Zie ook fragmentarische kroniek van de verkiezingsstrijd deel I.Opvallend was, dat Forum voor Democratie kort voor de verkiezingen een oproep op haar website plaatste omdat ze nog geen 30 ondersteuningsverklaringen hadden verzameld. Die ondersteuningsverklaringen zijn nodig om aan de verkiezingen te kunnen deelnemen. Op donderdag werd bekend, dat Forum ‘enige honderden’ handtekeningen had verzameld. Maandagavond 29 januari was er een debat in De Balie tussen Femke Halsema en Baudet, dat in eerste instantie weinig reacties opriep. Maar vrijdags, 2 februari werd het hoofdnieuws na de citaten van D66 corifeën. De discussie kun je hier volgen. De tekst kun je hier lezenWoensdagavond laat publiceerde Groen Links Amsterdam een verklaring op haar website, dat Groen Links bij nader inzien de verklaring op basis waarvan gedemonstreerd wordt niet meer ondersteunt maar dat de partij wel gaat meedoen aan de demonstratie. De tekst kun je hier lezen Een groot dilemma van de anti-racisme beweging in afgelopen 40 jaar is blijkbaar onbekend bij de opstellers van de tekst waarmee de partij afstand neemt van de demo op 18 maart. ‘GroenLinks zal nooit het bestaansrecht van partijen noch hun recht deel te nemen ter discussie stellen.’ Het bleek, dat binnen Groen Links lang onderhandeld was over de compromistekst.Donderdagmorgen 1 februari. Roderick Veelo presteert voor RTLZ een aaneenschakeling van hersenschimmen en -wat taal doet- verschuivingen van waarheden in het eigen straatje over de demo van 18 maart. De zaak kun je hier lezen Zo gebeurt er iedere dag wat. In de grote landelijke media en Het Parool blijft de zaak nog behoorlijk onder de radar, hoewel de Telegraaf niet en NRC wel aandacht hebben besteed aan de discussie. Inmiddels worden nieuwe feiten bekend over het incident op het Buiklotermeerplein. De zaak kun je hier lezen Aan de zaak werd ook aandacht besteed op Krapuul. Dat kun je hier lezenWisten we maar wat voor rol de AIVD in dit geheel speelt. Dat ze bezig zijn staat voor mij buiten kijf. En kijk, vrijdag 2 februari ontdekte ik dit. AIVD waarschuwt met een brief in 2010 aan de burgemeesters voor de AFA. Deze brief is op 2 februari 2018 bij Nu.nl terecht gekomen. De volgende zet in het schaakspel van de politieke partijen is een persbericht van Rudie van Danzig, lijsttrekker van D66 in Amsterdam. Op vrijdagmiddag 2 februari. Hij brengt een persbericht naar buiten dat zijn partij de racistische uitspraken van Ramautarsing, nr 2 op de lijst van FvD voor Amsterdam, beu is en dat hij samenwerking met FvD na de verkiezingen uitsluit Dat persbericht kun je hier lezen. De media sprongen er bovenop. Het Parool met een groot artikel op de voorpagina. Zij interviewden ook Groot Wassink en Moorman (van de SP geen spoor) die zich haastten Van Danzig gelijk te geven, hoewel Moorman de deur op een kier liet. En probeerde te ontwijken. Het Parool artikel kun je hier lezen. Maar ook andere media besteedden er aandacht aan. De rechtse bagger bleef beperkt. De druiven waren zuur, natuurlijk. Alleen een kort bericht op AT5 tussen alle ongelukken door. Maar wel een tegenaanval. Het blijkt te gaan om een gecoördineerde actie. Want vrijdagavond hield de minister van Binnenlandse Zaken Kaisa Ollongren van D66 de Ien Dales lezing in Nijmegen. En zij kwam met hetzelfde verhaal als Van Danzig, die citeert uit een discussie tussen Femke Halsema en Baudet, dat Forum gevaarlijker is dan de PVV omdat zij rassentheoriën weer introduceren in de Nederlandse politiek. De lezing kun je hier lezen. Ollongren is niet zomaar iemand; ze is minister van Binnenlandse zaken en heeft als zodanig toegang tot AIVD informatie. De gecoördineerde actie van D66 komt zeer snel. Ze hebben gewacht op het moment dat Baudet en fout zou maken en nu razendsnel gereageerd. Het moet voorbereid zijn, want de discussie tussen Halsema en Baudet was 29 januari, dus nog maar 3 dagen geleden.Ramautarsing heeft een uitspraak gedaan over het IQ van zwarten. Ik kwam op een video op You Tube van cafe Weltschmerz, waarin hij zijn abjecte ideeën ontvouwt. Dat interview kun je hier zien . Er blijken nog veel meer filmpjes op You Tube te zijn waarin hij uitleg geeft over zijn ideologie. In NRC verscheen eerder een artikel dat hij geen kandidaat kon worden voor WNL van Jan Roos omdat hij criminele familieleden heeft, in de schulden zit en nog andere dingen.De uitspraken van Ollongren leverden nog niet volop aandacht op in de mainstream media, maar dat veranderde toen Baudet zaterdagmorgen 3 februari aankondigde, aangifte tegen Ollongren te zullen doen wegens smaad. Het was heel eenvoudig. Hij publiceerde een foto van zichzelf en Hiddema op instagram en kondigde de aangifte aan en dat er een persconferentie zou zijn. Er brak een media hype los. Alle mainstream media, het journaal, RTL 4, de grote kranten, allemaal kwamen ze met het nieuws. De persconferentie van Baudet bleek niets in te houden. Hij legde een korte verklaring af en beantwoordde geen vragen en liep weg voor de verzamelde pers. Opmerkelijk is, dat hij wel ‘alle beschuldigingen van racisme en discriminatie op basis van wel kenmerk dan ook’ verwerpt maar dat hij geen afstand neemt van de uispraken van Ramautarsing. Verder spreekt hij over ‘demonistering’. Op twitter werden Baudet en Ollongren trending topic, en er brak een golf van reacties los. Als ik er zo over nadenk, dan moet de reactie op hoog niveau besproken zijn, want Ollongren is minister van Binnenlandse Zaken, en spreekt namens de regering.Op het journaal werd in het kader van de verslagen over de verkiezingsstrijd meegedeeld, dat er een debat is in Amsterdam zou zijn tussen landelijke politici, waaraan ook Baudet en Pechtold deelnemen. In de Balie. Alle landelijke lijsttrekkers komen. Het is het eerste debat van Lilian Marijnissen als politiek leider van de SP. Op 20 maart ’s avonds was dan het grote debat van de Amsterdamse lijsttrekkers in de Balie i.s.m. Het Parool.Een beperkte maar mooie analyse van de debatten in NRC. Met veel nuttige links over de verschillende standpunten en discussies. Dat kun je hier lezen Citaat: Dat uitgerekend Ollongren zich nu in de campagnestrijd gemengd lijkt te hebben, is opmerkelijk. Zij staat in Den Haag en Amsterdam bekend als politiek behendig, maar in haar woordkeuze juist voorzichtig. Bovendien heeft de beschuldiging van een minister en vice-premier aan een Tweede Kamerlid een totaal andere lading dan de woorden tussen Amsterdamse kandidaten onderling. De NRC verbaast zich er verder niet over.Maandag 5 februari. Het tij keert. Gisteren gebeurde er weinig, maar toch was er ’s avonds het satirisch programma ‘Dit was het nieuws’ op de televisie waarin Hiddema optrad. Er speelde zich een scene af waarbij Hiddema werd uitgenodigd een sigaret op te steken. Dat deed hij. En nu is het roken in openbare ruimten verboden, dus wat Hiddema deed was strafbaar. Zondagavond maakte niemand zich er druk over, maar maandagmorgen werd bekend, dat de dat de Nederlandse Waren Autoriteit een onderzoek ging instellen naar de strafbaarheid van de handeling. Roken op de televisie maag ook niet. Hier is een voorbeeld van het bericht . De zaak ging viraal op sociale media. Al hebben de grote media er weinig aandacht aan besteed. Maar het was koren op de molen van de rechtse bagger. Zie je wel de vastgelopen bureaucratie, waarom vervolgen en straffen ze de Marokkaanse misdadigers niet, etc.Maar aan het eind van de middag publiceerde AT5 dat de nr 6 op de lijst voor Amsterdam van Forum, Kristine Turkmen, een twitteraccount had waarop zeer gewelddadige en fascistische ideeën en uitlatingen stonden. Zondagavond was dat ontdekt, en werden er al 800 tweets verwijderd. Maandag toen AT5 informatie probeerde in te winnen werd het hele twitter account verwijderd. Merkwaardig is, dat tot nu toe niemand het twitteraccount heeft ontdekt. Op twitter reageren de rechtse bagger nu totaal niet. De naam Turkmen levert slechts enkele reacties op. Hier is het bericht van AT5. Ze had een twitteraccount @KristinaAMS en stuurde naar de Telegraaf en Wierd Duk en ene @WdeGelder o.a. de tweet dat geslachtsdelen en handen moesten worden afgehakt. Ik denk dat niemand het ontdekt heeft, omdat niemand een verband legde tussen haar twitternaaam en de naam van degene die erachter zat. Maar ze had toch een levensbeschrijving bij haar twitteraccount, of niet? En heeft AT5 een tip gekregen? Van wie? De rechtse bagger valt helemaal stil.Ondertussen op Geen Stijl een bericht dat Baudet een dictator is en zijn partij een chaos. Er zijn twee ex-VVD-ers ui de partij gezet en er zijn nog meer dingen. Item op Geen Stijl De reaguurders van Geen Stijl verdedigen Baudet en schelden op de VVD-ers. Maar ook: waar komt dit bericht nu plotseling nu weer vandaan? Het blijkt door Forum zelf op de website te zijn geplaatst, dat de twee VVD-ers worden geroyeerd. Alle grote media besteden er aandacht aan. Zie hier het artikel in NRC Het gaat om oud-senator Robert de Haze Winkelman en voormalig Statenlid voor de liberalen Betty Jo Wevers. Deze Winkelman gaf aan, aanhanger te zijn van de complot-teorie van holocaust ontkenners en antisemieten de Coudenhove-Kalergi-complottheorie. Dinsdag en woensdag. 6 en 7 februari. De discussie over of mensen van bepaalde rassen een lager IQ hebben gaat door. Nav de uitspraak van Ramautarsing. Baudet heeft gereageerd, en mensen praten erover op sociale media. Laatste verdediging: het gaat niet over ras maar over volk. Tweede punt wat in de discussie komt is dat er intern gerommel is in FvD. Dat kwam hiervoor al ter sprake. Vandaag werd het volgende bekend. Drie voormalige kandidaat-Kamerleden van Forum voor Democratie hebben zich met een brief aan de leden aangesloten bij de geroyeerde leden Robert de Haze Winkelman en Betty-Jo Wevers.In een brief die NRC heeft gepubliceerd schrijven Arthur Legger,Gert Reedijk en Jan Berkhout dat een grote groep intimi rond Baudet al tijden aandringt op meer interne democratie. Ze noemen een reeks incidenten en spreken van een keurslijf en een angstcultuur. Ze zeggen dat ze volledig achter Baudet staan en dat het bestuur hen voor een inhoudelijk gesprek heeft uitgenodigd. Baudet ontkent dat er onrust is in FvD. De brief van de drie FvD leden kun je hier lezen. Dinsdag, woensdag en donderdag sudderden de oude discussies een beetje door en ene Carel Brendel publiceerde op sociale media dat tien organisaties die het manifest van het comité 21 maart ondertekend hadden subsidie van de gemeente kregen. Hij had dat uit het blijkbaar openbare subsidieregister van de gemeente Amsterdam gehaald. Donderdag verscheen het bericht, dat de historicus Frank Ankersmit zijn contacten met Forum opzegde. Dat kun je hier lezen. Maar hij blijkt dit al in november te hebben gedaan, hoewel het nu via het Dagblad voor het Noorden naar buiten komt. Een tweede bericht is, dat Marc Rutte na de uitspraken van Ollongren vorige week vrijdag voor het eerst reageerde op haar mededelingen. Premier Rutte heeft geen bezwaar tegen de kritiek van minister Ollongren op Forum voor Democratie. Ollongren zei in een lezing dat het FvD verder gaat waar de PVV ophoudt. Baudets partij zou “geobsedeerd” zijn door het praten over rassen in het politieke debat.Ollongren heeft constitutionele zaken in haar portefeuille,zegt Rutte. Dan past het volgens hem een visie te geven op de uitvoering van artikel 1 van de grondwet,dat discriminatie verbiedt. Ollongren nam het Baudet kwalijk dat hij geen afstand nam van racistische uitlatingen. Baudet deed aangifte tegen de minister vanwege smaad en laster.Vandaag vrijdag, 09-02-18 20:13:30 werd bekend, dat de nr 3 op de lijst van de Tweede Kamerverkiezingen van Forum uit de partij stapt. Dat kun je hier lezen. Ze heet Susan Theunissen en is kapitein in het leger. Verder gaat de discussie over uitspraken van Ramautarsing over IQ en ras door. De grote media zoals EenVandaag besteden er aandacht aan door wetenschappers te interviewen. Er zijn nog andere dingen die spelen, zoals de dialoog tussen Bolkestein en Oudenampsen, maar al die andere dingen komen niet echt in de publiciteit. Forum heeft gereageerd met een brief op de uittredende partijleden. Volgens peilingen stokte de opmars van Forum.De rest van de verkiezingsstrijd: de zaken kabbelden voort met af en toe een oplevinkje. Een rol speelde de discussie over het referendum, die met 1 stem meerderheid in de Tweede Kamer is afgeschaft. De afschaffing werd verdedigd door Ollongren van D’66, en die partij kreeg er vanwege schending van haar principes flink van langs. De discussies op politieke bijeenkosmten hebben geen opzienbarende uitspraken opgeleverd. Tot gisteren. Ramautarsing kwam weer in het nieuws, nu via o.a. een artikel in de Volkskrant waarin geciteerd werd uit een besloten whatt’s app groep waar ook kaderleden van andere jongerenpartijen, o.a. SP en D66 aan meededen. Wierd Duk trekt in een tweet waarin hij de telegraaf citeert aan zijn stutten. “wij hadden dat al eerder en korter’. Volgens de Standaard waren er vier jongeren die uit de school klapten. De Standaard zei: we weten wie het zijn. Ramautarsing deed nu uitspraken over homo’s o.a. en weer ging het over het IQ. Trending topic op twitter, maar nu komen de rechts-populistische tweeters in de verdediging. Ramautarsing maakte bekend, dat hij zich terugtrok als kandididaat gemeenteraadslid, wat eigenlijk dus niet kan. Als hij met voorkeurstemmen gekozen wordt, kan hij zijn plaats innemen, maar dat zal hij wel niet doen. De Rechts populisten zien in het gebeuren een samenzwering van links. Omdat die hem in de besloten whatt’s app groep uit de tent gelokt zouden hebben. Menno Bosman tweet dat het eindresultaat van het Volkskrant artikel en de discussie is, dat de normen van wat je bediscussieert en wat niet weer als eindresultaat opgeschoven zijn. En dat het dus toch een overwinning is voor de PVV en FvD.Op 21 maart vonden dan de verkiezingen plaats en daarvoor, op 18 maart een vreedzame demonstratie van anti-racisten in Amsterdam.Zie ook deel 1.]]>
Bruto Binnenland ProductDat gold vooral voor de productie van industriële goederen (“manufacturing”), maar nu zijn de Aziatische landen aan het vooroplopen in de robotisering, in de technologische revolutie die gaande is. Azië bouwt wat dat betreft een grote voorsprong op ten opzichte van Europa en de Verenigde Staten. Wat betreft de verschuivingen: die nuanceerde Nicholas later in zijn lezing. Ook Europa (Duitsland) doet mee. Je ziet dat er wat dat betreft ook steeds meer een economische verstrengeling is tussen Europa en Azië. Vanuit Duitsland gaat men steeds meer links leggen tussen bedrijven in Azië en in Duitsland. Europa ontwikkelt zich als tweede economische wereldmacht, wat zal worden versneld door de Brexit van dwarsligger Engeland. Het kan zijn dat zich nu meerdere belangrijke en minder belangrijke economische machtscentra aan het vormen zijn. Overigens zie je dat de productie van goederen zich alweer aan het verplaatsen is van Oost-China, waar de lonen steeds hoger worden, naar andere Aziatische landen zoals Vietnam, waar de lonen nog laag zijn. China kan zijn positie van motor op de wereldmarkt niet volhouden. Ik kom daar nog op terug.Cyclus
Nicholas relateerde dat aan het tweede onderwerp van zijn lezing, namelijk dat er zich in de economie twee golven voordoen: de langlopende K-wave ofwel de Kondratieff-cyclus van veertig tot vijftig jaar, en de kortlopende Juglar-cyclus van tien tot vijftien jaar. We bevinden ons nu op de bodem van de lange cyclus die omstreeks 1990 is begonnen. Het golfdal was omstreeks 2009 (zie hieronder). Altijd vinden er, zo wijst de geschiedenis uit, op de bodem van de lange golf technologische innovaties plaats en is er een verschuiving van de economische macht naar andere regio’s. Van Groot-Brittannië naar de Verenigde Staten, en vandaar naar Oost-Azië.
Kondratieff-golven.Verder verklaarde Nicholas de business cycles, de op- en neergaande golfbewegingen, nader. Het punt daarbij is dat er een gestaag neergaande golf is op de lange termijn, maar dat de kortlopende golven deze tendens kunnen versterken. Dat is nu het geval.
Belangrijke data in de Juglar.Hierboven zien we de kortlopende Jular-golf en de jaren waarin volgens deze golfbeweging een dal was. Hieronder zien we hoe de kort- en langlopende golven in de negentiende eeuw aan elkaar zijn gerelateerd.
Golfbewegingen in de negentiende eeuw.Nicholas hield een slag om de arm wat betreft de vraag of we nu de absolute bodem van de lange golf, die jaren kan aanhouden, hebben bereikt. Het zou nog wat verder omlaag kunnen gaan en versterkt kunnen worden door opkomend protectionisme en handelsoorlogen in de wereld. Maar Nicholas is ook tegen vrijhandelsverdragen als TTIP, door hem “de verkeerde vrijhandel” genoemd. Hierbij krijgen de internationale grote corporaties die wereldwijd opereren veel macht, en je moet maar afwachten of ze hun belofte nakomen dat ze de infrastructuur in landen op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs, sociale zekerheid, enzovoorts, niet willen aantasten. Tot nu toe in de geschiedenis zijn we uit de lange neergaande golf gekomen door oorlogen en door opkomend nationalisme en fascisme. In de VS is 37 procent van de productie gelieerd aan de oorlogsindustrie. Door technologische revoluties kunnen steeds grotere hoeveelheden goederen worden geproduceerd, maar op de bodem van de neergaande lange golf is er geen vraag naar. Oorlogen kunnen dit ‘probleem’ oplossen.Schuldenberg
Het derde onderwerp van zijn lezing was wat hij noemde “de olifant in de kamer”, de vertaling van de Engelse uitdrukking “the elephant in the room”. Ofwel: een probleem dat overduidelijk aanwezig is, maar waar niemand het echt over wil hebben. We hebben een crisis gehad in 2008. Wat in voorgaande crises niet gebeurde, en nu wel, was dat de staten ingrepen in de economie. Banken werden gered van het bankroet door grote hoeveelheden geld te gaan scheppen en in de economie te pompen. We denken hierbij aan de astronomische bedragen die de nationale banken van de westerse landen, zoals de ECB en de FED, in de economie pompen, maar deze bedragen vallen in het niet bij wat China heeft gedaan. De hoeveelheid geld die China in de economieën van de wereld heeft gepompt, overtreffen die bedragen in grote mate. Het resultaat ervan was dat de Chinese economie weer opkrabbelde, en in zijn eentje de wereldeconomie heeft gered ten koste van de opbouw van een gigantische schuldenberg. Maar – en nu komen we op sombere voorspellingen die Nicholas deed – dit bood slechts tijdelijk soelaas. We zien na 2015 de Chinese economie weer stagneren naar minder grote groeicijfers. En ditmaal zal het medicijn van onvoorstelbaar gigantische bedragen in de economie pompen niet meer kunnen.
Nederlandse inflatie en rente.De gigantische schuldenberg is “de olifant in de kamer”. Dat deze schuldenberg met astronomische bedragen nog niet ineen is geklapt, komt omdat de rente bijna nul is en in sommige landen en bij sommige leningen zelfs negatief. Dat laatste betekent dat de nationale banken als het ware geld geven aan de rijken en grote bedrijven om hen ertoe te brengen om geld te lenen. Maar de rente gaat stijgen, verwacht Nicholas. Dat is in het verleden altijd zo geweest. In dat geval wordt het onmogelijk om de astronomische schuldenberg nog af te lossen, moeten gigantische bedragen aan rente worden betaald en klapt de zaak in elkaar. De rente op tienjarige leningen is al aan het stijgen.Hierboven zien we een grafiek van de ontwikkeling van de rente van het Nederlandse handelskapitalisme vanaf 1517, waaruit blijkt dat de rente altijd meer dan een paar procent is geweest en dat we op dit moment wat de zeer lage rente betreft in een uitzonderlijke situatie verkeren.
In 1990 heb ik een overzicht geschreven over het overheidsbeleid dat in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw werd gevoerd. Ruud Lubbers, die gisteren overleden is, was een van de architecten van dat beleid, als minister van Economische Zaken in het kabinet-Den Uyl en daarna twaalf jaar als minister-president. Zijn overlijden is een goede gelegenheid dat nog eens op te halen. Ik spreek in deze analyse nog niet over “neo-liberaal beleid”, een term die daarna in zwang is gekomen, maar over “neo-klassiek beleid”. De inhoud is echter hetzelfde. Hieronder een gedeelte van de analyse.Vanaf 1973 hebben werkgevers constant propaganda gevoerd voor een politiek van loonmatiging en overheidsbezuinigingen. Hun lobby werd beloond met de instelling van de commissie-Wagner in 1981, die vrijwel geheel bestond uit topmensen van het bedrijfsleven. De aanbevelingen van deze commissie vormden de basis van de politiek die de achtereenvolgende kabinetten-Lubbers hebben gevoerd. Men spreekt daarbij wel van een neo-klassiek beleid. De sociaal-democraten hebben daar in de jaren zeventig een keynesiaans model tegenover gesteld.Neo-klassiekenHet neo-klassieke model hanteert de volgende verklaring voor het ontstaan van werkloosheid en recessie. De oorzaak van een onevenwichtigheid op de markt is volgens dit model gelegen in een te laag prijspeil van de producten of een te hoog prijspeil van de factor arbeid, waardoor bedrijven hun producten niet rendabel kunnen verkopen, laat staan dat zij hun productie zouden kunnen uitbreiden. Wanneer de prijzen niet flexibel genoeg reageren op de gewijzigde vraag- en aanbodverhoudingen, dan gaan bedrijven over op neerwaartse aanpassingen van hun productie-omvang met als gevolg werkloosheid. De neo-klassieken gaan niet uit van een analyse van de machtsverhoudingen op de markt. Zij trachten te analyseren hoe prijzen van goederen en ook van arbeid tot stand komen. Hiertoe baseren zij zich op de wet van het afnemend grensnut.Deze uitgangspunten hebben grote gevolgen voor het overheidsbeleid. De overheid moet meer overlaten aan het evenwichtsherstellende marktmechanisme. Zij moet bezuinigen, de collectieve lasten mogen niet te hoog worden. Verder is loonmatiging noodzakelijk, zodat er winsten kunnen worden gemaakt die tot investeringen leiden. Deze investeringen leiden dan weer tot een grotere productie en dat zal weer leiden tot inkomensondersteunende prijsdalingen.In het algemeen kan men in het arbeidsmarktbeleid een onderscheid maken tussen werkgelegenheidsbeleid en arbeidsvoorzieningenbeleid. Werkgelegenheidsbeleid is beleid dat gericht is op beheersing van de vraagzijde van de arbeidsmarkt. Men richt zich dan op het behoud en de creatie van voldoende en volwaardige arbeidsplaatsen. De overheid kent zichzelf een actieve rol toe in de bestrijding van de werkloosheid. Passief werkgelegenheidsbeleid is gericht op variabelen als groei, collectieve lastendruk, financieringstekort en dergelijke. Actief werkgelegenheidsbeleid heeft betrekking op grootschalige creatie van werkgelegenheid door aanvullende werken.WerkgelegenheidsbeleidArbeidsvoorzieningenbeleid is gericht op beheersing van de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Men richt zich dan op het zoeken van de juiste werkzoekende voor een aangemelde vacature. Dat beleid is indirect en passief. Door bemiddeling, scholing, werkverruimende maatregelen en loonkostensubsidies worden werklozen begeleid naar de arbeidsmarkt. De neo-klassieken richten zich op een passief werkgelegenheidsbeleid en op het arbeidsvoorzieningenbeleid. Zij zoeken de oorzaak van de werkloosheid bij de werkloze. Die moet door omscholing en dergelijke klaargestoomd worden voor de arbeidsmarkt. In een situatie van volledige concurrentie is werkloosheid slechts tijdelijk en indien zij een hardnekkig karakter draagt, is dit toe te schrijven aan “starheden” in de aanpassing van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, zoals “starre” lonen of sociale zekerheidsuitkeringen waardoor mensen niet meer geprikkeld worden om snel een baan te accepteren of waardoor mensen zich op de arbeidsmarkt begeven met als enige doel om een uitkering te kunnen claimen.AlternatievenDaarnaast zijn er nog andere modellen, waarbij een meer fundamentele kritiek wordt geleverd op de ontwikkelingen in de kapitalistische economie. Daarbij worden de machtsverhoudingen centraal gesteld. Er wordt naar voren gebracht dat het kapitalisme zich na steeds verdergaande concentratie van kapitaal en centralisatie van de beslissingsmacht in ondernemingen ontwikkeld heeft tot een systeem waarbij een kleine groep van kapitaalbezitters de dienst uitmaakt. De blinde economische groei, waarbij winst voor de ondernemer het enige criterium is, leidt tot milieuvervuiling, verspilling van energie en toenemende armoede van grote groepen in onze maatschappij.Alleen fundamentele veranderingen, waarbij beslissingen over de richting van investeringen op democratische wijze worden genomen, kunnen de problemen waar onze maatschappij zich voor ziet gesteld werkelijk oplossen. In de huidige situatie blijft de ondernemer gevangen in de noodzaak om steeds meer met steeds minder productiemiddelen te produceren om de concurrentie vol te houden, zonder dat op fundamentele wijze rekening wordt gehouden met de negatieve gevolgen die hierboven werden genoemd. Democratisering in de bedrijven is naast verdere democratisering van de politieke verhoudingen noodzakelijk. Deze verdergaande opties hebben in de discussies over het overheidsbeleid in de afgelopen twintig jaar ook een rol gespeeld. Men denke aan de nota van de industriebond FNV “Fijn is anders” (1974).In het overheidsbeleid zelf zijn deze alternatieven echter niet terug te vinden. In het overheidsbeleid kwamen vooral de belangen van de ondernemers tot uitdrukking. Het overheidsbeleid begeleidde de afgelopen twintig jaar een grootscheepse reorganisatie van de productie, die niet uitsluitend kan worden teruggevoerd op de technologische ontwikkelingen. Rationalisatie heeft bij die reorganisatie een grote rol gespeeld, dat wil zeggen: het opsplitsen van functies in routinetaken waardoor met minder mensen hetzelfde of meer kan worden geproduceerd.Aan het einde van de zestiger jaren stuitte de rationalisatie in de industrie op haar grenzen. De traditionele organisatie-opbouw en de verdeling van taken en functies daarin maakte bijvoorbeeld rationalisatie van afdelingen als boekhouding en schoonmaak niet mogelijk. Alleen een reorganisatie, dat wil zeggen: een afstoten van taken en deze op hun beurt weer onderbrengen in grotere productieorganisaties, maakte ook bij dit soort werkzaamheden verdergaande rationalisatie mogelijk. Dat leidde tot het ontstaan van bijvoorbeeld de schoonmaaksector en de grote boekhoudkantoren.Daarnaast werd in de zeventiger jaren kapitaal geïnvesteerd in productiesectoren, bijvoorbeeld de horeca, waar nog vele kleine ondernemingen bestonden die niet gestandaardiseerd produceerden. Dat leidde tot de grote hotelketens, waar de productie vervolgens ook werd gerationaliseerd. Bij de conclusies over het overheidsbeleid zullen we naar voren brengen dat de overheid vooral gericht was op het soepel laten verlopen van deze reorganisatieprocessen, waarbij men de ergste sociale gevolgen wat probeerde op te vangen.PropagandaAl in 1974 begon de propaganda voor het neo-klassieke model. In het najaar van 1974 schreven de economen Den Hartog en Tsjan een artikel dat de basis is geworden van de economische modellen die het Centraal Plan Bureau (CPB) tot op de dag van vandaag hanteert. Het CPB produceert ieder jaar de “Macro-economische Verkenningen”, die een grote invloed uitoefenen op de discussie over het te voeren overheidsbeleid. Wat was de essentie van het model dat Den Hartog en Tsjan ontwikkelden?In het model wordt het verband tussen lonen, prijzen en arbeidsplaatsen geanalyseerd. Uitgangspunt was de gedachte dat een te sterke stijging van de reële arbeidskosten zou leiden tot het buiten gebruik stellen van technisch nog niet versleten kapitaalgoederen, met als gevolg toename van de “structurele werkloosheid”. Ondernemers zouden hun kapitaalgoederenvoorraad in steeds snellere cycli zijn gaan vervangen, om zo aan de stijgende loonkosten te ontkomen. Dat leidde in versterkte mate tot vervanging van arbeid door kapitaal. Nieuwe productietechnieken werden gekozen met het oog op de te realiseren uitstoot van arbeid. Het gebruik van het begrip structurele werkloosheid, veroorzaakt door te hoge reële arbeidskosten, week nadrukkelijk af van het keynesiaanse begrip van werkloosheid, namelijk werkloosheid veroorzaakt door een tijdelijke terugval van de vraag.De expansie van de staatsuitgaven werden in het model ter discussie gesteld. Niet werkgelegenheidsprogramma’s en stimulering van de vraag, maar investeringen in de marktsector en verlaging van de loonkosten voor werkgevers moesten tot meer werkgelegenheid leiden. Deze analyse is te zien als een inleiding op de restauratie van het neo-klassieke denken. In de visie van de neo-klassieken wordt werkloosheid immers veroorzaakt door relatief te hoge lonen. Via loonmatiging zou de werkloosheid zich vanzelf wel oplossen.Eén procentsnormWim Duisenberg gebruikte deze analyse om als minister van Financiën in het kabinet Den Uyl met bezuinigingsvoorstellen te komen. Bekend werd zijn zogenaamde éénprocentsnorm: volgens deze norm mochten de collectieve uitgaven tot 1980 jaarlijks met niet meer dan één procent van het nationale inkomen toenemen. De gang van zaken bij de éénprocentsnota is beschreven door Nico Beemsterboer in “Staken is geen werk”. Duisenberg overviel de andere ministers met zijn voorstellen. Het was een gecoördineerde actie van topeconomen, ondernemers en politici. De doelstellingen van Duisenberg met zijn één procentsnorm werden ondersteund door een brandbrief van negen topondernemers. Zij eisten dat de bezuinigingen zouden worden uitgevoerd. De rendementen van de bedrijven moesten volgens de ondernemers structureel verbeteren en de kosten van lonen moesten omlaag. Zij wilden minder premies betalen en een lager minimumloon. Dan zou de werkgelegenheid vanzelf wel weer toenemen.Reeds de werkgelegenheidsnota van 1975 is gebaseerd op de analyse van Den Hartog, maar met name de nota “Collectieve voorzieningen en werkgelegenheid” van 1976 staat bekend als de éénprocentsnota. Ook in de nota “Selectieve groei” van 1976 stond de analyse van de structurele werkloosheid al centraal. In deze nota werden verder voorstellen gedaan voor een gerichte sturing van de investeringen in de marktsector. In 1977 viel het kabinet-Den Uyl. Hoewel deze regering nog een keynesiaans beleid voerde, werden de eerste contouren van een bezuinigingsbeleid al zichtbaar. Het jaar 1976 markeert de overgang in de machtsstrijd tussen de keynesianen en de neo-klassieken. Na introductie van de éénprocentsnorm ging de overheid steeds meer over tot een beleid waarbij werd getracht de economische groei te bevorderen door verlaging van de arbeidskosten, bezuinigingen op de publieke uitgaven en stimulering van investeringen door aan ondernemers kapitaal beschikbaar te stellen. Men veronderstelde dat volledige werkgelegenheid op deze manier vanzelf wel weer zou ontstaan. De actieve werkgelegenheidspolitiek werd afgeschaft.Commissie-WagnerVanaf 1979 is er ook in de industriepolitiek een kentering te bespeuren. De defensieve strategie van steun aan verliesgevende bedrijven maakte plaats voor offensieve steunverlening aan bedrijven die in nieuwe productiesectoren opereerden en die een sterke groei kenden. Technologische vernieuwing en innovatie werden de sleutelwoorden van de nieuwe aanpak. Al in 1980 publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid een rapport dat was geschreven door Arie van der Zwan. Het rapport heette “Plaats en toekomst van de Nederlandse industrie”. De meeste aanbevelingen van Van der Zwan werden niet opgevolgd. Een van de aanbevelingen werd echter wel opgevolgd: Van der Zwan had voorgesteld een adviescommissie inzake het industriebeleid in te stellen. Deze commissie werd eind 1980 ingesteld en publiceerde in 1981 een rapport. Vervolgens kwam er nog weer een commissie, die ook aanbevelingen moest doen over het te voeren overheidsbeleid. De commissies werden genoemd naar hun voorzitter, Shell-topman Gerrit Wagner. Deskundigen uit het bedrijfsleven maakten deel uit van de commissie Wagner. Topmanagers van Unilever, DSM, Vroom & Dreesmann, de ABN, Fokker en andere ondernemingen namen deel. Adviseur van de commissie was Den Hartog, de econoom van het model uit 1974 dat we hiervoor hebben behandeld. Inmiddels was hij onderdirecteur van het CPB geworden.Het valt op dat tussen al die namen van ondernemers twee namen van vertegenwoordigers van de Industriebond voorkomen. Hier valt veel over te zeggen. Er waren ook vakbondsvertegenwoordigers die wel wat zagen in het neo-klassieke beleid van de commissie Wagner en het inleveren van de prijscompensatie, zoals Frans Drabbe. Piet Vos, econoom bij de Industriebond FNV, maakte deel uit van de commissie-Wagner. De commissie heeft diverse rapporten gepubliceerd. Wat waren de conclusies? Enkele punten kunnen hier slechts worden aangestipt.De prijscompensatie moet geen automatisme meer zijn, bij het minimumloon dient de regering rekening te houden met de prijsontwikkeling, maar een automatische prijscompensatie is uit den boze. De koppeling tussen minimumloon en minimumuitkering moet eveneens worden losgelaten en vervangen door een “beleidsmatige” koppeling. Er moeten vrije loononderhandelingen komen op decentraal niveau, ambtenaren moeten inleveren, er moeten soepeler ontslagprocedures komen. Het afsluiten van flexibele contracten moet worden bevorderd en het onderwijs moet meer marktgericht gaan werken. Al deze maatregelen zouden de werking van de arbeidsmarkt verbeteren en tot een beheersing van het kostenniveau in het bedrijfsleven leiden. In het arbeidsmarktbeleid zou men zich in overeenstemming met de ideeën van de neo-klassieken volledig moeten richten op het arbeidsvoorzieningenbeleid.Er zou ook iets moeten worden gedaan aan de verzwakte vermogenspositie van veel bedrijven. Dat zou kunnen door belastingmaatregelen, bijvoorbeeld het verlagen van de vennootschapsbelasting. Zie: “Een nieuw elan. De marktsector in de jaren tachtig”. Van een specifiek sectorstructuurbeleid is geen sprake meer. Een gerichte sturing van de investeringen wordt afgewezen. Meer markt, minder overheid. Wel stelde de commissie voor om te komen tot een Maatschappij voor Industriële projecten, die er in 1982 ook is gekomen. Op grond van deze en andere rapporten richtte de overheid zich meer en meer op “het geven van stimulansen voor het ontwikkelen en toepassen van nieuwe vindingen en technieken teneinde het concurrentievermogen van het bedrijfsleven te verbeteren”. Van gerichte sturing van investeringen is geen sprake meer.Kabinet-Lubbers IDe voorstellen van de commissie-Wagner II waren goed getimed. In juni 1982 kwam een tussenrapport in de publiciteit nadat het kabinet van PvdA, D66 en CDA was gevallen. In september zouden er weer verkiezingen zijn. Dries van Agt en Ruud Lubbers verklaarden de conclusies van het rapport te onderschrijven. Zij stelden meteen maar dat de uitgangspunten van de commissie-Wagner de basis moesten vormen voor een regeerakkoord na de verkiezingen. En dat is gebeurd. In 1982 trad het kabinet-Lubbers I aan. Zij nam de uitgangspunten van Wagner over. In november van dat jaar presenteerde Lubbers zijn eerste voorstellen. Het kabinet-Lubbers stelde bezuinigingen op de overheidsuitgaven centraal in het te voeren beleid. Daarnaast streefde men naar lastenverlichting voor de bedrijven, een beperking van de arbeidskosten door loonmatiging en een vermindering van de bureaucratie. Men stelde ook te streven naar de spreiding van het werk over meer mensen, zonder dat dit echter mocht leiden tot kostenverhoging voor de bedrijven. In het regeerakkoord werd afgesproken jaarlijks 7 miljard gulden ter grootte van 2 procent van het nationaal inkomen te bezuinigen bij een veronderstelde loonmatiging van 2 procent per jaar. Tot 1986 moest de lastendruk worden gestabiliseerd en het financieringstekort worden teruggebracht met 1 procent van het nationale inkomen per jaar. Loonmatiging in het bedrijfsleven speelde een belangrijke rol. Toen in de loop van de rit tegenvallers bij de uitgaven optraden, kwamen er meer bezuinigingen.Op 16 juli 1983 na twee weken discussie maakte Lubbers een bezuinigingspakket bekend van 12 miljard gulden. Deze bezuinigingen gingen aanzienlijk verder dan in het regeerakkoord was afgesproken. Omdat het kabinet weinig andere mogelijkheden zag om te besparen, moest het vooral komen van het eigen personeel, de ambtenaren, trendvolgers en de mensen met een uitkering. De eerste groep moest 3 miljard inleveren, de uitkeringsgerechtigden waren goed voor 4,2 miljard. De kortingen op de uitkeringen werd 3,5 procent per 1 januari 1984, plus een nieuwe korting per 1 juli 1984. In de praktijk betekende dit voor 1984 een korting op het wettelijk minimumloon van 3,5 procent. Het totaal aan bezuinigingen van 1982 tot 1986 bedroeg maar liefst 27,6 miljard gulden.Hoe reageerde de vakbeweging op de bezuinigingsvoorstellen? De vakbeweging is in de zeventiger jaren niet bereid geweest tot het inleveren van de prijscompensatie. Drie achtereenvolgende loonmaatregelen aan het begin van de jaren tachtig moesten haar op de knieën dwingen. In het centraal akkoord van 1982 gaf de vakbeweging veel prijs. De automatische prijscompensatie werd met zoveel woorden afgeschaft, waarvoor in 1977 nog werd gestaakt. Van enige invloed op het werkgelegenheidsbeleid was geen sprake. Terug naar de bezuinigingsvoorstellen van het kabinet Lubbers. De reacties daarop waren heftig. Van der Scheur kondigde aan dat er harde acties zouden gaan komen. De FNV deed voorstellen voor een economisch herstelplan. Al op 11 juni 1983 was er een demonstratie van de vakbeweging tegen de bezuinigingsvoorstellen zoals die op dat moment bekend waren. Op 10 oktober 1983 begonnen FNV-acties tegen de bezuinigingen. De acties leidden niet tot het gewenste resultaat. Op 14 december 1983 ging de Tweede Kamer akkoord met de kortingen op de ambtenarensalarissen en de uitkeringen.In het werkgelegenheidsbeleid werd het arbeidsvoorzieningenbeleid centraal gesteld. Het beleid richtte zich op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Er kwam ook weer een nieuw jeugdwerkplan, met intensivering van de bemiddeling, scholing en scholingsplicht, en werken met behoud van uitkering. De arbeidsmarkt moest beter gaan functioneren door verruiming van het begrip passende arbeid, versnelling van ontslagprocedures, meer ruimte voor het uitzendwezen, meer flexibele contracten en verlaging van het minimumjeugdloon. Op 20 september 1984 presenteerde het kabinet een nieuwe werkgelegenheidsnota. Op dat moment stonden 822.000 personen als werkloos geregistreerd. Ook in deze nota weer: herstel van de marktsector, verlaging van de kosten en flexibilisering op de arbeidsmarkt. Het verhaal wordt eentonig. Men pleitte voor meer loondifferentiatie, opheffing van ontslagbescherming, privatisering en deregulering.Kabinet-Lubbers IIHet CDA ging in mei 1986 de verkiezingen in met het verzoek aan de kiezers om “het karwei af te mogen maken”. Dat wil zeggen: verdere bezuinigingen. De verkiezingen waren voor het CDA een groot succes. De partij won 9 zetels. VVD en CDA maakten een nieuw regeerakkoord, dat op 8 juli 1986 gereed kwam. Het kabinet-Lubbers II regeerde van 1986 tot 1990. Het kabinet zei te streven naar een terugdringing van de werkloosheid en van het financieringstekort tot 5,25 procent van het nationaal inkomen in combinatie met een stabilisatie van de collectieve lastendruk.De tegenvallende olieprijzen leidden tot verminderde inkomsten voor de staat. De daling van de aardgasbaten voor het rijk kwam overeen met 8 procent van de totale inkomsten. Dat betekende een extra bezuinigingspakket van 12 miljard gulden door het schrappen van uitgaven ten bedrage van 5,5 miljard en lastenverhogende maatregelen, onder andere verhoging van het BTW-tarief, van 7 miljard gulden. Het voortzetten van arbeidstijdverkorting werd noodzakelijk geacht, maar hoofdzakelijk overgelaten aan het initiatief van marktpartijen. “De harde kern” van de werkloosheid moest worden bestreden door middel van scholingsprogramma’s in het bedrijfsleven, premievrijstelling voor ondernemers en door invoering van het jeugdwerkgarantieplan. Iedere schoolverlater die niet binnen 6 maanden een baan zou hebben gevonden, zou op straffe van een korting op de uitkering te werk worden gesteld in het jeugdwerkgarantieplan. In de periode 1985 tot 1989 groeide de werkgelegenheid met gemiddeld 90.000 banen per jaar, maar de werkloosheid bleef onveranderlijk hoog. Op 1 januari 1987 werd het herziene sociale zekerheidsstelsel ingevoerd. Het belangrijkste motief was: bezuinigen. De WWV werd afgeschaft en de werkgelegenheidscomponent werd uit de WAO gehaald.Na 1982 werden de lonen en uitkeringen ontkoppeld. Dat wil zeggen: de ontwikkeling van de uitkeringen volgde die van de lonen niet meer. In 1984 volgde bovendien een korting op de uitkeringen van 3 procent, zoals we hiervoor al hebben gezien. In de jaren daarna werden de uitkeringen bevroren, van 1985 tot 1988. Wel werd een systeem van eenmalige uitkeringen ingevoerd voor de zogenaamde “echte minima”. Deze eenmalige uitkeringen zijn echter in 1986 afgeschaft. Op de inkomensontwikkeling van de uitkeringsgerechtigden in de afgelopen 20 jaar wordt verderop ingegaan.Het zou te ver voeren in te gaan op andere maatregelen van het kabinet-Lubbers II, zoals de herziening van de gezondheidszorg op voorstel van de commissie-Dekker (alweer een topmanager uit het bedrijfsleven) en de herziening van het belastingstelsel op voorstel van de commissie-Oort. Het financieringstekort werd onder de kabinetten Lubbers precies volgens het “tijdpad” teruggebracht. Verder streefde ook Lubbers II naar een lastenverlichting voor het bedrijfsleven en de hogere inkomens. In 1988 werd de loon- en inkomstenbelasting verlaagd en in 1989 de btw-tarieven. Voorts werd de WIR omgezet in een verlaging van de werkgeverspremies en een verlaging van de vennootschapsbelasting.Tenslotte ontspon zich in die jaren een discussie over de verlaging van het minimumloon. Met name onder ongeschoolden was de werkloosheid groot. Een verlaging van het minimumloon zou voor die categorie meer banen opleveren, was de redenering. Het Centraal Plan Bureau, dat zich baseert op neo-klassieke uitgangspunten, zoals we hiervoor al hebben gezien, voerde berekeningen uit die aangaven dat bij een verlaging van het minimumloon met 15 procent de werkgelegenheid met 200.000 personen zou kunnen toenemen. Omdat de Tweede Kamer met een verlaging niet akkoord ging, is het er niet van gekomen.ConclusiesIn de periode 1974-1992 heeft de overheid gestreefd naar een algehele loonmatiging. Dat komt tot uiting in de loonmaatregelen die de diverse kabinetten hebben genomen. Verder was er bevriezing van de uitkeringen, en zelfs een korting. Daarnaast kan het beleid worden ingedeeld in twee fasen. In de eerste fase was er een vergroting van het financieringstekort en een streven naar sturing van de investeringen. Dat ging gepaard met een gerichte steunverlening aan individuele bedrijven. Dat laatste betekende een grootscheepse overheveling van kapitaal naar het bedrijfsleven. In deze periode trokken ondernemers hun kapitaal terug uit verliesgevende bedrijfstakken. Juist de steunverlening aan verliesgevende bedrijven door de overheid maakte dat mogelijk.In de tweede fase streefde de overheid naar steunverlening aan bedrijven die winstgevend waren en technologisch vernieuwend. De individuele steunverlening werd stopgezet en de sturing van investeringen werd afgeschaft. Daarnaast streefde men naar een algehele lastenverlaging voor de bedrijven en een in ere herstellen van het marktmechanisme. Het overheidstekort werd teruggebracht, evenals de collectieve lastendruk. Bezuinigingen op bepaalde overheidsuitgaven waren in deze periode het sleutelwoord. De gehele periode overziende kan worden gesteld dat de overheid heeft gestreefd naar een beleid waarbij het terugtrekken van kapitaal uit bepaalde bedrijfstakken en de herinvestering in andere sociaal acceptabel werd gemaakt door de scherpste kantjes van de sociale gevolgen wat af te slijpen. Dat heeft echter wel geleid tot een grotere armoede in de maatschappij.Kapitaal moest in beide perioden door loonmatiging beschikbaar blijven voor de doelstellingen van de ondernemers. Het meest schokkende is dat het arbeidsvolume van de bedrijven in 1970 3.400.000 mensjaren bedroeg, en dat dit in 1988 nog steeds zo was. Met andere woorden: in die periode is de werkgelegenheid niet toegenomen. Wel was er een economische groei van ongeveer 1,5 procent per jaar gemiddeld. Dus tussen 1970 en 1988 was er een economische groei van 30 procent. Met dezelfde hoeveelheid werk als in 1970 werd in 1988 30 procent meer geproduceerd. De arbeidsproductiviteit en de werkdruk is bij qua koopkracht gelijkblijvende lonen enorm toegenomen. Dat heeft geleid tot een groot aantal arbeidsongeschikten. Bovendien is de nieuwe arbeid die is gecreëerd, niet afgestemd op de behoeften, kennis en vaardigheden van de beroepsbevolking, met als gevolg een blijvend structurele werkloosheid. En de nieuwe werkgelegenheid die er sinds 1990 is bijgekomen, betreft veelal tijdelijke flexibele banen die weer verdwijnen wanneer het economisch tij keert.Piet van der Lende(Dit is een iets geredigeerde versie van