pagina's

maandag 16 september 2019

Verklaring Bijstandsbond Campagne Wettelijk Minimumloon (WML) naar 14 euro per uur

Onder het motto #samenvoor14 heeft de FNV het initiatief genomen tot een campagne en de opbouw van een sociale beweging waar ook andere organisaties deel van uitmaken om het wettelijk minimumloon van 9,82 euro bij een 38-urige werkweek te verhogen naar 14 euro. Aangezien de uitkeringen zijn gekoppeld aan het WML gaan die mee omhoog. De Bijstandsbond steunt deze campagne en doet eraan mee.


Het minimumloon, waar zo’n half miljoen werknemers voor moeten werken, is de afgelopen decennia sterk achtergebleven bij de reële stijging van de gemiddelde lonen. Bijna 2 miljoen mensen zitten onder 130 procent van het minimumloon. Omdat dat minimumloon al jarenlang nauwelijks stijgt, blijven ook de AOW en de bijstandsuitkeringen achter. Want deze uitkeringen zijn zoals gezegd gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. Als het WML stijgt, zal dit bij CAO-onderhandelingen gunstige gevolgen hebben voor de CAO-lonen, die dan ook meer omhoog zullen gaan. De eis voor verhoging van het WML steunt de eis van de FNV voor verhoging van de lonen in 2020 met 5%.

De campagne gaat enkele jaren duren. Het onderwerp moet in maart 2021, als er Tweede Kamer verkiezingen zijn, op de agenda staan en daarna moet het minimumloon van 14 euro worden ingevoerd. Om dat na te streven wordt nog tot ver in 2022 actie gevoerd.  Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat het niet alleen een FNV-campagne wordt.

Actievoerders gaan in verschillende steden en dorpen de buurten in om huis aan huis met mensen te praten. Er worden comité’s opgericht van leden en niet-leden van de FNV, die behalve meedoen aan de campagne vanuit de nieuwe organisatiestructuren ook problemen dichtbij huis, in de lokale gemeenschappen en de buurten, aan de orde kunnen stellen. Er zijn nu al in 5 steden activiteiten door de FNV opgezet: Rotterdam, Helmond, Leeuwarden en Amsterdam. Maar ook in andere steden komen initiatieven van de grond zoals in Leiden. 


In Amsterdam worden vele activiteiten ontplooid. Momenteel is men bezig met het opzetten van samenwerkingsverbanden van maatschappelijke organisaties, zelforganisaties van migranten, etc. Een actieweek van maandag 9 december tot zondag 15 december is gepland. Wil je via de Bijstandsbond op de hoogte blijven van de activiteiten, geef je dan op voor de mailinglijst. Mensen die lid zijn van de Algemene Mailinglijst van de Bijstandsbond hoeven zich niet op te geven. Zij krijgen automatisch bericht. 


Opgave mailinglijst via info@bijstandsbond.org

]]>

vrijdag 23 augustus 2019

Globalisering, democratie en nationalisme

Dani Rodrik

Toen even meer dan tien jaar geleden de economische crisis uitbrak, met de bankencrisis en een economische krimp, veronderstelden velen dat dit het einde was van het klassieke neoliberalisme: het streven naar globale vrijhandel op basis van marktwerking, die alle poriën van de (nationale) samenlevingen moest doordringen en toch, althans in sommige westerse staten, gepaard ging met ene beperkte mate van democratie. 



Het neoliberalisme was een middel om te proberen de winsten van kapitalistische ondernemingen weer op peil te brengen ten koste van de welvaart van de burgers en publieke voorzieningen. Tijdens de economische crisis veronderstelde men dat er een tegenreactie zou komen, waarbij weer zou worden teruggekeerd naar meer overheidsinvloed, herwaardering van publieke voorzieningen en verdere ontwikkeling van de democratie. Het neoliberalisme zou tegenover de volkeren zijn geloofwaardigheid verliezen.

Anderen wezen er ook toen al echter op, dat een nieuwe vorm van neoliberalisme zeer wel mogelijk was, maar dan gepaard gaande met een meer autoritaire staat, die met behulp van de nieuwste technologieën op het gebied van volgen en controleren van burgers de volkeren in het gareel zou houden bij handhaving van de (rauwe) kapitalistische markteconomie met minimaal overheidsingrijpen.

Sindsdien gingen de ontwikkelingen in de richting van de laatste optie.

China, een dictatuur met de ontwikkeling van een sociaal kredietsysteem om de burgers te controleren is daarvan een voorbeeld. Ook in westerse kapitalistische landen werden geavanceerde controle- en beïnvloedingssystemen ontwikkeld, zowel bij grote multinationals zoals Google, Facebook en Amazon, als bij de overheid. Hoe moeten we deze ontwikkeling verder analyseren?

Globaliserings- paradox

Dani Rodrik is een beroemde econoom Hij werd bekend om zijn analyse dat het in de huidige mondiale context onmogelijk is om de democratie, nationale zelfbeschikking en economische globalisering tegelijkertijd na te streven. Je kunt slechts twee van de drie tegelijk realiseren. Rodrik laat zien hoe ongelimiteerde globalisering en nationale democratie met elkaar in strijd zijn. In het geval van vrij internationaal verkeer van arbeid en kapitaal is de natiestaat nog slechts de volger van de wereldeconomie. De nationale democratie en de eigen lotsbestemming verdwijnen daarmee, en wordt vervangen door een autoritaire staat die de burgers in het gareel moet houden. In zo’n wereld kan de overheid zich alleen maar aanpassen aan de eisen van de internationale economie en is de eigen beleidsruimte geminimaliseerd. Het nastreven van hyperglobalisering kan wel samengaan met democratie, maar dan alleen in de vorm van ‘global governance’; dit betekent dan dus ook meteen het einde van de natiestaat. De nationale democratie en een sterke nationale overheid kunnen ook samen gaan, maar alleen als er paal en perk wordt gesteld aan globalisering, en de open grenzen dus juist (deels) gesloten worden. Lees meer over de analyse van de theoriën van Dani Rodrik in dit artikel van Robert Went. 

Het antwoord van populistisch rechts

In een helder artikel in de New York Times analyseert een andere beroemde wetenschapper, de historicus Quinn Slobodian hoe populistisch rechts en extreem rechts met het trilemma van Rodrik omgaan.

President Trump en populistisch rechts in verschillende landen willen de vrije beweging van goederen en geld, dus vrijhandel, handhaven, maar niet de vrije beweging van mensen. Ogenschijnlijk doet populistisch rechts iets anders. Trump fulmineert tegen de ‘ideologie van de globalisering’ en de ‘onverkozen, onbetrouwbare bureaucratie’ van instanties als het IMF en de WTO. In feite is na de linkse anders- globaliseringsbeweging van de jaren negentig van de vorige eeuw een nieuwe alternatieve globaliseringsbeweging opgekomen, met kritiek op de globalisering, maar dan van rechts.

President Trump en populistisch rechts prediken niet het einde van de globalisering, maar hun eigen versie ervan, zij willen nog steeds uitgebreide handel en onbelemmerde geldstromen, maar zij trekken een grens waar het gaat om de migratie. Het gaat dus niet om een tegenstelling tussen gesloten versus open samenlevingen, maar om bepaalde aspecten van de globalisering te behouden en andere niet.

Maar hoe moeten we dan de handelsoorlogen zien zoals Trump die voert, in het bijzonder met China? Is dat niet gericht op het ouderwetse streven naar zelfvoorziening van naties met gesloten grenzen? Dat is niet het geval. Trump wenst Amerika niet terug te trekken van de wereldmarkt. De bedoeling is om door unilaterale acties andere landen te dwingen een betere toegang van Amerikaanse producten toe te staan. Maar het doel daarvan is juist vrijhandel zonder barrières.

Ook de Brexit campagne van de Britse conservatieven was en is niet gericht tegen vrijhandel, maar op een overgang van de Europese economie naar een globale, zonder de storing van een regulering vanuit Brussel. Een recent rapport van Britse en Amerikaanse denktanks stelt een nieuw vrijhandelsverdrag voor tussen de twee landen dat een begin zou kunnen zijn van een nieuwe wereldhandels organisatie, een soort WTO 2.0. Doel van die WTO 2.0 zou dan moeten worden Chinese staatssubsidies aan te vallen en een vermindering van door staten gegarandeerde publieke diensten zoals een nationale gezondheidszorg.

Dit patroon van de alternatieve globalisering van rechts herhaalt zich bij rechts-populistische partijen in Duitsland en Oostenrijk. Geen van deze partijen verwerpt eigenlijk de globalisering door te pleiten voor een zelfvoorzienende economie van de natie-staat en terugtrekking van de wereldmarkt. De Europese Unie wordt weliswaar veroordeeld, maar de achterliggende visie is toename van de internationale handel en toename van de concurrentie. Verschillende leiders van de Alternative für Deutschland zijn lid van van een organisatie die vernoemd is naar een van de grondleggers van de neoliberale ideologie van het vrije marktkapitalisme, Friedrich Hayeck: de F. A. Hayek Foundation.

Samengevat is de formule van de rechtspopulistische alternatieve globalisering ja tegen vrije kapitalistische markteconomieën en vrijhandel, nee tegen migratie, democratie, en het uitgangspunt dat alle mensen in principe gelijkwaardig zijn. Of om het anders te zeggen: zij kiezen uiteindelijk in het trilemma van Rodrik voor globalisering en autoritaire staat.

Het zou een onderschatting betekenen van populistisch rechts om daarin alleen vijandigheid jegens andere volkeren te zien, of een achterhoedegevecht tegen de afbraak van de nationale staat en haar identiteit, of de productie van rechtse bagger met vooroordelen. Denktanks uit die hoek zijn wel degelijk bezig een inhoudelijk doordacht alternatief te ontwikkelen voor de neoliberale globalisering zoals die zich sinds de jaren tachtig ontwikkeld heeft en die aanpassing behoeft.

Wat moet het antwoord van links zijn?

Dani Rodrik heeft ook nagedacht over een oplossing voor zijn trilemma. Sommige partijen zoals de VVD en D66, menen voluit te moeten kiezen voor hyperglobalisering, met het uitgangspunt dat we op nationaal beleidsniveau dan dus nauwelijks meer beleid kunnen voeren. We kunnen ons nog slechts aanpassen aan de wereldeconomie. De SP kiest voor een andere route, namelijk het beperken van globalisering in een poging de natiestaat en de eigen nationale beleidskeuzes overeind te houden.

Rodrik analyseert, dat het trilemma zich nu nog niet in alle scherpte voordoet; de globalisering is beperkt, en de natiestaten bestaan nog steeds en hebben nog steeds een grote invloed. Hij betoogt dat geredeneerd vanuit de huidige situatie globalisering juist heel goed kan samengaan met een sterke lokale gemeenschap met een grote beleidsruimte. Het is mogelijk de voordelen van een meer gematigde globalisering veilig te stellen, tezamen met het centrale belang van nationaal of lokaal beleid.

We zien nu in de wereld dat er bijvoorbeeld grote verschillen zijn qua inrichting van de samenleving tussen landen die succes hebben in de globalisering, bijvoorbeeld Nederland en Zweden versus Amerika, als het gaat om zaken als belastingen, inkomensverdeling, onderwijs of sociale zekerheid. Ook in de moderne wereld van de globalisering zijn er blijkbaar nog steeds verschillende wegen voor een natiestaat mogelijk. Het moet volgens Rodrik mogelijk zijn een èn èn verhaal te houden, dat mensen aanspreekt die nu zowel wantrouwen hebben tegen de globalisering als tegen de nationale overheid. Enerzijds moeten zowel het oude neoliberalisme als het rechts-populistisch alternatief voor globalisering onder kritiek gesteld worden als een onrechtvaardige, ongereguleerde en ondemocratische kapitalistische ordening die gepaard gaat met grote ongelijkheden tussen armoede en rijkdom in de wereld. Deze kritiek moet mede centraal worden gesteld bij de bestrijding van populistisch rechts. Belangrijke thema’s zijn: kwijtschelding van schulden van ontwikkelingslanden, een aanpak van ecologische en sociale wantoestanden en rechtvaardige regels voor wereldhandel en internationale financiële transacties.

Anderzijds is er nog steeds ruimte om op nationaal niveau een ander beleid te voeren, waarbij een rechtvaardig sociaal beleid kan worden gevoerd. Het telkens terugkerende excuus dat bepaalde rechtvaardige maatregelen niet kunnen vanwege de niet te beïnvloeden globalisering en internationale concurrentieverhoudingen of de regels van de EU moet worden ontmaskerd.

Maar voorwaarde voor de ontwikkeling van een dergelijke politiek zijn sociale bewegingen en bijvoorbeeld vakbonden die zich zowel op het nationale niveau richten als op internationale samenwerking om een beweging op te bouwen die de èn èn politiek vorm kan geven en waarbij de andere oplossingen van het trilemma- hyperglobalisering zonder democratie en nationale zelfbeschikking zonder internationale globalisering- worden verworpen.

Piet van der Lende

]]>

Daklozen, spookjongeren, voedselbanken en miljonairs

Zomaar wat berichten van de laatste maand. Vandaag maakte het CBS bekend, dat het aantal daklozen in Nederland in tien jaar tijd meer dan verdubbeld is. In 2009 waren 17.800 mensen dakloos.  Vorig jaar waren dat er 39.300. Vooral het aantal jonge daklozen is in tien jaar tijd toegenomen. Vorig jaar was 1 op de 3 daklozen tussen de 18 en 30 jaar. Uit de cijfers blijkt verder dat het vaak mannen zijn die dakloos zijn en dat meer dan de helft van de daklozen een migratieachtergrond heeft.

Dinsdag maakte de koepel van voedselbanken bekend, dat het aantal deelnemers aan voedselbanken is gestegen. Uit de halfjaars enquête onder de voedselbanken blijkt dat het klantenaantal nog steeds toeneemt. Het aantal geholpen huishoudens steeg met 8%. Het aantal kinderen steeg met bijna 7%

De samenstelling van het klantenbestand lijkt te veranderen. Er werden relatief meer alleenstaanden en een ouder gezinnen geholpen. Het aantal ouderen dat een beroep doet op voedselhulp stijgt ook. Dit zou kunnen komen doordat de kosten van levensonderhoud harder zijn gestegen (BTW verhoging, en energie) dan de pensioenen en AOW.


Eind juli werd bekend dat het aantal spookjongeren toeneemt. In principe staan burgers in Nederland ingeschreven bij de gemeente op het adres waar je woont. Spookjongeren staan niet ingeschreven bij de gemeente. Of ze hebben de afkorting ‘VOW’ achter hun naam. Dat zit zo. Bij een verhuizing geef je dat door aan de gemeente. Maar soms doet men dat niet. Of iemand anders schrijft jou uit zonder een nieuw adres van jou op te geven. Dan krijgt de persoon waarvan de woonplaats onbekend is de afkorting VOW achter zijn of haar naam. ‘Vertrokken Onbekend Waarheen’. In 2018 hadden 50.124 jongeren tussen de 18 en 27 jaar de letters VOW achter hun naam, ruim 1500 meer dan het jaar ervoor. Die letters VOW achter een naam hebben grote gevolgen. Als de gemeente niet weet waar je bent, dan wordt je BSN-nummer als het ware bevroren. Dat betekent dat je kan fluiten naar alle voorzieningen van de verzorgingsstaat. Je kunt geen zorgverzekering afsluiten, uitkering aanvragen of een baan aannemen. Jongerenwerkers zien deze doelgroep vaak afglijden in de criminaliteit of de prostitutie.

En dan dit bericht:  Het aantal miljonairs in Nederland blijft toenemen. Ons land telde begin 2017 ongeveer 115.000 miljonairshuishoudens, zo’n 3000 meer dan een jaar daarvoor. Gemiddeld beschikten de miljonairs over een vermogen van ruim 3 miljoen euro. Daarbij zijn de waarde van de eigen woning en eventuele hypotheekschulden niet meegeteld!. Een groot deel van het vermogen van de miljonairs zit vaak in eigen bedrijven. Het besteedbaar jaarinkomen van miljonairshuishoudens bedroeg in 2017 gemiddeld 117.000 euro, waar niet-miljonairs het gemiddeld met 40.000 euro moesten doen.

Er zijn allerlei meer of minder voor de hand liggende commentaren op bovenstaande nieuwsberichten mogelijk. Duidelijk is in ieder geval dat de kloof tussen heel arm en heel rijk sterk toeneemt, waarbij de regering de armen armer en de rijken rijker maakt. Terwijl de laatste groep allerlei belastingvoordelen van de overheid geniet, worden de armen onderworpen aan o.a. het controleregiem van de bijstand, waarbij ze aan een woud van streng gecontroleerde regels worden onderworpen- sommigen spreken van een sociaal panopticum- en moeten leven van een veel te laag sociaal minimum.

Deels  is daarmee al een antwoord gegeven op de vraag hoe kan het, dat in een rijk land als Nederland spookjongeren zonder enige voorziening rondzwerven, mensen geen geld hebben om eten te kopen en een beroep moeten doen op de voedselbank, en het fundamentele mensenrecht van een dak boven je hoofd in Nederland voor velen niet wordt gerealiseerd? Het is deels het gevolg van overheidsbeleid. Het zou te ver voeren, in dit artikel alle oorzaken op te sommen. Een paar opmerkingen. Daklozen, mensen die een beroep doen op de voedselbank, spookjongeren, hebben vaak te maken met een schuldenproblematiek. Globaal zijn er de volgende typen schulden te onderscheiden:

1. Overlevingsschulden. De schuldenaar heeft te weinig inkomsten in verhouding tot zijn vaste lasten. Dit type schulden komt vooral voor bij mensen die rond het sociaal minimum leven. Deze schuldenaars zullen moeten proberen om hun inkomsten te verhogen door bijvoorbeeld werkaanvaarding of door via hulpverlening gebruik te maken van inkomensverruimende maatregelen, zoals huurtoeslag en zorgtoeslag maar ook het vaak ingewikkelde gemeentelijk minimabeleid.

2. Overbestedingsschulden De schuldenaar heeft in beginsel genoeg geld, maar heeft te veel kredieten afgesloten en is hierdoor in financiële problemen gekomen. Hier vinden we de middengroepen die door hoge kosten zoals kinderopvang betalen of een hypotheek, het hoofd niet boven water kunnen houden.

3. Aanpassingsschulden De schulden zijn een gevolg van een aanzienlijke verandering aan de uitgaven- en of inkomstenkant. Denk aan situaties als echtscheiding, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en dergelijke.

4. Compensatieschulden Deze schulden ontstaan door psychologische problemen zoals drugs- of koopverslaving. Hierbij zullen de problemen die de basis vormen van de problematische schuldsituatie moeten worden opgelost.

Er is nog een vijfde vorm, de zogenaamde ‘aangekoekte schulden’. Dat zijn schulden die ontstaan door boeten, rente, aanmaningen, incassokosten, afsluitingen en aansluitingen, bezoek van deurwaarders, et cetera. Door dergelijke bewegingen rond de oorspronkelijke schuld verdubbelen schuldbedragen zich snel.

Duizenden hulpverleners en ambtenaren zoals GGZ consulenten, sociaal raadslieden, maatschappelijk werkers, sociale dienst ambtenaren etc. houden zich in Nederland bezig met pogingen, de schuldenproblematiek van bovengenoemde categorieën op te lossen. En er is wetgeving, zoals de WSNP, de Wet Schuld Sanering Natuurlijke personen. Over deze hulpverlening als het eigenlijk te laat is valt veel te zeggen, maar ik wil in dit stukje het overheidsbeleid onder de loep nemen. Moeten we niet ook een preventief beleid voeren?

Wat opvalt bij bovengenoemde typen schulden is in de eerste plaats dat veel schuldenaren blijkbaar geen financiële reserve hebben om klappen op te vangen of onvoorziene uitgaven te financieren. (de overlevingsschulden en de aanpassingsschulden). In de tweede plaats dat regelingen en publieke diensten vrij snel wegvallen als bijvoorbeeld het inkomen uit betaald werk wat hoger is. (de overbestedingsschulden). Hoe komt het dat er geen financiële reserve is? Ik denk in de eerste plaats omdat het sociale minimum veel te laag is om van te leven. Je kunt er in het gunstigste geval je vaste lasten mee betalen, en je dagelijkse boodschappen als je zuinig aan doet, maar aan het eind van de maand zit je bij wijze van spreken op 0. Er is geen gelegenheid om te sparen. Uit het oogpunt van preventief beleid heeft het dus wel degelijk zin om het sociale minimum te verhogen. De FNV voert momenteel campagne om het wettelijk minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen naar 14 euro per uur te krijgen onder het motto: #samenvoor14. Maar dat is niet voldoende. Ook is het de vraag, of bepaalde publieke voorzieningen zoals eigenlijk ook de kinderopvang, niet goedkoper moeten worden om de mensen met overbestedingsschulden tegemoet te komen.

Maar vele regelingen zullen moeten veranderen, zoals de Participatiewet waaruit de bijstandsuitkeringen worden betaald. Bij de invoering van de kostendelersnorm- (een korting in de bijstand als er een volwassene bij je in huis woont) werd erop gewezen, dat die de toename van het aantal spookjongeren zou bevorderen. Hoofden van een-ouder gezinnen zouden wel eens hun meerderjarig kind het huis uit kunnen bonjouren, om de korting van de kostendelersnorm te ontlopen, zeker wanneer het hoofd van het een-ouder gezin het water financieel gezien al aan de lippen staat. Eigenlijk is de hele Participatiewet zo ingericht, dat het onder dat regime onmogelijk is een reserve op te bouwen om calamiteiten op te vangen. Het principe is: als er van elders inkomsten zijn, bijvoorbeeld uit deeltijdarbeid, wordt dat in mindering gebracht op je uitkering, en als je ergens kosten kunt besparen, wordt je ook gekort. Dit basisprincipe maakt het ook onmogelijk een reserve op te bouwen.

Ronduit belachelijk zijn de regels op het gebied van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en waterschapslasten. Om voor kwijtschelding in aanmerking te komen moet je spaargeld letterlijk 0 zijn. Heb je een paar honderd euro, dan moet je al betalen. Dus de minima worden voor de keus geplaatst: zorgen dat ik totaal geen reserve heb, of eerst 500 sparen voor de  belastingen en dan begin ik pas te sparen voor mezelf.

Er lijkt mij een verband te bestaan tussen de nieuwe cijfers over dakloosheid en de spookjongeren. Vooral het aantal jonge daklozen is de afgelopen tien jaar toegenomen. Een deel van de jongeren die verschijnt in de daklozenstatistieken lijkt mij te behoren tot de categorie spookjongeren. En hiermee stuiten we op een ander fenomeen van een falend overheidsbeleid: de rigide administratieve bureaucratische registratiesystemen met haar controlemechanismen, die verhinderen dat een daklozen uit zijn of haar situatie komt. Bekend bij daklozen en spookjongeren is het principe van de administratieve vicieuze cirkel. Zoals we hiervoor zagen hebben spookjongeren de afkorting VOW achter hun naam en is het BSN nummer bevroren. Dan kom je voor allerlei regelingen niet in aanmerking, en dus kun je je problemen niet oplossen. Om een bijstandsuitkering aan te vragen, moet je niet alleen een werkend BSN nummer hebben, je moet je woon of verblijfplaats opgeven. En jezelf legitimeren met een ID kaart of paspoort. Veel daklozen hebben dat niet. Dus geen bijstandsuitkering, dus geen begin van een oplossing. Hoe belachelijk de systemen zijn blijkt wel uit het feit, dat daklozen die toch een uitkering krijgen te maken krijgen met ‘struikbezoeken’. Handhavers gaan op pad in parken en straten om te controleren of de bewuste dakloze zich wel bevindt bij het opgegeven bosje of bruggetje.

Het is onmogelijk alle aspecten van een preventief beleid te behandelen, ik heb enkele punten genoemd. Maar bij deze regering ontbreekt de politieke wil om de kloof tussen arm en rijk te verkleinen en iets aan bovengenoemde zaken te doen, te financieren door de rijken een beetje meer belasting te laten betalen. En niet te vergeten de grote  bedrijven te belasten, die van gekkigheid niet meer weten wat ze met hun geld moeten doen. Er is geld zat!

Piet van der Lende

]]>

maandag 19 augustus 2019

Misstanden bij werk-leer bedrijf in Voorne-Putten. FNV vraagt Autoriteit Persoonsgegevens om onderzoek

In een brief aan de Autoriteit Persoonsgegevens vraagt FNV-bestuurder uitkeringsgerechtigden, Felix Alejandro Perez, om te onderzoeken of de gemeenten Nissewaard, Hellevoetsluis, Brielle en Westvoorne in strijd met de wetgeving op het gebied van de persoonsregistratie, de AVG en WBP hebben gehandeld.


Deze gemeenten in Voorne-Putten hebben bijstandsgerechtigden van begin 2015 tot juli 2018 vingerafdrukken afgenomen. De methode werkte als volgt. Men had een systeem van in- en uitklokken met gebruik van een vingerscan. Uitkeringsgerechtigden moesten via een vingerscan in- en uitklokken bij hun werkbedrijf. Volgens de wetgeving is dit niet toegestaan, het werkleerbedrijf deed dit echter toch. De vingerscan werd ingezet om duidelijke gegevens te verzamelen over werktijden. Mensen die niet mee wilden werken, zouden minder geld krijgen.De bijstandsgerechtigden waren bij het werk-leerbedrijf Voorne-Putten onder druk van kortingen op hun uitkering tewerkgesteld. Zij kregen geen loon en moesten werken met behoud van uitkering. Oftewel: gewoon dwangarbeid volgens de definities van internationale verdragen. Volgens een brief van Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Tamara van Ark, was het nemen van vingerafdrukken mogelijk in strijd met de wet (unieke identificatie en onvrijwillig). ‘Gemeenten moeten hun excuses maken en deze mensen compenseren!’, aldus Perez.

Het schandaal werd vorig jaar aan het licht gebracht door voormalig GroenLinks-raadslid en -statenlid Alfred Blokhuizen. Hij meldde de misstand bij de AP, die VPW en de gemeenten vervolgens op de vingers tikte. En nu wordt de Autoriteit Persoonsgegevens om een onderzoek gevraagd. Omdat volgens de FNV de contracten om die reden niet geldig zijn, moeten de bijstandsontvangers alsnog het wettelijk minimum loon ontvangen, stelt Pérez in een brief aan de vier gemeenten. De FNV gaat actie ondernemen om dit te realiseren.

Misstanden

Al in 2018 heeft de SP Nissewaard een witboek samengesteld over de misstanden bij het werk-leerbedrijf. Uit het witboek: ‘Gelet op de organisatiestructuur en werkwijzen van de partcipanten is Voorne Putten werkt te calssificeren als de machine bureaucratie van Henry Minzberg’. In het witboek wordt verder uitgelegd wat deze machine bureaucratie inhoudt. Het leeuwendeel van de participanten wordt in een keurslijf gedwongen, waarbij maatwerk in de trajecten niet geleverd kan worden. De door efficiency gedreven mate van standaardisatie van de werkzaamheden laat dit niet toe. Uit de vele gesprekken die de SP met de medewerkers heeft gevoerd blijkt dat er veel onzekerheid, angst en frustratie bij de medewerkers heerst. De klachten van de medewerkers worden daardoor noodgedwongen slecht summier behandeld. De mensen moeten anoniem blijven, uit angst voor kortingen en stopzettingen van de uitkering. Een vergelijkbaar onderzoek van de SP in ’s Hertogenbosch zou ertoe geleid hebben dat mensen werden gekort op hun uitkering. Uit het witboek wordt wel duidelijk dat er machtsmisbruik is van de caseworkers op het gebied van ARBO zaken (overtreding ARBO wet) niet nakomen afspraken, gebrekkige communicatie, pesten en uitsluiten op het werk, en intimidatie.

Het witboek kun je hier lezen. 

14-08-2019 Brief aan het College van B&W en Gemeenteraad van FNV, aankondiging eisen 14-8-2019 

12-08-2019 Lees hier het handhavingsverzoek aan AP. 

Persbericht FNV over het werk-leer bedrijf. 

‘Vrouw verkracht bij leerwerkbedrijf Voorne-Putten’ 

Gemeenten behandelden werklozen mogelijk crimineel,

]]>

zaterdag 17 augustus 2019

Intensieve handel in privé gegevens door bedrijven brengt grote risico’s met zich mee

Mensen worden soms plat gebeld

We wisten al dat grote multinationals zoals Google en Facebook het niet zo nauw nemen met de privacy, en dat er regelmatig sprake is van datalekken, maar vandaag heeft het Algemeen Dagblad een schokkende reportage over de handel in privégegevens ook van kleinere bedrijven. Het blijkt op grote schaal voor te komen. De gegevens kunnen behalve op leeftijd, adres en andere gegevens ook betrekking hebben op het burgerservicenummer. Vooral energiebedrijven lijken er gebruik van te maken, en ook in gegevens uit datalekken wordt volop gehandeld. Mensen worden lastig gevallen aan de telefoon. Het Bel me niet Register werkt niet. Ook kunnen kwaadwillenden allerlei vormen van fraude plegen, zoals identiteitsfraude. Op 23 juli werd bekend, dat er maandelijks vermoedelijk tientallen namen en adressen uit het kentekenregister worden verhandeld, mogelijk voor criminele doeleinden. Lees hier het artikel op RTL nieuws.


Ondanks de nieuwe privacywetgeving blijken privacybeloftes na faillissement van een bedrijf niets waard. Curatoren verkopen complete klantenbestanden zonder toestemming van consumenten. De toezichthouder grijpt niet in. Lees artikel in de Groene van een half jaar geleden.

Pas op met het invullen van enquêtes!. Vaak heb je dan expliciet toestemming gegeven dat in je gegevens wordt gehandeld. Ook gebruiken energiebedrijven verkooptrucs waarbij je zonder het te weten een nieuw (energie) contract afsluit. 

Wat niet in het artikel in het Algemeen Dagblad staat is, dat ook andere bedrijven zoals elektronicaconcern BCC, die over een uitgebreide database van de klanten beschikt, althans tot voor kort, intensief samenwerkte met energiebedrijven. In de winkels was een verkoper van een energiebedrijf constant aanwezig en de verkopers van BCC verwezen je naar die verkoper, gepaard gaande met extra kortingen als je bij BCC elektronica materiaal of bijvoorbeeld een wasmachine aanschafte.

De reden dat energiebedrijven zo hevig nieuwe klanten proberen te werven is waarschijnlijk, dat  de eigenaars hun winsten niet halen uit het afsluiten van energiecontracten, maar uit een zo groot mogelijke aantallen klanten. Het bedrijf wordt dan bij ene eventuele verkoop veel meer waard, omdat de waarde wordt bepaald door de aantallen klanten.

Lees hier het artikel in het Algemeen Dagblad. 

Zie ook andere artikelen op deze blog

Woningcorporaties precies op de hoogte van privéleven huurders. 

Geeft NOOIT uw Digid code af, ook niet aan functionarissen van de overheid

De neoliberale Grote Broer

Meer over het onderwerp onder het label privacy.

Piet van der Lende

]]>

vrijdag 16 augustus 2019

Politieke soap en schending van de democratie bij de onrechtvaardige vermogenstoets voor kwijtschelding van gemeentelijke heffingen

Koningin Maxima opent de tentoonstelling ‘gek op geld’ in het belastingen en douane museum in Rotterdam

Groot probleem bij de kwijtschelding van gemeentebelastingen en waterschapsbelastingen voor minima zijn de strenge regels op het gebied van ‘vermogen’. In feite moet je reserve 0 zijn. Is het iets meer, dan moet je betalen, ook al is dat meerdere maar een paar honderd euro. Als alleenstaande mag je op de peil datum niet meer op je rekening hebben staan dan de uitkering of loon (het nettobedrag dat geldt voor je leefsituatie) plus woonlasten na aftrek van huurtoeslag, plus ziektekostenverzekering na aftrek van zorgtoeslag. Voor AOW-ers gelden iets hogere bedragen. De normen worden ook aangepast met toepassing van de kostendelersnorm, dus dan gelden lagere bedragen bij de berekening.


Bij de Bijstandsbond kwamen veel klachten binnen over deze strenge normen. Daarnaast kwamen over de uitvoering in Amsterdam nog andere klachten binnen over de wijze waarop de Dienst Belastingen de regels uitvoerde. Ook bij de Ombudsman kwamen tientallen klachten binnen. Dat kun je zien op hun website. De koppeling van kwijtschelding aanvragen voor gemeentelijke heffingen en kwijtschelding aanvragen voor waterschapslasten bij Waternet verliep niet goed. Mensen denken dat ze bij een kwijtscheldingsaanvraag tegelijkertijd aanvragen voor waterschaps- heffingen maar dat is niet zo. De communicatie van de gemeentebelastingen en Waternet hierover is onduidelijk. Soms ploft er aan aanmaning of nog erger in de bus van Waternet waarbij niet is doorgegeven door Gemeentebelastingen dat kwijtschelding is aangevraagd. Dit wordt niet automatisch aan Waternet gemeld, en de mensen moeten zelf zowel bij Waternet als bij de Gemeentebelastingen aan de bel trekken om een en ander recht te zetten.. Wij hebben dit aan de orde gesteld in een gesprek met wethouder Groot Wassink, en die heeft het volgende geantwoord.

De gegevensuitwisseling tussen Belastingen en Waternet is de afgelopen periode inderdaad niet optimaal geweest. In november 2017 is bij Belastingen een nieuw informatievoorzieningssysteem geïntroduceerd, dat – in tegenstelling tot het vorige systeem – geen koppeling had met het ICT-systeem van Waternet. Door het ontbreken van de koppeling konden meldingen dat een verzoek om kwijtschelding was ontvangen bij Belastingen niet op geautomatiseerde wijze worden doorgegeven aan Waternet. Inmiddels is dit probleem opgelost. Het college betreurt dat er Amsterdammers zijn die nu langer op antwoord hebben moeten wachten dan gebruikelijk.

Hoe belachelijk het is, dat bij kwijtschelding je vermogen 0 moet zijn blijkt ook uit het volgende. Mensen die in een vrijwillige schuldsanering zitten en sparen om hun schulden af te lossen komen NIET in aanmerking voor kwijtschelding. De strenge regels hebben ook gevolgen voor het experiment bijverdienen naast je bijstandsuitkering in verschillende gemeenten. De premie die je in het experiment krijgt, wordt na een half jaar in één keer overgemaakt. Dit kan een bedrag betreffen van vele honderden euro’s. Als je daarbij ook nog het vakantiegeld rekent, kom je boven de normen voor kwijtschelding. Ook als hier ook de drie maanden termijn geldt, ben je dus gedwongen in maximaal drie maanden tijd het geld over de balk te smijten. Sparen in de bijstand voor onvoorziene omstandigheden is zo onmogelijk, terwijl in andere dossiers ervan uitgegaan wordt dat bijstandsgerechtigden 10% spaarcapaciteit hebben. Dit punt hebben wij bij de gemeente aan de orde gesteld en het leidde tot een artikel in Het Parool. 

Wij gaan hier in het kort in op de politieke discussie over bovenstaande problematiek, want het is een zeer merkwaardig politiek dossier.

Op 9 februari 2010 werd een wetsvoorstel in de Tweede Kamer aangenomen waarbij de Gemeentewet en de Waterschapswet werden gewijzigd in verband met de verruiming van de bevoegdheden van de Gemeenteraden, om kwijtschelding van gemeentelijke heffingen te verlenen. Dit betekent dus, dat de gemeenten zelf een grotere invloed zouden krijgen op het vaststellen van het vrij te laten vermogen bij beoordeling van kwijtschelding.

En toen…… gebeurde er 6 jaar lang NIETS. De regering tekende de wet niet, en hij werd niet gepubliceerd in de Staatscourant, was dus nog niet ingevoerd. In feite werd een democratisch genomen besluit van de Tweede Kamer getraineerd. De oude strenge kwijtscheldingsnormen bleven gewoon gelden.

Vervolgdiscussie in Amsterdam

Maar de strenge normen bleven de gemoederen bezig houden. In Amsterdam schreef de cliëntenraad van de sociale dienst in 2015 een brief aan de politieke partijen in de gemeente, waarin naar voren kwam, dat de Dienst Belastingen op een bepaalde peildatum een peiling werd uitgevoerd om te bepalen of iemand voor kwijtschelding in aanmerking kwam. De cliëntenraad stelde, dat de peiling soms werd uitgevoerd in de maand, waarin het vakantiegeld wordt uitbetaald. Minima zouden dan voldoende vermogen hebben om de gemeentelijke heffingen en de Waterschapsbelasting te betalen. Dat konden ze mooi van het vakantiegeld doen, begrijp je? In de brief spreekt de cliëntenraad over schrijnende situaties die ontstonden door het afwijzen van de kwijtschelding en de daarmee gepaard gaande slechte communicatie vanuit de gemeente. Hierop zijn vragen gesteld door het lid van de gemeenteraad Dennis Boutkan en de maatregel werd genomen, dat het vakantie geld drie maanden op je rekening mag staan alvorens meegerekend te worden. Daarna is het vermogen en krijg je geen kwijtschelding meer.

De discussie kreeg een vervolg in Amsterdam, toen op 20 juli 2017 het lid van de gemeenteraad Femke Roosma een motie indiende, samen met het raadslid Guldemond, inzake de voorjaarsnota 2017 waarin wordt gerefereerd aan de wet van 2010 en waarin het College van Burgemeester en Wethouders wordt verzocht samen met andere gemeenten er bij het Rijk op aan te dringen de wet van 2010 uit te voeren en gemeenten ruimere bevoegdheden te geven. Dit had tot gevolg dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een brief schreef aan de regering. Dit leidde in eerste instantie tot een brief van de staatssecretaris van Financiën dat de minister van Binnenlandse Zaken, mevrouw Ollongren op de brief van de VNG zou antwoorden.

Dat antwoord kwam een HALF jaar later, op 5 juni 2018. Inhoud van de brief: het kabinet verruimt de mogelijkheden om gemeentelijke belastingen kwijt te schelden NIET. De democratisch aangenomen wet wordt niet uitgewerkt in lagere regelgeving, waarbij het specifiek gaat om de financiële vermogenstoets voor het kwijtschelden.

Begin 2019 heeft de G5, het samenwerkingsverband van de vier grote steden Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Den Haag, nogmaals een brandbrief aan minister Ollongren geschreven dat het toch echt zo niet langer kan. Toen gebeurde er weer een hele tijd niets. De brief is nog steeds niet officieel beantwoord. Wel heeft de minister mondeling laten weten dat ze blijft bij het standpunt dat de regels niet versoepeld worden. Utrecht overweegt nu burgerlijk ongehoorzaam te worden en zelf nadere regels te gaan formuleren.

Piet van der Lende

]]>

donderdag 15 augustus 2019

Is al die bijzondere bijstand voor laptops in minima gezinnen wel terecht?

Wij vragen ons af in hoeverre er scholen zijn die de ouders onder druk zetten leermiddelen zoals laptops en tablets voor hun kinderen te betalen, of onder druk zetten om een vergoeding te vragen op basis van een gemeentelijke regeling voor minima, terwijl ze als school zelf voor het lesmateriaal zouden moeten zorgen.


In veel gemeenten kunnen minima-gezinnen met schoolgaande kinderen soms een vergoeding krijgen voor de aanschaf van laptops of andere ICT voorzieningen omdat de scholen eisen dat de scholieren hierover beschikken, vanwege de digitalisering van het onderwijs. Elektronica keten BCC kreeg in de winkels veel vragen van ouders, die vroegen of men bij BCC op de hoogte was van de regelingen. Daarom heeft het concern een onderzoek ingesteld. En wat blijkt? Ouders die een laptop voor hun kinderen op school nodig hebben en die een vergoeding bij de gemeente vragen, zijn in de ene gemeente veel slechter af dan in de andere. BCC heeft de regels van 344 gemeenten in kaart gebracht. In sommige gemeenten, zoals Den Helder, krijgen de ouders geen bijdrage, terwijl in Wijk bij Duurstede een subsidie van 900 euro kan worden verkregen. Gemiddeld liggen de vergoedingen in de gemeenten rond de 400 euro. In Amsterdam is er een ingewikkelde regeling. Voorwaarden voor basisschool leerlingen: U moet in Amsterdam wonen, U moet een laag inkomen en weinig vermogen hebben, U ontvangt kinderbijslag of pleegoudervergoeding voor uw kind. Uw kind moet eerst een computercursus doen. Daarna krijgt u een code om in de webshop een laptop of tablet uit te kiezen.

Uw kind krijgt eenmalig op de basisschool een gratis laptop of tablet. Uw kind gaat naar de basisschool. Uw kind is nu 10, 11 0f 12 jaar.

Uw kind moet bij u in huis wonen. Wanneer je aan alle regeltjes voldoet, krijg je een vergoeding.

De Bijstandsbond heeft met wethouder Groot Wassink over de regeling gepraat. Daarbij stelden wij het volgende aan de orde. Dat ging over de computer voor arme gezinnen waarvan de kinderen naar het voortgezet onderwijs gaan. We kregen signalen, dat deze computers (laptops) niet van zo’n beste kwaliteit zijn en regelmatig stuk gaan. Dit ligt volgens ons niet alleen aan de gebruikers zelf, ook bij de kwaliteit van de laptops zetten wij vraagtekens. Na 5 jaar mag je een nieuwe laptop aanvragen. Bijvoorbeeld wanneer het kind in de hoogste klas van het voortgezet onderwijs zit. Wij hebben een klacht binnengekregen van een mevrouw, wiens zoon zo’n tweede mal een laptop aanvroeg. Hij zit op het vwo, en kan goed met computers omgaan en heeft de eerste keer de cursus computeren gevolgd, wat verplicht blijkt te zijn. Nu moet hij bij de tweede laptop weer die basiscursus volgen, terwijl hij de cursus al gevolgd heeft en bovendien veel van computers weet. Wordt daar niet te rigide mee omgegaan?

In een reactie wordt het meeste van het bovenstaande ontkend.

‘De laptops zijn van een goed merk  (Toshiba) en zijn nieuw. Er wordt als gemeente een uitgebreide garantie van 3 jaar bovenop de 1 jaar fabrieksgarantie geboden. De totale garantietermijn bedraagt dus 4 jaar. In deze periode kunnen de scholieren de laptop laten repareren, wordt hij vervangen als hij niet te repareren is en kunnen de scholieren bovendien een jaarlijkse apk check (check op virussen etc.) laten uitvoeren bij een servicepunt. Het model staat binnen Toshiba bekend als een robuust model, speciaal ontwikkeld voor gebruik door scholieren. Het aantal storingsmeldingen ligt op 1,1 %  van het aantal uitgegeven exemplaren. Daarmee wordt het beoordeeld als een voldoende kwalitatief product.

Workshop

De regeling bestaat uit educatie en hardware. De workshop van tweeënhalf uur wordt daarbij als volwaardig onderdeel van de regeling gezien.

Omdat de digitale wereld snel verandert, is het belangrijk dat ook scholieren die voor de tweede keer een laptop ontvangen opnieuw de workshop volgen. Het is uiteraard mogelijk dat enkele scholieren weinig nieuws zullen horen, maar het is kostbaar en moeilijk te organiseren om van te voren een niveaubepaling te doen. De aanbieder van de workshops is flexibel in het aanpassen van de lesstof naar het gewenste niveau’.

Zijn de vergoedingen wel altijd nodig? Moeten scholen niet voor de leermiddelen zorgen?

Naar aanleiding van het onderzoek van BCC vragen wij ons af, of scholen niet voor een laptop of tablet moeten zorgen. Daarover blijken bij het ministerie van onderwijs regels te zijn, waarbij dit soms inderdaad zo is. In antwoorden op schriftelijke vragen van de Tweede Kamerleden Westerveld (GroenLinks) en Kwint (SP) over de kosten van digitale leermiddelen zegt minister Slob het volgende. ‘Uit de meest recente schoolkostenmonitor (2015-2016) blijkt dat ongeveer de helft van de ouders met leerlingen op het vmbo, havo of vwo aangeeft kosten te maken voor ICT. Deze kosten zijn echter altijd vrijwillig. Scholen mogen ouders niet verplichten om een laptop of tablet te betalen. Als een school volledig overgaat op digitale leermiddelen dan moet de school in laptops of tablets

voorzien. De school mag hiervoor een bijdrage van de ouders vragen, maar is verplicht om te benadrukken dat die bijdrage vrijwillig is. Als de vrijwillige bijdrage niet wordt betaald, dient de school zelf in een alternatief te voorzien’.

En: ‘De Wet Gratis Schoolboeken wordt elke vier jaar geëvalueerd. De volgende evaluatie is voorzien in 2020. Bij deze evaluatie wordt ook aandacht besteed aan de digitalisering van het onderwijs en wat dit voor leermiddelen en daarvoor benodigde randvoorwaarden betekent’. Hier is de beantwoording van de Kamervragen. Link:

Conclusie: Een laptop of tablet is geen gratis lesmateriaal. Middelbare scholen hoeven niet voor een laptop of tablet te zorgen. Maar scholen kunnen van ouders of verzorgers ook niet eisen dat zij de kosten betalen.

Vervangt een school (een groot deel van de) schoolboeken door digitaal lesmateriaal? Dan moet de school voor dit materiaal zorgen. De school mag hiervoor een vrijwillige bijdrage van de ouders vragen. Ouders zijn niet verplicht deze bijdrage te betalen als zij dit niet willen of kunnen. De school moet dan voor ander passend lesmateriaal zorgen.

In de praktijk is van de vrijwilligheid natuurlijk geen sprake. De regeling is zo vaag, dat een vaag schemergebied ontstaat van onderhandelingen tussen de ouders en de school, waarbij de school misbruik van de situatie kan maken door te zeggen ‘wij betalen niks en je gaat je kind toch niet in een uitzonderingspositie plaatsen? Vraag maar een vergoeding bij de gemeente’. Terwijl ze strikt genomen zelf voor het lesmateriaal zouden moeten zorgen.

Piet van der Lende

]]>

woensdag 14 augustus 2019

Een sociaal panopticum ter controle van de armen: het P.W. Janssen hofje in de Da Costa straat in Amsterdam

Het zogenaamde P.W. Janssen hofje in de Da Costa straat is gebouwd in 1895 en ontworpen door architect W. Hamer volgens de stroming van het electricisme met invloeden van de neorenaissance. Het gebouw in het midden was de woning van de opzichter. Er was ook een leeszaal in gevestigd voor de bewoners van het hof. De beheerder woonde dus midden in het hofje en zag streng toe op naleving van de regels: geen alcohol, verplicht zieke buren helpen en om elf uur binnen de poort. Het heeft wel iets van de opzet van een sociaal panopticum ter controle van de armen zoals dat eind 18e eeuw voor het eerst ontworpen werd door Jeremy Bentham: een centraal gelegen bewakershuisje van waaruit je alles kunt overzien, dag en nacht.


Het hofje bestond uit 14 huizen. Tien van de veertien huizen waren bedoeld voor 56 onvermogende Nederlandse en Duitse gezinnen. Uit de huuropbrengsten van de vier overige huizen werd het beheer en het onderhoud betaald. Architect Willem Hamer was ook bestuurslid van de stichting.De bouw van het hofje kostte in 1895 155.000 gulden.

De bouw van het hofje werd gefinancierd door De steenrijke P.W Janssen, waarnaar het hofje ook genoemd is, die zijn geld verdiend had in de graan- en tabakshandel. De beroemde Deli maatschappij, die in Nederlands Indië tabak teelde en op de Europese markt verkocht was van P.W. Janssen. Hij besloot een deel van zijn geld in liefdadigheid te stoppen. Daartoe richtte hij onder meer de Nederlandsch-Duitsche Stichting op. Deze stichting financierde de bouw van het hofje. P.W. Janssen richtte ook andere stichtingen op die aan liefdadigheid deden, zoals de P.W. Janssen’s Friesche stichting. Je zou kunnen zeggen dat hij met het geld dat hij verdiend had door koloniale uitbuiting toch nog iets goeds deed.

]]>

Collectieve ziektekostenverzekeringen gaan op termijn verdwijnen

Kliniek van het Mentrum in Amsterdam. Door concurrentie zou de bureaucratie in de zorg minder moeten worden, maar in de praktijk wordt die alleen maar groter.

Op dit moment lopen de onderhandelingen van verschillende gemeenten met de zorgverzekeraars voor Collectieve ziektekostenverzekeringen die gemeenten voor de minima afsluiten. En een sombere conclusie kan nu al worden getrokken: deze contracten met ziektekostenverzekeraars gaan op termijn verdwijnen. De ziektekostenverzekeraars willen van de collectieve kortingen af en er is nu al in 80 gemeenten geen collectieve verzekering meer. Nu zijn 2 op de 3 Nederlanders collectief verzekerd bij 51.000 polissen.


Ook de regering wil van de collectieve verzekeringen af. De korting die verzekerden ontvangen op hun collectieve zorgverzekering is nep. Dat stelt minister Bruno Bruins van Medische Zorg. Hij wil voor 2020 een einde maken aan deze praktijken en de zorgverzekering voor iedereen transparanter maken. De collectieve zorgverzekering wordt in 2020 aan banden gelegd. Het argument is, dat de Collectieve korting een sigaar uit eigen doos is. Verzekeraars stellen dat het collectief inkopen van zorg een financieel voordeel oplevert die wordt doorgerekend aan de verzekerden. Maar dit voordeel wordt volgens Bruins in de praktijk helemaal niet bereikt. Het collectieve voordeel dat verzekerden kunnen krijgen op een basisverzekering is dus nergens op gebaseerd.

Zorgverzekeraars geven korting op een polis die van zichzelf al relatief duur is. Voor de klant is dat op het eerste gezicht aantrekkelijk, maar het levert geen voordeel op. Een lokkertje om klanten te winnen. Allereerst wil Bruins een einde maken aan de fictieve korting van verzekeraars. Daarom mag per 2020 de collectieve korting op een basisverzekering maximaal 5 procent bedragen. Nu is dat nog 10 procent.

Verder moeten zorgverzekeraars duidelijk laten zien:

Welke zorgverzekeringen nagenoeg identiek zijn binnen een concern

Op welke zorgpolis de collectieve korting wordt toegepast

Wat deze verzekering kost en of de korting wel ‘echt’ is.

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gaat strenger controleren op de transparantie-eisen die aan verzekeraars gesteld worden. Het moet voor verzekerden dan gemakkelijker worden om zorgverzekeringen te vergelijken.

De korting die verzekeraars mogen toepassen op de aanvullende zorgverzekering blijft onveranderd. Dat komt omdat deze verzekeringen particulier worden aangeboden.

De ontwikkelingen in Amsterdam

In gesprekken met wethouder Vliegenthart in 2017 stelde de Bijstandsbond al aan de orde, dat er verslechteringen zaten in de nieuwe contracten die de gemeente met Zilveren Kruis afsloot. De gemeente Amsterdam heeft voor de jaren tot ern met 2018 bij ziektekostenverzekeraar Zilveren Kruis voor minima in de hoofdstad de zogenaamde collectieve zorgverzekering Amsterdam afgesloten. Maar minima die deze verzekering hebben afgesloten krijgen voor 2018 te maken met een forse stijging van de premie.

Tot 2017 kregen de minima een collectiviteitskorting van 7,5 % op de basisverzekering. In 2018 krijgen de minima nog maar een collectiviteitskorting van 3,5 %. Dat betekent dat de individuele verzekerde dus 4 % collectiviteitskorting misloopt.

Wij vroegen ons in dit verband af, of wel voldoende scherp wordt onderhandeld met Zilveren Kruis, wij hadden de indruk dat het allemaal nogal vanzelfsprekend en automatisch gaat, eerst was er ZAO Amsterdam, toen Agis en nu Zilveren Kruis. Is er onderzocht of er andere, concurrerende ziektekostenverzekeraars zijn die goedkoper zijn en waarom is de collectiviteitskorting zo omlaag gegaan? Een bezuiniging?. Zilveren Kruis zegt zelf dat de collectieve verzekering Amsterdam niet kostendekkend is, en dat ze in overleg met de gemeente hebben besloten de collectiviteitskorting te verlagen, omdat anders de premies voor andere verzekerden te hoog worden. Met andere woorden: Zilveren Kruis heeft de korting verlaagd omdat ze dan extra goedkoop kunnen zijn in de concurrentie met andere verzekeringen.

De  reactie van de gemeente op onze interventie was, dat het onderzocht zou worden, met name op basis van het feit, dat er voor 2019 een openbare Europese aanbesteding zou worden uitgevoerd. Maar dit bood geen soulaas.

In de raadscommissie werk en inkomen van 5 september 2018 werd het volgende duidelijk. De onderhandelingen over een nieuwe ziektekostenverzekering voor 2019 verliepen moeizaam. De Europese aanbesteding leverde slechts één inschrijver op…… dus Zilveren Kruis. Dat maakte de onderhandelingen moeilijk. Het concurrentieprincipe werkte hier dus duidelijk niet. Zorgverzekeraars behalve Zilveren Kruis hebben de Amsterdamse aanbesteding geboycot. Zo kan Zilveren Kruis de truc toepassen: een extra dure verzekering en dan zogenaamd korting geven en andere verzekeraars kunnen dat dan weer in andere regio’s. Toch heeft Amsterdam voor 2019 een verzekering kunnen afsluiten. Maar het is de vraag, of dit in 2020 weer kan, en wat daar dan eigenlijk de voordelen van zijn.

conclusie

De theorie was dat concurrentie tussen zorgverzekeraars de premie verlaagt en de kwaliteit verhoogt. Want daarmee weten zij meer verzekerden aan zich te binden. Deze theorie is niet bevestigd. Immers, na 2006 trad in Nederland geen trendbreuk op in de kostenontwikkeling. Nederland behoort tot de duurste Europese landen op het gebied van gezondheidszorg. In ons land staan verder concurrentie en de noodzaak tot meer samenwerking en integratie op gespannen voet. Concurrentie tussen zorgverzekeraars moet beperkt en op termijn afgeschaft. Grote winsten verdwijnen in de zakken van de zorgverzekeraars door het falen van de concurrentie. De gezondheidszorg is nu duur en slecht georganiseerd. De krampachtige pogingen voor 2020 van deze rechtse regering de concurrentie wel te laten werken door meer transparantie zullen falen.

]]>

dinsdag 13 augustus 2019

De VVD over de toeslagen en de armoedeval voor minima

Het VVD raadslid Claire Martens in Amsterdam heeft iets uitgerekend. Een gezin bestaande uit twee hardwerkende Amsterdammers met één kind waarbij de ouders allebei een minimuminkomen verdienen, houdt per maand slechts 25 euro meer over dan een Amsterdams gezin bestaande uit een kind waarvan de ouders allebei in de bijstand zitten. De volledige berekening kun je lezen in de Telegraaf en hier. Conclusie Claire Martens: ik ga vragen stellen aan het college. (Aan Rutger Groot Wassink dus. We zijn benieuwd wat hij ervan vindt) „Als je tot de conclusie moet komen dat je door hard te werken letterlijk maar een paar euro’s meer overhoudt dan een gezin dat niet werkt, is dat niet rechtvaardig.”

Wat vinden wij bij de Bijstandsbond van de berekening en de conclusie van Claire Martens?


De kosten van de kinderopvang zijn voor het gezin waarin beiden werken tegen het minimumloon meer dan 5000 per jaar. Dit door de toeslagensystematiek. Die de VVD regering bedacht heeft. Mischien moet kinderopvang ruimer beschikbaar komen en minder duur worden. Te financieren door de uit de pan rijzende aantallen miljonairs zwaarder te belasten.

Bovendien: waarom is het eigenlijk per definitie onrechtvaardig dat in een gezin warin beide ouders werken niet veel meer binnenkomst dan in een gezin waarin beide ouders in de bijstand zitten? Wanneer de ouders in dat bijstandsgezin geen werk kunnen vinden, of arbeidsongeschikt zijn is het niet onrechtvaardig.

Bovendien is het minimumloon te laag. Dus #samenvoor14. Minimumloon naar 14 euro per uur zoals de FNV zegt. Het VVD raadslid wil dit weer eens aan de orde stellen (hebben ze al eerder gedaan) niet om de lonen te verhogen of de kosten van het werkende gezin naar beneden te brengen, maar om te bezuinigen op het krappe budget van het bijstandsgezin door allerlei toeslagen te schrappen die dat gezin broodnodig heeft, financieel gezien. Want dan worden de verschillen ook groter, begrijp je? En gaan mensen sneller allerlei rot baantjes nemen uit wanhoop zodat de werkgevers kant en klaar gewillig personeel krijgen waarbij ze geen rekening hoeven te houden met de wensen en mogelijkheden van de werknemer.

Bovendien is de invloed van de toeslagensystematiek voor de minima en de daaruit voortvloeiende armoedeval voor de dynamiek van de arbeidsmarkt veel geringer dan rechtse partijen suggereren. Het is de typische VVD mentaliteit om te veronderstellen dat mensen alleen betaald willen werken als ze veel kunnen verdienen. Maar onderzoek na onderzoek van de werkmotivatie van werknemers heeft aangetoond, dat mensen meestal heel andere redenen bovenaan zetten, zoals leuke collega’s waarmee je contact hebt, je kunnen ontplooein in je werk door een bijdrage te leveren aan de maatschappij en voor jezelf, etc.

Bovendien is er gelukkig maar een beperkt aantal (enkele honderdduizenden) die alleen het minimumloon verdienen. Veel minimum cao lonen liggen hoger, en terecht. Het gaat in de berekening om een zeer specifieke situatie, die weinig voorkomt. Dus ook om die reden is de armoedeval van minder invloed dan rechts suggereert.

Als de werkgevers geen personeel kunnen vinden voor het flexibele ongeschoolde rot werk moeten ze eerst maar eens gaan werken aan het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden en omstandigheden en zelf bedrijfsscholen opzetten om aan goed technisch personeel te komen waarbij toegewerkt wordt in die bedrijfsopleidingen van de opleiding die de mensen al hebben naar het praktische werk. Maar de werkgevers willen voor een dubbeltje op de eerste rij zitten. Eerst de economie en dan de mensen is hun slogan. Maar het moet andersom: eerst de mensen en dan de economie.

piet

]]>

CBS goochelt weer met cijfers over werkloosheid

Het CBS rekent veel mensen met zorgtaken die betaald werk zoeken niet tot de werkloze beroepsbevolking.  Dit geldt ook voor andere delen van de niet-beroepsbevolking. Het CBS gebruikt een veel te enge definitie van werkloosheid.


Het is al vele malen gesignaleerd: het CBS manipuleert de werkloosheidscijfers. In mijn opvatting is een werkloze iemand, die betaald werk zoekt en het (nog) niet kan vinden. Daar horen volgens mij ook de werklozen bij, die lange tijd hevig hebben gezocht maar die geen betaald werk kunnen vinden en die de moed daarom hebben opgegeven. Als je uitgaat van deze definitie, kom je op een veel hoger aantal werklozen dan uit de cijfers van het CBS blijkt. In het tweede kwartaal van 2019 waren volgens het CBS 305 duizend mensen werkloos, 3,3 procent van de beroepsbevolking (seizoengecorrigeerd). De werkloze beroepsbevolking bestaat volgens het CBS uit alle 15- tot 75-jarigen die in Nederland wonen en geen betaald werk hebben, maar wel recent naar werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn. Volgens deze veel engere definitie dan die ik gaf worden veel werklozen niet als werkloos geteld.

Op dinsdag 13 augustus 2019 publiceerde het CBS een analyse, waaruit blijkt dat ze met hun eigen definiëringen in de knoop raken. In 2018 gaven 211 duizend vrouwen en 12 duizend mannen zorgtaken als reden om niet te kunnen of willen werken zegt het CBS.. In 2008 ging het om 305 duizend vrouwen en 8 duizend mannen. De afgelopen vijf jaar bleef de omvang van deze groep vrijwel constant. Dit zou blijken uit cijfers uit de Enquête beroepsbevolking (EBB) van het CBS.

In 2018 behoorden 3,8 miljoen mensen van 15 tot 75 jaar niet tot de beroepsbevolking. Dit zijn alle mensen in die leeftijdscategorie die niet voldoen aan de hierboven aangegeven enge definitie van werkloosheid van het CBS. Een groot deel hiervan, 1,5 miljoen, noemt hoge leeftijd als reden om niet te werken. Dus die kun je niet onder de werklozen rekenen. Over blijft een groep van 2,3 miljoen. Daarvan zijn er 223 duizend personen die aangaven niet te kunnen of willen werken omdat ze voor een gezin of een huishouden zorgen, ze vormden 6 procent van de niet-beroepsbevolking.

Daarnaast zijn er ook mensen die wel willen werken, maar een zorgreden opgeven waarom ze niet werken. Zij geven aan dat de combinatie van zorg en arbeid te grote druk geeft, dat ze geen geschikte betaalde kinderopvang kunnen vinden of dat schooltijden niet goed aansluiten. Van degenen met kinderen in de leeftijd tot 13 jaar ging het in 2018 om 20 duizend personen, van wie de meesten vrouw zijn (86 procent).

De zorg voor een gezin of huishouden kan ook een reden zijn voor (deeltijd)werkenden om niet meer uren te gaan werken, terwijl ze dat wel zouden willen. Met 27 duizend personen is het echter een relatief kleine groep die dit aangeeft. Mijn commentaar: Dat is dus eigenlijk in totaal een groep van bijna 50.000 personen, die in mijn ogen voldoet aan de enge definitie van het CBS. Maar nee, deze mensen worden tot de niet-beroepsbevolking gerekend en tellen dus niet mee in de werkloosheidscijfers. Bovendien als je de bejaarden en de mensen met zorgtaken buiten beschouwing laat kom je op een aantal van 2.1777.000 van de niet-beroepsbevolking. Hoeveel daarvan voldoen ook aan de definitie dat ze wel betaald willen werken en naar betaald werk op zoek zijn en dus in feite bij de werklozen moeten worden gerekend?

Kortom, het CBS blijft prutsen met definities om de werkloosheid naar beneden te krijgen. In de koppen van de krantenberichten en de begeleidende teksten vallen de aanvechtbaarheid van de CBS definities weg. Werkloosheid gedaald! kopte het CBS in het tweede kwartaal van 2019. En de media nemen dat kritiekloos over. Maar…. met zo’n bericht weten we dus in feite nog niets.

Piet van der Lende

]]>

zondag 23 juni 2019

De lonen, de flexibilisering van de arbeid en de concurrentiekracht van de Nederlandse economie

Premier Rutte, die leider is van een regering die vooral oog heeft voor ondernemers- en niet voor arbeidersbelangen, deed zaterdag 15 juni op een VVD-congres een opmerkelijke oproep aan de grote bedrijven in Nederland om de lonen te laten stijgen. “De winsten bij de grote ondernemingen klotsen tegen de plinten op, maar het enige dat in die bedrijven echt stijgt, zijn de salarissen van de topmannen en niet de cao-lonen. Die gaan onvoldoende omhoog en ik vind dat niet acceptabel.”

Rutte sprak het dreigement uit om de voorgenomen verlaging van de winstbelasting voor het grote bedrijfsleven terug te draaien als de lonen in de cao’s de komende tijd niet stijgen. “Misschien moeten we gaan nadenken of we daar mee door moeten gaan”, aldus Rutte afgelopen zaterdag.

In de afgelopen week over zijn uitspraken ondervraagd, concretiseerde hij niet, hoe de ondernemers er dan wel toe gebracht moeten worden de lonen te verhogen. Voor de hand ligt natuurlijk, dat Rutte zou aankondigen, dat de salarissen van de ambtenaren omhoog gaan, en het minimumloon naar 14 euro per uur gaat, zoals de FNV eist, maar daarover sprak hij niet. (1)

Maar bij SP, Partij van de Arbeid en Groen Links klonken juichtonen over de oproep van de premier. ‘Goede teksten’, aldus Lilian Marijnissen. En ook verschillende economen steunden de oproep van Rutte. Klaas Knot, directeur van de Nederlandse Bank, zei in een interview in de Volkskrant: ‘Ons spaaroverschot zit vooral bij de bedrijven. Zij zien blijkbaar te weinig mogelijkheden om te investeren en potten de winst op. Tja, dan kom ik toch weer bij die ene vraag uit: waarom niet de lonen verder verhogen? (2)

Gevolgen van armoede

Het interview wordt begeleid door een foto van Klaas achter zijn bureau, waarop een stapel boeken. Een van die boeken: het boek ‘Schaarste’ van Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir. In dit boek wordt geanalyseerd hoe gebrek aan tijd, geld, voedsel, sociale contacten, kortom schaarste ons gedrag bepalen. Uit hun onderzoek zou naar voren komen dat schaarste leidt tot beperking van het denkvermogen als het om innovatie of creatieve oplossingen gaat. De inzichten van de schrijvers zorgden vooral in de Verenigde Staten voor veel discussie en raken aan zaken als armoedebestrijding, schuldhulpverlening, werkloosheid en de gevolgen daarvan.

Hoe je verder ook over het boek denkt (zijn arme mensen eigenlijk ‘dommer’ dan rijke mensen?) waar Klaas Knot als econoom die de belangen van het bedrijfsleven verdedigt vooral in geïnteresseerd zal zijn: economisch gezien leidt armoede, werkloosheid, etc. wellicht tot minder arbeidsproductiviteit. Of om het anders te zeggen: de Participatiewet als zodanig, met de veel te lage uitkering, het mensonterende bijstandsregime met de voortdurende controles en ingrepen in de privacy van mensen, maakt mensen ziek en … leidt bij sommigen tot minder potentiële arbeidsproductiviteit.

De commissie Borstlap

En hiermee komen we op een tweede merkwaardige ontwikkeling de afgelopen week. Eind vorig jaar stelde minister Koolmees de commissie Regulering van werk in onder leiding van Hans Borstlap, die zich moest buigen over toekomst van de arbeidsmarkt. ‘De arbeidsmarkt krijgt de komende jaren te maken met fundamentele veranderingen, zoals robotisering en platformisering. Daarnaast hebben mensen andere wensen over de vormgeving van hun werk dan vroeger’ aldus de minister.

Afgelopen donderdag 20 juni bracht de commissie een ‘tussenrapport’ uit. En wat blijkt? De commissie slaat alarm over de groeiende kloof op de Nederlandse arbeidsmarkt. De sociale bescherming van vooral laag opgeleiden is veel te veel afgenomen. Aan de ene kant heb je goed opgeleide, goed verdienende en goed beschermde werkenden en aan de andere kant een toenemende groep slecht opgeleide mensen in laagproductieve banen met geringe sociale bescherming. Mochten zij onverhoopt werkloos of arbeidsongeschikt worden, dan komen zij onder het regiem van de Participatiewet, het laatste vangnet van de bijstand dat hierboven werd genoemd.

Deze scheefgroei op de arbeidsmarkt dreigt het verdienvermogen en de concurrentiekracht van de Nederlandse economie en de arbeidsproductiviteit van de arbeiders te ondermijnen. Arbeidsrecht, sociale zekerheid en belastingstelsel moeten opnieuw worden ingericht. De bijstand is nu het afvoerputje geworden van mensen die bij hun werk ziek worden en die niet verzekerd waren tegen arbeidsongeschiktheid. Dit als gevolg van het ontbreken van een algemene arbeidsongeschiktheidswet. Borstlap stelt in een interview in het Financieel Dagblad op de vraag of de sociale zekerheid weer collectief geregeld moet worden: ‘Ik was er -als directeur generaal op het ministerie- nota bene bij toen de Algemene Arbeidsongeschiktheids Wet AAW in 1998 werd afgeschaft. Met de kennis van nu zou je dat nooit meer doen’. (3)

De commissie heeft een onderzoek naar flexibilisering laten uitvoeren door de Organisatie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking,  OESO, waarbij verschillende landen met elkaar worden vergeleken. Daaruit blijkt dat in Nederland nu een op de vijf werkenden werkt op een tijdelijk arbeidscontract. Vijftien jaar terug was dat een op acht en het OESO-gemiddelde is een op tien. ZZP-ers zijn voor 90% verantwoordelijk voor deze groei. Ze maken nu 12% uit van alle werkenden. Naar schatting leven er in Nederland 200.000 gezinnen met ZZP’ers onder de armoedegrens. Borstlap noemt deze ontwikkeling excessief in vergelijking met andere landen. Hij neemt de conclusie over van de OESO dat dit op den duur slecht is voor de Nederlandse economie.

Economische gevolgen

De economische gevolgen van die onzekerheid is dat mensen minder risico’s durven nemen. Dat is slecht voor innovatie en dus voor de economie. Een ander gevolg is dat mensen/werknemers minder geld uitgeven, omdat ze geen vast inkomen meer hebben. Met andere woorden: de binnenlandse vraag naar producten blijft beperkt, er dreigt overproductie.

Mensen kunnen ook problemen krijgen met hun langetermijnplanning. Beslissingen over het al dan niet kopen van een huis en het nemen van kinderen wordt ingewikkelder. Jonge mensen vinden het lastig te bouwen aan een toekomst. Ouderen ondervinden problemen in het opbouwen van voldoende pensioen. Ook zijn er kwetsbare groepen, zoals ZZP’ers, die veel stress ondervinden van het gebrek aan inkomenszekerheid. Dit leidt tot ziekte en dus verminderde arbeidsproductiviteit.

Wat moet er volgens de commissie gebeuren? Weer verzekeringen invoeren tegen arbeidsongeschiktheid, ziekte, ouderdom en faciliteiten scheppen voor scholing die collectief moeten worden geregeld en gaan gelden voor alle werkenden. Bescherming tegen ontslag en onderbetaling zouden in een nieuw arbeidsrechtsstelsel moeten worden geregeld. Het kostenvoordeel voor ondernemers om flexibele krachten te nemen zou minder groot moeten worden door betere ontslagbescherming, premies voor de sociale zekerheid en veranderingen in de belastingafdracht.

Hoe moeten we kijken naar de roep om hogere lonen en betere sociale zekerheid van rechtse zijde?

Het kapitalisme in ongebreidelde vorm werkt als volgt. Op individueel niveau probeert elke kapitalist zoveel mogelijk te produceren en heeft hij er belang bij, dat de lonen laag zijn. Maar omdat het totaal van alle lonen de basis is voor de consumptie (koopkracht) van de bevolking ontstaat er een tegenstelling op het vlak van de totale economie: de productie wordt gemaximaliseerd terwijl de consumptie geminimaliseerd wordt. Daardoor doen zich crises van overproductie voor. Zo’n crisis leidt tot sluiting van fabrieken waarvan de producten niet kunnen worden verkocht en je komt in een diep dal terecht omdat de koopkracht van de arbeiders nog verder afneemt, en er een kettingreactie ontstaat van vraaguitval. Velen worden in ellende gestort omdat ze geen inkomen meer hebben.

In het verleden zijn vele oplossingen uitgeprobeerd om deze ontwikkeling te voorkomen. In de afgelopen dertig jaar door de opkomst van het neo-liberalisme, meer marktwerking en tegelijkertijd bij lagere lonen rigoureuze bezuinigingen bij de staat om de lastendruk te verminderen en de koopkracht van de arbeiders enigszins op peil te houden. De Verenigde Staten hebben daarbij een enorme schuldenberg gecreëerd om de koopkracht in eigen land op peil te houden, gefinancierd door de groei van de economie in China.

Groei van de export als oplossing

Het zou te ver voeren alle ‘oplossingen’ die in het neoliberalisme bedacht zijn, de revue te laten passeren. Er is echter wat Nederland betreft nog een manier om het bovenomschreven dilemma te omzeilen: lage lonen en flexibilisering van de arbeid die leiden tot een enorme groei van de export en ‘concurrentiekracht’. Daardoor kunnen in Nederland producerende bedrijven toch hun producten kwijt ondanks de stagnerende koopkracht in eigen land. Je ‘exporteert’ als het ware ook het dilemma van de kapitalistische markteconomie: door bedrijven in andere landen weg te concurreren heb je in die landen toch een afzetmarkt voor je producten.

Aan Klaas Knot werd in het interview in de Volkskrant de volgende vraag gesteld. In Nederland wordt gemopperd over Griekenland en Italië die te veel schulden zouden maken. Maar zij hebben een ander verhaal: Nederland en Duitsland moeten wat doen aan hun gigantische overschot op de betalingsbalans. Meer geld uitgeven dus. Antwoord Knot: ‘Dat is inderdaad een onevenwichtigheid waar wel wat meer aandacht voor mag komen in Nederland. Ons overschot is tenslotte een ander zijn tekort. Als Griekenland niet aan zijn verplichtingen kan voldoen, staan we op onze achterste benen. Maar ergens zijn dat twee kanten van dezelfde medaille.’ Met andere woorden: onze rijkdom en de ellende van de Grieken zijn aan elkaar gerelateerd.

Ongerustheid

Dit verklaart de ongerustheid van Rutte, Knot en Borstlap. Het Nederlandse recept van inzetten op grote export om het dilemma van de kapitalistische economie te omzeilen zou wel eens niet meer kunnen werken, omdat de arbeidsproductiviteit teveel daalt bij lage lonen en sterke flexibilisering. Dit tast de concurrentiekracht en daarmee de voortgaande groei van de export aan. Daar komt bij dat door het beleid van Trump handelsoorlogen in de wereld dreigen. En het Nederlandse beleid bedreigt de stabiliteit van de Eurozone.

Bovendien is er een fundamentele tegenstelling tussen het eindeloze streven naar winst en accumulatie aan de ene kant en de grenzen van de natuur aan de andere kant. Voorbeeld: de Nederlandse landbouw is een exportmotor. Maar door een recente uitspraak van de Raad van State over de productie van de CO2 uitstoot in de landbouw dreigt Nederland bij de uitvoering van infrastructurele projecten en uitbreiding van de landbouw ‘op slot’ te gaan. Het regeringsbeleid de CO2 uitstoot tegen te gaan is onvoldoende om de natuur te beschermen. Zelfs de voorziening van schoon drinkwater komt in gevaar door het excessieve gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw en tuinbouw, die in de natuur terecht komen.

Dit zijn enkele voorbeelden. Daarom zoeken Rutte en de zijnen naar andere oplossingen zoals verhoging van de binnenlandse vraag door verhoging van de inkomens van de inwoners van Nederland. Zij redeneren echter met hun ongerustheid over de concurrentiekracht van de Nederlandse economie binnen de dilemma’s van het kapitalistisch systeem. Vroeg of laat komt er weer een economische crisis en een crisis van het geldsysteem met de enorme schuldenbergen die er nog steeds zijn. En degenen, die vanuit het rechtse politieke spectrum nu pleiten voor loonsverhogingen en betere sociale bescherming zullen dan uit een heel ander vaatje tappen. Een fundamentele kritiek op de doorgeschoten marktwerking van het neoliberalisme zul je in de reacties vergeefs vinden.

Dit neemt niet weg, dat de ontwikkelingen in de huidige fase kansen bieden voor vakbonden, milieuorganisaties, en andere belangengroepen die meer redeneren vanuit de fundamentele rechten van alle mensen op een redelijk inkomen en redelijke bestaansvoorwaarden en niet vanuit de dilemma’s van de kapitalistische economie en de belangen van de ondernemers, om door middel van acties en druk uitoefenen op de ondernemers en de regering nu verbeteringen in de rechten van werkenden en niet-werkenden te bewerkstelligen.

Piet van der Lende

(1) Zie de actie #samenvoor14 op de website https://www.veertien.nu/

(2) https://www.volkskrant.nl/economie/dnb-president-klaas-knot-waarom-niet-de-lonen-verder-verhogen~bca575aa/

(3) Financieel Dagblad vrijdag 21 juni 2019. Hans Borstlap: sociale zekerheid moet weer collectief wordenAuteurPiet Van Der Lende

]]>

donderdag 23 mei 2019

Gaat Groot Wassink, wethouder werk en inkomen in Amsterdam nu ook een uitrookbeleid van bijstandsgerechtigden voeren onder druk van het Rijk?

Wethouder Rutger Groot Wassink van Amsterdam, die gaat over de uitvoering van de Participatiewet, stuurde 20 mei een brief naar de gemeenteraad waarin hij zijn plannen voor de nabije toekomst uiteen zet. Deze brief werd begeleid met zijn commentaren in de pers, o.a. een artikel in Het Parool, waarbij de wethouder zijn plannen toelichtte. In de pers wordt gesproken over een ‘militaire operatie’ maar het is enigszins onduidelijk of Groot Wassink deze woorden in de mond genomen heeft.

In de pers kwam naar voren, dat alle 40.000 bijstandsgerechtigden op gesprek moeten komen. Maar in de brief staat dat 30.000 bijstandsgerechtigden zullen worden opgeroepen. Het verschil zit hem er waarschijnlijk in, dat alle 40.000 telefonisch of schriftelijk zullen worden benaderd, maar dat men het voornemen heeft 30.000 ook daadwerkelijk op te roepen. Ook komt in de pers en de brief naar voren, dat dit gesprek niet vrijblijvend is. Op alreeds van andere (rechtse) politici bekende manier wordt een kleine minderheid die niks zou willen gebruikt als argument om alle bijstandsgerechtigden intensiever en strenger aan te pakken. Ook wordt het nodige effect verwacht van een uitrookbeleid: mensen die niet zouden willen, of niet op alle gesprekken komen opdagen, of die door alle druk afzien van een uitkering, moeten zich maar zien te redden. Weg is weg. Nu al ervaren wij op het spreekuur, dat verschillende mensen ervoor kiezen met betaald werk te leven beneden het sociale bijstandsminimum: al dat gedoe met de uitvoeringsorganisatie van de bijstand en het vreselijke regiem waar je onder zit, laat maar zitten. Ik vraag geen aanvulling aan. Dat is het effect van het beleid, meer werkende armen.

uitstroomcijfers

Ook worden op ouderwetse manier door de politiek zeer hoge uitstroomcijfers van de uitvoeringsorganisatie vereist, waarbij de klantmanager, die tegenover een mens van vlees en bloed zit, onder druk komt te staan mensen eruit te werken. Die ambitieuze doelstelling is dat een stad als Amsterdam eigenlijk niet meer dan 30.000 bijstandsgerechtigden mag hebben. Waarom mogen het er niet meer zijn? Dat blijft in de brief volkomen onduidelijk. Het gaat om mensen, hoor, niet om budgettering met spreadsheets. Ook verder gaat gekeken worden naar de rechtmatigheid van de uitkeringen. Zeg maar met de stofkam door het bestand, op zoek naar die paar bijstandsgerechtigden die de kluit belazeren. Daarvoor moeten dan wel 40.000 bijstandsgerechtigden voor de zoveelste keer het hele hebben en houden van hun privéleven op tafel leggen. Daarnaast belooft de wethouder coaches, loonkostensubsidies, en banenplannen. Maar de concrete banenplannen zijn vaag (afspraken met werkgevers door een beroep te doen op hun goede wil?) of een druppel op een gloeiende plaat. (De werkbrigade, waarvan de eerste deelnemers trouwens alweer in de bijstand zitten. Moeten die nu ook op gesprek komen?). Tot nu toe loopt de terugloop van het aantal bijstandsgerechtigden in Amsterdam achter bij het landelijk gemiddelde. Nu blijkt de financieringssystematiek van de Participatiewet zo te zijn, dat in dat geval een gemeente te maken krijgt met hoge boetes: als Amsterdam achterblijft qua uitstroom zoals het nu doet, vooral trouwens als gevolg van het relatief grote aantal arbeidsongeschikten en langdurig werklozen, dan kan het bedrag oplopen tot 68 miljoen aan kortingen op het bijstandsbudget. De gemeenten, en dus ook Groot Wassink staan zodoende onder grote druk van deze rechtse regering.

Neoliberaal arbeidsmarktbeleid

Het ‘nieuwe’ beleid van Groot Wassink is ondanks zijn linkse signatuur geheel in overeenstemming met het neoliberale arbeidsmarktbeleid: aan de ene kant: werkloosheid is een gevolg van een tekort aan voldoende banen, waarbij werkgevers hun eisen moeten aanpassen aan de mogelijkheden van de arbeidskrachten. Zodat je een actief werkgelegenheidsbeleid moet voeren. Investeren in struktureel werk is de enige oplossing. Begin ook vooral eens op de Stopera zelf. Tijdelijke banen voor structureel werk direct omzetten naar vaste banen. Door loonkostensubsidies vertikken werkgevers het om mensen vast en normaal betaald in dienst te nemen.
Verder moet je mensen concrete opleidingen met diploma’s bieden. Geen werken zonder loon trajecten en disciplineringsgesprekken en trajecten. Werkgevers moeten quota krijgen van oudere mensen die ze in dienst nemen en houden.
Maar nee, aan de andere kant is dat niet het neoliberale beleid. Daarin wordt gezegd: werkloosheid is het gevolg van gebreken van de werkzoekenden, ze moeten gedisciplineerd worden. Niet investeren in gedegen opleidingen die een diploma opleveren. Werkgevers zijn ondanks de beperkte afspraken over contingentering van arbeidsgehandicapten volledig autonoom in hun personeelsbeleid, en je moet inzetten op het bijschaven (jobcoaches, loonkostensubsidies, disciplineringstrajecten) en onder druk zetten van werklozen, om de markt zijn werk te laten doen, waarbij werkgevers bij de matching tussen vraag en aanbod hun eisen vanzelf wel zullen bijstellen bij tekorten en de kansen van de werkzoekenden worden vergroot. Je moet dus wat de werkgevers betreft alleen een beroep doen op hun ‘goodwill’. Wanneer gaan we nu eens stoppen met het pamperen van werkgevers.

Neoliberaal beleid werkt niet in het belang van de werkzoekenden

Die neoliberale arbeidsmarkt en het daarbij behorende beleid werkt niet, waar het gaat om de belangen van gedeeltelijk arbeidsongeschikten en langdurig werklozen. Dat is na 40 jaar neoliberaal beleid wel duidelijk. Steeds verschijnen er momenteel berichten over grote tekorten op de arbeidsmarkt. Werkgevers zouden schreeuwen om personeel, en het aantal vacatures stijgt sterk. Onlangs werd uit cijfers van het CBS bekend, dat in 2018 het aantal flexwerkers met 7000 was afgenomen. Een verwaarloosbare afname op een aantal flexwerkers van bijna 2 miljoen. (exclusief zzp-ers) Doet door al die tekorten aan personeel de markt zijn werk? Komen er substantieel minder flexwerkers, stellen de werkgevers hun eisen bij, gaan de lonen sterk omhoog? Nee dus. Vandaag werd bekend, dat de voor prijsstijgingen gecorrigeerde lonen de eerste drie maanden van 2019 zijn gedaald. Dit terwijl Nederland met meer vacatures kampt dan ooit, bedrijven de ene recordwinst na de andere boeken. Uiteindelijk zijn de werkgevers door het huidige overheidsbeleid ondanks de vacatures niet door de markt en niet door de overheid gedwongen hun eisen en voorwaarden aan te passen. Hiervoor gaf ik al aan, dat door dit beleid het aantal werkende armen groter zal worden. Dat komt ook omdat mensen gedwongen zullen worden of zich gedwongen zullen voelen de eisen van de werkgevers en de aangeboden slechte arbeidsvoorwaarden en omstandigheden maar te accepteren. En daarmee zijn we bij het werkelijke doel van het neoliberale arbeidsmarktbeleid van de overheid: de grote beschikbaarheid van zeer goedkope, gewillige, flexibele arbeidskrachten die bereid zijn tegen slechte voorwaarden en omstandigheden rot werk of zwaar werk te doen, desnoods levend onder het sociale minimum. Je zou kunnen zeggen dat in dit opzicht het neoliberale arbeidsmarktbeleid dat de overheid voert heel effectief is. Met als prijs de kansloosheid van duizenden werklozen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Wier tragisch lot levend onder het regiem van een sociaal panopticum de grote groep als een schrikbeeld voor ogen staat. En hoezeer de wethouder ook spreekt over een menselijk beleid, ook in Amsterdam is uiteindelijk de bijstand vooral op basis van rijksregels met de doelstelling van goedkope arbeidskrachten voor ogen een sociaal panopticum.

Sociaal panopticum

Leven in de bijstand is dus leven in een sociaal panopticum. Dit is een voortdurende controle op het doen en laten van specifieke groepen in de maatschappij in dit geval bijstandsgerechtigden middels moderne technieken (bewakingscamera’s, koppeling van databanken, registratie van individuele kenmerken middels vingerafdrukken, etc.) waarbij mensen ook intensief gecontroleerd worden middels disciplineringsgesprekken en bij verdenking van fraude allerlei klassieke opsporingsmethoden, zoals een buurtonderzoek of schaduwen. Verder is er controle van organisaties met een stoet van bewakers in dienst, zoals conducteurs, stadswachten, buurtvaders, verkeersregelaars, etc. De mensen  moeten daarbij het gevoel krijgen, dat ze voortdurend worden waargenomen en dat door de autoriteiten als afwijkend gedefinieerd gedrag zal worden bestraft. Dit wordt gecombineerd met een ideologisch offensief in soms wollige ogenschijnlijk fraai klinkende doelstellingen dat de ontwikkeling en invoering van het panopticum moet rechtvaardigen en dat leidt tot illegalisering en criminalisering van gedrag dat de bedoeling heeft aan het panopticum te ontsnappen. Leven in de bijstand is af en toe je hele hebben en houden op tafel leggen, al je privégegevens van je leven, dat vervolgens naast de zeer gecompliceerde en uitgebreide regels van de bijstand wordt gelegd om te kijken of je op een detail niet iets hebt gedaan wat volgens de definities van het panopticum ‘fout’ is..

het principe van de bijstand

Het principe van de bijstand is, dat bij andere inkomsten dit moet worden verrekend, er is een partnertoets, bij besparing van wat kosten moet je uitkering omlaag (kostendelersnorm) er is verplicht vrijwilligers werk middels het principe van de tegenprestatie, de uitkering is voorwaardelijk door eisen op het gebied van Nederlands spreken, etc. Mensen in de bijstand die door alle persoonlijke problemen al gestrest, angstig en depressief zijn worden door het regiem van de bijstand alleen maar zieker. En nu gaat Groot Wassink in ferme bewoordingen zeggen dat het aantal bijstandsgerechtigden van 40.000 naar 30.000 moet, dat iedereen zal worden opgeroepen, dat de gesprekken niet vrijblijvend zijn, etc. Dit levert bij de duizenden bijstandsgerechtigden die arbeidsongeschikt zijn nog meer stress, angsten en slapeloze nachten op. Het sociaal panopticum doet zijn werk: ook al wordt je niet vaak opgeroepen, voortdurend heb je het gevoel constant te worden waargenomen, ieder ogenblik kan er een bericht komen dat een ambtenaar in je ziel wil kijken. Het is ook de knagende onzekerheid: ik weet niet of ik word opgeroepen, maar ieder ogenblik kan mijn bestaansfundament ter discussie worden gesteld. voortdurend denk je erover na hoe aan dit panopticum te ontsnappen, voortdurend loop je te malen over de grenzen van het panopticum. Kan ik een klacht indienen? Kan ik een bezwaarschrift schrijven, kan ik mij ziek melden? Als ik een oproep krijg, wat kan ik dan verwachten, hoe moet ik mij voorbereiden? En gevoelens van machteloosheid: als je ziek bent, of arbeidsongeschikt, is ontsnappen uiteindelijk onmogelijk.

Megabanenmarkt

De politieke situatie lijkt momenteel wel een beetje op de situatie ten tijde van de Megabanenmarkt jaren geleden. Toen zette minister Vermeend de gemeente Amsterdam onder grote druk een grotere uitstroom uit de bijstand te realiseren met ook dreigingen van kortingen op het budget. Wethouder Köhler toen van Groen Links, nu van de SP is nog op het dossier gevallen. Daarop trad wethouder van der Aa aan, die een vlucht naar voren bedacht: de megabanenmarkt. Alle bijstandsgerechtigden werden opgeroepen naar een grote fabriekshal in het havengebied bij Sloterdijk te gaan, alwaar ze werden doorgezaagd over mogelijkheden aan het werk te gaan, en indien dit niet kon, werden ze opnieuw gekeurd, en er werden nieuwe dossiers aangelegd met hetzelfde argument dat ook Groot Wassink gebruikt: we wisten niet eens wat voor opleiding al die mensen hadden, en met die nieuwe dossiers zou alles op orde zijn. De megabanenmarkt kostte uiteindelijk 200 miljoen euro. Het was een grote mislukking. Het aantal bijstandsgerechtigden liep nauwelijks terug. Na afloop van de megabeaenmarkt werden de karren met ongesorteerde nieuwe dossiers het centraal archief binnen gereden en in een hoekje gezet. De ambtenaren gingen weer gewoon door met hun oude dossiers. Gaan de plannen van Groot Wassink eenzelfde mislukking tegemoet? Gezien het falende neoliberale arbeidsmarkt beleid tot nu toe lijkt dit niet onwaarschijnlijk. Dat het niet onwaarschijnlijk is komt ook door het volgende. Het wil maar niet tot de bestuurders doordringen, ondanks een analyse in dit opzicht in de brief van 20 mei, dat de bijstand steeds meer een verkapte arbeidsongeschiktheidsregeling is geworden, o.a. omdat de eigenlijke arbeidsongeschiktheidsregelingen bijna op slot zijn gegaan. Maar er zijn ook arbeidsongeschikten in de bijstand die niet verzekerd waren toen ze arbeidsongeschikt werden. Het grootste deel van de bijstandsgerechtigden kan gewoonweg niet betaald werk verrichten, maar de bestuurders blijven hardnekkig spreken over ‘langdurig werklozen’ alsof ze wel aan het betaalde werk zouden kunnen. Groot Wassink heeft haast. ‘Iedere dag dat we wachten is een dag dichter bij de volgende crisis’ aldus de wethouder.
Nou, Rutger, ik denk dat het niet gaat lukken, en als het wel lukt? Dan is het tot de volgende crisis.

Piet van der Lende

]]>