pagina's

vrijdag 5 november 2021

Weg met de Participatiewet

Het artikel isopgenomen in Sociaal Bestek nr. 5 van 2021 en gepubliceerd op 5november.https://sociaalbestek.nl/artikel/weg-met-de-participatiewet/?c=pbe5

Over deParticipatiewet die in 2015 werd ingevoerd is al veel gezegd engeschreven. De teneur van veel commentaren is, dat de wet op zijnminst gedeeltelijk mislukt is. De oorspronkelijke doelstellingen,mensen in de bijstand en gehandicapten massaal aan het betaalde werkkrijgen, zijn niet of nauwelijks bereikt. De ontschotting van Wajong,Wet Sociale Werkvoorziening en bijstand, waarbij al die groepen onderde Participatiewet kwamen te vallen heeft weinig effect gehad. Degelijktijdige afschaffing van toestroom naar de sociale werkplaats enjong gehandicapten niet meer in de Wajong heeft ertoe geleid, datgehandicapten die vroeger in de sociale werkplaats werkten nu thuiszitten en veel jong gehandicapten zijn in een uitzichtloze armoedegestort. Wat daarbij opvalt is dat ervaringsdeskundigen zeggen, datde wet eerder averechts werkt. In plaats van mensen te stimulerenzich te ontplooien werpen de ingewikkelde regels en de bureaucratiein de uitvoering juist barrieres op die de klant belemmeren in hetontplooien van activiteiten. Ervaringsdeskundigen hebben boekenvolgeschreven over hoe dit in de praktijk werkt. Enkele voorbeelden.

Eric Hochstenbach iseen nu 67 jarige man die zijn leven heeft beschreven in een biografieonder de titel Gelukkig ik leef nog. Hij heeft zijn bestaan alslichamelijk gehandicapte vastgelegd in een persoonlijke beschrijvingdie een goed beeld geeft van de problemen die je dan tegenkomt.Discriminatie, eenzaamheid, onbegrip en uitsluiting vanuit demaatschappij heeft hij heel zijn leven meegemaakt. Eric noemt dat hetijzeren gordijn waardoor hij constant het gevoel heeft in eengevangenis te leven.

Gerard Sangersschreef het boek ‘Met dank, door MijnOverheid bij de Voedselbank’.Hij schreef een tweede boek ’te gek voor woorden’ over de leefwereldvan een bijstandsgerechtigde. Gerard Sangers raakte in 2011 zijn baankwijt. Hij werkte keihard om uit de bijstand te komen en nam drienulurencontracten tegelijk aan. De boeken gaan erover dat bij Gerardhet gevoel resteert dat hij in de Participatiewet in een soort moeraswerd ingezogen. O wee als je in de bijstand zit en erbij gaat werken.Vele sociale diensten kunnen de bijverdiensten niet vlot verrekenen,met als gevolg onterechte opschortingen, verkeerde berekeningen enplotselinge grote terugvorderingen. ‘Uiteindelijk heb ik met werkmoeten stoppen, omdat het niet meer te betalen was.’

Stella de Swartschreef het boek ‘armoede krijg je gratis’. Haar gevecht tegen debureaucratie is een gevecht van jaren, waarbij ze ten strijde trektom er het beste van te maken voor haar twee kinderen. Stella raaktverstrikt in het web van ambtelijke regels en formulieren. Dit leidtuiteindelijk zelfs tot schuldsanering. Ze moet leven van een paartientjes per week en voordat ze het weet, staat ze zelf met schaamtein de rij voor De Voedselbank.

Aande ene kant is de Participatiewet grotendeels mislukt, er zijn naarschatting anderhalf miljoen mensen tussen de 18 en de 67 die geenbetaald werk hebben, aan de andere kant betekent de coronacrisis eenversnelling in veranderingen in het karakter van betaald werk,waardoor ook arbeidskrachten getroffen werden die een vasteaanstelling hadden. Thuiswerken neemt een hoge vlucht. Velen zittengeïsoleerd thuis achter de computer te werken en vergaderen alleenonline via applicaties die deze faciliteit bieden. Fysiek bij elkaarkomen is er niet meer bij of nog slechts incidenteel. Hoewel in denabije toekomst fysiek bij elkaar komen wel weer mogelijk lijkt tezijn, is thuiswerken een blijvertje.

Doordeze ontwikkelingen zitten vele arbeiders thuis in een isolement.Daar komt de doorgeschoten flexibilisering van de arbeid nog bij. Detijd dat je aan betaalde arbeid status kon ontlenen, socialecontacten kon opbouwen, jezelf kon ontplooien in intensieve contactenmet collega’s op een vaste werkplek in teamverband is voor velenallang voorbij.

Sommigenwillen omvangrijkeinvesteringen in verschillende sectoren om deanderhalf miljoen werklozenaanwerk te helpen, oftewelde parallelle arbeidmarkt.

Datlaatste houdt het gevaar in dat er sprake is van werkverschaffing:gedegradeerde betaalde arbeid verrichten die eigenlijk nietnoodzakelijk is. Velen die voor deze oplossing kiezen op basis vanhet traditionele arbeidsethos pleiten daarvoor, waarin basisbanen,reïntegratieprojecten en allerlei andere vormen van aanvullendearbeid, soms werken met behoud van uitkering, worden ingevoerd omvooral bijstandsgerechtigden aan het werk te krijgen.

Inde praktijk zijn deze maatregelen in het licht van demacro-ontwikkelingen echter een druppel op een gloeiende plaat, diede meeste mensen die geen betaald werk hebben, in Nederland, niet aanbetaald werk zal helpen. Ik zie het in toenemende mate als eenachterhoedegevecht. Ikzie meer in:

arbeidstijdverkorting;verhoging van de minimumlonen en de daaraan gekoppelde uitkeringen,waarbij het wettelijk minimumloon naar 14 euro per uur gaat. Wemoeten volledige robotisering van zoveelmogelijkproductieprocessen eisen en felle kritiek leveren op het westersearbeidsethos, waarbij betaald werk wordt beschouwd als zaligmakend ende enig mogelijke bron van ontplooiing en inkomensvoorziening.

Verderde invoering van een universeel leefbaar basisinkomen. Het is denotie van vrijheid die daarbij aantrekkelijk is. Die vrijheid geeftmensen de ruimte om vorm te geven aan de sociale structuren,contacten, alternatieve vormen van arbeid en de menselijkheid die nudoor de robotisering en flexibilisering en veranderingen in hetkarakter van arbeid dreigen weg te vallen. De vrijheid die met eenbasisinkomen gepaard gaat, biedt voor verschillende groepen eenaanknopingspunt om een emancipatiebeweging te ontwikkelen van “hierzijn we, wij zijn er ook en komen los”. Daarnaast zal een programmaontwikkeld moeten worden om de bezitsverhoudingen en detegenstellingen tussen arm en rijk in de wereld te veranderen en degrote platforms onder controle te brengen van de gemeenschap.

Pietvan der Lende

Bijstandsbond

]]>

Klachten medewerkers Werk, Participatie en Inkomen (sociale dienst) en Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) over het beleid in Amsterdam

Persbericht Vereniging Bijstandsbond Amsterdam

05-11-2021

De kwaliteit van de dienstverlening staat onder druk en de menselijke maat is zoek. Er zijn werkachterstanden en hierdoor wordt geld over de balk gesmeten.

De juristen van het Juridisch Bureau Sociaal (JBS) behandelen niet exclusief zaken van de Participatiewet. Zij behandelen ook bezwaar- en beroepszaken van de WMO, bezwaar- en beroepen van ongedocumenteerde vreemdelingen en zaken over Jeugdzorg en dus ook sinds anderhalf jaar AVG-zaken. Het is zo dat de schriftelijke documentatie die de jurist van het JBS genereert (dus het bezwaarschrift, de beslissing op het bezwaar en het verslag van de hoorzitting) in het databestand Octopus wordt geregistreerd. Dit bestand zet de genoemde documenttypen automatisch over naar het bestand genaamd Focus, dat wordt gebruikt om informatie van bijstandsgerechtigden in op te slaan, indien de betreffende cliënt een WPI-administratienummer heeft
Medewerkers van de afdeling bezwaar en Beroep WPI/WMO (Werk, Participatie en Inkomen en Wet Maatschappelijke Ondersteuning) klagen hun nood over de situatie bij WPI. Wij hebben een reeks van ambtenaren gesproken die allemaal hetzelfde zeggen.
Er is een grote achterstand in het verwerken van bezwaarschriften. Er worden nu soms bezwaarschriften behandeld, die vorig jaar al zijn ingediend. Extra knelpunt is, dat de postkamer niet goed functioneert. De interne postbezorging loopt weken achter waardoor ook daardoor bezwaarschriften niet op tijd worden behandeld, brieven van de rechtbank niet worden beantwoord en ambtenaren soms voor niets naar de rechtbank gaan omdat de zitting niet doorgaat.

dwangsommen

Als niet op tijd op een bezwaarschrift wordt beslist, kan de burger de overheid in gebreke stellen. Dan heeft de overheid nog twee weken om op het bezwaarschrift te beslissen. Doe de overheid (gemeente) dat niet, dan kan de overheid een dwangsom verbeuren met een maximum van 1440 euro. Is er dan nog steeds geen besluit, dan kan de burger in beroep bij de rechtbank. Die kan een hogere dwangsom opleggen. Er zijn bij de gemeente Amsterdam heel veel in gebreke stellingen en er is ook vaak een dwangsom verschuldigd. Zo is er een voorbeeld van een aanvraag bijzondere bijstand van tweemaal 152 euro. Omdat de gemeente niets deed, ook niet na de in gebreke stelling heeft dat de gemeente een extra bedrag van 4500 euro aan dwangsommen en proceskosten gekost.

Menselijke maat ontbreekt

Medewerkers voelen zich aan hun lot overgelaten en men vindt dat vanuit het management de menselijke maat ontbreekt naar de medewerkers toe. Men vindt dat ook de menselijke maat ontbreekt in het werk van WPI naar klanten van het WPI toe. Een van de medewerkers: ‘Ik denk wel vaak: arme klanten van het WPI, de menselijke maat ontbreekt geheel’

Men merkt op dat de mensen op de afdeling bezwaar en beroep afgestompt raken en er zijn heel veel zieken en mensen met een burn-out. Er zijn mensen die al jaren ziek zijn en het ziekteverzuim is heel hoog. Medewerkers zijn ongemotiveerd en er loopt heel veel inhuur rond met niet genoeg kennis op het gebied van bijstand waardoor de kwaliteit van het werk te wensen over laat (en uiteindelijk tot extra proceskosten zal leiden) . De kwaliteit van hun werk is discutabel. Het is ook de bedoeling dat dit werk gedaan blijft worden door inhuur. De vele inhuur heeft negatieve gevolgen voor de klanten. Een ingehuurde kracht zal gemakkelijker afwijzen dan toe te kennen omdat ze geen band hebben met de gemeente. Op het gebied van bijstand en WMO zijn er veel zaken die niet zwart of wit zijn maar grijs. Je kunt verschillende kanten op. Inhuurders kiezen sneller voor afwijzen omdat ze zeer strikt de regels van de wet interpreteren, dat is veiliger dan de grenzen van de wet opzoeken, het contract moet wel worden verlengd. Vanuit het management wordt dit totaal niet bijgestuurd. Die zijn bezig met managen en niet met de inhoud.

reorganisatie

Sinds 2018 is er sprake van een reorganisatie waardoor de werkdruk enorm is toegenomen en mensen daardoor ziek worden. Bij het werk dat ze moeten doen hebben ze zoals reeds gezegd de menselijke maat geheel uit het oog verloren. De Ondernemingsraad heeft over deze situatie bij de wethouder al aan de bel getrokken. Groot knelpunt is ook, dat er bij de gemeente een nieuw computersysteem is ingevoerd voor alle diensten maar dat dit nieuwe systeem totaal niet is afgestemd op de uitvoering van WPI en WMO. In het kader van de reorganisatie zijn mensen bij de afdeling bezwaarschriften weggehaald en overgeheveld naar de behandeling van WMO zaken. Ze moeten nu dingen doen waar ze geen verstand van hebben. Een van de medewerkers zei: ‘we hebben een cursusje van een ochtend gevolgd’. De gemeente neemt via externe inhuur krachten aan waarvan zoals gezegd de kwaliteit van hun werk discutabel is. Het merendeel van de krachten is nu externe inhuur. Er werken nog maar enkele vaste krachten parttime en de rest is allemaal externe inhuur van mensen die er 2 maanden tot een half jaar werken. Dat blijft ook zo, denkt men. Maar er zijn in feite te weinig mensen om het werk te doen. Er is sprake van onderbezetting.

Binnen de afdeling WMO is er ook veel gedoe omdat de primaire afdeling binnen WMO die de aanvankelijke beslissingen neemt almachtig is. Signalen van de afdeling bezwaar en beroep dat ze bepaalde dingen niet goed doen worden genegeerd.

Bijstandsbond
06-20367458
020-6898806
info@bijstandsbond.org

]]>

donderdag 16 september 2021

Toch maar een basisinkomen?

Lange tijd heb ik getwijfeld over het streven een basisinkomen in te voeren. Ik heb altijd gedacht dat een basisinkomen verschillende nadelen heeft en eigenlijk een elitaire eis is. Maar ik begin steeds meer de voordelen ervan te zien.

Mijn bezwaren golden niet zozeer de financierbaarheid van een basisinkomen, er is geld zat. Bij de Googels, Facebooks en Amazons van deze wereld klotst het geld tegen de plinten. Ze hebben zelfs zoveel geld, dat ze niet precies weten wat ermee te doen.

Vroeger, toen alles ‘beter’ was tot in zeg maar de zeventiger jaren van de vorige eeuw, had je dat de meeste banen bij de overheid en in het bedrijfsleven volledige banen waren, met een werkweek van zeg 38 uur, na invoering van de vrije zaterdag, en een vaste aanstelling, waaraan je rechten kon ontlenen en sociale zekerheidsrechten opbouwen in een uitgebreide verzorgingsstaat.

We moeten die situatie ook weer niet idealiseren, want ook toen kwam armoede en dakloosheid en werkloosheid voor en de ‘volledige werkgelegenheid’ gold alleen voor mannen, er bestond de gewoonte dat vrouwen ophielden met betaald werken en het huishouden gingen doen in een traditionele gezinssituatie. Maar althans de mannen konden aan hun status als arbeider rechten ontlenen.

Bij deze situatie hoort een traditioneel arbeidsethos: je hoort betaald werk te verrichten voor de kost, dat is goed voor de maatschappij zoals bij de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, maar het is ook voor jezelf de beste manier om je leven in te richten en er vorm aan te geven. Door middel van betaald werk kun je je ontplooien, structuur geven aan je leven, sociale contacten opbouwen en gelukkig worden.

Daarom gold in de verzorgingsstaat die werd opgebouwd, dat aan gezonde mensen die tijdelijk geen betaald werk konden vinden of door omstandigheden niet konden werken allerlei verplichtingen werden opgelegd, zoals de sollicitatieplicht en de verplichting mee te doen aan trajecten richting betaald werk.

Het is al vele malen geanalyseerd dat deze situatie verdween in de tachtiger jaren van de 20ste eeuw, toen de flexibilisering van de arbeid begon. De traditionele industrieën werden afgebroken en de mannen die er werkten zijn wanneer ze wat ouder waren in de WAO beland. Er vond in die jaren een ware generatiewisseling plaats, waarbij jongeren en (herintredende) vrouwen de nieuwe flexibele baantjes kregen in de nieuw opkomende dienstensector.

Gedeeltelijk was deze sector gezichtsbedrog, omdat de opkomst ervan het gevolg was van verdere flexibilisering en uitbesteding in de bestaande bedrijven, zoals de schoonmaaksector of administratie en management. Delen van het productieproces werden ook afgestoten naar toeleverende bedrijven. Er ontstond steeds meer betaalde arbeid waaraan je maar weinig rechten kon ontlenen.

Protestbewegingen die begin tachtiger jaren ontstonden eisten enerzijds onder invloed van het traditionele arbeidsethos herstel van volledige werkgelegenheid. Waarbij werd verwezen naar bijvoorbeeld de scheepsbouwarbeiders in Amsterdam Noord, die na sluiting van de scheepswerven moeite hadden in de nieuwe situatie hun leven vorm te geven. Vanuit het welzijnswerk werden projecten opgezet om hen op te vangen. Nieuw betaald werk was daarbij vaak de beste oplossing, vond men.

Anderzijds ontstonden bewegingen en actiegroepen tegen het traditionele arbeidsethos. Zoals de Bond tegen het Arbeidsethos en de Groningse actiegroep Basta! Of de Werklozen Belangen Verenigingen in hun latere ontwikkeling, en de Vereniging Vrienden van een Basisinkomen.

Loonarbeid is slavernij, en een aanpassing aan de ontwikkelingen van de kapitalistische economie, die niet in het belang zijn van de arbeiders. Het traditionele arbeidsethos staat een ontwikkeling naar in vrijheid vorm geven aan je leven in een rechtvaardige maatschappij in de weg.

Soms werd deze kritiek gekoppeld aan een pleidooi voor een basisinkomen, soms ook niet en bleef het bij een pleidooi voor afschaffing van de sollicitatieplicht en voor uitkeringen met weinig of geen voorwaarden en een herwaardering van vrijwilligerswerk.

Maar het gaat bij de flexibilisering om een langzaam voortschrijdend proces onder invloed van steeds nieuwe technologieën. Hoewel deeltijdarbeid naast flexibilisering een hoge vlucht genomen heeft, hebben velen nog steeds een vaste baan waaraan ze bestaanszekerheid kunnen ontlenen. Maar in het nieuwe platformkapitalisme van de laatste decennia na de internetbubble van 1998, veranderen niet alleen de voorwaarden waaronder gewerkt wordt, ook het karakter van de arbeid verandert. Waarbij de coronacrisis een versnelling lijkt te betekenen in dit proces.

Het zou in het kader van dit artikel te ver voeren het platformkapitalisme uitgebreid uit te leggen. Er is veel informatie over te vinden. Tien jaar geleden domineerden de olieconcerns de aandelenmarkten, maar nu zijn het Apple, Google, Microsoft, Amazon en Facebook. Zij zijn de vijf grootste ondernemingen ter wereld.

Wat deze grote ondernemingen gemeen hebben is dat het ‘platformen’ zijn op basis van nieuwe technologieën. In plaats van goederen te fabriceren of diensten te leveren, hebben zij de software en hardware in handen waarop ze ontwikkelaars, adverteerders, aanbieders en afnemers samenbrengen op een ‘platform’. Ze zijn de centrale knooppunten in een almaar uitdijend netwerk.

Maar er zijn vele platformen. Bijvoorbeeld ook bezorgservices en het taxibedrijf Uber. Kenmerk van de manier waarop zij werken is, dat de arbeidskrachten alleen via de mobiele telefoon via een applicatie in verbinding staan met een bedrijf. Verder hebben zij geen relaties of contacten met dat bedrijf en de mensen die voor het bedrijf werken.

Bijvoorbeeld bij een bezorgservice plaatst een klant een order, en arbeidskrachten die als zelfstandige zzp-er werken kunnen dan via een app zien dat de order geplaatst is, ze halen in concurrentie met andere zzp-ers de order op bij een restaurant en bezorgen die bij de klant die de order geplaatst heeft, waarvoor zij per uitgevoerde order een vergoeding krijgen.

In de explosie van platformbedrijven werken vele bedrijven op deze manier. Er wordt gebruik gemaakt van moderne technologieën en internet om de producten die weer in vele bedrijven verkocht worden bij de klant te krijgen die een bestelling plaatst op het platform.

Deze ontwikkeling betekent, dat velen geen bestaanszekerheid meer kunnen ontlenen aan hun betaalde werk. Wanneer ze ziek worden worden ze teruggeworpen op de bijstand of het grote niets, en het karakter van de arbeid verandert: je bent steeds meer een eenzame zelfstandige die op de fiets, brommer of met de auto goederen naar de klanten vervoert in een moordend tempo, of die in grote fabriekshallen op flexibele basis orders inpakt en verzendklaar maakt.

De coronacrisis betekende een versnelling in veranderingen in het karakter van betaald werk, waardoor ook arbeidskrachten getroffen werden die een vaste aanstelling hadden. thuiswerken nam een hoge vlucht. Velen zitten geïsoleerd thuis achter de computer te werken en vergaderen alleen online via applicaties die deze faciliteit bieden. Fysiek bij elkaar komen is er niet meer bij of nog slechts incidenteel. Hoewel in de nabije toekomst fysiek bij elkaar komen wel weer mogelijk lijkt te zijn, is ‘thuiswerken’ een blijvertje.

Door deze ontwikkelingen zitten vele arbeiders thuis in een isolement. De tijd dat je aan betaalde arbeid status kon ontlenen, sociale contacten opbouwen, jezelf kon ontplooien in intensieve contacten met collega’s op een vaste werkplek in teamverband is voor velen allang voorbij.

De automatisering neemt ondertussen een hoge vlucht. Ook in sectoren die tot voor kort niet geautomatiseerd konden worden, zoals de huishoudelijke arbeid en de gezondheidszorg, worden nieuwe robotiseringstechnieken ingevoerd. Dit gebeurt onder invloed van robotisering waarin veel geld wordt gestoken in commerciële bedrijven en bedrijfstakken waar de productie tot voor kort moeilijk geautomatiseerd kon worden, zoals de landbouw.

Dit betekent dat ook in de gezondheidszorg, de thuiszorg, in allerlei vormen van hulpverlening en dienstverlening het karakter van de arbeid gaat veranderen en nieuwe eisen worden gesteld aan de arbeidskrachten. Of om een arbeider te citeren die met de nieuwe ontwikkelingen wordt geconfronteerd: ‘mijn baas is voortaan een algoritme’.

Het gevaar dreigt van een verdere vereenzaming van ouderen, zieken en gehandicapten of mensen met minder dan gemiddelde sociale vaardigheden, omdat de contacten met hulpverleners ‘technisch’ worden waarbij die alleen kijken of de apparatuur goed werkt en het menselijke contact uit het werk verdwijnt.

Ook het menselijk contact wordt daarbij gerobotiseerd, zoals de invoering van robots in de vorm van hondjes en poezen waar je tegen kunt praten en die commando’s kunnen begrijpen en reageren. Dit gebeurt o.a. in de bejaardenzorg. Bekend is de veelgehoorde klacht dat bedrijven, (overheids-) instellingen de mogelijkheid van telefonisch contact minimaliseren en dat je in toenemende mate min of meer gedwongen wordt alles ‘online’ via internet en een website af te handelen.

Voor zover telefonisch contact (met vaak lange wachtrijen) nog wel mogelijk is, krijg je via een call-center organisatie een thuiswerker aan de telefoon, die alleen een reeks standaardvragen kan beantwoorden. Mensen die moeilijk mee kunnen in de toenemende digitalisering van contacten omdat ze slecht met de mobiele telefoon of computer op internet overweg kunnen, raken in een isolement.

Het antwoord op de vraag hoe snel de robotisering en automatisering zal gaan, hangt van verschillende factoren af. Nu nog is in een minderheid van bedrijven het productieproces volledig gerobotiseerd, hoewel dat wel in meer bedrijven zou kunnen. Ondernemers wegen af: wat is goedkoper, de inzet van flexibele goedkope arbeidskrachten of automatisering en robotisering. In de huidige situatie is inzet van goedkope arbeidskrachten vaak nog goedkoper.

Maar als de beschikbaarheid van arbeidskrachten een probleem wordt, zouden ondernemers wel eens zeer snel kunnen overgaan tot verdergaande automatisering. Dat zien we nu al gebeuren in bijvoorbeeld de horeca met de nieuwe QR-code. En als arbeid duurder gaat worden voor ondernemers betekent dat ook een versnelling van de automatisering.

Bovendien is robotisering nu vaak nog erg duur, maar wanneer robots op grotere schaal geproduceerd gaan worden, worden ze ook goedkoper. Tot nu toe gaan de ontwikkelingen langzaam wat betreft de afbraak van de werkgelegenheid, maar in de nabije toekomst zou daar wel eens een versnelling in kunnen optreden.

De vraag is hoe je op deze ontwikkelingen moet reageren. Je kunt voorwaarden gaan stellen aan de arbeid in het platformkapitalisme, dat qua structuur dan hetzelfde blijft. Hogere lonen, vaste contracten tegen flexibilisering, tegenhouden robotisering in sommige sectoren, etc. En dan als aanvulling op de automatisering omvangrijke investeringen in verschillende sectoren om het menselijk contact via betaalde krachten in ere te herstellen.

Dat laatste houdt het gevaar in dat er sprake is van werkverschaffing: gedegradeerde betaalde arbeid verrichten die eigenlijk niet noodzakelijk is. Velen die voor deze oplossing kiezen op basis van het traditionele arbeidsethos pleiten voor een soort tweede arbeidsmarkt, ook wel de ‘derde sector’ genoemd, waarin basisbanen, reïntegratieprojecten en allerlei andere vormen van aanvullende arbeid, soms werken met behoud van uitkering, worden ingevoerd om vooral bijstandsgerechtigden aan het werk te krijgen.

Werklozen moeten worden omgeschoold of onder druk gezet om in de economie van het platformkapitalisme mee te draaien op basis van arbeidsbemiddeling, die vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar afstemt. In de praktijk zijn deze maatregelen in het licht van de macro-ontwikkelingen echter een druppel op een gloeiende plaat, die de meeste mensen die geen betaald werk hebben, in Nederland ongeveer 2 miljoen, niet aan betaald werk zal helpen. Ik zie het in toenemende mate als een achterhoedegevecht.

Is er een ander antwoord mogelijk?

Nick Srnicec schreef het boek ‘Platform Capitalism’ waarin de werking van het platformkapitalisme wordt uitgelegd en ook overigens wordt ingegaan op de geopolitieke gevolgen van het platformkapitalisme. Maar dat valt buiten het bestek van dit artikel. Nick is ‘accelerationist’.

De accelerationisten of “versnellingsaanhangers” worden zo genoemd, omdat ze vinden dat de technologische ontwikkelingen best sneller zouden kunnen verlopen. En vooral: heel anders. Er zijn conservatieve en progressieve accelerationisten. Het boek “Inventing the future”, geschreven door Nick Srnicek en Alex Williams, behoort tot de progressieve stroming.

In het boek wordt gesteld dat een links programma met perspectief er als volgt uit moet zien:

arbeidstijdverkorting

vroege pensionering

arbeid naar de menselijke maat

terugdringing van de sociale onzekerheid

verhoging van de minimumlonen en de daaraan gekoppelde uitkeringen, waarbij het wettelijk minimumloon naar 14 euro per uur gaat

Het bijstandsbedrag is simpelweg te laag. We moeten volledige robotisering van alle productieprocessen eisen en felle kritiek leveren op het westerse arbeidsethos, waarbij betaald werk wordt beschouwd als zaligmakend en de enig mogelijke bron van ontplooiing en inkomensvoorziening; Verder de invoering van een universeel leefbaar basisinkomen; drastische arbeidstijdverkorting met behoud van loon, waarbij de voorkeur van de auteurs uitgaat naar verlenging van het weekend, bijvoorbeeld met een vrije vrijdag als begin.

Ik denk nu dat de slogan van het basisinkomen wel een goed uitgangspunt is om als hefboom te dienen voor ook andere veranderingen in de maatschappij, en een concreet perspectief cq alternatief bieden op een beter leven. Naast strijden voor een hoger loon.

Het is de notie van vrijheid die aantrekkelijk is. Die vrijheid geeft mensen de ruimte vorm te geven aan de sociale structuren, contacten en de menselijkheid die nu door de robotisering zonder dat er een aanvulling is, dreigt weg te vallen. De vrijheid die met een basisinkomen gepaard gaat biedt voor verschillende groepen een aanknopingspunt om een emancipatiebeweging te ontwikkelen van hier zijn we, wij zijn er ook en komen los.

Daarnaast zal een programma ontwikkeld moeten worden om de bezitsverhoudingen en de tegenstellingen tussen arm en rijk in de wereld te veranderen en de grote platforms onder controle te brengen van de gemeenschap.

De FNV Uitkeringsgerechtigden hebben het volgende standpunt over het basisinkomen

• Het basisinkomen is voor iedereen die 18 jaar legaal in Nederland heeft gewoond.

• Het basisinkomen is een netto-uitkering/inkomen.

• Inkomen uit betaalde arbeid wordt niet verrekend met het basisinkomen.

• Huidige toeslagen, zoals huur- en zorgtoeslag, blijven bestaan.

• Er moet een nieuwe manier komen van fiscaal belasten van inkomen uit (betaalde) arbeid.

• Werkloosheid- en arbeidsongeschiktheid-verzekeringen blijven bestaan voor het deel van het inkomen uit betaald werk.

• Het basisinkomen dat FNV Uitkeringsgerechtigden voor ogen heeft, is qua hoogte en systeem vergelijkbaar met de huidige AOW. Een samenwonend stel krijgt dus per persoon minder dan een alleenstaande.

Het voorstel van FNV Uitkeringsgerechtigden zal in de komende periode worden aangescherpt door het FNV-breed bespreken van een aantal onderwerpen.

De huidige werknemersverzekeringen blijven bestaan. Moeten deze verzekeringen op het huidige niveau blijven? Immers, het basisinkomen legt al een stevige inkomensbodem voor mensen die geen (betaald) werk hebben. Moet de Wet op het Minimumloon (WML) blijven? Of kan deze vervangen worden door een nieuwe wet op het minimum-uurloon?

Het voorstel om de volksverzekeringen (AOW en Wlz) te fiscaliseren en voor iedereen gelijke belastingtarieven te laten gelden, is negatief voor AOW-gerechtigden met een aanvullend pensioen. Moet er specifiek voor deze groep een vorm van compensatie geboden worden?

Maar er zijn meer knelpunten. Hoe moet je, als je het alleen in Nederland gaat invoeren, het afgrenzen van het buitenland. Je zult dan toch voorwaarden moeten stellen aan buitenlanders. Je zou het huidige systeem waarbij EU-onderdanen recht hebben op bijstand kunnen overnemen, maar dan zul je daaraan moeten koppelen dat het basisinkomen niet exportabel is (voorwaarde).

De oplossing die FNV Uitkeringsgerechtigden kiest -een basisinkomen voor iedereen die minstens 18 jaar legaal in Nederland verblijft- is zeer problematisch, omdat gezien de migratie dan een soort onderklasse van uitgeslotenen kan gaan ontstaan. Van mensen die leven onder zeer slechte omstandigheden en die legaal of zonder papieren in Nederland werken en veel minder rechten hebben dan anderen. Zeker als je de de huidige werknemersverzekeringen gaat uitkleden.

En bovendien: ervaringen met de AOW wijzen uit, dat vele ouderen eenzaam zijn. Ze hebben een inkomen maar zitten alleen thuis, vaak ook door met de ouderdom komende lichamelijke en geestelijke beperkingen, en zijn niet in staat zonder hulp hun leven een richting te geven.

Ook een basisinkomen zal, als er niets wordt georganiseerd om dat tegen te gaan, leiden tot eenzaamheid bij velen omdat ze zonder de structuur van betaald werk hun leven geen inhoud kunnen geven. Dat is meer weggelegd voor hoger opgeleiden en zo, en daarom hoor je het verwijt dat de eis van het basisinkomen een elitaire eis is.

We zullen voorbij de zich steeds herhalende argumenten over en weer van de voor- en tegenstanders van een basisinkomen oplossingen moeten bedenken, in een open discussie, in de wetenschap dat we een sociaal zekerheidsstelsel zullen moeten ontwikkelen dat anders in elkaar zit dan nu, om antwoord te geven op de uitdagingen van het platformkapitalisme, waarin het karakter van arbeid definitief verandert en gedeeltelijk ook verdwijnt en het traditionele arbeidsethos zijn tijd gehad heeft.

Dit zal echter moeten gebeuren in een soort totaal programma, waarbij de platformbedrijven onder controle van de gemeenschap worden geplaatst en waarbij – wat ik in dit artikel nog niet heb genoemd – paal en perk wordt gesteld aan het autoritaire surveillance kapitalisme. De grote platforms weten alles van je, op basis van dataverzameling, en proberen je op basis daarvan allerlei producten aan te smeren, en de staten maken gebruik van de modernste technieken en databanken om het gedrag van de burger in alle aspecten te controleren.

Piet van der Lende

]]>

dinsdag 1 juni 2021

Geschiedenis van het computersysteem Socrates.

De Dienst Werk en Inkomen in Amsterdam (Nu WPI geheten) heeft per 1 januari 2010 een nieuw automatiseringssysteem ingevoerd, genaamd Socrates II. Dit was oorspronkelijk het systeem van de gemeente Den Haag maar wordt nu ook ingevoerd in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. In Amsterdam en Rotterdam is dit gebeurd per 1 januari 2010. In Den Haag is al sinds begin jaren ’90 van de vorige eeuw aan het nieuwe Socrates systeem gewerkt. Daarbij deden zich zodanige moeilijkheden voor, dat het Socrates systeem na jaren onderzoek nog niet gebruikt kon worden. (Volkskrant van 10 mei 1996). 

De invoering van Socrates in 2010 leidde aanvankelijk tot grote moeilijkheden. In het begin van het jaar werden uitkeringsspecificaties niet of te laat verstuurd. De klanten hebben daarover een brief gekregen. Medewerkers van sommige afdelingen klagen dat ze niet in het systeem kunnen komen of daarbij zeer omslachtig te werk moeten gaan en het blijkt dat het versturen van de uitkeringsspecificaties naar de klanten stagneert. Sommige mensen hebben geen uitkerings specificatie maar wel betalingen ontvangen. Het later versturen van de specificatie is een gevolg van Socrates. ,,De overgang naar ´Socrates´, het nieuwe systeem, is op zich goed verlopen”, zegt Carmen Westra, woordvoerder van DWI. ,,Iedereen krijgt de uitkering op tijd. Het is ons alleen niet gelukt de specificaties op tijd te versturen.” Het versturen van de uitkeringsspecificatie was maximaal twee weken zijn vertraagd.

Vakantiegeld of geen vakantiegeld

 Tientallen Amsterdamse bijstandsgerechtigden hebben in 2010 in eerste instantie ten onrechte geen vakantiegeld ontvangen. Dit is ook het gevolg van het nieuwe computersysteem.  In geval van schulden kan er beslag worden gelegd op het vakantiegeld. Echter, als  de schuld is afbetaald of als de schuldenaar zijn schuldtraject heeft afgerond, moet het vakantiegeld weer worden uitbetaald. De  Bijstandsbond kreeg tientallen meldingen binnen van mensen die hun zomerdouceurtje niet hadden ontvangen. Van deze mensen was de schuld afbetaald en ze kregen toch te maken met inhouding van het vakantiegeld. DWI geeft  toe dat er fouten zijn gemaakt en dat de invoer van het systeem  moeizaam verliep. Woordvoerder Carmen Westra van DWI: ,,We hebben wat startproblemen gehad, moesten gegevens met de hand invoeren. Bij een aantal klanten is het inderdaad misgegaan, maar bij de meesten hebben > we dat kunnen herstellen.”

Jaarlijkse verhoging

 de jaarlijkse verhoging van de uitkering (dat was circa 3 euro die 1 juli 2010 bovenop het basisbedrag kwam) werd door het vorige systeem automatisch gedaan, maar moet nu door de ambtenaren handmatig worden verricht. Commentaar dat wij leverden: Werkelijk een vooruitgang in de automatisering! In de vakantietijd zitten ze dan met te weinig krachten, dus is deze verhoging niet bij iedereen ingevoerd. Let op! U heeft hier recht op! 12 x 3 is nog steeds 36 euro per jaar! We beginnen ons af te vragen wat er nu eigenlijk mis is met dat  Socrates. Hebben ze het te snel ingevoerd? Of deugt het sowieso niet? Geschatte kosten van dit systeem: zo’n 20 miljoen euro. Toegegeven, daar leg je nog geen metertje metro mee aan, maar je kan er toch heel wat leuke dingen mee doen. Toch maar weer telramen voor de DWI?

Ziektekostenverzekering

Alle bijstandsgerechtigden hebben een collectieve ziektekostenverzekering. Sommigen hebben die afgesloten via het contract dat de gemeente met de toenmalige ziektekostenverzekeraar Agis heeft gemaakt. DWI houdt voor die mensen zorgpremies in op de uitkering en betaalt die premie rechtstreeks aan Agis. Maandelijks maakt het DWI een ‘bulkbedrag’ over aan Agis en moet daarbij ook melden om wie het bij de betalingen gaat. Het is ons niet helemaal duidelijk hoe die twee dingen aan elkaar zijn gekoppeld, maar hier worden met grote regelmaat fouten gemaakt. 

De oorzaak schijnt ook hier het nieuwe uitkeringssysteem Socrates te zijn. Toen Socrates werd ingevoerd, moesten DWI  medewerkers alle gegevens van de klanten opnieuw invoeren in het systeem en Agis was daarbij een beetje een apart ingewikkeld verhaal, waar fouten bij werden en worden gemaakt.  (Dus ook nu nog bij mensen die nieuw instromen in de uitkering). 

Gevolg van deze ontwikkeling is, dat de DWI denkt dat de zorgpremie is betaald, de klant denkt dat hij of zij verzekerd is en dat de premie betaald is. De premie is immers ingehouden op zijn/haar uitkering, wat vermeld staat op de uitkeringsspecificatie. Als Agis de naam van de klant niet heeft, die verzekerd is via de gemeente, gaan zij ervan uit dat er niet is betaald. Gevolg is soms dat de klanten aanmaningen krijgen, wat soms uitmondt in welles nietes spelletjes tussen Agis en DWI, en dus gerechtelijke procedures maar ook aanmeldingen als wanbetaler bij het College voor Zorgverzekeringen en zelfs bestuurlijke boetes en dwangbevelen. Kortom de gevolgen kunnen zeer verstrekkend zijn. Wij schreven in 2010: De kwestie schijnt moeilijk op te lossen te zijn. Een en ander heeft tot wrijving geleid tussen DWI en Agis.

Relaas over verrekeningen in 2010.

‘Hedenochtend ging ik met de metro naar gebouw Gaudi in Amsterdam-Zuidoost om gehoord te worden naar aanleiding van mijn klacht bij de DWI over het niet volledig uitbetalen van mijn aanvullende uitkering. 

Wat is het geval: sinds een paar jaar krijg ik het grootste deel van mijn inkomen van Pantar, maar heb ik ook nog een aanvullende uitkering van het DWI. Dit ging de afgelopen jaren over het algemeen prima. Alleen komt Pantar soms met een eindejaarsuitkering of een bijzondere toeslag die de DWI dan weer van mijn aanvullende uitkering aftrekt. Tja, dat is nu eenmaal zo. 

In januari van dit jaar ging het echter mis. De specificaties van het DWI veranderden, door de invoering van het nieuwe computersysteem Socrates. Hierdoor is er nauwelijks nog een touw aan vast te knopen. Socrates staat voor SOciale dienst Cliënt Registratie Afhandeling Toekenning Expertise Systeem en is ontwikkeld in Den Haag. Aan de ontwikkeling, het in bedrijf nemen en in stand houden van Socrates zijn miljoenen uitgegeven. 

Sinds januari heb ik iedere maand mijn inkomensconsulent gebeld om hem erop te wijzen dat de hoogte van mijn uitkering niet klopte. Volgens mijn rekenwerk met de natte vinger loopt de DWI momenteel structureel 220 a 230 euro achter met betalen. Omdat hier niets aan veranderde diende ik uiteindelijk een klacht in. Ondertussen schijnt het bij die klachtenafdeling uit te puilen van de klachten, die allemaal hetzelfde zeggen: Socrates werkt niet. Vooral niet voor mensen die een aanvullende uitkering hebben… Dat berekenen is natuurlijk nooit het sterkste punt van de Sociale Dienst geweest, maar de afgelopen jaren leek hier eindelijk verbetering in te zijn gekomen. Helaas moest er toen een nieuw computersysteem in gebruik genomen worden. Tijdens het zoveelste gesprek met mijn inkomensconsulent vertelde deze mij: “Tot uw geruststelling kan ik u meedelen dat wij er zelf ook niets van begrijpen.” (!!!) 

De mevrouw die mijn klacht behandelde bleek een extern ingehuurde fiscaliste te zijn. Volgens haar is Socrates bepaald geen vooruitgang: ook zij wordt als fiscaliste geen wijs uit de nieuwe uitkeringsspecificaties. Ook ontdekte ze dat ik volgens de specificatie van februari plotseling een alleenstaande ouder met kind was geworden. Daar wist ik helemaal niets vanaf en ik schrok even: wat stond er nu weer over me in mijn dossier? Je weet nooit wat je in een dronken bui allemaal op de hals kunt halen… 

Mijn natte vingerwerk werd door deze mevrouw echter overtroffen: zij kwam op een bedrag van ongeveer 290 euro waarvoor ze niet kon verklaren waarom ik het niet heb ontvangen. Volgens mijn inkomensconsulent is er echter niets aan de hand. Uiteindelijk werd het bedrag uitbetaald‘.

Afdeling klachten

In de loop van 2010 werd duidelijk, dat de afdeling klachten overbelast was. Ze hebben externe krachten ingehuurd om de klachten weg te werken.. De reden van de overbelasting is, dat veel meer mensen dan normaal een klacht indienen. In feite gaat het daarbij niet om klachten, maar om het vragen van extra informatie. De uitkering specificaties zijn onduidelijk. Zij bevatten posten waarvan niet duidelijk is wat het betekent. De nieuwe uitkering specificaties worden gemaakt door het automatiseringssysteem Socrates. Maar dat systeem produceert dus onduidelijke uitkering specificaties. Onze bron vertelde ook, dat er intern nog steeds veel moeilijkheden zijn Met het nieuwe automatiseringssysteem. Zo was het op een gegeven moment in veel gevallen niet mogelijk voorschotten te verstrekken,omdat dit in het nieuwe systeem autorisatie vereist van de controleur, “een andere naam”. En vaak was die controleur niet aanwezig. Met schijnt dit probleem nu opgelost te hebben. Ook worden veel brieven verstuurd via Utrecht omdat de vier grote steden een gezamenlijk systeem hebben waarbij veel brieven centraal verstuurd worden. Alleen beschikkingen, dus besluiten worden niet centraal verstuurd. Wat de centraal verstuurde brieven betreft hebben de ambtenaren vaak geen idee welke datum erop staat. 

Hoewel er in de loop der jaren weinig publiciteit over is geweest, uitgezonderd een foutief artikel in Het Parool, zijn de klachten met name over de verrekeningen van bijverdiensten gebleven en maakte het systeem nog steeds fouten. In 2013 bijvoorbeeld werden alle vorderingen van WPI automatisch gebruteerd, terwijl dat met vorderingen pas in het jaar daarop moet gebeuren. Mensen moesten ineens in plaats van bijvoorbeeld 1000 euro 1400 euro terugbetalen. 

 WiGo4it

Toch besloot men in 2007 het in Den Haag gebruikte systeem Socrates II verder te ontwikkelen in het kader van de organisatie Wigo4it (www.wigo4it.nl). De sociale diensten van de vier grote gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht hebben Wigo4it opgericht met als doel om gezamenlijk ICT ondersteuning te bevorderen. Wigo4it had in de jaren 2008, 2009 en 2010 een begroting van zo’n 20 miljoen euro

het ICT-bedrijf Centric verloor in januari 2007 een proces over de aanbesteding van het ontwikkelen van dit nieuwe computersysteem, die werd toegekend aan de cooperatieve vereniging Wigo4it – dat is het samenwerkingsverband van de vier grootste Nederlandse gemeenten. Volgens Centric (die deze klus natuurlijk ook graag had gehad) verliep de aanbesteding niet volgens de Europese richtlijnen. De rechter oordeelde dat de aanbesteding wel volgens de richtlijnen was verlopen, waarbij het nieuwe woord ‘inbesteding’ werd verzonnen. Het lijkt er dus op dat de Nederlandse overheden een sluiproute hebben gevonden waarmee ze de Europese regels kunnen omzeilen, zodat ze allerlei klussen meer in eigen hand kunnen houden en minder zijn overgeleverd aan een ondoorzichtige markt. Maar we zitten nu kennelijk wel met een duur systeem dat niet werkt! Of in ieder geval: minder goed is dan het oude. Even kijken wie er voorzitter is van de adviesraad van Wigo4it… Hum, Gerrit Zalm..

Piet van der Lende

]]>

Krakkemikkig automatiseringssysteem Socrates in de vier grote steden maakt veel fouten bij de berekening van bijstand.

Calamiteiten met Socrates

Wigo4it is in 2007 opgericht als ICT-dienstverlener van en voor het sociale domein van de G4. Dat zijn de vier grote gemeenten in Nederland, Rotterdam, Den Haag, Amsterdam en Utrecht. Als rechtsvorm is gekozen voor een coöperatie. Dat is een private rechtsvorm. De aandeelhouders zijn de vier gemeenten, waarbij het beleid bepaald wordt door de wethouders sociale zaken van de vier gemeenten. Een van de projecten van Wigo4it is het computersysteem Socrates. Dit automatiseringssysteem is ontworpen om in de gemeenten de Participatiewet en het gemeentelijk minimabeleid uit te voeren. Socrates heeft de mogelijkheid per geemeente specifiek beleid in die gemeente in te voeren. De werkprocessen zien er als volgt uit. (Van de website van Wigo4it)

‘We ondersteunen de uitvoering van de Participatiewet (verstrekken van maandelijkse uitkeringen voor levensonderhoud), de uitvoering van de Bijzondere Bijstand en verschillende minimavoorzieningen, en nog enkele kleinere inkomensregelingen.

De burger vraagt een uitkering aan met een aanvraagformulier in onze online applicatie. Via dit aanvraagformulier valt een deel van de mensen af door een slim vragenformulier. Zij komen überhaupt niet in aanmerking. Vervolgens wordt de aanvraag automatisch klaargezet en waar mogelijk automatisch afgehandeld. De uitkering wordt toegekend of afgewezen. Het systeem geeft aan of de gemeenteprofessional de aanvragen nog verder moet beoordelen. 

Aanvragen en verstrekken van uitkeringen en armoedevoorzieningen

De gemeenteprofessional verwerkt de aanvraag. Bij deze verwerking wordt gebruik gemaakt van alle gegevens die al bekend zijn van de aanvrager in BRP, CAK, SUWI-keten, GMU en de Belastingdienst. Dit voorkomt fouten en versnelt het aanvraagproces. Op basis van die gegevens en de door de aanvrager en gemeenteprofessional ingevulde gegevens, berekent de applicatie Socrates recht, duur en hoogte van de uitkering.

Wetswijzigingen zijn binnen een maand ingevoerd: Wigo4it werkt met een 4-wekelijkse uitrol van nieuwe functionaliteiten. Configuratieaanpassingen releasen wij dagelijks. 

Tot zover de website van Wigo4it. Er blijken 12 gemeenten te zijn die met een Socratesachtig systeem werken of willen gaan werken. Larissa Zegveld was in 2017 de nieuwe directeur van Wigo4it. Ze zegt in een interview uit 2017: ‘We zien nu dat er nog twaalf gemeenten zijn die zich daarbij willen aansluiten. Samen met ons vormen ze de ‘GBI-gemeenten’ (Gemeentelijke Basisprocessen Inkomen) om de uitvoering van de inkomensverstrekking voor de Participatiewet in te richten.” https://ibestuur.nl/nieuws/we-gaan-niet-commercieel-de-boer-op

De GBI gemeenten hebben een website https://gbi-gemeenten.nl

Automatiseringssystemen als Socrates, waarmee de vier grote steden werken voor de uitvoering van de bijstand, hebben ingebouwde automatismen waardoor er brieven worden gestuurd waar geen ambtenaar aan te pas komt. Dat bleek hierboven al bij de beschrijving van de werkprocessen van de website. Dat levert complicaties op. Bijvoorbeeld: je moet binnen een bepaalde termijn bewijsstukken inleveren. Doe je dat niet, dan spuugt het systeem automatisch een brief met afwijzing uit, die wordt opgestuurd. Ook als je in overleg bent met een ambtenaar dat je nadere gegevens wat later inlevert, kan dit vaak niet worden veranderd. Daardoor moet met de hand van alles worden gerepareerd en hersteld, wat zeer veel moeite kost.

Een ander voorbeeld van automatismen in Socrates is dat het systeem automatisch vakantiegeld berekent bij mensen die een ander inkomen hebben naast hun uitkering. Zo kan iemand een ziektewetuitkering hebben naast een bijstandsuitkering. Het vakantiegeld zit al in de ziektewetuitkering, maar Socrates berekent naast de opgegeven ziektewetuitkering ook nog eens vakantiegeld dat op de bijstandsuitkering in mindering wordt gebracht. Ambtenaren kunnen dat niet in het systeem veranderen. Ook als ze aanvinken “inclusief vakantieuitkering” blijft Socrates het vakantiegeld berekenen. Op 9 juli 2020 hoorden wij van ambtenaren van WPI dat Socrates zou worden aangepast. De uitkeringsspecificaties zijn te complex en het systeem doet teveel zelf zonder tussenkomst van een ambtenaar. Men beweerde toen dat het hele systeem op de schop ging. 

Verrekening van bijverdiensten

Socrates is ook niet geschikt voor het volgende. De Participatiewet kent drie ingewikkelde bijverdienregelingen voor verschillende doelgroepen. Amsterdam heeft nog een eigen vierde regeling ontworpen. Hoofdprincipe is, dat mensen hun verdiensten uit werk niet helemaal hoeven in te leveren bij de sociale dienst (WPI) maar dat ze een gedeelte mogen houden. Het van toepassing verklaren van de bijverdienregelingen gebeurt niet automatisch ambtshalve. Daardoor wordt mensen vaak niet op de regelingen gewezen en weten mensen vaak niet, dat die van toepassing is en worden alle bijverdiensten verrekend. Bij mensen die in bezwaar gaan wordt het wel automatisch verrekend. Bij de verrekening worden veel fouten gemaakt. De gemeente stuurt geen brief waarin men aangeeft hoe men tot de berekening is gekomen. Mensen ontvangen dan een uitkeringsspecificatie waar bedragen op staan die niet thuis te brengen zijn. Ambtenaren zeggen dat het probleem niet kan worden opgelost. Als de berekeningen onbegrijpelijk zijn of niet kloppen moeten mensen in bezwaar gaan en er worden daardoor veel procedures gevoerd die eigenlijk overbodig zouden moeten zijn. Er worden ook fouten gemaakt bij de verrekening van bruto naar netto. Bij de bijstand moet het netto worden verrekend, bij de IOAW bruto. Wij hebben een voorbeeld van een mevrouw in de bijstand die bijverdient en de afgelopen maanden structureel 100 euro onder het sociale minimum zit. Veel fouten worden ook gemaakt bij de omrekening van weken naar maanden. De bijstandsuitkering is maandelijks, maar het loon wordt soms per 4 weken uitbetaald. Bovendien worden de berekeningen steeds meer aan de computer overgelaten. Dat is een groot probleem. Zo wordt er op een ziektewetuitkering geen vakantiegeld ingehouden. Als iemand dan naast de gedeeltelijke ziektewetuitkering een bijstandsuitkering heeft, berekent de computer in amsterdam automatisch vakantiegeld dat verrekend wordt, terwijl er geen vakantiegeld is uitbetaald. Ambtenaren hebben niet de bevoegdheid -of het computerprogramma laat dat niet toe- om dit te corrigeren. Mensen krijgen zoals reeds gezegd ook geen brieven over hoe en wat worden verrekend. Ze moeten het maar afleiden uit de uitkeringsspecificatie. Bij sommige mensen is het een chaos, waarbij het berekende dagloon iedere maand weer anders is. De problemen zijn heel divers. 

IOAW en IOAZ

De gemeenten moeten  ook twee bruto uitkeringen uitvoeren, namelijk de IOAW (Inkomensvoorziening Oudere en Arbeidsongeschikte Werknemers) en de IOAZ (Inkomens Voorziening Oudere en Arbeidsongeschikte Zelfstandigen). Bij de bijstandsuitkering zijn de berekeningen net andersom, nl een netto uitkering die omgerekend wordt naar bruto. Maar Socrates, dat dus is gebouwd rond netto uitkeringen, kan dat niet. Alle uitkeringsspecifiacties van alle IOAW en IOAZ gerechtigden zijn fout. Een rekenvoorbeeld van een recente uitkeringsspecificatie. 

Links bij inkomsten staat: 1331,36 IOAW 

Loon Heffings Korting (LHK) 236, 42 

Rechts bij ervan af getrokken staat: 

Loon Heffing (LH) 455, 75 

Vakantietoeslag, die pas eenmaal per jaar wordt uitbetaald, 98,62 

Totaal 1113, 41 

Dit is helemaal fout. De Loon Heffingskorting is geen inkomen, maar een vrijstelling van belastingbetaling over de eerste 6000 euro. De LHK moet links helemaal niet staan, maar verrekend worden met het bedrag aan loonheffing rechts. Het bedrag aan loonheffing rechts is dus veel te hoog. Dat moet lager zijn. Voor de hoogte van de netto uitkering maakt de fout nu nog niks uit. Ook als de berekening goed zou zijn, kom je op hetzelfde netto bedrag uit. Uitkeringsgerechtigden die zo’n foute uitkeringsspecificatie hebben lijden dus geen schade. Wel smijt de gemeenten in sommige gevallen geld over de balk door teveel belasting te betalen. Ze betalen dan te veel Loon Heffing aan het Rijk. En dit probleem bestaat al jaren. Het lijkt erop, dat men het bewust onder de pet heeft gehouden. Want contact met de gemeente Amsterdam leerde ons, dat men al lang van het probleem op de hoogte is maar er tot nu toe niets mee heeft gedaan. Men weet, dat Socrates alleen kan werken met netto – uitkeringen die teruggerekend worden naar bruto en dat het systeem de omgekeerde weg niet aankan. 

Toch zijn er uitkeringsgerechtigden die door dit systeem wel degelijk structureel schade lijden, nl de IOAW-ers en IOAZ-ers die naast deze uitkering nog andere inkomsten hebben. Dan wordt namelijk links de brutoinkomsten opgevoerd PLUS de LHK van 236,42. Maar die LHK moet daar helemaal niet staan. En de LHK klopt dan ook niet, waardoor de mensen netto minder overhouden van hun bijverdiensten of ander inkomen dan wanneer de berekening goed zou zijn. 

Loonheffingskorting

Wij werden gebeld door een jurist die vorige week een zitting had bij de Centrale Raad van Beroep en er was een vertegenwoordiger van de gemeente Den Haag die zei: ‘Socrates maakt veel fouten. Zo wordt de loonheffingskorting aan het begin van het jaar over het hele jaar berekend en als er in de loop van het jaar mutaties zijn moet de loonheffingskorting handmatig bijgewerkt worden, en dat gebeurt niet altijd’.

Piet van der Lende

]]>

woensdag 19 mei 2021

Een strijdbare demonstratie wegens het toeslagenschandaal

Een strijdbare demonstratie en manifestatie op de Dam op 15 mei 2021 in verband met het toeslagenschandaal. Schrijnende verhalen vol emotie verteld. Wat daarbij opvalt is dat het niet alleen gaat om de belastingdienst. Mensen worden vermalen in de bureacratie van IND, Belastingdienst, Jeugdzorg, rechterlijke macht en andere instituties. De individuele verhalen maakten helder duidelijk, wat institutioneel racisme van vernedering, uitbuiting en onderdrukking in de praktijk betekent. De gevolgen van de doorgeslagen fraudejacht van de Belastingdienst had voor de onschuldige betrokkenen vaak grote gevolgen. Door de schulden waarin ouders kwamen, vonden ze bijvoorbeeld bij jeugdzorg dat de kinderen uit huis geplaatst moesten worden. Vluchtelingen raakten hun verblijfsstatus kwijt, waarbij de IND absurde eisen stelde wanneer de mensen het wilden herstellen. Sommige mensen zijn helemaal kapot gemaakt. Grote schulden, dakloosheid, kinderen kwijt, bijstand teruggevorderd, etc. Wat verder opvalt is dat die bureaucratische organisaties doof en blind zijn voor de schrijnende situaties. Maatwerk ontvreekt ten enen male. Er werden drie eisen gesteld: 1. Laat de slager niet zijn eigen vlees keuren. De Belastingdienst is ongeschikt om het toeslagenschandaal en de gevolgen te beoordelen en te repareren. 2. Herstel financiele schade, niet alleen de terugvorderingen, maar ook alle kosten die daarnaast gemaakt zijn. 3. Erkenning en herstel van emotionele schade die de gedupeerden hebben opgelopen.

Piet

]]>

Zwartboek over de uitvoering van de bijstand in Amsterdam

De Bijstandsbond heeft een zwartboek geschreven over hoe het beleid van wethouder Groot Wassink in Amsterdam in de praktijk uitpakt. Het beleid van de wethouder wordt ook wel de ‘cohortaanpak’ genoemd. Bijstandsgerechtigden worden ingedeeld in cohorten van 1500 personen in de stadsdelen. Men werkt de cohorten af door alle bijstandsgerechtigden in een bepaald gebied op te roepen, ook de mensen die zijn vrijgesteld van de sollicitatieplicht om medische of sociale redenen. Het gaat om een nieuwe aanpak. De oude trede indeling wordt losgelaten. (de indeling van bijstandsgerechtigden op de participatieladder van vrijstelling van de verplichtingen om te re-integreren tot trajectbegeleiding). Er wordt gekozen wordt voor een nieuwe strengere ‘integrale’ aanpak. In het zwartboek delen wij de ervaringen met de cohortaanpak in de afgelopen twee jaar. Wij behandelen eerst wat de cohortaanpak inhoudt. Daarna gaan wij in op praktijkvoorbeelden van mensen die zijn vrijgesteld van de sollicitatieplicht en hoe die bijstandsgerechtigden behandeld worden. Over het algemeen wordt geen rekening gehouden met de wensen en mogelijkheden van betrokkene. Klantmanagers gaan aan het dossier en de achtergronden van de bijstandsgerechtigde voorbij en ventileren aan het begin van het gesprek al dat de bijstandsgerechtigde in een traject richting betaald werk moet, door bijvoorbeeld te solliciteren of gekoppeld te worden aan een jobhunter. In de brieven vooraf met een uitnodiging voor een gesprek wordt al gezegd dat de betrokken bijstandsgerechtigde naar werk moet worden begeleid. De brieven en de gesprekken leiden tot veel frustraties, angsten, woede en stress bij de bijstandsgerechtigden die zich weer van voren af aan moeten verdedigen. Bij degenen, voor wie betaald werk te hoog gegrepen is, wordt soms druk uitgeoefend dat men vrijwilligerswerk moet gaan doen, ook als betrokkene erg ziek is hoewel de wethouder heeft gezegd dat hij de verplichte tegenprestatie niet gaat uitvoeren. 

Na te zijn ingegaan op de samenwerking van de sociale dienst (WPI) met andere organisaties zoals de buurtteams gaan we in op de strenge aanpak in het algemeen. Bijstandsgerechtigden die tegen de  AOW aanzitten worden onder druk gezet te solliciteren, voorbijgaand aan hun belemmeringen, met bijvoorbeeld minimaal 5 sollicitaties in de week. Tegen bijstandsgerechtigden die om wat voor reden dan al langer in de bijstand zitten, en die al meerdere vruchteloze re-integratietrajecten achter de rug hebben, wordt gezegd: ‘de bijstand is een tijdelijke noodvoorziening en: als je vrijwilligerswerk kunt verrichten kun je ook werken’.  Een van de klantmanagers verontschuldigde zich. Ze zei: ‘in het kader van de cohortaanpak moeten er 10.000 uit, ik kan er ook niks aan doen’. De vacatures waarmee geschermd wordt bevatten vaak geen essentiële informatie met loonhoogte of adequate omschrijving van de taken en er is geen contactadres waar je naartoe kunt bellen om informatie. Alles moet via de jobhunter lopen. 

Er is sprake van een carrousel van ‘proefplaatsingen’ en “leertrajecten”, waar zonder loon productief gewerkt wordt. Het blijkt dat alle trajecten bestaan uit eerst drie maanden onbetaald werk en daarna kans op slechts een halfjaar 24 uur per week betaald werk vaak tegen het minimumloon. Die kans op een tijdelijk minibaantje geeft de werkzoekende echter maar één zekerheid: Hij zal zes tot negen maanden aan het werk zijn en kosten maken, zonder in staat te zijn ook maar iets aan rekeningen af te betalen.

In het laatste deel van het zwartboek wordt ingegaan op het neoliberale arbeidsmarkt beleid. Daarbij is alles gericht op de individuele aanpak, waarbij het gaat om disciplinering; de werkloze moet worden bijgeschaafd en onder druk gezet om te voldoen aan de eisen van de werkgevers omtrent inzetbaarheid, loonhoogte en arbeidsvoorwaarden die vaak slecht zijn. Creatie van werkgelegenheid middels het scheppen van banen is er nauwelijks. 

Piet van der Lende

U kunt het zwartboek hier downloaden

]]>

zaterdag 3 april 2021

Recht, ruil of gift. Opvattingen van bijstandsgerechtigden over sociale zekerheid

Uit enquetes blijkt dat de meerderheid van de bevolking in Nederland voorstander is van een rechtvaardige sociale zekerheid en goede arbeidsvoorwaarden voor de werkenden. Wel moet misbruik streng worden bestraft. Wie niet naar betaald werk zoekt terwijl ie wel kan werken, of fraude pleegt, moet hard worden aangepakt. Voor de arbeidsongeschikten moet een rechtvaardig sociaal vangnet zijn. Wat uit de enquetes ook naar voren komt is een groot wantrouwen tegenover de overheid. Niet alleen de toeslagenaffaire, maar sowieso het optreden van de overheid bij de benadering van (uitkeringsgerechtigde) burgers is punt van kritiek. Er is veel verontwaardiging over de toenemende kloof tussen arm en rijk en het feit dat veel mensen in Nederland te weinig inkomen hebben om van rond te komen en in armoede leven. Overigens hebben de traditioneel linkse partijen, zoals Groen Links, SP en Partij van de Arbeid die bij de verkiezingen zwaar verloren, in de verkiezingsstrijd nauwelijks gebruik gemaakt van de verontwaardiging hierover. Maar in wat voor kader of frame plaatsen de mensen een rechtvaardige sociale zekerheid? Hoe denken uitkeringsgerechtigden zelf over deze materie? Kunnen we op bovenstaande opvattingen inzoemen om er meer over te weten te komen?

Melissa Sebrechts en Thomas Kampen, beiden verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek, resp. als antropologe en socioloog, hebben dat onderzocht in het artikel ‘De bijstand als recht, ruil of gift’. Rechtvaardigheid van de uitkering volgens bijstandsgerechtigden zelf. (1) Weliswaar gaat dit alleen over bijstandsgerechtigden, maar veel andere mensen zullen op dezelfde manier denken. De perspectieven van bijstandsgerechtigden op de (on)rechtvaardigheid van de bijstand staan niet op zichzelf, maar zijn gebaseerd op wat in de maatschappij als rechtvaardig of onrechtvaardig wordt gezien. Daarnaast hebben de veranderende bijstandsregimes waarschijnlijk invloed op de opvattingen– de bijstand is in de loop der jaren steeds strenger geworden en met name vanuit de VVD was het gehak op bijstandsgerechtigden niet van de lucht. Deze invloeden vormen het venster van waaruit bijstandsgerechtigden rechtvaardigheid beoordelen. Zo’n venster wordt frame genoemd. De onderzoekers onderscheiden drie perspectieven of frames waarbinnen bijstandsgerechtigden het hebben van een bijstandsuitkering beoordelen. De bijstand als recht, de bijstand als ruil en de bijstand als gift. Het onderstaande is voornamelijk een samenvatting.

De bijstand als recht

Het frame van de bijstand als recht kwam het minst in het onderzoek voor. In dit frame zou de bijstand een onvoorwaardelijke uitkering moeten zijn voor iedereen die (tijdelijk) niet in zijn of haar levensonderhoud kan voorzien. Bij het rechtenperspectief ga je er als het ware van uit dat ieder mens recht heeft op een waardig bestaan en dat dit recht door de overheid moet worden gewaarborgd. In dit perspectief zijn er bezwaren tegen een verplichte tegenprestatie voor de uitkering. Dat ondergraaft het recht op een uitkering. In dit frame heerst veel verontwaardiging over de tegenprestatie. Aanhangers van dit frame beschouwen gedwongen onbetaald werk als uitbuiting. Bijstandsgerechtigden moeten aantonen dat ze de uitkering nodig hebben, maar (teveel) controle op de naleving van verplichtingen is overbodig en contraproductief. In dit perspectief wordt de nadruk gelegd op de falende reïntegratietrajecten, die uitkeringsgerechtigden demotiveren, nutteloos zijn en waarbij alleen maar baantjes voor improductieve arbeidsbemiddelaars worden gecreeerd. We zagen al dat er in dit frame veel verontwaardiging heerst over de verplichte tegenprestatie. De onderzoekers halen een Amerikaanse socioloog aan, Arlie Hochschild, die een samenhang zag tussen frames en gevoelens. Referentiekaders of frames bepalen vaak welke gevoelens de betrokkene zichzelf en anderen toestaat. Vaak worden in referentiekaders historische, morele of pragmatische argumenten gebruikt die dan weer emoties oproepen. Zoals jaloezie, schaamte of boosheid. Ook in het rechtenperspectief wordt vaak een historische vergelijking gemaakt met hoe de bijstand vroeger was. Ruimer, en met minder plichten. In dit kader past de verontwaardiging over de afbraak van de sociale zekerheid en de verzorgingsstaat. De onderzoekers vinden het opvallend dat vaak relatief hoog opgeleide, witte mannen van 45 jaar of ouder zonder veel psychische of lichamelijke problemen de bijstand als recht beschouwen.

De bijstand als ruil

Het ruil-perspectief of -frame wordt gekenmerkt door het uitgangspunt dat er bij het verstrekken van bijstand een evenwicht moet zijn tussen geven en ontvangen. Dit was in het onderzoek verreweg het meest gehanteerde perspectief. In dit perspectief is het rechtvaardig, dat je iets terugdoet voor je uitkering (ruil van geven en nemen) in de vorm van een tegenprestatie. Men vindt het in dit frame rechtvaardig dat het recht op bijstand onderdeel is van een sociaal contract met duidelijke plichten. Het belangrijkste in dit perspectief is wederkerigheid. Maar in het ruilperspectief moet er wel sprake zijn van een evenwicht tussen rechten en plichten. De verplichte tegenprestatie is daarom niet per definitie rechtvaardig. Op basis van het principe van wederkerigheid moet je er iets mee opschieten, zoals het opdoen van een werkritme, sociale contacten of een kans om sociale vaardigheden te ontwikkelen. Bijstandsgerechtigden die vinden dat ze meer terugdoen dan zij ontvangen worden kwaad. In dit frame vergelijken de bijstandsgerechtigden zich met anderen. Wanneer ze bijvoorbeeld streng gecontroleerd worden op fraude, vinden de mensen dat ze strenger worden behandeld dan ze verdienen en voeren ze het argument aan dat de eigenlijke grote fraudeurs niet worden aangepakt. Dit leidt tot jaloezie en wrok jegens andere bijstandsgerechtigden. Hoewel de onderzoekers het zelf niet zo noemen, zou je kunnen zeggen dat het dominante ruilperspectief past in het neoliberale gedachtegoed. Je moet streven naar voor wat hoort wat, in marktsituaties, maar ook in het dagelijks leven. Je moet voornamelijk vanuit je eigen belang redeneren. Kritiek is er niet zozeer op het stelsel van rechten en plichten als zodanig, maar op de uitvoering ervan, waarin een disbalans kan optreden tussen rechten en plichten op basis van wederkerigheid.

De bijstand als gift

Het derde perspectief is minder dominant dan het ruilperspectief maar komt toch vaker voor dan het rechtenperspectief. In dit frame is de bijstand niet een recht, maar moet je je gevoelens van dankbaarheid tonen dat je bijstand krijgt. De mensen die bijstand beschouwen als gift zijn gespeend van kritiek. Om niet ondankbaar te lijken, oefenen ze geen kritiek uit. Ze vinden het niet gepast om te klagen of eisen te stellen aan de bijstand. Ze hanteren een pragmatisch referentiekader, dat wil zeggen ze vergelijken de Nederlandse bijstand met de situatie in andere landen en vinden dat wij beter af zijn. Bij het giftenperspectief is het ontvangen van bijstand niet vanzelfsprekend, en dat betekent een gevoel van afhankelijkheid van de gever, dat schaamte in de hand werkt. Bijstandsgerechtigden die redeneren vanuit het giftenperspectief schamen zich vaak dat ze een uitkering hebben. De verplichte tegenprestatie is niet een kwestie van ruilen, zoals in het ruilperspectief, maar een uiting van behulpzaamheid. Toch kunnen mensen in het giftenperspectief zich onrechtvaardig behandeld voelen. Ze willen zelf graag behulpzaam zijn, en als de klantmanager dan druk op hen uitoefent om iets te doen, vinden ze dat onrechtvaardig. Het valt op dat het vaak alleenstaande moeders met een verleden vol problemen zijn die de bijstand als een gift beschouwen. De bijstand schonk hen financiele onafhankelijkheid van hun voormalige echtgenoten. Maar tegelijkertijd is er het gevoel van een nieuwe afhankelijkheid, nl van de staat. Hoewel de mensen in het giftenperspectief dankbaar zijn, zouden ze toch liever hun eigen geld verdienen, onafhankelijk zijn.

Oordelen

Hoe oordelen bijstandsgerechtigden nu vanuit de verschillende frames over de andere bijstandsgerechtigden?

In het rechtenperspectief zijn andere bijstandsgerechtigden vooral onwetend. Het zijn mensen die laaggeletterd zijn, ze spreken de taal vaak niet goed of hebben problemen zoals schulden, chronische ziekte of een verslaving. Daardoor komen ze niet goed vanuit een rechtenperspectief voor zichzelf op. Overigens worden bijstandsgerechtigden in dit perspectief met vertrouwen en zorgzaamheid benaderd. In het ruilperspectief moet er een evenwicht zijn tussen rechten en plichten. In dit frame worden bijstandsgerechtigden al gauw als profiteurs gezien, die de kantjes eraf lopen en te weinig terugdoen voor hun uitkering. Zij moeten hard aangepakt worden. Vaak zijn het migranten die als profiteurs worden neergezet. Degenen die de bijstand als gift beschouwen, zijn kritisch over bijstandsgerechtigden die kritiek hebben. In dit frame beschouwd men dit als ondankbaarheid. Ondankbaarheid is bijvoorbeeld het aanspraak maken op extra voorzieningen. De bijstand is al een geschenk en dan vraag je daar niet nog eens toeslagen bovenop. Mensen die de bijstand als gift zien zijn dankbaar en verwachten dat ook van anderen.

Onderzoek

In het onderzoek waren ongeveer driekwart van de respondenten voorstander van het ruil- of giftenframe. De onderzoekers vergelijken hun bevindingen met een vergelijkbaar onderzoek eind jaren tachtig van de vorige eeuw (2). In dat onderzoek concludeerde men, dat het rechtenperspectief het meest werd gehanteerd. De huidige onderzoekers constateren, dat dat onderzoek verricht werd op een kantelpunt: daarna is het gehak op bijstandsgerechtigden en werklozen begonnen en werd de bijstand steeds strenger. Zij constateren, dat de hervorming van de verzorgingsstaat diep heeft ingegrepen in de ideeen over rechtvaardigheid van bijstandsgerechtigden. Ik voeg eraan toe dat 30 jaar propaganda voor het neoliberalisme zijn uitwerking op de opvattingen van bijstandsgerechtigden niet heeft gemist, hoe zij de bijstand zien en hoe zij andere bijstandsgerechtigden zien. Voor een uitgebreide behandeling van de 3 frames verwijs ik naar het artikel. Voor ons, als belangenbehartigers, is dit onderzoek van belang omdat het aanwijzingen geeft over hoe wij argumenten moeten aanvoeren waarin het rechtenperspectief centraal staat. Benadrukken dat de bijstand een verworvenheid is waarop recht bestaat en benadrukken van anti-racisme campagnes. Maar ook geeft het onderzoek aanwijzingen hoe het ruilperspectief en het giftenperspectief effectief met argumenten kan worden weerlegd.

Piet van der Lende

(1) Melissa Sebrechts en Thomas Kampen. De bijstand als recht, ruil of gift. Rechtvaardigheid van de uitkering volgens bijstandsgerechtigden zelf. In: Streng maar onrechtvaardig. De bijstand gewogen. Uitgeverij van Gennep. Thomas Kampen, Melissa Sebrechts, Trudie Knijn, Evelien Tonkens (red). Artikel op blz 177 tm blz 197.

(2) H. Kroft, G Engbersen, K. Schuijt, J.S. Timmer, S. Hoegen, H. Muller- 1989. Een tijd zonder werk. Een onderzoek naar de leefwereld van langdurig werklozen. Leiden/Antwerpen. Stenfert Kroese.

]]>

dinsdag 30 maart 2021

De basisbaan is capitulatie voor onrechtvaardige verhoudingen op de arbeidsmarkt

Solidariteit – Commentaar 430 – 28 maart 2021

De basisbaan

Piet van der Lende

In de onderhandelingen over een nieuw kabinet wordt nagedacht over de zogenaamde basisbaan voor werklozen. De Partij van de Arbeid zette het in haar verkiezingsprogramma en wil honderdduizend basisbanen in de publieke sector. Zo’n baan is volgens de PvdA een volwaardige met een fatsoenlijk salaris, waarmee mensen die ongewild langs de kant staan aan de slag kunnen. Als wijkhulp, beveiliger of speeltuinmedewerker. Maar in de diverse varianten die de ronde doen, gaat het toch meestal om vrij slechte arbeidsvoorwaarden: geen bijstand meer, maar een baan bij de gemeente tegen minimumloon.

Begin dit jaar adviseerden twee instanties het kabinet om naar de basisbaan te kijken. Als werk psychologisch en sociaal zo belangrijk is, kunnen we mensen niet ‘afschepen’ met een uitkering staat in een rapport van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid.

Verplichtingen

Ook de commissie Borstlap nam de basisbaan op in haar advies. Ze deed dat in opdracht van het kabinetsonderzoek naar de toekomst van de arbeidsmarkt. Basisbanen zijn een variant op de oude Melkertbanen, maar dan zonder doorstroming naar regulier werk als doelstelling.
De moeilijkheid om de nadelen van de basisbaan te benoemen, is dat voorstellen over elkaar heen duikelen en politieke partijen verschillende uitgangspunten hebben en wetenschappers proefballonnetjes oplaten met een wisselende inhoud. Hier enkele nadelen van de basisbanen.

Allereerst is zo’n baan een capitulatie voor de onrechtvaardigheden op de arbeidsmarkt onder kapitalistische verhoudingen. Politieke partijen en wetenschappers richten zich op volledige werkgelegenheid en pleiten voor ‘recht op werk voor iedereen’. Is dat niet mogelijk met een reguliere baan, dan met een basisbaan, noodzakelijk om te kunnen ontplooien.
Aan dit recht op werk zitten echter ook verplichtingen verbonden. In de praktijk bepaalt de ‘klantmanager’, al of niet in overleg met de betrokkene, welk werk geschikt is. De ervaring leert dat in de praktijk niets terechtkomt van uitgangspunten als zelf voorstellen mogen inbrengen, meewerken is een vrije keuze, redelijk overleg moet plaatsvinden. De klantmanager staat onder druk van bovenaf met ’te halen targets’ en zet de werkzoekende vervolgens op haar/zijn beurt onder druk.
Er is geen vrijwillige keuze. De verplichting is om iedere gangbare arbeid te aanvaarden. Het begrip ‘passende arbeid’ is afgeschaft. Daar hoor je niemand over. De deur staat dus bij gemeentelijk beleid wagenwijd open naar gedwongen arbeid – dus op straffe van kortingen of zelfs uitsluiting van de uitkering om de dwang om een voorgestelde basisbaan te aanvaarden.

Geen beleidsinstrumentarium

De gemeenten die nu experimenteren met basisbanen beschikken niet over het beleidsinstrumentarium om de arbeidsmarkt te hervormen en ongelijkheden te bestrijden. In de praktijk kan dat averechts uitwerken. Mensen worden vaak niet geholpen, maar dieper het moeras in geduwd met onbeantwoorde vragen als:

  • is volledige werkgelegenheid mogelijk, terwijl er geen economisch beleid wordt gevoerd om de markt te beïnvloeden en regulier werk te scheppen door bijvoorbeeld een industriepolitiek die de privatisering van publieke diensten terugdraait?
  • is arbeidsbemiddeling, waarbij slechts maatregelen worden genomen om de werkzoekende bij te schaven en te disciplineren, meer dan via het marktmechanisme de vraag naar arbeid af te stemmen op het aanbod?

Zo niet, dan is volledige werkgelegenheid een illusie en is de basisbaan een onderschikking aan de markt. De gemeentelijke initiatieven om basisbanen, buurtbanen of uitstroombanen te creëren passen in de huidige onrechtvaardige situatie, rustend op een neoliberaal regeringsbeleid.

Mislukking

In de bestaande verhoudingen is het beleid mislukt om arbeidsongeschikten aan een reguliere baan te helpen. De streefcijfers die in het sociaal akkoord tussen vakbonden, werkgevers en overheid zijn afgesproken, worden lang niet gehaald. Nu wordt de basisbaan van stal gehaald om mensen toch perspectief te bieden. In het licht van de chronische massawerkloosheid kunnen werkgevers die vrijwel autonoom zijn in hun selectie- en personeelsbeleid, te kust en te keur kiezen voor de mensen die ze willen aannemen. En dat zijn degenen met de hoogste arbeidsproductiviteit. Discriminatie op de arbeidsmarkt van verschillende groepen tiert welig en maatregelen ertegen zijn volstrekt onvoldoende. Bovendien gaan werkgevers, concurrerend, in hun aannemings- en beoordelingsbeleid uit van zeer subjectieve, aanvechtbare criteria.

In sommige voorstellen geldt de basisbaan als aanvullend werk, assisteren bij regulier werk, dat geen bestaande betaalde arbeid mag verdringen en soms als vrijwilligerswerk gedaan wordt. Op zich is er niets tegen een baan als bijvoorbeeld speeltuinmedewerker, maar zeker onder slechte arbeidsvoorwaarden is de basisbaan een doekje voor het bloeden. Ondanks alle mooie woorden over zinvol werk, is het in de huidige situatie zwichten voor de arbeidsmarkt, omdat:
1) mensen met een beperkte arbeidsongeschiktheid niet aan het werk komen en uitgesloten zijn van uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid, zodat ze gedumpt worden in de onleefbare bijstand,
2) met name jongeren aangewezen zijn op het flexibele segment van de markt met onderbetaalde baantjes, waaraan geen bestaanszekerheid te ontlenen is,
3) ‘bevoorrechten’ werken in een vast contract met een redelijk salaris, terwijl hun banen voor de twee andere groepen nauwelijks toegankelijk zijn – onderzoek leert dat wie aangewezen is op flexibele onderbetaalde arbeid, daar dikwijls niet uitkomt.

Recht op werk

De monomane ambitie van ‘recht op werk’, volledige werkgelegenheid en werk voor iedereen klinkt op het eerste gezicht als een mooie slogan. Maar komen er maatregelen die niet voorbijgaan aan de onrechtvaardige verhoudingen tussen arm en rijk? Een tweedeling in de samenleving tussen bevoorrechten en mensen die met bestaansonzekerheid moeten leven die het kapitalisme produceert. De slogans gaan volledig voorbij aan het feit dat de bijstand het afvoerputje is geworden voor de gaten in de verzekeringen voor arbeidsongeschiktheid, zodat in de bijstand duizenden zitten die geen betaald werk kunnen verrichten.
Politieke partijen houden hardnekkig de ogen gesloten. In plaats van aanvaarden dat nu eenmaal een bepaald percentage van de bevolking niet kan werken en daarvoor een goede sociale zekerheid ontwerpen, worden duizenden arbeidsongeschikten in de bijstand gezet. Telkens weer staan mensen onder druk door hen onnodig op te roepen voor gesprekken om aan het werk te gaan. Velen hebben daarvan de psychische gevolgen ondervonden. Slapeloze nachten, pillen slikken om overeind te blijven, angst het laatste vangnet te verliezen en zonder geld te komen zitten.
Deze uitzichtloosheid wordt versterkt door het feit dat in verschillende voorstellen de basisbanen tijdelijk zijn en gericht op uitstroom. Uitstroom onder de huidige arbeidsmarktverhoudingen en werkloosheid? De gecombineerde doelstelling van arbeidsbemiddeling en zinvolle arbeid in een tijdelijke baan zal bij velen de psychische problemen als gevolg van onzekerheid versterken. De twee wringen totaal. Dit staat in schril contrast met de mooie bestuurderswoorden over ‘mensen helpen zich te ontplooien en perspectief te bieden via een werkgarantie’.

Alles hangt af van de uitwerking van de basisbaan: welk beleid onder welke voorwaarden. Er is alleen wat voor te zeggen, als het gebeurt in het kader van een rechtvaardig arbeidsmarktbeleid dat de genoemde driedeling tegengaat, als de deelname aan de basisbaan vrijwillig is, als een redelijk salaris betaald wordt met een regulier arbeidscontract en als bestaand vrijwilligerswerk omgezet kan worden in een basisbaan. Verder moet worden erkend dat vele arbeidsongeschikten in de bijstand niet kunnen werken. Voor hen moet een rechtvaardige sociale zekerheid worden ontworpen.
Maar waarom dan een basisbaan genoemd en niet gewoon een baan?

Dit is nummer 430 van Solidariteitcommentaar. We brengen veertiendaags een e-mail uit met brandend commentaar op actuele ontwikkelingen. Het commentaar verschijnt eveneens op onze webstek www.solidariteit.nl. De versie op de webstek is opgemaakt en eenvoudig te printen.
Vrienden en bekenden zijn welkom en kunnen zich gratis abonneren op ons elektronisch commentaar: www.solidariteit.nl/webzine.html.
of mail ons via redactie@solidariteit.nl.

]]>

donderdag 18 maart 2021

De verkiezingsoverwinning van D’66 en de VVD. Naar een ‘linksige’ politiek in kapitalistische verhoudingen?

De Nederlandse kiezers stemmen steeds meer op rechtse partijen terwijl de verkiezingsprogramma’s de linksige kant op lijken te gaan. Althans wat betreft sociale zekerheid, hoogte van de lonen, uitgaven van de overheid voor o.a. gezondheidszorg en onderwijs, etc. Zeg maar het programma van D’66. Een belangrijk punt is hierbij de manier waarop de overheid haar burgers behandelt. De toeslagen affaire heeft op deze discussie een grote invloed. Het lijkt erop, dat veel kiezers o.a. zijn overgelopen van Groen Links naar D’66. Terwijl dit toch een heel andere partij is, die veel meer het marktdenken centraal stelt in haar beleid. Bovendien hebben de traditionele linkse partijen, SP, Groen Links en PvdA in totaal flink verloren. Kritiek op het marktdenken is ‘out’ terwijl dit in mijn ogen in veel gevallen toch de fundamentele oorzaak is van de problemen in de samenleving.

paradox

Hoe de paradox van linksig beleid door rechtse partijen te verklaren? Politieke partijen, zoeken altijd naar een standpunt wat hen de meeste kiezers oplevert. Daarom eerst maar eens mijn mening over de standpunten van de meerderheid van de bevolking. Het is bekend, dat de overgrote meerderheid van de bevolking voor een progressief sociaal zekerheidsstelsel is, en rechtvaardige lonen en arbeidsvoorwaarden. Men wil ook een goed gezondheidszorg, onderwijs en een streng milieubeleid. De linksige programma’s van de rechtse liberale politieke partijen lijken hierop aan te sluiten. In feite is het standpunt van de meerderheid, dat er hervormingen moeten plaatsvinden onder en binnen kapitalistische verhoudingen. De uitwassen van het kapitalisme moeten worden bestreden (Zie de voortdurende onthullingen in de pers ) en er moet een rechtvaardiger herverdeling van de rijkdom plaatsvinden. Dit wordt gecombineerd met het standpunt, dat de verbeteringen vooral ten goede moeten komen aan de ‘eigen’ bevolking, dus een streng tot zeer streng migratiebeleid, gepaard gaande met een tamelijk eenzijdige integratie van migranten in de Nederlandse samenleving, zodat het alleen aan de eigen bevolking ten goede komt. Politieke partijen sluiten op deze standpunten aan. De meeste mensen willen geen fundamentele hervormingen, en zien niet, dat bedrijven onder kapitalistische concurrentieverhoudingen streven naar grote winsten, die de goede doelstellingen belemmeren. Men focust op structureel overleg met de kapitalisten in het poldermodel, om via overleg en druk uitoefenen middels beperkte acties hen tot beleidswijzigingen te brengen. Daarom stemmen de mensen D’66, die de afgelopen periode deel uitmaakten van de regering en medeverantwoordelijk waren voor veel dingen die fout gingen. Daarbij wordt ook door de traditionele linkse politieke partijen breed de strategie gevolgd, evenals door sommige sociale bewegingen zoals de milieubeweging, dat eerst wel op zich radicale eisen worden gesteld, die in overleggen en onderhandelingen op tafel worden gelegd en waar dan compromissen uitrollen waar de kapitalisten mee kunnen leven. Voor een structurele hervorming van het kapitalisme is geen meerderheid te vinden. Je kunt ook stellen, dat dit discussiepunt in de verkiezingen nauwelijks een rol speelde.

Weinig invloed

De fundamentele kritiek op het kapitalisme van radicaal links heeft betrekkelijk weinig invloed. De kritiek is vaak op een hoog niveau, in wetenschappelijke of semi-wetenschappelijke moeilijk leesbare artikelen neergelegd, en er lijkt een kleine intellectuele elite te bestaan die de informatie in dit opzicht uitwisselt, moeilijk toegankelijk voor lager opgeleiden. Zij richten zich voor hun informatie op de oppervlakkiger massa-media, die zich richten op de bevolkingsgroepen die minder goed geletterd zijn en die geen belangstelling tonen voor de doorwrochte kritieken op het kapitalisme in het algemeen en het neoliberalisme in het bijzonder. Structurele kritiek op het neoliberalisme met zijn doorgeschoten marktdenken is er wel, maar de meeste mensen zien het marktdenken niet echt als een probleem, en aanvaarden de markteconomie als een noodzakelijke voorwaarde voor de productie van welvaart en welzijn. 30 jaar neoliberalisme met zijn voortdurende propaganda hebben een fundamentele marktkritiek er bij de bevolking uit geramd.

Piet van der Lende

]]>

woensdag 23 december 2020

Gaan we kapituleren voor de tweedeling op de arbeidsmarkt?

De gemeente Amsterdam neemt een reeks van maatregelen om de werkloosheid te bestrijden. De cohortaanpak, de werkbrigade, straks buurtbanen, een nieuwe bijverdienregeling met een premie van 200 euro per maand, creatie van werkgelegenheid op basis van het coalitieakkoord ‘samen sterker uit de crisis’ en nog meer maatregelen. Zoals op basis van subsidies van het Rijk in verband met de coronacrisis een Regionaal Werk Centrum (RWC) waar men tracht mensen van werk naar werk te begeleiden. Op het eerste gezicht lijken al deze maatregelen positief, en lijken ze werkzoekenden te helpen weer aan het werk te komen als ze werkloos worden of hun baan dreigen te verliezen. Maar wat zal ook de uitwerking zijn van de maatregelen?

gevolgen

Eerst iets over de gevolgen van de coronacrisis. Uit een nadere analyse van die gevolgen concludeerden wij, dat een grote verarming van de Amsterdamse bevolking is opgetreden maar dat er geen reguliere voorzieningen bestonden om dat op te vangen. Sociale zekerheid bestaat voor veel mensen met een flexibel baantje en ZZP-ers niet. De bijstand als laatste vangnet functioneert alleen in noodsituaties. De WW is een uitgeklede voorziening waarvoor je maar beperkt in aanmerking komt. Zie https://bijstandsbond.blogspot.com/2020/10/verarming-van-de-amsterdamse-bevolking.html

Amsterdam heeft een beroepsbevolking van 469.000 in 2019. Van die beroepsbevolking heeft minstens 60.000 en misschien wel veel meer met een inkomensachteruitgang te maken gehad als gevolg van verlies van werk tijdens de coronacrisis. In de regio Groot Amsterdam was het aantal toekenningen van de NOW subsidieregeling voor bedrijven iets minder dan 10.000. Gemiddeld hebben de bedrijven te maken met 46% omzet verlies en gemiddeld werken er in die bedrijven 24 werknemers. Dat betekent, dat in de regio Groot Amsterdam voor bedrijven met 240.000 werknemers de NOW 2.0 regeling is aangevraagd. 240.000 werknemers in Amsterdam werken dus in bedrijven, die door de coronacrisis in moeilijkheden zijn gekomen en die door de loonkostensubsidies overeind worden gehouden. Dat is meer dan de helft van de beroepsbevolking! Op wat langere termijn, als ook de NOW regelingen aflopen, zullen niet alleen de flexibele krachten maar ook de mensen met een vaste aanstelling ontslagen worden. We zien daar nu al een stijging in. De werkelijke ramp moet nog komen. Bij het uitbreken van de coronacrisis zaten er al 40.000 huishoudens in de bijstand en waren er 30.000 WW-ers.

Helpt arbeidsbemiddeling?

De regering en de gemeente Amsterdam nemen om werkloosheid te voorkomen of op te heffen een reeks van arbeidsbemiddelingsmaatregelen. Begeleiden van werk naar werk, jobcoaches, cohortaanpak, werkcentra, loopbaanadviseurs. Het is geen actieve creatie van werkgelegenheid, maar het zijn maatregelen om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar af te stemmen. Lees: werkzoekenden bij te schaven om te voldoen aan de eisen van de werkgevers. De creatie van banen door het coalitieakkoord van de gemeente is beperkt in het licht van de grote aantallen slachtoffers van de coronacrisis. In feite is er sprake van een individuele benadering van de werklozen en mensen die hun werk dreigen te verliezen. Deze methode om het aanbod van arbeidskrachten af te stemmen op het aanbod van banen is onvoldoende om recht te doen aan de grote aantallen mensen die in moeilijkheden dreigen te komen. De individuele benadering kost wel veel geld, maar is beperkt in reikwijdte en effectiviteit. Bovendien krijgen duizenden geen hulp omdat ze buiten beeld blijven bij de gemeente en bemiddelingsorganisaties. De 20.000 mensen die in aanmerking kwamen voor de TOZO 1 regeling, maar niet voor TOZO 2 omdat ze een werkende partner hebben, worden die ook geholpen? En de vele flexibele arbeidskrachten die niet in aanmerking komen voor WW of bijstand?

Tweedeling

Er is een tweedeling op de arbeidsmarkt die steeds sterker wordt. Aan de ene kant de toenemende markt voor flexibele baantjes en laagbetaald onzeker werk, waarop velen aangewezen zijn en blijven. Aan de andere kant de vaste banen van de meer bevoorrechte werknemers met een goed salaris. Het is steeds moeilijker vanuit het laagbetaalde segment in het betere te komen. De regering doet weinig tegen deze ontwikkeling. De inzet van de gemeente is begeleiden van werk naar werk en mensen stimuleren cq onder druk zetten middels o.a. de cohortaanpak.

Door het ontbreken van regeringsbeleid om flexibilisering en onderbetaling tegen te gaan versterken de maatregelen van de gemeente denken wij de tweedeling op de arbeidsmarkt en treedt er een verdere verslechtering op van arbeidsvoorwaarden. De aanpak van de gemeente vindt plaats terwijl het neoliberale regeringsbeleid voortwoekert. Door de toenemende concurrentie op de arbeidsmarkt gepaard gaande met een toenemende massawerkloosheid moeten de mensen concurreren om de schaarse banen en het contingent dat moet concurreren wordt door de gemeentelijke maatregelen alleen maar groter gemaakt.

Zoals gezegd, de werkgevers kunnen in deze omstandigheden de arbeidsvoorwaarden en omstandigheden naar beneden bijstellen. Zo worden stewardessen begeleid tot call-center medewerker. Of grondpersoneel in de handhaving en andere functies tot de functie van pakketbezorger voor de pakketjes van de platformeconomie. Met andere woorden: van een redelijk vaste aanstelling met geschoold werk naar het andere segment van de arbeidsmarkt van de flexibele baantjes.

Wij hebben de indruk dat de met de sociale dienst samenwerkende bemiddelingsorganisaties alleen werk in de aanbieding hebben in het flexibele segment. Dit biedt voor velen die slachtoffer zijn geworden van de coronacrisis geen perspectief op de wat langere termijn. Veel mensen die werk hadden zijn allerlei verplichtingen aangegaan die geld kosten. Bijvoorbeeld een koophuis of een huis met een zeer hoge huur. De verarming zonder vangnet zal betekenen, dat velen in de schulden komen.

Velen worden onder druk gezet om op verschillende manieren in te stromen in het flexibele segment van de arbeidsmarkt. Niet alleen zullen mensen door financiele verplichtingen die ze in het verleden zijn aangegaan in moeilijkheden komen. Maar ook door bijvoorbeeld de cohortaanpak waarbij ook mensen die al jaren in de bijstand zitten en afgekeurd zijn opgeroepen worden en waarbij vaak zonder de dossiers te lezen getracht wordt hen te koppelen aan een jobcoach. Dit zal bij veel mensen extra psychische problemen veroorzaken en mensen krijgen slapeloze nachten en onnodige stress.

Wat moet er gebeuren

De basisuitgangspunten van de overheid zijn nu neoliberaal, dwz een vrije markt economie met concurrentie, waarbij specifieke efficiency modellen die alleen focussen op directe financiele voordelen op korte termijn bepalend zijn. Daarbij worden wat in feite publieke taken zijn geprivatiseerd en onderworpen aan de concurrentie-economie. Ook op de arbeidsmarkt wordt een ieder beschouwd als individuele ondernemer, die door voortdurende bijscholing en het op peil houden van de waarde van zijn arbeidskracht en concurrerend met alles en iedereen hopt van de ene flexibele baan naar de andere. Dit alles gaat gepaard met een chronische massa-werkloosheid.

Dit ondergraaft de solidariteit in een samenleving van allen tegen allen. Het is niet eenvoudig in enkele bewoordingen te schetsen wat er moet gebeuren. Solidariteit en samenwerken moeten weer de focus worden van de economie. Veel privatiseringen moeten worden teruggedraaid, en werkenden en uitkeringsgerechtigden hebben recht op een redelijk vast inkomen en een rechtvaardig vangnet van de sociale zekerheid zodat zij zich kunnen ontplooien en niet zoals nu vele duizenden op een houtje moeten bijten en niet weten hoe ze financieel het hoofd boven water moeten houden. Een hervorming van de arbeidsmarkt is noodzakelijk, met het doel flex-arbeid terug te dringen en meer mensen bestaanszekerheid te laten kunnen ontlenen aan het werk wat ze doen.

Daarnaast moet het vangnet tegen werkloosheid, arbeidsongeschiktheid worden hersteld, bijvoorbeeld door een volksverzekering tegen werkloosheid en arbeidsongeschiktheid in te voeren. De Participatiewet is nu het afvoerputje van mensen die door de gaten van de sociale zekerheid vallen. Er zitten veel mensen in die in feite (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn en die in die regeling niet thuishoren. Bovendien hebben onderzoekingen aangetoond, dat druk uitoefenen op werklozen om aan het werk te gaan hun kansen op betaald werk niet vergroot en ineffectief is door het wantrouwen dat tegen de instanties ontwikkeld wordt.

Zeker op korte termijn is de volledige werkgelegenheid die Asscher van de PvdA en anderen willen een illusie. De basisbanen die Asscher wil zijn een kapitulatie voor de onrechtvaardige verhoudingen van kansarmen en kansrijken in het kapitalisme, omdat de arbeidsmarkt slechts beperkt wordt hervormd. Waarom geen gewone banen met een redelijk salaris? Overigens is het onwaarschijnlijk, dat de roep om basisbanen uit het kamp van de linkse politieke partijen volledig wordt gerealiseerd. Die partijen zullen hooguit kunnen regeren met de VVD, die bij de verkiezingen in maart veruit de grootste wordt.

De beweging voor 14 euro

Voor een ander type samenleving waarin solidariteit, rechtvaardigheid en sociale zekerheid voorop staan is een brede sociale beweging nodig, die druk kan uitoefenen op de politiek in Den Haag om een ander beleid te gaan voeren. Alleen via het parlementaire spel van de (linkse) politieke partijen komen we er niet. De beweging voor een minimumloon van 14 euro is een brede beweging van onderop, die strijdt voor een concreet doel, maar daarbij de bredere emancipatie van verschillende achtergestelde groepen in de samenleving voor ogen heeft. De beweging voor 14 euro minimumloon kan een beginpunt zijn naar een ander type samenleving waarin niet toenemende rijkdom van weinigen (individuen en bedrijven) staat tegenover de verarming van grote delen van de bevolking.

Een brede beweging betekent ook, dat samengewerkt kan worden met lokale besturen in gemeenten, om veranderingen te bewerkstelligen. De lobby van de 14 euro beweging om gemeenten zich te laten uitspreken voor een minimumloon van 14 euro past in dat streven. Op termijn, als zo’n sociale beweging ontstaat, ontstaat ook ruimte voor een streven naar een rechtvaardig basisinkomen waarbij werk en arbeidsethos een andere inhoud krijgen. Nu is dat streven nog teveel afhankelijk van lobbywerk en risicovol omdat men de invoering te veel overlaat aan rechtse politieke partijen en neoliberalen die een gedeeltelijk basisinkomen willen koppelen aan een nog rigoureuzer markteconomie, bijvoorbeeld door afschaffing van het wettelijk minimumloon.

De strijd tegen de tweedeling op de arbeidsmarkt tussen kansrijken en kansarmen en voor redelijke arbeidsvoorwaarden in een sterke sociale beweging in coalitie met uitkeringsgerechtigden die een hoger inkomen eisen, moet in eerste instantie voorop staan anders dreigt het basisinkomen net als de basisbanen een kapitulatie te worden voor de onrechtvaardigheden die het kapitalisme produceert.

Piet van der Lende

]]>

zondag 6 december 2020

Recensie van het boek van Eric Hochstenbach 'Gelukkig leef ik nog'

Solidariteit – Commentaar 422 – 6 december 2020
”Gelukkig ik leef nog”
Piet van der Lende

Eric Hochstenbach is een 67 jarige man die zijn leven heeft beschreven in een biografie onder de titel Gelukkig ik leef nog. Hij heeft zijn bestaan als lichamelijk gehandicapte vastgelegd in een persoonlijke beschrijving die een goed beeld geeft van de problemen die je dan tegenkomt. Discriminatie, eenzaamheid, onbegrip en uitsluiting vanuit de maatschappij heeft hij heel zijn leven meegemaakt. Eric noemt dat het ijzeren gordijn waardoor hij constant het gevoel heeft in een gevangenis te leven.

Hij heeft onder andere spraakproblemen en evenwichtsstoornissen, en in de loop van zijn leven is hij daarom veel door andere mensen uitgelachen. Pas onlangs werd een adequate diagnose gesteld en vertelde een revalidatiearts hem dat zijn beperkingen bij de DCD ‘familie’ voor volwassenen behoorden (Development Coordination Disorder). Een zeldzame ziekte.

Tegenslagen
Eric vertelt in verschillende verhalen dat mensen al snel veronderstellen dat iemand die lichamelijke beperkingen kent, ook geestelijk wel niet helemaal volwaardig zal zijn; hij werd navenant behandeld. Een frappant voorbeeld zijn de pogingen een HAVO avondstudie te volgen. De directeur zei dat Eric zijn MAVO diploma om toegang te krijgen, had vervalst. Hij kon de opleiding niet volgen. De directeur veronderstelde dat hij vanwege zijn handicaps verminderd intellectuele vermogens had.

Eric beschrijft verder de problematische relatie met zijn autoritaire vader en hoe hij door andere kinderen werd uitgesloten van deelname aan het voetballen. Zijn vader accepteerde zijn beperkingen niet en werd steeds kwaad of kleineerde hem. Met zijn moeder had hij een goede relatie. Eric zat gedurende zijn eerste jeugd op speciale scholen, een Mytylschool in Hengelo en het Psychologisch Instituut in Amsterdam. Hij kwam daardoor min of meer los te staan van de kinderen die in de buurt van zijn ouders woonden, hij kende niemand van hen. Eric voelde zich daardoor soms eenzaam en trok zich terug, iets waar hij zijn hele leven mee geworsteld heeft, ook in de relaties met vriendinnen. Het boek laat een, ondanks alle dips tot aan zelfmoordneigingen toe, een positief ingestelde man zien die beschrijft hoe hij moeilijkheden overwon en bij tijd en wijle ook van het leven kon genieten. Regelmatig begon hij aan nieuwe opleidingen, cursussen en therapieën en aan nieuwe contacten. Maar sommige van die initiatieven mislukten en raakte hij teleurgesteld.

Gespecialiseerde instituten
Het Psychologisch Instituut adviseerde dat hij naar een school voor individueel technisch onderwijs moest (ITO), lager beroepsonderwijs dus. Een volkomen verkeerd advies. Eric is a technisch. Hij deed eindexamen in de vakken praktisch taalgebruik, sociaal rekenen en kennis van ons land.

Eric ging dan ook voor een vervolgopleiding naar een school voor Lager Economisch en Administratie Onderwijs (LEAO). De eerste keer zakte hij voor het eindexamen, maar in mei 1973 slaagde hij. Door de mislukte schoolkeuze ging veel tijd verloren en op de LEAO waren de kinderen een jaar of drie jonger dan Eric. Hij volgde in deze periode ook dansles, en sommige andere jongens dreven dan de spot met zijn manier van bewegen. En dat stak mij best wel.

Het eerste werk
Na de LEAO ging Eric naar de Economische en Administratieve Beroepscategorie (ECABO) met wekelijks twee dagen les en drie dagen stage. Na kort gewerkt te hebben op een sociale werkplaats en een stageplaats in een ander bedrijf, kwam Eric dankzij relaties van zijn moeder terecht bij PTT Telecommunicatie. Hier verrichtte hij administratief werk. Eric werd lid van de Abvakabo. Hij schreef brieven naar de vakbond over dat niemand naar hem luisterde en hij alleen maar dingen moest doen die anderen hem voorschreven – vaak eenvoudige werkzaamheden beneden zijn niveau. Maar steeds volgde een nietszeggend antwoord. Eric stelde dat ook aan de orde bij zijn chef die in het bestuur van de vakbond zat en lid was van de ondernemingsraad. Er kwam een nietszeggende reactie. Daarop stapte Eric naar iemand anders van de ondernemingsraad die beloofde het aan de orde te stellen. Maar na een paar weken zei hij: ik mag er niets over zeggen van de voorzitter. En die voorzitter was de chef van Eric. Dat waren zijn ervaringen met de vakbond.

Eric heeft verschillende auto’s gehad en daarmee is hij naar vele landen op vakantie gegaan. Later, toen hij geen auto meer had, ging hij onder andere naar Nicaragua met een vriendin en naar Amerika. Hij vertelt op een eerlijke manier van zijn worsteling met de handicaps en de reacties daarop, zonder zich voor te doen als een heilig boontje. Hij volgt de avond MAVO en schrijft over zijn gokverslaving om de problemen die tot een grote schuldenproblematiek leidde te vergeten. Maar ook hoe hij er met hulp van onder meer de Kredietbank, die hem gedurende drie jaar op vijftig euro in de week zet, erin slaagt daar weer uit te komen. Hij vertelt over zijn relaties met vriendinnen en zijn zoektocht daar een weg in te vinden en over de huizen en buurten waar hij heeft gewoond.

Discriminatie
Hij noemt verschillende voorvallen waaruit blijkt dat hij werd gediscrimineerd. Bij een politiecontrole van automobilisten op het gebruik van alcohol moest hij een blaastest afleggen en daaruit bleek dat hij niet gedronken had. Maar de agenten geloofden het niet vanwege zijn spraakproblemen en hij moest mee naar het bureau. Daar wilden ze hem in de cel gooien, tenzij hij een hoge boete betaalde. Dat deed hij, maar toch moest hij naar het ziekenhuis een bloedtest laten afnemen. Na verloop van tijd kwam het hoofd van de politie met een bos bloemen zijn verontschuldigingen aanbieden.

Later kwam Eric tot de ontdekking dat er nog een rechtszaak over was geweest, maar de correspondentie daarover verliep via zijn ouders die hem niet ingelicht hadden. Steeds werd hij door zijn vader die zijn post openmaakte toen hij nog thuis woonde, en door de rest van zijn familie, zoals zijn broer, behalve zijn moeder, buitengesloten. Samenvattend komt het erop neer dat de mensen zeiden: Je begrijpt er toch niks van. Je maakt maar brokken met je onhandige gedoe, het is niet goed dat jij wordt ingelicht, want dat is niet goed voor je geestesgesteldheid. Dat gebeurde ook bij de ziekte en het overlijden van zijn moeder en de regeling van de erfenis.

Ontslag
Eind november 1988 moest iedere werknemer van de PTT een nieuwe arbeidsovereenkomst afsluiten. De PTT werd opgesplitst in een post- en een telecomgedeelte, de KPN. Eric hoorde in de wandelgangen dat personeel met een aangeboren afwijking en een aangepaste functieomschrijving moest vertrekken. Goed- of kwaadschiks. En inderdaad, hij kreeg geen nieuw contract en vocht dat aan met hulp van een advocaat. Maar verloor. Eric had, betoogde uiteindelijk de advocaat van de tegenpartij, een aangepaste functieomschrijving. En mensen met zo’n omschrijving vielen niet onder de collectieve afspraken. Zijn lidmaatschap van de Abvakabo had hij inmiddels opgezegd.
Eric kreeg een uitkering en daarmee begon zijn gang in de re-integratie industrie. Hij beschrijft de schandelijke behandeling op het arbeidsbureau, over de diverse gesubsidieerde banen en hoe hij daar niet serieus genomen werd. Steeds moest hij eenvoudige schoonmaak- of archiefwerkzaamheden doen en als hij om verbetering vroeg, werd dit afgewezen. Hij diende klachten in bij diverse instanties, maar dat leverde niets op. Hij hoorde vaak niets meer na zijn verhaal dat hij onder andere deed bij de toenmalige FNV-voorzitter De Waal die niet reageerde en zoals later bleek hem vergeten was.

Telkens werd over Eric een negatief oordeel geveld, terwijl hij niets verkeerds had gedaan. Zo begon de directeur van een welzijnsstichting, waar hij een gesubsidieerde baan had, over zijn slordigheden. Eric was verbaasd, omdat de directe chef vol lof was over zijn accurate werkwijze. Maar Eric werd daar ontslagen en kwam in de bijstand terecht.

Eenmansacties
In een interview zegt Eric: Mijn boek gaat over, zoals ik het omschrijf, ‘een leven vol hindernissen en nog meer discriminatie’. Pas op mijn 45ste begon ik hiertegen te ageren, daarvoor vond ik het normaal, ik kende niets anders. In mijn boek noem ik dat telkens een eenmansactie door het hele land. Wat ik ermee wil bereiken? Aandacht en vooral meer waardering: begrip en respect voor mij en mijn lotgenoten. Niet alleen theoretisch maar ook praktisch.
Eric beschrijft hoe hij vanaf 2014 een soort eenmansguerrilla in de publiciteit en bij acties begon. Hij schreef brieven en e-mails naar de media om aandacht te vragen voor de positie van gehandicapten, waarop hij meestal geen antwoord kreeg. Maar toch waren er later enkele televisieoptredens en volgde interviews voor verschillende kranten. Hij greep bepaalde themadagen aan om in straten en op pleinen waar veel mensen waren door het hele land toespraken te houden, waarin hij de positie van gehandicapten in de samenleving op basis van eigen ervaringen aan de orde stelde. Zo sprak hij verschillende malen op de Internationale dag van de Gehandicapten op 3 december en bij 1 mei bijeenkomsten zoals in 2017 op het Museumplein, waar podia voor sprekers door de FNV waren ingericht. Hij trok naar Leeuwarden, Hengelo, Deventer en met de verkiezingen in 2017 naar Den Haag.
Aan het eind van zijn boek vertelt Eric dat de vele problemen leidden tot schuldgevoelens en zelfverwijten dat hij in relaties en bij bepaalde gebeurtenissen niet adequaat gereageerd zou hebben. Wat heb ik geleerd in al die jaren dat ik leef? Nou, dat is niet altijd hoopvol. Als ik iets wil of iets wil bereiken, dan moet ik dat oneindig vaak bewijzen net zo lang tot ik een fout maak. En dat is dan voor andere mensen het bewijs dat ik ongeschikt was.

Het boek van Eric is een lange aanklacht tegen functionarissen in hogere functies van bedrijven, vakbonden, overheidsinstellingen, politieke partijen en media die blijk geven van hun onmacht om te gaan met de problemen van mensen in het algemeen en arbeidsongeschikten in het bijzonder. Al snel veronderstellen die functionarissen dat het wel aan jezelf zal liggen, dat degene die iets aan de orde stelt fouten gemaakt heeft en lastig is. Dan maar doodzwijgen of nietszeggende antwoorden geven, is een veel voorkomend fenomeen.

Het boek is in eigen beheer uitgegeven. Te bestellen via: hochstenbach_eric@hotmail.com, exclusief portokosten: 17,50 euro.

]]>