaal om samen een oplossing te vinden.

Veel mensen dragen graag een steentje bij aan een vereniging of een buurthuis ten behoeve van kwaliteit van leven en voor een sociale buurt en samenleving. De laatste jaren wordt veel over dit onderwerp gesproken. Met het verdwijnen van de oude welvaartsstaat wordt een deel van de werkzaamheden die voorheen door de overheid en door professionele organisaties werden verzorgd, meer en meer overgedragen aan vrijwilligers. De professionele organisaties worden deels wegbezuinigd. Vrijwilligers moeten de gaten opvullen die er door de bezuinigingen ontstaan. Vrijwilligersorganisaties krijgen hiermee een kans om een grotere rol te spelen in de maatschappij, mogelijk op een andere manier dan vroeger. Sommige werkzaamheden moeten door de overheid en professionals gedaan blijven worden.

Leve het vrijwilligerswerk!

Heb je een idee om van deze bijeenkomst een succes te maken, stuur een email.

Aanwezig zijn: Monique Verhoeven (UvA, schrijver van ‘Kunnen we dat (niet) aan vrijwilligers overlaten?’), Mellouki Cadat (Movisie), Karin Hanekroot (Vrijwilligersacademie), Malène Duijst (Cliëntenbelang), ABC-alliantie, ervaringsverhalen van diverse vrijwilligersorganisaties.

Voor meer informatie:
020-6898806
info@bijstandsbond.org

wereldsewijk@hotmail.com

]]>

dinsdag 19 januari 2016

Lege winkelstraten en omvallende winkelketens, hoe komt dat?


Geplaatst op 19 januari 2016

Iedereen heeft waarschijnlijk wel in het nieuws vernomen dat Vroom & Dreesmann, een gerenommeerde winkelketen met beeldbepalende grote panden in de koopgoten van vele steden, op instorten staat. Het blijkt dat de vermogensbeheerder (1) die in 2005 eigenaar was van V&D, dat bedrijf heeft leeggezogen door al de grote winkelpanden waar V&D in zat, te verkopen en daarna terug te verhuren aan het bedrijf. De vermogensbeheerder maakte daarmee miljarden winsten en zadelde V&D op met torenhoge huurlasten, die het bedrijf nu niet meer kan betalen. Dergelijke ontwikkelingen deden zich ook voor bij andere winkelketens.

Voortdurend lezen we momenteel in de krant dat ketens met winkels in vele steden het loodje leggen, bijvoorbeeld in de schoenenbranche. Ook zij kunnen de torenhoge huurlasten van de winkels niet meer opbrengen. Marktwerking op het gebied van onroerend goed lijkt er niet te zijn. Er staan honderdduizenden vierkante meters leeg zonder dat het een effect heeft op de huurprijzen. Hoewel de huurprijzen de laatste jaren wel een paar procentjes daalden en in sommige buitenwijken iets meer, bleven de huren van onroerend bedrijfsgoed zeer hoog. De winkelketens kunnen de concurrentie nu niet meer volhouden ten opzichte van de internetwinkels, waar je de betreffende producten, zoals schoenen, goedkoper kunt krijgen. Vaak worden de bestelde producten dezelfde dag of de volgende dag bezorgd. Dergelijke internetbedrijven hebben alleen een hal nodig op een afgelegen industrieterrein en zij hebben niet de hoge huurlasten van de winkelketens.

Fernand Braudel

De analyses van Fernand Braudel (2) lijken een goede verklaring voor het bovenstaande. Braudel verwerpt de gedachte dat kapitalisme en marktwerking op hetzelfde neerkomen. Voor hem is kapitalisme juist een systeem van de “contre-marche”, de anti-markt. In zijn visie bestaan er drie niveaus van economische bedrijvigheid. Het laagste niveau is dat van de “vie materielle”, dat de meest elementaire vormen omvat van economische activiteiten waarmee mensen in hun behoeften voorzien en waarbij ze bijvoorbeeld door wederzijdse hulp, zoals mantelzorg, diensten verlenen en goederen produceren. Dat wordt ook wel de informele of schaduweconomie genoemd. Daarboven ligt de economie, het niveau van de markt, een wereld die voor de deelnemers min of meer transparant en een dagelijkse realiteit is, een wereld waarin de winsten dientengevolge klein zijn. Braudel noemt dat de wereld van transparantie en regelmaat, waarbij iedereen kan weten hoe het ruilproces in zijn werk gaat. Aan- en verkoop van dagelijkse levensbehoeften op de stedelijke markt of in de supermarkt, waar waren tegen geld worden verkocht. Ook internationale handelstrajecten kunnen daar overigens deel van uitmaken: de regelmatige lange afstandshandel, waarbij herkomst, voorwaarden, routes en afsluiting van het handelsproces algemeen bekend zijn.

Braudel beschrijft hoe in de zeventiende eeuw Amsterdamse kooplieden werkten op een derde niveau, daarboven. Pas op dat niveau is sprake van kapitalisme, als de zone van economische concentratie, van excessieve winsten, als gevolg van een relatief sterke mate van monopolievorming die zelf weer de uitkomst is van enerzijds politieke machtsvorming (bij ons nu: de VVD zit al veertig jaar bijna onafgebroken in de regering) en anderzijds van het vermogen van de deelnemers aan dit spel om de schakels in het productieproces te beheersen en het spel ondoorgrondelijk te maken. Men moet deze analyse wel onderscheiden van allerlei samenzweringstheorieën. Mensen handelen in gelijke omstandigheden vergelijkbaar en hebben ook gedeeltelijk onafhankelijk van elkaar inzicht in het spel waarmee als het ware door machtsvorming boven het niveau van de markt grote winsten kunnen worden gemaakt, bijvoorbeeld bij de handel in onroerend goed. Braudel laat zien hoe in de zeventiende eeuw Amsterdamse kooplieden door speculatie bijvoorbeeld grote hoeveelheden graan opkochten en oppotten in grote pakhuizen, waarna het graan de inzet werd van een exclusief spel waar alleen de machtigste kooplieden iets over te zeggen hadden. Ze stuurden het graan naar de meest uiteenlopende gebieden, buiten de reguliere markteconomie om, naar gebieden waar de prijzen van het graan door dreigende hongersnoden tot gigantische hoogten waren gestegen die in geen verhouding stonden tot de inkoopprijs.

Gevolgen

Er zijn allerlei analyses van de onroerend goed-markt. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) spreekt in een rapport over deze zogenaamde markt als “inherent zeer ondoorzichtig waarbij de kennis tussen aanbieders van onroerend goed en beleggers zeer scheef is”. Met name door professionele beleggers worden grote vraagtekens geplaatst bij de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatie die door aanbieders wordt verstrekt. In dit verband wordt vooral gesproken over belangenverstrengelingen bij beheerders en het ‘creatief’ omgaan met waardebepalingen.

De hoge kosten van de huur van bedrijfsruimte hebben grote gevolgen voor de ruimtelijke structuur en de aanwezigheid van voorzieningen in steden, dorpen en buurten. In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw waren er in alle dorpen en kleinere plaatsen bakkers, slagers en andere middenstand. Daarna kwam er een ontwikkeling op gang waarbij veel van deze middenstanders het financiële hoofd niet boven water konden houden vanwege oplopende kosten. De verkoop, zoals via winkels, werd met medewerking van de overheid op het gebied van ruimtelijke ordening geconcentreerd in specifieke winkelcentra, waar in een beperkt aantal straten veel winkels waren en waarbij op basis van die ruimtelijke structuur veel mensen in korte tijd op een centrale plaats samenkwamen om hun inkopen te doen, zodat de winkels in korte tijd een hoge omzet hadden en de oplopende kosten door efficiency en effectiviteitsslagen konden opbrengen. Daarmee was de afdracht van grote rendementen aan het eerste niveau, aan banken, projectgoedontwikkelaars en vastgoedbezitters, gewaarborgd.

Nu is er een nieuwe fase aangebroken, waarbij het financierskapitaal onveranderd zijn hoge rendementseisen blijft stellen en de prijzen van bedrijfspanden kunstmatig hoog blijft houden, maar de winkels in de koopgoten, waar massa’s mensen doorheen lopen, niet meer zoveel verkopen, omdat er door internet grote concurrentie is ontstaan met online shops die de hoge lasten van de winkels in de koopgoten kunnen vermijden. Op zich zouden die winkels en winkelketens wel rendabel kunnen zijn, als ze de aasgieren van de hedgefunds en dergelijke niet op hun nek hadden zitten en als de onroerend goed-prijzen zouden dalen. Maar dat gebeurt tot nu toe niet. Het gevolg is een verloedering van hele winkelstraten, met grote gaten erin waar niets meer gebeurt en met een totale afbraak van een voorzieningenniveau op een menselijke maat. Dat wordt versterkt door de fusiegolf in bijvoorbeeld de gezondheidszorg, een beleid dat wordt bevorderd door een op collectieve voorzieningen bezuinigende overheid onder leiding van de VVD. Steeds strakker wordt de dienstverlening afgesteld op het in een zo kort mogelijke tijd helpen van een zo groot mogelijke groep mensen op schaarse centrale plaatsen. Of dat beleid op den duur het financierskapitaal de krankzinnige rendementen van dertig procent en meer op het kapitaal per jaar zal blijven opleveren, is sterk de vraag. En wat gebeurt er dan? Op naar de volgende crash.

Piet van der Lende
(Dit is een iets geredigeerde versie van het artikel dat eerder op Konfrontatie verscheen)

Noten

  1. In 2004 werd bekend dat Vendex KBB NV zou worden overgenomen door een groep investeerders, namelijk Kohlberg Kravis Roberts & Co (KKR), Change Capital Partners en AlpInvest Partners (verenigd in het consortium VDXK Acquisition BV onder leiding van KKR). Later stapte Change Capital uit VDXK. In juli 2004 werd Vendex KBB definitief overgenomen door VDXK nadat alle aandelen in handen van de groep kwamen. Rond 2010 werd V&D verkocht aan Sun European Partners (onderdeel van Sun Capital Partners). Tientallen winkelketens zijn op deze manier in handen gekomen van private-equity-fondsen, hedge-funds, en dergelijke.
  2. Van de werken van Braudel zijn ook vertalingen in het Nederlands verschenen. Zoals zijn trilogie met de hoofdtitel “Beschaving, economie en kapitalisme (15e-18e eeuw)”. Deel 1 heeft als titel: “De structuur van het dagelijks leven”. Deel 2 heeft als titel: “Het spel van de handel”. Deel 3 heeft als titel “De tijd van de wereld”. Op de driedeling van de economie wordt ingegaan in het voorwoord van deel 1 en op blz 429 van deel 2: “Nogmaals de driedeling”.
]]>

zondag 10 januari 2016

Armoede in Nederland

Piet van der LendeOver de armoede in Nederland is al decennia lang veel geschreven en gediscussieerd. Zonder overigens tot veel verandering geleid te hebben. Op 16 december 2015 verscheen er een nieuw rapport, met veel cijfers over de actuele stand van zaken: “Armoede en sociale uitsluiting 2015”. Afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voornaamste conclusie: het CBS kiest voor een eigensoortige armoedegrens, de ‘lage inkomensgrens’. Globaal heeft één op de tien huishoudens in Nederland een laag inkomen, dat zijn 734.000 huishoudens. Het aantal mensen dat daarvan deel uitmaakt steeg in 2014 met 27.000 tot bijna 1,5 miljoen (9,2 procent van de bevolking). Groepen die eruit springen zijn migranten en éénoudergezinnen in de bijstand. Verder neemt het aantal mensen dat langdurig van een laag inkomen moet leven, gestaag toe. In 2014: 217.000 huishoudens, vier jaar achtereen. Dat zijn er 24.000 meer dan in 2013.

Ontkenners

Kunnen we uit deze cijfers concluderen dat er armoede is in Nederland? In de discussie hierover zijn globaal twee kampen te onderscheiden. 1) Zij die de armoede en ellende aan de kaak stellen en bijvoorbeeld via de sociale media met duizenden concrete voorbeelden komen; vergezeld door tv-programma’s als “De Monitor” en kranteninterviews die de soms barre leefomstandigheden van veel mensen schetsen. 2) De armoede ontkenners die zich nauwelijks laten beïnvloeden door het eerste kamp. Hun standpunt wordt treffend samengevat door de directeur-generaal van het CBS in het genoemde rapport:“Omdat de inzichten van wat armoede precies is subjectief zijn, spreekt CBS niet van arme huishoudens. Door armoede in een breed maatschappelijk perspectief te plaatsen, maakt CBS de complexiteit van het verschijnsel zichtbaar. In Nederland is armoede geen kwestie van fysiek overleven. Iedere burger heeft in beginsel een dak boven zijn hoofd, hoeft geen honger te lijden, kan zich deugdelijk kleden en heeft toegang tot medische zorg. Armoede, of beter gezegd inkomensarmoede is gedefinieerd als het hebben van onvoldoende geld (inkomen) om een bepaald consumptieniveau te realiseren dat in Nederland als minimaal noodzakelijk wordt geacht.”Armoede is volgens het CBS dus een relatief begrip en in Nederland is de lage inkomensgrens hoog genoeg. Ach, die minima, ze klagen wel, maar iedereen heeft alle basisvoorzieningen en vanwege een heel hoog welvaartsniveau kijken ze naar de rijken en zeggen: dat wil ik ook. En dan voelen ze zich arm, maar zijn het niet. Het is maar een subjectieve interpretatie, omdat ze het hoge consumptieniveau van veel Nederlanders niet kunnen halen.

Werkelijkheid

Het CBS rapport gaat onder andere over inkomensstatistieken, welke groepen vallen in welke categorie en hoe lang. De mensen en omstandigheden achter die cijfers worden aan de kant geveegd. Hier een blik op de werkelijkheid.Of iedere burger “in beginsel” een dak boven het hoofd heeft, is aan de 25.000 daklozen niet gevraagd. Inderdaad, velen van hen weten voor de nacht een bed te bemachtigen, in de opvang of tijdelijk bij familie en vrienden. Maar daar houdt het dan wel mee op.Het aantal klanten van de voedselbank steeg in 2014 ten opzichte van 2013 met 11 procent, bijna 100.000 mensen.Het CBS zegt dat iedereen toegang heeft tot medische zorg, maar zonder dat te vragen aan de 330.000 mensen die in 2015 hun zorgverzekering niet konden betalen. Ook dit aantal is de laatste jaren sterk gestegen. In 2010 betrof het nog 267.000 mensen. Met een achterstand van zes maanden of meer vallen ze onder de Regeling Wanbetalers en resteert het recht op vergoedingen uit de basisverzekering. En dan zijn er nog zo’n 30.000 onverzekerden.Ruim één op de zes mensen heeft schulden. Schattingen spreken van problematische schulden bij ongeveer een half miljoen mensen. Ze kunnen er zelf niet meer uitkomen, maar slechts de helft is betrokken bij de schuldhulpverlening.En wat te denken van de geschatte anderhalf miljoen inwoners van ons land die analfabeet of laaggeletterd is en van de chronische werkloosheid sinds het begin van de jaren tachtig?

Leven op de grens

Deze verontrustende cijfers zijn in het CBS rapport niet te vinden en vallen dus buiten de analyse. Toch levert het CBS heel wat cijfers. In de eigen persberichten leiden ze tot koppen als: “Aantal daklozen licht gedaald”, “Werkloosheid behoorlijk minder”. Boven een hoofdstukje in het rapport “Risico op armoede bij huishoudens in 2014 nauwelijks gestegen, lichte daling verwacht in 2015 en 2016”. Kranten als de Telegraaf en de Volkskrant sluiten daar op aan in vette koppen “Armoede in Nederland in 2014 niet gestegen. Daling verwacht”.Ja, dan hebben we het over huishoudens, maar zoals hiervoor al gemeld: het aantal mensen (individuen) dat op of beneden de lage inkomensgrens moet leven is in 2014 wel degelijk fors toegenomen. Daarnaast is veel over de leefomstandigheden van onze inwoners gewoon onbekend. Naar schatting zijn 134.000 jongeren buiten beeld. Ze werken niet, gaan niet naar school, wonen bij ouders of vrienden of zijn dakloos, leven op de pof zonder uitkering en staan niet ingeschreven als werkzoekend. Alleen al in Amsterdam gaat het om 12.000 jongeren.De armoede ontkenners zullen zeggen dat er een zekere doorstroom is en het allemaal niet zo somber is. Zo is driekwart van de voedselbankklanten binnen een jaar weer weg. Maar dit betekent ook dat veel meer huishoudens dan de 100.000 gebruikers van de voedselbank op een grens leven. Juist door de doorstroom gaat het in de loop der jaren om een veelvoud van dat aantal. Dat veel mensen in Nederland op de rand staan wordt ook duidelijk, als we bedenken dat volgens enquêtes een kwart van de huishoudens in Nederland niet opgewassen is tegen een onverwachte uitgave van 850 euro.Na bijna veertig jaar de liberale VVD vrijwel onafgebroken in de regering en een PvdA die zich daaraan uitlevert, heeft een neoliberaal beleid van privatisering, bezuiniging en afbraak van de sociale zekerheid diepe sporen nagelaten in de Nederlandse samenleving. Meer dan ooit blijkt het dogma van de zogenaamd vrije markt geen ontplooiingsmogelijkheden te bieden voor allen en voor velen te leiden tot een perspectiefloos bestaan.]]>

donderdag 31 december 2015

In de media in 2015

https://www.parool.nl/binnenland/wethouder-vliegenthart-betaald-werk-is-niet-zaligmakend~a4211358/Bij het NOS Journaal over Prinsjesdag gingen de gedachten naar de prostaat. Han Lips. Het Parool 16 september 2015. https://www.parool.nl/kunst-en-media/bij-het-nos-journaal-over-prinsjesdag-gingen-de-gedachten-naar-de-prostaat~a4143286/

‘Gemeente benadeelt onderhuurders sterk met nieuwe kostendelersnorm’ Het Parool 26 augustus 2015. Henk Schutte. https://www.parool.nl/binnenland/-gemeente-benadeelt-onderhuurders-sterk-met-nieuwe-kostendelersnorm~a4129591/

Ambtenaren verdacht van machtsmisbruik bij re-integratietrajecten Het Parool. Bart van Zoelen. 15 april 2015. https://www.parool.nl/amsterdam/ambtenaren-verdacht-van-machtsmisbruik-bij-re-integratietrajecten~a3956258/

 ]]>

zaterdag 30 mei 2015

De lotgevallen van de kostendelersnorm oftewel mantelzorgboete

Het valt mij op dat er in de publiciteit en in maatschappelijke discussies waaraan belangenorganisaties en politieke partijen deelnemen zo weinig te horen is over de kostendelersnorm in de nieuwe Participatiewet, die 1 januari is ingevoerd.

De kostendelersnorm heeft als doel, -naar de regering zegt – stapeling van uitkeringen te voorkomen en een lagere uitkering te geven wanneer de kosten van het huishouden met iemand anders kunnen worden gedeeld. Wanneer je een bijstandsuitkering hebt, en je hebt iemand anders bij je inwonen, die ouder is dan 21 jaar, dan wordt -als je verder alleenstaande bent- je uitkering gekort van 70% WML tot 50% WML of lager. Dit geldt ook voor bloedverwanten in de eerste of tweede graad. Dus ouders en een kind die samenwonen, of twee broers. Het doet er niet toe of degene, die inwoont, een inkomen heeft of niet. Kinderen of andere inwonenden die studiefinanciering hebben, vallen erbuiten. Ook geldt de norm niet voor AOW-ers. De kostendelersnorm is van toepassing op alle mensen, die bij elkaar inwonen en die een bijstandsuitkering hebben. De kostendelersnorm geldt niet als er sprake is van commerciele onderhuur. Dus als een bijstandsgerechtigde een kamer huurt voor een commerciele prijs bij iemand anders, is de kostendelersnorm niet van toepassing.
Gevolgen
Op het spreekuur waar ik werk – de kostendelersnorm voor mensen die al een uitkering hadden, gaat per 1 juli in- krijgen wij nu al de schrijnende gevallen van mensen die straks niet of nauwelijks meer kunnen overleven. Bijvoorbeeld een vader met zijn inwonende zoon die er straks minstens 240 euro op achteruit gaat. Hoe moet die man straks leven? Of een mevrouw met een Franse vriend die geen werk heeft en geen inkomen. Zij zakken ver beneden het bestaansminimum. Per 1 juli wordt tegen die mensen gezegd: er woont iemand bij u in dus u wordt gekort. Mensen die mantelzorg doen- voor hun ouder, die nog geen 65 is, of voor iemand anders en die mensen wonen bij hen in- zullen worden gekort. De kostendelersnorm wordt daarom ook wel de ‘mantelzorgboete’ genoemd.
De kostendelersnorm is ingevoerd na agressieve propaganda van de VVD met in haar kielzog rechtse media: die kwamen met zegge en schrijve 1 voorbeeld van vijf mensen die in dezelfde woning woonden, die allemaal een bijstandsuitkering voor een alleenstaande hadden en die daardoor met z’n vijven wel 5000 euro opstreken. Schande! Een VVD-kamerlid stelde vragen aan de minister, en kreeg veel publiciteit. Tegenargumenten, waaruit bleek dat er in heel Nederland slechts enkele van dergelijke gevallen te vinden waren, mochten niet baten. Bij deze en andere argumenten in de ideologische discussie waren (linkse) belangenorganisaties en vakbonden in het defensief en zij werden op een effectieve wijze uit elkaar gespeeld. De hetze tegen bijstandsgerechtigden, die af en toe opduikt wanneer weer nieuwe destructieve maatregelen worden genomen, deed haar werk. Daarvan een voorbeeld.
ANBO 
Tijdens de discussie over de norm riep de ANBO de Eerste Kamer op de kostendelersnorm helemaal uit de AOW te laten verdwijnen indien er sprake is van een mantelzorgsituatie. Uit hun verklaring: ‘We zien schrijnende gevallen: ouders die al jaren zorgen voor een kind met een handicap of ziekte bijvoorbeeld. Deze mensen hebben geen keuze, maar worden als het aan de politiek ligt wél gestraft voor hun zorgen met een inkomenskorting. Dat kan echt niet meer. Je kunt wel een participatiesamenleving ambiëren, maar dan moet regelgeving dat stimuleren in plaats van tegenwerken. Het kabinet moet zelf ook eens gaan rekenen en bedenken wat op de lange termijn voordeliger is: voor elkaar zorgen of, uit angst voor inkomensdaling, extern zorg en hulp inroepen’.
De ANBO gebruikt goede argumenten maar… beperkt het verzet tot mensen die mantelzorg verlenen en tot die gevallen waarin een van de inwonenden AOW heeft. En dan komt het. ‘ANBO vindt dat er een fundamenteel verschil is tussen bijvoorbeeld een bijstandsuitkering en de AOW-uitkering, hoewel de kostendelersnorm ook in de bijstand volgens ANBO niet de meest voor de hand liggende manier is om de mensen uit een gezin te stimuleren om te gaan werken. Maar waar er bij meerdere bijstandsuitkeringen nog sprake kan zijn van schaalvoordeel, is dat in de AOW zelden het geval. Kinderen die voor hun ouders zorgen of andersom hebben een flinke zorgtaak. Die wordt niet gecompenseerd met een volledige AOW, laat staan met een korting van ruim 300 euro’.
Verdeeldheid en compromispolitiek
Ja maar ANBO: zijn jullie argumenten dus niet meer geldig bij kinderen die hun ouders verzorgen die nog geen 65 zijn? Kortom: links in het defensief, verdeelde belangenorganisaties, compromispolitiek waarbij alleen opgekomen wordt voor de eigen specifieke doelgroep, een rechtse hetze die niet werd beantwoord, en een vakbond die in die tijd een akkoord sloot met de werkgevers en de regering over de uitvoering van de Participatiewet. Over de inhoud waarvan in het sociaal akkoord niets wordt gezegd. Overigens ook met instemming van de oppositie in de vakbonden, die zagen aankomen dat afspraken van de vakbonden met de regering en de werkgevers over die Participatiewet wel eens desastreus zouden kunnen zijn, en die hoopten dat vanuit een zekere bewegingsvrijheid voor de vakbonden verzet van de grond zou komen.
Huishoudinkomenstoets
Hoe anders ging het bij de invoering van de huishoudinkomenstoets! De huishoudinkomenstoets was in veel opzichten vergelijkbaar met de kostendelersnorm. De huishoudinkomenstoets is een per 1 januari 2012 ingevoerde aanscherping van de gezinsbijstand. De regels vloeiden voort uit het regeerakkoord VVD-CDA van 2010 van het kabinet Rutte I. Het kreeg de stemmen van VVD, CDA, PVV en SGP. Naast gehuwden golden als gezin onder meer de volgende groepen volwassenen die hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden: gehuwden met hun meerderjarige kinderen en een alleenstaande met een of meer meerderjarige kinderen. Er werd getoetst op het inkomen en het vermogen van de hele groep samen.
Het totale norminkomen en vrijgelaten vermogen voor drie of meer personen was gelijk aan die voor twee personen. Als bijvoorbeeld iemand met een voltijdse baan nog bij zijn ouders woonde, kregen die geen bijstand, en als iemands bejaarde ouders bij hem inwoonden, kreeg hij in het algemeen geen bijstand omdat die ouders AOW kregen. De huishoudinkomenstoets was dus wel veel strenger dan de kostendelersnorm, die ook uitgaat van het ‘kunnen delen van de kosten’ en niet van het gezinsinkomen. Bovendien verliezen bij de kostendelersnorm de bijstandsgerechtigden hun uitkering niet volledig. Maar toch. In beide gevallen een aanzienlijke achteruitgang in inkomen voor velen.
Protesten
De huishoudinkomenstoets deed veel stof opwaaien. In de aanloop naar de invoering van de toets was er veel publiciteit over mensen die erdoor in grote moeilijkheden kwamen. Gemeenten trokken aan de bel dat ze dit niet konden uitvoeren. Fracties van sociaal-democratische partijen en andere partijen zoals de Partij van de Arbeid, Groen Links en SP protesteerden en haalden minstens de lokale pers. Belangenorganisaties van uitvoerders, zoals DIVOSA trokken aan de bel. Er verschenen uitgebreide interviews in kranten met slachtoffers. Na invoering van de norm was het niet afgelopen.
Vaak wordt gezegd door gematigde oppositiegroeperingen: de Tweede Kamer heeft gesproken, verzet heeft nu geen zin meer, we kunnen het besluit toch niet meer veranderen. Maar dat gebeurde nu niet. De publiciteit over de slechte maatregel ging door. En de politieke verhoudingen veranderden. VVD en CDA die de regering vormden, verloren de steun van de PVV en sloten een akkoord met D66, GroenLinks en ChristenUnie. En onderdeel van dat akkoord was de afschaffing van de huishoudinkomenstoets. Er werd een nieuwe wet aangenomen, die de huishoudinkomenstoets met terugwerkende kracht per 1 januari 2012 deed vervallen. De huishoudinkomenstoets stierf een stille dood, evenals overigens de meer omvattende Wet Werken naar Vermogen, die na jaren slepende onderhandelingen tussen de dwars liggende lokale overheden en maatschappelijke organisaties van tafel verdween.
Nu is het anders
Nu is de situatie heel anders. Van protesten horen we nauwelijks iets. Gemeenten voeren de maatregel in de aanloop naar 1 juli gewoon uit. Sterker nog, een gemeente als Amsterdam voert de maatregel strenger uit dan het Rijk voorschrijft, terwijl er toch een SP wethouder zit. Zoals hierboven al aangegeven, is er geen sprake van de kostendelersnorm als er sprake is van commerciele onderhuur. Er zijn twee wettelijke voorwaarden om dat te beoordelen: er moet een schriftelijke overeenkomst zijn en er moet sprake zijn van een ‘commerciele huur’.
De gemeente Amsterdam verbindt op eigen houtje allerlei extra strenge voorwaarden aan de beoordeling of sprake is van onderhuur. Er moet sprake zijn van indexering (jaarlijkse verhoging van de huur overeenkomstig de prijsontwikkeling). De huur moet per bank betaald worden. En er moet een zeer uitgebreide en absurde omschrijving zijn van het gehuurde en de rechten en plichten die eraan verbonden zijn, zoals een bepaling van het gebruik van gemeenschappelijke ruimten en douche en toilet, of bezoek en loges zijn toegestaan, etc. Op het spreekuur waar ik werk, komen wekelijks mensen die juridische procedures moeten beginnen omdat ze onmogelijk aan de strenge voorwaarden van de gemeente kunnen voldoen. En waarbij dan wordt gezegd: de kostendelersnorm is op u van toepassing. Geen indexering van de huur de afgelopen jaren? Kostendelersnorm. Terwijl die mensen gewoon een kamer huren en toch onderhuurder zijn.
Neem het voorbeeld van mevrouw E.F, alleenstaande moeder met twee jonge kinderen, die een grote kamer huurt bij derden. De huurovereenkomst voldoet niet aan de voorwaarden van de gemeente Amsterdam en de verhuurder wil niet meewerken aan een nieuw huurcontract. De kostendelersnorm is van toepassing, immers zij zou de kosten met nog twee anderen, de verhuurder en zijn vrouw kunnen delen. In de praktijk betaalt zij 350 euro huur, van het kunnen delen van kosten is geen sprake, maar omdat de huurovereenkomst volgens de gemeente niet aan de voorwaarden voldoet, zal zij met twee jonge kinderen moeten leven van 594,80 euro per maand.
Het grote verschil 
Uit de vergelijking van de gang van zaken bij de huishoudinkomenstoets en de kostendelersnorm blijkt de nog steeds zeer grote invloed van de top van de sociaal-democratie in het algemeen en van de Partij van de Arbeid in het bijzonder. Terwijl bij de huishoudinkomenstoets en de voorbereidingen van de Wet Werken naar Vermogen de fracties van de lokale Partij van de Arbeid in de gemeenteraden samen met op de Partij van de Arbeid georienteerde onderhandelaars van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) mede leiding gaven aan het verzet, is het nu doodstil bij die partijgroepen. Want de Partij van de Arbeid zit nu in de regering. En de invloed van die partij in de vakbonden is ook nog steeds zeer groot.
Daarbij valt op hoe gemakkelijk lokale bestuurders en uitvoerende organisaties op lokaal niveau, waarbij de Partij van de Arbeid onder de ambtenaren veel invloed heeft, zich voegen naar de opportunistische politiek van de leiding, hoewel ze het er vaak nog steeds niet mee eens zijn. Het lijkt nog steeds zo – hoewel er analyses zijn die dat bestrijden en die uitgaan van de steeds grotere mondigheid van de burger- dat als de top spreekt iedereen in de lagere regionen in zijn werk en activiteiten braaf de maatregelen uitvoert. Een brede coalitie van effectief verzet tegen het liberalisme en haar neo-liberale politiek, al is het maar op onderdelen, is zonder de Partij van de Arbeid blijkbaar nog steeds niet mogelijk.
Interne oppositie
Weliswaar zijn er in de partij en de vakbonden oppositiegroeperingen, maar hun invloed naar buiten en de door hen teweeggebrachte koerswijzingen van de organisaties als geheel, zijn gering en weinig effectief. Er wordt van alles intern uitgevochten, maar naar buiten toe is het stil. Ook oppositiegroeperingen buiten de sociaal-democratie kunnen nauwelijks een georganiseerde vuist maken. Wat mij in mijn omgeving daarbij opvalt, is hoe belangenbehartigers zich blind staren op de (lokale) agenda van de heersende politici, gemeenteraden en Tweede Kamer. Ze richten al hun energie op het lezen en becommentarieren van beleidsstukken, waarbij vaak dezelfde kritiek naar voren wordt gebracht als wanneer de Partij van de Arbeid in de oppositie zit, en vervolgens…. gebeurt er niets.
Waarbij het streven naar de opbouw van verzetsstructuren wordt verwaarloosd. In het verlengde daarvan blijkt in de media nauwelijks aandacht te zijn voor de gevolgen van de kostendelersnorm en de Participatiewet, terwijl die toch even schrijnend zijn als bij de huishoudinkomenstoets. Bij de meest positieve interpretatie van dat verschijnsel kun je zeggen dat de leidende media slechts weerspiegelen wat er aan reuring in de maatschappij is, en dat ze geen zelfstandig beleid hebben om structurele misstanden via eigen onderzoek aan de kaak te stellen. Ook hier werkt het neoliberalisme. Journalisten moeten razendsnel en passief werken binnen de financiele grenzen die door de eigenaren van de media worden gesteld en hebben geen ruimte voor al te veel research buiten de uitgangspunten van de machtigen.
Piet van der Lende
]]>